Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2004
Nr. 62

Gepubliceerd op 30 maart 2004



Onteigening in de gemeente Goes

Percelen begrepen in het bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II'

Besluit van 8 maart 2004, no. 04.000928 tot goedkeuring van het besluit van de raad van Goes van 19 juni 2003, no. 13, tot onteigening als bedoeld in Titel IV van de onteigeningswet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 januari 2004, no. MJZ2004004490, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Algemeen Juridische en Bestuurlijke Zaken.

Gelezen de brief van burgemeester en wethouders van Goes van 10 juli 2003, kenmerk 2003/3948.

Gelet op Titel IV van de onteigeningswet en Titel 10.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad van State gehoord (advies van 12 februari 2004, no. W08.04.0050/V).

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 1 maart 2004, no. MJZ 200415947, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Algemeen Juridische en Bestuurlijke Zaken.

Beschikken bij dit besluit over de goedkeuring van het besluit van de raad van Goes van 19 juni 2003, no. 13, tot onteigening ingevolge artikel 77, eerste lid, aanhef en onder 1°, van de onteigeningswet, ten name van die gemeente, van de bij dat besluit aangewezen percelen kadastraal bekend gemeente Goes, sectie K, nos. 278 en 279, en sectie V, nos. 227, 251 en 254.

Overwegingen

Ingevolge voornoemd artikel 77 van de onteigeningswet kan, zonder voorafgaande verklaring bij de wet dat het algemeen nut onteigening vordert, onteigening plaatsvinden onder meer ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan. De ter onteigening aangewezen percelen zijn begrepen in het onherroepelijk goedgekeurde bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II' van de gemeente Goes. Blijkens het raadsbesluit tot onteigening wenst de gemeente Goes de daarin bedoelde gronden in eigendom te verkrijgen ter uitvoering van evengenoemd bestemmingsplan.

De in het onteigeningsplan begrepen gronden zijn in het bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II' aangewezen voor `Bedrijfsdoeleinden (BI en BII)', `Werklandschap (WL)', `Woonwerkzone (WW)' alsmede voor `Archeologische Vindplaats'. Voornoemde bestemmingen zijn bestemmingen, welke door burgemeester en wethouders van Goes niet nader overeenkomstig artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening behoeven te worden uitgewerkt. De door de gemeente Goes ter plaatse voorgestane wijze van planuitvoering, zo heeft het ter zake ingestelde onderzoek uitgewezen, behelst de uitbreiding van het bedrijventerrein `De Poel' met een deelgebied genaamd `De Poel II'. In de wijze van planuitvoering is onder meer inzicht verschaft door middel van overlegging van de bij voornoemd bestemmingsplan behorende plankaarten, de voorschriften met de daarin opgenomen beschrijving in hoofdlijnen en de toelichting met de daarin opgenomen tekeningen. Voorts is overgelegd het inrichtingsplan Bedrijventerrein `Goes Zuid', gedateerd december 2002. Laatstgenoemd plan heeft met de overige onteigeningsstukken mede ter inzage gelegen bij de tervisielegging, bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 80, tweede lid, van de onteigeningswet.

Het raadsbesluit tot onteigening heeft overeenkomstig artikel 84, eerste lid, van de onteigeningswet met ingang van 10 juli 2003 gedurende vier weken voor een ieder ter inzage gelegen op de secretarie van de gemeente Goes. Binnen deze termijn zijn tegen het raadsbesluit bij Ons schriftelijk bedenkingen naar voren gebracht door mr A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam namens:

a. de Kapellerij van Kloetinge, rechthebbende op het mede ter onteigening aangewezen perceel kadastraal bekend gemeente Goes, sectie K, no. 278,

b. J.J. van Dijk van 't Velde-Radermacher Schorer, rechthebbende op de mede ter onteigening aangewezen percelen kadastraal bekend gemeente Goes, sectie K, no. 279, en sectie V, nos. 227 en 251, en

c. R.N.G. Trench, rechthebbende op het mede ter onteigening aangewezen perceel kadastraal bekend gemeente Goes, sectie V, no. 254.

Aan artikel 86, tweede lid, van de onteigeningswet, inhoudende dat degenen, die tijdig ingevolge het derde lid van artikel 84 van die wet bedenkingen naar voren hebben gebracht, door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen, is voldaan.

Overwegingen ten aanzien van de naar voren gebrachte bedenkingen

De reclamanten verwijzen in de eerste plaats naar hun bij het gemeentebestuur ingediende geschrift met zienswijzen van 29 januari 2003, waarvan de inhoud in de bedenkingen als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Deze zienswijzen, welke in het geschrift met bedenkingen wordt herhaald, komen er kort samengevat op neer, dat de reclamanten stellen in staat te zijn al dan niet met inschakeling van derden het bestemmingsplan zelf te realiseren. Uit de raadsvoordracht ter zake van 19 juni 2003 blijkt dat wordt erkend, dat er tussen de gemeente en Dijkvelde ABC Combinaties Goes v.o.f., waarvan de reclamanten deel uitmaken, overeenstemming is over de totstandkoming van een ruil- en samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling van, onder meer, het ter uitvoering staande bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II'. Door in de raadsvoordracht te stellen, dat er in de definitieve vastlegging van de afspraken ernstige stagnatie is ontstaan en gevreesd moet worden voor vertraging in de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein, wordt volgens de reclamanten voorbijgegaan aan de kern van hun betoog, dat zij met inschakeling van derden zelf in staat zijn het bestemmingsplan te realiseren, zodat voor onteigening geen plaats is.

Zij zijn voorts van oordeel, dat de gemeente door het opstarten van de onteigeningsprocedure op oneigenlijke wijze druk zet op de onderhandelingen over de totstandkoming van een samenwerkingsovereenkomst. Op grond van het vorenstaande verzoeken de reclamanten het onderwerpelijke raadsbesluit te vernietigen.

Te dien aanzien overwegen Wij vooreerst, dat bij de door Ons - op grond van artikel 79 van de onteigeningswet - te nemen beslissing omtrent goedkeuring van een raadsbesluit tot onteigening vernietiging daarvan niet aan de orde is.

Ten aanzien van vorenaangehaalde bedenkingen inzake het zelf verwezenlijken van een bestemmingsplan overwegen Wij in het algemeen, dat in het kader van een voorgenomen onteigening zal moeten zijn aangetoond, dat zonder de voorgestelde grondverwerving door de gemeente het doel waarvoor wordt onteigend niet of niet in de door de gemeente gewenste vorm te bereiken is. Hierbij is van belang, dat indien een grondeigenaar bereid en in staat is zelf de op zijn grond rustende bestemming(en) te verwezenlijken, onteigening voor dat doel in beginsel niet noodzakelijk is. Dit beginsel kan uitzondering lijden, indien door de gemeente ter verwezenlijking van de betrokken bestemming(en) een andere vorm van planuitvoering wordt gewenst dan de eigenaar voor ogen staat. In een dergelijk geval is onteigening echter slechts dan gerechtvaardigd, indien is aangetoond, dat aan die andere vorm van planuitvoering in het publieke belang dringend behoefte bestaat. De vorm van planuitvoering welke in het publieke belang geboden is, staat overigens in eerste aanleg ter beoordeling van het gemeentebestuur. Of de betrokken grondeigenaren zelf daadwerkelijk tot planuitvoering zullen (kunnen) overgaan, hangt dan ook in hoofdzaak af van de vorm van planuitvoering. De potentiële uitvoerders van het bestemmingsplan zullen met het oog daarop inzicht moeten verkrijgen in de door de gemeente voorgestane wijze van planuitvoering, hetgeen doorgaans voor een belangrijk deel uit de toelichting op het bestemmingsplan of uit de bij dat plan behorende voorschriften al dan niet met de beschrijving in hoofdlijnen blijkt. Voorts kan het vorenaangehaalde beginsel uitzondering lijden, als de grond van de eigenaar dermate verspreid is gelegen, dat van een op doelmatige wijze zelf realiseren van het bestemmingsplan geen sprake kan zijn, bijvoorbeeld als de eigenaar niet beschikt over voldoende aaneengesloten grond om binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan zelf tot realisering over te gaan of als de te onteigenen grond geen afzonderlijk deel van het te realiseren complex kan vormen. Verder kan het beginsel uitzondering lijden, als er sprake is van een plan, dat integraal in onderlinge samenhang moet worden uitgevoerd en de benodigde grond niet in zijn geheel in het bezit is van de eigenaar die beroep doet op het (deels) zelf realiseren van het bestemmingsplan.

