Verlening winningsvergunning K2c

20 januari 2004

nr. ME/EP/UM/4001420

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

- TotalFinaElf E&P Nederland B.V. (thans genaamd Total E&P Nederland B.V.), Goal Olie- en Gasexploratie B.V. en Rosewood Exploration C.V., houders van de winningsvergunning E/EOG/MW/96036578 voor een deel van blok K5 (winningsvergunning K5b), hebben op basis van artikel 2, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428) op 17 juni 2002 een aanvraag ingediend om een winningsvergunning voor koolwaterstoffen voor een deel van blok K2, welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245) is gevoegd (hierna te noemen: winningsvergunning K2c); de aanvraag om de winningsvergunning K2c is aangepast bij brieven van 31 juli 2002 en 27 juni 2003. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 46,51 km2.

- De Mijnraad heeft op 16 juni 2003 advies uitgebracht (kenmerk MIJR/3018936).

- Bij Besluiten van 22 en 23 december 2003 is toestemming verleend voor overdrachten van de winningsvergunning K5b aan Total E&P Nederland B.V., Rosewood Exploration B.V. en Goal Olie en Gasexploratie B.V. Deze overdrachten hebben inmiddels plaatsgevonden.

- Bij brief van 30 december 2003 heeft Total E&P Nederland B.V., mede namens Goal Petroleum (Netherlands) B.V. en Rosewood Exploration Ltd., verzocht de aangevraagde winningsvergunning K2c op naam van de huidige houders van de winningsvergunning K5b, te weten Total E&P Nederland B.V., Goal Petroleum (Netherlands) B.V. en Rosewood Exploration Ltd., te stellen.

Overwegingen:

- De aanvraag om een winningsvergunning op basis van artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat wordt op grond van artikel 152, tweede lid, van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) beschouwd als een aanvraag om een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet.

- Ingevolge artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is kennis gegeven van de aanvraag (Stcrt. 2003, 125).

- Ingevolge artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de zakelijke inhoud van de aanvraag gedurende vier weken na de datum van publicatie van bovenbedoelde kennisgeving voor belanghebbenden ter inzage gelegen.

- Gedurende vier weken na bedoelde kennisgeving hebben geen belanghebbenden op grond van artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht hun zienswijze over de aanvraag naar voren gebracht.

- De aanvragers hebben in 2002 met de boring K5-12 in blokdeel K5b koolwaterstoffen in een economische hoeveelheid aangetoond. Het aangetoonde voorkomen strekt zich uit in een deel van blok K2. De op 17 juni 2002 ingediende, en bij brieven van 31 juli 2002 en 27 juni 2003 aangepaste, aanvraag om een winningsvergunning betreft het deel van het blok K2 waar het voorkomen is gelegen.

- Op grond van artikel 16a, zesde lid, van de Mijnwet continentaal plat is de houder van de voor blokdeel K2a van het continentaal plat geldende winningsvergunning nr. E/EOG/MW/98037318 bij brief van 16 september 2002, nr. ME/EP/UM/02045890, uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag voor een winningsvergunning voor koolwaterstoffen voor het onderhavige gebied. Vorenvermelde vergunninghouder heeft geen aanvraag ingediend.

- Naar aanleiding van het verzoek van de aanvragers bij brief van 17 juni 2003 om een vergunning voor een groter gebied dan in hun eerdere aanvraag was vermeld is de houder van de winningsvergunning nr. E/EOG/MW/98037318 op grond van artikel 15, vierde en vijfde lid, van de Mijnbouwwet bij brief van 15 september 2003, nr. ME/EP/UM/3052220, uitgenodigd een aanvraag voor een winningsvergunning in te dienen voor het extra aangevraagde gebied. Vorenbedoelde vergunninghouder heeft geen aanvraag ingediend.

- Voor het aangevraagde gebied geldt geen opsporings-, winnings- of opslagvergunning.

- Op grond van het advies van het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO (TNO-NITG) is de conclusie dat de omvang van het gebied, zoals beschreven in de aanvraag van 27 juni 2003, overeenstemt met de verwachte omvang van het aangetoonde voorkomen in blokdeel K5b.

- Op grond van de ingediende aanvraag en de adviezen van het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO (TNO-NITG) en Energie Beheer Nederland B.V. (EBN) is het aannemelijk dat het binnen het aangevraagde gebied aanwezige aardgas economisch kan worden gewonnen.

- Noch de technische of financiële mogelijkheden van de aanvragers, noch de manier waarop zij voornemens zijn het aardgas te winnen geven aanleiding de gevraagde vergunning te weigeren.

- De aanvragers hebben onder een eerdere vergunning niet blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Mijnbouwwet.

- Gelet op het feit dat de winningsvergunning wordt aangevraagd voor een voorkomen dat overloopt vanuit blokdeel K5b is voor de aangevraagde vergunning een tijdvak dat overeenstemt met de resterende looptijd van de winningsvergunning K5b het meest geëigend.

Gelet op de artikelen 6, 7, 8, 9, 11, eerste tot en met vierde lid, 15, vierde en vijfde lid, 22, vijfde en zesde lid, en 90 van de Mijnbouwwet, alsmede op de artikelen 1.3.6 en 1.3.7 van de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245).

Besluit:

Artikel 1

Aan Total E&P Nederland B.V., Goal Petroleum (Netherlands) B.V. en Rosewood Exploration Ltd wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het gebied dat wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B en C-D en door de grootcirkels tussen de punten B-C en A-D.

De coördinaten van eerdergenoemde punten zijn:

A 53°53'28,700” NB

en 03°21'39,074” OL

B 53°53'33,100” NB

en 03°27'16,900” OL

C 53°50'00,000” NB

en 03°32'41,700” OL

D 53°50'00.000” NB en 03°25'25,000” OL

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Artikel 3

Total E&P Nederland B.V. wordt aangewezen als de persoon, bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 4

De vergunninghouder sluit met Energie Beheer Nederland B.V. te Heerlen een overeenkomst als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 5

De vergunning geldt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding tot 7 november 2021.

Artikel 6

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is toegezonden.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
J.C. De Groot,
directeur Energieproductie.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van toezending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven