Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatscourant 2005, 199 pagina 14Besluiten van algemene strekking

Aanwijzing vervoersdienst concessies regionaal openbaar vervoer per trein Nijmegen en Limburg

Besluit tot aanwijzing vervoersdienst waarvoor het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen en het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg bevoegd is tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor regionaal openbaar vervoer per trein

10 oktober 2005

Nr. HDJZ/S&W/2005-1912

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

In overeenstemming met het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen, het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg en het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant;

Gelet op artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000;

Besluit:

Artikel 1

1. Het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen is bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor regionaal openbaar vervoer per trein voor de volgende vervoersdienst, die de daarbij aangegeven stations verbindt:

Vervoersdienst:

Stations:

Cuijck–Nijmegen, als onderdeel van de vervoersdienst Roermond–Nijmegen

Cuijck, Nijmegen-Heyendaal, Nijmegen

2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid heeft betrekking op het openbaar vervoer per trein na 9 december 2006.

Artikel 2

1. Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg is bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor regionaal openbaar vervoer per trein voor de volgende vervoersdienst, die de daarbij aangegeven stations verbindt:

Vervoersdienst:

Stations:

Roermond–Cuijck, als onderdeel van de vervoersdienst Roermond–Nijmegen

Roermond, Swalmen, Reuver, Tegelen, Venlo, Blerick, Venray, Vierlingsbeek, Boxmeer en Cuijck.

2. Het eerste lid laat onverlet de rechten als bedoeld in artikel 2, van de concessie bedoeld in artikel 69d, tweede lid van de Wet personenvervoer 2000, voor het hoofdrailnet, als bedoeld in artikel 69b van de Wet personenvervoer 2000 tussen de stations Venlo–Blerick.

3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid heeft betrekking op het openbaar vervoer per trein na 9 december 2006.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, ter attentie van de Hoofddirectie Juridische Zaken, Postbus 20906, 2500 EX te Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.

Toelichting

Artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 bepaalt dat decentrale overheden het bevoegde gezag kunnen zijn ten aanzien van concessies voor regionaal openbaar vervoer per trein, voor de bij algemene maatregel van bestuur dan wel in overeenstemming met het betrokken bestuur aangewezen vervoersdiensten.

In het onderhavige besluit wordt de vervoersdienst aangewezen die de daarbij aangegeven stations verbinden waarvoor het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen het concessieverlenende bestuursorgaan dan wel het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg het concessieverlenende bestuursorgaan is. Hiermee wordt bewerkstelligd dat het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg en het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen bevoegd zijn om voorbereidende werkzaamheden te verrichten voor het verlenen van een concessie voor regionaal openbaar vervoer per trein vanaf 10 december 2006.

Het College van Gedeputeerde staten van de provincie Limburg, het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen hebben afspraken gemaakt over de vervoersdienst Roermond–Nijmegen. Afgesproken is dat het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg bevoegd wordt voor het verlenen van een concessie voor regionaal openbaar vervoer per trein voor de verbinding tussen de stations Roermond, Swalmen, Reuver, Tegelen, Venlo, Blerick, Venray, Vierlingsbeek, Boxmeer en Cuijck van de vervoersdienst Roermond–Nijmegen en het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem Nijmegen bevoegd wordt voor de verbinding tussen de stations Cuijck, Nijmegen–Heyendaal en Nijmegen van deze vervoersdienst.

Voor de vervoersdienst Roermond–Nijmegen dragen het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg en het Dagelijks Bestuur van het Knooppunt Arnhem–Nijmegen zorg voor een goede afstemming, omdat de vervoersdienst over het grondgebied van de provincies Limburg en Noord- Brabant en het Knooppunt Arnhem Nijmegen loopt, en omdat de provincie Limburg en het Knooppunt Arnhem Nijmegen beide concessieverlenende bevoegdheid hebben voor een gedeelte van de totale vervoersdienst Roermond–Nijmegen.

Artikel 2, tweede lid, is er op gericht de thans aanwezige samenloop van treindiensten op het traject Venlo–Blerick te continueren. Het is een samenlooptraject met het hoofdrailnet. Op de vervoerdienst Roermond–Nijmegen valt het traject Venlo–Blerick onder de Vervoerconcessie voor het hoofdrailnet. Voor dit traject is een concessie verleend aan NS, waarbij rekening is gehouden met continuering van de thans bestaande rechten voor wat betreft het traject Venlo–Blerick van de vervoerdienst Roermond–Nijmegen, voorzover benut in het dienstregelingjaar 2004, in termen van frequenties per uur per richting per station. In het aanwijzingsbesluit wordt derhalve rekening gehouden met de in deze concessie vermelde samenloop.

Bij het verlenen van de concessie voor de vervoersdienst Roermond–Cuijck, als onderdeel van de vervoersdienst Roermond–Nijmegen zal hiermede rekening moeten worden gehouden.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs