Wijziging Besluit vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 april 2004, nr. TRCJZ/2004/3499, houdende wijziging van het besluit vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen de aanvragen van LTO-Nederland, het Hoofdproductschap Akkerbouw, de Nederlandse bond van boomkwekers, de Nederlandse fruittelersorganisatie en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur;

Gezien het advies van de Plantenziektenkundige Dienst van 8 december 2003;

Gezien de adviezen van TNO en NOTOX, gecoördineerd door het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen;

Gezien de beoordeling van de aanvragen door de Plantenziektenkundige Dienst;

Gelet op artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;

Besluit:

Artikel I

Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 21 april 2004, TRCJZ/2004/3332, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004 (Stcrt. 77)1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van de bijlage komt te luiden:

Bijlage vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004

B

Aan deel II van de bijlage, worden de volgende 13 onderdelen toegevoegd:

II. C. Knelpunt Peterselie – Valse meeldauw

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Previcur N

Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride

Toelatingsnummer: 7920 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.⁠V.

Knelpunt: Peterselie – Valse meeldauw

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel:

a. in de teelt van peterselie onder glas vanaf september tot en met november.

b. in de teelt van peterselie in de volle grond vanaf april tot en met november.

Veiligheidstermijnen

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan: 3 weken voor peterselie.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het volgende moet in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Spuitnevel niet inademen.

• Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water.

• Maximaal per dag 0,5 ha behandelen.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding bij aanmaken, mengen en laden, toepassen en herbetredingswerkzaamheden.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel is een systemisch fungicide met een specifieke werking tegen schimmels, die voetrot en wortelrot veroorzaken, zoals Pythium-, Phytophthora-, Perenospora- en Aphanomyces-soorten.

Toepassingen

Peterselie onder glas, ter bestrijding valse meeldauw (Plasmopara spp.).

Binnen een week na het uitplanten een gewasbespuiting uitvoeren en deze behandeling maximaal 2 maal herhalen met een interval van 10 dagen.

Dosering: 5 liter per ha, toepassen in 1000 liter per ha.

In de teelt in de vollegrond van peterselie, ter voorkoming valse meeldauw (Plasmopara spp.).

Binnen een week na het uitplanten een gewasbespuiting uitvoeren en deze behandeling maximaal 2 maal herhalen met een interval van 10 dagen.

Dosering: 5 liter per ha, toepassen in 1000 liter per ha.

II. D. Knelpunt Spaanse peper – spint en trips

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18 g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Spaanse peper – spint en trips

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de bedekte teelt van Spaanse peper, waarbij voor de periode van 1 november 2004 tot 1 januari 2005 geldt dat het gebruik uitsluitend toegestaan is vóór de bloei voor zetting.

In de bedekte teelt mag het middel uitsluitend worden toegepast door middel van:

– een gewasgerichte behandeling met hydraulische spuitapparatuur (hogedrukspuit) mits per hectare minimaal 250 liter spuitvloeistof wordt toegepast met een druk bij de pomp die niet hoger is dan 25 bar (d.d. 2500 kPa of 25 kgf/cm3 of 25 atm),

– een ruimtebehandeling met een Laag volume vernevelaar (Low Volume Misters).

Het middel mag uitsluitend worden toegepast onder strikte in achtneming van het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen.

Het middel mag uitsluitend worden toegepast indien er geen andere personen in de desbetreffende ruimte aanwezig zijn, tenzij deze personen het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen strikt in acht nemen.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Niet toegestaan is toepassing in niet-bloeiende gewassen die actief bezocht worden door bijen of hommels (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van luizen die honingdauw afscheiden).

Het middel is gevaarlijk voor waterorganismen, daarom het middel zodanig toepassen dat het niet in het oppervlaktewater terecht kan komen.

Dit middel is schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid en is irriterend voor de ogen.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding bij aanmaken, mengen en laden, toepassen en herbetredingswerkzaamheden.

