Wijziging bedragen, bedoeld in artikel 48, tweede en zesde lid, Besluit personenvervoer

Regeling tot wijziging van de regeling van 12 december 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-1447 (Stcrt. 245), houdende verhoging van de bedragen bedoeld in artikel 48, tweede en zesde lid, Besluit personenvervoer 2000

1 december 2004

Nr. HDJZ/S&W/2004-2778

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 48, tweede en zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000;

Besluit:

Artikel I

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-1447 tot vaststelling van de bedragen bedoeld in artikel 48, tweede en zesde lid, Besluit personenvervoer 2000 (Stcrt. 245)1 , wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘€ 27,00’ vervangen door: € 35,00.

B

In artikel 2 wordt ‘€ 6,50’ vervangen door: € 10,00.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.

Toelichting

In de regeling vaststelling bedragen bedoeld in artikel 48, tweede lid, van het Besluit personenvervoer is het bedrag vastgelegd dat een reiziger moet betalen indien deze niet desgevraagd een geldig vervoerbewijs kan tonen of overhandigen aan de ambtenaren en personen die belast zijn met toezichts- en opsporingstaken op grond van de Wet personenvervoer 2000. Dit bedrag wordt middels deze regeling vastgesteld op € 35,00.

Indien de reiziger het bovengenoemde bedrag niet binnen een week betaalt, stelt de vervoerder hem nogmaals in de gelegenheid dit bedrag binnen drie weken te betalen, verhoogd met een bedrag aan administratiekosten. Deze administratiekosten worden in deze regeling vastgesteld op € 10,00.

Op het moment dat de reiziger op tijd betaalt, vervalt het recht van strafvervolging ter zake van overtreding van artikel 70 van de Wet personenvervoer waarin het verbod is neergelegd gebruik te maken van het openbaar vervoer zonder een geldig vervoerbewijs.

De vaststelling van de nieuwe bedragen heeft drie redenen. In de eerste plaats heeft er de afgelopen 20 jaar geen inflatiecorrectie plaatsgevonden Met de verhoging van het bedrag wordt beoogd deze inflatiecorrectie, die feitelijk hoger is dan de in deze regeling vastgelegde verhoging, gedeeltelijk te laten plaatsvinden. Gedeeltelijk, omdat in de tweede plaats beoogd wordt door middel van de verhoging een betere aansluiting te verkrijgen met de kaarttarieven, welke in de afgelopen jaren wel zijn verhoogd. Ten slotte is bij de verhoging rekening gehouden met het feit dat de geldboetes die het Openbaar Ministerie hanteert bij het rijden zonder geldig vervoerbewijs per 1 januari 2004 verhoogd zijn met 10%.

Het Overlegorgaan Personenvervoer heeft ingestemd met de regeling.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

  • 1

    Stcrt. 2000, 245; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 1 oktober 2001, Stcrt. 214, supplement.

Naar boven