Wijziging Regeling samenloop kinderbijslag
Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 april 2005, nr. SV/V&V/05/21285, houdende wijziging van de Regeling samenloop kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet met buitenlandse kinderbijslag of kinderbijslag op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op artikel 20 van de Algemene Kinderbijslagwet;
Besluit:
Artikel I
In artikel 2 van de Regeling samenloop kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet met buitenlandse kinderbijslag of kinderbijslag op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie, wordt de zinsnede ‘een volken-rechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989’ vervangen door: een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, of 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
Artikel II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 6 april 2005.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H.A.L. van Hoof.
Toelichting
Op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) bestaat onder voorwaarden recht op kinderbijslag voor een eigen, aangehuwd of pleegkind. Voor hetzelfde kind kan ook recht op kinderbijslag bestaan op grond van een rechtens geldende regeling in het buitenland, of op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie.
Ter voorkoming van dubbele betaling van kinderbijslag voor hetzelfde kind over hetzelfde tijdvak, kunnen bij ministeriële regeling, gebaseerd op artikel 20 van de AKW nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voor de laatste keer van deze bevoegdheid gebruik gemaakt met zijn regeling van 28 januari 1998, Stcrt. 22. In deze ministeriële regeling is vastgelegd, dat kinderbijslag op grond van de AKW slechts wordt uitbetaald, voorzover deze de kinderbijslag op grond van een buitenlandse regeling of op grond van een regeling van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie overtreft.
In de uitvoeringspraktijk is gebleken, dat ook de situatie zich kan voordoen van samenloop van kinderbijslag op grond van de AKW en kinderbijslag op grond van een regeling van een in het buitenland gevestigde volkenrechtelijke organisatie. Dit is bijvoorbeeld het geval indien één van de ouders van een kind in dienst is van een volkenrechtelijke organisatie in het buitenland (en op grond daarvan onder het socialezekerheidsstelsel van die organisatie valt) en de andere ouder in Nederland woont en op basis van ingezetenschap voor de AKW is verzekerd.
In de ministeriële regeling van 28 januari 1998 zijn geen regels opgenomen ter voorkoming van deze vorm van samenloop. Het is niet wenselijk dat voor hetzelfde kind over hetzelfde tijdvak op grond van twee verschillende stelsels kinderbijslag wordt betaald.
In verband hiermee wordt met deze wijzigingsregeling tevens bepaald, dat kinderbijslag op grond van de AKW slechts wordt uitbetaald, voorzover deze de kinderbijslag op grond van een regeling van een in het buitenland gevestigde volkenrechtelijke organisatie overtreft.
In de ministeriële regeling van 28 januari 1998 is nog een verwijzing opgenomen naar het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989. Dit besluit is inmiddels vervangen door het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, dat sinds 1 januari 1999 van kracht is. In verband hiermee is ook in onderhavige ministeriële regeling de verwijzing vervangen door een verwijzing naar dit nieuwe besluit.
De organisatie die zorgdraagt voor uitvoering van de AKW, de Sociale verzekeringsbank (SVB), heeft aangegeven onderhavige ministeriële regeling zonder problemen te kunnen uitvoeren.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof