Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
College Bouw zorginstellingenStaatscourant 2006, 104 pagina 23Overig

Handhavingsdocument WTZi

stcrt-2006-104-p23-SC75397-1.gif

Inleiding

Het College bouw zorginstellingen (het Bouwcollege) heeft handhavende bevoegdheid op grond van artikel 37 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Het Bouwcollege is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang in geval van overtreding van het bepaalde in de artikelen 11, lid 1 en 4, en 12 WTZi. Dit komt er concreet op neer dat het Bouwcollege handhavend kan optreden bij overtreding van de vergunningplicht (bouw zonder vergunning daar waar een vergunning volgens de wet- en regelgeving vereist is), de daaraan verbonden voorschriften en in geval van het niet voldoen aan de door de Minister van VWS of het Bouwcollege opgelegde verplichting tot het ter goedkeuring aanbieden van een eindverantwoording van bouw (met inbegrip van het overtreden van een niet goedkeurende beschikking).

Het bestuursorgaan aan wie de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang bij wet is toegekend, kent ingevolge artikel 5:32, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eveneens de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom.

Het Bouwcollege acht het wenselijk zijn beleid omtrent de nieuwe handhavingsbevoegdheid kenbaar te maken. Dat gebeurt door dit Handhavingsdocument.

Hoofdlijnen handhavingsbeleid

Het Bouwcollege onderscheidt voor overtredingen van artikel 11 en 12 WTZi de volgende situaties.

1. Zwartbouw (bouw zonder vergunning), zonder vergunningverzoek achteraf.

2. Zwartbouw (bouw zonder vergunning), met vergunningverzoek achteraf.

3. Overtreding vergunningvoorschriften, zoals goedkeuring aanbestedingsresultaten, eindafrekening/eindverantwoording.

4. Er is gebouwd zonder toelating met bouw van de Minister van VWS.

Ad 1. Zwartbouw zonder vergunningverzoek

De volgende situaties worden onderscheiden:

- Het project is overeenkomstig de door het Bouwcollege vastgestelde prestatie-eisen gebouwd: in dergelijke situaties zal het Bouwcollege in beginsel afzien van handhavend optreden (gedogen), tenzij belangen van derden zwaarder wegen dan het belang van de zorginstelling. Het Bouwcollege zal in beginsel aan de zorginstelling een gedoogbeschikking sturen, waaraan voorschriften / voorwaarden verbonden kunnen worden. Niet naleving van deze voorschriften / voorwaarden kan alsnog leiden tot toepassing van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom, teneinde de illegale situatie alsnog op te heffen. De zorginstelling krijgt voor het illegaal gebouwde geen middelen in budget beschikbaar.

- Het project is niet overeenkomstig de door het Bouwcollege vastgestelde prestatie-eisen gebouwd. Dan geldt het volgende:

• Het Bouwcollege zal de zorginstelling aanschrijven om het gebouwde af te breken of in de oude toestand te herstellen met toepassing van bestuursdwang indien hieraan niet wordt voldaan.

• Indien sprake is van relatief kleine afwijkingen van de prestatie-eisen: het Bouwcollege zal de zorginstelling aanschrijven met het verzoek alsnog een vergunningaanvraag in te dienen. De vergunning zal dan onder de voorwaarde van het plegen van bepaalde aanpassingen aan het gebouwde worden verleend. Indien geen vergunning wordt aangevraagd, dan zal het Bouwcollege alsnog overgaan tot toepassing van bestuursdwang. In daartoe geëigende gevallen kan ook worden overgegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom.

Ad 2. Zwartbouw met vergunningverzoek achteraf

Het Bouwcollege zal een vergunningverzoek beoordelen en indien voldaan wordt aan de prestatie-eisen een vergunning verlenen (geen terugwerkende kracht). Eventuele rentekosten die zijn ontstaan als gevolg van het gereedkomen van het initiatief vóór de datum van de feitelijke vergunningverlening komen voor rekening van de initiatiefnemer. Eventuele meerkosten, kosten die boven de in de prestatie-eisen neergelegde kostennormen uitstijgen, komen in geen geval voor acceptatie in aanmerking.

Indien niet aan de prestatie-eisen wordt voldaan, dan kunnen zich twee situaties voordoen:

- Het Bouwcollege verleent de vergunning onder de voorwaarde van het plegen van bepaalde aanpassingen aan het gebouwde.

- Het Bouwcollege wijst het vergunningverzoek af. Tevens zal een aanschrijving tot toepassing van bestuursdwang worden verzonden.

Ad 3. Overtreding vergunningvoorschriften

Bij overtreding van vergunningvoorschriften wordt in beginsel een last onder dwangsom opgelegd. Afhankelijk van de aard van de overtreding kan ook bestuursdwang worden toegepast.

Procedureel

De onderstaande procedure, met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt gevolgd bij constatering van een overtreding van de genoemde artikelen:

- Constatering van een overtreding door het Bouwcollege.

- Indien sprake is van een situatie die voor toepassing van bestuursdwang of oplegging van een dwangsom in aanmerking komt (zie boven onder ‘Hoofdlijnen handhavingsbeleid’) wordt de overtreder per brief gewezen op de overtreding met het verzoek tot beëindiging van de overtreding binnen een bepaalde termijn, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet. Tevens wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken. In de brief wordt eveneens aankondiging gedaan van de mogelijkheid tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang indien geen gevolg wordt gegeven aan het beëindigingsverzoek (vooraankondiging).

- Na verstrijken van de gestelde termijn tot ongedaanmaking, vindt controle plaats of aan het beëindigingsverzoek gevolg is gegeven.

- Indien geen sprake is van beëindiging van de overtreding, dan wordt een schriftelijke beslissing tot toepassing van bestuursdwang c.q. het opleggen van een last onder dwangsom genomen. In deze beslissing wordt een termijn gegund waarbinnen de tenuitvoerlegging kan worden voorkomen door de belanghebbende(n) en op welke wijze dat kan gebeuren (welke maatregelen genomen moeten worden), tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet.

- Indien een last onder dwangsom wordt opgelegd, dan wordt aangegeven of het een dwangsom ineens of per tijdseenheid dan wel per overtreding betreft. De hoogte van de dwangsom is mede afhankelijk van de zwaarte van de geconstateerde overtreding.

- Kosten die gepaard gaan met de toepassing van bestuursdwang of het opleggen van dwangsommen, inclusief invorderingskosten, worden door het Bouwcollege verhaald op de overtreder.

Vastgesteld door het College bouw zorginstellingen in zijn vergadering van 20 maart 2006.

Deze beleidsregel wordt gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking op de dag na publicatie.