Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatscourant 2004, 132 pagina 18Besluiten van algemene strekking

Wijziging Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995

Regeling houdende wijziging van snelvaar- en waterskigebieden in de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995

6 juli 2004

Nr. HDJZ/SCH/2004-1323

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 6.02, derde lid, en 8.06, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;

Besluit:

Artikel I

De Regeling snelle motorboten Rijkswateren 19951 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel n, wordt gewijzigd als volgt:

a. In punt 7 wordt ‘km 964.000’ vervangen door: km 962.400;

b. In punt 8 wordt ‘km 976.400’ vervangen door: km 989.100;

c. De punten 9 en 10 vervallen.

2. In onderdeel q wordt ‘960.000’ vervangen door: 962.000

3. In onderdeel r vervalt onder vervanging van de dubbele punt achter ‘de Beneden-Merwede’ door een puntkomma ‘van km 962.000 tot km 975.000;’

4. In onderdeel s vervallen onder vervanging van de dubbele punt achter ‘de Nieuwe Merwede’ door een puntkomma, de punten 1 en 2.

5. In onderdeel t wordt ‘van km 257.000 tot km 262.500;’ vervangen door:

1. van km 250.900 tot km 252.400;

2. van km 254.000 tot km 262.500.

6. In onderdeel u vervalt onder vervanging van de dubbele punt achter ‘de Dordtsche Kil’ door een puntkomma ‘van km 982.000 tot 988.000;’

7. Onderdeel v komt te luiden als volgt:

v. de Oude Maas:

vanaf km 976.200;

8. Onderdeel w komt te luiden als volgt:

w. het Spui:

van km 995.300 tot km 1010.000;

9. In onderdeel x vervalt onder vervanging van de dubbele punt achter ‘de Noord’ door een puntkomma ‘van km 977.000 tot km 984.000;’

10. Onderdeel y komt te luiden als volgt:

y. de Hollandsche IJssel:

van km 3.425 tot km 19.800;

11. Onderdeel ab komt te luiden als volgt:

ab. Het Hollandsch Diep, met uitzondering van het water gelegen tussen de rood-wit aanvullende markering en de noordoever.

12. Onderdeel ac komt te luiden als volgt:

ac. het Haringvliet:

1. het gebied binnen de lijn welke de volgende markeringen verbindt: DG 1, DG 3, DG 5, DG 7, DG 9, DG 11, HV 1/A2, HV 3, HV 2, DG 14, DG 12, DG 10, DG 8, DG 6, HD F, HD E, HD D, HD C, HD B, HD A, DG 4, DG 2, DG 1;

2. het gebied binnen de lijn welke de volgende markeringen verbindt: HV 7, HV 9, HV 11, HV 13, HV 15, HV 17, HV 19, de westelijke havendam van de Buitenhaven van Middelharnis, HV 16, HV 14, HV 10, HV 8a/DvdH 1, HV 8, HV 6, HV 4, HV 7;

3. het gebied binnen de lijn die het zuidelijke landhoofd van de Haringvlietbrug verbindt met de tonnen HV 57, HV 55, HV 56, VG 13, VG 20 tot aan het noordelijke landhoofd van de Haringvlietbrug.

13. Na onderdeel al wordt een onderdeel am ingevoegd, dat luidt als volgt:

am. de Afgedamde Maas.

B

Artikel 2, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel l wordt in punt 8 ‘km 964.000’ vervangen door: km 962.400

2. Onderdeel r komt te luiden als volgt:

r. het Haringvliet:

1. het gebied binnen de lijn welke de volgende markeringen verbindt: DG 1, DG 3, DG 5, DG 7, DG 9, DG 11, HV 1/A2, HV 3, HV 2, DG 14, DG 12, DG 10, DG 8, DG 6, HD F, HD E, HD D, HD C, HD B, HD A, DG 4, DG 2, DG 1.

2. het gebied binnen de lijn welke de volgende markeringen verbindt: HV 7, HV 9, HV 11, HV 13, HV 15, HV 17, HV 19, de westelijke havendam van de Buitenhaven van Middelharnis, HV 16, HV 14, HV 10, HV 8a/DvdH 1, HV 8, HV 6, HV 4, HV 7.

3. het gebied binnen de lijn die het zuidelijke landhoofd van de Haringvlietbrug verbindt met de tonnen HV 57, HV 55, HV 56, VG 13, VG 20 tot aan het noordelijke landhoofd van de Haringvlietbrug.

C

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, wordt in onderdeel b, ‘km 991.700;’ vervangen door: km 989.000;

2. Aan het eerste lid, wordt onder vervanging van de punt achter onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, dat luidt als volgt:

d. de Noord.

3. Het tweede lid komt te luiden als volgt:

2. Op de Nieuwe Maas van km 989.000 tot km 991.700 en op de Noord is artikel 1, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.

Mededeling

Mogelijkheid tot het indienen van een bezwaarschrift/mogelijkheid tot verzoek om voorlopige voorziening

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, maar gezonden worden aan het Hoofd van de sector Scheepvaart van de Hoofddirectie Juridische Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Postbus 20906, 2500 EX, Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de president van de rechtbank, sector bestuursrecht. Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. de naam en het adres van de verzoeker;

b. de dagtekening;

c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit;

d. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde president een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Toelichting

Door middel van de onderhavige wijziging van de Regeling snelle motorboten 1995 worden een aantal snelvaargebieden verruimd (Pannerdensch Kanaal/de Neder Rijn/ de Lek (met uitzondering van de afgesneden armen en zandgaten), de Boven-Merwede, de Beneden-Merwede, de Nieuwe Merwede, de Dordtsche Kil, de Oude Maas, het Spui, de Noord) en een tweetal waterskigebieden gewijzigd. Opgedane ervaring in de afgelopen jaren gaf hiertoe aanleiding. Over de wijzigingen is uitgebreid overlegd met watersportorganisaties en het Korps Landelijke Politiediensten. De veiligheid en de vlotheid van het scheepvaartverkeer komen niet in het geding.

Het gebied waar ’s nachts met een snelle motorboot sneller mag worden gevaren dan 20 km/u (artikel 3) is ten behoeve van de watertaxi’s en de roeiers uitgebreid (Nieuwe Maas, de Noord). Dit was voor een efficiënte uitvoering van hun werkzaamheden noodzakelijk. Wel is om reden van de veiligheid, op de Nieuwe Maas van km 998.000 tot km 991.700, en op de Noord, dit in tegenstelling tot de overige in artikel 3, eerste lid, van de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 omschreven scheepvaartwegen, artikel 1, tweede lid, van deze regeling van overeenkomstige toepassing, hetgeen inhoudt dat daar, in de in dat lid genoemde gevallen, met een snelle motorboot niet met een grotere snelheid mag worden gevaren dan 20 km/u.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

  • 1

    Stcrt. 1995, 85; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 19 juni 2003 (Stcrt. 122).