Uitvoeringsregeling wijziging bijlagen Richtlijn 76/768/EEG
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 oktober 2004, nr. VGP/P&L 2521840, houdende de uitvoering van richtlijn nr. 2004/93/EG tot aanpassing van de bijlagen bij Richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2004/93/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 september 2004 (PbEU L 300) tot wijziging van richtlijn 76/768/EEG van de Raad met het oog op de aanpassing van de bijlagen II en III bij die richtlijn aan de technische vooruitgang, op artikel 3, tweede lid, onder b en c van het Warenwetbesluit kosmetische produkten, alsmede op artikel 8, tweede lid, onder a en b van de Warenwetregeling nadere eisen cosmetische producten;
Besluit:
Artikel 1
De wijzigingen van bijlagen II en III bij richtlijn 76/768/EEG opgenomen in de bijlage bij richtlijn 2004/93/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 september 2004 (PbEU L 300), treden in werking met ingang van 15 oktober 2004, met dien verstande dat producten die voldoen aan de genoemde bijlagen zoals die luidden voordat zij werden gewijzigd door richtlijn 2004/93/EG tot 1 januari 2005 in de handel mogen worden gebracht en tot 1 april 2005 aan de eindverbruiker mogen worden verkocht of geleverd.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F. Hoogervorst.
Toelichting
De bijlagen bij richtlijn 76/768/EEG worden gewijzigd in verband met veranderingen in opvattingen over de risico’s met betrekking tot bepaalde stoffen in cosmetische producten.
Hoewel de bijlagen bij richtlijn 76/768/EEG middels een dynamische verwijzing kunnen worden gewijzigd, wordt de in artikel 8, tweede lid, onder a en b, van de Warenwetregeling nadere eisen cosmetische producten vastgelegde procedure gevolgd, omdat richtlijn 2004/93/EG, voorziet in een gefaseerde inwerkingtreding van de handelsverboden.
Het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) heeft de regeling niet geselecteerd voor een toets op de gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst