Wijziging Vrijstellingsregeling basispremie Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor oudere werknemers

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 augustus 2004, nr. SV/F&W/2004/51969, houdende wijziging van de regeling van 18 december 2003 houdende nadere regels met betrekking tot de vrijstelling van de basispremie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor oudere werknemers ter verduidelijking van het begrip in dienst nemen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 79a, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

Besluit:

Artikel I

In artikel 1, eerste lid, van de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2003 tot vaststelling van nadere regels met betrekking tot de vrijstelling van de basispremie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor oudere werknemers1 worden ‘het aangaan van een dienstbetrekking’ respectievelijk ‘wordt aangegaan’ vervangen door: ‘het aanvangen van een dienstbetrekking’ en ‘aanvangt’.

Artikel II

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 augustus 2004.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. de Geus.

Toelichting

Op grond van artikel 79a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen werkgevers een vrijstelling op de WAO-basispremie voor werknemers die met een leeftijd van 50 jaar of ouder in dienst worden genomen. De bedoeling van de premievrijstelling is dat werkgevers gestimuleerd worden om oudere werknemers aan te nemen. Het begrip in dienst nemen wordt in de regeling van 18 december 2003 houdende nadere regels met betrekking tot de vrijstelling van de basispremie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor oudere werknemers (hierna: de regeling) nader uitgewerkt. Hierin is geregeld dat de periode tussen het ontslag en aangaan van het nieuwe dienstverband met dezelfde werknemer minimaal zes maanden dient te bedragen. Het UWV heeft aangegeven, dat het begrip ‘aangaan van het dienstverband’ onduidelijkheid kan oproepen bij het vaststellen van het moment waarop een werknemer in dienst genomen wordt. Dit speelt een rol bij het bepalen van het moment waarop de werknemer 50 jaar moet zijn en het moment waarop de periode tussen de twee dienstbetrekkingen eindigt. De vraag is of dit het moment is waarop de overeenkomst gesloten wordt, of het moment waarop de dienstbetrekking aanvangt. De datum waarop de dienstbetrekking aanvangt, is het uitgangspunt. Met de onderhavige wijziging van de regeling wordt dit verduidelijkt door het begrip ‘aangaan van een dienstbetrekking’ te vervangen door ‘aanvangen van een dienstbetrekking’.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.J. de Geus

  • 1

    Stcrt. 2003, 250.

Naar boven