Ontheffing medegebruik militair luchtvaartterrein
17 maart 2003
nr. B/2003008412
Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische
Zaken
De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van Enschede Airport Twente N.V., in deze optredend
als gemachtigde van Inter Express Airlines, Caglayan Mah. 2004 Sok. No. 24,
Barinaklar, Antalya (Turkije) d.d. 4 maart 2003;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);
Besluiten:
Artikel 1
1. Aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen van Inter Express Airlines,
gevestigd te Turkije , van het type B738 en met registraties TC-IEA en TC-IEB
wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid,
onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire
luchtvaartterrein Twenthe.
2. De in het eerste lid van dit artikel verleende ontheffing geldt voor
maximaal 30 vluchten gedurende de periode van 15 april tot en met 31 december
2003.
Artikel 2
Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:
a. nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met
inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;
b. nadat de vereiste vergunning tot vervoer is verleend;
c. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich houdt aan de door Joint Aviation
Authorities (JAA) gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);
d. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan
zowel de obstakel- als weerminima, zoals die zijn vermeld in:
(1) JAR-OPS;
(2) Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;
(3) Burger A.I.P. Nederland.
e. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan
de door de nationale luchtvaartautoriteit (de verstrekker van het Air Operator
Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima
gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in het vorige lid genoemde A.I.P.'s.
Artikel 3
Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden
betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden,
zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr.
202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr.
CWL 80/028.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 april 2003. De beschikking
vervalt echter met ingang van de datum waarop aan Enschede Airport Twente
B.V. (waaronder medebegrepen haar eventuele rechtsopvolgster onder algemene
titel) als burgerexploitant, onder wiens verantwoordelijkheid burgermedegebruik
op het militaire luchtvaartterrein Twenthe op commerciële basis plaatsvindt,
ten behoeve van de exploitatie van dit burgermedegebruik, ontheffing is verleend
van het gestelde in artikel 33, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet.
's-Gravenhage, 17 maart 2003.
De Staatssecretaris van Defensie,namens deze,
het hoofd van de Stafgroep Juridische Zaken van
de Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
J.P. de Jong.
De Minister
van Verkeer en Waterstaat,voor deze,
de directeur hoofdinspecteur
van de Divisie Luchtvaart,
het hoofd van de Unit Infrastructuur,
D.C.
Esveld.
Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet
bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt,
een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, postbus
20701, 2500 ES 's-Gravenhage.
Toelichting
In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens
de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft
de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft,
de Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft
wordt onder `Onze Minister', de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek
tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen
zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein
wil openstellen. De Minister en Verkeer Waterstaat zal moeten beoordelen of
het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen
voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.
De Minister van Verkeer en Waterstaat en Defensie zijn overeengekomen
gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid
tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen
(BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.
Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.
Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voor zover dit beleid in
het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte
structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart
en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen
zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit,
zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan,
of wordt een soortgelijke ontheffing ziet voor een nieuwe periode afgegeven.
Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van
een militair luchtvaartterrein. Indien en voor zover commerciële vluchten
worden uitgevoerd dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd.
Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH;
Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.