Vergoedingenbesluit centrale commissie medisch-wetenschappelijk onderzoek

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 april 2004, nr. DWJZ/SWW-2476913, houdende regels met betrekking tot de vergoedingen van de leden van de commissie bedoeld in artikel 14 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 14, achtste lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder centrale commissie: de centrale commissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen.

Artikel 2

De vergoeding van de voorzitter van de centrale commissie wordt vastgesteld volgens het maximum salarisnummer, behorend bij schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, rekening houdend met een arbeidsduur van gemiddeld 20 uren per week.

Artikel 3

De vergoeding van de leden van de centrale commissie wordt vastgesteld volgens het maximum salarisnummer, behorend bij schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, rekening houdend met een arbeidsduur van gemiddeld 4 uren per week.

Artikel 4

De plaatsvervangende leden van de centrale commissie ontvangen een vergoeding per vergadering die gelijk is aan de vergoeding per vergadering die andere leden dan de voorzitter van een adviescollege ten hoogste ontvangen volgens artikel 3 van het Vergoedingenbesluit adviescolleges.

Artikel 5

De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van de centrale commissie hebben recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M. Ross-van Dorp.

Toelichting

Deze regeling is inhoudelijk gelijk aan het Vergoedingenbesluit centrale commissie medisch-wetenschappelijk onderzoek (Besluit van 7 mei 1999, Stb. 213). Dit Vergoedingenbesluit vindt zijn grondslag in artikel 14, achtste lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. Dit artikel wordt per 1 mei gewijzigd door middel van de Wet van 17 december 2003 tot wijziging van diverse wetten op het terrein van VWS, teneinde enkele wetstechnische gebreken te herstellen of andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen (Technische aanpassingen van VWS-wetgeving 2003) (Stb. 2004, 32). Voortaan vindt de vaststelling van vacatiegelden en vergoedingen voor de leden en de plaatsvervangende leden van de eerdergenoemde centrale commissie plaats bij ministeriële regeling. Het Vergoedingenbesluit vervalt derhalve per 1 mei vanwege het wegvallen van de grondslag ervoor. De onderhavige regeling berust op het nieuwe artikel 14, achtste lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en is nodig om rechtmatige betaling van de vacatiegelden en de vergoedingen te continueren. De bedragen in de regeling zijn ongewijzigd ten opzichte van de bedragen in het Vergoedingenbesluit.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C.I.J.M. Ross-van Dorp

Naar boven