Vergunning dierproeven

17 maart 2003

nr. VGB/VBL 2364313

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 2, eerste lid, en artikel 6 van de Wet op de dierproeven (Stb. 1977, 67);

Besluit:

In de regeling van 11 december 1987, DGVGZ/VVP-83291, wordt `Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne' vervangen door: `Nederlands Vaccin Instituut (NVI)', en worden de punten 1 t/m 5 vervangen door:

`1. De vergunning geldt uitsluitend voor het verrichten van proeven binnen de hierna vermelde werkeenheden:

Het Centraal Dierenlaboratorium (CDL)

De afdeling voor inhalatietoxicologie (MEV/MGO) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

De afdeling voor ecotoxicologie (MEV/LER) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

2. De vergunninghouder dient tijdig vooraf van de proeven kennis te geven aan de toezichthouder, bedoeld in artikel 14 van de Wet op de dierproeven. Indien een proef gepaard kan gaan met ernstig ongemak dat langer dan 7 dagen zal aanhouden, alsmede indien geen verdoving zal worden toegepast dient daarvan bij de kennisgeving mededeling te worden gedaan.'.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze,
de directeur Voeding en Gezondheidsbescherming,
R.J. Dortland.

Naar boven