Beleidsregel subsidiëring conflictbemiddelaars

Beleidsregel van de raden voor rechtsbijstand houdende subsidiëring conflictbemiddelaars (Beleidsregel subsidiëring conflictbemiddelaars)

De raden voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch, Arnhem, 's-Gravenhage, Amsterdam en Leeuwarden,

Gelet op artikel 4:23, derde lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. conflictbemiddeling: het begeleiden van een rechtzoekende en zijn wederpartij met als doel om beiden in onderling overleg tot een oplossing van het geschil te laten komen;

b. conflictbemiddelaar: degene die conflictbemiddeling verricht.

2. Artikel 1 van de Wet op de rechtsbijstand is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk II. De uitvoering van conflictbemiddeling

Artikel 2

1. Subsidie voor conflictbemiddeling wordt uitsluitend verleend terzake van in de Nederlandse rechtssfeer liggende rechtsbelangen aan natuurlijke personen wier financiële draagkracht de in artikel 34 van de Wet genoemde bedragen niet overschrijdt.

2. Artikel 12, tweede en derde lid, van de Wet is van overeenkomstige toepassing.

3. De artikelen 13, eerste lid, onder a, 14, 15 en 17, van de Wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

1. De raad beslist op de aanvraag om een toevoeging ten behoeve van de vergoeding van de conflictbemiddelaar.

2. Bij de aanvraag om een toevoeging wordt de overeenkomst waarin de rechtzoekende en zijn wederpartij hebben verklaard in te stemmen met conflictbemiddeling overgelegd.

3. De artikelen 24, tweede tot en met vijfde lid, 25 tot en met 28, 30 tot en met 34, 35, vijfde lid, onder a, en achtste lid, 37, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 37a tot en met 38, 41, 46 en 47 van de Wet zijn van overeenkomstige toepassing met het oog op de subsidiering van de uitvoering van conflictbemiddeling.

4. Het bepaalde in alle op de Wet op de rechtsbijstand gebaseerde besluiten, met uitzondering van hetgeen is bepaald in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, is met het oog op de subsidiering van de conflictbemiddelaar, van overeenkomstige toepassing, tenzij in deze beleidsregel daarvan wordt afgeweken. Het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 is van overeenkomstige toepassing voorzover dit in deze beleidsregel is bepaald.

Artikel 4

1. Met uitzondering van de rechtzoekende die bij of krachtens de Wet geen eigen bijdrage zou zijn verschuldigd, is de rechtzoekende ten behoeve van wie een toevoeging tot uitvoering van conflictbemiddeling is verleend, een eigen bijdrage verschuldigd ter grootte van de helft van de eigen bijdrage genoemd in artikel 35, derde lid, onder a, van de Wet.

2. In zaken als bedoeld in artikel 9, tweede lid, is de rechtzoekende in totaal de eigen bijdrage genoemd in artikel 35, derde lid, onder a, van de Wet verschuldigd met uitzondering van degenen die onder de reikwijdte van artikel 35, derde lid, onder a, van de Wet vallen. Laatstgenoemden betalen slechts de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

Indien aan de rechtzoekende niet alleen een toevoeging voor de uitvoering van conflictbemiddeling, maar ook een andere toevoeging in dezelfde zaak is of zal worden verleend, is de hoogte van de te betalen eigen bijdrage in totaal gelijk aan de eigen bijdrage berekend volgens artikel 35, derde en vierde lid, van de Wet.

Artikel 6

Bij de toepassing van artikel 10 van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand wordt geen rekening gehouden met de verlening van een toevoeging voor de uitvoering van conflictbemiddeling.

Hoofdstuk III. De vergoeding

Artikel 7

1. De raad verstrekt overeenkomstig de bepalingen van deze beleidsregel een subsidie, genaamd vergoeding, aan bij de raad ingeschreven conflictbemiddelaars voor de uitvoering van conflictbemiddeling op basis van een toevoeging.

2. De subsidie omvat:

a. de overeenkomstig deze beleidsregel vastgestelde vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van de conflictbemiddeling voor de zaak;

b. de overeenkomstig deze beleidsregel vastgestelde vergoeding voor bepaalde kosten en het tijdverlet in verband met reizen voor de desbetreffende zaak, en

c. de omzetbelasting die is verschuldigd over de vergoedingen, bedoeld onder a en b.

3. Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de krachtens deze beleidsregel toegekende punten vermenigvuldigd met het basisbedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.

Artikel 8

De artikelen 3 en 4, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

1. Aan een zaak waarin aan een rechtzoekende een toevoeging is verstrekt voor conflictbemiddeling wordt, wanneer de uitvoering van conflictbemiddeling minder dan vier uur bedraagt, per rechtzoekende anderhalf punt toegekend met een maximum van drie punten.

2. Indien de uitvoering van de conflictbemiddeling in een zaak waarin aan een rechtzoekende een toevoeging is verstrekt vier uur of meer bedraagt, worden aan die zaak per rechtzoekende vier punten toegekend met een maximum van acht punten. De conflictbemiddelaar vraagt in dat geval zo spoedig mogelijk een wijziging van de toevoeging aan.

Artikel 10

Indien in zaken waaraan zeven of meer rechtzoekenden of anderen met een rechtsbelang in één of meer naar hun aard verknochte zaken deelnemen, de conflictbemiddeling door twee conflictbemiddelaars wordt uitgevoerd, is, in afwijking van artikel 9, het aantal toe te kennen punten in zaken waarin de uitvoering van conflictbemiddeling minder dan vier uur bedraagt vier en een halve punten en in zaken waarin de uitvoering van conflictbemiddeling vier uur of meer bedraagt twaalf punten.

Artikel 11

Indien als resultaat van de conflictbemiddeling een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen die met het oog op de afronding van de zaak op grond van de wet in een uitspraak van de rechter moet worden opgenomen, wordt voor het zorgdragen van die afronding het aantal toe te kennen punten voor één conflictbemiddelaar in die zaak met 21/2 verhoogd.

Hoofdstuk IV Vergoedingen voor overige kosten

Artikel 12

Voor de vergoeding van de overige kosten zijn de artikelen 24 tot en met 27 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk V. Toepassing

Artikel 13

1. Na beëindiging van de conflictbemiddeling dient de conflictbemiddelaar bij de raad een aanvraag in tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.

2. De conflictbemiddelaar voegt bij zijn aanvraag de vaststellingsovereenkomst of een verklaring waarin met redenen omkleed wordt aangegeven dat de conflictbemiddeling niet tot een oplossing van het probleem heeft geleid.

3. De artikelen 29, eerste tot en met derde lid, en 30 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 zijn van toepassing.

4. De raad betaalt overeenkomstig de vaststelling, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, de vergoeding.

5. Artikelen 32, derde en vierde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 april 2005.

Artikel 15

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel subsidiëring conflictbemiddelaars.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

14 april 2005.
De Raad voor Rechtsbijstand 's-Hertogenbosch.
De Raad voor Rechtsbijstand Arnhem.
De Raad voor Rechtsbijstand 's-Gravenhage.
De Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam.
De Raad voor Rechtsbijstand Leeuwarden.

Toelichting

Algemeen

Bij brief van 19 april 2004 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft de Minister van Justitie aangekondigd het gebruik van mediation, ofwel conflictbemiddeling, te willen stimuleren (Kamerstukken II, 2003/04, 29 528, nr. 1, blz. 2 en 5). In de brief is uiteengezet dat conflictbemiddeling een belangrijke aanvulling is op de reeds bestaande vormen van conflictoplossing. Conflictbemiddeling is echter een vorm van buitengerechtelijke conflictoplossing van een rechtsprobleem. In sommige gevallen kan conflictbemiddeling partijen een betere oplossing bieden voor hun conflict dan een rechterlijke uitspraak. Conflictbemiddeling voorkomt daarnaast onnodige juridisering van conflicten waardoor tegelijkertijd onnodige of onnodig lange procedures worden vermeden. Bovendien kan een toename van het aantal geslaagde mediations naar verwachting op termijn bijdragen aan een verlichting van de druk op de rechterlijke macht.

Om conflictbemiddeling te stimuleren wordt in de toekomst aan de stichting het juridisch loket als taak opgedragen rechtzoekenden te adviseren over het gebruik daarvan. Indien het probleem geschikt lijkt te zijn voor conflictbemiddeling wordt de rechtzoekende verwezen naar een conflictbemiddelaar. Deze regeling zal worden neergelegd in het hieronder aangehaalde concept van een wetsvoorstel. Behalve het loket kan ook de rechter partijen verwijzen naar een mediator. Daarnaast kan een rechtzoekende eigener beweging zijn probleem met een conflictbemiddelaar bespreken.

In de brief van 19 april 2004 en van 15 september 2004 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 2003/04, 29528, nr. 1, respectievelijk Kamerstukken II, 2003/04, 29528, nr. 2) is uitvoerig ingegaan op de betekenis en de plaats van mediation in het rechtsbestel. In de onderhavige beleidsregel wordt een regeling gegeven over de wijze waarop mediation, ofwel conflictbemiddeling, kan worden gesubsidieerd. Daarbij wordt aangesloten bij hetgeen in voornoemde brieven is uiteengezet.

Deze beleidsregel zal gelden tot het moment waarop de onderhavige regeling zal zijn omgezet in een algemene maatregel van bestuur.

Conflictbemiddeling is het begeleiden van een rechtzoekende en zijn wederpartij met als doel om beiden in onderling overleg tot een oplossing van het geschil te laten komen. Zoals in voornoemde brieven is uiteengezet is conflictbemiddeling een van de wijzen waarop een conflict kan worden opgelost. Indien een conflict zich voor conflictbemiddeling leent, is het van belang dat een conflict eerst aan conflictbemiddeling wordt onderworpen. Gesteld dat geen oplossing wordt bereikt, dan kan altijd nog worden geprocedeerd. Gelet op deze gang van zaken ligt het voor de hand de toegang tot gesubsidieerde conflictbemiddeling zoveel mogelijk af te stemmen op die van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit betekent dus dat alleen rechtzoekenden in de zin van de Wet op de rechtsbijstand een toevoeging voor de uitvoering van conflictbemiddeling kunnen krijgen. Degenen van wie de draagkracht boven de grens gesteld in die Wet liggen, ontvangen geen gesubsidieerde rechtsbijstand. Zij kunnen op basis van een overeenkomst met de conflictbemiddelaar tegen een commercieel tarief gebruik maken van de diensten van een conflictbemiddelaar.

Ook de vaststelling van de vergoeding van de conflictbemiddelaar wordt zoveel mogelijk afgestemd op de Wet op de rechtsbijstand. Voorts wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.

Wat betreft de toekenning van de punten aan de zaken waarin één of meer conflicten worden bemiddeld wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het WODC onderzoek waaruit blijkt dat het merendeel van de zaken binnen drie uur wordt afgedaan (Ruimte voor Mediation, evaluatie van projecten bij de rechterlijke macht en gefinancierde rechtsbijstand, 2003). Om die reden is er een tweedeling gemaakt. Aan zaken waarin minder dan vier uur aan de uitvoering van de conflictbemiddeling wordt besteed, worden gemiddeld drie punten toegekend. Aan zaken waarin meer dan vier uur aan de uitvoering van conflictbemiddeling wordt besteed, worden gemiddeld acht punten toegekend. Wat betreft de op te leggen eigen bijdragen is gekozen voor een laag bedrag. De eigen bijdragen zijn lager dan die volgens de normering van de Wet op de rechtsbijstand zou zijn geweest. Daarmee wordt het gebruik van conflictbemiddeling gestimuleerd. Bij de artikelsgewijze toelichting wordt hierop nader ingegaan.

De bovenstaande algemene uitgangspunten houden in dat het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. De bepalingen die betrekking hebben op het voeren van een procedure zijn vanzelfsprekend niet van overeenkomstige toepassing, aangezien aan conflictbemiddeling op een geheel eigen wijze uitvoering wordt gegeven. Ook worden geen kosten als genoemd in artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 gemaakt. Het gevolg is dat niet alle bepalingen van Hoofdstuk I van dat besluit van toepassing zijn en dat Hoofdstuk II in zijn geheel niet van toepassing is. De reiskosten- en overige kostenvergoedingen kunnen zich wel voordoen. De aanvraag van de vergoeding en de vaststelling daarvan wordt verricht overeenkomstig het Besluit voornoemd. Daarbij wordt opgemerkt dat geen bevoorschotting van de conflictbemiddelaar plaatsvindt, aangezien conflictbemiddeling, anders dan een procedure, zo snel is afgerond dat bevoorschotting niet voor de hand ligt. Het betalen van de vergoeding nadat de dienst is verleend, ligt meer in de rede.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In artikel 1 worden definities gegeven van conflictbemiddeling en conflictbemiddelaar. Voorts zijn de definities van artikel 1 van de Wet op de rechtsbijstand van overeenkomstige toepassing, aangezien laatstgenoemde wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is verklaard.

