Wijziging Leidraad Invordering 1990

30 juni 2005

nr CPP2005/1262M/Belastingdienst

Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Ontwerp, procesketen Inning

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

De Leidraad Invordering 1990, resolutie van 25 juni 1990, nr. AFZ 90/1990, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 mei 2005, Stcrt.90, wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijgevoegde bijlage.

Bijlage

Artikel I

A. In § 1, Inleidende opmerkingen, lid 9, worden de volgende wijzigingen aangebracht.

a. In de derde volzin vervalt `, waarin het beslag een zekerheidskarakter heeft en'.

b. De vierde volzin vervalt.

c. In de vijfde volzin wordt na `sprake' ingevoegd: en dient dus toestemming te worden gevraagd.

B. In hoofdstuk III, artikel 14, § 1, lid 8, vervalt de laatste volzin.

C. In hoofdstuk IV, artikel 19, § 1, lid 3, worden de volgende wijzigingen aangebracht.

a. In de eerste volzin wordt na `(artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de wet)' ingevoegd: dan wel een andere vordering wordt gedaan op een periodieke uitkering waaraan een beslagvrije voet is verbonden.

b. In de derde volzin wordt `loonvordering' vervangen door: betreffende vordering.

c. In de laatste volzin wordt `jegens een werkgever' vervangen door: jegens een werkgever of uitkeringsinstantie.

D. Hoofdstuk IV, artikel 22, wordt gewijzigd als volgt.

D.1. In § 1, lid 6, worden de volgende wijzigingen aangebracht.

a. Het opschrift komt te luiden: Bodemrecht in relatie tot de Faillissementswet ten aanzien van belastingschuldige; afkoelingsperiode.

b. In de tweede volzin wordt `beslag op bodemzaken' vervangen door: beslag op dergelijke bodemzaken.

c. De derde en vierde volzin worden vervangen door: Ook tijdens een zogenoemde afkoelingsperiode is het mogelijk bodembeslag te leggen. Een bodembeslag dat tijdens een afkoelingsperiode in een faillissement of surseance wordt gelegd, kan echter niet worden tegengeworpen aan de derde-eigenaar van een zaak, als deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak (artt. 63c en 241c Fw.). Als de derde-eigenaar de bodemzaak heeft verpand, geldt hetzelfde voor de pandhouder van die zaak die een dergelijk exploot heeft uitgebracht.

d. De vijfde tot en met de negende volzin vervalt.

e. Na lid 6 wordt een nieuw lid 7 ingevoegd, luidende:

Bodemrecht in relatie tot de Faillissementswet ten aanzien van derden

7. Het voor of tijdens de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling gelegde beslag vervalt zodra ten aanzien van de derde-eigenaar de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij de rechter reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. Het voor of tijdens het faillissement gelegde beslag vervalt wanneer de derde-eigenaar in staat van faillissement wordt verklaard.

De ontvanger meldt zijn vordering alsdan ter verificatie aan in de schuldsaneringsregeling dan wel het faillissement van de derde tot een bedrag gelijk aan de waarde in het economisch verkeer van de in beslag genomen zaken, maar ten hoogste tot het bedrag van de vordering. Hij beroept zich hierbij op de fiscale voorrang. Een vordering op grond van artikel 19 van de wet kan in dit geval niet worden gedaan.

D.2. In § 5, lid 5, wordt de negende volzin vervangen door: Een beslissing op een niet-ontvankelijk verklaard beroepschrift wordt hetzij door de directeur rechtstreeks aan de adressant of zijn gemachtigde en - zo nodig - aan de bewaarder gezonden, hetzij op verzoek van de directeur verzonden en betekend op de wijze die geldt voor een ontvankelijk verklaard beroepschrift.

E. Hoofdstuk IV, artikel 24, § 1, wordt gewijzigd als volgt.

E.1. In lid 11a worden de volgende wijzigingen aangebracht.

a. Het opschrift wordt vervangen door: Voorlopige teruggaaf van de partner.

b. De eerste tot en met de derde volzin vervallen.

E.2. In lid 11b vervallen de tweede en derde volzin.

F. Hoofdstuk IV, artikel 25, wordt gewijzigd als volgt.

F.1. In § 2, lid 1a, vierde volzin, wordt `Een afzonderlijk verzoek' vervangen door: Een expliciet verzoek.

F.2. Paragraaf 2, lid 3, wordt vervangen door:

Zekerheid

3. Als voorwaarde voor het verlenen van uitstel van betaling kan de ontvanger zekerheid verlangen voor de betwiste belastingschuld. In beginsel wordt alleen zekerheid gevraagd als de aard en omvang van de belastingschuld in relatie tot de bij de ontvanger bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. Het in het verleden getoonde aangifte- en betalingsgedrag wordt mede bij de beslissing van de ontvanger betrokken. Voor het geval voor de betwiste belastingschuld geen uitstel van betaling wordt verleend omdat de verlangde zekerheid niet wordt verstrekt, zij verwezen naar het bepaalde in § 2, lid 3a.

F.3. In § 2, wordt na lid 3 een nieuw lid 3a toegevoegd, luidende:

Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor betwiste belastingschuld

3a. Zolang de belastingaanslag waartegen een bezwaarschrift is ingediend niet onherroepelijk vaststaat, worden voor de betwiste belastingschuld in beginsel geen onherroepelijke invorderingsmaatregelen getroffen. Wanneer echter aanwijzingen bestaan dat de belangen van de Staat of de belangen van belastingschuldige door het achterwege laten van onherroepelijke invorderingsmaatregelen zouden worden geschaad, kunnen bedoelde maatregelen wel worden getroffen. Het enkel leggen van beslagen die feitelijk dienst doen als bewaringsmaatregel, geldt in dit verband niet als een onherroepelijke invorderingsmaatregel.

F.4. In § 4, lid 7, eerste volzin, wordt `zestiende of zeventiende lid' vervangen door: zestiende tot en met negentiende lid.

F.5. In § 4, lid 10, vijfde volzin, wordt `op schriftelijk verzoek, mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden' vervangen door: met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in lid 2 van deze paragraaf.

F.6. Paragraaf 13, lid 2, wordt gewijzigd als volgt.

a. In de aanhef wordt `zal de ontvanger dit verzoek in de regel zonder nader onderzoek inwilligen' vervangen door: zal de ontvanger in de regel zonder nader onderzoek een betalingsregeling toestaan die zich uitstrekt tot maximaal vier maanden na de laatste vervaldag van de (oudste) aanslag.

b. In onderdeel c wordt `niet voor andere belastingaanslagen' vervangen door: niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere belastingaanslagen.

c. Onderdeel d wordt vervangen door: Het verzoek betreft niet een voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet die in meerdere termijnen betaald mag worden.

F.7. In § 14, lid 1, laatste volzin, wordt `vanaf de vervaldag' vervangen door: vanaf de (laatste) vervaldag.

G. Hoofdstuk IV, artikel 26, wordt gewijzigd als volgt.

G 1. In § 2, dertiende lid, wordt bij het laatste gedachtestreepje na `Wet inkomstenbelasting 2001' ingevoegd: , een toeslag op basis van de Wet kinderopvang.

G.2. In § 2, lid 21, worden de volgende wijzigingen aangebracht.

a. De tweede volzin wordt vervangen door: Voor het tijdvak 1 juli 2005 - 31 december 2005 is dit een bedrag van € 178,54 per maand.

b. In de vierde volzin wordt `€ 179,61' , € 177,79' , `€ 175,98' en `€ 597,54' vervangen door onderscheidenlijk: € 178,54, € 176,72, € 174,91 en € 604,72. Voorts wordt `1 juli 2004 - 1 juli 2005' vervangen door: 1 juli 2005 - 31 december 2005.

c. In de vijfde volzin wordt `€ 597,54 - € 179,61 = € 417,93' vervangen door: € 604,72 - € 178,54 = € 426,18.

G.3. In § 2, lid 21A, worden de volgende wijzigingen aangebracht.

a. In onderdeel a wordt `€ 179,61', `€ 177,79' en `€ 175,98' vervangen door onderscheidenlijk: € 178,54, € 176,72, € 174,91.

b. In onderdeel b wordt `€ 597,54 - € 179,61 =€ 417,93', `€ 597,54 - € 177,79 = € 419,75' en `€ 597,54 - € 175,98 = € 421,56' vervangen door onderscheidenlijk: € 604,72 - €178,54 = € 426,18, € 604,72 - €176,72 = € 428, €604,72 - € 174,91 = € 429,81.

G.4. Paragraaf 8, lid 3, wordt gewijzigd als volgt.

a. De derde volzin wordt vervangen door: Nadat de ontvanger bericht en raad heeft gevraagd aan de FIOD-ECD, kantoor Haarlem Internationaal c.q. aan de Belastingdienst/Douane Noord/kantoor Arnhem zal de beslissing van de ontvanger luiden dat de Nederlandse Belastingdienst niet bevoegd is kwijtschelding te verlenen van buitenlandse belastingaanslagen.

b. In de vijfde volzin wordt na `In de beschikking ` toegevoegd: van de ontvanger.

H. In hoofdstuk VI, artikel 35, § 15, elfde lid, vervalt de laatste volzin.

I. In hoofdstuk VI, artikel 43, § 1, eerste lid, vervalt de tweede volzin.

J. In hoofdstuk VI, artikel 55, § 1, eerste lid, eerste zin, wordt `34, 35, 35a, 35b, 36 of 36a' vervangen door: 33, eerste lid, onderdelen a, b of c, 34, 35, 35a, 35b, 36, 36a of 37.

K. De bijlagen worden gewijzigd als volgt.

a. Bijlage 1b wordt vervangen door een nieuwe bijlage 1b, die als bijlage A bij dit besluit is gevoegd.

b. Bijlage 1c wordt vervangen door een nieuwe bijlage 1c, die als bijlage B bij dit besluit is gevoegd.

c. In bijlage VA wordt aan het slot de punt vervangen door een punt-komma en wordt aan de opsomming toegevoegd:

voor het tweede kwartaal 2005: 5,00;

voor het derde kwartaal 2005: 5,00.

Artikel II

Dit besluit wordt verwerkt in de Leidraad Invordering 1990, zoals opgenomen in het Boekwerk Invordering 1990, onder nummer 6.00.00.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2005.

Bijlage A

Bijlage 1b. Overzicht normen studiefinanciering

Hulptabel opbouw maandbudget BOL per 1-8-2005 tot 1-1-2006 en HO van 1-9-2005 tot 1-1-2006

opl.

woon.

Verzekering

levensonderh.

bboeken leerm.

ziektekosten

coll. & lesgeld

maandbudget

Reken-Max RL

basisbeurs

max. aanv. Beurs

max studielening.

   

A

B

C

D

E

F

G

H

I

HO

uitw.

Part.

519,23

51,81

37,49

124,67

733,20

258,69

233,08

241,43

500,12

HO

uitw.

z.fonds

519,23

51,81

0,00

124,67

695,71

258,69

233,08

203,94

462,63

HO

thuisw.

Part.

343,46

51,81

37,49

124,67

557,43

258,69

75,70

223,04

481,73

HO

thuisw.

z.fonds

343,46

51,81

0,00

124,67

519,94

258,69

75,70

185,55

444,24

            

BOL

uitw.

Part.

519,23

45,32

37,49

79,08

681,12

141,48

214,42

325,22

466,70

BOL

uitw.

z.fonds

519,23

45,32

0,00

79,08

643,63

141,48

214,42

287,73

429,21

BOL

thuisw.

Part.

343,46

45,32

37,49

79,08

505,35

141,48

57,05

306,82

448,30

BOL

thuisw.

z.fonds

343,46

45,32

0,00

79,08

467,86

141,48

57,05

269,33

410,81

Partnertoeslag per maand € 514,07

Eenoudertoeslag per maand € 411,73

Bijlage B

Bijlage 1c. Overzicht normen huursubsidie

De vermelde bedragen zijn op maandbasis

 

per 1 juli 2005

  

Maximaal subsidiabele huur

€ 604,72

  

Maximumbedrag dat in de laagste inkomenscategorie volgens art. 17, tweede lid, Huursubsidiewet voor eigen rekening komt (normhuur)

€ 178,54

Normhuur als op peildatum sprake is van éénpersoonsouderenhuishouden

€ 176,72

Normhuur als op peildatum sprake is van meerpersoonsouderenhuishouden

€ 174,91

  

Maximumbedrag aan woonlasten waarmee de beslagvrije voet kan worden verhoogd voor:

 

jongeren tot 23 jaar

€ 153,24

1 persoonshuishouden tot 65 jaar

€ 325,49

1 persoonshuishouden van 65 jaar en ouder

€ 327,31

2 persoonshuishouden 23 tot 65 jaar

€ 260,57

2 persoonshuishouden 65 jaar of ouder en gehandicapten

€ 329,12

3 persoonshuishouden 23 tot 65 jaar

€ 286,10

3 persoonshuishouden 65 jaar of ouder en gehandicapten

€ 337,63

Het begrip huurprijs in de zin van de Huursubsidiewet

Onder huurprijs in de zin van de Huursubsidiewet wordt verstaan de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning (de zgn. kale huur), verminderd met het eventueel daarin begrepen bedrag voor bedrijfsruimte en met een vast bedrag voor de huur van een garage (€ 22) en vermeerderd met een aantal servicekosten (de zgn. subsidiabele servicekosten: artikel 5, derde lid, Huursubsidiewet). Deze servicekosten zijn:

1. elektriciteitskosten van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties en kosten van de verlichting van gemeenschappelijke ruimten, een en ander tot ten hoogste een bedrag van totaal € 12 per maand;

2. schoonmaakkosten van liften en andere gemeenschappelijke ruimten tot ten hoogste € 12 per maand;

3. kosten van een huismeester tot ten hoogste € 12 per maand;

4. kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten tot ten hoogste € 12 per maand.

De overige in de betaalde bruto-huur begrepen elementen komen niet voor subsidiëring in aanmerking en worden dus ook bij de verhoging van de beslagvrije voet op grond van artikel 475d, vijfde lid, onderdeel b, Rv buiten beschouwing gelaten. Het feit dat de belastingschuldige niet onder betaling van deze elementen uitkomt doet hieraan niet af.

NB: Voor toepassing van het vorenstaande dient de belastingschuldige zo nodig een huurspecificatie te verstrekken, verkrijgbaar bij de verhuurder.

Bijlage A bij bijlage Ic

Huur

In euro’s 604,72

    
    

max. huurgrens (23 jaar en ouder en gehandicapte jongeren tot 23 jaar)

  

50% huursubsidie voor 65+ en Gehandicapten

50% huursubsidie voor 65+ en gehandicapten

 
     
 

50% huursubsidie

geen extra huursubsidie voor 65-

geen extra huursubsidie voor 65-

 

508,92

)

 

______________

aftoppingsgrens

 

)

   
 

)

  

aftoppingsgrens

474,88

)

______________

  
 

75% huursubsidie

75% huursubsidie

75% huursubsidie

 

331,78

______________

______________

______________

kortingsgrens/max. huurgrens voor jongeren (jonger dan 23 jaar)

     

Basishuur1 ) 192,82

100% huursubsidie

100% huursubsidie

100% huursubsidie

Bezuinigings-Maatregel 14,28

     

Normhuur2 ) 178,54

______________

______________

______________

niveau normhuren voor minima = eigen bijdrage huurder

0

1 persoon

2 personen

3 en meer personen

1) Voor éénpersoonsouderenhuishoudens € 191,00;

voor meerpersoonsouderenhuishoudens € 189,19.

2) Voor éénpersoonsouderenhuishoudens: 176,72.

Voor meerpersoonsouderenhuishoudens: 174,91.

Naar boven