De Minister van Economische Zaken,
Procesverloop:
- Wintershall Noordzee B.V. (Wintershall), te Den Haag, en de Nederlandse
Aardolie Maatschappij B.V. (NAM), te Assen, zijn de houders van de bij beschikking
van de Minister van Economische Zaken van 3 juli 1996, nr. E/EOG/MW 96036574
(Stcrt. 1996, 180), verleende winningsvergunning voor blokdeel D12a van het
continentaal plat;
- De vergunninghouders hebben bij brief van 11 november 2003 verzocht
om toestemming op grond van artikel 20 van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542)
voor overdracht van bovenbedoelde vergunning aan Wintershall en GDF Production
Nederland B.V. (GDF), te Zoetermeer, in die zin, dat NAM uittreedt en GDF
toetreedt als medehouder van de vergunning.
- Bij brief van 28 november 2003 heeft GDF medegedeeld geen gebruik te
zullen maken van de bij beschikking van 21 november 2003, nr. ME/EP/UM/3066564,
verleende toestemming om toe te treden tot de vergunning. Daarnaast hebben
de vergunninghouders toestemming gevraagd voor overdracht van de winningsvergunning
D12a aan Wintershall en GDF Participation Nederland B.V.
Overwegingen:
- De winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, eerste lid onder
c, van de Mijnbouwwet beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in
artikel 6 van de Mijnbouwwet;
- Voor het gebied waarvoor de winningsvergunning geldt, geldt niet ook
een door een ander gehouden opslagvergunning voor opslag in aardgas- of aardolievoorkomens;
- Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouders,
noch de wijze waarop zij voornemens zijn met de vergunning activiteiten te
verrichten, noch hun efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporings-
en winningsactiviteiten geven aanleiding de gevraagde toestemming te weigeren.
Gelet op Artikel 20 van de Mijnbouwwet en artikel 1.3.7, derde lid, van
de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245).
Besluit:
1. De houders van de winningsvergunning voor blokdeel D12a, verleend bij
beschikking van de Minister van Economische Zaken van 3 juli 1996, nr. E/EOG/MW
96036574 (Stcrt. 1996, 180), toestemming te verlenen tot overdracht van deze
vergunning aan Wintershall en GDF Participation Nederland B.V.
2. Wintershall is de aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde
lid, van de Mijnbouwwet;
3. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop
de beschikking is bekendgemaakt.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.
Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving
en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit
besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.