De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Overwegende dat als gevolg van de uitbraak van Aviaire Influenza in Nederland
de destructiecapaciteit voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal bij Rendac
Son B.V. onvoldoende is om de dagelijkse productie van dit materiaal terstond
te verwerken;
dat het noodzakelijk is destructiemateriaal tijdelijk op te slaan totdat
voldoende verwerkingscapaciteit beschikbaar is;
dat gelet op deze bijzondere omstandigheid een ontheffing van de plicht,
bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Destructiewet geboden is;
Gelet op artikel 13, eerste lid, in samenhang met artikel 12, tweede lid,
van de Destructiewet;
Besluit:
Ontheffing te verlenen van de plicht, bedoeld in artikel 12, tweede lid,
van de Destructiewet aan:
De besloten vennootschap Rendac Son B.V.
Postbus 9
5690 AA Son
Hierna te noemen: de ontheffinghouder
Bovenstaande onder de volgende voorwaarden:
1. De ontheffing is van toepassing op gespecificeerd hoog-risico-materiaal
dat is ontstaan in het kader van de bestrijding van Aviaire Influenza, voor
zover het betreft eieren, die afkomstig zijn van een bedrijf waar bij de daar
aanwezige voor Aviaire Influenza gevoelige dieren geen klinische verschijnselen
van besmetting met Aviaire Influenza of een besmetting daarmee zijn geconstateerd.
2. De ontheffing is van toepassing indien de ontheffinghouder het onder
1 bedoelde materiaal naar het oordeel van de dienst LASER niet direct kan
verwerken of zich daar anderszins rechtmatig van kan ontdoen.
3. De ontheffinghouder zal materiaal, indien het niet ter directe verwerking
naar een verwerkingsbedrijf kan worden vervoerd, afvoeren naar een door LASER
aangewezen koel- of vrieshuis waar het materiaal totdat het zal worden afgevoerd
ter verwerking, zal worden opgeslagen, zolang als naar het oordeel van LASER
geen verwerkingscapaciteit voor het materiaal beschikbaar is bij ontheffinghouder
of derden.
4. Het opgeslagen materiaal zoals bedoeld onder 3 wordt zo spoedig mogelijk
conform de Destructiewet verwerkt.
5. Het koel- of vrieshuis zoals bedoeld onder 3 dient te beschikken over
een EG-erkenning op grond van artikel 4.16, lid 1c van de Regeling keuring
en handel dierlijke producten, artikel 9, derde lid, van de Regeling uitvoer
vers vlees en vleesbewerkingen 1985 en artikel 9, eerste lid, van het Besluit
productie en handel vers vlees.
6. Transport zoals bedoeld onder 3 vindt plaats rechtstreeks van de locatie
waar het materiaal is ontstaan naar de opslaglocatie, ofwel rechtstreeks van
de locatie waar het materiaal is ontstaan via een locatie waar het materiaal
ter invriezing wordt overgeslagen, naar de opslaglocatie.
7. Transport vindt plaats door middel van afgedekte, lekvrije en verzegelde
recipiënten/containers die zijn gelabeld naar herkomst en datum en waarop
is vermeld `SRM - niet geschikt voor humane of dierlijke consumptie - slechts
bestemd ter vernietiging'.
8. De kritische onderdelen van het transportmiddel - banden banden, wielkasten,
treeplank, onderkant laadklep en lepel van de heftruck (kooiaap) - worden
gereinigd en ontsmet voor vertrek bij de locatie waar het materiaal is ontstaan.
9. Op de overslaglocatie zoals bedoeld onder 6 zijn de eisen zoals verwoord
in de artikelen 2, 3, tweede lid, 5, 7, 9 en 10, eerste lid, van het Destructiebesluit
van overeenkomstige toepassing.
10. Op de opslaglocatie zoals bedoeld onder 3 zijn de eisen zoals verwoord
in de artikelen 2, 3, tweede lid, 5, 7, 9 en 10, eerste lid, van het Destructiebesluit
van overeenkomstige toepassing.
11. Opslag vindt plaats in volledig gesloten recipiënten die zijn
gelabeld naar herkomst en datum en waarop is vermeld `SRM - niet geschikt
voor humane of dierlijke consumptie - slechts bestemd ter vernietiging'.
12. Op de opslaglocatie is voor het opgeslagen materiaal een register
aanwezig als bedoeld in artikel 29 van het Destructiebesluit.
13. Opslag van eieren vindt plaats bij een kerntemperatuur lager dan 0°
C.
14. Opslag van het materiaal dient gescheiden te zijn van opslag van producten
die bestemd of geschikt zijn voor humane consumptie. In het vrieshuis mogen
pas weer producten die bestemd of geschikt zijn voor humane consumptie worden
opgeslagen na schriftelijke toestemming hiertoe van de VWA/Keuringsdienst
van Waren.
15. Deze beschikking geldt onverminderd de overige eisen gesteld bij of
krachtens de Destructiewet en overige relevante geldende nationale en Europese
regelgeving, in het bijzonder de Wet milieubeheer, en artikel 4 van beschikking
97/735/EG.
De beschikking wordt verleend voor onbepaalde tijd. Zij wordt ingetrokken
indien de noodzaak voor de beschikking zoals verwoord in de overwegingen bij
deze beschikking naar het oordeel van Onze Minister eerder ophoudt te bestaan.
De beschikking kan worden ingetrokken indien niet is voldaan aan de gestelde
voorschriften.
Op grond van artikel 20.3, eerste lid, in samenhang met artikel 20.1,
eerste lid, van de Wet milieubeheer treedt een besluit op grond van de Destructiewet
in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn verloopt voor
het indienen van een bezwaarschrift, tenzij wordt besloten tot onmiddellijke
inwerkingtreding op grond van artikel 20.5 Wet milieubeheer.
Gelet op de bijzondere omstandigheden met betrekking tot de capaciteitsproblemen
bij Rendac Son en de noodzaak van het tijdig en veilig verwijderen, verwerken
en vernietigen van gespecificeerd hoog-risico-materiaal met het oog op de
humane en diergezondheid, treedt deze ontheffing in werking met ingang van
vrijdag 28 maart 2003.
Dit besluit wordt bekendgemaakt door publicatie in de Nederlandse Staatscourant.
Een belanghebbende kan binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit
bezwaar maken bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Het
bezwaarschrift wordt gezonden aan het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij, t.a.v. de Afdeling Rechtsbescherming, Postbus 20401, 2500 EK
te Den Haag.