Organisatiebesluit BZK 2003

17 september 2003

P&O2003/U71967

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit:

Hoofdstuk 1

Inleidende bepalingen

Artikel 1:1

In dit besluit wordt verstaan onder:

– ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

– minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 2

Hoofd- en overlegstructuur

Artikel 2:1

1. De hoofdstructuur van het ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

a) de Algemene Leiding (ALGL);

b) de Centrale Stafdiensten

c) het directoraat-generaal Management Openbare Dienst (DGMOD);

d) het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur (DGKB);

e) het directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid (DGOOV);

f) de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);

g) het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD);

h) de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV).

2. De Algemene Leiding ressorteert onder de minister.

3. De overige in het eerste lid genoemde dienstonderdelen ressorteren onder de secretaris-generaal van het ministerie.

Artikel 2:2

1. Er is een Bestuursraad van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. De Bestuursraad is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of in uitzonderlijke gevallen door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid kan in de Bestuursraad worden vertegenwoordigd door de secretaris-generaal.

3. Het overleg in de Bestuursraad heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken van respectievelijk het bereiken van overeenstemming over de departementale beleids- en beheerskaders alsmede het toezien op de uitvoering van deze kaders.

4. Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of uit de wet voortvloeit.

5. Het secretariaat van de Bestuursraad wordt gevoerd door het hoofd van het Bureau Secretaris-Generaal.

6. De Bestuursraad regelt de eigen werkwijze.

Artikel 2:3

1. Er is een Centraal HRM-beraad van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Het Centraal HRM-beraad is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de directeur Personeel en Organisatie. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid kan in het Centraal HRM-beraad vertegenwoordigd worden door de secretaris-generaal.

3. Het overleg in het Centraal HRM-beraad heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken van respectievelijk het bereiken van overeenstemming over aspecten van het departementale personeelsbeleid en personele aangelegenheden alsmede het toezien op de uitvoering hiervan. In het overleg komen in ieder geval de volgende aangelegenheden aan de orde:

– de beleidsontwikkeling van management-development bij het ministerie;

– de benoeming van functionarissen in schaal 14 en hoger bij het ministerie;

– de werkzaamheden van het Centraal HRM-beraad met betrekking tot de personeelsschouw, zoals aangegeven in het departementale beleid ter zake.

4. Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of uit de wet voortvloeit.

5. Het secretariaat wordt gevoerd door de Centrale MD-functionaris van de directie Personeel en Organisatie.

6. Het Centraal HRM-beraad regelt de eigen werkwijze.

Artikel 2:4

1. Er is een Audit Committee van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2. Het Audit Committee is samengesteld uit de leden van de Bestuursraad, de directeur Financieel-Economische Zaken en de directeur Auditdienst, danwel personen die deze leden vertegenwoordigen. Aan het Audit Committee is een externe deelnemer toegevoegd. De directeur Personeel en Organisatie, de directeur Informatievoorziening en de directeur Facilitaire Zaken kunnen worden uitgenodigd voor vergaderingen van het Audit Committee.

3. Het Audit Committee vormt zich een oordeel over de opzet en werking van de bedrijfsvoeringfunctie, over het samenstel van de producten vanuit de DG-functie, control, audit en certificering; over het auditjaarplan, over uit te voeren onderzoeken en over de uitkomsten van bedrijfsvoeringonderzoeken en de controle. Het Audit Committee adviseert de SG over de maatregelen zo nodig moeten worden genomen.

4. Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voorzover niet anders is besloten of uit de uit de wet voortvloeit.

5. Het secretariaat wordt gevoerd door het hoofd Control Financieel Management van de directie Financieel-Economische Zaken.

6. Het Audit Committee regelt de eigen werkwijze.

Hoofdstuk 3

Dienstonderdelen

Paragraaf 3.1

Algemene Leiding

Artikel 3:1

1. De Algemene Leiding bestaat uit de secretaris-generaal en, voor zover het betreft de toepassing van artikel 6:3 van het MV-besluit secretaris‑generaal BZK en de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris‑generaal.

2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het ministerie (koninklijk besluit van 18 oktober 1988, Stb. 1988, 499, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal).

3. Tot de taak van de ambtelijke leiding, bedoeld in het tweede lid, behoort in ieder geval:

a) het informeren en adviseren van de ministers over hen of het ministerie betreffende aangelegenheden;

b) het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het ministerie;

c) het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het ministerie;

d) het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;

e) het voorzitterschap van de Bestuursraad, het Centraal HRM-beraad en het Audit Committee;

f) het zorgdragen voor, het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het ministerie;

g) het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

h) het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken.

Paragraaf 3.2

Centrale Stafdiensten

Artikel 3:2

1. De Centrale Stafdiensten staan onder leiding van de plaatsvervangend secretaris-generaal en een loco plaatsvervangend secretaris-generaal, tevens directeur van een van de directies, genoemd in het derde lid.

2. De Centrale Stafdiensten hebben tot taak het ondersteunen van de Algemene Leiding bij het aansturen en het coördineren van de bedrijfsvoering van het ministerie.

3. De Centrale Stafdiensten bestaan uit de volgende dienstonderdelen:

a) het stafbureau Centrale Stafdiensten (SCS);

b) het Bureau Secretaris-Generaal (BSG);

c) de directie Informatievoorziening (I);

d) de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ);

e) de directie Personeel en Organisatie (P&O);

f) de Auditdienst (AD);

g) de directie Voorlichting en Communicatie (VLC);

h) de directie Facilitaire Zaken (FAZ);

i) de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW);

j) de projectdirectie Nieuwe Huisvesting (PNH);

k) het gemeenschappelijke secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen (SRob/Rfv).

Artikel 3:3

1. Het stafbureau Centrale Stafdiensten staat onder leiding van een hoofd.

2. Het stafbureau heeft tot taak het ondersteunen van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de dienstonderdelen van de Centrale Stafdiensten, met uitzondering van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken.

Artikel 3:4

1. Het Bureau Secretaris-Generaal staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a) het beheers- en beleidsmatig ondersteunen en adviseren van de Algemene Leiding en de ministers;

b) het voeren van het secretariaat van ministeriebrede overleggen;

c) het coördineren van aangelegenheden met betrekking tot het parlement of de ministerraad;

d) het ondersteunen van de secretaris-generaal in diens taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de beveiliging van het ministerie;

e) het coördineren en bevorderen van strategische kennisontwikkeling.

Artikel 3:5

1. De directie Informatievoorziening staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft tot taak het ondersteunen van de primaire (beleids)processen van het ministerie door middel van het ongestoord laten functioneren van infrastructurele voorzieningen, het inzetten van kennis en advies over informatievoorziening in brede zin en het inzetten van informatie- en communicatietechnologie daarbij in het bijzonder.

Artikel 3:6

1. De directie Financieel-Economische Zaken staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de taken, bedoeld in:

a) artikel 21 van de Comptabiliteitswet;

b) het Besluit taak FEZ;

c) artikel 3, zevende lid, van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998.

3. Voor zover dit uit de taken voortvloeit, rapporteert de directeur in afwijking van artikel 3:2, eerste lid, rechtstreeks aan de secretaris-generaal van het ministerie.

Artikel 3:7

1. De directie Personeel en Organisatie staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ontwikkelen en coördineren van het departementale personeels- en organisatiebeleid;

b) het uitoefenen van de controlfunctie ten behoeve van de taken, genoemd onder a;

c) het informeren, adviseren en ondersteunen van het management met betrekking tot personeelsmanagement, arbeidsvoorwaarden, rechtspositie, inspraak en organisatie;

d) het voeren van de departementale personeels- en salarisadministratie;

e) het uitoefenen van toezicht als bedoeld in artikel 2 van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998.

Artikel 3:8

1. De Auditdienst staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De Auditdienst heeft de taken, bedoeld in:

a) artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001;

b) het Besluit taak DAD;

c) artikel 3, achtste lid, van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998.

3. Artikel 3:2, eerste lid, is uitsluitend van toepassing op de beheersmatige aangelegenheden betreffende de Auditdienst.

Artikel 3:9

1. De directie Voorlichting en Communicatie staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het vergroten van de toegankelijkheid van voorgenomen en aanvaard beleid door openbaarmaking, verklaring en toelichting;

b) het inzetten van communicatie van beleidsontwikkeling tot beleidsuitvoering;

c) het adviseren van de politieke en ambtelijke leiding over de interne en externe communicatie;

d) het organiseren van het Nationaal Voorlichtingscentrum.

Artikel 3:10

1. De directie Facilitaire Zaken staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft tot taak het voorbereiden en ontwikkelen van beleid en uitvoeren van aangelegenheden met betrekking tot:

a) bouwzaken en huisvesting;

b) dienstverlening binnen het kernministerie;

c) verwerving en beheer van goederen en diensten;

d) bewaking en beveiliging van het kernministerie;

e) brandveiligheid en bedrijfshulpverlening bij het kernministerie.

Onder kernministerie worden in dit lid verstaan de onderdelen van het ministerie die in Den Haag zijn gevestigd op de Schedeldoekshaven, de Kalvermarkt, de Herengracht, de Fluwelen Burgwal, de Bezuidenhoutseweg en de Juliana van Stolberglaan.

3. De directeur Facilitaire Zaken is tevens Coördinerend Directeur Inkoop. Deze heeft de volgende taken:

a) het zorgdragen voor de coördinatie van het contractbeheer en de totstandkoming van een rechtmatig en doelmatig departementaal aanschaffingsbeleid, gericht op de verwerving van materiële zaken en diensten, alsmede op het aanbesteden van werken;

b) het zorgdragen voor de vastlegging van richtlijnen voor het contractbeheer en het inkoopproces in de administratieve organisatie van het ministerie en het toezien op de uitvoering van de vastgelegde procedures, waaronder de toepassing van EG-richtlijnen voor leveringen, werken en diensten;

c) het bevorderen van de aanwending en uitwisseling van beschikbare kennis en ervaring binnen het ministerie en het periodiek voeren van overleg met de departementale inkoopgemachtigden en met de departementale vertegenwoordiger bij het Interdepartementaal Overlegorgaan Europese Aanbestedingsvoorschriften;

d) het coördineren van de informatievoorziening aan de Minister van Economische Zaken krachtens de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen.

Artikel 3:11

1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) de zorg voor het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden;

b) de herziening van de Grondwet en het voorbereiden van wetgeving met een sterk constitutionele grondslag;

c) het toetsen van regelingen, met inbegrip van conceptverdragen, en bestuur aan de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele aspecten;

d) het voorbereiden van de wetgeving over de Hoge Colleges van Staat en over rechtsbescherming in ruime zin;

e) het vervullen van een primaire rol bij door de minister aangewezen wetgevingsprojecten;

f) het medebehandelend van alle aangelegenheden inzake de totstandkoming van wet- en regelgeving van het ministerie;

g) het behandelen van constitutionele vraagstukken op het terrein van het kiesrecht;

h) het voeren van het secretariaat van de Kiesraad;

i) het coördineren van Europeesrechtelijke aangelegenheden;

j) het behandelen van bijzondere opdrachten van een minister of de Algemene Leiding, civielrechtelijke kwesties en andere juridische aangelegenheden.

Artikel 3:12

1. De Projectdirectie Nieuwe Huisvesting staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De projectdirectie valt onder de verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal.

3. De projectdirectie heeft de volgende taken:

a) het bevorderen van het totstandkomen van nieuwe huisvesting en de bijbehorende voorzieningen voor het kerndepartement;

b) het voorbereiden van de verhuizing;

c) het voeren van overleg met de ontwerpende en uitvoerende partijen waaronder het verzorgen van interdepartementale afstemming en afstemming met de betrokken gemeente;

d) de zorg voor een adequate informatievoorziening over het project.

Artikel 3:13

1. Het gemeenschappelijk secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen staat onder leiding van een secretaris en een plaatsvervangend secretaris.

2. Het secretariaat heeft tot taak beide raden inhoudelijk en administratief te ondersteunen bij hun advisering.

Paragraaf 3.3

Directoraat-generaal Management Openbare Dienst

Artikel 3:14

1. Het directoraat-generaal Management Openbare Dienst staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal, tevens directeur van een van de directies, genoemd in het derde lid.

2. Het directoraat-generaal heeft tot taak al datgene te verrichten dat dienstig is ter verwezenlijking van de hoofddoelstellingen van het ministerie, voorzover deze betreffen:

a) het arbeidsvoorwaardenbeleid;

b) het zorgpersoneelsbeleid;

c) het informatiebeleid voor de openbare sector;

d) de organisatie en kwaliteit van de rijksdienst.

3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

a) de stafafdeling Management en Personeelsbeleid (SMP);

b) de directie Arbeidszaken Overheid (AO);

c) de directie Informatiebeleid Openbare Sector (IOS);

d) de directie Personeelsmanagement Rijksdienst (PMR);

e) het agentschap Informatievoorziening Overheidspersoneel (IVOP);

f) het agentschap Centrale Archief Selectiedienst (CAS);

g) de afdeling Organisatie en Kwaliteit Rijksdienst (OKR).

Artikel 3:15

1. De stafafdeling Management en Personeelsbeleid staat onder leiding van een hoofd.

2. De stafafdeling heeft tot taak het ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken van de directeur-generaal Management en Openbare Dienst, voor de directies Arbeidszaken Overheid en Personeelsmanagement Rijksdienst en de stafafdeling Management en Personeelsbeleid, de agentschappen IVOP en CAS, het Service Centre DGMP i.o en het SSC HRM i.o.

Artikel 3:16

1. De directie Arbeidszaken Overheid staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ondersteunen van de minister bij diens taken ten aanzien van de arbeidszaken met betrekking tot de gehele overheid door middel van beleidsontwikkeling, advisering, regelgeving en informatievoorziening;

b) het inhoudelijk en administratief ondersteunen van het Verbond Sectorwerkgevers Overheid;

c) het adviseren over macro-economische en sociaal-economische politiek.

Artikel 3:17

1. De directie Informatiebeleid Openbare Sector staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ontwikkelen van het informatiebeleid van de openbare sector en de coördinatie daarvan;

b) het bevorderen van de verbetering van de publieke dienstverlening aan en publieke toegankelijkheid van overheidsinformatie voor de burger, de overheid en het bedrijfsleven door beleidsontwikkeling en het stimuleren van toepassingen;

c) het bevorderen van informatiebeveiliging;

d) het ontwikkelen van beleid betreffende de digitale duurzaamheid en archivering;

e) het ontwikkelen van beleid betreffende de elektronische infrastructuur van de openbare sector en het toezien op de uitvoering daarvan.

Artikel 3:18

1. De directie Personeelsmanagement Rijksdienst staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft tot taak het ontwikkelen van beleid, het adviseren en het totstandbrengen van regelgeving voor de sector Rijk, met betrekking tot:

a) arbeidsmarktbeleid;

b) personeelsontwikkeling;

c) arbeidsvoorwaarden;

d) sociaal zekerheid, pensioenen en zorg;

e) formatiemanagement;

f) informatie en financiering met betrekking tot de factor arbeid.

Artikel 3:19

1. Het agentschap Informatievoorziening Overheidspersoneel staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. Het agentschap heeft tot taak (het zorgdragen voor) het ontwerpen, ontwikkelen, bouwen, instandhouden en exploiteren van (informatie)systemen op het gebied van de salarisverwerking en de financiële personeelsadministratie en het adviserende dienaangaande.

Artikel 3:20

1. Het agentschap Centrale Archief Selectiedienst staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. Het agentschap valt onder de verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend directeur-generaal Management Openbare Dienst.

3. Het agentschap heeft de taken, bedoeld in het besluit van 12 december 1996, houdende regels met betrekking tot taak en werkwijze van de Centrale Archief Selectiedienst.

Artikel 3:21

1. De afdeling Organisatie en Kwaliteit Rijksdienst (OKR) staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. De afdeling heeft tot taak het bevorderen van de kwaliteit van de organisatie en van het functioneren van de Rijksdienst.

Paragraaf 3.4

Directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur

Artikel 3:22

1. Het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal, tevens directeur van een van de directies, genoemd in het derde lid.

2. Het directoraat-generaal heeft tot taak al datgene te verrichten dat dienstig is ter verwezenlijking van de hoofddoelstellingen van het ministerie, voorzover deze betreffen:

a) het bevorderen van een doelmatig, doeltreffend en democratisch openbaar bestuur, waaronder begrepen de identiteitsinfrastructuur en de relaties met de overige onderdelen van het koninkrijk, de EU en andere internationale instellingen;

b) het zorgdragen voor een optimale sturing en coördinatie van de samenwerking van de activiteiten van het ministerie op Europees en internationaal niveau;

c) het zorgdragen voor goede relaties met en coördinatie van de samenwerking met de Nederlandse Antillen en Aruba;

d) het zorgdragen voor een goede en adequate organisatie en wetgeving met betrekking tot het Nederlandse openbaar bestuur, o.a. met betrekking tot de financiën van gemeenten en provincies (het Gemeentefonds en het Provinciefonds);

e) het zorgdragen voor een effectief grotestedenbeleid en in overleg met de overige ministeries zorgdragen voor goede interbestuurlijke relaties, beredeneerd vanuit de eigenstandige positie van provincies en gemeenten;

f) het zorgdragen voor een goed GBA-stelsel en voor een goed functionerend reisdocumentenstelsel en het daarbij behorende persoonsinformatiebeleid;

3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

a) het stafbureau Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties (SCZK);

b) het stafbureau Openbaar Bestuur (SOB);

c) de directie Koninkrijksrelaties (KR);

d) de directie Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen (GSIB);

e) de directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie (BFO);

f) de directie Coördinatie Internationaal Beleid (CIB);

g) het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR);

h) de Vertegenwoordiging van het ministerie bij de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Unie (PVEU);

i) de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba (VNO);

j) de Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen (VNW);

k) de afdeling Kabinetszaken (KZ).

Artikel 3:23

1. De stafafdeling Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties staat onder leiding van een hoofd.

2. De stafafdeling heeft tot taak:

– het ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken van de directeur-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur voor de directie Koninkrijksrelaties, de directie Coördinatie Internationaal Beleid, de Vertegenwoordigingen van Nederland in de Nederlandse Antillen en in Aruba, de Vertegenwoordiging van het Ministerie bij de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie en de stafafdeling Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties;

– het ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken van de plaatsvervangend secretaris-generaal voor de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

– Het ontwikkelen van een directieoverstijgende beleidsstrategie, het bevorderen van de algemene beleidscoördinatie, het stimuleren en coördineren van de primair bij de beleidsdirecties liggende beleidsevaluatietaak.

Artikel 3:24

1. Het stafbureau Openbaar Bestuur staat onder leiding van een hoofd.

2. Het stafbureau heeft tot taak:

– het ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken van de directeur-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur voor de directie Grote Stedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen, de directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie (met uitzondering van de afdeling Organisatie en Kwaliteit Rijksdienst), het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten, de afdeling Kabinetszaken en het stafbureau Openbaar Bestuur;

– het ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken van de directeur-generaal Management Openbare Dienst voor de directie Informatiebeleid Openbare Sector, de afdeling Organisatie en Kwaliteit Rijksdienst en het agentschap Central Archief Selectiedienst.

Artikel 3:25

1. De directie Koninkrijksrelaties staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ontwikkelen van het samenwerkingsbeleid in algemene zin respectievelijk van het Nederlands beleid met betrekking tot de samenwerkingsrelatie met de Nederlandse Antillen en Aruba;

b) de ontwikkeling, coördinatie en uitvoering van de samenwerking en het onderhouden van betrekkingen met de Nederlandse Antillen en Aruba;

c) het coördineren van het beleid van de ministeries die Koninkrijkstaken vervullen.

Artikel 3:26

1. De directie Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het coördineren van het intra- en interdepartementale beleid met betrekking tot de grote steden;

b) het toezien op een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk, provincies en gemeenten en het bevorderen van de samenwerking tussen overheidslagen.

Artikel 3:27

1. De directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft tot taak het ontwikkelen van beleid en wetgeving met betrekking tot de inrichting, werking en financiering van het binnenlands bestuur, in het bijzonder de provincies en gemeenten.

Artikel 3:28

1. De directie Coördinatie Internationaal Beleid staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het binnen het ministerie coördineren en zorgdragen voor een eenduidige opstelling van het ministerie in de Europese en internationale aangelegenheden;

b) het vertegenwoordigen van het ministerie in het algemeen coördinerende interdepartementale Europees en internationaal overleg;

c) het adviseren van de ambtelijke en politieke leiding van het ministerie inzake Europese en internationale aangelegenheden;

d) het initiëren van de beleidsontwikkeling en het stellen van prioriteiten ten aanzien van Europese en internationale aangelegenheden van het ministerie;

e) het ten behoeve van voornoemde taken onderhouden van de primaire contacten van het ministerie met de Europese Commissie, internationale organisaties die voor het ministerie van belang zijn, de permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU te Brussel en alle overige bilaterale contacten die voortvloeien uit de werkzaamheden van de directie;

f) het fungeren als eerste aanspreekpunt naar buiten toe voor Europese en internationale aangelegenheden;

g) het zorgdragen voor een goede informatie- en communicatiestructuur in het ministerie inzake Europese en overige internationale aangelegenheden;

h) het op de hoogte zijn en geïnformeerd worden over alle Europese en internationale aangelegenheden van het ministerie;

i) het behartigen van Europese en internationale zaken waarvoor niet een ander dienstonderdeel van het ministerie als primair verantwoordelijk is aangewezen (algemene en dienstoverstijgende onderwerpen).

Artikel 3:29

1. Het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. Het agentschap is belast met taken met betrekking tot:

a) de instandhouding van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

b) het beleid inzake reisdocumenten en de uitvoering van de Paspoortwet.

Artikel 3:30

1. De Vertegenwoordiging van het ministerie bij de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Unie staat onder leiding van een ambassaderaad.

2. De Vertegenwoordiging heeft de volgende taken:

a) het behartigen van de belangen van het ministerie bij de Europese Unie;

b) het ondersteunen van de Permanente Vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie met betrekking tot aangelegenheden die het ministerie aangaan;

c) het voorbereiden ter plaatse van, het deelnemen aan en het rapporteren over Europese overleggen.

Artikel 3:31

1. De Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba staat onder leiding van een Vertegenwoordiger en een plaatsvervangend Vertegenwoordiger.

2. De Vertegenwoordiging heeft de volgende taken (koninklijk besluit van 24 april 1997, regelende de positie en functie van Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba):

a) het optreden als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van Aruba;

b) het onderhouden van contacten met de regering van Aruba, alsmede met andere autoriteiten van Aruba;

c) het informeren van de ministers en de ambtelijke leiding van het ministerie over de politieke, bestuurlijke, financiële, maatschappelijke en sociaal-economische ontwikkelingen in Aruba;

d) het voorbereiden en begeleiden van bezoeken van Nederlandse ministers en staatssecretarissen, bestuurders en andere autoriteiten aan Aruba.

Artikel 3:32

1. De Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen staat onder leiding van een Vertegenwoordiger en een plaatsvervangend Vertegenwoordiger.

2. De Vertegenwoordiging heeft de volgende taken (koninklijk besluit van 24 april 1997, regelende de positie en functie van Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba):

a) het optreden als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering en de eilandbesturen van de Nederlandse Antillen;

b) het onderhouden van contacten met de regering en de eilandbesturen, alsmede met andere autoriteiten in de Nederlandse Antillen;

c) het informeren van de ministers en de ambtelijke leiding van het ministerie over de politieke, bestuurlijke, financiële, maatschappelijke en sociaal-economische ontwikkelingen in de Nederlandse Antillen;

d) het voorbereiden en begeleiden van bezoeken van Nederlandse ministers en staatssecretarissen, bestuurders en andere autoriteiten aan de Nederlandse Antillen.

e) het zorgdragen voor het monitoren van afspraken in het kader van het samenwerkingsbeleid.

Artikel 3:33

1. De afdeling Kabinetszaken staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. De afdeling heeft de volgende taken:

a) het voorbereiden van de benoeming en het ontslag van burgemeesters en commissarissen van de Koningin;

b) het uitvoeren van beleid en regelgeving inzake de rechtspositie van burgemeesters en commissarissen van de Koningin en het ontwikkelen van personeelsbeleid voor burgemeesters;

c) het ontwikkelen en uitvoeren van beleid betreffende koninklijke onderscheidingen en het behandelen van zaken met betrekking tot de Kanselarij der Nederlandse Orden en het Kapittel voor de Civiele Orden;

d) het voorbereiden van de benoeming en het ontslag van de leden van de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, de Hoge Raad van Adel en het Kapittel voor de Civiele Orden;

e) het uitvoeren van de Wet op de Adeldom en het behandelen van zaken met betrekking tot de Hoge Raad van Adel.

Paragraaf 3.5

Directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid

Artikel 3:34

1. Het directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal.

2. Het directoraat-generaal heeft tot taak al datgene te verrichten dat dienstig is ter verwezenlijking van de hoofddoelstellingen van het ministerie, voorzover deze het bevorderen van de openbare orde en veiligheid betreffen.

3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

a) het stafbureau Openbare Orde en Veiligheid (SOOV);

b) de directie Politie (POL);

c) de directie Rampenbeheersing en Brandweer (RB);

d) de directie Veiligheid, Informatiebeleid en Projecten (VIP);

e) het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC);

f) het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie (ITO);

g) het agentschap Korps landelijke politiediensten (KLPD);

h) het bureau Korpsbeheer en relatiebeheer agentschappen (KOBRA);

i) het bureau Landelijk Management Development Politie en Brandweer.

Artikel 3:35

1. Het stafbureau Openbare Orde en Veiligheid staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. Het stafbureau heeft tot taak het ondersteunen van de directeur-generaal en de dienstonderdelen van het directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken.

Artikel 3:36

1. De directie Politie staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het onderhouden van het bestuurlijk-juridische bestel waarbinnen politie en veiligheidszorg gestalte krijgen;

b) de zorg voor de instandhouding en uitvoering van een budgetverdeelsysteem en het uitoefenen van het financieel toezicht op de politie;

c) de zorg voor het beheer op afstand van de politie en het stellen van regels hierover;

d) de zorg voor een adequate informatievoorziening over het beheer in algemene zin;

e) het bijdragen aan de kwaliteit, efficiency en effectiviteit van de politiezorg;

f) het bijdragen aan en het bevorderen van de kwaliteit en kwantiteit van het politiepersoneel;

g) het vervullen van een primaire rol bij of het verlenen van bijstand bij door de directeur-generaal aangewezen wetgevingsprojecten;

h) het bevorderen van de internationale samenwerking op het terrein van politie, openbare orde en veiligheidsbeleid en de handhaving van de internationale rechtsorde.

Artikel 3:37

1. De directie Rampenbeheersing en Brandweer staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ontwikkelen, voorbereiden en coördineren van nationaal en internationaal beleid inzake brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing;

b) het ontwikkelen en uitvoeren van veiligheidsbeleid;

c) het bijdragen aan en het bevorderen van de kwaliteit van de brandweer- en rampenbestrijdingsorganisatie alsmede het personeel en materieel daarvan;

d) het ontwikkelen en uitvoeren van een management-developmentbeleid voor brandweerofficieren;

e) het opstellen en onderhouden van nationale en internationale wet- en regelgeving inzake brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Artikel 3:38

1. De directie Veiligheid, Informatiebeleid en Projecten staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ontwikkelen en uitvoeren van integraal veiligheidsbeleid;

b) het voeren van het inhoudelijk secretariaat van de Raad voor Justitie, Bestuur en Veiligheid en van de Interdepartementale Commissie voor Veiligheid en Rechtshandhaving;

c) het ontwikkelen en uitvoeren van strategisch onderzoek over openbare orde en veiligheid;

d) het ontwikkelen en uitvoeren van strategisch beleid voor de informatievoorziening ten behoeve van de politie- en brandweerorganisatie;

e) het mede voeren van het inhoudelijk secretariaat van de tijdelijke Regieraad Informatie en Communicatie Technologie Politie;

f) het opzetten en uitvoeren van projecten met betrekking tot openbare orde en veiligheid.

Artikel 3:39

1. Het Nationaal Coördinatiecentrum staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. Het Nationaal Coördinatiecentrum heeft de volgende taken:

a) het bijstaan van de minister in de uitoefening van diens bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot openbare orde en veiligheid;

b) het coördineren van het overheidsoptreden onder crisisomstandigheden of de dreiging daarvan;

c) het mede-ontwikkelen en uitvoeren van een crisisbeheersingsbeleid ter voorbereiding van de Rijksoverheid op crisisomstandigheden en van het algemene openbare orde- en veiligheidsbeleid;

d) het adviseren over en het coördineren van openbare orde en veiligheidsmaatregelen met betrekking tot staatsbezoeken, andere bezoeken van buitenlandse hoge gasten, alsmede in overige gevallen.

Artikel 3:40

1. Het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie staat onder leiding van een algemeen directeur en een operationeel directeur, tevens plaatsvervangend directeur.

2. Het agentschap heeft de volgende taken:

a) het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan ten behoeve van de taakuitvoering en het beheer van de politie, waaronder het ontwikkelen en beheren van de infrastructuren en de informatie- en communicatiesystemen ten behoeve van de politie;

b) het desgevraagd verrichten van werkzaamheden op het terrein van de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan ten behoeve van een regionaal politiekorps of het Korps landelijke politiediensten, indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is voor de taakuitvoering van de politie;

c) het desgevraagd verrichten van werkzaamheden op het terrein van de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan ten behoeve van een tot de Rijksdienst behorende dienst, een regionaal brandweerkorps of een centrale post voor het ambulancevervoer, indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is voor de taakuitvoering van de politie.

Artikel 3:41

1. Het agentschap Korps landelijke politiediensten staat onder leiding van een korpschef en een plaatsvervangend korpschef.

2. Het agentschap is belast met de taken, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993.

Artikel 3:42

1. Het bureau Korpsbeheer en relatiebeheer agentschappen staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a) het adviseren en ondersteunen van de directeur-generaal bij de uitvoering van diens taken als gemandateerd beheerder van het Korps landelijke politiediensten en als beheerder van het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie;

b) het faciliteren van het Korps landelijke politiediensten en het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie in de relatie met de beheerder;

c) het faciliteren van de beleidsbepaling en kaderstelling ten aanzien van het Korps landelijke politiediensten en het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie;

d) het faciliteren van het Korps landelijke politiediensten en het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie in de relaties met het ministerie.

Artikel 3:43

1. Het bureau Landelijk Management Development politie en brandweer staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a) het samen met het politieveld en het brandweerveld vormgeven, ontwikkelen en uitvoeren van het landelijk management developmentbeleid voor de politie en brandweer en daarbij behorende instrumenten, in afstemming met het regionaal beleid;

b) het realiseren van een landelijke infrastructuur van het management development voor de politie en brandweer;

c) het zorgdragen voor de voorbereiding van en advisering omtrent Kroonbenoemingen bij de politie;

d) het adviseren omtrent benoemingen in de strategische top van de brandweer.

Paragraaf 3.6

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Artikel 3:44

1. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft de taken, bedoeld in artikel 6 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

3. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

a) de directie Democratische Rechtsorde (DRO);

b) de directie Staatsveiligheid (SV);

c) de directie Beveiliging (BC);

d) de directie Bijzondere Inlichtingenmiddelen (BI);

e) de directie Bedrijfsvoering (BV);

f) de directie Strategie en Juridische Zaken (SJZ);

g) de directie Inlichtingen Buitenland (IB);

Artikel 3:45

1. De directie Democratische Rechtsorde staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar personen en organisaties die een bedreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde, de veiligheid van de Staat of andere gewichtige belangen van de Staat, aangaande:

a) tegenkrachten bij integratie;

b) terrorisme;

c) politiek (gewelddadig) activisme.

Artikel 3:46

1. De directie Staatsveiligheid staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar personen en organisaties die een bedreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde, de veiligheid van de Staat of andere gewichtige belangen van de Staat, aangaande:

a) ongewenste bemoeienis van vreemde mogendheden;

b) bedreiging internationale rechtsorde;

c) integriteitsaantastingen.

Artikel 3:47

1. De directie Beveiliging staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het bevorderen van de beveiliging van gegevens waarvan de geheimhouding door het belang van de Staat wordt geboden;

b) het bevorderen van de beveiliging van onderdelen van overheid en bedrijfsleven die van vitaal belang zijn voor de instandhouding van het maatschappelijk leven;

c) het bevorderen van de beveiliging van verbindingen waarmee gegevens worden verzonden waarvan de geheimhouding door het belang van de Staat wordt geboden;

d) het verrichten van veiligheidsonderzoeken naar personen die vertrouwensfuncties vervullen of gaan vervullen bij overheid en bedrijfsleven;

e) het begeleiden van preventieve integriteitonderzoeken en het behandelen van meldingen over aantastingen van de integriteit bij de overheid.

Artikel 3:48

1. De directie Bijzondere Inlichtingenmiddelen staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het toegankelijk maken en ontsluiten van open bronnen en open bronnen informatie;

b) leveren van bijzondere operationele informatie en diensten;

c) het verzorgen van de relaties met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Artikel 3:49

1. De directie Bedrijfsvoering staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het ondersteunen van de organisatie op facilitair gebied, het geven van managementadvies en het leveren van centrale voorzieningen.

Artikel 3:50

1. De directie Strategie en Juridische Zaken staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a) het ondersteunen van de dienstleiding en het managementteam van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

b) het ontwikkelen en bewaken van de strategische koers, juridische en parlementaire aangelegenheden en de interne en externe communicatie.

Artikel 3:51

1. De directie Inlichtingen Buitenland staat onder leiding van een directeur.

2. De directie verricht de inlichtingentaak met betrekking tot het buitenland.

Paragraaf 3.7

Bureau Algemene Bestuursdienst

Artikel 3:52

1. Het Bureau Algemene Bestuursdienst staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a) het adviseren van ministers en secretarissen-generaal over de benoeming van ambtenaren in functies als lid van de Algemene Bestuursdienst;

b) het leiden van de selectieprocedure, het vaststellen van een voorselectie van kandidaten en het uitvoeren van de taken inzake aanstelling, benoeming en ontslag van ambtenaren als lid van de topmanagementgroep, ter vervulling van de functies van secretaris-generaal, van directeur-generaal en van enkele vergelijkbare functionarissen;

c) het verzorgen van werkgeverstaken (waaronder het opdragen van passende werkzaamheden, het zoeken naar een aansluitende vervolgbenoeming, dan wel het begeleiden bij outplacement) ten aanzien van leden van de topmanagementgroep, in geval diens benoeming in een functie genoemd onder b) is geëindigd;

d) het ontwikkelen en uitvoeren van management developmentbeleid voor de leden van de Algemene Bestuursdienst, inclusief het in samenspraak met ministeries ontwikkelen van activiteiten ten behoeve van de borging van de in- en doorstroom in de Algemene Bestuursdienst;

e) het in samenspraak met ministeries vaststellen van kwaliteitseisen ten behoeve van functies binnen de Algemene Bestuursdienst;

f) het ontwikkelen van activiteiten ten behoeve van de borging van toekomstige instroom in de Algemene Bestuurdienst;

g) het ontwikkelen van beleid ter bevordering van mobiliteit tussen de Algemene Bestuursdienst en andere (overheids)instellingen, Nederlandse ambtenaren bij de EU en andere internationale organisaties;

h) het verstrekken van adviezen inzake individuele loopbaanontwikkeling en management-development, alsmede de coördinatie van werkafspraken, coaching en counseling ten behoeve van leden van de Algemene Bestuursdienst;

i) het bevorderen van onderlinge bekendheid en betrokkenheid van de leden van de Algemene Bestuursdienst;

j) het adviseren over de uitvoering van het beleid met betrekking tot de Algemene Bestuursdienst;

k) het ontwikkelen van strategisch beleid met betrekking tot de vorming van de Algemene Bestuursdienst;

l) het leveren van bijdragen aan het te ontwikkelen management- en personeelsbeleid voor de gehele rijksdienst.

Paragraaf 3.8

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid

Artikel 3:53

1. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. De inspectie heeft de taken, bedoeld in artikel 53a van de Politiewet 1993 en artikel 19 van de Brandweerwet 1985, en andere bij wet opgedragen taken.

3. De inspectie bestaat uit de volgende onderdelen:

a) de clusters Brandweerzorg, Rampenbestrijding, Politiezorg en Politie-onderwijs;

b) het stafbureau Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (SIOOV).

Artikel 3:54

1. Het stafbureau Inspectie Openbare Orde en Veiligheid staat onder leiding van een hoofd.

2. Het stafbureau heeft tot taak het ondersteunen van het hoofd van de inspectie en de onderdelen van de inspectie bij de uitvoering van de beleids- en beheerstaken.

Hoofdstuk 4

Overige bepalingen

Paragraaf 4.1

Overige taken

Artikel 4:1

Tot de taak van de Centrale Stafdiensten, de directoraten-generaal, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid behoort voorts de uitvoering van andere taken dan hiervoor genoemd, in opdracht van een minister of de secretaris-generaal, voor zover hogere wet- en regelgeving zich daartegen niet verzet.

Paragraaf 4.2

Inrichting dienstonderdelen

Artikel 4:2

1. De secretaris-generaal stelt met inachtneming van dit besluit de inrichting van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid ressorterende dienstonderdelen voor zover nodig nader vast.

2. De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt bij schriftelijk besluit op voordracht van de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, ieder voor zover het hem aangaat, na advisering door de directeur Personeel en Organisatie.

Paragraaf 4.3

Beheer

Artikel 4:3

1. De directeur Personeel en Organisatie is belast met het beheer van dit besluit.

2. De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, ieder voor zover het hem aangaat, zijn verantwoordelijk voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de directeur Personeel en Organisatie van de gegevens die een goed beheer van dit besluit mogelijk maken.

3. Het beheer en de aanlevering van gegevens geschieden met inachtneming van de desbetreffende (richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.

Artikel 4:4

Wijziging van dit besluit is voorbehouden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, en geschiedt op voordracht van de directeur Personeel en Organisatie.

Paragraaf 4.4

Slotbepalingen

Artikel 4:5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 september 2003.

Artikel 4:6

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit BZK 2003.

Artikel 4:7

1. De volgende besluiten worden ingetrokken:

– Organisatiebesluit BZK van 13 december 2001;

– Organisatiebesluit DGCZK van 25 januari 2002;

– Organisatiebesluit DGOB van 25 januari 2002;

– Organisatiebesluit DGMP van 25 januari 2002;

2. Na inwerkingtreding van het Organisatiebesluit BZK 2003 berust het besluit Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (Organisatiebesluit AIVD) op artikel 4:2 van dit besluit.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W. Remkes.

Toelichting

1. Algemeen

Artikel 2 van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst schrijft voor dat de organisatie van een ministerie bij beschikking wordt vastgesteld. Met de vaststelling van het onderhavige Organisatiebesluit BZK 2003 wordt hieraan gevolg gegeven met betrekking tot het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In het Organisatiebesluit BZK 2003 is de organisatiestructuur van het ministerie tot en met directieniveau vastgelegd. De inrichting van de directies wordt in afzonderlijke besluiten nader beschreven.

Naast de organisatiestructuur is ook aangegeven welke functionarissen de leiding hebben over de in het Organisatiebesluit BZK 2003 genoemde dienstonderdelen, en met welke taken deze onderdelen zijn belast. Deze vermelding is tot hoofdlijnen beperkt. In de afzonderlijke mandaat- en volmachtbesluiten voor het ministerie zijn de voor de uitvoering van de taken benodigde bevoegdheden aan de leidinggevenden toegekend.

In verband met een ingrijpende wijziging van de organisatie van het ministerie is de tekst van het besluit in 2003 opnieuw integraal vastgesteld en is de citeertitel met een jaartal aangeduid.

Over het Organisatiebesluit BZK 2003 is door de Groepsondernemingsraad bij het ministerie positief advies uitgebracht.

2. Onderdeelsgewijs

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen

Hoofdstuk 2

In hoofdstuk 2 is de hoofdstructuur van het ministerie beschreven. Deze wordt in hoofdstuk 3 verder uitgewerkt. Voor de duidelijkheid zijn de in de praktijk gebruikte afkortingen van de dienstonderdelen vermeld. Dit gebeurt ook bij de opsommingen van dienstonderdelen elders in het besluit.

Het sturingsmodel van het Ministerie van BZK komt hier tot uitdrukking. De dienstonderdelen van het ministerie vallen onder de verantwoordelijkheid van de Algemene Leiding. Onder Algemene Leiding wordt hier verstaan de ambtelijke leiding van het ministerie. De ambtelijke Algemene Leiding ressorteert onder de politieke Algemene Leiding (ministers).

Verder beschrijft hoofdstuk 2 de belangrijkste interne overlegstructuren op hoog ambtelijk niveau.

Hoofdstuk 3

Paragraaf 3.1

Zoals reeds aangegeven wordt onder Algemene Leiding in dit besluit verstaan de ambtelijke leiding van het ministerie, te weten de secretaris-generaal.

De algemene leiding berust tevens bij de plaatsvervangend secretaris-generaal in diens hoedanigheid van volledig plaatsvervanger van de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering. De plaatsvervangend secretaris-generaal maakt voorts deel uit van de Algemene Leiding, voor zover de secretaris-generaal hem structureel heeft belast met het uitoefenen van bepaalde elementen van het aan de secretaris-generaal voorbehouden takenpakket.

Ten aanzien van de taak van de secretaris-generaal wordt verwezen naar het koninklijk besluit waarin deze algemene taak is beschreven voor alle secretarissen-generaal. Ter concretisering is voorts een (niet-limitatieve) opsomming gegeven van de taken op hoofdlijnen.

Paragraaf 3.2

De plaatsvervangend secretaris-generaal geeft leiding aan de Centrale Stafdiensten, zowel ten aanzien van het beheer als ten aanzien van de beleidsproducten van de stafdiensten. De directie Financieel Economische Zaken en de Auditdienst vormen hierop een uitzondering. Deze twee directies ressorteren beleidsmatig onder de secretaris-generaal voor zover dit uit hun taken op grond van bovendepartementale regelgeving voortvloeit.

De directeur Facilitaire Zaken is tevens Coördinerend Directeur Inkoop (CDI).

De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving valt wat de beheersmatige zaken betreft onder de verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal. Over de inhoudelijke zaken overlegt de directie met de secretaris-generaal.

Paragraaf 3.3

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het directoraat-generaal Management Openbare Dienst beschreven.

Paragraaf 3.4

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur beschreven.

Paragraaf 3.5

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid beschreven.

Het directoraat-generaal kent twee agentschappen: het Korps landelijke politiediensten en de Informatie- en communicatietechnologie Organisatie. Het ambtelijke personeel bij deze agentschappen is politieambtenaar.

Paragraaf 3.6

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst beschreven.

Paragraaf 3.7

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het Bureau Algemene Bestuursdienst beschreven.

Paragraaf 3.8

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid beschreven.

Hoofdstuk 4

Dit hoofdstuk bevat overige bepalingen die van toepassing zijn op het hele besluit.

Paragraaf 4.1

Het Organisatiebesluit BZK 2003 hoeft niet te worden gewijzigd bij instelling van tijdelijke projecten, verlenen van speciale opdrachten en dergelijke. Deze vallen onder de reikwijdte van deze paragraaf.

Met de laatste bijzin in het artikel is verduidelijkt dat een bijzondere opdracht aan een dienstonderdeel slechts kan worden verleend als deze past binnen de (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden van het dienstonderdeel. Voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zijn deze bijvoorbeeld vastomlijnd beschreven in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

Paragraaf 4.2

Het Organisatiebesluit BZK 2003 regelt niet de interne organisatorische inrichting van de directies bij het ministerie, zoals de indeling van directies in afdelingen. In deze paragraaf van het besluit is geregeld dat de secretaris-generaal, op voordracht van het desbetreffende diensthoofd, bevoegd is tot het vaststellen van besluiten waarin de nadere inrichting van de directies en de taken van de afdelingen en andere onderdelen op hoofdlijnen worden vastgelegd. De directeur Personeel en Organisatie dient uit hoofde van diens taken op het terrein van organisatie-advies bij de totstandkoming van deze besluiten te worden betrokken.

Paragraaf 4.3

De verantwoordelijkheid van de directeur Personeel en Organisatie voor het beheer van dit besluit vloeit voort uit diens werkterrein. Onder beheer wordt verstaan het actueel houden van het besluit. Daartoe is vereist dat de directeur steeds in het bezit wordt gesteld van actuele gegevens over de organisatie-inrichting van de verschillende dienstonderdelen. De dienstonderdelen dragen zorg voor de aanlevering daarvan.

Bepaald is dat de vaststelling van het onderhavige organisatiebesluit niet kan worden doorgemandateerd. Reden hiervoor is mede dat de taken van de secretaris-generaal in het besluit worden beschreven. Het verbod op doormandatering is ook vastgelegd in het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK.

Aanpassing van het Organisatiebesluit BZK 2003 geschiedt op voordracht van de directeur Personeel en Organisatie.

Paragraaf 4.4

Deze paragraaf bevat bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding, de citeertitel en de intrekking van het voorgaande organisatiebesluiten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes

Naar boven