Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2004, 232 pagina 13Besluiten van algemene strekking

Wijziging Arbeidsomstandighedenregeling

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 22 november 2004, Directie Arbeidsveiligheid en -gezondheid, nr. A&G/W&O/2004/11466, tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de verwijzing naar certificatieschema’s

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 1.5e, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

Besluit:

Artikel I

De Arbeidsomstandighedenregeling1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.15 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding ‘1’ voor het eerste lid vervalt en ‘de regeling Certificering van arbeidshygiënisten van juni 1997 van de Stichting ter Certificering van Arbeidshygiënisten’ wordt vervangen door: versie 1 van de Regelingen SAH, SVK ref.nr. SKO/03034S van de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO, vastgesteld per 19 november 2003.

2. Het tweede lid vervalt.

B

Artikel 2.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding ‘1’ voor het eerste lid vervalt en ‘voor de certificatie van veiligheidskundigen niveau 3, bedoeld in de Regelingen Schema Veiligheidskundigen van 3 juli 1997 van de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO’ wordt vervangen door: , bedoeld in versie 1 van de Regelingen SAH, SVK ref.nr. SKO/03034S, van de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO, vastgesteld per 19 november 2003.

2. Het tweede lid vervalt.

C

Artikel 2.17 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding ‘1’ voor het eerste lid vervalt en ‘certificatie-eisen voor arbeids- en organisatiekundigen, bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 6.11 van Bijlage 6.1 van het Kwaliteitshandboek stichting registratie arbeids- en organisatiekundigen van 13 januari 1998 van de Stichting Registratie Arbeids- en Organisatiedeskundigen’ wordt vervangen door: certificatie-eisen voor arbeids- en organisatiekundigen, bedoeld in versie 1.0 van het Certificatie-schema Persoonscertificatie Arbeids- en Organisatiekunde van de Stichting Registratie Arbeids- en Organisatiedeskundigen, vastgesteld per 4 januari 2001.

2. Het tweede lid vervalt.

D

Artikel 2.18 vervalt.

E

Artikel 4.14 komt te luiden:

Artikel 4.14

Een certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige als bedoeld in artikel 4.7, vierde lid, van het besluit wordt door de minister of, indien de minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in versie 1 van de Regeling SGT ref.nr. SKO/03035/S van de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO, vastgesteld per 19 november 2003.

F

Artikel 4.15 vervalt.

G

Artikel 4.16 komt te luiden:

Artikel 4.16

Een certificaat van vakbekwaamheid springmeester als bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, van het besluit wordt door de minister of, indien de minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in versie 1 van de Regeling SPR ref.nr. SKO/03036/S van de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO, vastgesteld per 19 november 2003.

H

Artikel 4.17 vervalt.

I

Artikel 4.17b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Een certificaat van vakbekwaamheid professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 4.8a, tweede lid, van het besluit wordt door de minister of, indien de minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in het document Certificatie-eisen Vuurwerkdeskundige versie 1 van Kiwa Certificatie en Keuringen N.V, vastgesteld per 14 februari 2002.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. De beoordeling van gelijkwaardigheid, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats aan de hand van de procedure Beoordeling buitenlandse opleidingen in het kader van de persoonscertificatie Vuurwerkdeskundige van Kiwa Certificatie en Keuringen NV, met kenmerk 02-41, vastgesteld per 25 september 2002.

3. Het vierde en vijfde lid vervallen.

J

Artikel 4.17c vervalt.

K

Artikel 4.27 komt te luiden:

Artikel 4.27

Een certificaat van vakbekwaamheid verwijdering asbest en crocidoliet als bedoeld in artikel 4.54, vijfde lid, van het besluit wordt door de minister of, indien de minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in het certificatieschema Persoonscertificatie DTA-A Deskundig Toezichthouder Verwijdering Asbest en Crocidoliet, identificatiecode STIPDT/DTA-A juli 2000, van de Stichting Persoonscertificatie Deskundig Toezichthouder (STIPDT) te Bennekom, vastgesteld per 4 juli 2000.

L

Artikel 4.28 vervalt.

M

Artikel 4.30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede, vierde en zesde lid wordt ‘4.54, tweede en vierde lid’ vervangen door: 4.54, derde en vijfde lid.

2. In het derde lid, onderdeel a, wordt ‘4.19, onderdelen e en f’ vervangen door: 4.19, onderdelen b en c.

3. In het derde lid, onderdeel c, en vijfde lid wordt ‘4.54, vierde lid’ vervangen door: 4.54, vijfde lid.

N

Paragraaf 4.8 vervalt.

O

Artikel 6.5, tweede lid, onderdeel c, onder 2, komt te luiden:

2° duikmedische begeleiding als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, met uitzondering van saturatieduiken als bedoeld onder 3.

P

Artikel 7.7 komt te luiden:

Artikel 7.7

1. Een certificaat als bedoeld in artikel 7.6 wordt door de minister of, indien de minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen die, met betrekking tot de bediening van een kraan of heistelling van een categorie als genoemd in artikel 7.6, tweede lid zijn opgenomen in de certificatieschema’s van de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport te Bennekom, bedoeld in het tweede lid.

2. Voor het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in artikel 7.6 zijn de volgende certificatieschema’s van toepassing:

a. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een mobiele torenkraan van de categorie, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel a, onder 1, het certificatieschema ‘Machinist mobiele torenkraan’, identificatiecode TCVT W4-06/02-2002 of het certificatieschema ‘Machinist Torenkraan’, identificatiecode TCVT W4-02/09-2000;

b. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een torenkraan van de categorieën, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel a, onder 2 en 3, het certificatieschema ‘Machinist torenkraan’, identificatiecode TCVT W4-02/09-2000;

c. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een mobiele kraan van de categorieën, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel b, onder 1 en 2, het certificatieschema ‘Machinist mobiele kraan’, identificatiecode TCVT W4-01/02-2002;

d. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een mobiele kraan op rupsen van de categorie, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel b, onder 1, het certificatieschema ‘Machinist mobiele hei-installatie’, identificatiecode TCVT W4-03/09-2000 of het certificatieschema ‘Machinist mobiele kraan’, identificatiecode TCVT W4-01/02-2002;

e. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een mobiele kraan, zijnde een grondverzetmachine met hijsfunctie, van de categorie, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid onderdeel b, onder 3, het certificatieschema ‘Machinist grondverzetmachine met hijsfunctie’, identificatiecode TCVT W4-05/02-2002 of het certificatieschema ‘Machinist mobiele kraan’, identificatiecode TCVT W4-01/02-2002;

f. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een mobiele kraan, zijnde een autolaadkraan met hijsfunctie, van de categorie, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel b, onder 4, het certificatieschema ‘Machinist autolaadkraan met hijsfunctie’, identificatiecode TCVT W4-04/02-2002 of het certificatieschema ‘Machinist mobiele kraan’, identificatiecode TCVT W4-01/02-2002;

g. indien het betreft een certificaat voor de bediening van een mobiele kraan, zijnde een verreiker met hijsfunctie, van de categorie, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel b, onder 5, het certificatieschema ‘Machinist verreiker met hijsfunctie’, identificatiecode TCVT W4-07/11-2002 of het certificatieschema ‘Machinist mobiele kraan’, identificatiecode TCVT W4-01/02-2002;

h. indien het betreft een certificaat voor de bediening van mobiele hei-installaties van de categorieën, bedoeld in artikel 7.6, tweede lid, onderdeel c, onder 1, 2, 3 en 4, het certificatieschema ‘Machinist mobiele hei-installatie’, identificatiecode TCVT W4-03/09-2000.

Q

Artikel 7.8 vervalt.

R

Artikel 9.2c vervalt.

S

In Bijlage IX bij de Arbeidsomstandighedenregeling, onderdeel C, ‘Eindtermen ten aanzien van de afgifte van een certificaat duikploegleider’ wordt na het tekstgedeelte onder het kopje ‘Vooropleidingseisen duikploegleidersopleiding’ een tekstgedeelte ingevoegd, luidende:

Vooropleidingseisen duikploegleidersopleiding bij de brandweer

1. minimumleeftijd: 24 jaar;

2. in het bezit zijn van het rijksdiploma brandweerduiker;

3. minimaal twee jaar ervaring als brandweerduiker en ten minste 20 oefenduiken met een totale onderwatertijd van ten minste 600 minuten;

4. in de twee jaar voorafgaand aan de opleiding:

a. ten minste 20 oefenduiken met een totale onderwatertijd van ten minste 600 minuten, of

b. ten minste aan 20 werkduiken leiding hebben gegeven, of

c. een combinatie van de onderdelen a en b.

T

De bijlagen IVC, V, VA en VIII vervallen.

Artikel II

Het tijdstip, bedoeld in Artikel II, elfde lid, aanhef en onderdeel c, van de regeling van 25 oktober 1999 tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de vaststelling van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (Stcrt. 208), wordt vastgesteld op 1 januari 2004.

Artikel III

1. Deze regeling, met uitzondering van onderdeel N van artikel I en artikel II, treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Onderdeel N van artikel I treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2003.

3. Artikel II treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 22 november 2004.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H.A.L. van Hoof.

Toelichting

1. Algemeen

1.1 Inleiding

Als uitvloeisel van het Strategisch Akkoord (Kamerstukken II, 2001–2002, 28 375, nr. 5, pag. 25/26) is in het Actieplan vereenvoudiging SZW-regelgeving (Kamerstukken II 2002–2003, 28600 XV, nr. 24) onder deregulerings- en vereenvoudigingsvoorstellen arbeidsomstandigheden projectnummer 26 opgenomen.

Met deze regeling tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling (hierna: Arboregeling) wordt dit onderdeel van het project afgerond.

1.2 Wijziging Arboregeling

Van acht verschillende certificaten van vakbekwaamheid wordt een aantal bepalingen en omvangrijke bijlagen in de Arboregeling geschrapt. In de betreffende bepalingen en in de omvangrijke bijlagen zijn eisen (normen) gesteld waaraan personen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een certificaat. Hiervoor in de plaats wordt met deze wijzigingsregeling verwezen naar zogenoemde certificatieschema’s die in het kader van certificatie door belanghebbende partijen in een (Centraal) College van Deskundigen zijn opgesteld. Deze verwijzing vindt statisch plaats, dat wil zeggen dat wordt verwezen naar een document van een bepaalde datum eventueel met een identificatienummer. Een statische verwijzing brengt met zich mee dat wanneer de van oorsprong private regeling later wordt gewijzigd door private partijen dit niet zonder meer een publiekrechtelijk rechtsgevolg met zich meebrengt. Hiervoor is nodig dat ook de verwijzing naar deze regeling in de Arboregeling dient te worden gewijzigd.

In diverse bijlagen bij de Arboregeling waren nog uitgebreid opgenomen de zogenoemde eindtermen, die inmiddels in het kader van het betreffende certificaat in het certificatieschema in concrete en praktische toetstermen zijn vertaald.

De bepalingen en de hierbij behorende bijlagen die zijn vervallen, hadden betrekking op opleiding, diplomering, de stand van de wetenschap en de professionele dienstverlening, ervaring en de geldigheidsduur van het certificaat. Daarnaast zijn ook de bepalingen vervallen die betrekking hadden op het verstrekken van gegevens die bij aanvraag van het certificaat en bij hercertificatie overlegd moeten worden.

In de certificatieschema’s wordt uitwerking gegeven aan de eisen die gesteld worden aan de vakbekwaamheid, die bepaalde werknemers voor bepaalde werkzaamheden dienen te bezitten. Hiermee wordt de beleidslijn verder doorgetrokken naar globalere eisen en minder eisen in de regelgeving. Tegelijkertijd wordt een goede en praktische uitwerking van de eisen geborgd in de certificatieschema’s. Aanvankelijk was er begin jaren negentig van de vorige eeuw nog sprake van gedetailleerde normen in de Arboregeling waardoor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zich intensief diende te bemoeien met de opleiding en de examinering van deskundigen. Dergelijke opleidingen en diploma’s waren vereist voor bepaalde werknemers en beroepen. De bepalingen rond opleiding en diplomering en ook de bijlagen die thans komen te vervallen zijn daar nog overblijfselen van. Ondertussen heeft in de loop van de tijd ten aanzien van de certificatie van de diverse vakbekwaamheden ook een actualisatie plaatsgevonden van de eisen in de certificatieschema’s.

Voor informatie over de betreffende eisen die gesteld worden aan de vakbekwaamheid kunnen betrokkenen terecht bij de betreffende stichting die het certificatieschema beheert of bij de certificerende instelling(en) die is of zijn aangewezen voor de afgifte van het bewuste certificaat van vakbekwaamheid.

1.3 Financiële gevolgen voor het bedrijfsleven

Door de wijziging worden de bepalingen voor de betreffende certificaten van vakbekwaamheid omgezet naar de certificatieschema’s. Omdat naar deze schema’s in de Arboregeling wordt verwezen, zijn er geen financiële gevolgen voor het bedrijfsleven en blijven de administratieve lasten gelijk. Wel zal de naleving en acceptatie van de certificatieschema’s worden bevorderd, omdat de schema’s in overleg met het veld tot stand zijn gekomen en dus aansluiten bij de perceptie van de bedrijven.

2. Artikelsgewijs

Artikel I (onderdelen A en B; artikelen 2.15 en 2.16)

Het beheer van het certificatieschema voor arbeidshygiënisten is thans ondergebracht bij de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO. Het certificatieschema voor veiligheidskundigen werd reeds beheerd door voornoemde stichting.

Beide schema’s zijn ondergebracht in het document: ‘versie 1 van de Regelingen SAH, SVK ref.nr. SKO/03034S, vastgesteld per 19 november 2003 van de Stichting voor de Certificatie van Vakbekwaamheid SKO’. In de artikelen 2.15 en 2.16 wordt statisch verwezen naar het certificatieschema.

In het certificatieschema zijn de eindtermen van de opleidingen van zowel arbeidshygiënisten als veiligheidskundigen opgenomen. De reden voor de wijziging is met name dat de certificatieschema’s voor arbeidshygiënisten en veiligheidskundigen grote parallellen vertonen. Het ligt dan voor de hand om deze regelingen in één certificatieschema op te nemen.

Het tweede lid van artikel 2.15 en het tweede lid van artikel 2.16 zijn geschrapt omdat de geldigheidsduur van de certificaten is opgenomen in certificatieschema. In het certificatieschema is aangegeven dat de certificaten drie jaar geldig zijn.

Artikel I (onderdelen C; artikel 2.17)

In het certificatieschema waarnaar in dit artikel wordt verwezen, zijn de eindtermen opgenomen voor de opleiding van vakbekwaamheid arbeids- en organisatiekunde. Het tweede lid van artikel 2.17 is geschrapt omdat de geldigheidsduur van het certificaat arbeids- en organisatiekunde is opgenomen in het certificatieschema. In dit schema is aangegeven dat het certificaat vier jaar geldig is.

Artikel I (onderdeel D; artikel 2.18)

Dit artikel is overbodig geworden omdat in de verschillende certificatieschema’s is aangegeven welke gegevens moeten worden overlegd bij de aanvraag van een certificaat.

Artikel I (onderdelen E en F; artikelen 4.14 en 4.15)

In artikel 4.14 wordt statisch verwezen naar het certificatieschema voor de vakbekwaamheid gasdeskundige. Tot nu toe waren de eindtermen voor de opleiding tot gasdeskundige opgenomen in bijlage IVC bij de Arboregeling. De eindtermen voor de opleiding zijn nu opgenomen in bijlage 1 bij het certificatieschema, zodat bijlage IVC bij de Arboregeling, waarnaar werd verwezen in onderdeel a van het eerste lid, kan worden geschrapt (zie onderdeel O). Ook de overige onderdelen van het eerste lid zijn geschrapt omdat deze elementen zijn verwerkt in het certificatieschema. Dit geldt ook voor het tweede en derde lid; in het certificatieschema is aangegeven dat het certificaat drie jaar geldig is. Drie jaar na het verlenen van het initiële certificaat vindt verlenging plaats. Het certificaat kan ten hoogste een keer worden verlengd. Zes jaar na de initiële certificering vindt hercertificering plaats. Aan de verlenging van het certificaat en aan de hercertificatie worden eisen gesteld.

Aangezien eveneens in het certificatieschema is vermeld welke gegevens bij een aanvraag van een certificaat moeten worden verstrekt, is voorts artikel 4.15 geschrapt.

Artikel I (onderdelen G en H; artikelen 4.16 en 4.17)

In artikel 4.16 wordt statisch verwezen naar de certificatieschema voor het certificaat van vakbekwaamheid springmeester. Tot nu toe waren de eindtermen voor de opleiding tot springmeester opgenomen in bijlage V bij de Arboregeling. De eindtermen voor de opleiding zijn nu opgenomen in bijlage 1 bij het certificatieschema, zodat bijlage V bij de Arboregeling, waarnaar werd verwezen in onderdeel a van het eerste lid, kan worden geschrapt (zie onderdeel O). Ook de overige onderdelen van het eerste lid zijn geschrapt omdat deze elementen zijn verwerkt in het certificatieschema. Dit geldt ook voor het tweede lid; in het certificatieschema is aangegeven dat het certificaat drie jaar geldig is. Het certificaat kan eenmalig worden verlegd voor de duur van drie jaar. Daarna vindt hercertificatie plaats, wederom voor een periode van drie jaar. Aan de verlenging van het certificaat en aan de hercertificatie worden eisen gesteld.

Aangezien eveneens in het certificatieschema is vermeld welke gegevens bij een aanvraag van een certificaat moeten worden verstrekt, is voorts artikel 4.17 geschrapt.

Artikel I (onderdelen I en J; artikelen 4.17b en 4.17c)

In artikel 4.17b wordt statisch verwezen naar het certificatieschema voor de vakbekwaamheid professioneel vuurwerk. Tot nu toe waren de eindtermen voor de opleidingen professioneel vuurwerk opgenomen in bijlage VA bij de Arboregeling. De eindtermen voor de opleidingen zijn nu opgenomen in, het certificatieschema zodat bijlage VA bij de Arboregeling, waarnaar werd verwezen in onderdeel a van het eerste lid, kan worden geschrapt (zie onderdeel O). Ook de overige onderdelen van het eerste lid zijn geschrapt omdat deze elementen zijn verwerkt in het certificatieschema. Dit geldt ook voor het oorspronkelijke derde tot en met het vijfde lid; in het certificatieschema is aangegeven dat het certificaat vijf jaar geldig is. De eisen voor hercertificatie moeten nog worden uitgewerkt. Zodra dat is gerealiseerd zal de onderhavige verwijzing worden geactualiseerd. Evenals in het vervallen vijfde lid was bepaald, is in het certificatieschema aangeven dat de opleiding professioneel vuurwerk betrekking heeft op de betreffende te onderscheiden soorten van arbeid.

In het tweede lid van artikel 4.17b is een bepaling opgenomen met betrekking tot de gelijkstelling van buitenlandse bewijzen van vakbekwaamheid aan het Nederlandse certificaat van vakbekwaamheid. Uitgangspunt daarbij is dat er vanuit wordt gegaan dat het verkregen niveau van vakbekwaamheid veelal gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig is aan het in Nederland vereiste niveau van vakbekwaamheid. Alleen als er sprake is van wezenlijke verschillen, hetgeen ter beoordeling is van de minister of de certificerende instelling, is er uiteraard geen sprake van gelijkstelling. In het nieuwe derde lid is bepaald dat de beoordeling van gelijkwaardigheid van de vakbekwaamheid plaatsvindt aan de hand van de in dit lid bedoelde procedure waarnaar statisch wordt verwezen. Het tweede en derde lid heeft overigens niet betrekking op vakbekwaamheidsbewijzen uit landen die geen deel uitmaken van de EER. Bezitters van dergelijke vakbekwaamheidsbewijzen dienen in beginsel aan de Nederlands certificatie-eisen te voldoen.

Aangezien eveneens in het certificatieschema is vermeld welke gegevens bij een aanvraag van een certificaat moeten worden verstrekt, is voorts artikel 4.17c geschrapt.

Artikel I (onderdelen K en L; artikelen 4.27 en 4.28)

In artikel 4.27 wordt statisch verwezen naar het certificatieschema voor de vakbekwaamheid verwijdering asbest en crocidoliet. Tot nu toe waren de eindtermen voor de opleiding tot deskundig toezicht asbestsloop opgenomen in bijlage VIII bij de Arboregeling. De eindtermen voor de opleiding zijn nu opgenomen in het certificatieschema, zodat bijlage VIII bij de Arboregeling, waarnaar werd verwezen in onderdeel a van het eerste lid, kan worden geschrapt (zie onderdeel O). Ook onderdeel b van het eerste lid is geschrapt omdat ook dit element is verwerkt in het certificatieschema. Dit geldt ook voor het tweede lid; in het certificatieschema is aangegeven dat het certificaat drie jaar geldig is. De geldigheidsduur kan telkens met drie jaar worden verlengd door hercertificatie op basis van een met goed gevolg afgelegd examen. Aangezien eveneens in het certificatieschema is vermeld welke gegevens bij een aanvraag om een certificaat moeten worden verstrekt, is voorts artikel 4.28 geschrapt. In dit verband wordt er nog op gewezen dat op grond van dit artikel bij de aanvraag van een certificaat werd gevraagd om relevante gegevens met betrekking tot de beroepservaring op het gebied van het slopen en verwijderen van asbest. Deze gegevens worden nu niet meer gevraagd omdat in het certificatieschema thans is voorzien in een praktijkexamen.

Artikel I (onderdeel M; artikel 4.30)

Bij besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en enkele op de Wet op de gevaarlijke werktuigen en de Warenwet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur in verband met de integratie van de Wet op de gevaarlijke werktuigen in de Warenwet, Stb. 315, is artikel 4.54 van het Arbeidsomstandighedenbesluit gewijzigd. Een nieuw onderdeel is ingevoegd en de bestaande leden zijn vernummerd. Hierbij wordt artikel 4.30 van de Arboregeling met voornoemde wijzigingen in overeenstemming gebracht. Voorts is een correctie aangebracht in de verwijzing naar artikel 4.19 van het Arbeidsomstandighedenbesluit in het derde lid, onderdeel a.

Artikel I (onderdeel N)

In verband met het intrekken van de certificeringsplicht voor zandsteenbedrijven in het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 4.60; projectnr. 32a van het Actieplan vereenvoudiging SZW-regelgeving, Kamerstukken II 2002–2003, 28 600 XV, nr. 24) komt ook paragraaf 4.8 van de Arboregeling te vervallen. Met het schrappen van de bepaling in het besluit vervalt de grondslag voor de artikelen 4.31 en 4.32 in paragraaf 4.8. In genoemde artikelen werd de certificeringsplicht van zandsteenbedrijven verder uitgewerkt.

Artikel I (onderdelen P en Q; artikelen 7.7 en 7.8)

In artikel 7.7 wordt statisch verwezen naar het certificatieschema voor de vakbekwaamheid van machinisten van hijskranen en mobiele hei-installaties. Tot nu toe waren de eindtermen voor kraanmachinist, onderverdeeld naar de verschillende categorieën van kranen en hei-installaties, opgenomen in bijlage XB van de Arboregeling. De eindtermen voor de examinering van machinisten zijn nu opgenomen in de verschillende certificatieschema’s. In het tweede lid van artikel 7.7 wordt thans voor de certificering van kraan- en heimachinisten verwezen naar certificatieschema’s voor verschillende categorieën van kranen en hei-installaties met de bijbehorende identificatiecodes van de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (Stichting TCVT) te Bennekom. De onderdelen van het eerste lid zijn geschrapt omdat deze elementen zijn verwerkt in het certificatieschema. In het certificatieschema is aangegeven dat het certificaat vijf jaar geldig is. Hercertificatie kan geschieden indien de machinist in die vijf jaar ten minste twee jaar heeft gewerkt op de soort machine waarvoor het certificaat geldig is. Van deze twee jaar moet ten minste een half jaar vallen in de laatste drie jaar van de periode van vijf jaar.

Aangezien eveneens in het certificatieschema is vermeld welke gegevens bij een aanvraag van een certificaat moeten worden verstrekt, is voorts artikel 7.8 geschrapt.

Voor het verkrijgen van een certificaat kan in een aantal gevallen gekozen worden uit twee verschillende certificatieschema’s, die allebei van toepassing zijn.

Hierna is een schematisch overzicht gegeven van de bevoegdheid van de certificaathouder en het hierbij behorende certificatieschema.

stcrt-2004-232-p13-SC67527-1.gif

Enkele certificaten kunnen op twee manieren, op basis van twee certificatieschema’s, worden behaald. Bovenstaand schema met bevoegdheden van de certificaathouder vermeldt eerst de drie hoofdcategorieën: Mobiele kraan, Torenkraan en Mobiele hei-installatie. Onder deze hoofdcategorieën vallen meerdere kranen (subcategorieën) zoals in artikel 7.6 is aangegeven.

Op verzoek van Stichting TCVT zijn voor deze subcategorieën certificatieschema’s opgesteld, omdat vanwege het specifieke karakter van de machine kan worden volstaan met een opleiding die op deze subcategorie is afgestemd en die ten opzichte van de opleiding voor een hoofdcategorie minder tijd vraagt.

Met de certificatieschema’s voor de hoofdcategorieën (zie art 7.6) kunnen certificaten worden behaald waarmee de machinist vervolgens alle onder de betreffende hoofdcategorie vallende subcategorieën mag bedienen.

Met de certificatieschema’s voor de subcategorieën kan alleen het certificaat voor de subcategorie worden behaald. Voor de mobiele hei-installatie is er een uitzondering zoals onder de opmerking (Opm) in het overzicht is aangegeven.

Artikel I (onderdeel R; artikel 9.2c)

Deze overgangsbepaling in het kader van de certificering van vakbekwaamheid professioneel vuurwerk is per 1 januari 2003 uitgewerkt en derhalve geschrapt.

Artikel I (onderdeel S; bijlage IX)

De wijziging van bijlage IX betreft het opnemen van vooropleidingseisen voor personen die het certificaat duikploegleider bij de brandweer willen behalen. Het betreft een afwijking van de vooropleidingseisen die in overige gevallen worden gesteld, op grond van bijzondere omstandigheden die een uitzondering voor de duikploegleider bij de brandweer rechtvaardigen. Binnen de brandweer blijkt het namelijk in de praktijk onmogelijk het voorgeschreven aantal werkduiken dat in bijlage IX van de Arboregeling staat vermeld, uit te voeren. Bovendien is er bij de brandweer geen sprake van werkduiken, maar van zgn. oefenduiken. Benadrukt wordt echter dat het gaat om instroomeisen voor de opleiding duikploegleider bij de Brandweer. Uiteindelijk zal de opgeleide duikploegleider bij de brandweer – ook al bleven zijn vooropleiding en ervaring enigszins achter bij een duikploegleider in het bedrijfsleven – over voldoende kennis en vaardigheden moeten beschikken om zijn werk naar behoren te kunnen uitvoeren.

Artikel II

In artikel II van de regeling van 25 oktober 1999 tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de vaststelling van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (Stcrt. 208) is overgangsrecht geformuleerd in verband met een wijziging van het certificatiesysteem dat per 1 november 1999 is doorgevoerd bij de inwerkingtreding van de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Hiermee is beoogd de bij het certificatiesysteem aan te wijzen certificerende instellingen de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op hun taak met betrekking tot de afgifte van certificaten.

In het elfde lid, aanhef en onderdeel c, van voornoemd artikel is bepaald dat tot een door de minister te bepalen tijdstip voor de toepassing van voornoemde regeling na de inwerkingtreding van voornoemde regeling de inschrijving in het register van gecertificeerde arbeids- en organisatiedeskundigen van de Stichting Registratie Arbeids- en Organisatiedeskundigen wordt aangemerkt als afgifte van een certificaat arbeids- en organisatiekunde als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Dit door de minister te bepalen tijdstip is bij de onderhavige regeling vastgesteld op 1 januari 2004. Dit brengt met zich mee dat de inschrijving in het bedoelde register gedurende de periode van 1 november 1999 tot 1 januari 2004 nog wordt aangemerkt als de afgifte van voornoemd certificaat, en dat met ingang van 1 januari 2004 deze gelijkstelling is vervallen en mitsdien de afgifte van een dergelijk certificaat wordt geëist. In dit verband wordt er op gewezen dat bij beschikking van 8 februari 2001 nr. ARBO/ATB/018702, Stcrt. 43 Kiwa N.V. te Rijswijk is aangewezen als eerste certificerende instelling, die bevoegd is tot het afgeven van certificaten van vakbekwaamheid arbeids- en organisatiekunde.

Voorts zij nog gewezen op het vierde lid van voornoemd artikel op grond waarvan een persoon die op 1 november 1999 reeds was ingeschreven in het register van gecertificeerde arbeids- en organisatiedeskundigen van de Stichting Registratie Arbeids- en Organisatiedeskundigen, nog tot 1 november 2003 werd aangemerkt als een deskundige die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid. Dit betekent dat deze persoon op laatstgenoemd tijdstip over een certificaat diende te beschikken.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H.A.L. van Hoof

  • 1

    Stcrt. 1997, 63; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 6 juli 2004, Stcrt. 2004, 134.