Regeling herziening bedragen Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, alsmede intrekking enige uitgewerkte herzieningsregelingen SZW

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 8 december 2004, nr. SV/F&W/2004/83738, houdende de herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid, en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (kopjesbedragen), alsmede de intrekking van enige uitgewerkte herzieningsregelingen op grond van deze artikelen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 24, derde lid, 48, vijfde lid, en 64a, vierde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid;

Besluit:

Artikel 1

De bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid, en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, worden als volgt vastgesteld:

a. € 27,89 voor de persoon van 21 jaar;

b. € 34,22 voor de persoon van 22 jaar;

c. € 44,45 voor de persoon van 23 jaar en ouder.

Artikel 2

De volgende regelingen worden ingetrokken:

a. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2001, nr. SV/AVF/2001/86298, houdende herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid, en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (Stcrt. 248);

b. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2002, nr. SV/F&W/2002/94471, houdende de herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (kopjesbedragen) (Stcrt. 245);

c. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 maart 2003, nr. SV/F&W/2003/20209, houdende de herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (kopjesbedragen) (Stcrt. 54);

d. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2003, nr. SV/F&W/2003/91582, houdende de herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid, en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (kopjesbedragen) (Stcrt. 249);

e. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 maart 2004, nr. SV/F&W/2004/17722, houdende de herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (kopjesbedragen) (Stcrt. 57);

f. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 juni 2004, nr. SV/F&W/2004/40902, houdende de herziening van de bedragen, genoemd in de artikelen 24, eerste lid, 48, eerste lid en 64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (kopjesbedragen) (Stcrt. 120).

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 december 2004.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. de Geus.

Toelichting

Teneinde te voorkomen dat uitkeringen van alleenstaanden van 21 jaar en ouder, krachtens de verplichte verzekering op grond van de Ziektewet (ZW), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), alsmede uitkeringen op grond van hoofdstuk IIa of IIb van de Werkloosheidswet (WW) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), beneden het relevante sociale minimum dalen, zijn in de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (IWS) bepalingen opgenomen die voorzien in een zodanige verhoging van die uitkeringen dat de netto-uitkomst gelijk is aan het niveau van het relevante sociale minimum. Het recht op een verhoging bestaat alleen indien de uitkering berekend is naar een dagloon, een vervolgdagloon of een grondslag welke ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon.

De bedragen die in de artikelen 24, 48 en 64a van de IWS zijn opgenomen dienen door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te worden herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand worden herzien. De laatstbedoelde bedragen worden per 1 januari 2005 aangepast.

De bedragen in deze ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari 2005 als volgt vastgesteld:

Leeftijd

WAJONG/WW/WAO/ZW/WAZ *

Vanaf 21 jaar

€ 27,89

Vanaf 22 jaar

€ 34,22

Vanaf 23 jaar

€ 44,45

* Exclusief vakantietoeslag

In het kader van het Actieplan vereenvoudiging SZW-regelgeving (Kamerstukken II 2002/03, 28 600 XV, nr. 24) worden tevens enige kopjesregelingen ingetrokken. Het gaat hierbij om regelingen die materieel zijn uitgewerkt, maar formeel nog gelden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.J. de Geus

Naar boven