Wijziging Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003

Wijziging van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003

24 maart 2005

Nr. WDB 2005/130M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken; Directie Wetgeving Directe Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 9 wordt een artikel ingevoerd, luidende:

Artikel 9a

De ambtenaren van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c en d, genoemde organisatieonderdelen zijn voor de toepassing van artikel 94 van de Wet op het notarisambt inspecteur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

B

Artikel 16, derde lid, komt als volgt te luiden:

3. Met betrekking tot de behandeling van een verzoek als bedoeld in artikel 10a, 11j, 27, 28 en 36l, derde, vijfde, zevende, twaalfde, dertiende, veertiende en vijftiende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag ressorteert de natuurlijke persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Noord.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel I, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 augustus 2004 en artikel I, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 januari 2004.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, J.G. Wijn.

Toelichting

Deze regeling strekt ertoe om de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 te wijzigen.

Artikel I, onderdeel A

De wijziging ingevolge artikel I, onderdeel A, houdt verband met de Reparatiewet Wet op het notarisambt (Wet van 13 mei 2004, Stb. 213). Bij deze reparatiewet is artikel 94 van de Wet op het notarisambt gewijzigd. Dit artikel 94 regelt de samenstelling van de kamers van toezicht over het notariaat. Een van de vier leden van een kamer is inspecteur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; de leden van een kamer worden benoemd door de Minister van Justitie.

Bij de Reparatiewet Wet op het notarisambt is artikel 94 van de Wet op het notarisambt gewijzigd, in verband met het feit dat er door een reorganisatie van de Belastingdienst geen inspecteurs van de registratie en successie meer zijn. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel voor de Reparatiewet Wet op het notarisambt is aangegeven dat in de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 de functionaris zal worden aangewezen die inspecteur is als bedoeld in artikel 94, derde lid, van de Wet op het notarisambt (Kamerstuk 29 212, nr. 3, blz. 11). Met deze aanpassing van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt hieraan invulling geven.

Artikel I, onderdeel B

De wijziging ingevolge artikel I, onderdeel B, hangt samen met een aantal wijzigingen in de Wet belastingen op milieugrondslag. Een verwijzing in artikel 16, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 naar artikel 18a van de Wet belastingen op milieugrondslag, kan op grond van de Wet van 12 december 2002, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2003 Deel II – overig fiscaal pakket) (Stb. 617) vervallen. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar artikel 28a van de Wet belastingen op milieugrondslag. Deze verwijzing kan als gevolg van de Wet van 18 december 2003, houdende wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns (implementatie richtlijn Energiebelastingen) (Stb. 532) vervallen. Daarnaast zijn op grond van de Wet van 18 december 2003 aan artikel 36l van de Wet belastingen op milieugrondslag drie leden toegevoegd, waarnaar een verwijzing in artikel 16, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 nodig is. Voorts is op grond van deze wet in artikel 16, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 een verwijzing nodig naar artikel 27 van de Wet belastingen op milieugrondslag.

Met ingang van 1 januari 2004 is de belastingheffing op brandstoffen met uitzondering van de belastingheffing op kolen in de belastingheffing op energie ondergebracht. De brandstoffenbelasting is daardoor met ingang van die datum alleen nog van toepassing op kolen; een product dat niet wordt aangemerkt als een minerale olie in de zin van artikel 25 van de Wet op de accijns. De in artikel 36l, derde, vijfde, zevende, twaalfde, dertiende, veertiende en vijftiende lid van de Wet belastingen op milieugrondslag bedoelde teruggaaf van energiebelasting is slechts van toepassing op aardgas en elektriciteit en niet op minerale oliën. In verband met het voorgaande kan de verwijzing naar artikel 25 van de Wet op de accijns in artikel 16, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 vervallen.

Artikel II

Artikel I, onderdeel A, werkt terug tot en met de datum waarop de Reparatiewet Wet op het notarisambt in werking is getreden. Hiermee wordt voorkomen dat onzekerheid kan bestaan over degenen die sinds 1 augustus 2004 inspecteur zijn als hier bedoeld.

Artikel I, onderdeel B, werkt terug tot en met de datum waarop de relevante wijzigingen van de Wet belastingen op milieugrondslag in werking zijn getreden. Hiermee wordt voorkomen dat onzekerheid kan bestaan over de inspecteur onder wie de betrokkene bij een verzoek om teruggaaf van belasting ressorteert.

De Staatssecretaris van Financiën,

J.G. Wijn

Naar boven