Categorie: Opsporing
Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO
Afzender: College van procureurs-generaal
Adressaat: Hoofden van de parketten
Registratienummer: 2005A012
Datum vaststelling: 21-06-2005
Datum inwerkingtreding: 01-09-2005
Geldigheidsduur: 31-08-2009
Publicatie in Stcrt.: nr. 174, 08-09-2005
Vervallen: Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en
jeugdigen (2000A018)
Relevante beleidsregels: Aanwijzing inverzekeringstelling (2000A007)
Wetsbepalingen: art. 61a Sv, art. 62a Sv
Jurisprudentie: -
Bijlage(n): 1
Achtergrond
In deze regeling wordt onder 'lichten' verstaan: het, op last van het
openbaar ministerie, voor een korte tijd verlaten van een penitentiaire inrichting,
justitiële jeugdinrichting, TBS-kliniek of niet-justitiële inrichting
(bijv. een psychiatrisch ziekenhuis) door een ingeslotene, gedurende welke
tijd de betrokkene ter beschikking staat van een gerechtelijke autoriteit
of de politie ten behoeve van de opsporing, meestal voor verhoor.
Over het algemeen maakt lichten een inbreuk op het regime dat geldt bij
de voorlopige hechtenis, de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, de TBS
of PIJ. Om die reden wordt in deze aanwijzing aangegeven in welke situatie
het lichten is toegestaan. Het lichten van vreemdelingen tijdens detentie
is mogelijk in het belang van het identiteitsonderzoek, waarbij presentatie
bij een diplomatieke vertegenwoordiging vaak onontbeerlijk is.
Het lichten van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring (art. 59, eerste
lid, Vreemdelingenwet 2000) is mogelijk, maar dit is een bevoegdheid van de
korpschef.
Samenvatting
Deze aanwijzing geeft regels voor het lichten van ingeslotenen die op
last van Justitie in het kader van de strafrechtstoepassing zijn geplaatst
in een penitentiaire inrichting, een justitiële jeugdinrichting, een
inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een niet-justitiële
inrichting, hierna aan te duiden als `ingeslotenen'.
Opsporing
1. Wanneer lichten?
In het belang van het opsporingsonderzoek kan het lichten worden verzocht
ingeval een ingeslotene moet worden gehoord door een opsporingsinstantie.
Er kunnen in dit kader twee situaties worden onderscheiden:
1. Lichten in verband met een verhoor over een feit waarvoor men in voorlopige
hechtenis in een huis van bewaring of in een opvanginrichting voor jeugdigen
verblijft;
2. Lichten in verband met een verhoor over een nieuw feit, of om als getuige
gehoord te worden.
1.1. Lichten in verband met het feit waarvoor men in voorlopige hechtenis
of in een opvanginrichting verblijft
Ten aanzien van deze categorie personen, die in een huis van bewaring
verblijven, geldt: waar het mogelijk is om in het huis van bewaring te horen
moet die mogelijkheid worden benut. In dit geval kan gedacht worden aan een
kort verhoor, waarbij, bijvoorbeeld, een confrontatie met getuigen niet aan
de orde komt.
Is het horen in het huis van bewaring niet mogelijk, dan wel zeer bezwaarlijk,
dan kan gelicht worden met inachtneming van artikel 61a Sv.
Het tijdens een gerechtelijk vooronderzoek (tegen zijn wil) doen overbrengen
(`lichten') van een verdachte die zich in een huis van bewaring bevindt naar
een politiebureau met het oog op verhoor in het voortgezet opsporingsonderzoek
waaraan hij niet wenst mee te werken, is een maatregel in de zin van bovengenoemde
bepalingen.
Het verdient de voorkeur het lichten zo kort mogelijk te laten duren.
Dat wil zeggen dat de betrokkene dezelfde dag teruggebracht moet worden
naar de inrichting of, in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als de afstand
tussen de plaats van verhoor en de inrichting hiertoe noodzaakt, hoogstens
één nacht, bij zeer grote afstand (meer dan 100 kilometer),
twee nachten op het politiebureau verblijft.
1.2. Lichten in verband met een nieuw feit
Het komt voor dat zich buiten een lopend onderzoek strafzaken aandienen
tegen personen die in verzekering gesteld zijn of in voorlopige hechtenis
verblijven. In dat geval is de officier van justitie op grond van artikel
67b WvSv bevoegd te vorderen dat nieuwe feiten aan het bevel tot voorlopige
hechtenis worden toegevoegd, mits voor die feiten voorlopige hechtenis mogelijk
is. Indien reeds een gerechtelijk vooronderzoek plaats heeft, kan het aanbeveling
verdienen het gerechtelijk vooronderzoek met dit nieuwe feit uit te breiden.
Gewezen wordt in dit kader nog op artikel 68, eerste lid, van het WvSv,
waarin wordt bepaald dat door de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis
voor het nieuwe feit de termijn voor het oude feit van rechtswege wordt opgeschort.
2. Voorwaarden waaraan bij het lichten dient te worden voldaan.
Bij het lichten geldt voorts het volgende:
a. Lichten geschiedt op last van de officier van justitie, tijdens het
gerechtelijk vooronderzoek op bevel van de rechter-commissaris (RC).
b. Indien er zwaarwegende redenen zijn (bijv. ernstig vluchtgevaar of
bijzondere veiligheidsmaatregelen) tegen het transport of verblijf elders,
dient het verzoek tot toepassing van de maatregel te worden voorgelegd aan
de directeur van de inrichting;
c. Door het lichten wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming
niet onderbroken.
3. Lichtingsbevel
In alle gevallen dat de officier een lichtingsbevel geeft, dient het bevel
(zie bijlage) schriftelijk te worden verstrekt aan de directeur van de inrichting
waar de betrokken gedetineerde verblijf houdt. Het lichtingsbevel moet de
tijdsduur bevatten. De politie dient het lichtingsbevel in beginsel zelf af
te halen bij het desbetreffende parket. Indien dit op praktische bezwaren
stuit (bijvoorbeeld te grote afstand), kan het bevel ook gefaxt worden.
De parketadministratie dient steeds te verifiëren of de betreffende
officier inderdaad het bevel heeft afgegeven. Dit om misbruik te voorkomen.
Wanneer de parketadministratie een coördinerende rol speelt bij lichtingsbevelen
van de RC, geldt voor die bevelen hetzelfde.
Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van
inwerkingtreding.
parketnummer: ...
VIP(S)nummer: ...
Contactpersoon: ...
Telefoonnummer: ...
De officier van justitie in het arrondissement ...1 gelast
de directeur van de inrichting te ... mee te geven aan de politie te ... /DV
& O op ... voor (nader) verhoor.
Betrokkene zal worden teruggebracht op ...2
(naam verdachte/veroordeelde) ..., geboren op ...
(Plaats), ...
(naam OvJ) ...