Intrekkingsbesluit Instelling Rijkscommissie van advies voor bouw schouwburgen, concertzalen en musea

7 december 2004

Nr. DK/AZ/04/15055

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel 1

Het Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 21 december 1992, nr. DBC-U-925235, houdende opheffing van de Rijkscommissie van advies voor de bouw van schouwburgen, concertzalen en musea (Stcrt. 249), wordt ingetrokken.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.C. van der Laan.

Toelichting

Met dit besluit wordt de Rijkscommissie van advies voor de bouw van schouwburgen, concertzalen en musea opgeheven.

De Rijkscommissie heeft in de meer dan vijftig jaar van haar bestaan veelvuldig haar nut bewezen. Als deskundig forum op het gebied van uiteenlopende disciplines heeft de commissie stellig bijgedragen aan de kwaliteit van talloze accommodaties die in die vele jaren zijn verrezen of vernieuwd.

Inmiddels is een nieuwe werkelijkheid ontstaan, waarin bij de ontwikkeling van plannen op ruime schaal deskundigheid kan worden ingeschakeld van een keur van gespecialiseerde bureaus. Ook de opvattingen over de taken van de overheid zijn in de loop der jaren aanzienlijk veranderd.

De overheid, en vooral de Rijksoverheid, kreeg de afgelopen decennia steeds meer verantwoordelijkheden toebedeeld. Zij nam op deze wijze steeds meer verantwoordelijkheden over van burgers en van de vele instellingen die betrokken zijn bij de uitvoering van taken met een publiek belang. Uiteindelijk zijn de almaar meer gedetailleerde regels, meer ambtenaren, meer toezichthouders, meer politie en meer rechters geen oplossing gebleken. De visie van het Kabinet is dat er een andere koers nodig is. Een koers waarbij veel verantwoordelijkheden terug worden gelegd in de samenleving: bij burgers en bij de vele maatschappelijke instellingen die zich bezighouden met taken op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, kwaliteitszorg, cultuur, sport, milieubeheer en dergelijke. Regelgeving, uitvoering, dienstverlening, handhaving en geschilbeslechting kunnen, in veel grotere mate dan thans het geval is, worden georganiseerd in de samenleving zelf. De nieuwe koers zal de overheid ook beter in staat stellen om zich te concentreren op taken die van vitaal belang zijn voor de rechtsstaat en waarin zij een rol in de eerste lijn heeft te vervullen.

De bouw van accommodaties waarover de Commissie adviseert is als regel een verantwoordelijkheid van gemeentelijke overheden. Advisering daarover wordt gezien het voorgaande niet langer als een kerntaak van de Rijksoverheid opgevat.

De opeenvolgende regeerakkoorden Balkenende I en Balkenende II hebben voorts het terugdringen van het ambtelijke apparaat en het terugdringen van de administratieve last respectievelijk grondige herbezinning op de taken van de overheid tot leidraad. De verdergaande bezuinigingen kunnen niet anders gerealiseerd worden dan door het beëindigen van taken die niet strikt tot de verantwoordelijkheid van het Rijk behoren. De taken van de Rijkscommissie reken ik tot deze categorie.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

Naar boven