Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2004, 249 pagina 24Besluiten van algemene strekking

Wijziging Uitvoeringsregeling accijns, de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 en de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994

17 december 2004

Nr. WV 2004/0447M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikelen 66, vijfde lid, en 71d, vierde lid, van de Wet op de accijns en artikel 24a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling accijns1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘66, vierde lid’ vervangen door ‘66, vijfde lid’ en wordt ‘71d, derde lid’ vervangen door: 71d, vierde lid. Voorts wordt ‘en 12, van het Uitvoeringsbesluit accijns’ vervangen door: , 12 en 21 van het Uitvoeringsbesluit accijns.

B

Na artikel 29a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 30

1. De opgave, bedoeld in artikel 21, derde lid, van het besluit, wordt gedaan uiterlijk de vijftiende dag van de maand, volgende op die waarin de minerale olie in de brandstoftanks van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen is afgeleverd.

2. Een afschrift van deze opgave wordt gezonden aan de inspecteur die de vergunning, bedoeld in artikel 21, derde lid, van het besluit, heeft verleend.

3. In de opgave worden vermeld:

a. de naam en adres van de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen waarin de minerale olie is afgeleverd;

b. het registratienummer van het luchtvaartuig of de registratienummers van de luchtvaartuigen waarin de minerale olie is afgeleverd;

c. per binnenlandse vlucht de plaats van vertrek en de plaats van landing, alsmede de datum en het tijdstip waarop die vlucht heeft plaatsgevonden;

d. per binnenlandse vlucht de hoeveelheid van de minerale olie;

e. de totale hoeveelheid minerale olie alsmede de periode waarop de opgave betrekking heeft.

C

In artikel 35f, vierde lid, wordt de laatste volzin vervangen door:

De administratie wordt voorts zodanig ingericht dat daaruit op overzichtelijke wijze, per luchtvaartuig, blijkt dat de vlucht waarvoor de minerale olie is gebruikt waarvoor teruggaaf wordt gevraagd:

a. een ander karakter heeft gehad dan plezierluchtvaart, en

b. niet als een binnenlandse vlucht moet worden aangemerkt als bedoeld in artikel 71d, vierde lid, van de wet.

Artikel II

De Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 19922 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, vervalt: 9, negende lid,.

B

Artikel 7 vervalt.

Artikel III

De Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 19943 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt na ‘15, tweede en derde lid’ ingevoegd: , 24a, zevende lid.

B

Na artikel 4 wordt, onder vernummering van artikel 4a tot 4b, een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a

1. Onder een bestelauto, ingericht voor het vervoer als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de wet, wordt verstaan een bestelauto waarin constructies zijn aangebracht gericht op het vervoer van de gehandicapte in de cabine en het gelijktijdige vervoer van een niet-opvouwbare rolstoel. Onder dergelijke constructies worden met name verstaan constructies gericht op het met of vanuit een rolstoel kunnen plaatsnemen in en verlaten van de bestelauto, constructies voor het vastzetten van een rolstoel in de cabine op de plaats van een zitplaats, en constructies voor het vastzetten van een rolstoel zonder passagier in de laadruimte.

2. Onder een rolstoel wordt voor de toepassing van artikel 24a van de wet mede verstaan een scootmobiel.

Artikel IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, J.G. Wijn.

Toelichting

Inleiding

In deze regeling worden de Uitvoeringsregeling accijns, de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 en de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994 aangepast. Deze wijzigingen houden verband met de inwerkingtreding per 1 januari 2005 van de artikelen XII, onderdelen G en H, XIIIa en XVIa, onderdeel B, van het Belastingplan 2005.

Administratieve lasten

De wijzigingen vloeien voort uit het Belastingplan 2005. De effecten daarvan op de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zijn reeds meegenomen bij de in de memorie van toelichting bij het betreffende wetsvoorstel vermelde effecten van de in het kader van dat voorstel voorgestelde maatregelen. De daar vermelde effecten zijn namelijk, conform de bestaande praktijk, inclusief de effecten van met de wetswijzigingen samenhangende lagere regelgeving (uitvoeringsbesluiten en uitvoeringsregelingen).

Artikel I, onderdeel A (artikel 1 Uitvoeringsregeling accijns)

In artikel 1 van de Uitvoeringsregeling accijns wordt een opsomming gegeven van de artikelen van de Wet op de accijns en het Uitvoeringsbesluit accijns waaraan in de uitvoeringsregeling uitvoering wordt gegeven. Dit artikel wordt geactualiseerd als gevolg van de vernummering van leden in de artikelen 66 en 71d van de Wet op de accijns (artikel XII, onderdelen G en H van het Belastingplan) en de opname van een nieuw artikel 21 in het Uitvoeringsbesluit; zie artikel I van het Besluit van 16 december 2004 tot wijziging van diverse Uitvoeringsbesluiten (Stb 684).

Artikel I, onderdelen B en C (artikelen 30 en 35f Uitvoeringsregeling accijns)

Met ingang van 1 januari 2005 wordt de vrijstelling van accijns voor minerale oliën beperkt tot de oliën die zijn gebruikt voor andere vluchten dan binnenlandse vluchten. Hiertoe zijn bij het Belastingplan 2005 (artikel XII, onderdelen G en H), wijzigingen aangebracht in de artikelen 66 en 71d van de Wet op de accijns. Bij besluit van 16 december 2004 tot wijziging van diverse Uitvoeringsbesluiten (Stb 684), zijn nadere bepalingen vastgesteld ter verzekering van de heffing van accijns voor binnenlandse vluchten, voor zover het betreft halfzware olie als bedoeld in GN-code 2710 1921 (kerosine). Hiertoe is in het Uitvoeringsbesluit accijns een nieuw artikel 21 opgenomen. Daarin is voorzien in de mogelijkheid tot vaststelling van nadere regels bij ministeriële regeling. De toevoeging van een nieuw artikel 30 in de Uitvoeringsregeling accijns strekt tot het vaststellen van deze nadere regels.

Ingevolge artikel 21, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit dient de eigenaar of exploitant van een luchtvaartuig, die zowel binnenlandse als internationale vluchten verricht en waarbij de vrijstelling is beperkt tot die hoeveelheden die tijdens internationale vluchten worden gebruikt, een opgave te doen (aan zijn leverancier) van de hoeveelheden minerale olie die zijn gebruikt voor de binnenlandse vluchten. Voor deze hoeveelheden geldt geen vrijstelling en dient de accijns te worden voldaan. In het nieuwe artikel 30 van de Uitvoeringsregeling accijns zijn enige bepalingen opgenomen die betrekking hebben op deze opgave. In het eerste lid is aangegeven wanneer deze opgave uiterlijk moet worden gedaan. Dat is de vijftiende dag van de maand volgende op die waarin de levering heeft plaatsgevonden. Ingevolge het tweede lid zendt de eerder genoemde eigenaar of exploitant een afschrift van deze opgave aan de inspecteur die de vergunning, vereist ingevolge artikel 21, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns, heeft verleend. In het derde lid is aangegeven welke gegevens in de opgave dienen te zijn vermeld.

In artikel 35f van de Uitvoeringsregeling accijns is uitvoering gegeven aan artikel 71d van de Wet op de accijns waarin is voorzien in een teruggaaf van accijns voor minerale oliën, andere dan kerosine. Voorwaarde voor deze teruggaaf is dat de minerale olie waarvoor teruggaaf wordt gevraagd, is gebruikt voor andere doeleinden dan plezierluchtvaart. In artikel 35f van de Uitvoeringsregeling is bepaald dat dit karakter dient te blijken uit de boeken en bescheiden van degene die de teruggaaf vraagt (de eigenaar of de exploitant van het luchtvaartuig waarin de minerale olie is afgeleverd). Door de hiervoor beschreven beperking van de teruggaaf, dient ten behoeve van de teruggaaf nu tevens te worden aangetoond dat het gaat om een vlucht anders dan een binnenlandse vlucht. Door de wijziging van artikel 35f dient uit de administratie van degene die het verzoek om teruggaaf doet, te blijken dat ook aan deze voorwaarde voor de teruggaaf is voldaan. In dit kader wordt nog opgemerkt dat het begrip binnenlandse vlucht zoals bedoeld in artikel 66 van de Wet op de accijns, een nadere invulling heeft gekregen in artikel 21, eerste en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns. Deze nadere invulling is van overeenkomstige toepassing op het begrip binnenlandse vlucht in de zin van artikel 71d van de Wet op de accijns.

Artikel II (artikel 7 Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992)

Ingevolge het Belastingplan 2005 vervalt de tweede volzin van artikel 9, negende lid, van de Wet op de belasting personenauto’s en motorrijwielen 1992. Daarmee ontvalt de basis aan de accessoireregeling in de BPM, opgenomen in artikel 7 van de Uitvoeringsregeling BPM. Artikel 7 wordt dan ook geschrapt.

Artikel III (nieuwe artikelen 4a en 4b Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994)

Ingevolge artikel XVIa, onderdeel B, van het Belastingplan 2005 wordt in een nieuw artikel 24a in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 per 1 januari 2005 een eigen tarief opgenomen voor bestelauto’s ten behoeve van gehandicapten die daarop zijn aangewezen voor het vervoer van zichzelf en hun niet-opvouwbare rolstoel. Met toepassing van het zevende lid van artikel 24a worden ter uitvoering van deze tariefbepaling in de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting nadere regels opgenomen in een nieuw artikel 4a. In het eerste lid wordt aangegeven van welk type constructies kan worden afgeleid dat de bestelauto is ingericht voor het in artikel 24a bedoelde vervoer. In het tweede lid wordt, conform de toezegging bij de behandeling van het belastingplan in de Tweede Kamer, aangegeven dat voor de toepassing van artikel 24a onder een rolstoel mede wordt verstaan een scootmobiel.

Artikel IV (Inwerkingtreding)

De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

De Staatssecretaris van Financiën,

J.G. Wijn

  • 1

    Stcrt. 1991, 252; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 12 januari 2004, Stcrt. 15.

  • 2

    Stcrt. 1992, 252; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 22 oktober 2003, Stcrt. 207.

  • 3

    Stcrt. 1995, 64; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 25 november 2002, Stcrt. 231.