Vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)⁠so en pro voor het jaar 2006

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2005, nr. PO/BenB/05-42.074, houdende uitvoering van artikel 113 van de Wet op het primair onderwijs, van artikel 111 van de Wet op de expertisecentra en van artikel 18 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging (Vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en pro voor het jaar 2006)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 113 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 111 van de Wet op de expertisecentra en artikel 18 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging;

Besluit:

Artikel 1

Vaststelling bedragen programma’s van eisen Wet op het primair onderwijs

De bedragen van de programma’s van eisen voor de basisscholen en de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, worden met ingang van het jaar 2006 overeenkomstig het bepaalde in artikel 113, vierde en vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs vastgesteld conform bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2

Vaststelling bedragen programma’s van eisen Wet op de expertisecentra

De bedragen van de programma’s van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs worden voor het jaar 2006 overeenkomstig het bepaalde in artikel 111, vierde en vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra vastgesteld conform bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 3

Vaststelling bedragen programma’s van eisen praktijkonderwijs met declaratiebekostiging

De bedragen van de programma’s van eisen voor het praktijkonderwijs met declaratiebekostiging worden voor het jaar 2006 overeenkomstig het bepaalde in artikel 18, vierde en vijfde lid, van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging vastgesteld conform bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel 4

Vaststelling maximale overdrachtsverplichting

Het gedeelte van de vergoeding voor de materiële instandhouding dat maximaal in aanmerking komt voor de overdracht aan de speciale scholen voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband op grond van artikel 118, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs wordt vastgesteld conform bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Met inachtneming van artikel 113, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs, van artikel 111, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra en van artikel 18, zevende lid, van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, treedt deze regeling in werking op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip.

Artikel 6

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en pro voor het jaar 2006.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A. van der Hoeven.

Bijlage 1

Bekostigingsstelsel basisonderwijs

(Deze bijlage behoort bij de Vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en pro voor het jaar 2006)

Bedragen programma’s van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs voor het jaar 2006

I. Totale MI-vergoeding

De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:

Y = Ya + Yb + Yc + Yd

waarbij

Y = rijksvergoeding per school per jaar

Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma’s van eisen

Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma’s van eisen

Yc = vergoeding aanvullende programma’s van eisen

Yd = extra vergoedingen.

Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).

Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma’s van eisen.

A. Groepsafhankelijke programma’s van eisen

Ya = bedrag per school afhankelijk van het aantal groepen leerlingen

2 groepen

3 groepen

4 groepen

5 groepen

6 groepen

€ 16.561,00

€ 21.308,00

€ 27.440,00

€ 32.781,00

€ 36.341,00

Voor elke groep meer

  

€ 4.154,00

Bij meer dan 13 groepen wordt het bedrag eenmalig verhoogd met

€ 1.582,00

B. Leerlingafhankelijke programma’s van eisen

Vergoedingsformule:

Yb = vast bedrag per school + bedrag per leerling × het aantal leerlingen

Vergoedingsbedragen :

Vast bedrag per school = € 11.275,21

Bedrag per leerling = € 266,71

C. Aanvullende programma’s van eisen

Nederlands Onderwijs aan AndersTaligen (NOAT)

Vergoedingsformule:

Yc = vast bedrag per school + bedrag per leerling × het aantal NOAT-leerlingen

Vergoedingsbedragen :

Vast bedrag per school = € 97,16

Bedrag per leerling = € 17,40

D. Extra vergoedingen

1. Voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt voor 2% van de leerlingen in het samenwerkingsverband conform artikel 115, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs een extra vergoeding per leerling van € 195,52 verstrekt. Indien in het samenwerkingsverband meerdere speciale scholen voor basisonderwijs aanwezig zijn, vindt de verdeling van deze vergoeding plaats overeenkomstig de rekenregel zorgformatie:

l = p/q × (0,02 × r) × eerdergenoemd bedrag per leerling. De factor (0,02 × r) wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. In deze rekenregel hebben de componenten de volgende inhoud:

l = extra vergoeding MI voor een speciale school voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband

p = het aantal leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs, voor zover dat aan het desbetreffende samenwerkingsverband is toe te rekenen

q = het totale aantal leerlingen van alle speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, voor zover dit aan dat samenwerkingsverband is toe te rekenen

r = het totale aantal leerlingen van alle basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, voor zover dit aan dat samenwerkingsverband is toe te rekenen.

2. Voor basisscholen in een samenwerkingsverband zonder speciale school voor basisonderwijs wordt voor 2% van de leerlingen in het samenwerkingsverband conform artikel 115, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs een extra vergoeding per basisschoolleerling van € 195,52 verstrekt.

II. Vaststelling maximale overdrachtsverplichting

Het gedeelte van de MI-vergoeding dat maximaal in aanmerking komt voor de overdracht aan de speciale scholen voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband op grond van artikel 118, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs bedraagt voor het jaar 2006 € 195,52 per leerling die boven de bedoelde 2% uitkomt (zie artikel 118, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs).

Uitsplitsing van de samengestelde vergoedingsbedragen over de desbetreffende programma’s van eisen.

A. Vergoedingsbedragen groepsafhankelijke programma’s van eisen

  

Vast bedrag

per school

Bedrag * A

1. Onderhoud

a. Gebouwonderhoud

b. Tuinonderhoud

c. Schoonmaakonderhoud

€ 1.216,73

€ 40,99

€ 0,00

€ 12,82

€ 0,40

€ 17,08

  

Subtotaal

€ 1.257,72

€ 30,30

2. Energie- en Waterverbruik

a. Elektriciteitsverbruik

b. Verwarming

c. Waterverbruik

€ 78,73

€ 27,62

€ 36,03

€ 1,37

€ 5,73

€ 0,40

  

Subtotaal

€ 142,38

€ 7,50

3. Publiekrechtelijke heffingen

(met uitzondering van OZB)

€ 326,08

€ 1,76

     
  

Totaal

€ 1.726,18

€ 39,56

A = genormeerd aantal m2 bruto vloeroppervlakte

B. Vergoedingsbedragen leerlingafhankelijke programma’s van eisen

  

Vast bedrag

per school

Bedrag per leerling

1. Middelen

a. Medezeggenschap

€ 8,61

€ 1,22

 

b. Ouderbijdrage i.h.k.v. medezeggenschap

€ 8,61

€ 0,91

 

c. WA-verzekering

€ 23,99

€ 0,13

 

d. Culturele vorming

€ 88,53

€ 3,70

 

e. Overige uitgaven

€ 704,05

€ 30,56

 

f. Dienstreizen

€ 103,41

€ 0,21

 

g. Onderhoud, vervanging en vernieuwing onderwijsleerpakket

€ 4.782,28

€ 173,37

 

h. Onderhoud, vervanging en aanpassing meubilair

€ 784,30

€ 13,74

 
  

Subtotaal

€ 6.503,78

€ 223,84

2. Administratie, beheer en bestuur

a. Administratie

€ 2.619,79

€ 15,31

 

b. Onderhoudsbeheer

€ 455,42

€ 3,16

 

c. Beheer en bestuur

€ 1.696,22

€ 24,40

  

Subtotaal

€ 4.771,43

€ 42,87

  

Totaal

€ 11.275,21

€ 266,71

Bijlage 2

Bekostigingsstelsel (voortgezet) speciaal onderwijs

(Deze bijlage behoort bij de Vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en pro voor het jaar 2006)

I. De totale MI-vergoeding

De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:

Y = Ya + Yb + Yc

waarbij

Y = rijksvergoeding per school per jaar

Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma’s van eisen

Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma’s van eisen

Yc = vergoeding aanvullende programma’s van eisen

Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yc geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2). Bovendien wordt in Ya en Yb nog gerekend met vaste bedragen per schooltype.

Hieronder volgen de totale vergoedingsbedragen van de twee hoofdgroepen van de programma’s van eisen, de aanvullende programma’s van eisen en overige vergoedingsbedragen.

A. Vergoedingsbedragen groepsafhankelijke programma’s van eisen

Onderwijssoort

Per school

SO-schooltype

VSO-schooltype

  

vast

per groep

vast

per groep

DO

€ 15.235,59

€ 2.865,15

€ 3.569,80

€ 4.412,37

€ 3.519,15

SH

€ 7.159,76

€ 2.836,28

€ 4.608,15

€ 4.627,34

€ 3.533,98

ESM

€ 7.227,86

€ 2.883,45

€ 4.684,79

€ 4.704,30

€ 3.592,75

LG

€ 13.136,87

€ 6.658,44

€ 6.359,36

€ 5.574,22

€ 4.906,04

LZ

€ 7.671,47

€ 4.126,02

€ 5.209,49

€ 5.017,68

€ 4.138,46

ZMLK

€ 7.087,68

€ 3.768,25

€ 4.590,45

€ 5.087,49

€ 4.398,52

      

CLUSTER 4

€ 6.037,38

€ 3.935,36

€ 4.580,43

€ 5.850,30

€ 3.266,54

MG (LG+ZMLK)

€ 10.986,73

€ 2.838,61

€ 5.736,27

€ 4.972,83

€ 4.972,02

MG (DO+ZMLK)

€ 11.976,43

€ 3.226,39

€ 3.978,06

€ 4.682,42

€ 3.870,90

MG (SH+ZMLK)

€ 7.130,92

€ 3.209,07

€ 4.601,07

€ 4.811,40

€ 3.879,80

      

MG (DO+BLND)

€ 15.235,59

€ 2.865,15

€ 3.569,80

€ 4.412,37

€ 3.519,15

B. Leerlingafhankelijke programma’s van eisen

Onderwijssoort

Vast bedrag

SO-schooltype

VSO-schooltype

 

per school

vast

per leerling

vast

per leerling

Alle onderwijssoorten

€ 9.919,14

    

DO

 

€ 5.871,00

€ 921,69

€ 6.300,00

€ 1.022,38

SH

 

€ 5122,00

€ 786,33

€ 5.748,00

€ 972,63

ESM

 

€ 4.378,00

€ 653,50

€ 5.170,00

€ 743,17

LG

 

€ 11.189,00

€ 757,88

€ 12.195,00

€ 852,23

LZ

 

€ 3.423,00

€ 522,56

€ 6.759,00

€ 752,04

ZMLK

 

€ 5.318,00

€ 531,93

€ 6.313,00

€ 644,33

CLUSTER 4

 

€ 3.199,00

€ 517,82

€ 6.739,00

€ 651,94

      

MG (LG+ZMLK)

 

€ 3.472,00

€ 819,99

€ 3.708,00

€ 837,69

MG (DO+ZMLK)

 

€ 9.327,70

€ 1.267,44

€ 10.403,45

€ 1.441,19

MG (SH+ZMLK)

 

€ 8.578,70

€ 1.132,08

€ 9.851,45

€ 1.391,44

      

MG (DO+BLND)

 

€ 9.687,15

€ 1.520,79

€ 10.395,00

€ 1.686,93

C. Aanvullende programma’s van eisen

1. Brancardliften

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik.

De vergoeding per brancardlift is € 5.486,61

2. Schoolbaden

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud.

Soort bad

Bedrag per bad

Bedrag per m3

water-

inhoud

Hydrotherapiebad

€ 8.521,12

€ 248,08

Watergewenningsbad

€ 18.424,32

€ 144,20

Toeslag beweegbare bodem

€ 893,61

€ 67,57

II. Overige vergoedingsbedragen

Vergoeding dienstreizen leerkrachten voor autistische leerlingen.

De vergoeding voor de dienstreizen van leerkrachten ten behoeve van de begeleiding van autistische leerlingen is gekoppeld aan de toewijzing van extra formatie-eenheden in het aanvullend formatiebudget ten behoeve van autistische leerlingen, verbonden aan de scholen voor (V)SO. Het vergoedingsbedrag bedraagt voor het gehele jaar 2006 € 919,54 per toegekende fte. De vergoeding wordt vastgesteld naar evenredigheid van de periode waarover deze formatie is toegekend en naar rato van het aantal fte’s of een gedeelte daarvan.

Bijlage 3

Bekostigingsstelsel (voortgezet) speciaal onderwijs

(Deze bijlage behoort bij de Vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en pro voor het jaar 2006)

Vergoedingsbedragen voor scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging voor het jaar 2006

De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:

Y = Ya + Yb

waarbij

Y = rijksvergoeding per school per jaar

Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma’s van eisen

Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma’s van eisen

Voor elk van de symbolen Ya en Yb geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).

Hieronder volgen de totale vergoedingsbedragen van de twee hoofdgroepen van programma’s van eisen.

A. Vergoedingsbedragen groepsafhankelijke programma’s van eisen

Vast bedrag per school € 13.176,41

Vast bedrag per groep € 4.110,54

B. Vergoedingsbedragen leerlingafhankelijke programma’s van eisen

Vast bedrag per school € 14.411,75

Bedrag per leerling € 575,79

Toelichting

De programma’s van eisen vormen de onderbouwing van de rijksvergoeding voor de materiële instandhouding van de scholen in het primair onderwijs en de praktijkscholen met declaratiebekostiging. Ten opzichte van de bedragen van de programma’s van eisen voor het jaar 2005 zijn met ingang van het jaar 2006, de volgende wijzigingen aangebracht.

Prijsbijstelling

De bedragen van de programma’s van eisen voor het jaar 2006 zijn aangepast op basis van de werkelijke prijsontwikkeling 2004, de geactualiseerde prijsontwikkeling 2005 en de verwachte prijsontwikkeling 2006. Dit resulteert in een bijstelling van de afzonderlijke vergoedingsbedragen voor het jaar 2005 met 3,35% om op het prijsniveau voor het bekostigingsjaar 2006 te komen. Door de gehanteerde methodiek komt de prijsbijstelling niet altijd overeen met de inflatie van het desbetreffende jaar.

Leermiddelen

In de Rijksbegroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2005 is aangegeven dat de afschrijvingstermijn van de leermiddelen van 8 jaar naar 9 jaar gaat. Deze maatregel wordt geleidelijk ingevoerd, de budgettaire gevolgen gelden in 2006 slechts voor de helft en in 2007 in zijn geheel. Het gaat om een bedrag van € 6 mln in 2006 en € 13 mln in 2007.

Tussenschoolse opvang

Schoolbesturen worden met ingang van augustus 2006 verantwoordelijk voor het (laten) organiseren van de tussenschoolse opvang. Hiervoor is een wetswijziging in voorbereiding. Ouders betalen de exploitatiekosten. In de MI-vergoeding is een bedrag opgenomen van € 1,65 miljoen structureel om uitvoering te kunnen geven aan deze verantwoordelijkheid.

Dit bedrag wordt verhoogd met € 30 miljoen. Met deze € 30 miljoen structureel vanaf 2006 wordt vooral een impuls gegeven aan deskundigheidsbevordering van de overblijfkrachten en aan de organisatie van de tussenschoolse opvang, bijvoorbeeld met behulp van TSO-coördinatoren. In ieder geval is het de bedoeling dat scholen deze middelen inzetten voor de personele knelpunten in de tussenschoolse opvang. Het schoolbestuur maakt met de oudergeleding van de medezeggenschapsraad afspraken over de wijze waarop de tussenschoolse opvang georganiseerd wordt. Het schoolbestuur verantwoordt zich achteraf naar de medezeggenschapsraad over het nakomen van deze afspraken.

ICT

Het gaat hier om een budget dat wordt toegevoegd aan het reeds in het programma van eisen opgenomen bedrag voor ICT. Dit budget werd voorheen ingezet om specifieke knelpunten op te lossen.

Praktijkscholen op declaratiebasis

Het streven is dat de scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging op 1 augustus 2006 overgaan op de lumpsumbekostiging van het voortgezet onderwijs. Voor 2006 betekent dit dat deze scholen te maken gaan krijgen met een gebroken kalenderjaar. Tot 1 augustus 2006 ontvangen deze scholen een materiële vergoeding op basis van de regeling Vaststelling bedragen programma’s van eisen voor basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs voor het jaar 2006.

Vanaf 1 augustus komen deze scholen in aanmerking voor een vergoeding op basis van de regeling Bekostiging materiële exploitatie voor scholen voor vwo, havo, mavo, vbo en praktijkonderwijs (BSM). In het kalenderjaar 2006 zullen de scholen hierover nader geïnformeerd worden.

Arbeidstoeleiding Cluster 4, ZMLK en LZ-cluster 3

De vergoeding voor de materiële instandhouding van het vso wordt per 1 augustus 2006 opgehoogd tot het niveau in het praktijkonderwijs. Het doel hiervan is om scholen in het vso in staat te stellen meer arbeidsgericht onderwijs aan te bieden.

Deze ophoging heeft alleen gevolgen voor de onderwijssoorten ZMLK, LZ-cluster 3 en de onderwijssoorten die gezamenlijk cluster 4 vormen. Voor de overige onderwijssoorten geldt dat de bestaande vso-bekostiging al hoger is dan de bekostiging van het voortgezet onderwijs.

Met deze wijziging is invulling gegeven aan de motie van 8 februari 2005 van het lid Aasted-Madsen c.s. (Kamerstukken II 2004/05, 21860, nr. 81).

Voorlichting

Bij deze regeling horen twee digitale voorlichtingsbrochures, te raadplegen via de website van CFI, www.cfi.nl.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.J.A. van der Hoeven

Naar boven