De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op artikel 45, vijfde lid van het luchtverkeersreglement (LVR);
Gelezen de verklaring van geen bezwaar van de Gemeente Rotterdam van 28
juni 2005;
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op luchtvaartuigen van de Groep Maritieme
Helikopters van de Koninklijke Marine, waarmee op 2 tot en met 4 september
2005 VFR-vluchten worden uitgevoerd tijdens de Wereldhavendagen te Rotterdam
met mensen van de media ter ondersteuning van de Public en Relations activiteiten
van Defensie.
Artikel 2
Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen van de Koninklijke Marine
wordt op bovenstaande data ten aanzien van de minimum VFR-vlieghoogte ontheffing
verleend van het verbod genoemd in artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement,
met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. De minimum toegestane vlieghoogte bedraagt boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen,
ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van
600 mtr van het luchtvaartuig;
b. De vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid wordt zodanig gekozen dat:
(1) overlast voor derden zoveel mogelijk wordt gemeden;
(2) in geval van een noodlanding het risico voor derden zoveel mogelijk
wordt beperkt;
c. Voor aanvang van de vlucht dient contact te worden opgenomen met de
supervisor van het MILATCC (tel. 0577-458700) en de verkeersleiding van Rotterdam.
Aan de opdracht van deze luchtverkeersdienstleiding wordt strikt voldaan;
d. Zowel het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
(020-5025693 of fax 020-5025699) en de Commandant van de brandweer Rotterdam
worden op de hoogte gesteld van:
(1) het aantal inzittenden;
(2) de tijdstippen van de vluchten met personeel van de media;
e. De gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
f. Er wordt niet bij voortduring laag gevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het maken van filmopnamen of andere persdoeleinden
noodzakelijk is;
g. Tijdens het vervoeren van media personeel worden geen vliegdemonstraties
gegeven;
h. De minimum zichtafstand tijdens bovengenoemde vluchten bedraagt 1000
meter; de wolkenbasis is minimaal 1000 ft.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, heeft terugwerkende kracht
tot en met 2 september 2005 en vervalt met ingang van 5 september 2005.
Tegen dit besluit kan bezwaar worden ingesteld bij de Minister van Defensie,
door middel van een bezwaarschrift, dat binnen zes weken na inwerkingtreding
van het besluit bij de Minister van Defensie (Postbus 20701, 2500 ES Den Haag)
moet worden ingediend.