Voor de definitie is aansluiting gezocht bij hetgeen in de brief van 19 april 2004 van de Minister van Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 29528, nr. 1, p. 6) is gesteld. Duidelijk komt tot uitdrukking dat partijen zelf tot de oplossing van hun conflict willen komen. De conflictbemiddelaar begeleidt partijen, maar legt niets op. Verder wordt uit de definitie duidelijk dat het gaat om een rechtzoekende en zijn wederpartij. Met de verwijzing naar rechtzoekende wordt het verband met de Wet op de rechtsbijstand duidelijk. De rechtzoekende is op grond van artikel 1, eerste lid, onder f, van die Wet degene die op grond van onvoldoende financiële draagkracht aanspraak kan maken op rechtsbijstand. Het gevolg is dat degene die in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand ook in aanmerking komt voor gesubsidieerde conflictbemiddeling. Dit kan dus betekenen dat in één zaak meer rechtzoekenden een toevoeging kunnen krijgen.

Het begrippenkader van de Wet op de rechtsbijstand is daarom zoveel mogelijk van toepassing op de onderhavige problematiek.

Artikel 2

In artikel 2 wordt de toegang tot het stelsel van conflictbemiddeling waarvoor een vergoeding wordt gegeven, afgestemd op die van de toegang tot het stelsel van rechtsbijstand. Dit houdt in dat de conflictbemiddeling uitsluitend wordt gesubsidieerd indien het wordt uitgevoerd terzake van in de Nederlandse rechtssfeer liggende rechtsbelangen. De zaak moet in ieder geval een rechtsbelang raken. Niet alle vormen van ruzie komen dus in aanmerking voor gesubsidieerde conflictbemiddeling.

Bovendien wordt op deze wijze voorzien in de mogelijkheid dat er een onderlinge verwijzingsmogelijkheid is van procederen naar conflictbemiddeling en andersom. Gesteld dat een rechtzoekende op basis van een toevoeging procedeert en de rechter naar conflictbemiddeling verwijst, is het evident dat ook in dit laatste geval daaraan op basis van een toevoeging kan worden deelgenomen. Andersom kan ook in het geval de gesubsidieerde conflictbemiddeling niet lukt, op toevoegbasis worden geprocedeerd. Een dergelijke eenduidigheid is van belang voor de rechtzoekende, de rechtsbijstandverlener en de conflictbemiddelaar. Daarnaast draagt de eenduidigheid bij aan een vlotte uitvoering door de raden voor rechtsbijstand die reeds vertrouwd zijn met de uitvoering van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Met het van overeenkomstige toepassing verklaren van de artikelen 13, eerste lid, onder a, tot en met 17 van de Wet op de rechtsbijstand wordt bewerkstelligd dat gesubsidieerde conflictbemiddeling uitsluitend wordt verleend door bij de raad ingeschreven conflictbemiddelaars. Voorts kunnen aan de inschrijving van de conflictbemiddelaars voorwaarden worden gesteld.

Mediators die in aanmerking willen komen voor inschrijving dienen ten minste aantoonbaar te voldoen aan de actuele eisen met betrekking tot de kennis, inzicht en vaardigheden die zijn gesteld aan het Vakbekwaamheidsprofiel Mediator. Het (NMI) Certificaat Mediator is daarvoor een goede basis. In gezamenlijk overleg met vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, de raden voor rechtsbijstand en het NMI zijn additionele kwaliteitseisen en deelnamecriteria geformuleerd. Deze eisen gaan verder dan bijvoorbeeld het hebben van juridische basiskennis. Het gaat ook om extra ervaring en verdieping op vaardigheden. Voorts kan gedacht worden aan de bereidheid mee te werken aan monitoring en intervisie, directe beschikbaarheid, bereidheid om tegen een bepaald tarief voor minder draagkrachtigen te mediaten, bereidheid mee te werken aan een maximale doorlooptijd voor mediation en het hebben van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Deze voorwaarden zijn neergelegd in een document van de raden voor rechtsbijstand dat bij het inschrijfformulier wordt overgelegd.

De Waarborgcommissie voor certificering mediators, dit is een onafhankelijke breed samengestelde commissie met vakinhoudelijke expertise op het gebied van de kwaliteitsborging van mediators, heeft in een advies op dit punt van 23 augustus 2004 aangegeven dat er ook voldoende draagvlak binnen de beroepsgroep bestaat voor de geformuleerde kwaliteitsmaatstaven.

Wat betreft de doorhaling van de inschrijving wordt bepaald dat evenals bij advocaten, deze doorhaling geschiedt als niet langer aan de inschrijfvoorwaarden, zoals het niet meer NMI gecertificeerd zijn, is voldaan.

Artikel 3

De raad voor rechtsbijstand beslist op de aanvraag om een toevoeging met het oog op de vergoeding van de conflictbemiddelaars op dezelfde wijze als op de aanvraag om een toevoeging voor de verlening van rechtsbijstand. In artikel 3, tweede lid, wordt bepaald dat bij deze aanvraag een overeenkomst moet worden overgelegd waarin de rechtzoekende en zijn wederpartij verklaren in te stemmen met de conflictbemiddeling. Het maakt niet uit of één of beide partijen rechtzoekenden zijn in de zin van de Wet op de rechtsbijstand. Er moet duidelijk blijken dat beide partijen instemmen met conflictbemiddeling. Alleen dan is er immers een redelijke kans van slagen. Hetzelfde geldt als partijen bij de conflictbemiddelaar komen op voorstel van de rechter tijdens een procedure. Een proces verbaal of beslissing van de rechter op dit punt is onvoldoende. Het is met het oog op het slagen van de conflictbemiddeling van belang dat partijen indringend hebben nagedacht over het gebruik van conflictbemiddeling.

Met het oog op de beoordeling van de subsidieaanvraag bevat deze dezelfde gegevens als eenzelfde aanvraag voor de verlening van rechtsbijstand. De beoordeling en verdere afwikkeling van de aanvraag gaat volgens de bepalingen in Hoofdstuk IV van de Wet op de rechtsbijstand. Dit is neergelegd in het derde lid.

In het vierde lid is bepaald dat de regelingen in de op de Wet op de rechtsbijstand gebaseerde besluiten zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 4

In artikel 4 wordt de hoogte van de eigen bijdrage van de rechtzoekende geregeld. Als uitgangspunt geldt enerzijds het belang van stimulering van het gebruik van conflictbemiddeling en anderzijds de noodzaak tot uitvoerbaarheid. In de brief van 19 april, waarnaar in het algemeen deel wordt verwezen, is aangegeven dat het uitgangspunt is dat de eigen bijdrage de helft is van de eigen bijdrage die voortvloeit uit artikel 35, derde en vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand. De rechtzoekende en zijn wederpartij maken in beginsel immers van één conflictbemiddelaar gebruik in de zaak. Daarvan is in de onderhavige beleidsregel afgezien. Een dergelijke regel bleek niet uitvoerbaar. Daarom is gekozen voor een eigen bijdrage die in alle gevallen gunstig is voor de rechtzoekende. De rechtzoekekende die deelneemt aan conflictbemiddeling betaalt ongeacht zijn inkomen de helft van de laagste eigen bijdrage, genoemd in artikel 35, derde lid, onder a, van de Wet. Dit is per 1 januari 2005 € 45. Het lage bedrag zal de rechtzoekende aanzetten tot gebruikmaking van conflictbemiddeling. In artikel 5 is immers geregeld dat bij een eventueel mislukken van de conflictbemiddeling nooit meer dan de `normale' eigen bijdrage in een procedure behoeft te worden betaald.

De eigen bijdrage van € 45 geldt voor iedere rechtzoekende in dezelfde zaak die deelneemt aan mediation. Daarbij maakt het niet uit hoeveel rechtzoekenden deelnemen. Een ieder betaalt € 45.

Dit bedrag is op grond van het eerste lid gerelateerd aan de uitvoering van conflictbemiddeling die niet langer dan vier uur duurt. Zoals hierboven al is opgemerkt wordt op grond van het voornoemde WODC onderzoek een groot deel van de conflictbemiddelingszaken afgehandeld binnen dit tijdbestek.

Gesteld dat de conflictbemiddeling langer zou duren, dan betalen de rechtzoekenden wederom € 45, namelijk tot een bedrag ter grootte van de laagste eigen bijdrage. Degenen die al in de laagste inkomenscategorie vielen, behoeven in dit geval geen aanvulling op de eigen bijdrage te betalen. Hun eigen bijdrage blijft gehandhaafd op € 45. Daarnaast geldt nog steeds de regel, opgenomen in artikel 5, waarin staat dat ingeval van mislukken nooit meer dan de eigen bijdrage die op grond van de Wet op de rechtsbijstand in procedures moet worden betaald, verschuldigd is. De rechtzoekende wordt door deelname aan conflictbemiddeling dus nooit financieel benadeeld.

Indien de conflictbemiddeling in de zaak langer dan vier uur duurt, betalen de rechtzoekenden in één keer de eigen bijdrage, genoemd in artikel 35, derde lid, onder a, van de Wet, te weten € 90 per 1 januari 2005. Dit is geregeld in het tweede lid.

Het bovenstaande laat onverlet dat degene die op grond van de Wet op de rechtsbijstand helemaal geen eigen bijdrage zou hoeven te betalen, dit ook niet hoeft ingeval een toevoeging voor conflictbemiddeling wordt verleend, ongeacht de duur van de conflictbemiddeling.

De geschetste eigen bijdrage regeling geldt uitsluitend voor degenen die binnen het stelsel van gesubsidieerde conflictbemiddeling vallen. Indien de wederpartij daar niet voor in aanmerking komt, betaalt hij of zij een commercieel tarief aan de conflictbemiddelaar. Dit hoeft niet geregeld te worden, aangezien dit door de vrije markt wordt beheerst.

Artikel 5

Voorkomen moet worden dat een rechtzoekende die niet alleen een advies- of proceduretoevoeging in de zaak heeft, afziet van conflictbemiddeling vanwege de te betalen eigen bijdrage. Gesteld dat een rechtzoekende een toevoeging heeft met het oog op een procedure, dan betaalt hij een eigen bijdrage volgens artikel 35 van de Wet op de rechtsbijstand. Het kan zijn dat tijdens de procedure de rechter adviseert het conflict voor te leggen aan een conflictbemiddelaar. Indien partijen zich wenden tot een mediator, wordt opnieuw een toevoeging aangevraagd en verleend waarvoor een eigen bijdrage moet worden betaald. Dit zou betekenen dat een rechtzoekende twee maal een eigen bijdrage moet betalen voor dezelfde zaak. Dit zal niet bijdragen aan het stimuleren van mediation. Daarom is in het onderhavige artikel bepaald dat de eigen bijdrage in totaal, dus voor zowel de procedure als de mediation, niet meer is dan voor de procedure alleen is of moet worden betaald. Andersom betekent dit dat in het geval de conflictbemiddeling mislukt en alsnog wordt geprocedeerd, de rechtzoekende bijbetaalt tot het niveau van de hoogte van de eigen bijdrage voor een proceduretoevoeging.

Artikel 6

In artikel 6 wordt bepaald dat de zogenaamde anti cumulatieregeling zoals verwoord in artikel 10 van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand niet van toepassing is. Deze regeling houdt in dat een rechtzoekende die binnen een half jaar meer dan één toevoeging ontvangt waarvoor een eigen bijdrage is betaald, voor de tweede en volgende toevoeging een lagere eigen bijdrage betaalt. De eigen bijdrage voor de tweede, derde en vierde vervolgtoevoeging die binnen zes maanden nadat de eerste toevoeging is verleend, bedraagt vijftig procent van de verschuldigde eigen bijdrage. Voor een vijfde toevoeging binnen het half jaar moet opnieuw het volle bedrag van de eigen bijdrage worden betaald.

Het blijkt onuitvoerbaar om met deze regeling rekening te houden. Geregeld is dat voor het toepassen van de anticumulatieregeling geen rekening wordt gehouden met een toevoeging voor de uitvoering van conflictbemiddeling. Voor deze bepaling is gekozen, omdat ook een ander systeem voor de berekening van de eigen bijdrage is gekozen dan aanvankelijk bij voornoemde brief van 19 april 2004 is aangegeven. De gekozen systematiek is gunstiger voor de rechtzoekende dan die met volledige toepassing van de anticumulatieregeling zou zijn.

Gesteld dat de eerste toevoeging betrekking heeft op een procedure en de tweede op conflictbemiddeling, dan wordt voor de eerste toevoeging de eigen bijdrage die hoort bij de proceduretoevoeging betaald. Op grond van artikel 5 van de onderhavige beleidsregel wordt voor de tweede toevoeging geen eigen bijdrage betaald.

Gesteld dat de eerste toevoeging betrekking heeft op conflictbemiddeling en de tweede op een procedure. Dan geldt op grond van artikel 5 van deze beleidsregel dat de eigen bijdrage nooit hoger is dan die betaald moet worden voor alleen de proceduretoevoeging.

Gesteld dat de eerste en de tweede toevoeging betrekking hebben op conflictbemiddeling, dan betaalt de rechtzoekende twee maal de lage eigen bijdrage die voortvloeit uit artikel 4 van de beleidsregel. Wordt vervolgens geprocedeerd, dan wordt wederom in totaal niet meer betaald dan de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de proceduretoevoeging.

Artikel 7

Artikel 7 is het equivalent van artikel 2 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Het artikel vormt de basis van de verstrekking van de vergoeding.

Wat betreft de reiskosten zal een vergoeding niet vaak voorkomen. Deze kosten worden immers uitsluitend vergoed, indien wordt gereisd naar een zitting of naar een rechtzoekende wier vrijheid is ontnomen. De conflictbemiddelaar hoeft nooit naar een zitting te reizen. Conflictbemiddeling maakt immers geen onderdeel uit van een gerechtelijke procedure. Ook zal het zelden voorkomen dat naar iemand moet worden gereisd wier vrijheid is ontnomen of beperkt.

Artikel 8

In artikel 8 wordt overeenkomstig artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 geregeld welke kosten de rechtzoekende moet betalen. Aangezien de kosten, genoemd in artikel 4, tweede lid, van voornoemd Besluit niet voorkomen, is de doorberekeningregel niet overgenomen.

Artikel 9

In artikel 9 wordt bepaald hoeveel punten aan een zaak waarin conflictbemiddeling wordt uitgevoerd, worden toegekend.

Conflictbemiddeling is het begeleiden van een rechtzoekende en zijn wederpartij met als doel om beiden in onderling overleg tot een oplossing van het geschil te laten komen Tijdens conflictbemiddeling kunnen van één of meer rechtzoekenden één of meer conflicten gelijktijdig aan de orde zijn. In dit geval is sprake van één zaak. Dit kenmerkt het verschil met de toevoeging voor de verlening van rechtsbijstand. Aangezien het om één zaak gaat wordt het forfait gelimiteerd.

Gelet op de ervaringen in de praktijk wordt een tweedeling gemaakt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat aan zaken waaraan minder dan vier uur wordt besteed 11/2 punt per rechtzoekende wordt toegekend. In zaken waaraan meer tijd wordt besteed, worden vier punten per rechtzoekende toegekend. Aan deze honorering heeft ten grondslag gelegen de gedachte dat aan zaken waaraan minder dan vier uren worden besteed drie punten in totaal en aan zaken waaraan meer dan vier uren in totaal worden besteed acht punten worden toegekend. Daarbij staat voor ogen dat in de meeste gevallen twee partijen deelnemen aan conflictbemiddeling. Voorts is daarbij de gedachte dat beide rechtzoekenden in de zin van de Wet op de rechtsbijstand zijn. Is één van de partijen geen rechtzoekende, dan wordt geen subsidie verleend voor de uitvoering van de conflictbemiddeling voor die wederpartij. Laatstgenoemde partij betaalt een commercieel tarief.

De raden voor rechtsbijstand zullen in beginsel een toevoeging afgeven voor de uitvoering van de conflictbemiddeling die minder dan vier uur duurt. De reden daarvan is, zoals al eerder is aangegeven, dat de meeste conflictbemiddelingen binnen deze tijd worden afgerond. Uit het tweede lid volgt dat de conflictbemiddelaar een wijziging van de toevoeging dient aan te vragen als de conflictbemiddeling vier uur of meer bedraagt.

Het bovenstaande gaat ervan uit dat de zaken tegelijkertijd door één toegevoegde conflictbemiddelaar worden behandeld. Dit laat overigens onverlet dat in moeilijke zaken het kan zijn toegelaten om meer dan één conflictbemiddelaar te betrekken bij de zaak. Dit wordt geregeld in artikel 10.

Artikel 10

In het normale geval wordt conflictbemiddeling door één conflictbemiddelaar uitgevoerd. Het kan zijn dat een zaak zo ingewikkeld is dat twee conflictbemiddelaars bij de zaak worden betrokken. Gedacht kan worden aan het feit dat er veel partijen bij de zaak zijn betrokken. In artikel 10 wordt bepaald dat het aantal toe te kennen punten wordt verhoogd als twee conflictbemiddelaars de conflictbemiddeling uitvoeren en er zeven of meer rechtzoekenden of anderen bij de zaak zijn betrokken. Voor dit aantal is gekozen op basis van praktijkervaringen. Voorts is van belang is dat de zaken zijn verknocht. Dit houdt in dat de conflicten tegelijkertijd aan de orde zijn en dienen te worden opgelost.

In andere gevallen dan dat er veel partijen zijn, wordt teammediation niet extra vergoed. De reden is dat conflictbemiddeling wordt gekenmerkt door het feit dat ook in complexe zaken één conflictbemiddelaar de zaak kan begeleiden tot een oplossing is bereikt. Indien uit de monitoring van de conflictbemiddeling blijkt dat ook in andere gevallen teammediation noodzakelijk wordt geacht, kan de vergoeding daarvan alsnog in een later stadium worden geregeld.

Indien twee conflictbemiddelaars zijn betrokken, wordt aan de toegevoegde conflictbemiddelaar een toeslag verleend. Deze conflictbemiddelaar draagt zorg voor de betaling van een tussen beiden afgesproken deel van de vergoeding aan zijn collega. Daarmee wordt recht gedaan aan het ondersteunend karakter van de tweede conflictbemiddelaar in de zaak. De vergoeding gaat uit van maximaal twee conflictbemiddelaars. Er zijn geen aanwijzingen dat meer conflictbemiddelaars noodzakelijk kunnen zijn in een zaak.

Artikel 11

Er zijn zaken die zich ondanks een succesvolle mediation, toch door de rechter moeten worden geaccordeerd. Daarbij kan gedacht worden aan een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding. De door partijen gemaakte afspraken moeten overeenkomstig artikel 819 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden opgenomen in de beschikking van de rechter. Indien de afspraken van de partijen vastliggen in een overeenkomst is de rechterlijke procedure slechts een formaliteit. Een zitting komt er niet aan te pas. Wel is procureurstelling nodig. Het is niet redelijk als in een dergelijk geval een procedure- of zelfs een adviestoevoeging zou moeten worden afgegeven. Daarom worden aan de zaak die de conflictbemiddelaar heeft behandeld 21/2 punten extra toebedeeld met het oog op deze afhechting. De conflictbemiddelaar die zelf geen procureur is, kan hierover met advocaten afspraken maken en hen voor de handelingen die de formaliteiten met zich brengen een vergoeding geven. Ook indien twee conflictbemiddelaars bij de zaak zijn betrokken, worden niet meer dan 21/2 punten extra toegekend. De afhechting is immers niet moeilijker dan in het geval één conflictbemiddelaar het geschil tot een oplossing heeft laten komen.

Artikel 12

Voor de vergoeding van overige kosten wordt aangesloten bij de artikelen 24 tot en met 27 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Daarbij wordt ten overvloede opgemerkt dat van een zittingstoeslag zelden sprake zal zijn. Het zou dan moeten gaan om de uitvoering van conflictbemiddeling in een gevangenis of andere plaats die niet door de rechtzoekende mag worden verlaten. Van reizen naar een zitting zal nimmer sprake zijn. Op grond van artikel 7 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt als zitting aangemerkt elk optreden van een instantie bij welke de procedure wordt gevoerd die dit ter behandeling van de zaak. Dit artikel 7 is niet van overeenkomstige toepassing verklaard. Bovendien is er voor de uitvoering van conflictbemiddeling geen voorgeschreven plaats waar de bemiddeling plaats dient te vinden. Dit kan op het kantoor van de mediator geschieden.

Artikel 13

Voor de vaststelling van de vergoeding dient hetzij een vaststellingsovereenkomst te worden overgelegd, hetzij een verklaring waaruit blijkt dat de conflictbemiddeling niet tot een oplossing van het probleem heeft geleid. De raad moet immers de werkzaamheden van de conflictbemiddelaar kunnen toetsen.

Van verschillende zijde is vernomen dat deze bepaling op gespannen voet staat met de vertrouwelijkheid die met conflictbemiddeling gepaard gaat. Het is evident dat de conflictbemiddelaar de zaken vertrouwelijk moet behandelen. Evenals de advocaat die rechtsbijstand verleent, moet de conflictbemiddelaar bij zijn aanvraag voor de vergoeding stukken overleggen waaruit de tijdbesteding aan en de wijze van uitvoeren van de conflictbemiddeling blijkt. Het is van belang dat duidelijk wordt dat de conflictbemiddeling er op is gericht om tot resultaat te komen. De vaststellingsovereenkomst geeft niet alleen inzicht in het resultaat, maar biedt ook aanknopingspunten om te bepalen hoe lang de conflictbemiddeling heeft geduurd. Het is van belang dat de conflictbemiddelaar aan partijen aangeeft dat de overeenkomst aan de raad die de aanvraag om de vergoeding beoordeelt, wordt overgelegd. Partijen komen dan niet voor mogelijke verrassingen te staan. Daarbij moet bedacht worden dat de raden een geheimhoudingsplicht hebben. De informatie die wordt verkregen uit de vaststellingsovereenkomst, wordt niet voor andere doeleinden gebruikt dan voor de beoordeling van de aanvraag om een vergoeding en voor de vraag of de rechtzoekende in aanmerking komt voor gesubsidieerde conflictbemiddeling. Wat dit laatste betreft kan het kan immers zo zijn dat de rechtzoekende een som geld ontvangt op grond waarvan geen toegang tot het stelsel zou zijn verkregen. In dat geval wordt de toevoeging ingetrokken.

Naar boven