Instellingsbesluit ‘Commissie feitenonderzoek uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo’

Instelling van een Commissie met als taak een feitenonderzoek betreffende het handelen van de Nederlandse overheid in het kader van terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers naar de Democratische Republiek Congo

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Mede namens de Ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, Defensie en Buitenlandse Zaken;

Overwegende:

Dat in de Tweede Kamer der Staten-Generaal in een interpellatiedebat op 23 juni 2005 naar aanleiding van een uitzending van de actualiteitenrubriek Netwerk op 21 juni 2005 vragen zijn opgeworpen over een aantal uitzettingen van uitgeprocedeerde asielzoekers naar de Democratische Republiek Congo;

Dat hierbij het handelen van de overheid in het geding zou kunnen zijn;

Dat deze vragen van dien aard zijn dat een nader en onafhankelijk onderzoek aangewezen is.

Besluit:

Artikel 1

Er is een Commissie feitenonderzoek uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo

Artikel 2

1. De Commissie stelt een onafhankelijk feitenonderzoek in naar het handelen van de Nederlandse overheid in het kader van de genoemde uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo.

2. De Commissie beziet ten aanzien van deze uitzettingen:

– de feitelijke gang van zaken;

– de mogelijke verstrekking van vertrouwelijke gegevens aan de Congolese autoriteiten;

– de technische ondersteuning die door de Nederlandse overheid aan de Congolese autoriteiten is geboden in verband met terugkeer.

Artikel 3

1. De Commissie is als volgt samengesteld:

a. als voorzitter: mr. dr. A.J.E. Havermans;

b. als leden: mr. H.T. Wagenaar en J.J.T. Stoutjesdijk.

2. Aan de Commissie zijn toegevoegd:

a. als secretaris - niet lid: mr. drs. W.W. Stevens, beleidsadviseur van de directie Vreemdelingenbeleid van het Ministerie van Justitie

b. als adjunct secretaris - niet lid: drs. J.F. van Lammeren, beleidsmedewerker van de directie Vreemdelingenbeleid van het Ministerie van Justitie

Artikel 4

1. De Commissie is bevoegd zich binnen het kader van haar taak rechtstreeks te wenden tot instanties en personen binnen Nederland of ressorterend onder betrokken ministers, die aan het uitvoeren van het onderzoek een bijdrage kunnen leveren.

2. Voorzover zij ressorteren onder betrokken ministers, zijn deze instanties en personen gehouden de commissie terstond alle medewerking te verlenen, die zij redelijkerwijs voor haar taak behoeft.

3. De Commissie is bevoegd kennis te nemen van alle stukken die zij nodig acht voor haar taakuitoefening en die zich binnen de relevante overheidsdiensten bevinden.

Artikel 5

1. De Commissie brengt zo spoedig mogelijk schriftelijk verslag uit aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van haar bevindingen.

2. De commissie is opgeheven nadat zij haar schriftelijk verslag aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft aangeboden.

Artikel 6

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt door het secretariaat. De bescheiden worden bij de opheffing van de Commissie – voorzover zij op grond van andere bepalingen niet worden teruggezonden aan de minister die het aangaat – overgebracht naar het archief van het Ministerie van Justitie

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking de tweede dag na plaatsing in de Staatscourant en vervalt twee maanden nadat de commissie is opgeheven.

Artikel 8

Op de Commissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb 1988, 205) en de daarop voor het Ministerie van Justitie geldende bepalingen en het Reisbesluit Binnenland (Stb 1993, 144) van toepassing. De Commissie wordt als ‘zwaar’ in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 aangemerkt

Artikel 9

Dit besluit kan wordt aangehaald als: het instellingsbesluit Commissie feitenonderzoek uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo.

Dit besluit met toelichting zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Den Haag, 8 juli 2005.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, M.C.F. Verdonk.

Toelichting

Op 23 juni 2005 vond in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een interpellatiedebat plaats naar aanleiding van een uitzending van de actualiteitenrubriek Netwerk van 21 juni 2005 over uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers naar de Democratische Republiek Congo (DRC).

In de betreffende uitzending kwam aan de orde dat aan de Congolese Direction Générale de Migration (DGM) vertrouwelijke gegevens zouden zijn verstrekt van een aantal uitgeprocedeerde asielzoekers uit de DRC. Daarbij zou het onder meer gaan om documenten betreffende de Nederlandse asielprocedure van betrokkenen.

Ik heb gemeend dat de bevindingen van Netwerk zodanig zijn dat de vragen die zij oproepen nader moeten worden onderzocht. Ik heb daartoe de onafhankelijke Commissie ‘Commissie feitenonderzoek uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo’ ingesteld. Naast de voorzitter mr. dr. A.J.E. Havermans nemen in deze Commissie zitting de heren mr. H.T. Wagenaar en J.J.T. Stoutjesdijk.

Voor wat betreft de bevoegdheden van de Commissie zij vermeld dat de Commissie wordt ingesteld mede namens de bewindslieden van Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie en Buitenlandse Zaken. Dat brengt met zich dat zij ten aanzien van de onder deze ministers ressorterende ambtenaren kan beschikken over een aantal in artikel 4 genoemde bevoegdheden. Deze houden in dat de Commissie bevoegd is zich rechtstreeks te wenden tot instanties en personen binnen Nederland of ressorterend onder betrokken ministers, die aan het uitvoeren van het onderzoek een bijdrage kunnen leveren, dat deze instanties en personen gehouden zijn de commissie terstond alle medewerking te verlenen, die zij redelijkerwijs voor haar taak behoeft en dat de Commissie bevoegd is al dan niet vertrouwelijk, met inachtneming van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, kennis te nemen van alle stukken die zij nodig acht voor haar taakuitoefening. Eventueel onderzoek in het buitenland zal door tussenkomst van de ambassade ter plaatse geschieden.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

M.C.F. Verdonk

Naar boven