Implementatie van richtlijn nr. 2005/42/EG
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 augustus 2005, nr. VGP/P&L 2600270, houdende de implementatie van richtlijn nr. 2005/42/EG tot aanpassing van de bijlagen II, IV en VI bij Richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2005/42/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 2005 (PbEU L 158) tot wijziging van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad inzake cosmetische producten met het oog op aanpassing van bijlagen II, IV en VI daarbij aan de technische vooruitgang, op artikel 3, tweede lid, onder b, c en d, van het Warenwetbesluit cosmetische producten, alsmede op artikel 8, tweede lid, onder a en b, van de Warenwetregeling nadere eisen cosmetische producten;
Besluit:
Artikel 1
De wijzigingen van bijlagen II, IV en VI bij richtlijn 76/768/EEG opgenomen in de bijlage bij richtlijn 2005/42/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 2005 (PbEU L 158), treden in werking met ingang van 31 december 2005, met dien verstande dat producten die voldoen aan de bijlagen II en IV, zoals die luidden voordat zij werden gewijzigd door richtlijn 2005/42/EG, tot 31 maart 2006 in de handel mogen worden gebracht en aan de eindverbruiker mogen worden verkocht of geleverd.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F. Hoogervorst.
Toelichting
De bijlagen II, IV en VI bij richtlijn 76/768/EEG worden gewijzigd in verband met veranderingen in opvattingen over de risico’s met betrekking tot bepaalde stoffen in cosmetische producten.
Hoewel de bijlagen bij richtlijn 76/768/EEG middels een dynamische verwijzing kunnen worden gewijzigd, wordt de in artikel 8, tweede lid, onder a en b, van de Warenwetregeling nadere eisen cosmetische producten vastgelegde procedure gevolgd, omdat richtlijn 2005/42/EG voorziet in een inwerkingtreding van het handelsverbod welke afwijkt van de termijn genoemd in artikel 8, eerste lid, van de Warenwetregeling nadere eisen cosmetische producten.
Het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) heeft de regeling niet geselecteerd voor een toets op de gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en voor de burger.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst