Regeling examens scheepvaartverkeersdienst

Regeling houdende bepalingen met betrekking tot de examens scheepvaartverkeersdienst (Regeling examens scheepvaartverkeersdienst)

11 oktober 2005

Nr. HDJZ/SCH/2005-1937

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 11, vierde en vijfde lid, 13, derde lid, 18, eerste lid, 19, 20, 22 en 27, derde lid, van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer;

Besluit:

Hoofdstuk 1

Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit: Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer;

b. landelijke examencommissie: landelijke examencommissie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit;

c. regionale examencommissie: regionale examencommissie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit;

d. landelijk examen: examen als bedoeld in artikel 16 van het besluit;

e. regionaal examen: examen als bedoeld in artikel 17 van het besluit;

f. herhalingstoets: herhalingstoets als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van het besluit;

g. clusterexamen: een aantal samengevoegde deelexamens;

h. examen: landelijk examen, regionaal examen, deelexamen, clusterexamen, examen in een module als onderdeel van een deelexamen, of herhalingstoets;

i. examinator: lid van een examencommissie belast met het afnemen van een examen;

j. gecommitteerde: degene die als zodanig is aangewezen bij beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van het besluit;

k. kandidaat: degene die voor een examen is aangemeld dan wel aan een examen deelneemt;

l. grondige kennis: het onderwerp wordt in zijn geheel begrepen en beheerst, en kan te allen tijde als parate kennis worden toegepast, zonder de hulp van op schrift gestelde gegevens;

m. kennis: het onderwerp wordt in zijn geheel begrepen en ten tijde van het toepassen van deze kennis kan gebruik worden gemaakt van op schrift gestelde gegevens;

n. begrip: het onderwerp als geheel is bekend;

o. bedrevenheid: de vaardigheid om het onder l en m bedoelde in de praktijk toe te passen.

Hoofdstuk 2

Algemene bepalingen

§ 1

Taak en werkwijze examencommissies

Artikel 2

1. De landelijke examencommissie wordt vertegenwoordigd door een dagelijks bestuur van maximaal negen personen, bestaande uit de voorzitter, één of meer plaatsvervangende voorzitters, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris van die examencommissie.

2. Een regionale examencommissie kan een dagelijks bestuur van maximaal negen personen in het leven roepen, dat de desbetreffende examencommissie vertegenwoordigt, en dat bestaat uit de voorzitter, één of meer plaatsvervangende voorzitters, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris van die examencommissie.

Artikel 3

Door de landelijke examencommissie en de regionale examencommissies wordt ten behoeve van die commissies een huishoudelijk reglement opgesteld waarin ten minste worden opgenomen:

a. taken en bevoegdheden van de voorzitter, secretaris, overige leden, en hun plaatsvervangers;

b. wijze van vergaderen en het nemen van besluiten;

c. een klachtenprocedure;

d. een model van een examenrooster;

e. taken van de examenvoorzitter;

f. als er sprake is van een dagelijks bestuur, van dat bestuur: taken, waaronder met betrekking tot het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie in elk geval de periodieke controle van de in artikel 21 bedoelde verkeersdienstsimulator, bevoegdheden, wijze van vergaderen en het nemen van besluiten.

Artikel 4

1. De landelijke examencommissie organiseert het landelijk examen en de regionale examencommissies organiseren de regionale examens scheepvaartverkeersdienst.

2. Een examencommissie stelt jaarlijks een examenrooster voor het lopende jaar vast.

3. De examencommissies ontwikkelen, met inachtneming van het document ‘Beroepsprofiel en eindtermen VTS Operator’, dat als bijlage 1 deel uitmaakt van deze regeling:

a. criteria en toetselementen voor schriftelijke en mondelinge examens;

b. criteria, toetselementen en scenario’s voor de examens praktijkvaardigheid;

c. criteria voor de organisatie van, het voorbereiden op, en het afnemen van de examens;

d. criteria voor de normering en wijze van beoordelen van de examens.

4. De in het derde lid, onderdelen a tot en met d, genoemde criteria, toetselementen en scenario’s, worden jaarlijks door de examencommissies geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

§ 2

Aanmelden en oproepen voor het examen

Artikel 5

De landelijke examencommissie en de regionale examencommissies delen tijdig mee wanneer een examen plaatsvindt, welk bedrag daarvoor verschuldigd is en hoe en bij wie dat bedrag dient te worden voldaan.

Artikel 6

1. De aanmelding voor een examen geschiedt bij de desbetreffende examencommissie onder vermelding voor welk examen de aanmelding is bedoeld.

2. Aanmelding voor een examen geschiedt uiterlijk een maand voor de examendatum.

Artikel 7

De secretaris van de desbetreffende examencommissie zendt de kandidaten ten minste 14 dagen voor de aanvang van het examen een schriftelijke oproep met vermelding van de datum, het tijdstip, de plaats, tijdsduur, wijze van het examen en de bescheiden en benodigdheden die de kandidaat voor het examen dient mee te brengen.

Artikel 8

1. Om te worden toegelaten tot het landelijk examen of een onderdeel daarvan, legt de kandidaat bij de aanmeldingde volgende bescheiden over:

a. een niet eerder dan zes maanden voor de aanvraag afgegeven gewaarmerkt uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

b. twee goedgelijkende pasfoto’s, aan de achterkant voorzien van naam, voorletters en geboortedatum, en, indien van toepassing,

c. deelcertificaten of bewijzen van vrijstelling.

2. Om te worden toegelaten tot een regionaal examen of een onderdeel daarvan legt de kandidaat het basisdiploma en het bijbehorende boekje ‘VTS-kwalificatie’ over.

3. Om te worden toegelaten tot een herhalingstoets legt de kandidaat het boekje ‘VTS-kwalificatie’ over.

Artikel 9

Voordat een examen wordt afgenomen, legt de kandidaat op de desbetreffende datum, plaats en tijd een geldig identiteitsbewijs over, ten genoegen van de examenvoorzitter.

§ 3

Wijze van examineren

Artikel 10

1. Een examen wordt afgenomen in aanwezigheid van ten minste één gecommitteerde.

2. Het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, het deelexamen regionale praktijkvaardigheid en de modules waarin mondeling examen wordt gedaan, worden per kandidaat afgenomen door ten minste twee examinatoren. De modules waarin schriftelijk examen wordt gedaan, worden per kandidaat door ten minste twee examinatoren beoordeeld.

3. De herhalingstoets wordt per kandidaat afgenomen door ten minste één examinator.

4. Het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, het deelexamen en een clusterexamen regionale praktijkvaardigheid, en de herhalingstoets worden praktisch afgenomen met behulp van een verkeersdienstsimulator.

5. In afwijking van het vierde lid kan het deelexamen regionale praktijkvaardigheid gedeeltelijk worden afgenomen op een of meer verkeerscentrales of verkeersposten in de regio ten behoeve waarvan het regionale examen wordt afgenomen.

6. In afwijking van het vierde lid kan het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie in bijzondere gevallen besluiten dat de herhalingstoets wordt afgenomen op een of meer verkeerscentrales of verkeersposten waarvoor de kandidaat een regionale kwalificatie heeft.

§ 4

Beoordeling, slagen, afwijzen en herexamens

Artikel 11

1. De beoordeling van een deelexamen wordt per module uitgedrukt in punten waarvan het laagste aantal punten 1 en het hoogste aantal punten 100 is.

2. Indien de examinatoren bij de vaststelling van een puntenwaardering niet tot overeenstemming kunnen komen en het verschil van de door de examinatoren toegekende waarderingen niet meer dan 10 punten bedraagt, worden deze waarderingen bij elkaar opgeteld, gemiddeld, en naar boven afgerond. Als het verschil meer dan 10 punten bedraagt, wordt de toe te kennen waardering vastgesteld door de examenvoorzitter in aanwezigheid van de betrokken gecommitteerde.

3. Een kandidaat is voor een deelexamen geslaagd, indien voor elke module van het deelexamen ten minste 60 punten zijn behaald.

4. In afwijking van het derde lid is een kandidaat geslaagd voor het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, indien voor dit deelexamen ten minste 60 punten zijn behaald, waarbij voor de onderdelen radarobservatie, verkeersinformatie en communicatie elk ten minste 13 punten zijn behaald.

5. Een kandidaat is voor het landelijk examen geslaagd, indien hij is geslaagd voor alle daarvan deel uitmakende deelexamens.

6. Een kandidaat is voor een clusterexamen geslaagd, indien hij is geslaagd voor alle daarvan deel uitmakende deelexamens.

7. Een kandidaat is voor het regionale examen geslaagd, indien hij is geslaagd voor alle daarvan deel uitmakende deelexamens, of wanneer hij is geslaagd voor alle clusterexamens.

8. Een kandidaat is voor de herhalingstoets geslaagd indien voor deze toets in totaal ten minste 60 punten zijn behaald, waarbij voor de onderdelen radarobservatie, verkeersinformatie en communicatie elk ten minste 13 punten zijn behaald.

Artikel 12

Een kandidaat neemt pas aan een volgend clusterexamen deel, wanneer hij voor het daaraan voorafgaande clusterexamen is geslaagd.

Artikel 13

1. Een kandidaat die niet geslaagd is voor het landelijk examen, een regionaal examen of een clusterexamen, ontvangt voor een deelexamen van een van deze examens waarvoor hij geslaagd is een deelcertificaat, indien dit voor het desbetreffende deelexamen beschikbaar is. Het deelcertificaat wordt door de voorzitter van de desbetreffende examencommissie aan de kandidaat uitgereikt.

2. Een clusterexamen regionale praktijkvaardigheid en een clusterexamen regionale praktijk operationele werkvloer zijn alleen geldig voor het verrichten van werkzaamheden op de regionale verkeerscentrales die in het desbetreffende regionale examenprogramma nader zijn aangeduid.

3. Een deelcertificaat als bedoeld in het eerste lid is 12 maanden geldig en een deelcertificaat dat is verkregen voor een deelexamen dat deel uitmaakt van een clusterexamen regionale praktijkvaardigheid of een clusterexamen regionale praktijk operationele werkvloer is nog 12 maanden geldig gerekend vanaf de laatste werkdag op de regionale verkeerscentrale waarvoor het clusterexamen gelding heeft en behoudt daarna zijn geldigheid zolang elk kwartaal minimaal zes volledige diensten op deze verkeerscentrale worden verricht.

4. De deelcertificaten, bedoeld in het derde lid, gelden gedurende de daar genoemde periodes als verkregen vrijstelling voor een volgend deelexamen in het desbetreffende vakgebied.

§ 5

Toezicht en de goede gang van zaken tijdens het examen, voorkomen van bedrog, en uitsluiting van deelname aan het examen of een onderdeel daarvan

Artikel 14

De voorzitter of een van de plaatsvervangende voorzitters van de desbetreffende examencommissie treedt op als examenvoorzitter en is belast met de algehele leiding tijdens het examen.

Artikel 15

Tijdens het examen gedragen de kandidaten zich naar de aanwijzingen die door of vanwege de examenvoorzitter worden gegeven.

Artikel 16

1. Gedragingen van een kandidaat in strijd met artikel 15, gedragingen die storend werken op het verloop van het examen, bedrog of een poging daartoe kunnen uitsluiting van verdere deelname aan het examen tot gevolg hebben, zulks ter beoordeling van de examenvoorzitter.

2. De examenvoorzitter kan een kandidaat die zonder genoegzame reden niet tijdig in het examenlokaal aanwezig is van deelname aan het examen uitsluiten.

Artikel 17

Een kandidaat die zich tijdens het examen terugtrekt wordt, tenzij zulks naar het oordeel van de examenvoorzitter het gevolg is van overmacht, uitgesloten van verdere deelname aan dat examen.

Artikel 18

De kandidaat die opzettelijk valse bescheiden overlegt, wordt door de voorzitter van de desbetreffende examencommissie van deelname of verdere deelname aan het examen uitgesloten.

§ 6

Duur van de examens

Artikel 19

1. Mondelinge deelexamens duren maximaal 40 minuten.

2. Schriftelijke deelexamens en deelexamens die praktisch worden afgenomen duren maximaal 90 minuten.

§ 7

Modellen van diploma’s en deelcertificaten

Artikel 20

Als model als bedoeld in artikel 22 van het besluit worden vastgesteld:

a. voor het basisdiploma: het model dat als bijlage 2 bij deze regeling is opgenomen;

b. voor het bij het basisdiploma behorende boekje Vessel Traffic Service (VTS)-kwalificatie: het model dat als bijlage 3 bij deze regeling is opgenomen;

c. voor deelcertificaten: het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is opgenomen.

§ 8

Eisen waaraan een verkeersdienstsimulator moet voldoen

Artikel 21

Een verkeersdienstsimulator voldoet aan de volgende eisen:

a. hij is in staat om werkelijk bestaande verkeersbegeleidingsgebieden na te bootsen alsmede om fictieve verkeersbegeleidingsgebieden te tonen ten behoeve van simulatoroefeningen voor opleidingen, trainingen, examinering en kwalificering in het kader van nautische verkeersdienstopleidingen;

b. hij beschikt over beeldschermpresentatiemogelijkheden waarop realistische verkeerssituaties als eindresultaat kunnen worden nagebootst, waarbij manipulatie van de beeldscherminstellingen mogelijk is;

c. hij beschikt over een verkeersmodel waarmee een realistisch verkeersgedrag en de kenmerkende manoeuvreereigenschappen van vaartuigen kunnen worden bewerkstelligd, opdat realistische verkeerssituaties kunnen worden nagebootst;

d. hij beschikt over een informatieverwerkend systeem dat de mogelijkheid biedt om de systematiek en de functionaliteit van informatieverwerking na te bootsen en voorts de mogelijkheid tot interactie heeft met de beeldschermen waarop het verkeersbeeld wordt weergegeven;

e. hij beschikt over een geïntegreerd communicatiesysteem waarmee schip-walcommunicatie, het openbaar telefoonverkeer alsmede zogenaamde directe lijnen binnen het te simuleren verkeersbegeleidend systeem op realistische wijze kunnen worden nagebootst, waarbij de kwaliteit van de externe verbindingen is te beïnvloeden;

f. hij is in staat om automatische doelvolging en identificatieprocessen na te bootsen; en

g. hij beschikt over registratiemogelijkheden inzake het opnemen van gevoerde communicatie, gepresenteerde verkeerssituaties, manipulaties met behulp van het informatieverwerkend systeem en de beeldscherminstellingen, ten behoeve van didactische nabespreking, examinering en kwalificering.

Artikel 22

1. Een verkeersdienstsimulator wordt niet gebruikt voor het afnemen van de examens, genoemd in artikel 10, vierde lid, dan nadat het dagelijks bestuur van de landelijkeexamencommissie een verklaring heeft afgegeven waaruit blijkt dat de verkeersdienstsimulator voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 21.

2. Ingeval van tussentijdse technische of functionele wijzigingen aan een reeds goedgekeurde verkeersdienstsimulator, wordt dit zo spoedig mogelijk schriftelijk gemeld aan het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie. Deze kan naar aanleiding hiervan besluiten tot een hernieuwde keuring over te gaan.

3. Het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie kan een verklaring als bedoeld in het eerste lid, schorsen, indien een ernstig vermoeden bestaat dat de verkeersdienstsimulator niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 21.

4. Een schorsing op grond van het derde lid, wordt opgeheven, indien ten genoegen van het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie wordt aangetoond dat de verkeersdienstsimulator nog steeds of wederom voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 21.

§ 9

Vrijstellingen

Artikel 23

1. Een kandidaat is overeenkomstig de in de bijlagen 5 en 6 bij deze regeling opgenomen tabel vrijgesteld van het afleggen van een deelexamen of een examen in een module van een deelexamen, indien hij in het bezit is van een diploma of getuigschrift dat is opgenomen in de tabel en:

a. niet langer dan drie jaar geleden is behaald, of

b. niet langer dan vijf jaar geleden is behaald, mits:

1°. de wetenschap en vaardigheid waarvoor het diploma of getuigschrift is verstrekt, tot op het moment van aanvraag van het landelijk examen onafgebroken in de praktijk zijn toegepast, en

2°. aantoonbaar is deelgenomen aan de ten behoeve van het diploma of getuigschrift gegeven bijscholingscursussen.

2. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt ook voor een diploma of getuigschrift dat langer dan vijf jaar geleden is behaald, indien de kandidaat in het bezit is van het getuigschrift registerloods en:

a. met betrekking tot het landelijk examen: is ingeschreven in het loodsenregister;

b. met betrekking tot het regionaal examen: is ingeschreven in het loodsenregister met de in bijlage 6 vermelde specifieke regionale bevoegdheid.

Hoofdstuk 3

Het landelijk examen

§ 1

Het landelijk examenprogramma

Artikel 24

Het examenprogramma voor het landelijk examen omvat:

a. voor het deelexamen algemene communicatie en communicatieprocedures, de modules:

1°. Inleiding algemene communicatie en communicatieprocedures;

2°. Engelse of Duitse taal;

3°. Standard Marine Communication Phrases of de Duitse woordenlijst VN/ECE;

4°. Handboek marifonie in de binnenvaart;

5°. technische principes van radiotelefonie;

6°. regelgeving met betrekking tot radio- en telefonieprocedures;

b. voor het deelexamen nautische kennis, de modules:

1°. binnenvaart op de onderdelen scheepstypen, manoeuvreereigenschappen, bouw en uitrusting en scheepsbescheiden;

2°. zeevaart op de onderdelen scheepstypen, manoeuvreereigenschappen, bouw en uitrusting en scheepsbescheiden;

3°. kaartpassen;

4°. meteorologie op de onderdelen druksystemen, depressies, luchtdruk en wind, vorming van mist en wolken en vorming van neerslag;

5°. getijleer op de onderdelen horizontale en verticale getijbewegingen, gebruik van getij- en waterstandsgegevens, getijtafels van Nederland, bepalen van tijden van hoog en laag water, reductievlakken en tijpoortberekeningen;

c. voor het deelexamen verkeersdienstapparatuur, de modules:

1°. boordapparatuur;

2°. walapparatuur;

3°. informatieverwerkende systemen en randapparatuur;

4°. radarinstallaties;

d. voor het deelexamen relevante wet- en regelgeving, de modules:

1°. algemene inleiding wet- en regelgeving;

2°. Scheepvaartverkeerswet, inclusief het besluit;

3°. wetgeving met betrekking tot milieu en vervoer van gevaarlijke stoffen;

4°. wettelijke bevoegdheden;

5°. administratieve verwerking en praktische toepassing van regelgeving bij ongevallen, incidenten en overtredingen;

6°. relevante bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee;

7°. Scheepvaartreglement territoriale zee;

8°. Binnenvaartpolitiereglement;

e. voor het deelexamen topografie, de modules:

1°. gebieden waarin verkeersbegeleiding wordt gegeven;

2°. nautische en hydrografische publicaties;

3°. betonningssystemen in Nederland;

f. voor het deelexamen verkeersdienst, de modules:

1°. richtlijnen van de International Maritime Organization (IMO) voor verkeersdienstsystemen;

2°. taken en bevoegdheden van de verkeersdienst;

g. voor het deelexamen verkeerszaken, de module ‘instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer’;

h. voor het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, het praktisch gedeelte van de modules, genoemd in onderdeel a, onder 1° tot en met 4° en 6°, onderdeel c, onder 2° tot en met 4°, en onderdeel f, onder 1°, te weten:

1°. radarobservatie;

2°. verkeersinformatie;

3°. communicatie;

4°. navigatieassistentie;

5°. verkeersaanwijzingen;

6°. hand-overprocedure.

Artikel 25

Het examenprogramma voor het landelijk examen omvat de volgende eisen:

a. grondige kennis van de modules, genoemd in artikel 24, onderdeel a, onder 1° en 3°, onderdeel d, onder 2°, 4°, 6°, 7° en 8°, onderdeel e, onder 3°, onderdeel f, onder 1° en 2°, en de in onderdeel h genoemde praktische gedeeltes van modules;

b. kennis van de modules, genoemd in artikel 24, onderdeel a, onder 2°, 4° en 6°, onderdeel b, onder 1° tot en met 5°, onderdeel c, onder 2° tot en met 4°, onderdeel d, onder 1°, 3° en 5°, en onderdeel e, onder 1° en 2°;

c. begrip van de modules, genoemd in artikel 24, onderdeel a, onder 5°, onderdeel c, onder 1° en onderdeel g;

d. voor het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, kennis van en bedrevenheid in het toepassen van de in artikel 24, onderdeel h, genoemde praktische gedeeltes van modules.

§ 2

De herhalingstoets

Artikel 26

Het examenprogramma voor de herhalingstoets omvat de in artikel 24, onderdeel h, genoemde praktische gedeeltes van modules.

Artikel 27

Het examenprogramma voor de herhalingstoets omvat de volgende eisen:

grondige kennis van en bedrevenheid in het toepassen van de in artikel 24, onderdeel h, genoemde praktische gedeeltes van modules.

§ 3

Vorm van de examens

Artikel 28

1. Het examen in de modules, genoemd in artikel 24, onderdeel a, onder 2° en 3°, onderdeel b, onder 3°, onderdeel d, onder 6° en 8°, enonderdeel f, onder 1° en 2°, wordt mondeling afgenomen.

2. Het examen in de overige modules, genoemd in artikel 24, behoudens het praktisch gedeelte van de modules genoemd in artikel 24, onderdeel h, wordt schriftelijk afgenomen.

3. De voorzitter van de landelijke examencommissie kan, behoudens met betrekking tot het afnemen van het praktisch gedeelte van de modules genoemd in artikel 24, onderdeel h, in bijzondere gevallen afwijken van het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 4

De regionale examens

§ 1

Regionaal examenprogramma Amsterdam/Noordzeekanaalgebied, Havenschap Delfzijl/Eemshaven, Rijkswaterstaat Noord-Nederland voor Verkeersbegeleidend systeem (VBS) – Terschelling, en Verkeersbegeleidend systeem (VBS) – Den Helder

Artikel 29

Het regionaal examenprogramma omvat voor het gebied in nautisch beheer bij het Openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (CNB), het gebied in nautisch beheer bij het Havenschap Defzijl/Eemshaven, het gebied binnen de grenzen van het Verkeersbegeleidend systeem (VBS) – Terschelling, en het gebied binnen de grenzen van het Verkeersbegeleidend systeem (VBS) – Den Helder:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de module:

radio- en telefonieprocedures conform vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie en calamiteitenafhandeling;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de modules:

1°. hydrografische en meteorologische aspecten;

2°. scheepvaartaspecten en nautische infrastructuur;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de module ‘het gebruik en bediening van de walapparatuur, zoals communicatie-, radar- en randapparatuur en informatieverwerkende systemen’;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de modules:

1°. de relevante reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer en de daaruit voortvloeiende regelingen;

2°. de relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen;

3°. de administratieve afwikkeling bij incidenten, overtredingen en ongevallen;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de modules:

1°. de topografie van het eigen en eventueel aansluitende gebied;

2°. bijzonderheden betreffende kunstwerken en watergebonden bedrijven;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de module ‘de organisatie en lijnverantwoordelijkheid’;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de modules:

1°. de relevante instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer;

2°. de procedure met betrekking tot de verkeersafwikkeling;

h. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, de module ‘het toepassen van de relevante kennis uit de onder a tot en met g genoemde modules gedurende een praktijkrun op de verkeersdienstsimulator’.

Artikel 30

Het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 29, omvat de volgende eisen:

a. grondige kennis van de modules, genoemd in artikel 29, onderdeel a, onderdeel c, onderdeel d, onder 1° en 2°, onderdeel e, onder 1°, onderdeel f, en onderdeel g, onder 2°;

b. kennis van de modules, genoemd in artikel 29, onderdeel b, onderdeel d, onder 3°, en onderdeel e, onder 2°;

c. begrip van de module, genoemd in artikel 29, onderdeel g, onder 1°;

d. bedrevenheid in de module, genoemd in artikel 29, onderdeel h.

Artikel 31

De deelexamens genoemd in artikel 29, onderdelen a tot en met g, worden ter keuze van de voorzitter van regionale examencommissie, schriftelijk of mondeling afgenomen.

§ 2

Regionaal examenprogramma Havenbedrijf Gemeentelijke Havendienst Stadsbeheer Den Haag

Artikel 32

Het regionaal examenprogramma omvat voor het gebied in nautisch beheer bij het Havenbedrijf Gemeentelijke Dienst Stadsbeheer Den Haag:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de modules:

1°. radio- en telefonieprocedures conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie en navigatie-assistentie;

2°. bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie-apparatuur;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de modules:

1°. regionale nautische en hydrografische publicaties;

2°. regionale getijden en stromen;

3°. meteorologische aspecten in de regio;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de modules:

1°. bediening en mogelijkheden van beeldschermen;

2°. bediening en mogelijkheden van informatieverwerkende systemen;

3°. bediening en mogelijkheden van randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de modules:

1°. de relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;

2°. de lokale havenreglementen;

3°. de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot het milieu en vervoer van gevaarlijke stoffen;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de modules:

1°. de topografie van de regio;

2°. bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken en ankerplaatsen in de regio;

3°. topografie van de buurposten;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de module ‘organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief samenwerkingsregelingen met derden’;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de module ‘de relevante instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer’;

h. het deelexamen regionale praktijkvaardigheid.

Artikel 33

Het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 32, omvat de volgende eisen:

a. grondige kennis van de modules, genoemd in artikel 32, onderdeel a, onder 1°, onderdeel b, onder 1°, onderdeel c, onder 1° en 2°, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e, onder 1° en 2°, en onderdeel g;

b. kennis van de modules, genoemd in artikel 32, onderdeel a, onder 2°, onderdeel b, onder 2° en 3°, onderdeel c, onder 3°, onderdeel d, onder 2° en 3°, onderdeel e, onder 3°, en onderdeel f;

c. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, bedrevenheid in het toepassen van de modules, genoemd in artikel 32, onderdeel a, onderdeel c, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e, onder 1° en 2°, en onderdeel f.

Artikel 34

1. Het examen in de modules, genoemd in artikel 32, onderdeel b, onderdeel d, onderdeel e, onderdeel f en onderdeel g, wordt schriftelijk afgenomen.

2. Het examen in de niet in het eerste lid begrepen modules, genoemd in artikel 32, behoudens het praktisch gedeelte van de modules genoemd in artikel 32, onderdeel a, onderdeel c, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e, onder 1° en 2°, en onderdeel f, wordt mondeling afgenomen.

3. De voorzitter van de regionale examencommissie kan, behoudens met betrekking tot het afnemen van het praktisch gedeelte van de modules genoemd in het tweede lid, in bijzondere gevallen afwijken van het eerste en tweede lid.

§ 3

Regionaal examenprogramma Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Artikel 35

Het regionaal examenprogramma omvat voor het gebied in nautisch beheer bij Havenbedrijf Rotterdam N.V.:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de modules:

1°. radio- en telefonieprocedures conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van informatie en navigatie-assistentie;

2°. bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie-apparatuur;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de modules:

1°. regionale nautische en hydrografische publicaties;

2°. regionale tijpoortregelingen;

3°. hydrografische aspecten in de regio;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de modules:

1°. bediening en mogelijkheden van beeldschermen;

2°. bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen;

3°. bediening en mogelijkheden van randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de modules:

1°. de relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;

2°. de lokale havenreglementen;

3°. de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de modules:

1°. de topografie van de regio;

2°. bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken, ligplaatsen, ankerplaatsen en verkeersscheidingsstelsels in de regio;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de module ‘organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief samenwerkingsregelingen met derden’;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de module ‘de relevante instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het lokale scheepvaartverkeer’;

h. het deelexamen regionale praktijkvaardigheid.

Artikel 36

Het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 35, omvat de volgende eisen:

a. grondige kennis van de modules, genoemd in artikel 35, onderdeel a, onder 1°, onderdeel b, onder 1°, onderdeel c, onder 1° en 2°, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e en onderdeel g;

b. kennis van de modules, genoemd in artikel 35, onderdeel a, onder 2°, onderdeel b, onder 2° en 3°, onderdeel c, onder 3°, onderdeel d, onder 2° en 3°, en onderdeel f;

c. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, bedrevenheid in het toepassen van de modules, genoemd in artikel 35, onderdeel a, onderdeel c, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e en onderdeel f.

Artikel 37

1. Het examen in de modules, genoemd in artikel 35, onderdeel b, onderdeel d, onderdeel e, onderdeel f, en onderdeel g, wordt schriftelijk afgenomen.

2. Het examen in de niet in het eerste lid begrepen modules, genoemd in artikel 35, behoudens het praktisch gedeelte van de modules genoemd in artikel 35, onderdeel a, onderdeel c, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e en onderdeel f, wordt mondeling afgenomen.

3. De voorzitter van de regionale examencommissie kan, behoudens met betrekking tot het afnemen van het praktisch gedeelte van de modules genoemd in het tweede lid, in bijzondere gevallen afwijken van het eerste en tweede lid.

§ 4

Regionaal examenprogramma Zeeland Seaports

Artikel 38

Het regionaal examenprogramma omvat voor het gebied in nautisch beheer bij Zeeland Seaports:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de module ‘radio- en telefonieprocedures conform vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie’;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de module ‘de hydrografische aspecten in de regio’;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de modules:

1°. de in de regio gebruikte walapparatuur, informatieverwerkende systemen en randapparatuur;

2°. het bedienen van de beeldschermen en informatieverwerkende systemen;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de modules:

1°. de relevante reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;

2°. de uit de algemene scheepvaartverkeersreglementering voortvloeiende regelingen;

3°. de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de modules:

1°. de topografie van de regio;

2°. de regionale nautische en hydrografische publicaties;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de modules:

1°. de relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de International Maritime Organization (IMO);

2°. de doelstelling en taakstelling van Zeeland Seaports;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de modules:

1°. de relevante instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer;

2°. de procedure met betrekking tot de verkeersafwikkeling;

h. het deelexamen regionale praktijkvaardigheid.

Artikel 39

Het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 38, omvat de volgende eisen:

a. grondige kennis van de modules, genoemd in artikel 38, onderdeel a, onderdeel b, onderdeel c, onder 1°, onderdeel d, onder 1° en 2°, onderdeel e, onder 1°, onderdeel f, onder 1°, en onderdeel g;

b. kennis van de modules, genoemd in artikel 38, onderdeel d, onder 3° , onderdeel e, onder 2° en onderdeel f, onder 2°;

c. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, bedrevenheid in het toepassen van de modules, genoemd in artikel 38, onderdeel a, onderdeel c, onder 2°, onderdeel d, onderdeel e bij de planning en de toewijzing van ligplaatsen, onderdeel f , onder 1°, en onderdeel g, onder 2°.

Artikel 40

1. Het examen in de modules, genoemd in artikel 38, onderdelen a tot en met g, wordt mondeling afgenomen.

2. De voorzitter van de regionale examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste lid.

§ 5

Regionaal examenprogramma Westerschelde/Kanaal van Gent naar Terneuzen

Artikel 41

1. Het regionaal examenprogramma omvat voor de Westerschelde en haar mondingen en het Kanaal van Gent naar Terneuzen, voor alle verkeerscentrales:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de modules:

1°. radio- en telefonieprocedures;

2°. marifoonblokindeling;

3°. werkafspraken en procedures praktijk;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de modules:

1°. getijbewegingen en hun nautische invloed in de regio;

2°. scheepstypen en gedragingen met vergezelreizen;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de modules:

1°. radarsystemen;

2°. informatieverwerkend systeem;

3°. communicatiesysteem en noodprocedures;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de modules:

1°. mandateringsregeling Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 en het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990;

2°. relevante hoofdstukken van Deel II van het Binnenvaartpolitiereglement;

3°. Het Scheidingstraktaat uit 1839;

4°. overige relevante regionale reglementering voor het scheepvaartverkeer;

5°. relevante reglementering voor het vervoer gevaarlijke stoffen en het milieu;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de modules:

1°. het werkgebied van Rijkswaterstaat, directie Zeeland;

2°. de Zeeuwse kust;

3°. de Westerschelde;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de modules:

1°. organisatie Nederlandse overheid;

2°. relevante organisatie Belgische overheid;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de modules:

1°. werkafspraken met interne diensten en instanties;

2°. samenwerkingsregelingen met externe instanties en bedrijven;

3°. stagebezoeken;

h. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, de module ‘praktijktraining regionale verkeersdienstapparatuur’;

2. Het regionale examenprogramma omvat voor het werkgebied Westerschelde/Kanaal van Gent naar Terneuzen voor de verkeerscentrales Hansweert, Terneuzen en Vlissingen per verkeerscentrale apart:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de module ‘lokale marifoonblokindeling en lokale procedures’;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de modules:

1°. lokale getijbewegingen en hun nautische invloed;

2°. lokale scheepstypen en lokale gedragingen met vergezelreizen;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de modules:

1°. lokale informatieverwerkende systemen;

2°. lokale randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de module’relevante lokale reglementering voor het scheepvaartverkeer’;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de module ‘lokale topografie’;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de module ‘naslagwerken en dienstorders’;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de module ‘lokale samenwerkingsregelingen met stagebezoeken en werkbezoeken’;

h. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, de modules:

1°. on-the-jobtraining;

2°. praktijktraining simulator.

Artikel 42

1. Elke module van het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 41, omvat de volgende eisen: grondige kennis, kennis, begrip en bedrevenheid.

2. De eisen worden in elke module van het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 41, in algemene en concrete leerdoelen beschreven.

3. De algemene en concrete leerdoelen maken integraal onderdeel uit van elke module van het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 41.

Artikel 43

1. De in modules ingedeelde deelexamens, genoemd in artikel 41, worden geclusterd en opgesplitst in vier regionale clusterexamens, en wel in de volgorde:

a. een clusterexamen regionale theorie, dat schriftelijk wordt afgenomen en bestaat uit alle deelexamens, genoemd in artikel 41, eerste lid, onderdelen a tot en met g;

b. een clusterexamen regionale apparatuur praktijk, dat praktisch wordt afgenomen en bestaat uit het deelexamen, genoemd in artikel 41, eerste lid, onderdeel h;

c. een clusterexamen regionale praktijkvaardigheid, dat praktisch wordt afgenomen en bestaat uit het deelexamen, genoemd in artikel 41, tweede lid, onderdeel h, en

d. een clusterexamen regionale praktijk operationele werkvloer, dat mondeling wordt afgenomen en bestaat uit alle deelexamens, genoemd in artikel 41, tweede lid, onderdelen a tot en met g.

2. Het clusterexamen regionale praktijkvaardigheid, bedoeld in artikel 41, tweede lid, onderdeel h, is specifiek gericht op een in de aanhef van artikel 41, tweede lid, genoemde verkeerscentrale.

3. Het clusterexamen regionale apparatuur praktijk is specifiek gericht op een in de aanhef van artikel 41, tweede lid, genoemde verkeerscentrale, en vindt plaats met behulp van een praktijkopstelling van apparatuur overeenkomstig het gebruik daarvan op de operationele werkvloer.

4. De voorzitter van de regionale examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste lid, onderdelen a en d.

§ 6

Regionaal examenprogramma Rijkswaterstaat regio Binnen

Artikel 44

Het regionaal examenprogramma omvat voor alle wateren in beheer bij het rijk, behoudens de onder de paragrafen 1 tot en met 5 van Hoofdstuk 4 begrepen wateren:

a. voor het deelexamen regionale communicatieprocedures, de modules:

1°. de communicatieprocedures voor de verschillende verkeersposten in de Nederlandse en de Duitse taal;

2°. het nood-, spoed-, en veiligheidsverkeer en bijzonder verkeer voor de regio;

b. voor het deelexamen regionale nautische kennis, de module ‘de lokale hydrografische aspecten’;

c. voor het deelexamen regionale verkeersdienstapparatuur, de module ‘de in de regio gebruikte lokale walapparatuur, informatieverwerkende systemen en randapparatuur’;

d. voor het deelexamen regionale scheepvaartverkeersreglementering, de modules:

1°. de lokale relevante artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement dan wel het Rijnvaartpolitiereglement;

2°. de uit de algemene scheepvaartreglementering voortvloeiende regelingen, onder andere neergelegd in ministeriële regelingen, bekendmakingen aan de scheepvaart en verkeersbesluiten;

3°. de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer van gevaarlijke stoffen;

e. voor het deelexamen regionale topografie, de modules:

1°. de topografie van de verkeerspost binnen de regio;

2°. de regionale nautische en hydrografische publicaties;

f. voor het deelexamen regionale verkeersdienst, de module ‘de relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de International Maritime Organization (IMO), de Economische Commissie voor Europa (ECE) dan wel de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR)’;

g. voor het deelexamen regionale verkeerszaken, de module ‘de relevante instanties, bedrijven, en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het lokale scheepvaartverkeer’;

h. het deelexamen regionale praktijkvaardigheid.

Artikel 45

Het regionaal examenprogramma, genoemd in artikel 44, omvat de volgende eisen:

a. grondige kennis van de modules, genoemd in artikel 44, onderdeel a, onder 1°, onderdeel b, onderdeel c, onderdeel d, onder 1°, onderdeel e, onder 1°, onderdeel f en onderdeel g;

b. kennis van de modules, genoemd in artikel 44, onderdeel a, onder 2°, onderdeel d, onder 2° en 3° en onderdeel e, onder 2°;

c. voor het deelexamen regionale praktijkvaardigheid, bedrevenheid in het toepassen van de modules, genoemd in artikel 44, onderdeel a, onderdeel d, onderdeel e, en onderdeel f .

Artikel 46

1. Het examen in de modules, genoemd in artikel 44, onderdelen c tot en met f wordt schriftelijk afgenomen.

2. Het examen in de modules, genoemd in artikel 44, onderdelen a, b en g, wordt mondeling afgenomen.

3. De voorzitter van de regionale examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 5

Slotbepalingen

Artikel 47

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit in werking treedt.

Artikel 48

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling examens scheepvaartverkeersdienst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 4, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.

Bijlage 5

Bijlage bij artikel 23 van de Regeling examens scheepvaartverkeersdienst

Vrijstelling van het afleggen van een deelexamen of een examen in een module van een deelexamen van het landelijk examen.

Diploma’s/getuigschriften

Vrijstelling van: deelexamens/modules van deelexamens

a. algemene communicatie en communicatie-procedures

 

Registerloods

1°. Inleiding algemene communicatie en communicatieprocedures

Registerloods

2°. Engelse taal

3°. Standard Marine Communication Phrases

4°. Duitse woordenlijst VN/ECE

Marcom A of B

MBO binnenvaart

Schippersdiploma Rivieren, Kanalen en Meren (RKM)

Schippersdipoma Alle Binnenwateren (AB)

Marifoonbedieningcertificaat

Nautische functies 2

Registerloods

5°. Handboek marifonie in de binnenvaart

6°. Technische principes van radiotelefonie

7°. Regelgeving met betrekking tot radio- en telefonieprocedures

  

b. nautische kennis

 

MBO binnenvaart

Schippersdiploma Rivieren, kanalen en meren (RKM)

Schippersdiploma Alle binnenwateren (AB)

Nautische functies 2

Scheepvaartmeester A of B

Schipper/machinist

Registerloods

1°. Binnenvaart

Nautische functies 3

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ.

Registerloods

2°. Zeevaart

MBO binnenvaart

Schippersdiploma Alle binnenwateren (AB)

Nautische functies 3

Schipper/machinist

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ.

Registerloods

3°. Kaartpassen

Schippersdiploma Rivieren, kanalen en meren (RKM)

Schippersdiploma Alle binnenwateren (AB)

4°. Meteorologie

Nautische functies 2

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ.

Registerloods

5°. Getijleer

  

c. verkeersdienstapparatuur

 

MBO binnenvaart

Radardiploma binnenvaart of Radarpatent binnenvaart

Schipper/machinist

Stuurman/Werktuigkundige

Nautische functies 1

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3,

SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ, SMBW, SD, ST.

Registerloods

1°. Boordapparatuur

MBO binnenvaart

Nautische functies 3

Registerloods

2°. Walapparatuur

Nautische functies 2

Registerloods

3°. Informatieverwerkende systemen en randapparatuur

MBO binnenvaart

Radardiploma Binnenvaart

Nautische functies 3

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ, SMBW, SD, ST.

Registerloods

4°. Radarinstallaties

  

d. relevante wet- en regelgeving

 

MBO binnenvaart

Handhaving Milieurecht Toezicht

Buitengewoon opsporingsambtenaar

Nautische functies 1

Scheepvaartmeester A

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SBK.

Registerloods

1°. Algemene inleiding wet- en regelgeving

Nautische functies 2

Scheepvaartmeester A

Registerloods

2°. Scheepvaartverkeerswet inclusief het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer

Nautische functies 2

Scheepvaartmeester B

Registerloods

3°. Wetgeving met betrekking tot milieu en vervoer van gevaarlijke stoffen

Buitengewoon opsporingsambtenaar

Handhaving Milieurecht Toezicht

Nautische functies 2

Scheepvaartmeester A

Registerloods

4°. Wettelijke bevoegdheden

Buitengewoon opsporingsambtenaar

Handhaving Milieurecht Toezicht

Nautische functies 1

Scheepvaartmeester A

Registerloods

5°. Administratieve verwerking en praktische toepassing van regelgeving bij ongevallen, incidenten en overtredingen

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ, SMBW.

Nautische functies 3

Registerloods

6°. Relevante voorschriften ter voorkoming van aanvaringen op zee

Registerloods

7°. Scheepvaartreglement territoriale zee

MBO binnenvaart

Schippersdiploma Rivieren, Kanalen en Meren (RKM)

Schippersdiploma Alle Binnenwateren (AB)

Nautische functies 2

Scheepvaartmeester A

Zeevaartdiploma SWK, SMBW.

Registerloods

8°. Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement

  

e. Topografie

 

Nautische functies 3

Registerloods

1°. Gebieden waarin verkeersbegeleiding wordt gegeven

Nautische functies 1

MBO binnenvaart

Schipper/machinist

2°. Nautische en hydrografische publicaties

Schippersdiploma Rivieren, Kanalen en Meren (RKM)

Schippersdiploma Alle Binnenwateren (AB)

Scheepvaartmeester B

Zeevaartdiploma’s S1, SGS, S2, MAROF HBO, S3, SKA, SGZ, SW4, S4-v, MAROF MBO, LOBS, SW5, SWK, TSWK, SKB, SKS, SW6, SKZ, SMBW.

Registerloods

3°. Betonningssystemen in Nederland

  

f. Verkeersdienst

 

Nautische functies 3

Registerloods

1°. Richtlijnen van de Internationale Maritieme Organisatie voor verkeersdienstsystemen

Nautische functies 1

Registerloods

2°. Taken en bevoegdheden van de verkeersdienst

  

g. Verkeerszaken

 

Nautische functies 1

Registerloods

Instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer

  

h. Praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator

 

Geen vrijstelling mogelijk

Praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator

Bijlage 6

Bijlage bij artikel 23 van de Regeling examens scheepvaartverkeersdienst

Vrijstelling van het afleggen van een deelexamen of een examen in een module van een deelexamen van een regionaal examen.

Diploma’s/getuigschriften

Vrijstelling van deelexamens/modules van deelexamens

a. regionale communicatieprocedures

 

Nautische functies 1, 2 of 3

1°. Het nood-, spoed-, en veiligheidsverkeer en bijzonder verkeer voor de regio (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

2°. Radio- en telefonieprocedure conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van informatie en navigatie-assistentie (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

3°. Bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie-apparatuur (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

b. regionale nautische kennis

 

Nautische functies 1, 2 of 3

1°. De lokale hydrografische aspecten (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

2°. Regionale nautische en hydrografische publicaties (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

3°. Regionale tijpoortregelingen (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

4°. Hydrografische aspecten in de regio (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

c. regionale verkeersdienstapparatuur

 

Nautische functies 1, 2 of 3

1°. De in de regio gebruikte lokale walapparatuur, informatieverwerkende systemen en randapparatuur (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

2°. Bediening en mogelijkheden van beeldschermen (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

3°. Bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

4°. Bediening en mogelijkheden van randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

d. regionale scheepvaartverkeersreglementering

 

Nautische functies 1, 2 of 3

1°. De lokale relevante artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement, dan wel het Rijnvaartpolitiereglement (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Nautische functies 1, 2 of 3

2°. De uit de algemene scheepvaartreglementering voortvloeiende regelingen, onder andere neergelegd in ministeriële regelingen, bekendmakingen aan de scheepvaart en verkeersbesluiten (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Nautische functies 1, 2 of 3

3°. De voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer van gevaarlijke stoffen (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

4°. De relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

5°. De lokale havenreglementen (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

6°. De voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

e. regionale topografie

 

Nautische functies 1, 2 of 3

1°. De topografie van de verkeerspost binnen de regio (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

2°. De topografie van de regio (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

3°. Bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken, ligplaatsen, ankerplaatsen en verkeersscheidingsstelsels in de regio (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

f. regionale verkeersdienst

 

Nautische functies 1, 2 of 3

1°. De relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de International Maritime Organization (IMO), de Economische Commissie voor Europa (ECE), dan wel de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) (Rijkswaterstaat regio Binnen)

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

2°. Organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied, inclusief samenwerkingsregelingen met derden (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

g. regionale verkeerszaken

 

Registerloods Loodsencorporatie regio Rijnmond

De relevante instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het lokale scheepvaartverkeer (Havenbedrijf Rotterdam N.V.)

  

h. deelexamen regionale praktijkvaardigheid

 

Geen vrijstelling mogelijk

deelexamen regionale praktijkvaardigheid

Toelichting

Algemeen

Deze regeling berust op de artikelen 11, vierde en vijfde lid, 13, derde lid, 18, eerste lid, 19, 20, 22, en 27, derde lid, van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer (hierna te noemen: het besluit). Genoemd besluit vervangt het besluit van 15 april 1992, houdende regelen met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Stb. 234), verder te noemen het besluit van 15 april 1992.

Zoals in de nota van toelichting bij het besluit reeds is aangegeven, was de verankering op het niveau van het besluit van 15 april 1992 van onderwerpen als de taken en de werkwijze van de examencommissies en de gang van zaken tijdens een examen, niet flexibel genoeg. Het betreft immers organisatorische details die betrekkelijk eenvoudig moeten kunnen worden aangepast, indien dit vanuit de praktijk wenselijk blijkt te zijn. Dergelijke zaken zijn thans ondergebracht in hoofdstuk 2, Algemene bepalingen, van de onderhavige regeling.

In regio’s waarin zich meerdere verkeersposten bevinden is er om onderwijstechnische en organisatorische redenen behoefte een regionaal examen te kunnen splitsen in onderdelen die betrekking hebben op alle verkeerscentrales in die regio en onderdelen die alleen betrekking hebben op een specifieke verkeerscentrale in die regio. Zo kan ook de opleiding voor zowel opleiders als kandidaten efficiënter verlopen en worden gericht op die modules die voor een bepaalde verkeerscentrale absoluut noodzakelijk zijn. Om dit te kunnen realiseren is het clusterexamen geïntroduceerd. In een clusterexamen kunnen meerdere deelexamens worden gegroepeerd, en er moeten meerdere clusterexamens worden afgelegd om uiteindelijk het regionale examen te behalen. Zo wordt het ook mogelijk een gradatie aan te brengen in die zin dat eerst die modules worden bestudeerd en uiteindelijk in de deelexamens van een clusterexamen worden geëxamineerd die noodzakelijk zijn om naar de opleiding en examinering voor een volgend clusterexamen te kunnen doorstromen. Een en ander wordt beschreven en vastgelegd in het desbetreffende regionale examenprogramma.

Op basis van artikel 19 van het besluit dient voor het landelijk examen een examenprogramma te worden vastgesteld. Dit is opgenomen in hoofdstuk 3, Het landelijk examen, van de onderhavige regeling. Het landelijk examen bestaat uit de deelexamens, genoemd in artikel 16 van het besluit. Deze deelexamens bestrijken elk een ander vakgebied en kunnen vervolgens weer worden onderverdeeld in diverse modules. De deelexamens van het landelijk examen hebben betrekking op die procedures en die kennisgebieden die voor elk verkeersbegeleidend systeem hetzelfde zijn. Als een kandidaat is geslaagd voor alle deelexamens van het landelijk examen, ontvangt hij ingevolge artikel 21, tweede lid, van het besluit, het basisdiploma met het bijbehorende boekje Vessel Traffic Service (VTS)-kwalificatie. Om op een bepaalde verkeerspost dan wel verkeerscentrale daadwerkelijk verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen te kunnen geven, zal eerst nog met goed gevolg een regionaal examen dienen te worden afgelegd. Bij dit regionaal examen ligt de nadruk op de procedures en de kennis die specifiek betrekking hebben op het werkgebied van de desbetreffende verkeerspost dan wel verkeerscentrale.

Het examenprogramma voor de herhalingstoets, overeenkomstig het derde lid, van artikel 27 van het besluit, is eveneens in hoofdstuk 3 van deze regeling opgenomen, aangezien bij de herhalingscursus het accent voornamelijk ligt op het landelijk getinte gedeelte van de VTS-opleiding.

Het besluit van 15 april 1992 ging uit van een wat andere terminologie met betrekking tot de deelexamens. Thans wordt gesproken van een deelexamen ter toetsing van de kennis en vaardigheden op een bepaald vakgebied, terwijl destijds werd gesproken van een module in plaats van een vakgebied. De term ‘module’ wordt nu gebruikt om een nadere onderverdeling in een deelexamen aan te kunnen brengen. Tevens wordt per module aangegeven wat het vereiste kennisniveau is, als bedoeld in artikel 1, onderdelen l tot en met o van deze regeling, en wordt aangegeven wat de maximale tijdsduur van het examen is. Overeenkomstig artikel 7 van deze regeling zal aan de kandidaat tijdig worden medegedeeld wat de tijdsduur van het examen zal zijn en op welke wijze dit zal worden afgenomen.

Op basis van artikel 19 van het besluit dient eveneens voor elk regionaal examen een examenprogramma te worden vastgesteld. Deze examenprogramma’s zijn opgenomen in hoofdstuk 4, De regionale examens, van de onderhavige regeling. Het regionaal examen bestaat uit de deelexamens, genoemd in artikel 17 van het besluit. Deze deelexamens bestrijken elk een ander vakgebied en kunnen worden onderverdeeld in diverse modules. Het met goed gevolg afleggen van het regionale examen vormt het sluitstuk van de opleiding van de zogenaamde Vessel Traffic Service (VTS)-operators. Na het behalen van het landelijk examen krijgen zij conform artikel 21, tweede lid, van het besluit, het basisdiploma met het bijbehorende boekje VTS-kwalificatie uitgereikt (zie hiervoor). Vervolgens wordt na het behalen van het regionale examen de desbetreffende behaalde regionale kwalificatie in genoemd boekje aangetekend. Blijkens artikel 2 j° artikel 3 van het besluit kan vanaf dat moment een persoon daadwerkelijk worden aangewezen als zijnde bevoegd tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen aan het scheepvaartverkeer op een verkeerscentrale of een verkeerspost in een verkeersbegeleidend systeem.

Als bijlage 1 is bij de onderhavige regeling gevoegd het document ‘Beroepsprofiel en eindtermen VTS Operator’. Dit document, waarmee op 10 april 2003 door de toenmalige Stuurgroep van de Nationale Nautische Verkeersdienstopleiding (NNVO) is ingestemd, en dat in de vorm van een advies bij brief van de NNVO d.d. 8 juli 2003, kenmerk 07-010-2003, aan de Minister van Verkeer en Waterstaat is aangeboden, is het uitgangspunt waarop de landelijke examencommissie en de regionale examencommissies zich richten bij het ontwikkelen van criteria en toetselementen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de onderhavige regeling. Deze criteria en toetselementen dienen ter nadere invulling van de examinering in de in de examenprogramma’s (landelijk en regionaal) opgenomen modules.

Met de inwerkingtreding van de onderhavige regeling komen de bestaande regelingen met daarin de regionale examenprogramma’s, die berustten op het besluit van 15 april 1992, van rechtswege te vervallen. Daar het besluit uitgaat van een iets andere systematiek dan het besluit van 15 april 1992 is niet voorzien in een algemene omhangbepaling met betrekking tot die examenprogramma’s. De onderhavige regeling voorziet derhalve in nieuwe regionale examenprogramma’s onder het besluit.

In artikel 20 van het besluit wordt aangegeven dat bij regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met de Minister van Justitie, diploma’s en getuigschriften worden aangeduid op grond waarvan een kandidaat vrijstelling verkrijgt voor het afleggen van een deelexamen of een module van een deelexamen van het landelijk en een regionaal examen bedoeld in de artikelen 16 en 17 van genoemd besluit. In hoofdstuk 2, § 9, Vrijstellingen, van de onderhavige regeling, is daarin voorzien. De desbetreffende diploma’s en getuigschriften en de deelexamens en modules van deelexamens van het landelijk examen en de regionale examens waarvan vrijstelling wordt verkregen, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen 5 en 6.

Wanneer de voor een diploma of getuigschrift benodigde kennis tot op het moment van aanvraag van het desbetreffende examen niet onafgebroken in de praktijk is toegepast, mag het desbetreffende diploma of getuigschrift niet langer dan drie jaar geleden zijn behaald. Is die kennis wel onafgebroken in de praktijk toegepast en is tevens aantoonbaar deelgenomen aan de bijscholingscursussen met betrekking tot de uitgeoefende functie, dan wordt vrijstelling verkregen als het desbetreffende diploma of getuigschrift niet langer dan vijf jaar geleden is behaald. Een uitzondering op deze geldigheidsduur van vijf jaar wordt gemaakt voor personen die in het bezit zijn van het getuigschrift registerloods en die tevens zijn ingeschreven in het (landelijke) loodsenregister. Dit is van toepassing op vrijstellingen van het afleggen van deelexamens en modules van deelexamens van het landelijke en een regionaal examen. In het laatste geval moet de desbetreffende registerloods ook in een regionaal loodsenregister zijn ingeschreven. De functie van registerloods moet dan wel tot op het moment van aanvraag van het desbetreffende examen onafgebroken zijn uitgeoefend en er moet aantoonbaar zijn deelgenomen aan de ten behoeve van de functie gegeven bijscholingscursussen.

De zwaarte van de opleiding tot registerloods en het intensieve gebruik van de verworven kennis tijdens de beroepsuitoefening van de registerloodsen rechtvaardigt deze uitzondering.

Door middel van artikel 22 van het besluit, wordt aan de Minister van Verkeer en Waterstaat opgedragen de modellen vast te stellen van:

a. het basisdiploma, dat wordt verkregen wanneer het genoemde landelijk examen met goed gevolg is afgelegd; en

b. het bij het basisdiploma behorende boekje Vessel Traffic Service (VTS)-kwalificaties, waarin na het behalen van een regionaal examen de desbetreffende regionale kwalificatie wordt aangetekend, en het met goed gevolg afleggen van de herhalingstoets wordt vermeld;

c. deelcertificaten van de genoemde examens.

In hoofdstuk 2, § 7. Modellen van diploma’s en deelcertificaten, van de onderhavige regeling, is daarin voorzien. De modellen zelf zijn als bijlagen 2 tot en met 4 bij de onderhavige regeling opgenomen.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In deze regeling wordt op een aantal plaatsen gesproken van ‘examen’. Om onduidelijkheden te voorkomen is in artikel 1, onderdeel h, aangegeven dat in deze artikelen ‘examen’ wordt gebruikt als verzamelbegrip, waaronder al naar gelang elke vorm van de in deze regeling voorkomende examens kan worden verstaan.

Artikelen 2 en 3

Voor het afhandelen van de dagelijkse werkzaamheden van de landelijke examencommissie en de vertegenwoordiging naar buiten toe, is het niet efficiënt dat de totale examencommissie daar steeds in zijn geheel bij is betrokken. Derhalve wordt hier geregeld dat de landelijke examencommissie wordt vertegenwoordigd door een dagelijks bestuur van maximaal negen personen. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de regionale examencommissies. Gezien de tot één regio beperkte werkzaamheden van deze commissies, waardoor minder coördinerende bijeenkomsten nodig zijn dan voor de regio overstijgende, landelijke examencommissie het geval is, wordt het aan die commissies zelf overgelaten of een dagelijks bestuur in het leven wordt geroepen.

In artikel 3 wordt bepaald dat door de landelijke examencommissie en de regionale examencommissies een huishoudelijk reglement wordt opgesteld, waarin onder andere taken en bevoegdheden van de leden en plaatsvervangende leden van de examencommissies en hun eventuele dagelijkse besturen worden vastgelegd en waarin ook regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van vergaderen en het nemen van besluiten.

In het huishoudelijk reglement dienen ten minste nog een aantal andere voor de praktijk van de examinering belangrijke onderwerpen te worden opgenomen, zoals de taken van de examenvoorzitter, een model van een examenrooster en een klachtenprocedure. Het huishoudelijk reglement is openbaar, zodat daarmee ook de kenbaarheid van de klachtenprocedure is gewaarborgd. Op het inschrijfformulier voor de examens zal bovendien naar het huishoudelijk reglement en de daarin opgenomen klachtenprocedure worden verwezen.

Artikel 10

In het tweede en derde lid van dit artikel is aangegeven door hoeveel examinatoren de verschillende examens worden afgenomen. Zo wordt het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, het deelexamen regionale praktijkvaardigheid en de modules waarin mondeling examen wordt gedaan, per kandidaat afgenomen door ten minste twee examinatoren. Ingeval van een schriftelijk examen ligt de verhouding wat anders. Bij deze examens zijn er geen twee examinatoren per kandidaat. Deze examens worden immers niet per kandidaat, maar bij een groep kandidaten tegelijk afgenomen. Na afloop van het examen worden de antwoorden per kandidaat wel door ten minste twee examinatoren beoordeeld.

In het vijfde lid wordt de mogelijkheid gecreëerd een gedeelte van het deelexamen praktijkvaardigheid op de toekomstige werkplek zelf te laten plaatsvinden. Op grond van het zesde lid kan voorts het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie in bijzondere gevallen besluiten dat de herhalingstoets wordt afgenomen op een of meer verkeerscentrales of verkeersposten waarvoor de kandidaat een regionale kwalificatie heeft. Deze bepaling is opgenomen om bijvoorbeeld bij gebleken faalangst een kandidaat de mogelijkheid te bieden de herhalingstoets af te leggen in een vertrouwde omgeving.

Artikel 11

De kandidaat wordt beoordeeld per deelexamen zoals genoemd in de artikelen 16 en 17 van het besluit. Om te slagen voor een deelexamen moet de kandidaat per module van dat deelexamen minimaal 60 punten hebben gehaald. Deze norm wordt strikt gehanteerd om te waarborgen dat de personen die verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen geven op een verkeerscentrale of een verkeerspost in een verkeersbegeleidend systeem over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om deze verantwoordelijke functie goed te kunnen vervullen. Kandidaten die voor één of meer modules van een deelexamen vrijstelling hebben gekregen, krijgen bij het deelexamen alleen vragen over de modules waarvoor geen vrijstelling is verkregen. Ook voor deze kandidaten geldt dat voor elke module van het desbetreffende deelexamen 60 punten moeten worden behaald. Uiteraard wordt voor deze gevallen een aangepaste norm per vraag gehanteerd, zodat een kandidaat die vrijstellingen heeft niet onevenredig zwaar of soepel beoordeeld wordt. Voor het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator is in het vierde lid een aanvullende normering neergelegd. Een aantal onderdelen van dit deelexamen wordt zo essentieel geacht dat voor die onderdelen afzonderlijk in ieder geval ten minste 13 punten moeten worden behaald.

Voor een clusterexamen geldt met betrekking tot de beoordeling hetzelfde als hiervoor is omschreven voor een deelexamen. Een clusterexamen bestaat immers uit verschillende deelexamens. Een kandidaat is voor een clusterexamen geslaagd als hij is geslaagd voor alle daarvan deel uitmakende deelexamens.

Voor het beoordelen van de herhalingstoets wordt dezelfde puntentelling gehanteerd als bij de beoordeling van de deelexamens. Hoe vaak een VTS-functionaris de mogelijkheid krijgt om de herhalingstoets te herkansen, wordt ter beoordeling gelaten van het bevoegd gezag van de verkeerscentrale of verkeerspost waar hij werkzaam is. Wel moet op grond van artikel 27, eerste en tweede lid, van het besluit, elke drie jaar een herhalingscursus worden doorlopen en met goed gevolg een herhalingstoets worden afgelegd om te voorkomen dat de regionale kwalificatie zijn geldigheid verliest.

Artikel 12

De kennis die voor een volgend clusterexamen is vereist bouwt voort op de kennis die voor een daaraan voorafgaand clusterexamen is benodigd. Derhalve wordt hier de eis gesteld dat een kandidaat pas aan een volgend clusterexamen deel kan nemen, als hij voor het daaraan voorafgaande clusterexamen is geslaagd.

Artikel 13

Een kandidaat die niet in één keer voor alle deelexamens is geslaagd, wordt niet direct afgewezen. Voor de deelexamens die hij wel met voldoende resultaat heeft afgelegd, ontvangt de kandidaat een deelcertificaat, als dit voor het desbetreffende deelexamen beschikbaar is. De deelcertificaten gelden vervolgens voor een periode van 12 maanden als vrijstellingverlenend bewijs. In die 12 maanden kan de kandidaat dan de resterende deelexamens afleggen.

Een deelexamen dat onderdeel uitmaakt van een clusterexamen regionale praktijkvaardigheid of een clusterexamen regionale praktijk operationele werkvloer is nog 12 maanden geldig gerekend vanaf de laatste werkdag op de regionale verkeerscentrale waarvoor het clusterexamen gelding heeft en behoudt daarna zijn geldigheid voor die verkeerscentrale, zolang elk kwartaal minimaal zes volledige diensten op deze verkeerscentrale worden verricht. Is dat laatste niet het geval of zijn de genoemde deelexamens meer dan 12 maanden geleden afgelegd, dan is de noodzakelijke parate kennis, voor de desbetreffende verkeerscentrale, zo is gebleken, zodanig verwaterd dat de desbetreffende deelexamens opnieuw dienen te worden afgelegd.

Het model van het deelcertificaat is opgenomen als bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 19

In dit artikel wordt overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel c, van het besluit de maximale tijdsduur aangegeven waarbinnen de deelexamens van het landelijk en de regionale examens worden afgenomen. Omdat deze tijdsduur uniform is, is er voor gekozen die in het hoofdstuk ‘Algemene bepalingen’ van de onderhavige regeling op te nemen en niet in ieder examenprogramma apart te herhalen.

Artikelen 21 en 22

Het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator, het deelexamen en het clusterexamen regionale praktijkvaardigheid en de herhalingstoets worden afgenomen op een verkeersdienstsimulator. Een verkeersdienstsimulator is in staat om op een zodanige wijze alle mogelijke op een verkeerspost of verkeerscentrale voorkomende situaties na te bootsen, dat goed beoordeeld kan worden of een kandidaat in de praktijk naar behoren zal functioneren. Dit betekent dat op de beeldschermen van de simulator realistische verkeerssituaties en realistisch vaargedrag weergegeven moeten kunnen worden. In de nota van toelichting bij het besluit is al aangegeven dat het wenselijk is om de eisen waaraan een verkeersdienstsimulator voor het gebruik bij genoemde examens moet voldoen vast te leggen. Artikel 21 voorziet hierin. Of een verkeersdienstsimulator aan de daarin vastgelegde eisen voldoet, wordt beoordeeld door het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie. Gezien de samenstelling van dit bestuur, is daarin de noodzakelijke kennis aanwezig om vast te kunnen stellen of aan de gestelde eisen is voldaan. Wanneer een reeds volgens de procedure van het eerste lid van artikel 22 goedgekeurde verkeersdienstsimulator wijzigingen ondergaat die niet van ondergeschikte aard zijn, zal het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie opnieuw de verkeersdienstsimulator moeten goedkeuren, alvorens deze weer kan worden ingezet ten behoeve van de examens. In het derde lid van artikel 22 is voor het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie een mogelijkheid tot schorsing van de in het eerste lid van artikel 22 bedoelde verklaring opgenomen. In het vierde lid van artikel 22 is de mogelijkheid voor het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie opgenomen om deze schorsing ongedaan te maken als de verkeersdienstsimulator nog steeds, of weer aan de in artikel 21 gestelde eisen voldoet.

Het gebruik van een verkeersdienstsimulator bij het praktisch gedeelte van het examen en de herhalingstoets is geregeld in artikel 10, vierde en vijfde lid.

Nadere regels met betrekking tot de herhalingstoets zijn opgenomen in hoofdstuk 3, § 2, van de onderhavige regeling.

Hoofdstuk 3. Het landelijk examen. Artikelen 24 tot en met 28

In artikel 24 is het landelijk examenprogramma opgenomen. Per deelexamen, genoemd in artikel 16 van het besluit, is aangegeven in welke modules dit is onderverdeeld. Zoals in het algemeen deel van de toelichting reeds is aangegeven, ligt bij het landelijk examen het accent op de kennis en de procedures zoals deze voor elke verkeerspost dan wel verkeerscentrale toepasbaar zijn. In tegenstelling tot hetgeen onder het besluit van 15 april 1992 het geval was, is het onderdeel praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator thans als apart deelexamen in het landelijk examenprogramma opgenomen. Voorheen werd er slechts onderscheid gemaakt in de praktische en theoretische toetsing van de verschillende modules. Daar echter de praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator een zeer belangrijk onderdeel van het totale examen vormt, is ervoor gekozen om dit onderdeel als een apart deelexamen (artikel 24, onderdeel h) op te nemen.

In artikel 26 is het programma voor de herhalingstoets aangeduid.

Overeenkomstig artikel 19, tweede lid, onderdeel b, van het besluit, wordt in artikel 28 aangegeven op welke wijze de examens in de verschillende modules worden afgenomen.

In het derde lid is de mogelijkheid gecreëerd voor de voorzitter van de landelijke examencommissie om in bijzondere gevallen af te wijken van hetgeen is bepaald in het eerste en tweede lid.

Het deelexamen praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator en de herhalingstoets, worden, overeenkomstig artikel 10, vierde lid, van deze regeling, praktisch afgenomen met behulp van een door het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie goedgekeurde verkeersdienstsimulator.

Hoofdstuk 4. De regionale examens. Artikelen 29 tot en met 46

In de artikelen 29 tot en met 46 zijn overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van het besluit voor de regionale examens scheepvaartverkeersdienst de examenprogramma’s vastgesteld, en is overeenkomstig artikel 19, tweede lid van dat besluit, aangegeven uit welke modules de in artikel 17 van het besluit opgesomde deelexamens bestaan en op welke wijze ze worden afgenomen. De maximale tijdsduur waarbinnen een deelexamen wordt afgenomen is opgenomen in artikel 19 van het Hoofdstuk Algemene bepalingen van de onderhavige regeling, omdat dit voor alle deelexamens van de regionale examens hetzelfde is.

Het deelexamen regionale praktijkvaardigheid wordt, overeenkomstig artikel 10, vierde lid, van deze regeling, praktisch afgenomen met behulp van een door het dagelijks bestuur van de landelijke examencommissie goedgekeurde verkeersdienstsimulator.

Artikel 48

Deze regeling dient, vanwege de directe samenhang daarmee, tegelijkertijd met het besluit in werking te treden. Het moment van inwerkingtreding van genoemd besluit wordt bij koninklijk besluit vastgesteld.

De bij deze regeling behorende bijlagen 1 tot en met 4, worden ter inzage gelegd in de bibliotheek van de Hoofddirectie Juridische Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Koningskade 4, 2596 AA, Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

Naar boven