Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2005, 208 pagina 10 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2005, 208 pagina 10 | Ontheffingen |
24 oktober 2005
Nr. MLA/011/2005
De Staatssecretaris van Defensie en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL), d.d. 15 juni 2005;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);
Besluiten:
Aan de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL), afdeling modelvliegtuigen, wordt tot wederopzegging, doch uiterlijk tot 1 juli 2006, ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet voor het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Valkenburg, ten behoeve van de modelvliegsport.
De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriele beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.
1. Aan deze ontheffing zijn verbonden de in bijlage 1 opgenomen voorwaarden.
2. De in bijlage 1 opgenomen voorwaarden vervallen zodra het bevoegd gezag een regeling ter zake bij of krachtens de Wet luchtvaart heeft getroffen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 2005 en vervalt op 1 juli 2006.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofddorp, 23 september 2005.
De Staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat,namens deze,
de hoofdinspecteur Toezichteenheid
Luchthavens en Luchtruim,
J.H. Wilbrink.
’s-Gravenhage, 24 oktober
2005.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze,
de directeur
Militaire Luchtvaartautoriteit,
P.M.A. Vorderman,
generaal-majoor
b.d. KLu.
Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage.
Voorwaarden modelluchtvaartuigen op militaire luchtvaartterreinen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. groot modelluchtvaartuig: een modelluchtvaartuig waarvan het totaal startgewicht meer dan 5 kg doch niet meer dan 20 kg bedraagt;
b. bestuurder: degene die het modelluchtvaartuig oplaat of heeft opgelaten, dan wel bestuurt.
Artikel 2 Gebruik
1. Bij het gebruik van een modelluchtvaartuig dienen de in dit voorschrift gestelde bepalingen in acht te worden genomen.
2. Een modelluchtvaartuig mag slechts worden gebruikt gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids Nederland en wel op zodanige wijze dat geen hinder kan ontstaan voor mensen, dieren of zaken op de grond, of voor het luchtverkeer.
Artikel 3 Constructie
1. De constructie van het modelluchtvaartuig moet zodanig zijn dat de kans op een ongeval als gevolg van breken, defect of losraken van enig onderdeel tijdens de vlucht kan worden uitgesloten.
2. Het modelluchtvaartuig moet voorzien zijn van de naam en het adres van de eigenaar.
Artikel 4 Lijnbestuurde modelluchtvaartuigen
1. De besturingslijnen van een lijnbestuurd modelluchtvaartuig mogen niet langer zijn dan 25 meter.
2. Een lijnbestuurd modelluchtvaartuig mag niet vliegen binnen een afstand van 25 meter van aaneengesloten bebouwing of publiek.
Artikel 5 Niet-lijnbestuurde modelluchtvaartuigen
Met een niet-lijnbestuurd modelluchtvaartuig met een massa groter dan 0,5 kilogram mag niet worden gevlogen binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, tenzij toestemming van de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst is verkregen;
Artikel 6 Radiografisch bestuurde modelluchtvaartuigen
1. Een radiografisch bestuurd modelluchtvaartuig mag niet hoger vliegen dan 300 meter boven de grond of het water.
2. Een groot radiografisch bestuurd modelluchtvaartuig dat is voorzien van een verbrandingsmotor of een elektromotor mag niet hoger vliegen dan 100 meter boven de grond of het water.
3. Een radiografisch bestuurd modelluchtvaartuig mag slechts gebruikt worden indien:
a. rekening houdend met de windrichting een vliegsector is gekozen, waarbinnen vluchten veilig kunnen worden uitgevoerd;
b. het modelluchtvaartuig op een afstand van minimaal 50 meter van het publiek blijft.
4. Een radiografisch bestuurd modelluchtvaartuig moet tijdens de vlucht steeds binnen de gezichtskring van de bestuurder blijven en mag zich tijdens de vlucht niet verder van de bestuurder verwijderen dan de maximale afstand waarop hij nog het effectief kan besturen, doch in ieder geval niet verder dan 500 meter.
5. De bestuurder moet ervoor zorgen dat tijdens de vlucht het radiografisch bestuurde modelluchtvaartuig:
a. enig luchtvaartuig dan wel enig ander zich in het luchtruim bevindend toestel niet zo dicht nadert dat gevaar voor botsing kan ontstaan;
b. op een afstand van meer dan 50 meter blijft van gebieden met aaneengesloten bebouwing;
c. niet boven mensenverzamelingen komt.
In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister` voor wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder `Onze Minister`, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen. De Minister en Verkeer Waterstaat zal beoordelen of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.
Met de inwerkingtreding van de Wet van 29 april 1999, houdende wijziging van de Wet luchtverkeer (luchtvaartuigen en vluchtuitvoering), is het regiem van de luchtvaartwet van toepassing op modelvliegtuigen, waardoor deze als luchtvaartuig worden aangemerkt. Voornoemde Wet van 29 april 1999 is op 1 oktober 2001 in werking getreden. Sindsdien wordt een luchtvaartuig als volgt gedefinieerd. “toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten, die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak”.
Met de inwerkingtreding van de definitiewijziging van luchtvaartuig is de Regeling modelvliegtuigen in feite krachteloos geworden, aangezien deze Regeling toezag op een categorie niet-luchtvaartuigen. Met onderhavige ontheffing wordt deze lacune ingevuld. Gelet op de definitiewijziging van luchtvaartuig wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling ex artikel 34 Luchtvaartwet en worden voor het gebruik van militaire luchtvaartterreinen door modelluchtvaartuigen voorwaarden gesteld. Overigens zijn deze voorwaarden een praktische vertaling van de Regeling modelvliegtuigen. Op het moment dat het bevoegd gezag bij of krachtens de Wet luchtvaart een regeling ter zake treft, vervallen de voorwaarden bij deze ontheffing.
Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT). In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Indien dit beleid in het kader van de herziening van de in procedure gebrachte structuurschema militaire terreinen-2 zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan.
De Wet luchtvaart of Luchtvaartwet kent geen berekeningsmodel voor de geluidsbelasting veroorzaakt door startende en landende luchtvaartuigen. Per militair luchtvaartterrein wordt daarom een zodanige locatie gekozen, dat dit de minste overlast voor omwonenden oplevert en tegelijkertijd ten opzichte van het overige verkeer veilig is.
Daarnaast resulteren technische ontwikkelingen in een aantoonbare vermindering van het geluid afkomstig van de met verbrandingsmotoren aangedreven modelluchtvaartuigen. Er is een duidelijke trend waarneembaar van motoren op basis van het 2-tact-principe naar het 4-tact-principe. Voorts vindt er een sterke verschuiving plaats naar het vliegen met (geluidsarme) elektromotoren.
Naast het militaire luchtvaartterreinen Valkenburg ligt een Habitatrichtlijngebied. Doordat het gebruik van de modelvliegtuigen uitsluitend op het militaire luchtvaartterrein plaats zal vinden, zullen geen significante verstoringen binnen het Habitatrichtlijnengebied optreden.
Met deze beschikking wordt toestemming gegeven gebruik te maken van militaire luchtvaartterrein op dagen en tijden dat deze zijn opengesteld. Op enig moment kan besloten worden een luchtvaartterrein niet meer open te stellen. Bijvoorbeeld in het geval van een sluiting. Het spreekt voor zich dat op het moment dat een luchtvaartterrein niet meer bij defensie als zodanig in gebruik is, er geen medegebruik meer kan plaatsvinden. Van het besluit een luchtvaartterrein niet meer open te stellen zal melding worden gemaakt in de MILAIP en/of bij NOTAM.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2005-208-p10-SC72038.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.