Ten aanzien van de desbetreffende bedenkingen van de reclamanten overwegen Wij in het bijzonder, dat de reclamanten, zoals zij in hun geschrift met bedenkingen ook aangeven, met ABC Vastgoed B.V. (Arnhemse Bouw Combinatie) een samenwerkingsverband hebben gesloten onder de naam Dijkvelde ABC Combinatie Goes v.o.f. (DABC). Uit de overgelegde stukken en uit het onderzoek is gebleken, dat de gemeente en DABC vanaf 2000 intensief hebben onderhandeld over een vorm van samenwerking. Op 29 maart 2001 werd een zogenaamd onderhandelingsresultaat behaald voor het opstellen van een Publiek Private Samenwerkingsovereenkomst (PPS-overeenkomst) tussen de gemeente Goes en DABC. De daarop betrekking hebbende stukken zijn is in het kader van het onderzoek overgelegd. Het doel van de concept PPS-overeenkomst was en is, kort samengevat, een grondruil met aan- en verkopen, waarbij DABC de gronden in het betrokken gebied, genaamd `De Poel II', aan de gemeente verkoopt in ruil voor bouwclaims voor circa 400 woningen in de toekomstige woonwijk `Aria'. De gemeente zal het bedrijventerrein `De Poel II' ontwikkelen.

Het eerdergenoemde onderhandelingsresultaat van 2001 is, zo is in het kader van het onderzoek van de zijde van partijen gesteld, het uitgangspunt geweest van intensieve onderhandelingen. Verschillende redenen, waartoe ook financiële redenen, hebben er echter toe geleid, dat partijen over de nadere uitwerking van meerbedoelde concept PPS-overeenkomst geen overeenstemming hebben kunnen bereiken. Een en ander staat in de desbetreffende raadsvoordracht van 5 juni 2003 ook aangegeven. Wat hiervan verder ook zij, Wij zijn van oordeel, dat voor een juiste beoordeling van de noodzaak en urgentie van de voorgenomen onteigening de kwestie van de toekomstige woonwijk `Aria' losgekoppeld moet worden van de realisering van het bedrijventerrein `De Poel II'. Uit de overgelegde stukken, hetgeen het onderzoek heeft bevestigd, hebben de reclamanten in de loop der jaren in het geheel geen concrete plannen opgesteld voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Het beroep op zelfrealisatie van het bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II' heeft DABC gedaan om, zo moet uit het onderzoek worden opgemaakt, haar grondposities veilig te stellen. Die gronden vormen immers een belangrijke inbreng om tot een voor de reclamanten gunstig onderhandelingsresultaat te komen voor wat betreft de te realiseren woningbouw.

Voor de verdere beoordeling van de bedenkingen van de reclamanten overwegen Wij, dat uit de meergenoemde overlegde stukken en het onderzoek is gebleken, dat het bedrijventerrein `De Poel', dat de deelgebieden `De Poel I, II, III en IV' omvat, aangemerkt wordt als een stedelijk bedrijfsterrein met een ontwikkelingsfunctie. De provincie streeft er naar om het niveau van de stedelijke bedrijfsterreinen in Zeeland te versterken. De gebieden `De Poel I, III, IV', en een gedeelte van `De Poel II' zijn, zo is verder gebleken, grotendeels uitgegeven en bebouwd. Voor het bedrijventerrein `De Poel II' is het thans ter uitvoering staande gelijknamige bestemmingsplan in procedure gebracht. De drie belangrijkste functionele aspecten zijn, zoals ook in de toelichting op het bestemmingsplan staat aangegeven, bedrijvigheid, verkeer en natuur met waterhuishouding. De centrale ontsluitingsweg in het plangebied zal de doortrekking van de Nansenbaan zijn. Op deze baan zijn en worden de overige wegen in het bedrijfsgebied aangesloten. De ter onteigening aangewezen percelen, met name het perceel kadastraal bekend gemeente Goes, sectie V, no. 227, zijn deels nodig om de ontsluitingsweg te kunnen doortrekken. Ten westen van het plangebied is de weg A256 (Zierikzee - Rotterdam) en aan de zuidkant is de Rijksweg A58 (Middelburg - Bergen op Zoom) gelegen. De zone langs deze wegen met de bestemming `Werklandschap (WL)' wordt volgens de bij het bestemmingsplan behorende beschrijving in hoofdlijnen als `etalage' aangeduid, waarin clusters van hoogwaardig vormgegeven bedrijfsgebouwen zullen worden geplaatst in een open en groen werklandschap. Aan de zuidzijde zijn, zo moet uit het meerbedoelde inrichtingplan worden opgemaakt, tevens voor een goede waterbeheersing in het plangebied ruime waterpartijen geprojecteerd. Op dit moment is in de zogenoemde etalage geen grond voor uitgifte meer beschikbaar. Er bestaat, zo is verder gebleken, echter wel belangstelling voor vestiging van bedrijven aldaar. De ter onteigening aangewezen percelen, sectie K, nos. 278 en 279 en sectie V, nos. 227 en 251, beslaan een groot gedeelte van de zogenaamde etalage. Op ee

n gedeelte van het plangebied rust de bestemming `Woonwerkzone (WW)' ten behoeve voor kleinere bedrijven met een woning. Alle beschikbare kavels aldaar zijn verkocht of in optie uitgegeven. Aangezien ook daarvoor veel belangstelling bestaat, acht de gemeente de verwerving van het aldaar gelegen gedeelte van het perceel, sectie V, no. 254, dringend gewenst. Hoewel in de toelichting op het bestemmingsplan als ontwikkelingstempo nog wordt uitgegaan van 3,5 hectare per jaar, is vanaf 1998 4,5 hectare per jaar uitgegeven.

Het onderzoek heeft verder uitgewezen, dat behalve voor nieuwe bedrijven de gemeente ook grond op het bedrijventerrein nodig heeft voor de uitplaatsing van bedrijven, die nu nog in het Havenindustrieterrein zijn gevestigd. Dit ten noorden van Goes gelegen terrein zal herontwikkeld worden ten behoeve van woningbouw en recreatie. Aldaar zijn nu 32 bedrijven gevestigd op circa 26 hectare grond. De gemeente heeft aangegeven, dat zij alleen al voor de herplaatsing minimaal 7 hectare grond nodig zal hebben in `De Poel II'. Voor een goede afstemming op de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in de diverse gebieden, acht de gemeente het van groot belang dat zij de regiefunctie van de uitgifte van gronden in het plangebied in handen heeft. Dit standpunt kunnen Wij delen. De ter onteigening aangewezen gronden bedragen totaal ongeveer 31 hectare.

In het kader van het onderzoek is voorts voldoende aannemelijk gemaakt, dat de gemeente voornemens is het plan te doen realiseren binnen drie tot vijf jaar. Gelet hierop zijn Wij van oordeel, dat, nu met de uitvoering van het werk waarvoor onteigend wordt, een aanvang wordt gemaakt binnen de gemeenlijk op vijf jaren te stellen urgentietermijn, de voorgenomen onteigening, wat dit aspect betreft, eveneens gerechtvaardigd is.

Het standpunt van de reclamanten, dat de voorgenomen onteigening in verband met de lopende onderhandelingen als prematuur moet worden beoordeeld, kunnen Wij echter niet delen. DABC en de gemeente zijn, zoals hiervoor overwogen, immers al 4 jaar intensief met elkaar in onderhandeling. In de eerdergenoemde raadsvoordracht van 19 juni 2003 staat overigens aangegeven, dat de gemeente de eigenaren in de loop van het jaar 2000 er al op hebben gewezen dat er stagnatie dreigt in de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein en daarbij gemeld een onteigening te zullen voorbereiden. Toen het er tussentijds naar uitzag, zo staat in de voordracht verder vermeld, dat er in der minne een oplossing gevonden zou kunnen worden, heeft de gemeente aan de onteigeningsmogelijkheid verder geen uitvoering meer gegeven.

Nu tot nu toe nog geen overeenstemming is bereikt over de uitwerking van de vorenaangehaalde concept PPS-overeenkomst, zijn Wij mede gelet op het hierboven overwogene met de gemeente van oordeel, dat een verdere stagnatie in de realisering en voltooiing van het ter uitvoering staande bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II' voorkomen moet worden. In het onderhavige geval achten Wij het publieke belang van de gemeente groter dan het particuliere belang van enkele grondeigenaren en een projectontwikkelaar / bouwmaatschappij. In het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling moet het verder van belang worden geacht, dat de gemeente de beschikking krijgt over de ter onteigening aangewezen percelen.

Het minnelijk overleg, dat ingevolge artikel 17 van de onteigeningswet aan de gerechtelijke procedure vooraf zal moeten gaan, zal wellicht alsnog tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing kunnen leiden. Bij het uitblijven van minnelijke overeenstemming zal de schadeloosstelling op grond van artikel 40 van de onteigeningswet plaatsvinden op basis van een volledige vergoeding van alle schade die de eigenaar (eigenaren) rechtstreeks en noodzakelijk door het verlies van zijn (hun) zaak lijdt (lijden). De hoogte en de wijze van berekening van deze schadeloosstelling staan niet ter beoordeling, aangezien de bepaling daarvan is voorbehouden aan de onteigeningsrechter in het kader van de gerechtelijke procedure. De onteigeningswet kent overigens niet de verplichting tot het geven van compensatie in de vorm van vervangende gronden.

Gelet op het vorenstaande kunnen de bedenkingen van de reclamanten er niet toe leiden, dat aan het raadsbesluit tot onteigening geheel of gedeeltelijk de goedkeuring wordt onthouden.

Overige overwegingen

Het moet in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Goes worden geacht, dat zij de eigendom van de onderwerpelijke percelen verkrijgt. Er bestaan ook overigens geen termen aan genoemd raadsbesluit de goedkeuring te onthouden.

Beslissing

Wij hebben goedgevonden en verstaan:

het besluit van de raad van Goes van 19 juni 2003, no. 13, goed te keuren.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met het raadsbesluit in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 8 maart 2004.
Beatrix.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,S.M. Dekker.

Raadsbesluit

Besluitnummer: 13

Vergadering d.d.: 19 juni 2003

Verzonden: 5 juni 2003

Onderwerp: Besluit tot onteigening ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II'

De raad van de gemeente Goes;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 juni 2003 en overnemende de overwegingen daarvan;

gelet op de bepalingen van de Onteigeningswet, in het bijzonder artikel 77, lid 1 onder 1;

besluit:

ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan `Bedrijventerrein De Poel II', vastgesteld door de gemeenteraad op 20 januari 2000 en goedgekeurd door het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland op 27 juni 2000, ter verkrijging van de vrije beschikking over de eigendommen, ten name van de gemeente Goes te onteigenen de percelen zoals aangegeven op het bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte grondplan nummer L3879 en lijst, vermeldende de grootte en kadastrale nummers van de te onteigenen percelen alsmede de namen van de eigenaars volgens de registers van het kadaster.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Goes in zijn openbare vergadering van 19 juni 2003.

De griffer.

De wnd. Voorzitter.

Lijst van te onteigenen percelen voor de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Poel II’

Grond plan nummer

Te onteigenen grootte

Van het perceel bij het kadaster bekend

    

Als

Ter grootte van

Sectie en nummer

Ten name van

 

ha

a

ca

 

ha

a

ca

  
    

Gemeente Goes

1

3

42

30

Bouwland

3

42

30

K 278

1/1 De Kapellerij van Kloetinge te Kloetinge, postadres Garderen, deels belast met BP-recht

2

4

54

70

Bouwland

4

54

70

K 279

1/1 mevrouw Jeanne Jacqueline Radermacher Schorer te Utrecht, postadres Garderen, gehuwd met (buiten elke gemeenschap van goederen) dhr. Jan Godfried Carel van Dijk van ‘t Velde (overl. 24.9.2000), deels belast met BP-recht

3

13

26

20

Bouwland

13

26

20

V 227

1/1 mevrouw Jeanne Jacqueline Radermacher Schorer te Utrecht, postadres Garderen, gehuwd met (buiten elke gemeenschap van goederen) dhr. Jan Godfried Carel van Dijk van ‘t Velde (overl. 24.9.2000)

4

2

23

40

Bouwland

2

23

40

V 251

1/1 mevrouw Jeanne Jacqueline Radermacher Schorer te Utrecht, postadres Garderen, gehuwd met (buiten elke gemeenschap van goederen) dhr. Jan Godfried Carel van Dijk van ‘t Velde (overl. 24.9.2000)

5

7

55

80

Weiland

7

55

80

V 254

1/1 de heer Roderick Nigel Godolphin Trench te Groot-Brittannië, postadres Garderen, gehuwd met (het huwelijks goederenregiem is onbekend) mevrouw Susan Barbara Day

Behoort bij het besluit van de raad der gemeente Goes van 19 juni 2003, nr. 13.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl