Regeling informatie voor derden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 februari 2003, FO2003/U53097 houdende nadere voorschriften met betrekking tot informatie voor derden (Regeling informatie voor derden)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 71, tweede lid, en 72, tweede lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;

Besluit:

Artikel 1

De functionele indeling, bedoeld in artikel 71 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, wordt door gedeputeerde staten opgesteld overeenkomstig bijlage 1a en door het college overeenkomstig bijlage 1b.

Artikel 2

De verdelingsmatrix, bedoeld in artikel 72 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, wordt door gedeputeerde staten opgesteld overeenkomstig bijlage 2a en door het college overeenkomstig bijlage 2b.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst (en werkt terug tot en met 1 februari 2003), met dien verstande dat de informatie voor derden behorende bij de begroting met ingang van het begrotingsjaar 2004 voldoet aan deze regeling.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatie voor derden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.W. Remkes.

Bijlage 1a als bedoeld in artikel 1 van de Regeling informatie voor derden.

Functionele indeling provincies

1 Algemeen Bestuur

1.0 Provinciale staten

1.1 Gedeputeerde staten

1.2 Kabinetszaken

1.3 Bestuurlijke organisatie

1.4 Financieel toezicht op de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen

1.5 Uitvoering van overige wettelijke regelingen

1.6 Overige zaken betreffende algemeen bestuur

1.7 Overige baten en lasten

2 Openbare orde en veiligheid

2.0 Openbare orde en veiligheid, algemeen

2.1 Openbare orde en veiligheid

2.2 Overige beschermende maatregelen

3 Verkeer en vervoer

3.0 Verkeer en vervoer, algemeen

3.1 Landwegen

3.2 Boot- en veerdiensten

3.3 Waterwegen

3.4 Vervoer

4 Waterhuishouding

4.0 Waterhuishouding, algemeen

4.1 Waterschapsaangelegenheden

4.2 Waterkeringen

4.3 Kwantitatief beheer oppervlaktewater

4.4 Kwantitatief beheer grondwater

4.5 Landaanwinning

5 Milieubeheer

5.0 Milieubeheer, algemeen

5.1 Kwalitatief beheer oppervlaktewater

5.2 Kwalitatief beheer grondwater en bodem

5.3 Bestrijding luchtverontreiniging

5.4 Bestrijding geluidhinder

5.5 Vergunningverlening en handhaving

5.6 Ontgrondingen

6 Recreatie en natuur

6.0 Recreatie en natuur, algemeen

6.1 Recreatie

6.2 Natuur

7 Economische en agrarische zaken

7.0 Algemene economische aangelegenheden

7.1 Bevordering economische activiteiten

7.2 Nutsvoorzieningen

7.3 Agrarische aangelegenheden

8 Welzijn

8.0 Welzijn, algemeen

8.1 Educatie

8.2 Lichamelijke vorming en sport

8.3 Kunst en oudheidkunde

8.4 Sociaal-cultureel werk en ontwikkeling

8.5 Maatschappelijke voorzieningen

8.6 Volksgezondheid

8.7 Ouderenzorg

8.8 Jeugdhulpverlening

9 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

9.0 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, algemeen

9.1 Ruimtelijke ordening

9.2 Volkshuisvesting

9.3 Stedelijke vernieuwing

0 Financiering en algemene dekkingsmiddelen

0.0 Geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar;

0.1 Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar;

0.2 Algemene uitkering provinciefonds;

0.3 Eigen middelen;

0.4 Overige financiële middelen;

0.5 Algemene baten en lasten / onvoorzien;

0.6 Saldo van kostenplaatsen;

0.7 Saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming;

0.8 Mutaties reserves die verband houden met de hoofdfuncties;

0.9 Saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming;

Bijlage 1b als bedoeld in artikel 1 Regeling informatie voor derden.

