Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2005, 248 pagina 12Besluiten van algemene strekking

Wijziging enkele Paspoortuitvoeringsregelingen 2001

Regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties houdende wijziging van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 en de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001

15 december 2005

Nr. BPR2005/63583

Directoraat-Generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie;

Gelet op artikel 59 van de Paspoortwet;

Besluit:

Artikel I

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 67, zevende lid, komt te luiden:

7. De in het eerste lid, onder e, en in het derde lid bedoelde teruggave van een reisdocument vindt niet plaats, indien het reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g of h, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 97, tweede lid, of artikel 98, tweede lid, van toepassing is.

B

De laatste zin van artikel 98, tweede lid, vervalt.

C

Na hoofdstuk XIV wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk XIVA

Procedures inzake kosteloze verstrekking Nederlandse identiteitskaart

Artikel 100a

1. De burgemeester gaat aan de hand van de in de basisadministratie opgenomen gegevens na of van de aanvrager van een Nederlandse identiteitskaart ingevolge artikel 6, derde lid, van het Besluit paspoortgelden, rechten mogen worden geheven.

2. Indien op grond van de gegevens in de basisadministratie wordt geconcludeerd dat ingevolge artikel 6, derde lid, van het Besluit paspoortgelden rechten mogen worden geheven omdat aan de aanvrager reeds eerder een Nederlandse identiteitskaart kosteloos is verstrekt, wordt, indien de aanvrager dit betwist, dit in het reisdocumentenstation gecontroleerd.

Artikel 100b

De burgemeester draagt ervoor zorg dat iedere ingezetene uiterlijk acht weken voor het bereiken van de leeftijd van veertien jaar er schriftelijk op wordt gewezen dat hij tot het bereiken van de leeftijd van vijftien jaar in aanmerking komt voor een eenmalige kosteloze verstrekking van een Nederlandse identiteitskaart.

Artikel II

De Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 78, zevende lid, komt te luiden:

7. De in het eerste lid, onder e, en in het derde lid bedoelde teruggave van een reisdocument vindt niet plaats, indien het reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g of h, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 110, tweede lid, of artikel 111, tweede lid, van toepassing is.

B

De laatste zin van artikel 111, tweede lid, vervalt.

Artikel III

De Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 32, zesde lid, komt te luiden:

6. De in het vierde lid bedoelde teruggave van een reisdocument vindt niet plaats, indien het reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g of h, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 57, tweede lid, of artikel 58, tweede lid, van toepassing is.

B

De laatste zin van artikel 58, tweede lid, vervalt.

Artikel IV

Deze regeling treedt met in werking met ingang van 1 januari 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, A. Pechtold.

Toelichting

Algemeen

Geen teruggave van een beschadigd reisdocument

Een reisdocument dat zijn geldigheid heeft verloren en is ingehouden of ingeleverd, kan op grond van artikel 67, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN) op verzoek van de houder, onbruikbaar gemaakt aan hem worden teruggeven. In de overige paspoortuitvoeringsregelingen zijn vergelijkbare artikelen opgenomen. Een houder verzoekt veelal om teruggave van het ongeldige reisdocument vanwege de persoonlijke waarde die het document voor hem heeft of omdat het een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat. In een aantal gevallen is het niet toegestaan het reisdocument onbruikbaar gemaakt terug te geven. Deze gevallen worden uitgebreid met het niet teruggeven van paspoorten die zodanig zijn beschadigd dat daarin opgenomen beveiligingskenmerken zijn aangetast, gegevens niet meer leesbaar zijn of een deel ervan ontbreekt. Ook ten aanzien van een reisdocument waarin wijzigingen zijn aangebracht of aantekeningen zijn gesteld door een onbevoegde wordt ondubbelzinnig bepaald dat het niet onbruikbaar gemaakt mag worden teruggeven. Tot slot wordt aan de situaties waarin teruggave niet is toegestaan, toegevoegd de gevallen waarin is gebleken dat in het reisdocument abusievelijk verkeerde gegevens zijn vermeld dan wel anderszins fouten zijn gemaakt bij de vervaardiging van het reisdocument.

Eenmalig gratis Nederlandse identiteitskaart voor veertienjarigen

Met ingang van 1 januari 2005 moet iedereen vanaf veertien jaar zich in Nederland kunnen identificeren. In verband hiermee heeft het kabinet op 8 april 2005 besloten dat met ingang van 1 januari 2006 aan jongeren die veertien jaar worden, eenmalig kosteloos een Nederlandse identiteitskaart (NIK) wordt verstrekt. Met de eenmalige kosteloze verstrekking van een NIK aan veertienjarigen wordt beoogd deze categorie personen, die nog niet in aanmerking komen voor een rijbewijs en ook niet altijd in het bezit zijn van een paspoort, op een eenvoudige en goedkope wijze te voorzien van een document, waarmee zij zich kunnen identificeren. Naar verwachting zal de kosteloze verstrekking van identiteitskaarten een goede uitvoering van de wettelijke identificatieplicht bevorderen. Door aanpassing van het Besluit paspoortgelden is het mogelijk gemaakt dat de kosteloze verstrekking van een identiteitskaart kan plaatsvinden aan personen die binnen acht weken de leeftijd van veertien jaar bereiken dan wel die veertien jaar zijn. De verstrekking van een gratis NIK beperkt zich overigens tot personen die in Nederland woonachtig zijn.

Met het oog op de uitvoering van deze maatregel door de gemeenten is in de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 bepaald dat met gebruikmaking van de gegevens in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en (zonodig) in het reisdocumentenstation (RAAS) wordt nagegaan respectievelijk gecontroleerd of een aanvrager recht heeft op kosteloze verstrekking van een NIK. Daarnaast is een bepaling opgenomen dat jongeren die recht kunnen doen gelden op verstrekking van een gratis NIK hierover bijtijds schriftelijk worden geïnformeerd.

Artikelgewijs

Artikel I

Onder A en B

De uitbreiding van de gevallen waarin teruggave van een reisdocument niet is toegestaan wordt gerealiseerd door in artikel 67, zevende lid, van de PUN ook naar artikel 54, eerste lid, onder b, c en e van de Paspoortwet te verwijzen. Genoemde onderdelen zijn grondslagen om een reisdocument in te houden. Daarnaast is vanuit wetgevingssystematiek de bepaling inzake het teruggeven van een reisdocument in artikel 98, tweede lid, van de PUN thans ondergebracht in artikel 67, zevende lid, van de PUN.

Onder C

Er wordt een nieuw hoofdstuk XIVA ingevoegd waarin de procedures met betrekking tot de verstrekking van een kosteloze NIK zijn uitgewerkt.

Het recht op een kosteloze verstrekking van een NIK bestaat voor de aanvrager vanaf 8 weken voordat dat deze veertien jaar wordt alsmede zijn gehele veertiende levensjaar. Bijkomende voorwaarden zijn dat de aanvrager als ingezetene in de GBA van de gemeente is ingeschreven en aan hem niet eerder een gratis NIK voor veertienjarigen is verstrekt. Het recht op en de voorwaarden voor de verstrekking van een gratis NIK zijn te herleiden uit de artikelen 6, derde lid, jo artikel 2, vijfde lid, van het Besluit paspoortgelden.

In het eerste lid van het nieuwe artikel 100a is bepaald dat aan de hand van de GBA wordt nagegaan of de persoon die een aanvraag voor een NIK indient, recht heeft op kosteloze verstrekking daarvan. Door de GBA te raadplegen kan de ambtenaar aan de balie vaststellen of de aanvrager de juiste leeftijd heeft voor kosteloze verstrekking van een NIK. Het gegeven of de aanvrager reeds eerder een gratis NIK voor veertienjarigen heeft gekregen – en er dus geen recht meer op heeft - is niet als zodanig in de GBA geregistreerd. Dit kan echter wel op basis van de gegevens in de GBA beredeneerd worden. Dit is uitgewerkt in een circulaire die aan de burgemeesters van de gemeenten is gestuurd. Indien de aanvrager het niet eens is met de conclusie van de ambtenaar dat hij niet meer in aanmerking komt voor kosteloze verstrekking van een NIK, dient het reisdocumentenstation (RAAS) te worden geraadpleegd. Dit is bepaald in het tweede lid.

Ingevolge het nieuwe artikel 100b worden jongeren die binnenkort in aanmerking komen voor een gratis NIK hierover schriftelijk door de burgemeester geïnformeerd. De aanschrijfverplichting geldt ook ten aanzien van de jongeren die reeds in het bezit zijn van een geldig reisdocument. De termijn van uiterlijk acht weken voordat een persoon veertien jaar wordt sluit aan bij het moment waarop het recht op een gratis NIK aanvangt.

Artikel II

Onder A en B

Zie artikelgewijze toelichting bij artikel I onder A en B

Artikel III

Onder A en B

Zie artikelgewijze toelichting bij artikel I onder A en B

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

A. Pechtold