Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2004, 251 pagina 11Besluiten van algemene strekking

Regeling samenloop fiscale wetten 2005

21 december 2004

Nr. WDB2004/799 M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken/Directie Wetgeving Directe Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel XXXII van de Wet van 16 december 2004, Stb 653, houdende wijziging van enkele belastingwetten (Belastingplan 2005);

Besluit:

Artikel I

In Artikel II, onderdeel D, van het Belastingplan 2005 wordt ‘de onderdelen b en c worden geletterd a en b’ vervangen door: de onderdelen b, c en d worden geletterd a, b en c.

Artikel II

De Wet van 16 december 2004, Stb. 657, houdende wijziging van belastingwetten in verband met noodzakelijk onderhoud (Fiscale onderhoudswet 2004) wordt als volgt gewijzigd:

A

In Artikel I, onderdeel F, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt ‘Na onderdeel h’ vervangen door: Na onderdeel i.

2. In het eerste lid wordt ‘onder verlettering van de onderdeelaanduiding i tot k’ vervangen door: onder verlettering van de onderdeelaanduiding j tot l.

3. In het eerste lid wordt ‘i. uitkeringen’ vervangen door: j. uitkeringen.

4. In het eerste lid wordt ‘j. bij ministeriële regeling’ vervangen door: k. bij ministeriële regeling.

5. Het tweede lid wordt vervangen door:

2. In het tot onderdeel l verletterde onderdeel j wordt ’onderdelen a tot en met i’ vervangen door: onderdelen a tot en met k.

B

In Artikel I, onderdeel L, wordt ‘een onderdeel toegevoegd, luidende: e. bijdragen ingevolge artikel 66a, derde lid, Algemene nabestaandenwet.’ vervangen door : een onderdeel e toegevoegd, luidende ‘e. bijdragen ingevolge artikel 66a, derde lid, Algemene nabestaandenwet.’ Met ingang van 1 januari 2005 wordt het toegevoegde onderdeel e verletterd tot d en wordt in onderdeel b ‘en’ vervangen door een puntkomma en wordt de punt aan het slot van onderdeel c vervangen door: en.

C

Artikel III, onderdeel A, vervalt.

D

In Artikel IV worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het eerste lid vervalt.

2. Het tweede lid vervalt.

3. In het derde lid wordt ‘Aan onderdeel h wordt toegevoegd’ vervangen door: In onderdeel h wordt na onderdeel 2° ingevoegd.

4. In het derde lid wordt ‘3°. een schip’ vervangen door: 2bis°. een schip.

E

In Artikel V, onderdeel B, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. ‘Na onderdeel j’ wordt vervangen door: Na onderdeel l.

2. ‘k. ADC’ wordt vervangen door: m. ADC.

F

In Artikel VIII vervalt onderdeel B.

G

Artikel IX, zesde lid, vervalt.

Artikel III

In de Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties vervalt Artikel IV, onderdeel U.

Artikel IV

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005 en vindt toepassing voordat de wijzigingen worden aangebracht die voortvloeien uit de wetten die in 2004 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd.

2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling samenloop fiscale wetten 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, J.G. Wijn.

Toelichting

Algemeen

Deze regeling vindt haar wettelijke grondslag in artikel XXXII van de Wet van 16 december 2004, Stb. 653, houdende wijziging van enkele belastingwetten (Belastingplan 2005). Artikel XXXII bepaalt dat indien de samenloop van belastingwetten die in 2004 in het Staatsblad zijn gepubliceerd niet of niet juist is geregeld, of als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke, herstel kan plaatsvinden bij ministeriële regeling. De in deze regeling opgenomen bepaling strekt daartoe.

Een aantal samenloopsituaties is niet bij deze beschikking tot een oplossing gebracht, omdat de delegatiebevoegdheid niet de ruimte omvat om dat te regelen bij beschikking. Het betreft onder meer:

– artikel 110, onderdeel D, van de Wet kinderopvang heeft nog geen rekening gehouden met de Wet van 18 december 2003, Stb. 533 (betreft artikel 3.1 Wet IB 2001);

– artikel 112, onderdeel B, van de Wet kinderopvang is niet afgestemd op het Belastingplan 2003; voorts heeft het Belastingplan 2003 er nog geen rekening mee gehouden dat de scholingsaftrek inmiddels is afgeschaft (betreft artikel 3 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen);

– de wijziging in de verwijzing in artikel 9 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en artikel 3 van de Wet op de dividendbelasting 1965 naar een lid van artikel 10a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals die is aangebracht bij het Belastingplan 2004, is door aanneming van een amendement op het Belastingplan 2005 niet correct.

Artikelsgewijs

Artikel I

Dit artikel heeft betrekking op artikel 3.82 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Artikel II, onderdeel D, van het Belastingplan 2005 en artikel I, onderdeel D, van de Wet van 16 december 2004, Stb. 657, houdende wijziging van belastingwetten in verband met noodzakelijk onderhoud (Fiscale onderhoudswet 2004) zijn niet op elkaar afgestemd. Ingevolge het Belastingplan 2005 vervalt met ingang van 1 januari 2006 in artikel 3.82 onderdeel a onder verlettering van de andere onderdelen. Bij de formulering van die verlettering is er nog geen rekening mee gehouden dat ingevolge de Fiscale onderhoudswet 2004 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 een onderdeel d is toegevoegd aan artikel 3.82.

Artikel II

A

Dit onderdeel heeft betrekking op artikel 3.104 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Bij de wijziging ingevolge artikel I, onderdeel F, van de Wet van 16 december 2004, Stb. 657, houdende wijziging van belastingwetten in verband met noodzakelijk onderhoud (Fiscale onderhoudswet 2004) is nog geen rekening gehouden met de invoeging van een nieuw onderdeel in artikel 3.104 ingevolge artikel 110, onderdeel E, van de Wet kinderopvang. Bij dit artikel wordt de Fiscale onderhoudswet 2004 afgestemd op de wijziging die is aangebracht bij de Wet kinderopvang.

B

Dit onderdeel heeft betrekking op artikel 3.124 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Bij de wijziging van artikel I, onderdeel L, van de Wet van 16 december 2004, Stb. 657, houdende wijziging van belastingwetten in verband met noodzakelijk onderhoud (Fiscale onderhoudswet 2004) is nog geen rekening gehouden met het schrappen van onderdeel d van artikel 3.124 van de Wet inkomstenbelasting als gevolg van de inwerkingtreding per 1 januari 2005 van de Wet einde toegang verzekering WAZ (Wet van 6 juli 2004, Stb. 324). Met ingang van 1 januari 2005 kan – door het vervallen van onderdeel d – het bij de Fiscale onderhoudswet 2004 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 toe te voegen onderdeel e worden verletterd tot onderdeel d.

C

Dit onderdeel heeft betrekking op artikel 11, eerste lid, onderdeel p, van de Wet op de loonbelasting 1964 (‘de pc- privéregeling’). Op grond van artikel IV, onderdeel B, van het Belastingplan 2005 is artikel 11, eerste lid, onderdeel p, van de Wet op de loonbelasting 1964 komen te vervallen. Nu de pc-privéregeling is afgeschaft, heeft aanpassing van het bedrag in artikel 11, eerste lid, onderdeel p van de Wet op de loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2007 (zoals geregeld in artikel III, onderdeel A, van de Fiscale onderhoudswet 2004) geen zin meer.

D

Dit onderdeel heeft betrekking op artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. In artikel IV van de Fiscale onderhoudswet 2004 is nog geen rekening gehouden met de wijzigingen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2003 in dit onderdeel op grond van artikel IV, onderdeel A, van de Overige fiscale maatregelen 2005. Bij de formulering van de in artikel IV, onderdeel A, aan te brengen wijzigingen is rekening gehouden met de in onderdeel h nog aan te brengen wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdeel B, van de Overige fiscale maatregelen 2005; om dat onderdeel B niet te wijzigen wordt gewerkt met een onderdeel 2bis.

E

Dit onderdeel heeft betrekking op artikel 2, zevende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In artikel V, onderdeel B, tweede lid, van de Fiscale onderhoudswet 2004 is nog geen rekening gehouden met de invoeging van twee onderdelen op grond van artikel VI, onderdeel A, van het Belastingplan 2005. Deze samenloop wordt door dit onderdeel hersteld.

F

Dit onderdeel heeft betrekking op artikel 11, onderdeel p, van de Wet op de loonbelasting 1964 (‘de pc-privéregeling’). Ingevolge artikel VII, onderdeel Aa, van het Belastingplan 2004 zou het bedrag in de pc-privéregeling met ingang van 1 januari 2006 worden verhoogd. De pc-privéregeling is inmiddels afgeschaft bij het Belastingplan 2005; bij het Belastingplan 2005 is ook artikel VII, onderdeel Aa, van het Belastingplan 2004 komen te vervallen. Artikel VIII, onderdeel B, van de Fiscale onderhoudswet 2004 wil dit onderdeel ook laten vervallen; nu het onderdeel reeds is vervallen bij het Belastingplan 2005, kan deze wijzigingsopdracht uit de Fiscale onderhoudswet 2004 worden geschrapt.

G

Dit onderdeel heeft betrekking op de inwerkingtredingsbepaling van Artikel III, onderdeel A, van de Fiscale onderhoudswet 2004. Aangezien Artikel III, onderdeel A vervalt – zie hierboven onderdeel C – kan ook de inwerkingtredingsbepaling komen te vervallen.

Artikel III

Dit artikel heeft betrekking op artikel 30d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Op grond van artikel IX, onderdeel B, van de Overige fiscale maatregelen 2005 vervalt artikel 30d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met ingang van 1 januari 2005. Artikel IV, onderdeel U, van de Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties beoogt nog een wijziging in genoemd artikel 30d aan te brengen. Nu dit artikel vervalt is deze wijziging ook niet meer nodig.

Artikel IV

De wijzigingen op grond van deze beschikking vinden plaats voordat de wijzigingsopdrachten in de genoemde wijzigingswetten worden uitgevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën,

J.G. Wijn