• Draag een geschikte ademhalingsbeschermingsmiddel (volgelaatsmasker of luchtkap met aanblaascombinatiefilter (P2-voorfilter + A2-koolfilter))

• In geval van een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 3 dagen voor Spaanse peper.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel bestrijdt spint (volwassen mijten en onvolwassen stadia). Het maximale effect tegen spint wordt drie tot vijf dagen na behandeling bereikt. Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale verdeling over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken.

Gebruik minimaal 0,5 liter middel per hectare.

Het is niet nodig om een uitvloeier toe te voegen.

Toepassingen

In de bedekte teelt van Spaanse peper, ter bestrijding van spint (Tetranychus urticae).

Toepassen zodra schade wordt waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen. Het middel maximaal 4x per teelt toepassen met een interval van minimaal 7 dagen.

Dosering: 0,025% (50 ml middel per 100 liter water) in maximaal 1500 liter water per ha.

In de bedekte teelt van Spaanse peper, ter bestrijding van larven van trips (Frankliniella occidentalis).

Toepassen zodra larven worden waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen. Het middel maximaal 4x per teelt toepassen met een interval van minimaal 7 dagen.

Dosering: 0,05% (50 ml middel per 100 liter water) in maximaal 1500 liter water per ha.

Attentie

Gezien de inherente risico’s van de ontwikkeling van resistentie tegen enigerlei product wordt sterk aanbevolen Vertimec toe te passen in een goed programma om resistentie tegen te gaan, waaronder begrepen het gebruik van andere producten met andere werkingsmechanismen.

II. E. Knelpunt Radijs onder glas – mineervlieg

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18 g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Radijs – mineervlieg

Vertimec

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de bedekte teelt van radijs.

In de bedekte teelt mag het middel uitsluitend worden toegepast door middel van:

– een gewasgerichte behandeling met hydraulische spuitapparatuur (hogedrukspuit) mits per hectare minimaal 250 liter spuitvloeistof wordt toegepast met een druk bij de pomp die niet hoger is dan 25 bar (d.d. 2500 kPa of 25 kgf/cm3 of 25 atm),

– een ruimtebehandeling met een Laag volume vernevelaar (Low Volume Misters).

Het middel mag uitsluitend worden toegepast onder strikte in achtneming van het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen.

Het middel mag uitsluitend worden toegepast indien er geen andere personen in de desbetreffende ruimte aanwezig zijn, tenzij deze personen het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen strikt in acht nemen.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Niet toegestaan is toepassing in niet-bloeiende gewassen die actief bezocht worden door bijen of hommels (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van luizen die honingdauw afscheiden).

Het middel is gevaarlijk voor waterorganismen, daarom het middel zodanig toepassen dat het niet in het oppervlaktewater terecht kan komen.

Dit middel is schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid en is irriterend voor de ogen.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding bij aanmaken,mengen en laden, toepassen en herbetredingswerkzaamheden.

• Draag een geschikte ademhalingsbeschermingsmiddel (volgelaatsmasker of luchtkap met aanblaascombinatiefilter (P2-voorfilter + A2-koolfilter)).

• Behandelde gebieden niet zonder beschermende kleding betreden tot dat de spuitvloeistof is opgedroogd.

• In geval van een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 14 dagen voor radijs.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel bestrijdt alle larvale stadia van de mineervlieg.

Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale verdeling over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken.

Gebruik minimaal 0,5 liter middel per hectare.

Toepassingen

In de bedekte teelt van radijs, ter bestrijding van larven van mineervlieg

(Liriomyza trifolii, L. huidobrensis, L. Bryoniae).

Toepassen zodra de eerste rijpingsvraat wordt waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen. Het middel maximaal 2x per teelt toepassen met een interval van minimaal 7 dagen.

Dosering: 0,05% (50 ml middel per 100 liter water) in maximaal 1000 liter water per ha.

Attentie

Gezien de inherente risico’s van de ontwikkeling van resistentie tegen enigerlei product wordt sterk aanbevolen Vertimec toe te passen in een goed programma om resistentie tegen te gaan, waaronder begrepen het gebruik van andere producten met andere werkingsmechanismen.

II. F. Knelpunt Biologische appelteelt – appelbloesemkever

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Spruzit

Gehalte werkzame stof: 40 g/l pyrethrinen en 160 g/l piperonylbutoxide

Toelatingsnummer: 7229 N

Toelatingshouder: W. Neudorff GmbH KG Spruzit

Knelpunt: Appels – appelbloesemkever

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de biologische teelt van appels, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 2 dagen.

In verband met het risico voor waterorganismen dient tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm aanwezig te zijn.

Het volgende dient in acht te worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Spuitnevel niet inademen.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

Biologische teelt van appels, ter bestrijding van appelbloesemkever.

Het gewas dient aan alle kanten goed bespoten te worden; in het bijzonder de onderkant van het blad. Bespuiting zonodig na een week herhalen. Bij voorkeur ’s avonds toepassen voor extra lange werking. Niet meer aanmaken dan in een paar uur te verwerken is. Aangemaakte oplossing niet blootstellen aan zonlicht en hoge temperaturen.

Dosering: 0,1% (100 ml op 100 liter water).

II. G. Knelpunt Snijbloemen in de volle grond (zomerbloemen) – breedbladige onkruiden en straatgras

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Ramrod SC

Gehalte werkzame stof: 480 g/l propa⁠chloor

Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 7559 N

Toelatingshouder: Monsanto Europe N.⁠V.

Knelpunt: Snijbloemen in de volle grond (zomerbloemen) – breedbladige onkruiden en straatgras

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel met gebruikmaking van driftreducerende doppen van 90% in de onbedekte teelt van snijbloemen met dien verstande dat maximaal 5 ha per persoon per dag mag worden behandeld.

Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodem-aantasting zoals grondboringen zijn verboden.

Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.

Dit middel is schadelijk bij opname door de mond, irriterend voor de huid en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen houden.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

• Spuitnevel niet inademen.

• Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem/haar dit etiket tonen).

• Aanraking met de huid vermijden.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel werkt zowel door opname via de wortels van de onkruiden als door opname via het blad en bestrijdt kiemende onkruidzaden en net opgekomen onkruiden. Onkruiden met meer dan 2 echte blaadjes en reeds opgekomen hanepoot worden niet afdoende bestreden. Spuit dus niet te laat. Niet of weinig gevoelig zijn veelknopigen (vooral zwaluwtong, Polygonum convolvulus), kleine brandnetel (Urtica urens) en varkenskers (Coronopus spp.). Het middel moet worden toegepast op een vochtige, fijn korrelige grond met 400–600 liter water per ha. Bij toepassingen over het gewas moet het gewas droog zijn. Voorts moet er de eerste uren na toepassing geen regen vallen.

Toepassingen

Snijbloemen in de volle grond (zomerbloemen), ter bestrijding van éénjarige onkruiden.

a. Kort na het zaaien van Hesperis matronalis, Iberis umbellata, Lavatera spec., Saponaria officinalis en Saponaria vaccaria.

b. Kort na het uitplanten van Pyrethrum (Pyrethrum roseum), Viola tricolor en Dianthus caryophyllus.

c. Kort na het uitplanten of in een gezaaid gewas na het uitplantstadium van Chrysanthemum coccineum.

d. Over het gewas bij Alyssum spec. van 4 à 5 cm hoogte en bij Saponaria officinalis met tenminste 3 à 4 echte blaadjes.

Dosering: 8 l per ha.

Attentie

Bij warm weer niet spuiten in de buurt van bloeiende tulpen, daar dan schade kan ontstaan (zgn. kiepers). In mindere mate geldt dit ook voor andere siergewassen b.v. hyacint, narcis, pioenroos.

II. H. Knelpunt Spinazie in de onbedekte teelt – onkruid

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Centium 360 SC

Gehalte werkzame stof: 360 g/l clomazone

Toelatingsnummer: 12148 N

Toelatingshouder: FMC Chemical bvba, APG

Knelpunt: Spinazie in de onbedekte teelt – onkruid

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de onbedekte teelt van spinazie.

Dit middel kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Aanraking met de huid vermijden.

• Draag geschikte handschoenen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Centium 360 CS werkt als een bodemherbicide tegen éénjarige breedbladige onkruiden. Het middel wordt opgenomen door de wortels en de scheuten en opwaarts getransporteerd. Gevoelig zijn kleefkruid (Gallium aparine), zwaluwtong (Polygonum convulus), perzikkruid (Polygonum persica) en vogelmuur (Stellaria media).

Toepassingen

Spinazie in onbedekte teelt, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

Centium 360 CS toepassen op een vochtig zaaibed tot uiterlijk 3 dagen na zaai op niet voorgekiemd zaad. Voor verbreding van het werkingsspectrum het middel mengen met een daartoe geschikt product.

Dosering: 150 ml per hectare.

Waarschuwing

Na een eenmalige toepassing van Centium 360 CS is enige bladverkleuring tot aan het einde van de teelt niet uitgesloten hetgeen met name problemen kan geven bij de teelt van verse spinazie. Bij opeenvolgende toepassingen van Centium 360 CS in hetzelfde groeiseizoen is enige accumulatie niet uitgesloten waardoor er toenemende problemen kunnen ontstaan met gewasreacties.

II. I. Knelpunt Kool (spruitkool, chinese kool, sluitkool, boerenkool en broccoli) – melige koolluis en perzikluis

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Admire

Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid

Toelatingsnummer: 11483 N

Toelatingshouder: Bayer Cropscience B.⁠V.

Knelpunt: kool (spruitkool, chinese kool, sluitkool, boerenkool en broccoli) – melige koolluis en perzikluis

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel als een traybehandeling vóór het planten van kool (spruitkool, chinese kool, sluitkool, boerenkool en broccoli), met maximaal één toepassing per teelt of teeltseizoen.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Niet toegestaan is toepassing in niet-bloeiende gewassen die actief bezocht worden door bijen of hommels (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van luizen die honingdauw afscheiden).

Dit middel is schadelijk bij opname door de mond.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

Volgteelt

Als er geen kerende grondbewerking op het productieveld plaatsvindt, zijn alleen die volggewassen mogelijk die in het huidige WG/GA van Admire zijn opgenomen.

Deze restrictie geldt niet als er een kerende grondbewerking op het productieveld heeft plaatsgevonden.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Admire is een systemisch werkend middel en het wordt door de wortels opgenomen. De werkingssnelheid wordt mede bepaald door de activiteit van het gewas.

Toepassingen

Spruitkool, chinese kool, sluitkool, boerenkool en broccoli, ter bestrijding van melige koolluis (Brevicoryne brassicae) en perzikluis (Myzus persicae).

Het middel kort voor het planten aangieten op de tray. Voordat het middel wordt toegediend de planten vochtig maken met 0,2 liter schoon water per m² tray. Het middel vervolgens toedienen met 1 liter water per m2 tray. Direct na de toepassing (voordat de planten weer aandrogen) de planten afspuiten met 1–⁠2 liter schoon water per m2 tray. De werkingsduur van deze behandeling is ongeveer 3,5 maand.

Dosering: 5 gram middel per 1000 planten.

Attentie

Met Admire behandelde planten kunnen door stress (groeistilstand na overplanten, schraal weer, nachtvorst) bij de eerste hergroei tijdelijk een iets steilere geknepen bladstand laten zien. Ook kan het blad tijdelijk iets geel verkleuren. Dit effect trekt na 2–3 weken weg.

II. J. Knelpunt Andijvie en radicchio rosso – bladluizen

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Gaucho Tuinbouw

Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid

Toelatingsnummer: 12341 N

Toelatingshouder: Bayer Copscience B.⁠V.

Knelpunt: Andijvie en Radicchio rosso – bladluizen

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als middel voor de behandeling van zaden ten behoeve van de onbedekte teelt van andijvie en Radicchio rosso ter voorkoming van aantasting door insecten.

Dit middel is schadelijk bij opname door de mond.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.

• Draag als adembeschermingsmiddel een volgelaatsmasker met verse luchttoevoer tijdens het gebruik (mengen, laden, afzakken en schoonmaken doseersysteem).

Volgteelt

Na de teelt van andijvie en Radicchio rosso, die direct gezaaid worden op het zaaibed, zijn alleen de volgende volggewassen mogelijk: prei, sla (m.u.v. veldsla), sluitkool, spruitkool, boerenkool, andijvie, radicchio rosso of een niet-consumptiegewas.

Als andijvie en Radicchio rosso eerst in perspot of tray wordt gezaaid en later op het veld wordt uitgeplant geldt deze restrictie niet als er een kerende grondbewerking van het productieveld heeft plaatsgevonden.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Gaucho is een systemisch insecticide, het middel wordt via de wortels opgenomen en door de hele plant verspreid.

Toepassingen

Onbedekte teelt van andijvie en Radicchio rosso, ter voorkoming van bladluizen (Aphidiae).

Het middel heeft een werkingsduur van minimaal één maand.

In de laatste weken voor de oogst dient mogelijk nog 1–2 keer tegen luizen te worden gespoten met een daarvoor toegelaten middel.

Dosering: 1150 gram middel per kg zaden.

Waarschuwing

Het middel uitsluitend toepassen bij het pilleren van zaden. Bij combinatie met andere insecticiden dient de gewasverdraagzaamheid per gewas en ras opnieuw te worden gecontroleerd. Er kan enige opkomstvertraging en vertraging in de groei van kiemplanten optreden in de opkweekfase, deze is echter op het moment van uitplanten op het productieveld niet meer zichtbaar.

II. K. Knelpunt Selderij en peterselie – bladvlekkenziekte

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Score 250 EC

Gehalte werkzame stof: 250 g/l difenoconazool

Toelatingsnummer: 11453 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Peterselie, snijselderij, bleekselderij – bladvlekkenziekte

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel in de teelt van peterselie, snijselderij en bleekselderij in de periode vanaf 1 juli tot het einde van de teelt met dien verstande dat maximaal 6 ha per persoon per dag mag worden behandeld.

Op percelen die grenzen aan watergangen is gebruik uitsluitend toegestaan indien gespoten wordt met een zeer grove druppeldop van de driftreductieklasse van minimaal 75.

De toepassing door middel van een vliegtuig is verboden.

Dit middel is Irriterend voor de huid, kan ernstig oogletsel veroorzaken en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Spuitnevel niet inademen.

• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen, zowel bij toepassen als bij herbetredingswerkzaamheden.

• Draag een geschikt beschermingsmiddel voor het gezicht.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 2 weken voor peterselie en snijselderij en 3 weken voor bleekselderij.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

Peterselie en snijselderij, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Septoria apiicola).

Toepassen nadat infectie heeft plaatsgevonden tot zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen met een interval van 2 weken. Maximaal 2 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,4 liter per ha.

Bleekselderij, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Septoria apiicola).

Toepassen zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen met een interval van 2 weken. Maximaal 3 bespuitingen per seizoen uitvoeren.

Dosering: 0,4 liter per ha.

II. L. Knelpunt Zaadteelt van Veldbeemdgras – straatgras

Gewasbeschermingsmiddel

Merknaam: Boxer

Gehalte werkzame stof: 800 g/l

Toelatingsnummer: 10701 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection BV

Knelpunt: Zaadteelt van veldbeemdgras – straatgras

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de zaadteelt van veldbeemdgras.

Dit middel is irriterend voor de huid en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Draag geschikte beschermende kleding.

• Draag geschikte handschoenen.

• Draag tijdens de bespuiting een geschikt adembeschermingsmiddel.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Boxer is een bodemherbicide met een breed werkingsspectrum. Onder ideale omstandigheden worden de volgende onkruiden goed bestreden: éénjarige grassen zoals duist, windhalm en straatgras en tweezaadlobbige onkruiden zoals kleefkruid, muur, ereprijssoorten, paarse dovenetel, hoenderbeet, muur, zwarte nachtschade (ook triazine-resistente), knopkruid, klein kruiskruid, herderstasje, vergeet-mij-niet, echte kamille en hennepnetel.

Melganzevoet, stippelganzevoet, uitstaande melde, éénjarige melkdistel en veelknopigen zoals perzikkruid, varkensgras, zwaluwtong, knopige en viltige duizendknoop zijn minder gevoelig hetgeen vooral onder droge omstandigheden tot tegenvallende resultaten leidt. Akkerviool, bingelkruid en hanepoot zijn ongevoelig. Voor bestrijding van deze onkruiden wordt een tankmengsel aanbevolen.

Door de beperkte werkingsduur van het middel moet rekening worden gehouden met nakieming van bijvoorbeeld duist en kamille na de toepassing.

Vochtige, bezakte grond tijdens de toepassing is ideaal voor een goede werking. Onkruiden zijn het gevoeligste in het stadium kort voor opkomst. Neerslag in de periode kort na de toepassing bevordert de bodemwerking van het middel.

Waterhoeveelheid: 200–400 liter per hectare.

Toepassingen

In de zaadteelt van veldbeemdgras ter bestrijding van straatgras. Het middel toepassen na de oogst van de dekvrucht of na de oogst van het eerste jaars graszaad. Het tijdstip hangt af van de straatgras ontwikkeling. Kleiner straatgras is gevoeliger voor Boxer dan het grotere.

Dosering: 4 l middel per hectare.

II. M. Knelpunt Tulpen – schimmels

Gewasbeschermingmiddel

Merknaam: Jet 5

Gehalte werkzame stof: 220 g/l waterstofperoxide, 55 g/l perazijnzuur

Toelatingsnummer: 12134 N

Toelatingshouder: Certis Europe B.V.

Knelpunt: Boldompeling van tulp tegen schimmelaantastingen

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel ten behoeve van de teelt van tulp door middel van een boldompeling.

Dit middel is schadelijk bij inademing en aanraking met de huid. Het middel is giftig bij opname door de mond en kan ernstige brandwonden en oogletsel veroorzaken. Ook is er ontploffingsgevaar bij verwarming in afgesloten toestand.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Op een koele plaats bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

• Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water.

• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

• Bij ontoereikende ventilatie een geschikt adembeschermingsmiddel dragen.

• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Jet 5 is een middel op basis van een krachtige oxidator.

Voorkom tijdens het gebruik opspatten en nevelvorming.

Metalen zoals koper, brons, aluminium en zink kunnen bij toepassing verkleuren.

Toepassingen

Plantgoedbehandeling van tulp, ter voorkoming van diverse schimmelaantastingen, waaronder zuur (Fusarium spp). De bollen gedurende 15 minuten dompelen. Bij voorkeur een behandeling uitvoeren kort na de oogst of voor het in bewaring brengen. Het product niet mengen met fungiciden.

Dosering: 0,5% (500 ml per 100 liter water).

Plantgoedbehandeling algemeen

In de gebruiksaanwijzing is voor de toepassingen voor bloembollen plantgoed steeds uitgegaan van een standaard ontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de ‘Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen’.

II. N. Knelpunt Plantgoedbehandeling lelie – bollenmijt

Gewasbeschermingmiddel

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Plantgoedbehandeling lelie tegen bollenmijt

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel bij plantgoedbehandeling ten behoeve van de teelt van lelie.

Dit middel is ontvlambaar, schadelijk bij opname door de mond en irriterend voor de ogen en de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Spuitnevel niet inademen.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding tijdens mengen, laden, toepassen en gewaswerkzaamheden.

• Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

• Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20ºC behandelen. Het middel is geschikt voor de bestrijding van mijten bij plantgoed. De kiemkracht van het plantgoed wordt niet beïnvloed door het middel.

Toepassingen

Als plantgoedbehandeling (schubben) ten behoeve van de teelt van lelie, ter bestrijding van bollenmijt (Rhizoglyphus robini).

De schubben, kort na de oogst en vóór het in bewaring brengen, dompelen in een oplossing van het middel. Na het dompelen de schubben opslaan bij een temperatuur van 10 tot 23 graden (of hoger) en gedurende 48 uur geen lucht verversen ter bevordering van de dampwerking. Zorg er voor dat de cel steeds goed volgestapeld is. Is dit niet mogelijk, dan de behandelde schubben afdekken met plastic.

Dosering: 0,5% (0,5 liter middel per 100 liter water).

Plantgoedbehandeling algemeen

In de gebruiksaanwijzing is voor de toepassingen voor bloembollen- en knollenplantgoed steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de ‘Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen’.

II. O. Knelpunt Bloementeelt van dahlia’s – spint

Gewasbeschermingmiddel

Merknaam: Nissorun Vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 250 g/l hexythiazox

Toelatingsnummer: 10379 N

Toelatingshouder: Certis Europe B.V.

Knelpunt: Bloementeelt van dahlia’s – spint

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel in de bloementeelt van Dahlia, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat het niet handmatig toegepast mag worden en dat er neerwaarts gespoten dient te worden.

Het volgende moet in acht worden genomen:

• Buiten bereik van kinderen bewaren.

• Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

• Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

• Stof en spuitnevel niet inademen.

• Aanraking met de ogen vermijden.

• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

• Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel is werkzaam tegen eieren en alle larvenstadia van spintmijten. De werking tegen volwassen spintmijten is beperkt. Het middel heeft een trage aanvangswerking.

Om de kans op ontwikkeling van resistentie te verkleinen heeft het de voorkeur dat het middel wordt afgewisseld met andere daarvoor toegelaten middelen met een ander werkingsmechanisme of gecombineerd met deze middelen wordt toegepast.

Het middel toepassen met voldoende water om optimale bevochtiging te bereiken van zowel de bovenkant als de onderkant van de bladeren.

Toepassingen

Bloementeelt van dahlia’s, ter bestrijding van spint (Tetranchidae).

Een bespuiting uitvoeren zodra een beginnende aantasting wordt waargenomen. Indien nodig de behandeling na 7–⁠10 dagen herhalen.

Dosering: 0,02% (20 ml per 100 liter water).

Attentie

Om zichtbaar residu te voorkomen desgewenst een uitvloeier toevoegen.

Het verdient aanbeveling middels een proefbespuiting vast te stellen of het gewas de behandeling verdraagt.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
voor deze:de Directeur-Generaal,
R.M. Bergkamp.

Toelichting

Aanleiding voor het onderhavige besluit

LTO-Nederland, het Hoofdproductschap Akkerbouw, de Nederlandse bond van boomkwekers en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur hebben dertien aanvragen ingediend tot vrijstelling op grond van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 voor de toepassing van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. Op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gehouden binnen een redelijke termijn op voornoemde aanvragen te beslissen.

Werkwijze

Dit besluit is een wijziging van het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 21 april 2004, TRCJZ/2004/3332, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004 (Stcrt. 77). In de toelichting van voornoemd besluit is een beschrijving gegeven van de algemene werkwijze. In de bijlagen van voornoemd besluit staat vermeld welke gewasbeschermingsmiddelen voor welk knelpunt zijn vrijgesteld. Deze bijlagen worden telkenmale na de ontvangst van nieuwe aanvragen aangevuld met nieuwe vrijstellingen voor zover de minister tot verlening van vrijstelling overgaat. Dit bevordert de inzichtelijkheid van de beschikbare vrijstellingen via electronische databanken zoals www.overheid.nl en www.wetten.nl.

Toetsing van de dertien aanvragen aan artikel 16aa van de wet

Ten aanzien van de onderliggende aanvragen geldt dat de werkzame stof van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen vóór 26 juli 1993 op de Europese markt is gekomen en is opgenomen in een werkprogramma van de Commissie der Europese Gemeenschappen voor onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de richtlijn. Over de betrokken werkzame stoffen is nog geen communautair besluit genomen. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het bepaalde in artikel 16aa, eerste lid, onderdelen a, b, en c van de wet.

Uit het advies van de Plantenziektenkundige Dienst van 8 december 2003 blijkt dat de aanvragen betrekking hebben op knelpunten in de bestrijding van een ziekte of plaag die niet volgens de methodiek van geïntegreerde teelt bestreden kunnen worden. Daarmee is aangetoond dat het belang van de landbouw de inzet van een gewasbeschermingsmiddel dringend vereist als bedoeld in het eerste lid, aanhef, van artikel 16aa van de wet. Bovendien blijkt uit de adviezen van TNO en NOTOX, gecoördineerd door het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, dat toepassing van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen onder te stellen voorschriften geen onaanvaardbare gevolgen voor arbeidsveiligheid, volksgezondheid of milieu hebben.

Een uitzondering betreft de aanvraag van LTO inzake vrijstelling van Previcur voor de vollegronds teelt van peterselie. De risicobeoordeling van deze toepassing heeft alleen plaatsgevonden voor de toepassing onder glas. De risicobeoordeling voor arbeidsbescherming, volksgezondheid en milieu is echter voor beide toepassingen gelijk. Daarom is besloten ook vrijstelling te verlenen voor de toepassing van het gewasbeschermingsmiddel in de vollegronds teelt.

Er zijn gelet op het bepaalde in artikel 16aa van de wet dan ook geen beletselen voor de betrokken gewasbeschermingsmiddelen vrijstelling te verlenen van de verboden genoemd in de artikelen 2 en 10 van de wet ten behoeve van de bestrijding van een in de aanvraag genoemde ziekte of plaag in de daarbij genoemde teelt voor een in de vrijstelling genoemde periode.

Aanvragen voor twee of meer vrijstellingen per knelpunt

Een aantal aanvragen is gericht op vrijstelling voor meerdere gewasbeschermingsmiddelen per knelpunt. In deze gevallen is slechts vrijstelling voor één gewasbeschermingsmiddel verleend. Voorwaarde voor vrijstelling is een dringend vereist zijn van het gewasbeschermingsmiddel vanwege belangen van de landbouw (artikel 16aa, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962). Zodra voor één gewasbeschermingsmiddel vrijstelling is verleend kan voor de tweede aangevraagde vrijstelling niet meer worden gesproken van een knelpunt. Daarmee wordt niet voldaan aan voornoemde voorwaarde en kan geen vrijstelling worden verleend voor een tweede gewasbeschermingsmiddel bij hetzelfde knelpunt. De keuze van het middel is gebaseerd op adviezen van de vereniging voor toeleveranciers van gewasbeschermingsmiddelen, Agrodis, in de herfst van 2003 aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen.

Vervolgprocedure

Het onderhavige besluit is vanwege de aanvang van het teeltseizoen op grond van het bepaalde in artikel 4:11, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht niet voorgelegd aan belanghebbenden die naar verwachting bedenkingen hebben tegen het onderhavige besluit, te weten de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu. In verband met het bepaalde in artikel 4:11, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht is van belang dat beide organisaties dit jaar tweemaal eerder de gelegenheid hebben gehad een zienswijze inzake vrijstellingen in te dienen. In beide gevallen beperkte de zienswijze zich tot de van deze organisaties bekende opvatting inzake de verhouding tussen artikel 16aa Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en de Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).

Deze zienswijze is weerlegd in de beslissing op bezwaar bij het besluit ‘Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen eerste kwartaal 2004’. De motivering van die beslissing op bezwaar maakt voor het onderhavige besluit met betrekking tot de verhouding tussen de richtlijn en artikel 16aa van de wet onderdeel uit van deze toelichting en wordt bij de ter inzage liggende stukken gevoegd.

Een belanghebbende kan, binnen zes weken na de in artikel III bedoelde datum, tegen dit besluit of een onderdeel daarvan een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Afdeling Rechtsbescherming, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag.

De stukken, die ten grondslag liggen aan dit besluit, liggen ter inzage bij de Centrale Bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Bezuidenhoutseweg 73, 2594 AC, Den Haag, en de Plantenziektenkundige Dienst, Geertjesweg 15, 6706 EA Wageningen.

Voorts is informatie verkrijgbaar bij de regiodirecties van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de regionale vestigingen van de Plantenziektenkundige Dienst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

voor deze:de Directeur-Generaal,

R.M. Bergkamp

  • 1

    Stcrt. 2004, 77.

Naar boven