De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op:
artikel 45, vijfde lid van het Luchtverkeersreglement;
Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen,
artikel 3;
Overwegende dat:
de paradevlucht in beginsel zal worden uitgevoerd op of boven 1000 voet
boven het hoogste obstakel;
indien de weersomstandigheden zoals bewolking een lagere vlieghoogte noodzakelijk
maakt, een minimale hoogte van 500 voet boven het hoogste obstakel zal worden
aangehouden;
de Spitfire of F16 zich boven Delft losmaakt uit de formatie en naar maximaal
10.000 voet uitklimt in een voor dit doel in overleg met de LVNL vrijgehouden
gebied met een straal van 3 NM met als middelpunt N 52.00.44 E 004.21.35.
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op luchtvaartuigen van de Koninklijke Luchtmacht
te weten een formatie vlucht bestaande uit F16's en een Spitfire, belast met
het uitvoeren van een paradevlucht boven Delft binnen een gebied met een straal
van 3 NM met als middelpunt N 52.00.44 E 004.21.35 op zaterdag 11 december
2004, tussen 11.45 en 12.45 uur lokale tijd, ter gelegenheid van de bijzetting
van ZKH Prins Bernhard.
Artikel 2
1. Aan de gezagvoerders van de deelnemende luchtvaartuigen wordt op bovenstaande
datum en plaats ten aanzien van de minimum VFR-vlieghoogte ontheffing verleend
van het verbod genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdeel a van het Luchtverkeersreglement,
met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de minimum toegestane vlieghoogte voor de parade formatie bestaande
uit F16's en een Spitfire bedraagt tenminste 500 voet boven hindernissen enkel
gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de paradevlucht noodzakelijk
is;
b. De meteorologische limieten bedragen, een horizontaal zicht van 5 kilometer
of meer terwijl verticaal vrij van wolken dient te worden gevlogen en de horizontale
afstand tot de wolken bedraagt minimaal 1500 meter;
c. De vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid wordt zodanig gekozen dat
in geval van een noodlanding geen gevaar bestaat voor derden.
2. Voor aanvang van de vlucht dient contact te worden opgenomen met de
supervisor van het MilATCC (tel. 0577-458700) en de Ops helpdesk van de LVNL
(tel. 020-4062201). Aan de opdrachten van deze luchtverkeersdiensten wordt
strikt voldaan.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening.
Het besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant en bekend gesteld via
NOTAM.