De Staatssecretaris van Defensie,
Overwegende:
dat in het kader van de oefening Falcon Autumn 2005 door transporthelikopters
troepen worden ingevlogen van en naar de in deze beschikking te noemen oefengebieden;
dat bij de tactische manoeuvres door helikopters en bij de landing op
genoemde locaties is het vliegen, beneden de minimum vlieghoogte noodzakelijk
is om de juiste oefenwaarde te kunnen bereiken;
dat derhalve aan vliegers van de Koninklijke Luchtmacht en bondgenootschappelijke
strijdkrachten tijdens deze oefening ontheffing wordt verleend van de minimum
VFR vlieghoogte;
Gelet op artikel 45 van het Luchtverkeersreglement, artikel 8, 11 en 12
van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen
en artikel 1 en 5 van de Voorschriften ter beperking van geluidhinder militaire
luchtvaartuigen;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
1. De vrijstelling van de minimum VFR vlieghoogte zoals bedoeld in het
tweede lid wordt verleend binnen het GLV VII. NVG area VI a, tevens binnen
de hierna te noemen gebieden begrensd door de volgende coördinaten en
binnen de hierna te noemen data:
A: Flevo:
52°13'00” N 005°34'00” E, 52°18'00” N 005°22'00”
E, 52°23'00” N 005°18'00” E,
52°31'00” N 005°34'00” E, 52°31'00” N 005°46'30”
E, 52°25'00” N 005°41'00” E,
52°14'00” N 005°38'00” E.
op 1 oktober en van 3 oktober t/m 8 oktober 2005 en van 10 t/m 13 oktober
2005;
B: Veluwe:
52°08'00” N 005°40'00” E, 52°07'15” N 005°45'00”
E, 52°05'00” N 005°45'00” E,
52°04'00” N 005°42'00” E.
van 10 oktober t/m 13 oktober 2005;

Gebieden Flevo en Veluwe
2. Binnen de hierboven vermelde oefengebieden in de periode van 1 oktober
2005 en van 3 t/m 8 oktober 2005 en van 10 t/m 13 oktober 2005 bedraagt de
minimum toegestane vlieghoogte 150 voet of incidenteel zoveel lager als i.v.m.
de opdracht noodzakelijk is. Binnen de oefengebieden gelden de volgende voorwaarden:
(1) Het laagvliegen is alleen toegestaan voor hefschroefluchtvaartuigen
van de KLu en of bondgenootschappelijke luchtstrijdkrachten;
(2) Met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis gelden de eisen
voor VFR-vluchten;
(3) Aaneengesloten bebouwing, vee, mensenverzamelingen, ziekenhuizen,
sanatoria enz. moeten zoveel mogelijk worden vermeden;
(4) Bird Sanctuary's welke genoemd zijn in het MilAIP ENR 5.6 dienen te
worden vermeden of indien dit uit operationele noodzaak niet mogelijk is,
dient een minimale vlieghoogte van 1000 voet te worden aangehouden;
(5) De ATZ Lelystad wordt vermeden tenzij vooraf (telefonisch) anders
is overeengekomen;
(6) De EHR 3 (Oldebroek) en de EHR 9 (Harskamp) dienen te worden vermeden
tenzij vooraf anders is overeengekomen met de betrokken veiligheidsofficier;
Artikel 2
Deelnemende gezagvoerders aan de oefening Falcon Autumn 2005 dienen, indien
in een CTR of ATZ zal worden gevlogen, in de planning fase contact op te nemen
met betrokken luchtverkeersleidings- of luchtverkeersinformatiedienst en in
de vliegfase radiocontact te onderhouden met betrokken dienst. Hierbij dienen
de lokale in- en uitvliegsectoren en de verkeerscircuits te worden vermeden.
De gezagvoerders dienen de door de LVB opgedragen transpondercode in te stellen
en te voldoen aan de door hen gestelde voorwaarden.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant
waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 14 oktober 2005. Indien de plaatsing
in de Staatscourant later plaatsvindt dan 28 september 2005 werkt deze beschikking
terug vanaf 1 oktober 2005.
Het MilATCC stelt deze oefening bekend middels NOTAM, waarbij niet deelnemend
verkeer wordt verzocht de oefengebieden te vermijden.
Tegen dit besluit kan bezwaar worden ingesteld bij de Minister van Defensie,
door middel van een bezwaarschrift, dat binnen zes weken na inwerkingtreding
van het besluit bij de Minister van Defensie (Postbus 20701, 2500 ES 's-Gravenhage)
moet worden ingediend.