Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2005, 194 pagina 8 | Interne regelingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2005, 194 pagina 8 | Interne regelingen |
30 september 2005
Nr. 2005-0000240935
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Besluit:
Er is een ambtelijke Commissie Doorlichting Zelfstandige Bestuursorganen (CDZ), verder te noemen: de commissie.
1. De commissie heeft tot taak:
a. het proces van de doorlichting van bestaande zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) te bewaken;
b. advies uit te brengen over de doorlichting van bestaande ZBO’s;
c. advies uit te brengen over nieuw in te stellen ZBO’s in het licht van de aangescherpte instellingsmotieven.
2. De commissie rondt haar werkzaamheden af binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit.
De commissie brengt haar advies uit aan de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, de Minister van Financiën en de Minister wiens ZBO het advies betreft.
1. De commissie bestaat uit vier vaste leden:
a. de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Financiën, voorzitter;
b. de Directeur-Generaal Management Openbare Sector van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, vice-voorzitter;
c. de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, lid;
d. de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, lid;
2. De commissie wordt, waar dat aan de orde is, aangevuld met een roulerend lidmaatschap, vervuld door de Secretaris-Generaal van het Ministerie waar het doorgelichte ZBO onder valt.
1. De commissie heeft een secretariaat.
2. Het secretariaat heeft tot taak het bieden van secretariële en logistieke ondersteuning aan de commissie.
3. Het postadres van de commissie en diens secretariaat berust bij het Ministerie van Financiën.
4. Het archief van de commissie wordt na opheffing van de commissie overgedragen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De commissie regelt haar werkwijze en die van het secretariaat, met inachtneming van dit besluit.
1. De commissie evalueert haar functioneren in ieder geval één jaar na inwerkingtreding van dit besluit en nogmaals voor het verstrijken van haar instellingstermijn.
2. Zij brengt haar conclusies ter kennis van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
2. Dit besluit vervalt vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit.
3. Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 30 september 2005.
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijkrelaties, A. Pechtold.
Op 26 mei 2005 heeft de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijkrelaties (BVK) het kabinetsstandpunt inzake het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar Verzelfstandigde Organisaties op Rijksniveau (IBO-VOR) aan de Tweede Kamer aangeboden (Zelfstandige bestuursorganen, TK 2004–2005, 25268, nr. 20). In dit kabinetsstandpunt is aangekondigd dat de bestaande zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) zullen worden doorgelicht. Zoals besloten door de Ministerraad op 8 juli 2005, stelt de Minister voor BVK een kleine, hoogambtelijke commissie in om het proces van doorlichting te bewaken en de ministers te adviseren. Dit instellingsbesluit voorziet in de instelling van deze commissie. De Minister voor BVK heeft een coördinerende verantwoordelijkheid voor het proces van doorlichting.
De naam van de commissie die met dit besluit wordt ingesteld is Commissie Doorlichting Zelfstandige Bestuursorganen. De commissie wordt afgekort als CDZ. Het betreft een interdepartementale commissie zoals bedoeld in de Aanwijzingen inzake interdepartementale commissies (Besluit van de Minister-president van 11 maart 1987, Stcrt. 67).
De drieledige taak volgt rechtstreeks uit bovengenoemd kabinetsstandpunt.
De eerste taak betreft het bewaken van het proces van de doorlichting van bestaande ZBO’s. De vakministers zijn primair zelf verantwoordelijk voor de doorlichting van hun eigen ZBO’s. De vakdepartementen lichten hun eigen ZBO’s door en leggen hun doorlichting voor advies voor aan de CDZ. De CDZ bewaakt het proces van doorlichting.
De tweede taak betreft het uitbrengen van advies over de doorlichting van bestaande ZBO’s aan de vakminister, de Minister voor BVK en de Minister van Financiën. Deze adviezen betreffen in ieder geval de vraag of het desbetreffende ZBO nog zelfstandig kan blijven in het licht van de aangescherpte instellingsmotieven en welke maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de aangescherpte ‘governance’-eisen. Ook zal – indien van toepassing – het advies betrekking hebben op de door het vakministerie opgestelde kosten-batenanalyse over de vraag of de baten van een herstel van de volledige ministeriële verantwoordelijkheid opweegt tegen de kosten daarvan.
De derde taak betreft het uitbrengen van advies over nieuw in te stellen ZBO’s in het licht van de aangescherpte instellingsmotieven. Het Begeleidingsteam Verzelfstandigingen blijft eerste aanspreekpunt en adviseur bij verzelfstandigingen van rijkstaken. Zodra blijkt dat de verantwoordelijke minister concludeert tot instelling van een ZBO, betrekt het Begeleidingsteam Verzelfstandigingen de commissie.
Het tweede lid van het artikel stelt dat de commissie haar werkzaamheden uiterlijk afrondt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit. Deze periode stelt de ministeries in staat hun doorlichtingen zoveel mogelijk te laten aansluiten op de wettelijke vier- of vijfjaarlijkse evaluaties van hun ZBO’s.
De Minister voor BVK informeert de Tweede Kamer over de planning van de doorlichting door de ministeries en het daarop volgende adviestraject van de commissie.
De commissie brengt haar adviezen uit aan de Minister voor BVK, de Minister van Financiën en de vakminister waar het ZBO waarop het advies betrekking heeft onder valt. Daarbij rapporteert de commissie halfjaarlijks aan de Ministers van BVK en Financiën over de voortgang van het proces van doorlichten als geheel.
De commissie bestaat uit vier vaste leden zoals in het besluit genoemd. De commissie kan, waar dat aan de orde is, worden aangevuld met een roulerend lidmaatschap ingevuld door de Secretaris-Generaal van het ministerie waar het doorgelichte ZBO onder valt. Bij een verdeeld advies maakt de commissie daar melding van.
De commissie draagt zorg voor inbreng van externe deskundigen. De Minister voor BVK en de Minister van Financiën overleggen periodiek met de commissie om de doelstelling van de doorlichting te bewaken.
De commissie heeft een secretariaat. Medewerkers van dit secretariaat zijn afkomstig van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het secretariaat heeft tot taak het bieden van secretariële en logistieke ondersteuning van de commissie. Het postadres van het secretariaat van de commissie ligt bij het ministerie waar de voorzitter van afkomstig is; het Ministerie van Financiën. Ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van de doorlichting wordt het archief van de commissie na opheffing van de commissie overgedragen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De commissie heeft de vrijheid om haar eigen werkwijze en die van het secretariaat te regelen. Daarbij gelden de randvoorwaarden uit dit besluit.
De commissie evalueert haar functioneren in ieder geval één jaar na inwerkingtreding van dit besluit. Hierdoor kunnen de door de evaluatie verkregen inzichten worden meegenomen in het vervolgtraject van de commissie. Ruim voor het verstrijken van haar instellingstermijn evalueert de commissie haar functioneren. De commissie brengt haar conclusies ter kennis van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Het besluit vervalt vijf jaar na inwerkingtreding. Dit stelt de ministeries in staat hun doorlichtingen zoveel mogelijk te laten aansluiten op de vier- of vijfjaarlijkse evaluaties van hun ZBO’s. Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2005-194-p8-SC71798.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.