Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2005, 221 pagina 10 | Interne regelingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2005, 221 pagina 10 | Interne regelingen |
12 oktober 2005
Nr. MLB/LB-2005/45.867
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. staatssecretaris: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. Medy C. van der Laan;
b. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.
1. Er is een Commissie ‘Evaluatie Stelseltaken Vereniging van Openbare Bibliotheken’.
2. De commissie heeft tot taak een rapport op te stellen voor de staatssecretaris inhoudende de evaluatie van de stelseltaken van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), waarvan de scope en beoogde resultaten de volgende elementen omvatten:
a. Een heldere en eigentijdse omschrijving van het taken- en dienstenpakket van de VOB, geordend naar stelseltaken (‘besteltaken’), verenigingstaken (‘branchetaken’) en, waar van toepassing, opdrachttaken;
b. Een geconcretiseerde beschrijving van de zogenoemde stelseltaken, als invulling van de bestelverantwoordelijkheid van de staatssecretaris voor de openbare bibliotheekvoorziening, mede in het licht van de inhoudelijke vernieuwingsslag die het bibliotheekveld maakt, en een afbakening van deze besteltaken tegenover de taken en verantwoordelijkheden van de VOB jegens haar leden;
c. Aanbevelingen voor een procesmatig efficiënt en inhoudelijk effectief governance-instrumentarium van het Rijk jegens de VOB. Hier wordt met name gedoeld op een beleidscyclus die recht doet aan enerzijds de voorschriften en wensen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betreffende beleidsvormend overleg en verantwoording, en anderzijds aan de soortgelijke rechten en wensen van de leden van de Vereniging jegens de VOB.
3. De evaluatie strekt zich niet uit tot de inrichting van het openbaar bibliotheekstelsel als geheel en de bestelverantwoordelijkheid van het Rijk voor dit stelsel. Ook de positie van de VOB als uitvoerder van de stelseltaken staat in beginsel niet ter discussie. Het staat de commissie echter vrij op eigen gezag en deskundigheid suggesties te doen ten aanzien van het stelsel als geheel of de VOB als uitvoerder van de stelseltaken.
De commissie wordt ingesteld met ingang van heden en wordt opgeheven per 1 maart 2006.
De commissie verstrekt aan de staatssecretaris desgevraagd de voor de uitoefening van haar taak benodigde inlichtingen.
1. Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. de heer dr. A.J. Mulder;
b. mevrouw A. Skolnik;
c. mevrouw drs. J. Calff.
2. De commissie kiest zelf uit haar midden een voorzitter.
3. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, de heer dr. P.P.N.A. Knuijt, ambtenaar bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De secretaris is geen lid van de commissie.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met dien verstande dat de commissie tenminste:
– een oriënterend gesprek voert met de Raad voor cultuur;
– de Stuurgroep Bibliotheken of zijn uitvoeringsorgaan, het Procesbureau Bibliotheekvernieuwing consulteert; en
– nauw contact onderhoudt met de VOB vanwege haar duale functie als uitvoerder van stelseltaken enerzijds en brancheorganisatie anderzijds.
2. De staatssecretaris stelt een werkbudget beschikbaar aan de commissie voor eventuele inzet van ondersteuning door derden.
De commissie brengt uiterlijk 1 februari 2006 haar eindrapport uit aan de staatssecretaris.
De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover geen ambtenaar, ontvangen per vergadering een beloning op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen, waarbij de commissie als algemene Commissie in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 wordt aangemerkt.
1. Voor de kosten van de werkzaamheden van de commissie wordt vooralsnog een werkbudget van maximaal € 25.000,– beschikbaar gesteld (vgl. art. 6.2).
2. De kosten van de commissie komen, voor zover binnen het beschikbaar gestelde budget en voorzover goedgekeurd, voor rekening van de staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,
b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en
c. de kosten voor publicatie van rapportages.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de staatssecretaris aan.
1. De commissie neemt geheimhouding in acht ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.
2. De commissie zorgt ervoor dat door een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie, geheimhouding in acht wordt genomen ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.
Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de staatssecretaris uitgebracht.
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Media, Letteren en Bibliotheken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 maart 2006.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is eindverantwoordelijk voor het decentraal ingerichte stelsel van openbare bibliotheken in Nederland. Deze eindverantwoordelijkheid wordt uitgedrukt in zgn. stelseltaken, die zijn gericht op het bevorderen van de pluriformiteit, samenhang, doelmatigheid en kwaliteit van het bibliotheekstelsel. Voor de uitvoering van deze stelseltaken onderhoudt de staatssecretaris een subsidierelatie met de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) in het kader van de cultuurnota. De VOB is tevens de brancheorganisatie voor de sector van de openbare bibliotheken.
Aan de bedoelde evaluatie liggen met name de volgende aanleidingen ten grondslag:
– Het advies cultuurnota 2005–2008 van de Raad voor cultuur (‘Spiegel van de Cultuur’), waarin wordt bepleit tot een nadere afbakening te komen van de taken die de VOB vervult als uitvoerder van de stelseltaken enerzijds en als brancheorganisatie anderzijds, alsmede tot een nadere specificatie en concretisering van de stelseltaken.
– Het streven van de staatssecretaris te komen tot i) een duidelijke afbakening van taken en verantwoordelijkheden van de overheid en organisaties in het cultuurbestel; ii) een doelmatige en doelgerichte inzet van de rijksmiddelen; en iii) een effectieve en samenhangende ondersteuningsstructuur van het culturele bestel
– De vraag in welke mate de ontwikkeling en instandhouding van de landelijke digitale bibliotheekdiensten gerekend moeten worden tot de structurele bestelverantwoordelijkheid van de staatssecretaris, casu quo tot de structurele besteltaken van de VOB .
– De ingrijpende vernieuwingsoperatie van het stelsel van openbare bibliotheken die eind 2001 in gang is gezet en waarbij de VOB nauw betrokken is.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M.C. van der Laan
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2005-221-p10-SC72286.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.