Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatscourant 2005, 54 pagina 19Besluiten van algemene strekking

Wijziging Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de implementatie van de tweejaarlijkse revisie van de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, de richtlijn nr. 2004/111/EG en de richtlijn nr. 2004/112/EG en houdende wijziging van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

9 maart 2005

Nr. HDJZ/BIM/2005-529

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op richtlijn nr. 2004/111/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 december 2004 tot vijfde aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn nr. 94/55/EG van de Raad van de Europese Unie betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, richtlijn nr. 2004/112/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 december 2004 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn nr. 95/50/EG van de Raad van de Europese Unie betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en op de artikelen 2 en 5, het eerste en tweede lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

Artikel I

De Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

c. richtlijn nr. 94/55/EG: richtlijn nr. 94/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 21 november 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L319);

d. richtlijn nr. 95/50/EG: richtlijn nr. 95/50/EG van de Raad van de Europese Unie van 6 oktober 1996 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L249).

B

In artikel 4, eerste lid, wordt ‘op basis van de randnummers 2010 en 10.602 van het ADR’ vervangen door: op basis van randnummer 1.5.1.1 van de ADR.

C

Bijlage 1 wordt gewijzigd overeenkomstig de wijzigingen opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

D

Bijlage 2 wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

E

Bijlage 3 wordt vervangen door bijlage 3 bij deze regeling

F

Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Het in het eerste lid bedoelde waarmerk, zoals gebruikt tot 1 januari 2005, blijft van kracht gedurende de termijn dat de desbetreffende keuring geldig is.

2. In artikel 94 wordt ‘artikel 93’ vervangen door: artikel 92.

3. Aanhangsel 1 bij bijlage 4 wordt vervangen door het aanhangsel behorende bij bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel II

De Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen2 wordt als volgt gewijzigd:

In bijlage 4, tabel 1, wordt na de rij

1.10.1.6

KOFS

een rij ingevoegd, luidende

1.10.3.2.2 opmerking

Politie

Artikel III

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel F, het eerste en het derde lid, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2005.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.

Toelichting

Deze regeling is gewijzigd na aanleiding van de tweejaarlijkse wijziging van de Europese Overeenkomst inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) en is tevens ter implementatie van de richtlijn nr. 2004/111/EG tot vijfde aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn nr. 94/55/EG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.

De technische bijlagen bij de ADR zijn tevens als bijlagen opgenomen bij de hierboven genoemde kaderrichtlijn nr. 94/55/EG. Wijziging van de ADR leidt daarom ook altijd tot wijziging van de kaderrichtlijn. De internationale technische voorschriften zijn vertaald opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG). Vanwege de omvang van de technische voorschriften is deze bijlage ter inzage gelegd en wel bij de Hoofddirectie Juridische Zaken (HDJZ) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Koningskade 4, Postbus 20906, 2500 EX, Den Haag.

De controle in Europa op de kaderrichtlijn nr. 94/55/EG wordt geharmoniseerd door middel van richtlijn nr. 95/50/EG, die is gewijzigd op 13 december 2004 (Richtlijn nr. 2004/112/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschap van 13 december 2004 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn nr. 95/50/EG van de Raad van de Europese Gemeenschap betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg). De richtlijn nr. 95/50/EG is geïmplementeerd in bijlage 2, hoofdstuk III, bij de VLG. Richtlijn nr. 2004/112/EG vervangt de bijlagen bij de richtlijn nr. 95/50/EG. Dit heeft niet geleid tot wijziging van bijlage 2.

De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) wordt momenteel gereorganiseerd. De verwijzingen in deze regeling (bijlage 2 en 3) naar de verschillende divisies van de IVW of het desbetreffende hoofd daarvan, zijn daarom vervangen door een algemene verwijzing naar de IVW of de Inspecteur-Generaal.

Bijlage 2 bevat de voor Nederland aanvullende voorschriften welke specifiek zien op de Nederlandse situatie.

Bijlage 3 de erkende instanties die zijn bevoegd de taken uit te voeren genoemd in de desbetreffende randnummers.

Bijlage 4 bevat de rijkskeuringsvoorschriften. Op de wijzigingen in deze bijlagen zal hieronder worden ingegaan.

Deze wijziging van de VLG zal naar verwachting geen invloed uitoefenen op de administratieve lasten. De meeste wijzigingen in de bijlagen 2, 3 en 4 zijn redactioneel van aard. Nieuw zijn de in bijlage 1 opgenomen internationale voorschriften betreffende security. Dit betreft met name doelvoorschriften, die een inspanning vereisen van het bedrijfsleven, welke geen informatieverplichtingen richting de overheid inhouden. Het bedrijfsleven gaat zelf, nationaal en internationaal, richtlijnen opstellen ter uitvoering van deze internationale voorschriften. Nederland stelt geen extra eisen boven op de internationale die gelden voor het binnen Nederland vervoeren van gevaarlijke stoffen over land. Security heeft betrekking op maatregelen of voorzorgsmaatregelen om potentieel misbruik met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen, die zouden kunnen leiden tot het in gevaar brengen van personen, eigendommen of het milieu, te minimaliseren. Deze internationale bepalingen zijn bovendien minder vergaand dan die voor het vervoer door de lucht en over zee. Voor haventerreinen gelden dan ook al de nodige regels. Het gaat bij het vervoer binnen Nederland om een verhoogde bewustwording van de security-aspecten. Eventueel extra kosten zouden kunnen samenhangen met het opstellen van security-plan voor de zeer risicovolle stoffen. Op dit moment is hiervan echter nog geen volledige inschatting van te maken. Het gaat om een beperkte doelgroep binnen de branche die met de zeer risicovolle stoffen werkt, waarbij grote bedrijven reeds beschikking over vormen van beveiligingsplanning. Voorop staat dat Nederland zoals gezegd, geen extra eisen voorschrijft die boven de internationale voorschriften uitgaan.

Artikelsgewijs

A

In de regeling worden nu uitdrukkelijk twee richtlijnen vermeld. Deze waren niet gedefinieerd, maar zijn wel geïmplementeerd in de VLG. Met deze wijziging wordt dit alsnog duidelijk.

B

In artikel 4 van de VLG wordt de verwijzing naar het randnummer gewijzigd conform de herstructurering die in 2001 werd doorgevoerd. Met de herstructurering zijn de voorschriften van de verschillende modaliteiten geharmoniseerd en hernummerd. Het randnummer biedt de grondslag voor de multilaterale overeenkomsten, oftewel, de internationale afspraken om vooruitlopend op de wijzigingen van de ADR, conform nieuwe inzichten te vervoeren.

C

Bijlage 1 van de VLG wordt gewijzigd conform de wijzigingen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling. In afwijking van voorgaande jaren worden de wijzigingen niet meer opgenomen in een integrale tekstversie. In de praktijk wordt ruimschoots door het bedrijfsleven in deze behoefte voorzien. De omvang van de wijzigingen is dusdanig dat zij evenals voorheen ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

D

Bijlage 2, hoofdstuk I, bevat de voorschriften die gelden in aanvulling op bijlage 1 bij het vervoer binnen Nederland, en indien daartoe de noodzaak bestaat, in afwijking van bijlage 1. Een drietal redactionele wijzigingen zijn doorgevoerd in dit hoofdstuk. Bijlage 2, hoofdstuk I, heeft voorrang boven bijlage 1, hetgeen uitdrukkelijk was opgenomen in artikel 1 van bijlage 2, hoofdstuk I. Deze zinsnede vervalt daar die voorrang ook geregeld is in artikel 3. Daarbij komt het enkel opnemen in bijlage 2, hoofdstuk I, artikel 3, beter overeen met de opzet van voorschriften opgenomen in bijlage 2 bij de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG). Dit past in het streven naar geharmoniseerde regelgeving.

In randnummer 1.5.1.1 N is een zinsnede toegevoegd. 1.5.1.1. N betreft de internationaal gegeven mogelijkheid om, in afwachting van het aanpassen van de internationale regelgeving naar aanleiding van de technische en industriële ontwikkeling, alvast tijdelijke afwijkingen toe te staan van het ADR, welke maximaal 5 jaar duren. Deze zogenaamde multilaterale overeenkomsten worden rechtstreeks tussen landen die partij zijn bij het ADR, overeengekomen en het is dan ook aan het individuele land om al dan niet deel te nemen. In 1.5.1.1 N wordt geregeld dat binnen Nederland conform de multilaterale overeenkomsten mag worden vervoerd. Uiteraard betreft het daarbij de multilaterale overeenkomsten die door Nederland zijn ondertekend, hetgeen nu uit de tekst blijkt. Ook dit is conform een recente wijziging van de VSG.

In randnummer 8.2.1 N is onderdeel b, onder 2°, gewijzigd. Het betreft hier een uitzondering voor de brandweer. Het randnummer is nu zodanig gewijzigd dat het doel, het bijhouden van het kennisniveau opdat het veiligheidsniveau aanvaardbaar hoog blijft, beter tot uitdrukking komt. In de praktijk is namelijk sprake van herhalingsdagen om het vereiste kennisniveau op peil te houden. Daarbij is dit randnummer redactioneel aangepast.

In bijlage 2, hoofdstuk II, is artikel 2 aangepast. Het betreft hier geen inhoudelijke wijziging. In de praktijk bleek de bewoording van artikel 2, hoewel juridisch sluitend, soms onduidelijkheid te creëren. Het is daarom iets gewijzigd in opzet waarmee ondubbelzinnig tot uitdrukking komt dat gevaarlijke stoffen uitsluitend mogen worden geladen en gelost op adressen welke verband houden met het vervoer (afzender, vuller, belader en geadresseerde) als ook op de plaatsen waar gevaarlijke stoffen worden aangewend. Achtergrond voor dit artikel was dat geladen en gelost werd op willekeurige parkeerplaatsen hetgeen uiteraard ongewenst is. Op de hierboven bedoelde adressen is dikwijls sprake van een milieuvergunning. De IBC (intermediate bulk container), zijnde een verpakking, is niet meer opgenomen in dit artikel, daar verpakkingen reeds elders in bijlage 1 is geregeld.

Artikel 3 is aangevuld met enerzijds twee UN-nummers, 1978 en 1011 (propaan en butaan) van welke de stofeigenschappen overeenkomen met het reeds opgenomen UN-nummer 1965 (LPG – een mengsel van propaan en butaan), anderzijds met stationaire drukreservoirs welke evenals de reeds opgenomen stationaire drukhouders, leeg en ongereinigd, per 1 januari 2005 internationaal zijn uitgezonderd van de voorschriften, doch welke in Nederland dusdanig gevaarlijk worden geacht dat deze niet door de tunnels mogen. In Nederland wordt immers veel LPG vervoerd in verhouding tot de bevolkingsdichtheid.

De tabellen 3 en 4 zijn anders opgezet. Voorheen werden alle stoffen in de tabellen opgenomen die overeenkomstig artikel 3 en 4 routeringsplichtig zijn. Dit had tot effect dat de tabel telkens werd aangepast met de komst van een nieuwe stof. Er is nu besloten tot een nieuwe opzet waarbij de categorie stoffen wordt aangeduid. Hierdoor zal ook een nieuwe stof binnen een categorie onder de reikwijdte van de tabellen en dus van artikel 3 en 4 van bijlage 2 vallen. Inhoudelijk is hierbij geen verandering beoogd, doch het kan voorkomen dat een enkele stof die reeds opgenomen was, of juist niet, al dan niet binnen een genoemde categorie valt, waardoor er voor enkele stoffen afwijkingen kunnen optreden. Voor wat betreft klasse 1 zij opgemerkt dat in deze categorie ‘alle stoffen’ zijn opgenomen. Tot nu toe was het nooit toegestaan explosieve stoffen in tanks te vervoeren, reden waarom er bij deze categorie in de tabel niks was opgenomen. Recentelijk is internationaal echter voor een tweetal stoffen een uitzondering gemaakt, terwijl het binnen Nederland nog steeds niet wenselijk wordt geacht dat explosieve stoffen in tanks door tunnels wordt vervoerd. In de praktijk zal dit dus niet tot een verandering leiden binnen Nederland. Ten onrechte was eerder een zin weggevallen betreffende het vervoer van klasse 1 in colli. Uitgezonderd waren de stoffen en voorwerpen van subklasse 1.4. Deze zin is wederom toegevoegd.

Bij artikel 6 betreffende de weersomstandigheden werd vroeger een noot opgenomen omtrent de vindplaats van zowel de laatste weersomstandigheden als waar de ontheffing kon worden gekregen. Inmiddels is het bestaande praktijk dat de IVW dergelijke ontheffingen verleent en is de burger dusdanig bekwaam in het achterhalen van informatie betreffende de laatste weersomstandigheden, onder andere via het internet, dat deze noot vervalt conform de kwaliteitseisen voor de wetgeving.

Artikel 7 is gewijzigd om de doublure die bestond met tabel 5 op te heffen. Hierdoor vindt geen inhoudelijke wijziging plaats. De artikelen 8–10 zijn redactioneel aangepast.

E

In bijlage 3 zijn een aantal naamswijzigingen doorgevoerd in tabel 1 en in artikel 2. Zoals hierboven reeds werd aangegeven wordt de IVW gereorganiseerd. De IVW wordt nu genoemd zonder verdere specificatie naar onderdelen daarbinnen.

Stoomwezen B.V. is Lloyds Register Nederland B.V. (LR) geworden. TNO (de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek) is ook gereorganiseerd, waarbij TNO PML (Het Prins Maurits Laboratorium van TNO) in deze bijlage wordt vervangen door TNO DV: Defensie en Veiligheid van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek.

Inhoudelijk gewijzigd is tabel 1 in het opzicht dat een tweetal security-voorschriften zijn opgenomen. Voor randnummer 1.10.1.6 is de CCV aangewezen (de CCV is een zelfstandige divisie van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)) als bevoegde autoriteit; en voor randnummer 1.10.3.2.2 is dit de politie geworden.

F

Bijlage 4 bevat de rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen. De bij deze regeling opgenomen wijzigingen zijn met name redactioneel van aard. Enerzijds wordt een verwijzing in artikel 94 van deze bijlage correctief gewijzigd van artikel 93 tot artikel 92. Anderzijds wordt de bijlage aangepast ten aanzien van het nieuwe waarmerk dat de RDW per 1 januari 2005 is gaan voeren. Dit waarmerk werd gedefinieerd in artikel 66 van deze bijlage en was opgenomen in een aanhangsel bij de bijlage. Na de invoering van het nieuwe waarmerk zal men in de praktijk het oude waarmerk nog steeds tegen kunnen komen ten aanzien van keuringen die zijn uitgevoerd voor 1 januari 2005, maar keuringen na deze datum uitgevoerd, zullen worden afgedaan met het nieuwe keurmerk.

De volgende testen worden gewaarmerkt: Initiële testen en Hydraulische proefpersingen, met een geldigheid van 5 jaar voor tankcontainers (ADR) en 6 jaar voor voertuigtanks. Dichtheidsbeproevingen met een geldigheid van 2,5 jaar voor tankcontainers (ADR) en 3 jaar voor voertuigtanks.

Het in het waarmerk opgenomen nummer is een nummer dat aan een bepaalde keurder wordt toegekend. Hiermee wordt het binnen de keuringsinstantie mogelijk een extra kwaliteitscontrole uit te voeren.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

Bijlage 2, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen

Aanvullende Voorschriften

Hoofdstuk I. Bepalingen voor uitsluitend binnenlands vervoer

Artikel 1. Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen dat uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt.

Artikel 2. Implementatie van richtlijn nr. 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

1. De Minister kan tijdelijk ontheffing of vrijstelling van bijlage 1 verlenen, indien het betreft proefnemingen die nodig zijn om bepalingen van die bijlage te kunnen wijzigen met het oog op de aanpassing ervan aan de technische of industriële ontwikkelingen. Van een dergelijke vrijstelling of ontheffing doet de Minister mededeling aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

2. De ontheffingen en vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, worden verleend zonder onderscheid naar nationaliteit of vestigingsplaats van de afzender, de vervoerder of de geadresseerde, hebben een looptijd van ten hoogste vijf jaar en zijn niet hernieuwbaar.

3. Ontheffing van deze regeling als bedoeld in artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, anders dan bedoeld in het eerste en tweede lid, verleent de Minister slechts, indien deze ontheffing betrekking heeft op één geval dat naar zijn oordeel duidelijk omschreven en in tijd beperkt is.

Artikel 3. N-bepalingen

De N-bepalingen in dit hoofdstuk:

a. zijn een aanvulling op bijlage 1; of

b. treden, voor zover zij met de overeenkomstig genummerde bepalingen van bijlage 1 niet overeenstemmende verplichtingen bevatten, in plaats van bedoelde verplichtingen van de overeenkomstig genummerde bepalingen van bijlage 1.

1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten

1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van bijlage 1, die door Nederland zijn ondertekend.

2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.

5.2.1. N Opschriften, kenmerking en gevaarsetiketten

De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.

5.4.1.4. N Vervoerdocument

Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.

6.8.3.2. N Uitrusting van tankwagens voor propaan, butaan en mengsels daarvan

In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van bijlage 1, en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.

Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dashboard en een intermitterende claxon in de cabine.

6.8.3.4. N Inspectie

In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.

8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden

Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.

8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder

Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van bijlage 1 is niet van toepassing op bestuurders van:

a. motorrijtuigen met beperkte snelheid als bedoeld in het Voertuigreglement, waarmee lege, ongereinigde tanks met een capaciteit van ten hoogste 3 m3 worden vervoerd, die dieselolie, gasolie en lichte stookolie hebben bevat; of

b. brandweervoertuigen die gevaarlijke stoffen bevatten, mits:

1°. op deze voertuigen gediplomeerd brandweerpersoneel in de zin van het Besluit brandweerpersoneel aanwezig is; en

2°. het met diploma behaalde veiligheidsniveau van dit personeel is gewaarborgd.

9.2.3.1. N Reminrichting

Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van bijlage 1 (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.

9.7.5.1. N Stabiliteit

In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van bijlage 1, behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan artikel 3.3.9 van het Voertuigreglement.

Hoofdstuk II. Bepalingen voor elk vervoer op Nederlands grondgebied

Artikel 1. Toepassingsbereik

1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en is gebaseerd op de randnummers 1.9.2, 1.9.3 en 1.9.4 van bijlage 1.

2. Dit hoofdstuk is, behoudens artikel 3, eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing op het vervoer dat plaatsvindt overeenkomstig de randnummers 1.1.3 en 3.4.6 van bijlage 1.

Artikel 2. Laad- en losplaats

Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC, bulkcontainer of mobiele tank gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van bijlage 1 te laden of te lossen elders dan:

a. op het adres van de afzender, vuller, belader en de geadresseerde, of

b. op plaatsen waar gevaarlijke stoffen worden aangewend.

Artikel 3. Tunnelregime

1. Het is verboden:

a. de in tabel 3 vermelde gevaarlijke stoffen te vervoeren door tunnels van categorie I, genoemd in tabel 1;

b. de in tabel 4 vermelde gevaarlijke stoffen te vervoeren door tunnels van categorie II, genoemd in tabel 2;

c. stationaire drukreservoirs en stationaire drukhouders die zijn vrijgesteld ingevolge randnummers 1.1.3.1 en 1.1.3.2 die mengsels van koolwaterstoffen met UN-nummers 1011, 1965 of 1978 hebben bevat, te vervoeren door tunnels van categorie I of II.

2. De in dit artikel bedoelde tunnels worden aangeduid met verkeersbord C 22, bedoeld in bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Onder het bord wordt een onderbord geplaatst waarop met Romeinse cijfers de categorie van de tunnel wordt aangegeven.

Tabel 1. Tunnels van categorie I

Naam

Wegnr.

Plaats

Onder

Beneluxtunnel

A4

bij Vlaardingen en Hoogvliet

Nieuwe Waterweg

Coentunnel

A10

in Amsterdam

Noordzeekanaal

Drechttunnel

A16

tussen Zwijndrecht en Dordrecht

Oude Maas

Noordtunnel

A15

tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam

Noord

Sytwendetunnel

N14

Leidschendam-Voorburg

Stadsgebied Leidschendam-Voorburg

Thomassentunnel

N15

Rotterdam

Calandkanaal

Vlaketunnel

A58

tussen Kruiningen en Kapelle

Kanaal door Zuid-Beveland

Westerscheldetunnel

N62

tussen Terneuzen en Goes

Westerschelde

Wijkertunnel

A9

tussen Beverwijk en Velsen

Noordzeekanaal

Zeeburgertunnel

A10

in Amsterdam

IJ

Tabel 2. Tunnels van categorie II

Naam

Wegnr.

Plaats

Onder

Botlektunnel

A15

tussen Hoogvliet en Rozenburg

Oude Maas

Heinenoordtunnel

A29

tussen Barendrecht en Oud-Beijerland

Oude Maas

IJtunnel

stedelijke weg te Amsterdam

IJ

Kiltunnel

S43

tussen Dordrecht en ’s-⁠Gravendeel

Dordtse Kil

Maasboulevard

stedelijke weg te Maastricht

Stedelijk gebied Maastricht

Maastunnel

stedelijke weg te Rotterdam

Nieuwe Maas

Piet Heintunnel

stedelijke weg te Amsterdam

Amsterdam-Rijnkanaal

Velsertunnel

A22

bij Velsen

Noordzeekanaal

Artikel 4

Het vervoer van de stoffen die in tabel 3 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Tabel 3

Klasse

Vervoer in tanks

Losgestort vervoer

Vervoer in colli in hoeveelheden groter dan 1.1.3.6

1

Alle stoffen

Alle stoffen

Vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram alsmede alle stoffen en voorwerpen boven de hoeveelheden als bedoeld in 1.1.3.6 met uitzondering van de stoffen en voorwerpen genoemd onder subklasse 1.4

2

Alle brandbare en/of giftige gassen waarvoor een etiket volgens modelnr. 2.1 en/of 2.3 is voorgeschreven

  

4.1

  

Zelfontledende stoffen met explosieve eigenschappen

(type B), stoffen waarvoor een etiket volgens modelnr. 4.1 en 1 is voorgeschreven

4.2

Stoffen van verpakkingsgroep I

  

4.3

Alle stoffen

Alle stoffen

 

5.2

  

Organische peroxides met explosieve eigenschappen (type B), stoffen waarvoor een etiket volgens modelnr. 5.2 en 1 is voorgeschreven

6.1

Bij inademen giftige stoffen van verpakkingsgroep I, zoals UN-nummers 1092, 1238, 1239, 1259, 1613, 1695, 2334, 2382, 2438 en 3294, 3381, 3382, 3383, 3384, 3385, 3386, 3387, 3388, 3389, en 3390

  

8

Bij inademen giftige stoffen van verpakkingsgroep I, zoals UN-nummers 1052, 1744, 1786, 1790, en 1831

De stoffen met de volgende UN-nummers: 1829, 2240, 2502 en 2817

 

UN-nummer 2502

lege tanks, voertuigen of containers ongereinigd van hierboven genoemde stoffen

 
Tabel 4

Klasse

Vervoer in tanks

Losgestort vervoer

Vervoer in colli in hoeveelheden groter dan 1.1.3.6

1

Alle stoffen

Alle stoffen

Alle stoffen en voorwerpen boven de hoeveelheden als bedoeld in 1.1.3.6 alsmede vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram

2

Alle brandbare en/of giftige gassen waarvoor een etiket volgens modelnr. 2.1 en/of 2.3 is voorgeschreven

 

Alle brandbare gassen waarvoor een etiket volgens modelnr. 2.1 is voorgeschreven

3

Stoffen van verpakkingsgroep I en II

 

Stoffen van verpakkings-groep I en II

4.1

  

Zelfontledende stoffen met explosieve eigenschappen (type B), stoffen waarvoor een etiket volgens model 4.1 en 1 is voorgeschreven

4.2

Alle stoffen

Alle stoffen

Alle stoffen

4.3

Alle stoffen

Alle stoffen

Alle stoffen

5.2

Alle stoffen

 

Alle stoffen

6.1

Bij inademen giftige stoffen van verpakkingsgroep I, zoals UN-nummers 1092, 1238, 1239, 1259, 1613, 1695, 2334, 2382, 2438 en 3294, 3381, 3382, 3383, 3384, 3385, 3386, 3387, 3388, 3389, en 3390

Stoffen van verpakkingsgroep I met UN-nummers 1098, 1143, 1163, 1182, 1185, 1244, 1251, 1994, 2482, 2484, 2485, 2606, 2929, 3279

 

Bij inademen giftige stoffen van verpakkingsgroep I, zoals UN-nummers 1051, 1092, 1238, 1239, 1259, 1613, 1614, 1695, 2334, 2382, 2407, 2438, 2480 en 3294, 3381, 3382, 3383, 3384, 3385, 3386, 3387, 3388, 3389, en 3390

Stoffen van verpakkingsgroep I met UN-nummers 1098, 1143, 1163, 1182, 1185, 1244, 1251, 1994, 2482, 2484, 2485, 2606, 2929, 3279

8

Alle stoffen

Alle stoffen

Alle stoffen

Lege tanks, voertuigen of containers ongereinigd van hierboven genoemde stoffen

Artikel 5. Laden en lossen

Het laden of lossen van ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de vrijgestelde hoeveelheden van randnummer 1.1.3.6 van bijlage 1 alsmede vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundige.

Artikel 6. Weersomstandigheden

1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:

a. gevaarlijke stoffen te vervoeren in transporteenheden met tanks waarvan de capaciteit meer dan 3000 liter is;

b. vuurwerk te vervoeren boven de vrijgestelde hoeveelheden als bedoeld in randnummer 1.1.3.6, alsmede vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram.

2. Het is niet toegestaan gevaarlijke stoffen te vervoeren in tanks, losgestort of in colli, in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de voorwaardelijk vrijgestelde hoeveelheden bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van bijlage 1 en vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram:

a. indien door weersomstandigheden het zicht minder is dan 50 m; of

b. bij glad wegdek.

3. De Minister kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid vermelde verbod bij glad wegdek, indien:

a. sprake is van langdurige gladheid; en

b. het spoedeisende karakter van het vervoer naar zijn oordeel genoegzaam is aangetoond.

Artikel 7. Zout veer

1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:

a. Den Helder–Texel;

b. Harlingen–Vlieland;

c. Harlingen–Terschelling;

d. Holwerd–Ameland;

e. Lauwersoog–Schiermonnikoog.

2. Tabel 5 vermeldt de stoffen, wijze van vervoer en hoeveelheden waarvan het vervoer verboden is met een zout veer.

3. Het vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan vermeld in tabel 5, is slechts toegestaan indien het betreft:

a. ten hoogste twee transporteenheden als laatste geplaatst op een open rijdek; of

b. ten hoogste één transporteenheid als laatste geplaatst op een gesloten rijdek.

4. Op een gesloten rijdek van een zout veer wordt geen transporteenheid geplaatst die beladen is met stoffen van klasse 3 met verpakkingsgroep I en II.

5. Rondom de transporteenheden beladen met gevaarlijke stoffen worden in horizontale richting een vrije ruimte aangehouden van ten minste twee meter en een afstand van ten minste vijf meter ten opzichte van passagiers.

6. De bestuurder of bijrijder van een transporteenheid met gevaarlijke stoffen blijft tijdens de vaart bij zijn voertuig.

7. De bestuurder van een transporteenheid beladen met andere gevaarlijke stoffen dan die zijn vermeld in tabel 5, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.

8. Rederijen kunnen aanvullende of beperkende maatregelen treffen.

Tabel 5

Klasse

Vervoer in tanks

Losgestort vervoer

Vervoer in colli in hoeveelheden groter dan 1.1.3.6

1

Alle stoffen

Alle stoffen

a. alle stoffen en

b. vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram

2

Alle brandbare en/of giftige gassen waarvoor een etiket volgens modelnr. 2.1 en/of 2.3 is voorgeschreven.

 

Alle brandbare gassen waarvoor een etiket volgens modelnr. 2.1 is voorgeschreven.

3

Stoffen met bijkomend gevaarsetiket 6.1 en/of 8 van verpakkingsgroep I en II.

 

Stoffen met bijkomend gevaarsetiket 6.1 en/of 8 van verpakkingsgroep I en II.

4.1

  

Zelfontledende stoffen met explosieve eigenschappen (type B ), stoffen waarvoor een etiket volgens modelnr. 4.1 en 1 is voorgeschreven.

4.2

Alle stoffen

Alle stoffen

Alle stoffen

4.3

alle stoffen

alle stoffen

alle stoffen

5.2

alle stoffen

 

alle stoffen

6.1

bij inademen giftige stoffen van verpakkingsgroep I, zoals UN-nummers 1092, 1238, 1239, 1259, 1613, 1695, 2334, 2382, 2438 en 3294, 3381, 3382, 3383, 3384, 3385, 3386, 3387, 3388, 3389, en 3390.

stoffen van verpakkingsgroep I met UN-nummers 1098, 1143, 1163, 1182, 1185, 1244, 1251, 1994,, 2482, 2484, 2485, 2606, 2929, 3279

 

bij inademen giftige stoffen van verpakkingsgroep I, zoals UN-nummers 1051, 1092, 1238, 1239, 1259, 1613, 1614, 1695, 2334, 2382, 2407, 2438, 2480 en 3294, 3381, 3382, 3383, 3384, 3385, 3386, 3387, 3388, 3389, en 3390.

stoffen van verpakkingsgroep I met UN-nummers 1098, 1143, 1163, 1182, 1185, 1244, 1251, 1994,, 2482, 2484, 2485, 2606, 2929, 3279

6.2

UN-nummers 2814, 2900

 

UN-nummers 2814, 2900

8

alle stoffen

alle stoffen

alle stoffen

lege tanks, voertuigen of containers ongereinigd van hierboven genoemde stoffen

Artikel 8. Pont

Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:

a. een transporteenheid beladen met ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1;

b. wordt met voorrang op de pont toegelaten boven andere voertuigen of personen;

c. tijdens een transport als bedoeld in onderdeel a bevinden zich geen andere voertuigen of personen op de pont, tenzij deze personen behoren tot de bemanning van de transporteenheid dan wel benodigd zijn voor de bediening van de pont;

d. transporteenheden met tank(s) geëtiketteerd en gekenmerkt ingevolge randnummers 5.3.1 en 5.3.2 van bijlage 1 worden zodanig op de pont geplaatst dat zij snel kunnen worden verwijderd; en

e. de bestuurder van een transporteenheid, beladen met gevaarlijke stoffen, verstrekt, alvorens de pont op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.

Artikel 9. Kenmerking en etikettering der voertuigen

Afgekoppelde aanhangwagens en opleggers zijn voorzien van de etikettering en kenmerking die ingevolge randnummers 5.3.1 en 5.3.2 van bijlage 1 zijn voorgeschreven als zijnde aan een trekkend voertuig gekoppeld.

Artikel 10. Toelating van voertuigen, tankcontainers en kleine mobiele tanks

1. In dit artikel wordt verstaan onder ‘kleine mobiele tanks’: vaste tanks met een inhoud van ten hoogste 1 m3, bestemd voor het vervoer van dieselolie, gasolie of lichte stookolie.

2. De volgende voertuigen, tankcontainers en mobiele tanks kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer:

a. in Nederland geregistreerde, ingevolge deze regeling keuringsplichtige voertuigen als bedoeld in randnummer 9.1.3.1 van bijlage 1;

b. in Nederland geregistreerde, ingevolge deze regeling keuringsplichtige tankcontainers; of

c. in Nederland beproefde en toegelaten kleine mobiele tanks.

3. De goedkeuring wordt geweigerd, indien een transportmiddel als bedoeld in het tweede lid naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet voldoet aan deze regeling.

4. In afwijking van het derde lid kunnen transportmiddelen, waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze regeling, worden goedgekeurd, indien de technische inrichting en uitrusting der transportmiddelen naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer een ten minste gelijkwaardige veiligheid bieden.

5. De eigenaar of houder van een transportmiddel als bedoeld in het tweede lid stelt na een aanrijding of ongeval waardoor beschadiging van het transportmiddel is ontstaan, de Dienst Wegverkeer hiervan onverwijld in kennis.

6. De eigenaar of houder van een transportmiddel als bedoeld in het tweede lid, zorgt dat dit transportmiddel voor onderzoek aan de Dienst Wegverkeer wordt aangeboden:

a. telkenmale voordat de laatste goedkeuring haar geldigheid verliest;

b. na een belangrijke herstelling; of

c. wanneer de Dienst Wegverkeer een onderzoek om redenen van veiligheid noodzakelijk acht.

7. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het zesde lid, blijkt, dat een transportmiddel als bedoeld in het tweede lid niet aan deze regeling voldoet, is de eigenaar of houder ervan verplicht te zorgen dat dit niet weer in gebruik wordt genomen voordat uit een hernieuwd onderzoek is gebleken dat de door de Dienst Wegverkeer nodig geachte voorzieningen zijn aangebracht; in afwachting van het hernieuwde onderzoek kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht op eerste vordering van of vanwege de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument af te geven.

8. Indien een transportmiddel als bedoeld in het tweede lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zevende lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.

Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Artikel 1

De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:

a. heeft betrekking op een representatief deel van het vervoer;

b. wordt verricht overeenkomstig artikel 3 van verordening (EEG) nr. 4060/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 inzake de afschaffing van controles aan de grenzen van de lidstaten voor wegvervoer en binnenvaart (PbEG L 390) en verordening (EEG) nr. 39123/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 inzake in de Gemeenschap in het wegvervoer en de binnenvaart uitgevoerde controles van in een derde land ingeschreven of tot het verkeer toegelaten vervoermiddelen (PbEG L 359);

c. wordt uitgevoerd met toepassing van de controlelijst, bedoeld in bijlage I van richtlijn nr.95/50/EG;

d. wordt uitgevoerd door middel van steekproeven en omvat zoveel mogelijk een groot deel van het wegennet.

2. Wanneer het toezicht is uitgevoerd, ontvangt de bestuurder van het betrokken voertuig een verklaring van de verrichte controle, welke verklaring zoveel mogelijk luidt conform de controlelijst, bedoeld in bijlage I van richtlijn nr. 95/50/EG.

Artikel 3

1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.

2. Indien het toezicht op de naleving in de onderneming wordt gehouden en overtredingen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II van richtlijn nr. 95/50/EG, wordt het betrokken vervoer voor het verlaten van de onderneming in overeenstemming gebracht met de voorschriften, dan wel worden andere naar het oordeel van de Minister gepaste maatregelen genomen.

Artikel 4

Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.

Artikel 5

Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.

Artikel 6

Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.

Bijlage 3, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen

Erkende instanties

Artikel 1. Erkende instanties

1. In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1 voor zover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.4.2.2.4, 1.8.1.1, 1.8.1.2. 1.8.1.3, 1.8.1.4, 1.8.2.2, 1.8.2.3, 1.8.3.5

IVW

1.8.3.7, 1.8.3.8, 1.8.3.10, 1.8.3.14, 1.8.3.16

SEV

1.9.4

DGG

1.10.1.6

CCV

1.10.3.2.2, Opmerking

politie

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO DV

2.2.1.1.3

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria, 2.2.41.1.13

2.2.51.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria, 2.2.52.1.8

TNO DV

2.2.62.1.8, 2.2.62.1.9, Opmerking

LNV of VWS

2.2.9.1.12

VROM

3.1.2.6

LR

3.3.1, bijzondere bepalingen 16 en 178

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

3.3.1, bijzondere bepalingen 181, 237, 239, 266, 271, 272 en 278

TNO DV

3.3.1, bijzondere bepaling 283

LR

3.3.1, bijzondere bepalingen 288, 309, 311

TNO DV

3.3.1, bijzondere bepaling 645

IVW

4.1.3.6

LR

4.1.4.1, P099, P101

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

4.1.4.1, P200, P201, P203

LR

4.1.4.1, P405 (2) b)

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

4.1.4.1, P601 (3) g)

TNO PTC

4.1.4.1, P902, 4.1.4.1, P905

LR

4.1.4.2 IBC99, 4.1.4.2 IBC520, 4.1.4.2 LP99

TNO DV

4.1.4.3 LP902, 4.1.4.4 PR6, 4.1.6.2

LR

4.1.5.15, 4.1.5.18

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

4.1.7.2.2

TNO DV

4.1.10.4, MP21

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft classificatie van uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie en toelating van de verpakking ervan

4.2.1.7, 4.2.1.9.1

RDW/LR /klassenbureau

4.2.1.13.1, 4.2.1.13.3

RDW in overeenstemming met TNO DV

4.2.3.7.1, 4.2.5.1.1

RDW/LR

4.2.5.3 TP4, TP9, TP10, TP16, TP24

RDW/LR/Klassenbureau

4.3.2.1.5, voetnoot 2, 4.3.3.2.5

RDW/LR

4.3.5, TU39

RDW in overeenstemming met TNO DV

5.2.2.1.9

TNO DV

5.5.1.2, 5.5.1.3

LNV of VWS

6.1.1.2, 6.1.1.4

TNO PTC in overeenstemming met DGG

6.1.3.1, 6.1.3.8

TNO PTC

6.1.4.8.8, 6.1.4.13.7

TNO PTC in overeenstemming met DGG

6.1.5.1.1, 6.1.5.1.3, 6.1.5.1.5, 6.1.5.1.10

6.1.5.2.5, 6.1.5.9.2

TNO PTC

6.2.1.1.2

SZW

6.2.1.3.3.5.4, 6.2.1.4.1, 6.2.1.4.2, 6.2.1.4.3, 6.2.1.4.5, 6.2.1.5.1 g), 6.2.1.5.3, 6.2.1.6.1, 6.2.1.7.1, 6.2.1.7.3, 6.2.1.7.6, 6.2.1.7.7, 6.2.3, 6.2.3.2.2, 6.2.5, 6.2.5.1.3, 6.2.5.2.1

Opmerking 2, 6.2.5.6.2.1, 6.2.5.6.2.2, 6.2.5.6.2.3, 6.2.5.6.2.4, 6.2.5.6.2.6, 6.2.5.6.3.2, 6.2.5.6.3.3, 6.2.5.6.4.2, 6.2.5.6.4.3, 6.2.5.6.4.4, 6.2.5.6.4.5, 6.2.5.6.4.6, 6.2.5.6.4.8, 6.2.5.6.4.9, 6.2.5.6.4.10, 6.2.5.6.4.11, 6.2.5.7, 6.2.5.8.1, 6.2.5.8.3, 6.2.5.8.6

LR

6.3.1.1, 6.3.2.7, 6.3.3.2

TNO PTC

6.5.1.1.2

TNO PTC in overeenstemming met DGG

6.5.1.1.3

TNO PTC

6.5.1.6.1

TNO PTC in overeenstemming met DGG

6.5.1.6.4, 6.5.1.6.7, 6.5.2.1.1, 6.5.2.2.3, 6.5.2.2.4, 6.5.4.1.1, 6.5.4.2.1, 6.5.4.2.2, 6.5.4.3.4, 6.5.4.13.2, 6.5.4.14.1

TNO PTC

6.6.1.2, 6.6.1.3

TNO PTC in overeenstemming met DGG

6.6.3.1, 6.6.5.1.1, 6.6.5.1.3, 6.6.5.1.5, 6.6.5.1.7, 6.6.5.1.8, 6.6.5.4.3

TNO PTC

6.7.1.2

RDW/LR

6.7.2.2.1, 6.7.2.2.10, 6.7.2.2.14

RDW/LR/klassenbureau

6.7.2.3.1, 6.7.2.3.3.1

RDW/LR

6.7.2.4.3, 6.7.2.6.2, 6.7.2.6.3, 6.7.2.6.4, 6.7.2.7.1, 6.7.2.8.3, 6.7.2.10.1, 6.7.2.12.2.4, 6.7.2.18.1, 6.7.2.19.5, 6.7.2.19.9, 6.7.2.19.10

RDW/LR/klassenbureau

6.7.3.2.1, 6.7.3.2.11, 6.7.3.3.3.1, 6.7.3.7.3, 6.7.3.8.1.2, 6.7.3.14.1, 6.7.3.15.3, 6.7.3.15.5, 6.7.3.15.9, 6.7.3.15.10, 6.7.4.2.1, 6.7.4.2.8.1, 6.7.4.2.8.2, 6.7.4.2.14, 6.7.4.3.3.1, 6.7.4.5.10

6.7.4.6.4, 6.7.4.7.4, 6.7.4.13.1, 6.7.4.14.3, 6.7.4.14.6 b)

RDW/LR

6.7.4.14.10, 6.7.4.14.11

RDW/LR/klassenbureau

6.7.5.2.9, 6.7.5.4.1, 6.7.5.4.3, 6.7.5.11.1

RDW/LR

6.7.5.12.3, 6.7.5.12.7

RDW/LR/klassenbureau

6.8.2.1.4, 6.8.2.1.16, 6.8.2.1.19

RDW/LR/klassenbureau

6.8.2.1.20

RDW/LR

6.8.2.1.23, 6.8.2.2.2

RDW/LR/klassenbureau

6.8.2.2.10

RDW

6.8.2.3.1, 6.8.2.4.1 voetnoot 9, 6.8.2.4.2 voetnoot 9, 6.8.2.4.5, 6.8.2.7

RDW/LR/klassenbureau

6.8.3.2.16, 6.8.3.2.26, 6.8.3.4.4

RDW/LR

6.8.3.4.6 b)

RDW/LR/klassenbureau

6.8.3.4.12, 6.8.3.4.16, 6.8.3.7

RDW/LR

6.8.4 TT2, TT7

RDW

6.8.4 TA2

RDW in overeenstemming met TNO DV

6.8.5.2.2

RDW/LR

6.9.1.1, 6.9.2.1, 6.9.2.5, 6.9.2.13, 6.9.2.14.4, 6.9.2.14.5, 6.9.4.2.4, 6.9.4.4.1, 6.9.5.3

RDW

6.11.2.4, 6.11.4.4 (Code BK1)

RDW

7.3.3, VV12, VV13

RDW

7.5.11

burgemeester

7.5.2.2 voetnoot a)

RDW

8.1.4.4

BZK

8.2.1.1, 8.2.1.2, 8.2.1.5, 8.2.1.7, 8.2.1.8, 8.2.1.9, 8.2.2.4.2, 8.2.2.6.1, 8.2.2.6.4, 8.2.2.6.5, 8.2.2.6.7, 8.2.2.7.1.3, 8.2.2.7.1.5, 8.2.2.8.3

CCV

8.5 S1 (4)

burgemeester

9.1.2, 9.1.3

RDW

Artikel 2

1. In tabel 1 wordt verstaan onder:

a. burgemeester: de burgemeester van de desbetreffende gemeente;

b. BZK:

1°. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

2°. ten aanzien van de inspectie: een ieder die een erkenning heeft van de Vereniging van Beveiligingsondernemingen in Nederland (VBON) op grond van de regeling voor de erkenning van onderhoudsbedrijven kleine blusmiddelen (REOB);

c. CCV: zelfstandige divisie van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR);

d. Defensie: Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen van het Ministerie van Defensie;

e. DGG: Minister, namens hem het hoofd van de afdeling Lading en Risicobeleid van het Directoraat-Generaal Goederenvervoer;

f. IVW: Minister, namens deze de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

g. klassenbureau: privaatrechtelijke organisatie die keuringen van tankcontainers of transporttanks uitvoert in opdracht van de fabrikant, de eigenaar of de gebruiker van tankcontainers of transporttanks en die is erkend overeenkomstig artikel 4 van deze bijlage;

h. politie: de Koninklijke Landelijk Politiedienst dan wel de regiopolitie in de desbetreffende regio.

i. LNV: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

j. LR: Lloyd’s Register Nederland B.V.;

k. RDW: Dienst Wegverkeer;

l. RDW/LR:

1°. Dienst Wegverkeer, of

2°. Lloyd’s Register Nederland B.V.;

m. RDW/LR/Klassenbureau:

1°. Dienst Wegverkeer, of

2°. Lloyd’s Register Nederland B.V., of

3°. klassenbureau, voor zover het betreft tankcontainers of transporttanks voor gevaarlijke stoffen, met uitzondering van gassen van klasse 2 (behoudens de dichtheidsproef);

n. SEV: Stichting Exameninstituut Veiligheidsadviseur;

o. SZW: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

p. TNO DV: het kerngebied Defensie en Veiligheid van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;

q. TNO PTC: Product Testing & Consultancy B.V. van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuuwetenschappelijk onderzoek;

r. VROM: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

s. VWS: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

2. Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel b, geldt als merkteken het rijkstypekeur.

Artikel 3

1. In dit artikel wordt verstaan onder:

a. overeenstemming vooraf: de CCV doet schriftelijk een voorstel aan de Minister, die, indien akkoord, instemt;

b. informatie achteraf: de CCV informeert schriftelijk achteraf de Minister door toezending van een jaarlijks verslag, houdende:

1°. aantallen examens;

2°. aantallen geslaagden aan wie een ADR-vakbekwaamheidscertificaat is verstrekt; alsmede

3°. een evaluatie van het in onderdeel a en b genoemde.

2. Bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden als bedoeld in artikel 1 van deze bijlage geeft de CCV toepassing aan tabel 2.

Tabel 2. Specificatie bevoegdheden CCV

ADR-randnummer

Bevoegdheid van de CCV

Overeen-

stemming vooraf

Informatie achteraf

8.2.1.2, 8.2.14 + 8.5; S1, S11, S12, 8.2.21, 8.2.1.2, 8.2.15, 8.2.18, 8.2.19

Afgifte vakbekwaamheids-

certificaten volgens model B.6 en aantekening herhalingscursus

 

X

8.2.1.2, 8.2.1.3, 8.2.1.4, 8.2.2.3.1, 8.2.2.3.2, 8.2.2.3.3, 8.2.2.3.4, 8.2.2.3.5

inhoudelijke eisen opleiding: vaststellen eindtermen

X

 

8.2.2.6.1,8.2.2.6.4, 8.2.2.6.5

goedkeuren van de opleidingen; vaststellen van erkenningsrichtlijn

X

 

8.2.2.7.1.3, 8.2.2.7.1.6

eisen aan examens en wijze van examineren: opstellen van examenrichtlijn en afnemen examen

X

 

Artikel 4. Erkenningsvoorwaarden

1. De Minister kan een instantie erkennen voor het uitvoeren van een of meer taken als bedoeld in artikel 1 van deze bijlage, behalve voor zover in de tabel 1 een taak is toegewezen aan de CCV.

2. Een aanvraag om erkenning, gedaan door een ander dan een orgaan van de rijksoverheid of door de CCV, wordt slechts ingewilligd, indien de aanvrager naar het oordeel van de Minister:

a. rechtspersoonlijkheid heeft;

b. redelijkerwijs onafhankelijk is van de betrokken opdrachtgever;

c. beschikt over voldoende vakbekwaamheid voor de desbetreffende taak op ten minste MBO-niveau;

d. beschikt over een geschikt kwaliteitsborgingssysteem; en

e. voldoet aan andere door de Minister met het oog op het behoorlijk uitvoeren van de desbetreffende taak te stellen nadere voorschriften.

3. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager bewijzen of verklaringen waaruit genoegzaam blijkt, dat hij voldoet aan het tweede lid.

4. Aan de erkenning kan de Minister voorschriften of beperkingen verbinden.

5. De Minister kan een erkenning intrekken of schorsen, indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan dit artikel.

6. De instantie verstrekt de Minister binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar een overzicht van de in dat jaar verrichte keuringen, bevattende goedkeuringen, weigeringen tot goedkeuring, alsmede de redenen voor weigeringen tot goedkeuring.

7. De instantie verstrekt alle inlichtingen die namens de Minister verlangd worden door de Dienst Wegverkeer (RDW) en die betrekking hebben op de leden 2, 3, en 4 voor zover betreffende handelingen met betrekking tot voertuigen en tanks als bedoeld in bijlage 1.

Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 66, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk

Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.

stcrt-2005-54-p19-SC69213-1.gif
  • 1

    Stcrt. 1998, 241; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 25 juni 2004 (Stcrt. 123).

  • 2

    Stcrt. 1998, 247; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 7 december 2004 (Stcrt. 242).