Wijziging diverse regelingen zeevisserij

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 december 2004, nr. TRCJZ/2004/6128, houdende wijziging van diverse regelingen zeevisserij

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) Nr. 1438/2003 van de Commissie van 12 augustus 2003 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van het gemeenschappelijk vlootbeleid als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad (PbEU L 204);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PbEU L 5);

Gelet op artikel 54 van de Visserijwet 1963;

Gelet op de artikelen 3, 4, 6 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Gelet op artikel 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;

Gelet op de artikelen 12 en 13 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren;

Gelet op de artikelen 1.3, eerste en tweede lid, 6.2, tweede lid, 6.12, tweede lid, 7.1 eerste en tweede lid, en 8.1, vijfde lid, van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht;

Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2002;

Besluit:

Artikel I

De Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel d, komt te luiden:

d. ‘Minister’: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

B

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid, onderdeel c, komt te luiden:

c. het segment, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Regeling visvergunning waartoe het vissersvaartuig behoort.

2. Het zevende lid vervalt.

Artikel II

De Regeling contingentering zeevis2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b vervalt.

2. De onderdelen c tot en met l worden geletterd b tot en met k.

3. Na het derde lid wordt het volgende lid toegevoegd:

4. Deze regeling is van toepassing op vissersvaartuigen ten aanzien waarvan een visvergunning als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling visvergunning is verleend en die behoren tot het segment MFL1, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van die regeling.

B

Artikel 7, tweede lid, komt te luiden:

2. In afwijking van het eerste lid, is het verboden voor een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend:

a. in het kalenderjaar meer kabeljauw of wijting aan te landen dan de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar voor dat vaartuig toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting, of

b. kabeljauw of wijting aan boord te hebben nadat de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar voor dat vaartuig toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting is aangeland.

Artikel III

De Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 19883 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, komt te luiden:

1.a. ondernemer: degene te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is geregistreerd;

b. vis: vis van soorten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel ‘vissen’, van de Regeling aanwijzing vissen, schaal- en schelpdieren, met uitzondering van vissoorten waarop de binnenvisserij als genoemd in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Visserijwet 1963 wordt uitgeoefend;

c. minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

d. AID: Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

e. functionaris: door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon.

B

Artikel 2, vierde lid, komt te luiden:

4. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op vissersvaartuigen:

a. die behoren tot het segment MFL1 of MFL2, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling visvergunning, met uitzondering van vissersvaartuigen met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, en die een lengte over alles van meer dan 10 meter hebben, voor het lossen dat is aangevangen in de havens en binnen de daarbij vermelde lostijden, bedoeld in Bijlage 2, behorende bij deze regeling;

b. met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in Bijlage 2, behorende bij deze regeling, alsmede in de haven van Velsen;

c. met een lengte over alles van 10 meter of minder;

d. die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een andere staat dan Nederland met een lengte over alles van ten hoogste 59 meter, voor het lossen dat is aangevangen in de havens en binnen de daarbij vermelde lostijden, bedoeld in Bijlage 2, behorend bij deze regeling;

e. die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een andere staat dan Nederland met een lengte over alles van meer dan 59 meter, voor het lossen dat is aangevangen in de havens bedoeld in Bijlage 2, behorend bij deze regeling, alsmede in de haven van Velsen.

C

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt ‘voor een vissersvaartuig dat op grond van tabel 1 van Bijlage I bij de verordening tot het segment 4J2 behoort’ vervangen door: op een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend.

2. In het tweede lid, wordt ‘op een vissersvaartuig dat op grond van tabel 1 van Bijlage I bij de verordening tot het segment 4J2 behoort’ vervangen door: op een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend.

Artikel IV

In artikel 2a, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling vangstbeperking4 wordt ‘artikel 1, onderdeel h’ vervangen door: artikel 1, onderdeel g.

Artikel V

De Regeling visvergunning5 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen f en j, wordt ‘Scheepvaartinspectie’ telkens vervangen door: divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

2. Onderdeel l komt te luiden:

l. segment: vlootsegment MFL1, MFL2 of AQU, waartoe het vissersvaartuig op grond van de vermelding op de visvergunning behoort.

B

In artikel 2, vierde lid, aanhef, vervalt ‘voor het segment 4Jz’.

C

In artikel 6, vierde lid, wordt ‘Scheepvaartinspectie’ vervangen door: divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

D

In artikel 8, eerste lid, wordt ‘de segmenten 4J1 tot en met 4J5’ vervangen door: het segment MFL 1.

Artikel VI

De Regeling documenten visruimen en tanks voor gekoeld water6 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘Scheepsmetingsdienst: de Scheepsmetingsdienst, ingesteld bij koninklijk besluit van 12 september 1978, Stcrt. 196.’ vervangen door: Divisie Scheepvaart: divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

B

In artikel 3 wordt ‘de Scheepsmetingsdienst’ vervangen door: de divisie Scheepvaart.

Artikel VII

De volgende regelingen worden ingetrokken:

a. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 16 november 1993, Nr. J. 9317079 (Stcrt. 223).

b. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 5 juni 1997, Nr. J. 975707 (Stcrt. 115).

c. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 22 december 1997, Nr. J. 9713970 (Stcrt. 250).

d. Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 9 november 1998, Nr. TRCJZ/1998/562 (Stcrt. 216).

e. Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 14 december 1998, Nr. TRCJZ/1998/2317 (Stcrt. 240).

f. Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 12 juli 1999, Nr. TRCJZ/1999/5843 (Stcrt. 136).

g. Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 21 december 2001, Nr. TRCJZ/2001/17581 (Stcrt. 250).

h. Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 22 april 2003, Nr. TRCJZ/2003/3387 (Stcrt. 79).

i. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 31 juli 2003, Nr. TRCJZ/2003/6825 (Stcrt. 150).

j. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 6 oktober 2003, Nr. TRCJZ/2003/8553 (Stcrt. 197).

Artikel VIII

1. Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel V, onderdeel A, onder 1, artikel V, onderdeel C, en artikel VI, in werking met ingang van 1 januari 2005.

2. Artikel V, onderdeel A, onder 1, artikel V, onderdeel C, en artikel VI treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant en werken terug tot en met 1 november 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P. Veerman.

Toelichting

In de onderhavige regeling wordt een aantal regelingen op het gebied van de zeevisserij gewijzigd. Hiermee wordt ten eerste uitvoering gegeven aan wijzigingen in het Europese vlootbeleid. Ten tweede wordt de benaming van de Scheepvaartinspectie en de Scheepsmetingsdienst in de desbetreffende regelingen gewijzigd in de divisie Scheepvaart.

Voor het overige is een aantal wetgevingstechnische wijzigingen doorgevoerd.

Tenslotte worden tien regelingen ingetrokken, waarvan de werking is beëindigd.

1. Wijzigingen in het Europese vlootbeleid

In het kader van het Europese gemeenschappelijk visserijbeleid zijn maatregelen genomen voor de instandhouding en het duurzaam beheer van de visstanden. Een van die maatregelen is een systeem voor de beheersing van de capaciteit van de vloot. Voorheen werd dit vlootbeleid gerealiseerd door het vaststellen van zogenoemde meerjarige oriëntatieprogramma’s (MOP’s). Hiertoe was de vloot verdeeld in vlootsegmenten. Elk segment bestond uit een bepaald type vaartuig. Aan elk segment was een maximum hoeveelheid aan capaciteit toegekend. Om de vlootinspanning te beheersen, mocht het aantal vaartuigen in een segment niet toenemen. Daartoe mocht er geen capaciteit worden overgedragen tussen de verschillende segmenten.

Met de inwerkingtreding van Verordening (EG) Nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEU L 358) is het systeem van de meerjarige oriëntatieprogramma’s vervangen door een andere vorm van vlootbeheersing.

Voor de vloot van iedere lidstaat is met ingang van 1 januari 2003 een referentieniveau voor de vangstcapaciteit vastgesteld, die niet overschreden mag worden. De zogenaamde MOP-segmenten zijn hiermee komen te vervallen. Ingevolge Verordening (EG) Nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PbEU L 5), is in de nieuwe systematiek sprake van twee segmenten. In één segment zijn de vaartuigen ondergebracht die zich uitsluitend bezighouden met aquacultuur, waaronder de kweek en teelt van aquatische organismen wordt verstaan. Dit segment wordt aangeduid met de code AQU. Het andere segment bestaat uit het overige deel van de vloot, de Main Fleet. Dit segment wordt aangeduid met de code MFL.

Gelet op de wijzigingen in de Europese regelgeving is de nationale regelgeving aangepast. In het nationale vlootregister wordt een enigszins afwijkende indeling gehanteerd. De achtergrond hiervan is dat op basis van historische rechten alleen vissersvaartuigen die behoren tot de oude segmenten 4J1 tot en met 4J5 op de belangrijkste gequoteerde vissoorten mogen vissen en daartoe contingenten krijgen toegekend. Het is niet wenselijk dat meer vissersvaartuigen worden toegelaten tot de visserij op die soorten. Daartoe is het segment MFL verdeeld in twee segmenten, te weten MFL1 en MFL2. MFL1 bestaat uit de oude segmenten 4J1 tot en met 4J5 en MFL2 uit de oude segmenten 4J6 en 4J7. Tussen de vaartuigen uit deze segmenten mag geen capaciteit worden overgedragen. Naast deze twee segmenten wordt het segment AQU onderscheiden. Het segment AQU bevat de vaartuigen die de aquacultuur uitoefenen. Deze vaartuigen behoorden samen met de binnenvisserijschepen tot het oude segment 4Jz. De binnenvisserij valt niet langer onder de Europese vloot. Deze vaartuigen zijn daarom niet verplicht om een Europese visvergunning te hebben. Ze blijven wel in het nationale visserijregister ingeschreven. De Regeling contingentering zeevis en de Regeling visvergunning zijn aan het voorgaande aangepast.

Aangezien het segment waartoe een vissersvaartuig behoort op de visvergunning wordt vermeld, zullen nieuwe vergunningen worden verstrekt door de directie Visserij van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren, de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988 en de Regeling visvergunning zijn zodanig gewijzigd dat nu verwezen wordt naar de nieuwe segmentcodes.

Daar waar specifieke regels voor de pelagische visserij gelden, werd tot nu toe in diverse regelingen verwezen naar het oude segment 4J2. Omdat dit segment niet meer bestaat is een omschrijving van deze categorie vaartuigen opgenomen. Artikel 7, tweede lid, van de Regeling contingentering zeevis, artikel 2, vierde lid, en artikel 5 van de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988 zijn hierop aangepast.

2. Aanpassing benaming Scheepvaartinspectie en Scheepsmetingsdienst

Deze wijzigingsregeling voorziet voorts in de aanpassingen van de benaming van de Scheepvaartinspectie en de Scheepsmetingsdienst. De naamswijziging is een gevolg van de zelfstandige positionering van de inspectiefunctie van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat binnen het ministerie per 1 juli 2001. Met de zelfstandige positionering is de organisatorische onderschikking van de verschillende inspectiediensten van Verkeer en Waterstaat aan de desbetreffende (beleids) directoraten-generaal van het ministerie beëindigd, en zijn de verschillende inspectiediensten samengevoegd in een nieuw organisatieonderdeel, de Inspectie Verkeer en Waterstaat (verder: IVW). Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel houdende wijziging van een aantal wetten op het terrein van de scheepvaart in verband met de reorganisatie van de inspectiefunctie binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Kamerstukken II 2002/03, 29 011, nr. 3, blz. 1).

De nieuwe naam van de Scheepvaartinspectie, en de al eerder daarin opgegane Scheepsmetingsdienst, luidt ‘divisie Scheepvaart’. De Regeling documenten visruimen en tanks voor gekoeld zeewater en de Regeling visvergunning zijn daaraan aangepast.

Aan de inwerkingtreding van de artikelen met betrekking tot de Scheepvaartinspectie is terugwerkende kracht verleend tot en met 1 november 2004. Deze voorziening is getroffen teneinde deze artikelen op dezelfde datum in werking te laten treden als de wet van

4 maart 2004, houdende wijziging van een aantal wetten op het terrein van de scheepvaart in verband met de reorganisatie van de inspectiefunctie binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Stb. 117).

3. Administratieve lasten

De onderhavige wijzigingsregeling bevat geen nieuwe informatieverplichtingen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman

  • 1

    Stcrt. 1977, 255; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 5 december 2003, Stcrt. 252.

  • 2

    Stcrt. 1996, 250; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 15 juli 2004, Stcrt. 142.

  • 3

    Stcrt. 1987, 253; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 15 juli 2004, Stcrt. 142.

  • 4

    Stcrt. 1993, 252; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 15 juli 2004, Stcrt. 142.

  • 5

    Stcrt, 2003, 252; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 6 februari 2004, Stcrt. 26.

  • 6

    Stcrt. 1991, 46.

Naar boven