Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000

Besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 15 september 2004, nummer 2004/57, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000 (Staatsblad 2000, 495), het Vreemdelingenbesluit 2000 (Staatsblad 2000, 497) en het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (Staatscourant 2001, nr. 10);

Besluit:

Artikel I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf A3/4.1.3 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

“4.1.3. Afdeling SIRENE Nederland

In ieder land dat via het NSIS een aansluiting heeft op het SIS is een contactbureau gevestigd: de SIRENE (Supplementary Information REquest at the National Entries). Dit is het enige permanent beschikbare contactpunt voor aanvullende informatie over gegevens die in het NSIS zijn opgenomen of moeten worden opgenomen. De afdeling SIRENE Nederland is ondergebracht bij de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten en dient als vraagbaak voor alle zaken die met het SIS te maken hebben.

Ook moeten alle `hits' bij de afdeling SIRENE worden gemeld.

Verder zal deze afdeling behulpzaam kunnen zijn bij navraag en advies over signaleringen, internationale opsporingsverzoeken en alle andere voorkomende vragen over internationale rechtshulp.

De afdeling SIRENE Nederland is bereikbaar onder telefoonnummer 079-3459898.”

B

Paragraaf A3/4.2.2 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

“4.2.2 Signalering `OVR' (ongewenst vreemdeling)

Deze signalering kan onder alle hieronder genoemde voorwaarden (1 t/m 8) in zowel OPS als in het (N)SIS voorkomen.

De signalering `OVR' is een bijzondere aanwijzing van onze Minister aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen, die gegeven wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid. Aan als ongewenst gesignaleerde vreemdelingen is op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet geen verblijf in de vrije termijn toegestaan. De termijn waarvoor de signalering `OVR' geldt, is afhankelijk van de omstandigheden die aanleiding zijn tot de signalering.

De signalering wordt onder de volgende voorwaarden toegepast:

1. verwijdering van een niet-criminele vreemdeling; termijn twee jaar;

2. verwijdering van een vreemdeling ten aanzien van wie terzake van een drugssmokkelgerelateerd misdrijf proces-verbaal werd opgemaakt, maar waarbij (nog) geen sprake is van een veroordeling; termijn twee jaar;

3. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf tot drie maanden; termijn twee jaar;

4. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf van drie tot zes maanden; termijn drie jaar;

5. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf van zes maanden of meer (geen ongewenstverklaring ex artikel 67 Vreemdelingenwet); termijn vijf jaar;

6. weigering toegang/verwijdering van een vreemdeling die gebruik gemaakt heeft van valse/vervalste reis- of identiteitspapieren dan wel opzettelijk reis- of identiteitspapieren heeft overgelegd die niet op hem betrekking hebben; termijn vijf jaar;

7. bij onttrekking aan toezicht; hiervan is sprake indien niet voldaan wordt aan een opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dan wel sprake is van een van de maatregelen van toezicht zoals die zijn opgesomd in artikel 4.37 tot en met 4.39 en artikelen 4.42 tot en met 4.52 Vreemdelingenbesluit; termijn drie jaar;

8. indien er naar het oordeel van onze Minister concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid; termijn tien jaar.

Ad 2 Indien het proces-verbaal leidt tot een onherroepelijk vonnis kan er aanleiding zijn de signaleringsgrond te wijzigen.

Indien er geen sprake is van een proces-verbaal terzake van een drugssmokkelgerelateerd misdrijf, maar op basis van een ander misdrijf, vindt er slechts signalering plaats in het OPS voor de duur van één jaar.

Ad 7 Voor een overzicht van de vrijheidsbeperkende maatregelen zie A5/1.1.

Ad 8 Deze signaleringsgrond is er met name op gericht vreemdelingen met banden met terroristische netwerken te weren. Hiermee wordt aangesloten bij de wens in verschillende resoluties van de Verenigde Naties om de bewegingsvrijheid van terroristen aan banden te leggen, met name in het kader van grensbewaking. De signaleringsgrond ziet op vreemdelingen aan wie op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet de toegang moet worden geweigerd en aan wie op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet geen verblijf in de vrije termijn is toegestaan. In deze gevallen dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signalering hoeft niet gerelateerd te zijn aan daadwerkelijk verblijf in Nederland van de vreemdeling in het verleden, noch aan een daadwerkelijke komst naar Nederland in de toekomst.

Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten.

Algemeen:

Voor gemeenschapsonderdanen geldt hierbij de aanvullende eis dat er sprake moet zijn van een actuele bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid. Zie B10/7.2.1. Gemeenschapsonderdanen kunnen enkel in het OPS worden gesignaleerd. EU/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen kunnen niet ter fine van weigering toegang in (N)SIS worden gesignaleerd.

In de gevallen bedoeld onder 1 t/m 6 vangt de termijn van signalering aan op de datum dat de betrokken vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten c.q. hem de toegang is geweigerd. In het geval bedoeld onder 7 vangt de termijn van de signalering aan op de datum dat de Minister de bijzondere aanwijzing heeft gegeven. In het geval bedoeld onder 8 vangt de termijn van de signalering aan op de datum dat de Minister de bijzondere aanwijzing heeft gegeven.

In alle gevallen kan de betrokken vreemdeling verzoeken om de signalering op te heffen door een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek in te dienen bij de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten, ter attentie van de privacyfunctionaris (zie artikel 35 en artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens). Verzoeken tot opheffing signalering en bezwaarschriften worden doorgestuurd aan en behandeld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

NB: vreemdelingen die gedurende enige tijd om beleidsmatige dan wel technische redenen niet verwijderd mogen of kunnen worden, worden niet gesignaleerd gedurende deze periode.”

C

Paragraaf A3/4.3 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

“4.3 Hoe te handelen met een gesignaleerde vreemdeling

Een vreemdeling die in het kader van grensbewaking wordt aangetroffen en die staat gesignaleerd zoals hiervoor omschreven, wordt in principe de toegang geweigerd op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b of d, Vreemdelingenwet. Er dient echter contact te worden opgenomen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) indien het een vreemdeling betreft als bedoeld in A2/5.2.3.

Een vreemdeling die in het kader van binnenlands vreemdelingentoezicht wordt aangetroffen kan op grond van de artikelen 50, jo. artikel 63, Vreemdelingenwet worden overgebracht naar een bureau van politie of een brigade van de Koninklijke Marechaussee. Het uitgangspunt van de signalering is dat de vreemdeling uit Nederland verwijderd dient te worden (zie echter hierna). Deze verwijdering dient conform het gestelde in A4 dan ook zo spoedig mogelijk te gebeuren. De vrijheidsontneming kan geschieden op grond van het bepaalde in artikel 50 en/of artikel 59 Vreemdelingenwet.

Indien aannemelijk is dat de verwijdering uit Nederland van een vreemdeling die terzake van een strafbaar feit gesignaleerd staat, na het ondergaan van zijn straf of na beëindiging van het tegen hem in te stellen strafrechtelijk onderzoek, op moeilijkheden zal stuiten of aanmerkelijke kosten met zich mee zal brengen, moet onmiddellijk contact met de IND worden opgenomen.

Dit laatste dient in ieder geval te geschieden indien een terzake van een strafbaar feit gesignaleerde vreemdeling niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of houder is van een (niet Nederlands) vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort.

Vanwege de IND zal - zo nodig - overleg met de betreffende justitie- of politieautoriteiten worden gepleegd en zullen nadere richtlijnen worden gegeven.

Indien daarvoor een concrete aanleiding is, kan de korpschef of het hoofd doorlaatpost een bijzondere aanwijzing vragen.

Indien de gesignaleerde vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning voor Nederland of een van de andere Schengenlanden, dan wel een aanvraag tot verblijf indient of heeft ingediend, dan wel een verblijfsvergunning wil verlengen, is de procedure zoals vermeld onder 4.4 van toepassing.”

D

Paragraaf A3/4.4 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

“4.4 Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen

Artikel 25 van de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen legt de verdragspartners de verplichting op om overleg te plegen met een Schengenstaat die een vreemdeling, niet zijnde een EU/EER-onderdaan of een Zwitserse onderdaan, heeft opgenomen in het SIS ter fine van weigering van toegang, indien het voornemen bestaat aan een dergelijke vreemdeling een verblijfstitel te verlenen.

Indien de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij een aanvraag om toelating constateert dat de vreemdeling door een Schengenstaat ter fine van weigering van de toegang is gesignaleerd in het SIS, wordt ten behoeve van de aanvraag vooroverleg gepleegd met de desbetreffende Schengenstaat. Ingeval van een dergelijke SIS-signalering kan verblijf worden verleend op grond van klemmende redenen van humanitaire aard of internationale verplichtingen. Indien verblijf wordt toegestaan zal de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de signalerende staat verzoeken de signalering uit het SIS te verwijderen. De signalerende staat kan de vreemdeling desgewenst wel opnemen op de nationale signaleringslijst.

In de praktijk kunnen in het kader van NSIS-signalering de navolgende vreemdelingen worden aangetroffen:

1. een vreemdeling die geen geldige verblijfstitel voor Nederland bezit en gesignaleerd staat;

2. een vreemdeling die een aanvraag tot verblijf indient en door Nederland in het SIS gesignaleerd staat;

3. een vreemdeling die een aanvraag tot verblijf indient c.q. heeft ingediend en in het SIS gesignaleerd staat voor een andere Schengenstaat;

4. een vreemdeling die in Nederland een geldige verblijfstitel bezit en in het SIS gesignaleerd staat voor een andere Schengenstaat.

Procedure

Algemeen:

- de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee dient Bureau SIRENE van de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten te allen tijde in kennis te stellen van een hitmelding (telefoon 079-3459898, fax 0900-8998244);

- het Bureau SIRENE Nederland stelt vervolgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en in de bovengenoemde gevallen 3 en 4 het Bureau SIRENE van het desbetreffende land in kennis;

- in de bovengenoemde gevallen 3 en 4 past de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de in artikel 25 van Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen genoemde raadpleegprocedure toe;

- het Bureau SIRENE registreert hitmeldingen in het (N)SIS en legt onder meer vast wanneer de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een raadpleegprocedure ten aanzien van een vreemdeling start;

- na (middels bovengenoemde raadpleegprocedure) geïnformeerd te hebben bij de betreffende Schengenstaat, licht de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Bureau SIRENE in. Bij een positieve beschikking verzoekt de coördinator de signalerende staat de signalering uit het (N)SIS te verwijderen. Desgewenst kan het signalerende land betrokkene opnemen op de nationale signaleringslijst;

- de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)-aanspreekpunten/ coördinatoren voor (N)SIS-aangelegenheden zijn vermeld in A6/4.

ad 1. Zie algemeen.

Betrokkene dient te worden verwijderd buiten het Schengengebied. De korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee licht de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) daaromtrent door middel van proces-verbaal in.

ad 2. Zie algemeen.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning. Bij een negatieve beschikking waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, dient de vreemdeling te worden verwijderd. Bij een positieve beschikking dient de (N)SIS-signalering te vervallen. De IND-coördinator signaleringen verwijdert de signalering uit het (N)SIS.

ad 3. Zie algemeen.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning. Na het indienen van voornoemde aanvraag kan aan betrokkene door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een model M94-A worden uitgereikt. In dit formulier is vermeld dat betrokkene een aanvraag tot verblijf heeft ingediend terwijl deze ter fine van weigering van de toegang gesignaleerd staat. De vreemdeling dient deze verklaring bij zich te dragen en bij controle over te leggen.

De verklaringen worden afgegeven door de visumloketten. De vreemdeling kan ter verkrijging van een model M94-A telefonisch een afspraak maken via het landelijke telefoonnummer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND): 0900-1234561.

Bij een negatieve beschikking waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, dient betrokkene te worden verwijderd. Bij een positieve beschikking kan de toelatingsprocedure worden voortgezet.

ad 4. Zie algemeen.

De korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee die de betrokkene aantreft doet navraag naar de rechtmatige afgifte van de (tijdelijke) verblijfstitel bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Wanneer bij navraag blijkt dat de verblijfstitel rechtens is verstrekt, dient betrokkene zijn weg te vervolgen.

Wanneer de signalering bij afgifte van de verblijfstitel dan wel bij de verlenging van die titel (nog) niet bekend was bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) maakt de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee die de vreemdeling heeft aangetroffen proces-verbaal van bevindingen op. Hierbij maakt hij een kopie van alle documenten die nog niet bekend waren bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) handelt conform ad 3. de hitmelding af en reikt aan betrokkene een model M94-B uit. De vreemdeling dient deze verklaring bij zich te dragen en bij controle over te leggen.

De verklaringen worden afgegeven door de visumloketten. De vreemdeling kan ter verkrijging van een model M94-A telefonisch een afspraak maken via het landelijke telefoonnummer van de IND: 0900-1234561.”

E

Paragraaf A3/4.6 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

“4.6 Opneming en vervallen van signaleringen

Opneming en vervallenverklaring van de in dit hoofdstuk genoemde signaleringen geschiedt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt ook, op grond van de Overeenkomst ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen, welke signaleringen in het NSIS worden opgenomen.

De signaleringen zijn aan termijnen gebonden, die automatisch beëindigd worden, tenzij zich in die periode wijzigingen hebben voorgedaan, die leiden tot een nieuwe signalering of (voortijdige) vervallenverklaring.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet consequent ten aanzien van vreemdelingen die voldoen aan de onder A3/4.2.2 en A3/4.2.3 genoemde voorwaarden een verzoek om signalering doen. Evenzeer moeten deze autoriteiten in voorkomende gevallen zo spoedig mogelijk een bericht om vervallenverklaring van de signalering verzenden. Dit is vooral aan de orde indien de betrokken vreemdeling toestemming krijgt voor verblijf hier te lande. Bij elke beoordeling van een aanvraag om een verblijfstitel hier te lande dient de korpschef na te gaan of de betrokken vreemdeling is gesignaleerd.

Indien de identiteit van de vreemdeling niet bekend is, dient de korpschef er voor te zorgen dat steeds de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten een onderzoek naar de vingerafdrukken doet. Dit onderzoek is noodzakelijk om te voorkomen dat vreemdelingen onder verschillende personalia gesignaleerd worden. De vreemdeling met meerdere personalia wordt in dat geval onder de naam zoals deze bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bekend is, gesignaleerd. De eventueel andere bekende personalia zullen als aliasnaam opgenomen worden.

Voor een voorstel tot signalering of een vervallenverklaring dient gebruik te worden gemaakt van het standaardformulier (model M93). Dit formulier dient verzonden te worden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het model M93 dient door de uitvoerende diensten zelf aangemaakt te worden. Het kan ook op eigen kosten besteld worden bij de Sdu Uitgevers, Den Haag. Tevens dient het nummer van het proces-verbaal, het proces-verbaal zelf of de registratiekaart te worden meegezonden.

F

De modellen M93, M94-A en M94-B zijn gewijzigd.

Artikel II

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

Rijswijk, 15 september 2004.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,namens deze,
het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
P.W.A. Veld.

stcrt-2004-182-p10-SC66751-1.gifstcrt-2004-182-p10-SC66751-2.gifstcrt-2004-182-p10-SC66751-3.gif

Toelichting

A

A3/4.1.3 Afdeling SIRENE Nederland

Door reorganisatie is de naamgeving gewijzigd van het onderdeel van het Korps landelijk politiediensten waaronder bureau SIRENE valt.

B

A3/4.2.2 Signalering `OVR' (ongewenst vreemdeling)

De eerste voorwaarde voor signalering `OVR' in paragraaf A3/4.2.2 is gewijzigd. Voorheen kon een niet-criminele vreemdeling gedurende een jaar `OVR' worden gesignaleerd als sprake was van de tweede verwijdering in een periode van twee jaar. In de Terugkeernota van 21 november 2003 zijn maatregelen voorgenomen om de wedertoegang van eenmaal verwijderde vreemdelingen te voorkomen. Een van deze maatregelen is dat de vreemdeling reeds na een eerste verwijdering gedurende twee jaar gesignaleerd zal worden in het SIS. Door de wijziging van de eerste voorwaarde in de Vreemdelingencirculaire is aan de voorgenomen maatregel gevolg gegeven.

De tweede wijziging betreft de toevoeging van een nieuwe grond voor signalering `OVR'. Binnen de bestaande voorwaarden voor signalering `OVR' was het niet mogelijk een vreemdeling te signaleren louter omdat hij een gevaar vormde voor de openbare orde of de nationale veiligheid, zonder dat sprake was van een proces-verbaal of een veroordeling. Wél bestaat de mogelijkheid om de vreemdeling op grond van artikel 67, eerste lid, onder c en e, van de Vreemdelingenwet ongewenst te verklaren indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a t/m e, of l, van de Vreemdelingenwet. Ook indien het belang van de internationale betrekkingen dit vordert is het mogelijk op grond van artikel 67 ongewenst te verklaren. Echter, in dat geval zal de vreemdeling moeten worden gehoord en zal de beschikking aan de vreemdeling moeten worden uitgereikt. Dit is voor de categorie vreemdelingen die ongewenst verklaard zouden moeten worden niet altijd mogelijk. Zo zullen bijvoorbeeld vreemdelingen zonder visumplicht hun komst naar Nederland in de regel niet vooraf kenbaar maken. Een signalering is in deze situatie wel mogelijk, aangezien dit slechts een bijzondere aanwijzing is aan de ambtenaren belast met grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen.

Gelet op het bovenstaande is in paragraaf 4.2.2 onder nummer 8 een nieuwe grond voor signalering `OVR' opgenomen. Deze signaleringsgrond biedt de mogelijkheid om vreemdelingen ten aanzien van wie concrete aanwijzingen bestaan dat zij een gevaar vormen voor de nationale veiligheid te signaleren ter fine van toegangsweigering op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet.

Ten slotte is na ad. 8 het kopje `Algemeen:' ingevoegd voor de leesbaarheid. De tekst onder dit kopje heeft namelijk betrekking op alle eerdergenoemde signaleringsgronden. Tevens is de naamgeving gewijzigd van het onderdeel van het Korps landelijk politiediensten waaronder bureau SIRENE valt.

C

A3/4.3 Hoe te handelen met een gesignaleerde vreemdeling

In de eerste alinea van paragraaf A3/4.3 was gesteld dat de toegang wordt geweigerd op grond van artikel 12, eerste lid, onder a of d, Vreemdelingenwet. In artikel 12 zijn echter de voorwaarden weergegeven van verblijf in de vrije termijn. Toegangsweigering geschiedt op grond van de bepalingen in artikel 3 Vreemdelingenwet. Derhalve is paragraaf 4.3 in die zin aangepast.

D

A3/4.4 Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvaardingen

Voor zover dit nog niet het geval was, is paragraaf A3/4.4 aangepast aan de huidige praktijk na de overdracht taken van de vreemdelingenpolitie aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Bovendien zijn enkele tekstuele wijzigingen doorgevoerd.

Waar de term `raadplegingsprocedure' werd gebruikt, wordt nu consequent `raadpleegprocedure' geschreven.

Onder Procedure, Algemeen is het derde aandachtsstreepje verwijderd.

Waar hiervan sprake is, is de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), in plaats van de korpschef, opgevoerd als de instantie die beslist op verblijfsaanvragen en als de organisatie waar navraag dient te worden gedaan naar de verblijfsstatus van een vreemdeling.

De modellen M94-A en M94-B zullen in het vervolg worden uitgereikt door de visumloketten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De tekst van de Vreemdelingencirculaire is in deze zin aangepast.

Tevens is de naamgeving gewijzigd van het onderdeel van het Korps landelijk politiediensten waaronder bureau SIRENE valt.

E

A3/4.6 Opneming en vervallen van signaleringen

De naamgeving is gewijzigd van het onderdeel van het Korps landelijk politiediensten waaronder bureau SIRENE valt.

F

Modellen M93, M94-A en M94-B

Model M93 is aangepast overeenkomstig de gewijzigde paragraaf A3/4.2.2.

Omdat de modellen M94-A en M94-B in het vervolg zullen worden uitgereikt door medewerkers van de visumloketten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), is de ondertekening van de modellen aangepast. Ook is de naam van de verklarende instantie in de modellen aangepast. Tevens is de titel van de modellen M94 aangepast. Deze verwees naar artikel 25 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, maar in het betreffende artikel is niet in een dergelijke verklaring voorzien. Daarom wordt nu rechtstreeks verwezen naar de paragraaf van de Vreemdelingencirculaire waarin het gebruik van de modellen is beschreven.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

namens deze,

het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,

P.W.A. Veld.

Naar boven