De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische
Vlucht d.d. 19 februari 2003;
Gelet op artikel 16b van de Luchtvaartwet en het terzake vastgestelde
beleid (Nota Beleid Historische Luchtvaart, Kamerstukken II 1997-1998, 25
207, nr. 6);
Gelet op de algemene voorwaarden die worden toegepast met betrekking tot
historische luchtvaartuigen, bij de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid
(artikel 3.13 lid 5 Wet Luchtvaart), bij het verlenen van een ontheffing van
een vervoersvergunning (artikel 16 d Luchtvaartwet), en de op het luchtvaartuig
betrekking hebbende gebruiksbeperkingen (artikel 98 lid 1 sub c Regeling Toezicht
Luchtvaart).
Besluit:
Artikel 1
Aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (organisatie)
wordt, met inachtneming van onderstaande voorwaarden en beperkingen, tot 1
april 2004 vergunning verleend voor het particulier en niet-commercieel vervoer
van personen in het kader van de historische luchtvaart, met het historische
luchtvaartuig voorzien van de kenmerken PH-IIB, PH-MLM, PH-LSK, PH-TBR (Harvards),
PH-GAZ, PH-GAU, PH-KNR, PH-PPW, PH-PSC (Piper Super Cubs), PH-GEN (Piper Cub
J3), PH-GRB, PH-HOI (Fokkers S-11), PH-NGK (Auster), PH-PBB (Stinson Sentinel),
PH-KHV (Beechcraft D18S), PH-DHC (Havilland Beaver) en PH-RLA (Saab Safir).
Artikel 2
Het vervoer met een luchtvaartuig van historische waarde wordt onderscheiden
in 3 categorieën:
categorie 1, particulier vervoer,
categorie 2, niet-commercieel vervoer, en
categorie 3, commercieel vervoer.
Particulier vervoer (categorie 1) is vervoer door een particulier houder.
Niet-commercieel vervoer (categorie 2) is vervoer door een rechtspersoonlijkheid
bezittende organisatie.
Voor zowel categorie 1 als categorie 2 geldt dat het vervoer betreft zonder
bedrijfskarakter of winstoogmerk. Uitsluitend de vervoerskosten kunnen geheel
of gedeeltelijk, direct of indirect, worden doorberekend.
Onder vervoerskosten wordt verstaan: kosten van verzekering, brandstof,
onderhouds- en reparatiekosten alsmede landingsgelden.
Commercieel vervoer (categorie 3) is vervoer anders dan particulier of
niet-commercieel vervoer.
Artikel 3
Bij vervoer als bedoeld in categorie 1 en 2 wordt niet in concurrentie
getreden met het commercieel vervoer binnen de Europese Unie;
Vervoer als bedoeld in categorie 2 betreft uitsluitend het vervoer van
leden of sponsors van de organisatie, met inbegrip van hun genodigden.
Artikel 4
Vervoer van een lid of diens genodigde geschiedt onder de navolgende voorwaarden:
a. het lidmaatschap van de organisatie is tenminste voor een termijn van
één kalenderjaar aangegaan;
b. het vervoer van een lid is eerst drie uur na aanmelding als lid toegestaan;
c. de organisatie is verplicht registratie te voeren van al haar leden,
met vermelding van de datum van ingang en beëindiging van het lidmaatschap;
d. de organisatie is verplicht tot afgifte van een deugdelijk ten naam
gesteld bewijs van lidmaatschap aan al haar leden.
e. tijdens vervoer dragen leden hun bewijs van lidmaatschap bij zich;
desgevraagd tonen zij hun bewijs van lidmaatschap onverwijld aan de in artikel
73 Luchtvaartwet genoemde ambtenaren;
f. de organisatie is verplicht registratie te voeren van de per lid meegenomen
genodigden per kalenderjaar;
g. per lid mag maximaal één genodigde per kalenderjaar worden
meegenomen.
Artikel 5
Vervoer van een sponsor of diens genodigden geschiedt onder de navolgende
voorwaarden:
a. vervoer van een sponsor of diens genodigden is niet toegestaan zonder
een schriftelijke sponsorovereenkomst, welke tenminste één maand
voor de vluchtuitvoering volledig is ondertekend, waarin jaarlijks de hoogte
van het gesponsorde bedrag dan wel de waarde van het gesponsorde goed alsmede
het aantal vlieguren op jaarbasis voor de sponsor is vastgelegd;
b. de sponsor maakt tenminste één week voor de vluchtuitvoering
zijn naam en de naam van diens genodigden schriftelijk aan de organisatie
bekend;
c. de organisatie is verplicht registratie te voeren, waaruit het gestelde
onder sub a en b duidelijk blijkt en toont dit desgevraagd aan de in artikel
73 Luchtvaartwet bedoelde ambtenaren.
Artikel 6
De organisatie stelt elke passagier tenminste één week voor
de vluchtuitvoering schriftelijk in een voor elke passagier begrijpelijke
taal op de hoogte van het feit dat het vervoer met een luchtvaartuig van historische
waarde betreft waaraan oudere luchtwaardigheidseisen worden gesteld; de vergunninghouder
is verplicht tot 1 maand na de betreffende vlucht kopieën van de bedoelde
schriftelijke notificatie te bewaren en onverwijld te kunnen tonen aan de
in artikel 73 Luchtvaartwet genoemde ambtenaren.
Artikel 7
De houder van het luchtvaartuig, die vervoer als bedoeld in categorie
1 en 2 verzorgt, is verplicht ten behoeve van elke vervoersactiviteit verzekerd
te zijn tegen de aansprakelijkheid tegenover de vervoerde passagiers ten belope
van de bij de `Wet houdende voorzieningen inzake luchtvervoer' gestelde limieten
alsmede tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op
het aardoppervlak.
Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in
werking op 1 april 2003.