Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | Staatscourant 2004, 139 pagina 11 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | Staatscourant 2004, 139 pagina 11 | Besluiten van algemene strekking |
Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 juli 2004, Nr. TRCJZ/2004/4419, Directie Juridische Zaken, houdende wijziging van Besluit vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004 betreffende onder andere de vrijstelling van Dursban 5g en Gallant 2000.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen de aanvragen van LTO Nederland, het Hoofdproductschap Akkerbouw, de Nederlandse bond van boomkwekers en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur;
Gezien het advies van de Plantenziektenkundige Dienst van 8 december 2003;
Gezien de adviezen van TNO en NOTOX, gecoördineerd door het College voor de toelating van Bestrijdingsmiddelen;
Gezien de beoordeling van de aanvragen door de Plantenziektenkundige Dienst;
Gelezen de brief van Dow Agrosciences van 14 mei 2004;
Gelet op artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;
Besluit:
Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 21 april 2004, TRCJZ/2004/3332, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004 (Stcrt. 77) wordt als volgt gewijzigd:
A
In onderdeel II.F. Knelpunt Biologische appelteelt – appelbloesem kever van de Bijlage wordt ‘Merknaam: Spruzit’ vervangen door: Merknaam: Spruzit Vloeibaar.
B
In onderdeel II.H. Knelpunt spinazie in de onbedekte teelt – onkruid van de Bijlage wordt ‘Merknaam: Centium 360 SC’ vervangen door: Merknaam: Centium 360 CS.
C
Aan Deel I wordt toegevoegd:
I.C. Knelpunt Snijbloemen in de volle grond (zomerbloemen) – breedbladige onkruiden en straatgras
Merknaam: Ramrod SC
Gehalte werkzame stof: 480 g/l propachloor
Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 7559 N
Toelatingshouder: Monsanto Europe N.V.
Knelpunt: Snijbloemen in de volle grond (zomerbloemen) – breedbladige onkruiden en straatgras
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel met gebruikmaking van driftreducerende doppen van 90% in de onbedekte teelt van snijbloemen met dien verstande dat maximaal 5 ha per persoon per dag mag worden behandeld.
Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodem-aantasting zoals grondboringen zijn verboden.
Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.
Dit middel is schadelijk bij opname door de mond, irriterend voor de huid en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.
Het volgende moet daarom in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen houden.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
– Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.
– Spuitnevel niet inademen.
– Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem/haar dit etiket tonen).
– Aanraking met de huid vermijden.
Algemeen
Het middel werkt zowel door opname via de wortels van de onkruiden als door opname via het blad en bestrijdt kiemende onkruidzaden en net opgekomen onkruiden. Onkruiden met meer dan 2 echte blaadjes en reeds opgekomen hanepoot worden niet afdoende bestreden. Spuit dus niet te laat. Niet of weinig gevoelig zijn veelknopigen (vooral zwaluwtong, Polygonum convolvulus), kleine brandnetel (Urtica urens) en varkenskers (Coronopus spp.). Het middel moet worden toegepast op een vochtige, fijn korrelige grond met 400–600 liter water per ha. Bij toepassingen over het gewas moet het gewas droog zijn. Voorts moet er de eerste uren na toepassing geen regen vallen.
Snijbloemen in de volle grond (zomerbloemen), ter bestrijding van éénjarige onkruiden.
a. Kort na het zaaien van Hesperis matronalis, Iberis umbellata, Lavatera spec., Saponaria officinalis en Saponaria vaccaria.
b. Kort na het uitplanten van Pyrethrum (Pyrethrum roseum), Viola tricolor en Dianthus caryophyllus.
c. Kort na het uitplanten of in een gezaaid gewas na het uitplantstadium van Chrysanthemum coccineum.
d. Over het gewas bij Alyssum spec. van 4 à 5 cm hoogte en bij Saponaria officinalis met tenminste 3 à 4 echte blaadjes.
Dosering: 8 l per ha.
Bij warm weer niet spuiten in de buurt van bloeiende tulpen, daar dan schade kan ontstaan (zgn. kiepers). In mindere mate geldt dit ook voor andere siergewassen b.v. hyacint, narcis, pioenroos.
D
Onderdeel II.G van de Bijlage komt te luiden:
II.G. Knelpunt Digitalis-grasachtige onkruiden
Merknaam: Gallant 2000
Gehalte werkzame stof: 108 g/l haloxyfop-P-methyl
Toelatingsnummer: 11592 N
Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.
Knelpunt: onbedekte teelt van Digitalis ter bestrijding van grassen
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen in de onbedekte teelt van Digitalis vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 oktober 2004.
Het is verboden dit middel in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn, te gebruiken.
Dit middel is irriterend voor ogen.
Het volgende moet daarom in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen bewaren.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
– Spuitnevel niet inademen.
– Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen/het gezicht.
– Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
Algemeen
Gallant 2000 is een systemisch werkend bladherbicide en bestrijdt kweekgras, eenjarige grassen, opslag van granen en straatgras. Op het moment van spuiten moeten de grassen goed aan de groei zijn en voldoende bladmassa hebben om het herbicide op te nemen (3-5 bladstadium tot begin uitstoeling).
Wacht met toepassen niet zo lang dat het cultuur gewas het onkruid grotendeels bedekt.
Toepassen bij droog en groeizaam weer, als geen regen wordt verwacht binnen 1 uur na toepassing. De groei van de onkruiden stopt binnen enkele dagen na de bespuiting; afhankelijk van de weersomstandigheden en de onkruiden is de werking zichtbaar 1 tot 2 weken na de toepassing en is volledig na 3 tot 4 weken. Groeizaam weer bevordert de snelheid van de werking.
Gallant 2000 bevat een uitvloeier. De toevoeging van een extra hulpstof is dus niet nodig. Niet mengen met groeistoffen.
Onbedekte teelt van Digitalis, ter bestrijding van grasachtige onkruiden.
De toepassing kan na opkomst van het gewas plaatsvinden.
Dosering: De dosering is afhankelijk van de onkruidsoort.
Onkruidsoort | Dosering per ha | Tijdstip van toepassen |
|---|---|---|
– Hanepoot – Duist – Windhalm – Wilde haver – Opslag van granen – Stuifdek van gerst – Opslag van raaigras | 0,5 l | Als het betreffende onkruid 2–3 bladeren heeft tot uiterlijk begin doorschieten. |
– Kweekgras | 1 l | Bij 15–25 cm hoogte (4–6 bladstadium). |
– Straatgras | 1–1,5 l | Op jong straatgras voor de bloei geeft 1 l ha al voldoende werking. |
Cultuurgrassen (behalve roodzwenk en hardzwenk), granen en maïs zijn uiterst gevoelig voor dit middel.
E
Aan deel II van de bijlage, worden de volgende 6 onderdelen toegevoegd:
II.P. Boomkwekerijgewassen en vaste planten in vollegrond - bodeminsecten
Merknaam: Dursban 5G
Gehalte werkzame stof: 5% chloorpyrifos
Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 9758 N
Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.
Knelpunt: boomkwekerijgewassen en vaste planten in vollegrond – bodeminsecten
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel:
a. met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 oktober 2004, en
b. toegepast met een granulaatstrooier in de vollegrondsteelten van boomkwekerijgewassen en vaste planten, met dien verstande dat maximaal 3 ha per persoon per dag mag worden behandeld.
Het middel moet direct na toepassing ondergewerkt worden. Morsen van het granulaat in verband met risico voor vogels en zoogdieren ten allen tijde voorkomen en verwijderen.
Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.Voorkom afspoeling van granulaten naar oppervlaktewater.
Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden.
Het volgende moet in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen bewaren.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.
Toepassingen
Teelten in de vollegrond van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van emelten (larve van Tipula spp.), aardrupsen (larve van Agrotis spp.), engerlingen (larve van Scarabaeidae spp.), wortelduizendpoten (Symphyla spp.) en springstaarten (Collembola spp.).
Als aantasting wordt verwacht kan het middel gestrooid en ondergewerkt worden op plant- of zaaiklare, onkruidvrije grond.
Dosering: 32 kg/ha.
II.Q. Bedekte teelt van grondgebonden Freesia – bonenvlieg
Merknaam: Dursban 5G
Gehalte werkzame stof: 5% chloorpyrifos
Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 9758 N
Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.
Knelpunt: bedekte teelt van grondgebonden Freesia – bonenvlieg
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel:
a. met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 november 2004, en
b. toegepast met een granulaatstrooier in de bedekte teelt van grondgebonden Freesia.
Het middel moet direct na toepassing ondergewerkt worden. Morsen van het granulaat in verband met risico voor vogels en zoogdieren ten allen tijde voorkomen en verwijderen.
Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.Voorkom afspoeling van granulaten naar oppervlaktewater.
Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden
Het volgende moet in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen bewaren.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen
Toepassingen
Bedekte grondgebonden teelt van Freesia, ter bestrijding van bonenvlieg (Delia platura).
Als aantasting wordt verwacht kan het middel gestrooid en ondergewerkt worden op plant- of zaaiklare, onkruidvrije grond.
Dosering: 32 kg/ha.
II.R. Snijbloemen in de vollegrond - emelten
Merknaam: Dursban 5G
Gehalte werkzame stof: 5% chloorpyrifos
Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 9758 N
Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.
Knelpunt: Snijbloemen in de vollegrond – emelten
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel:
a. met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 januari 2005, en
b. toegepast met een granulaatstrooier in de vollegrondsteelten van snijbloemen, met dien verstande dat maximaal 3 ha per persoon per dag mag worden behandeld.
Het middel moet direct na toepassing ondergewerkt worden. Morsen van het granulaat in verband met risico voor vogels en zoogdieren ten allen tijde voorkomen en verwijderen.
Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.Voorkom afspoeling van granulaten naar oppervlaktewater.
Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden.
Het volgende moet in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen bewaren.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Toepassingen
Teelten in de vollegrond van snijbloemen, ter bestrijding van emelten (larve van Tipula spp.).
Als aantasting wordt verwacht kan het middel gestrooid en ondergewerkt worden op plant- of zaaiklare, onkruidvrije grond.
Dosering: 32 kg/ha
II.S. Bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen - wortelduizendpoot
Merknaam: Dursban 5G
Gehalte werkzame stof: 5% chloorpyrifos
Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 9758 N
Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.
Knelpunt: bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen – wortelduizendpoot
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel:
a. op klei- , veen- en zavelgronden;
b. met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 januari 2005, en
c. toegepast met een granulaatstrooier in de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen, met dien verstande dat maximaal 10 hectare per persoon per dag mag worden behandeld.
Het middel moet direct na toepassing ondergewerkt worden. Morsen van het granulaat in verband met risico voor vogels en zoogdieren ten allen tijde voorkomen en verwijderen.
Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt. Voorkom afspoeling van granulaten naar oppervlaktewater.
Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden.
Het volgende moet in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen bewaren.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.
Toepassingen
Bedekte grondgebonden teelt van snijbloemen, ter bestrijding van wortelduizendpoot (Symphyla spp.).
Als aantasting wordt verwacht kan het middel gestrooid en ondergewerkt worden op plant- of zaaiklare, onkruidvrije grond.
Dosering: 32 kg/ha
II.T. Bolbloemen en bloembollen – emelten en ritnaalden
Merknaam: Dursban 5G
Gehalte werkzame stof: 5% chloorpyrifos
Toelatingsnummer: laatstelijk toegelaten onder 9758 N
Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.
Knelpunt: bolbloemen en bloembollen – emelten en ritnaalden
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel:
a. met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 november 2004, en
b. toegepast met een granulaatstrooier door middel van een grondbehandeling ten behoeve van de vollegrondsteelt van bloembollen en bolbloemen, met dien verstande dat maximaal 3 ha per persoon per dag mag worden behandeld.
Het middel moet direct na toepassing ondergewerkt worden. Morsen van het granulaat in verband met risico voor vogels en zoogdieren ten allen tijde voorkomen en verwijderen.
Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.Voorkom afspoeling van granulaten naar oppervlaktewater.
Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden.
Het volgende moet in acht worden genomen:
– Buiten bereik van kinderen bewaren.
– Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
– Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.
Toepassingen
Bloembollen en bolbloemen, tegen ritnaalden (larven van Agrotes spp.) en emelten (larven van vnl. Tipula spp.).
Deze bodeminsecten treden vooral op bij teelten op gescheurd grasland. Als aantasting wordt verwacht kan tijdens het planten het middel in de open regel worden gestrooid en in één arbeidsgang worden ondergewerkt.
Bij gladiolen wordt door een behandeling tevens bonenvlieg (Delia platura) bestreden.
Dosering: 32 kg/ha
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Aanleiding voor het onderhavige besluit
LTO-Nederland, het Hoofdproductschap Akkerbouw, de Nederlandse bond van boomkwekers en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur hebben aanvragen ingediend tot vrijstelling op grond van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (hierna: de wet) voor de toepassing van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. Op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gehouden binnen een redelijke termijn op voornoemde aanvragen te beslissen.
Daarnaast zijn enkele technische correcties meegenomen in deze wijziging. Het toegevoegde onderdeel I.C is geen nieuwe vrijstelling. Deze vrijstelling was al verleend en stond in de bijlage in onderdeel II.G van Deel II. Het vrijgestelde gewasbeschermingsmiddel Ramrod SC is vrijgesteld van het verbod van artikel 2 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en behoort daarom in Deel I van de bijlage te staan.
Dit besluit is een wijziging van het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 21 april 2004, TRCJZ/2004/3332, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004 (Stcrt. 77). In de toelichting van voornoemd besluit is een beschrijving gegeven van de algemene werkwijze. In de bijlagen van voornoemd besluit staat vermeld welke gewasbeschermingsmiddelen voor welk knelpunt zijn vrijgesteld. Deze bijlagen worden telkenmale na de ontvangst van nieuwe aanvragen aangevuld met nieuwe vrijstellingen voor zover de minister tot verlening van vrijstelling overgaat. Dit bevordert de inzichtelijkheid van de beschikbare vrijstellingen via electronische databanken zoals www.overheid.nl en www.wetten.nl.
Toetsing van de zes aanvragen aan artikel 16aa van de wet
Ten aanzien van de onderliggende aanvragen geldt dat de werkzame stof van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen vóór 26 juli 1993 op de Europese markt is gekomen en is opgenomen in een werkprogramma van de Commissie der Europese Gemeenschappen voor onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (Pb L 230) (hierna: de richtlijn). Over de betrokken werkzame stoffen is nog geen communautair besluit genomen. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het bepaalde in artikel 16aa, eerste lid, onderdelen a, b, en c van de wet. Uit het advies van de Plantenziektenkundige Dienst blijkt dat de aanvragen betrekking hebben op knelpunten in de bestrijding van een ziekte of plaag die niet volgens de methodiek van geïntegreerde teelt bestreden kunnen worden. Daarmee is aangetoond dat het belang van de landbouw de inzet van een gewasbeschermingsmiddel dringend vereist als bedoeld in het eerste lid, aanhef, van artikel 16aa van de wet. Bovendien blijkt uit de adviezen van TNO en NOTOX, gecoördineerd door het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, dat toepassing van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen onder te stellen voorschriften geen onaanvaardbare gevolgen voor arbeidsveiligheid, volksgezondheid of milieu hebben.
Over de vrijstelling op basis van artikel 16aa Bestrijdingsmiddelenwet 1962 stelt de voorzieningenrechter van het College Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) in zijn uitspraak in de voorlopige voorziening van 28 mei 2004, dat bij de beoordeling van de aanvragen in verband met de toepassing van artikel 16aa Bestrijdingsmiddelenwet 1962 toetsing op grond van de criteria, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de richtlijn dient plaats te vinden.
Voor zover de richtlijn zou dwingen tot toepassing van artikel 8, derde lid, betekent dat een risicobeoordeling ten aanzien van het milieu een toetsing moet omvatten van de tien grondbeginselen, genoemd in bijlage 6 van de richtlijn.
Beoordeling van de aanvragen voor Dursban 5g
Uit het rapport van TNO en NOTOX blijkt dat voor de toetsing van de aanvragen voor Dursban 5g gebruik is gemaakt van gegevens uit de meest recente Eindpuntenlijst van de monografie chloorpyrifos (aangehecht aan verslag van ECCO 100). Die gegevens zijn gebaseerd op artikel 4, eerste lid, en bijlage 6 van de richtlijn.
De conclusies van de rapporten van TNO en NOTOX liggen aan de basis van het advies van de Plantenziektenkundige dienst, welke de grondslag vormt voor het besluit om de middelen vrij te stellen. Derhalve heeft een toetsing plaats gehad aan de hand van de criteria van artikel 4, eerste lid, van de richtlijn en is aan de eisen van artikel 8, derde lid, van de richtlijn voldaan.
In de conclusies wordt gesteld dat er geen sprake is van een risico voor milieu of volksgezondheid. Voorts voldoet de werkzame stof aan de normen die in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen zijn gesteld ten aanzien van onder andere persistentie, uitspoeling en waterorganismen.
Voor de toepasser zijn voorschriften gesteld voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gebruik van deze beschermingsmiddelen levert in de toepassing afdoende reductie op, zodat geen additioneel risico wordt verwacht.
Ten aanzien van de deugdelijkheid van het middel hebben de fabrikant van het middel en de telers contractueel vastgelegd dat telers de aansprakelijkheid zelf zullen dragen. De telers hebben een lange praktijkervaring met het middel voor de in de aanvragen bedoelde toepassingen. Op basis van die ervaring staat de deugdelijkheid van het middel afdoende vast om vrijstelling van het middel voor de gevraagde toepassingen te verlenen.
Conclusie vrijstelling Dursban 5g
Er zijn gelet op het bepaalde in artikel 16aa van de wet dan ook geen beletselen vrijstelling te verlenen voor Dursban 5g van de verboden genoemd in artikel 10 van de wet ten behoeve van de bestrijding van de in de aanvragen genoemde ziekte of plaag in de daarbij genoemde teelt voor een in de vrijstelling genoemde periode.
Beoordeling van de aanvraag voor vrijstelling van Gallant 2000
Ten aanzien van de Gallant 2000 concludeert het rapport van TNO en NOTOX in de risicobeoordeling voor het aspect milieu dat het gewasbeschermingsmiddel reeds is vrijgesteld met een vergelijkbare toepassing (dosering, wijze van toepassing, etc.). De risicobeoordeling van die vrijstelling is mede gebaseerd op de normen van artikel 4, eerste lid, van de richtlijn en de tien grondbeginselen, genoemd in bijlage 6 van de richtlijn. Op basis van die beoordeling meent het rapport dat er voor de vrijstelling van Gallant 2000 in de teelt van Digitalis geen additioneel risico voor het milieu te verwachten valt.
Voor de aspecten volksgezondheid en toepasser wordt eveneens geen additioneel risico verwacht, mits aan de gestelde toepassingsvoorschriften wordt voldaan. De voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen leveren afdoende reductie op voor de toepassingen op basis van de vrijstellingen.
Conclusie vrijstelling Gallant 2000
Er zijn gelet op het bepaalde in artikel 16aa van de wet dan ook geen beletselen vrijstelling te verlenen voor het gewasbeschermingsmiddel Gallant 2000 van de verboden, genoemd in artikel 10 van de wet ten behoeve van de bestrijding van de in de aanvraag genoemde ziekte of plaag in de daarbij genoemde teelt voor een in de vrijstelling genoemde periode.
Het onderhavige besluit is vanwege de aanvang van het teeltseizoen op grond van het bepaalde in artikel 4:11, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht niet voorgelegd aan belanghebbenden die naar verwachting bedenkingen hebben tegen het onderhavige besluit, te weten de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu. In verband met het bepaalde in artikel 4:11, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht is van belang dat beide organisaties dit jaar tweemaal eerder de gelegenheid hebben gehad een zienswijze inzake vrijstellingen in te dienen. In beide gevallen beperkte de zienswijze zich tot de van deze organisaties bekende opvatting inzake de verhouding tussen artikel 16aa van de wet en de bepalingen van de richtlijn.
Deze zienswijze is weerlegd in de beslissing op bezwaar bij het besluit ‘Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen eerste kwartaal 2004’. De motivering van die beslissing op bezwaar maakt voor het onderhavige besluit met betrekking tot de verhouding tussen de richtlijn en artikel 16aa van de wet onderdeel uit van deze toelichting en wordt bij de ter inzage liggende stukken gevoegd. Een belanghebbende kan, binnen zes weken na de in artikel III bedoelde datum, tegen dit besluit of een onderdeel daarvan een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Afdeling Rechtsbescherming, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag.
De stukken, die ten grondslag liggen aan dit besluit, liggen ter inzage bij de Centrale Bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Bezuidenhoutseweg 73, 2594 AC, Den Haag, en de Plantenziektenkundige Dienst, Geertjesweg 15, 6706 EA Wageningen.
Voorts is informatie verkrijgbaar bij de regiodirecties van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de regionale vestigingen van de Plantenziektenkundige Dienst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2004-139-p11-SC65958.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.