Functionele indeling gemeenten

0 Algemeen bestuur

001 Bestuursorganen

002 Bestuursondersteuning college van burgemeester en wethouders

003 Burgerzaken

004 Baten secretarieleges burgerzaken

005 Bestuurlijke samenwerking

006 Bestuursondersteuning raad en rekenkamer(functie)

1 Openbare orde en veiligheid

120 Brandweer en rampenbestrijding

140 Openbare orde en veiligheid

2 Verkeer, vervoer en waterstaat

210 Wegen, straten en pleinen

211 Verkeersmaatregelen te land

212 Openbaar vervoer

214 Parkeren

215 Baten parkeerbelasting

220 Zeehavens

221 Binnenhavens en waterwegen

223 Veerdiensten

230 Luchtvaart

240 Waterkering, afwatering en landaanwinning

3 Economische zaken

310 Handel en ambacht

320 Industrie

330 Nutsbedrijven

340 Agrarische productie en ontginning

341 Overige agrarische zaken, jacht en visserij

4 Onderwijs

420 Openbaar basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

421 Openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting

422 Bijzonder basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

423 Bijzonder basisonderwijs, onderwijshuisvesting

430 Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

431 Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs, onderwijshuisvesting

432 Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

433 Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs, onderwijshuisvesting

440 Openbaar voortgezet onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

441 Openbaar voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting

442 Bijzonder voortgezet onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

443 Bijzonder voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting

480 Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs

482 Volwasseneneducatie

5 Cultuur en recreatie

510 Openbaar bibliotheekwerk

511 Vormings- en ontwikkelingswerk

530 Sport

531 Groene sportvelden en terreinen

540 Kunst

541 Oudheidkunde/musea

550 Natuurbescherming

560 Openbaar groen en openluchtrecreatie

580 Overige recreatieve voorzieningen

6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

610 Bijstandsverlening

611 Werkgelegenheid

612 Inkomensvoorzieningen

613 Overige sociale zekerheidsregelingen

614 Gemeentelijk minimabeleid

620 Maatschappelijke begeleiding en advies

621 Vreemdelingen

630 Sociaal-cultureel werk

641 Tehuizen

650 Kinderdagopvang

651 Dagopvang gehandicapten

652 Voorzieningen gehandicapten

7 Volksgezondheid en milieu

711 Ambulancevervoer

712 Verpleeginrichtingen

714 Openbare gezondheidszorg

715 Jeugdgezondheidszorg (uniform deel)

716 Jeugdgezondheidszorg (maatwerk deel)

721 Afvalverwijdering en -verwerking

722 Riolering en waterzuivering

723 Milieubeheer

724 Lijkbezorging

725 Baten reinigingsrechten en afvalstoffenheffing

726 Baten rioolrechten

8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

810 Ruimtelijke ordening

820 Woningexploitatie / woningbouw

821 Stads- en dorpsvernieuwing

822 Overige volkshuisvesting

823 Bouwvergunningen

830 Bouwgrondexploitatie

9 Financiering en algemene dekkingsmiddelen

911 Geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar

913 Overige financiële middelen

914 Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar

921 Algemene uitkeringen

922 Algemene baten en lasten

930 Uitvoering Wet WOZ

931 Baten onroerende-zaakbelasting gebruikers

932 Baten onroerende-zaakbelasting eigenaren

933 Baten roerende woon- en bedrijfsruimten

934 Baten baatbelasting

935 Baten forensenbelasting

936 Baten toeristenbelasting

937 Baten hondenbelasting

938 Baten reclamebelasting

939 Baten precariobelasting

940 Lasten heffingen en invordering gemeentelijke belastingen

941 Lastenverlichting rijk

960 Saldo van kostenplaatsen

970 Saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming

980 Mutaties reserves die verband houden met de hoofdfunctie 0 tot en met 9

990 Saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming

Bijlage 2a als bedoeld in artikel 2 Regeling informatie voor derden.

Verdelingsmatrix provincies.

stcrt-2003-37-p8-SC38674-1.gifstcrt-2003-37-p8-SC38674-2.gif

Bijlage 2b als bedoeld in artikel 2 Regeling informatie voor derden.

Verdelingsmatrix gemeenten.

stcrt-2003-37-p8-SC38674-3.gifstcrt-2003-37-p8-SC38674-4.gif

Toelichting

Algemeen

In het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de functionele indeling leidend voor begroting en rekening. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer het geval. Provinciale staten en de raad bepalen de indeling van de begroting en gedeputeerde staten en het college bepalen de daarvan afgeleide productenraming. De functionele indeling, al is ze niet meer leidend voor de provincies en gemeenten, kan echter niet worden gemist. Hetzelfde geldt voor de categoriale indeling. Diverse derden, met name de toezichthouders, het Rijk, het CBS en de Europese Unie, hebben elk behoefte aan bepaalde, eigen informatie. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is voorgeschreven welke informatie provincies en gemeenten dienen aan te leveren (artikel 71 tot en met 74). Ook is in het besluit opgenomen dat de functionele indeling (artikel 71) en de verdelingsmatrix (artikel 72) bij Ministeriële Regeling worden geregeld. Deze regeling specificeert dus de aan te leveren informatie. In hoofdlijnen komt het er op neer dat de begroting geconverteerd dient te worden naar de functionele indeling en de jaarrekening en de kwartaalcijfers naar de verdelingsmatrix. Hieronder wordt ingegaan op de functionele indeling, de verdelingsmatrix en wordt een totaalbeeld gegeven wat gemeenten wanneer dienen te leveren. Vervolgens wordt ingegaan op toekomstige ontwikkelingen, ondersteuning en de aan de VNG, IPO en Rfv gevraagde adviezen.

De te leveren informatie

Functionele indeling

De functionele indeling bij de begroting is verplicht ten behoeve van de toezichthouders en de evaluatie van het provinciefonds respectievelijk gemeentefonds in de periodieke onderzoeksrapportages.

De functionele indeling is geactualiseerd ten opzichte van het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995. Uitgangspunt bij de actualisatie was de veranderingen zo beperkt mogelijk te houden zodat dit zo min mogelijk werklast geeft. Ook zou een drastische herziening een trendbreuk in de cijferreeksen voor de evaluatie van het provinciefonds respectievelijk gemeentefonds betekenen. De functionele indeling is daarom niet aangepast aan de clusterindeling van de fondsen. Een dergelijke aanpassing zou overigens niet tot grote wijzigingen hebben geleid, omdat de informatie voor de evaluatie van de fondsen een niveau dieper is dan de clusterindeling. Met andere woorden de aanpassing zou betekend hebben dat de hoofdfuncties gelijk zouden worden aan de clusters. De functies zouden anders gegroepeerd worden, maar in wezen niet veranderen.

De veranderingen die nu zijn doorgevoerd hebben ten eerste te maken met maatschappelijke ontwikkelingen. Sommige functies zijn daardoor niet meer relevant, andere, nieuwe, juist wel. Verder zijn in dit verband ook beschrijvingen voor de functies in de toelichtingen aangepast en aangescherpt.

Ten tweede komen de veranderingen juist voort uit de informatiebehoefte van de betrokken derden. In verband met de noodzaak de kwaliteit van de periodieke onderhoudsrapportage van het gemeentefonds door BZK te verbeteren, zijn bijvoorbeeld de functies voor eigen middelen aangepast. Een ander voorbeeld betreft een aparte functie voor de zogenoemde f 100-maatregel (Zalmsnip) die het CBS beter in staat stelt de vereiste statistieken op te stellen.

Verdelingsmatrix

Bij de jaarrekening is, om dezelfde reden als bij de begroting, de informatie over de functionele indeling nodig voor toezicht en het Rijk. Daarnaast heeft de Europese Unie Nederland de verplichting opgelegd om een set van statistische gegevens met betrekking tot jaargegevens voor provincies en gemeenten te verstrekken (zie artikel 72 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Het CBS heeft onder andere als taak aan de informatiebehoefte van de Europese Unie te voldoen. Deze Europese verplichtingen betekenen dat er een aanpassing en uitbreiding van de categorieën nodig is. Deze aanpassingen en uitbreidingen zijn van dergelijke omvang dat er voor gekozen is een verdelingsmatrix verplicht te stellen om de benodigde cijfers te kunnen samenstellen zie ook bijlage 2a en 2b).

De Europese Unie vraagt de gegevens niet alleen op basis van de jaarrekening, maar ook per kwartaal. De verdelingsmatrix is daarom ook voor de kwartaalcijfers verplicht (artikel 74 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten).

Het uitgangspunt bij de verdelingsmatrix is geweest deze zo veel mogelijk te baseren op de gemeentelijke administraties. Het CBS zal vervolgens de gegevens van de verdelingsmatrix converteren naar de vereisten van de Europese Unie.

Uitwerking onderdelen verdelingsmatrix

De verdelingsmatrix bestaat uit de categoriale indeling enerzijds en de functionele indeling, balansmutaties en kostenplaatsen anderzijds. De functionele indeling is dezelfde als bedoeld in artikel 1. De balansposten zijn toegelicht in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De kostenplaatsen behoeven geen nadere toelichting. De categoriale indeling wordt bij de toelichting op artikel 2 uitgebreid toegelicht. De matrix dient ingevuld te worden zover als relevant is. Dit betekent dat delen van de matrix veelal niet ingevuld zijn.

Overzicht te leveren informatie voor derden

Naast deze regeling zijn er ook in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten enkele bepalingen met informatievoorschriften voor derden opgenomen. Provincies en gemeenten dienen aan beide te voldoen. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de te leveren informatie bij begroting, kwartaalgegevens en jaarstukken. Ook is aangegeven of de informatieplicht in het Besluit of in deze Regeling is opgenomen.

Tabel 1 Overzicht te leveren informatie voor derden

begroting Kwartaal- Jaar-

gegevens stukken

Functionele Deze regeling Verdelings- Deze regeling Verdelings- Deze regeling

indeling (artikel 1) matrix (artikel 2) matrix (artikel 2)

Conversie- BBV Stand van BBV Conversie- BBV (artikel

tabel (artikel 71, zaken (artikel 74, tabel 72, eerste lid

producten - eerste lid, betreffende eerste lid, producten - onder a

programma's onder a) activa en onder b en c) programma's

passiva

Conversie- BBV Conversie- BBV (artikel

tabel (artikel 71, tabel 72, eerste lid,

producten - eerste lid, producten - onder b)

functies onder b) functies

Ontwikkelingen

Zoals in de algemene toelichting op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten aangegeven, is het streven dat er op de middellange termijn betere methoden worden ontwikkeld, waarbij, met gebruikmaking van ICT, gegevens (op productniveau) direct vanuit de gemeenten omgezet kunnen worden in de cijfers die het CBS, BZK en het toezicht nodig hebben. Het ontwikkelen van dergelijke methoden is echter complex en zal nog diverse jaren duren, voordat het echt toepasbaar is. Tot die tijd is deze regeling noodzakelijk.

Ondersteuning

Om het genereren van de benodigde informatie voor derden door provincies en gemeenten zo veel mogelijk te ondersteunen is in deze regeling getracht de omschrijvingen van de functies en categorieën en wat er onder valt duidelijker te formuleren. Zowel de functies als categorieën zijn integraal doorgelicht en aangepast aan veranderde regelgeving. Verder ben ik van plan een zoekprogramma op de website van BZK te plaatsen waarmee provincies en gemeenten kunnen nagaan welke baten en lasten onder welke functie of categorie thuishoren.

Adviezen

Over de conceptversie van deze regeling, en enkele wijzigingen van bepalingen van de Gemeentewet en Provinciewet in verband met de nieuwe voorschriften voor begroting en verantwoording provincies en gemeenten, heb ik voorjaar 2002 advies gevraagd aan de VNG, het IPO en de Rfv. Over het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten heb ik afzonderlijk advies gevraagd.

Het IPO kan zich vinden in de Regeling. Het IPO had enkele concrete vragen ter toelichting op enkele functies en verzocht voorts om meer uitleg bij de verdelingsmatrix. De toelichting op de functies is verduidelijkt. Meer uitleg bij onder andere de matrix zal in afzonderlijke circulaires worden gegeven.

De Rvf kan zich eveneens vinden in de regeling, maar heeft bezwaren tegen de accountantsverklaring die bij de verdelingsmatrix werd gevraagd in de conceptstukken. Aangezien de kwaliteitsborging, waar de accountantsverklaring een deel vanuit maakt, wordt geregeld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, is in de toelichting op dit besluit nader ingegaan op dit onderwerp. Ik heb besloten de accountantsverklaring alleen voor de informatie voor derden over het jaar 2004 verplicht te stellen, omdat er dan sprake is van belangrijke administratieve wijzigingen en een extra controle op zijn plaats is. Daarnaast kan de toezichthouder een accountantsverklaring vragen indien er sprake is van belangrijke wijzigingen in de administratie.

De VNG heeft ook aangegeven tegen de accountantsverklaring te zijn. Ook is de VNG tegen de datum van 15 november als uiterste inzendtermijn voor de informatie voor derden die over de begroting geleverd dient te worden en heeft de VNG een opmerking over het ontbreken van de financiële paragraaf bij deze regeling. Op deze opmerkingen is in de nota van toelichting van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten ingegaan.

De datum voor de informatie voor derden is op 15 november bepaald, omdat het rijk deze cijfers gebruikt voor onder andere het Periodiek Onderhoudsrapport gemeentefonds. Met in achtneming van het feit dat de functionele indeling tot en met de begroting van 2003 altijd al op 15 november geleverd diende te zijn en het feit dat belangrijke beleidsbeslissingen in gemeenten vaak al in het voorjaar worden genomen en omdat het toerekenen naar de functionele indeling een technische exercitie is zie ik geen aanleiding de datum van 15 november voor het aanleveren van de functionele indeling naar achter te schuiven.

In de toelichting op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is ingegaan op de financiële gevolgen. Aangegeven is dat er alleen wat betreft het apart genereren van de informatie voor derden sprake kan zijn van extra kosten. Gezien de relatie met dualisering zijn deze kosten, als apart onderwerp, meegenomen bij de monitor van de kosten van de dualisering.

Verder is de VNG tegen de functionele indeling en stelt de VNG in zijn advies dat deze indeling niet meer nodig is. Deze indeling is echter vooralsnog nodig voor het Periodiek Onderhoudsrapport gemeentefonds en provinciefonds. De door de VNG voorgestelde vervanging van functies door producten is nastrevenswaardig. Aan een dergelijke vervanging wordt gewerkt, maar het kost enkele jaren de functies door producten te vervangen, omdat tegelijkertijd wordt gestreefd naar een andere, elektronische, wijze van aanleveren van de benodigde informatie voor derden. Daarnaast heeft de VNG verzocht te zoeken naar andere mogelijkheden dan de verdelingsmatrix voor het voldoen aan de Europese verplichtingen. Ook voor de verdelingsmatrix in zijn geheel geldt dat gezocht wordt naar andere, gemakkelijkere, wijzen van aanleveren van de benodigde gegevens, maar zoals al gezegd kost het tijd om een, meer elektronische, wijze van aanleveren te ontwikkelen.

Tot slot, wijst de VNG op het belang van overleg met gemeenten en software leveranciers en heeft de VNG enkele opmerkingen over de functies zelf. Op diverse wijzen, zoals via pilots, een helpdesk en informatie in circulaires zal worden geprobeerd zoveel mogelijk ondersteuning aan gemeenten en provincies te geven. Dit gebeurt in overleg met diverse partijen. Daarnaast zijn de functies en toelichting aangepast op duidelijkheid. Ook zal er in circulaires een rubriek vragen en antwoorden worden opgenomen over de functionele en categoriale indeling van gemeenten en provincies.

Artikelsgewijs

Artikel 1

De functionele indeling van de provincies is beperkt gewijzigd. Alleen in de 0-functies zijn veranderingen, onder andere vanwege afstemming tussen deze Regeling en de Wet fido. Ook de lay-out en de toelichting zijn slechts in beperkte mate aangepast.

De functionele indeling van de gemeenten is op een aantal punten gewijzigd. Ten opzichte van de functionele indeling in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 is er een aantal functies bij gekomen (zie tabel 2). De nieuwe functies zijn het gevolg van diverse wensen ten aanzien van de informatiebehoeften. Het toevoegen van deze nieuwe functies heeft tot gevolg dat baten en lasten die thans op functies volgens het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 worden verantwoord op grond van deze concept regeling naar een andere functie worden geconverteerd.

Daarnaast is er ten opzichte van het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 ook een aantal functies vervallen (zie tabel 2). In de toelichting op bijlage 1b is aangegeven welke functies zijn vervallen en waar de bedragen volgens deze concept regeling naar geconverteerd dienen te worden.

Tabel 2, wijzigingen functionele indeling gemeenten ten opzichte van het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995

0 Algemeen bestuur

002 Bestuursondersteuning ' wordt: Bestuursondersteuning college van burgemeester en wethouders

004 Baten secretarieleges burgerzaken ' toegevoegd

005 Bestuurlijke samenwerking ' toegevoegd

006 Bestuursondersteuning raad en rekenkamer(functie) ' toegevoegd

1 Openbare orde en veiligheid

110 Politie ' vervallen

140 Overige beschermende maatregelen ' wordt: Openbare orde en veiligheid

2 Verkeer, vervoer en waterstaat

213 Overig vervoer te land ' vervallen

215 Baten parkeerbelasting ' toegevoegd

222 Verkeersmaatregelen te water ' vervallen

224 Overig vervoer te water ' vervallen

3 Economische zaken

Geen wijzigingen

4 Onderwijs

420 Openbaar basisonderwijs ' wordt: Openbaar basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

421 Bijzonder basisonderwijs ' wordt: Openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting

422 Bijzonder basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting ' toegevoegd

423 Bijzonder basisonderwijs, onderwijshuisvesting ' toegevoegd

430 Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs ' wordt: Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

431 Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs ' wordt: Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs, onderwijshuisvesting

432 Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting ' toegevoegd

433 Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs, onderwijshuisvesting ' toegevoegd

440 Openbaar algemeen voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs ' wordt: openbaar voortgezet onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

441 Bijzonder algemeen voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs ' openbaar voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting

442 Bijzonder voortgezet onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting ' toegevoegd

443 Bijzonder voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting ' toegevoegd

450 Openbaar lager en/of middelbaar beroepsonderwijs ' vervallen

451 Bijzonder lager en/of middelbaar beroepsonderwijs ' vervallen

460 Openbare scholengemeenschappen voor meer dan één van voorgaande functies ' vervallen

461 Bijzondere scholengemeenschappen voor meer dan één van voorgaande functies ' vervallen

470 Openbaar hoger onderwijs ' vervallen

471 Bijzonder hoger onderwijs ' vervallen

5 Cultuur en recreatie

531 Groene sportvelden en terreinen ' toegevoegd

560 Maatschappelijke leefbaarheid en openbaar groen ' wordt: Openbaar groen en openluchtrecreatie

6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

614 Gemeentelijk minimabeleid ' toegevoegd

621 Vreemdelingen ' toegevoegd

640 Bejaardenoorden ' vervallen

641 Overige tehuizen ' wordt: Tehuizen

652 Voorzieningen gehandicapten ' toegevoegd

7 Volksgezondheid en milieu

710 Basisgezondheidszorg ' vervallen

713 Overige volksgezondheid ' vervallen

714 Openbare gezondheidszorg ' toegevoegd

715 Jeugdgezondheidszorg (uniform deel) ' toegevoegd

716 Jeugdgezondheidszorg (maatwerk deel) ' toegevoegd

720 Slachthuizen ' vervallen

725 Baten reinigingsrechten en afvalstoffenheffing ' toegevoegd

726 Baten rioolrechten ' toegevoegd

8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

823 Bouwvergunningen ' toegevoegd

9 Financiering en algemene dekkingsmiddelen

910 Reserves en voorzieningen ' vervallen

911 Geldleningen ' wordt: geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar

913 Beleggingen ' wordt: overige financiële middelen

914 Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar ' toegevoegd

920 Belastingen ' vervallen

930 Uitvoering Wet WOZ ' toegevoegd

931 Baten onroerende-zaakbelasting gebruikers ' toegevoegd

932 Baten onroerende-zaakbelasting eigenaren ' toegevoegd

933 Baten roerende-zaakbelasting ' toegevoegd

934 Baten Baatbelasting ' toegevoegd

935 Baten Forensenbelasting ' toegevoegd

936 Baten Toeristenbelasting ' toegevoegd

937 Baten Hondenbelasting ' toegevoegd

938 Baten Reclamebelasting ' toegevoegd

939 Baten Precariobelasting ' toegevoegd

940 Lasten heffing en invordering gemeentelijke belastingen ' toegevoegd

941 Lastenverlichting rijk ' toegevoegd

950 Gemeentelijke eigendommen ' toegevoegd

960 Saldo van de kostenplaatsen ' was 990

970 Saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming ' was 992, welke nu is gesplitst in 970 en 990

980 Mutaties reserves hoofdfunctie 0 t/m 9 ' toegevoegd

990 Saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming ' was 992, welke nu is gesplitst in 970 en 990

Artikel 2

De verdelingsmatrix bevat als onderdelen de afzonderlijke functionele indeling, de categoriale indeling, de balansmutaties en kostenplaatsen. De categoriale indeling wordt in de toelichting op bijlage 2a en 2b afzonderlijk opgenomen en vervolgens toegelicht.

Voordat de categorieën worden besproken dienen er een paar algemene opmerkingen te worden gemaakt.

- In deze toelichting wordt steeds naar lasten- en batencategorieën verwezen door de afkortingen L of B. Daarna volgt de desbetreffende code, bijvoorbeeld L 1.1 (loonbetalingen en sociale premies), B.1.0 (belastingopbrengsten);

- De provinciale respectievelijk gemeentelijke lasten en baten hebben met uitzondering van de administratieve boekingen betrekking op transacties met derden. Onder derden worden in dit verband verstaan privé-personen, verenigingen, stichtingen, vennootschappen en andere overheden op publiekrechtelijke grondslag, met inbegrip van andere gemeenten;

- Uit een oogpunt van goed beleid en beheer is het wenselijk dat de transacties met gesloten beurzen in de begroting en/of de rekening zichtbaar worden gemaakt. De lasten en baten verband houdende met dergelijke transacties worden onder de desbetreffende categorie gebracht. Voorbeelden van zulke transacties zijn onder meer:

- ruiling van andere onroerende goederen (L 2.0.2 en B 2.0.2);

- leveringen van goederen en diensten om niet aan gesubsidieerde instellingen (L 4.0.1 en B 2.2.1, 2.1 of 2.3);

- ontvangen stockdividend of bonusaandeel (L 7.7 en respectievelijk B 3);

- verkrijging van onroerende zaken of effecten ten gevolge van een schenking of legaat (respectievelijk L 2.0.2 en L 7.7 en B 4.1).

De nummering van de categorieën in deze Ministeriële Regeling sluit zoveel mogelijk aan bij de nummering uit het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995.

Toelichting op bijlage 1a Functionele indeling provincies

Hoofdfunctie 1, Algemeen bestuur

Hoofdfunctie 1, Algemeen Bestuur, bestaat uit een drietal clusters:

- Functieoverschrijdende activiteiten (de functies: 1.2 Kabinetszaken, 1.3 Bestuurlijke organisatie, 1.4 Financieel toezicht op gemeenten en gemeenschappelijke regelingen en 1.5 Uitvoering van overige wettelijke regelingen)1;

- Onverdeelde functies (de functies: 1.0 Provinciale staten, 1.1 Gedeputeerde staten en 1.6 Overige zaken betreffende algemeen bestuur)2; en

- Onverdeelde baten en lasten kostenplaatsen (de functie 1.7 Overige baten en lasten)3.

Functie 1.0 Provinciale Staten

Baten en lasten die verband houden met het democratisch functioneren van provinciale staten, inclusief die voor de griffier van de staten, de rekenkamer(functie) en de accountant (begroting, jaarverslag e.d.).

Functie 1.1 Gedeputeerde Staten

Baten en lasten die verband houden met het democratisch functioneren van de gedeputeerde staten inclusief de commissaris van de Koningin, inclusief de productenraming en productenrealisatie e.d.

Functie 1.2 Kabinetszaken

Tot deze functie worden gerekend de werkzaamheden van het kabinet van de commissaris van de Koningin. Als de commissaris optreedt in het belang van de handhaving van de rechtsorde en als orgaan van het Rijk, zoals voor openbare orde en veiligheid, waaronder rampenbestrijding en voorbereiding civiele verdediging, dan behoren de baten en lasten tot hoofdfunctie 2, Openbare orde en veiligheid.

Functie 1.3 Bestuurlijke organisatie

Kernwoorden van deze functie zijn:

- wijziging van de provinciale grenzen;

- toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen betreffende samenwerkingsverbanden op het gebied van algemeen bestuur;

- gemeentelijke herindeling, ook grenswijzigingen tussen gemeenten;

- vernieuwing bestuurlijke organisatie en in relatie daarmee de takenpakketten van de verschillende bestuurslagen;

- nieuwe bestuursvormen.

De baten en lasten van bestuurlijk interprovinciaal overleg betreffende bestuurlijke organisatie behoren niet tot deze functie, maar wel tot functie 1.6 Overige zaken betreffende algemeen bestuur.

Functie 1.4 Financieel toezicht op gemeenten en gemeenschappelijke regelingen

Het financiële toezicht van het provinciaal bestuur op gemeenten en op gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten is gebaseerd op verschillende wetten en voorschriften, zoals:

- Gemeentewet;

- Wet gemeenschappelijke regelingen;

- Financiële-Verhoudingswet;

- Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO);

- Besluit begroting en verantwoording.

De baten en lasten van het niet-financiële toezicht ingevolge de overige wettelijke regelingen op taken van de gemeenten, al dan niet ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling, behoren niet tot deze functie, maar tot de desbetreffende functies.

De baten en lasten van bestuurlijk interprovinciaal overleg betreffende gemeentefinanciën behoren niet tot deze functie, maar wel tot functie 1.6 Overige zaken betreffende algemeen bestuur.

Functie 1.5 Uitvoering van overige wettelijke regelingen

Tot deze functie behoren de baten en lasten passend bij de uitvoering van de overige wettelijke regelingen, die tot het algemeen bestuur worden gerekend. Kernwoorden zijn bijvoorbeeld archiefinspectie en afhandelen klachten, ingediende bezwaren en beroepen.

Functie 1.6 Overige zaken betreffende algemeen bestuur

Tot deze functie behoren:

- Bestuurlijk interprovinciaal overleg;

Baten en lasten van bestuurlijk interprovinciaal overleg en de voorbereiding daarvan in ambtelijke werkgroepen. Van bestuurlijk interprovinciaal overleg is pas sprake als de bestuurders van alle provincies daarbij betrokken zijn.

Baten en lasten van het overig bestuurlijk interprovinciaal overleg en het ambtelijk overleg binnen een provincie over bestuurlijke interprovinciale aangelegenheden dienen op de betreffende functies te worden verantwoord.

- Baten en lasten voor het voormalig personeel (wachtgelden, pensioenvervangende uitkeringen en interprovinciale ziektekostenregeling), maar niet de uitkeringen en pensioenen aan weduwen en wezen van oud-leden van gedeputeerde staten;

Bij voorkeur baten en lasten op de betreffende functie verantwoorden, onder de post `overige baten en lasten'.

- Bevordering automatisering;

- Overige baten en lasten met betrekking tot bestuurlijk interprovinciaal overleg.

Functie 1.7 Overige baten en lasten

De baten en lasten die niet direct op de functies kunnen worden verantwoord, worden onder de naam apparaatskosten, via de kostenplaatsen (indirect), toegerekend aan de functies.

De aan derden in rekening te brengen apparaatskosten worden op deze functie vermeld evenals de direct daaraan te relateren lasten. Bestaat die directe relatie niet, dan worden de baten, via de kostenplaatsen, in mindering gebracht op de aan de diverse functies toegerekende apparaatskosten. In de kostenverdeelstaat wordt de bruto-opbouw van de toe te rekenen apparaatskosten zichtbaar gemaakt.

Voorbeelden van zaken waar de directe relatie tussen baten en lasten ontbreekt, zijn:

- gedeeltelijke verhuur van gebouwen;

- bijdragen van deelnemers in de exploitatielasten van een fitnessruimte;

- opbrengsten van een bedrijfsrestaurant;

- zalenverhuur;

- verkoop drukwerk.

Kosten voor bijvoorbeeld onderhoud van gebouwen waarvoor een voorziening is gevormd komen niet ten laste van over de functies te verdelen apparaatskosten. De vorming van en beschikking over de voorziening zijn immers bedoeld om de jaarlasten te egaliseren. De jaarlijkse toevoeging aan de voorziening komt uiteraard wel ten laste van de apparaatskosten. Door de nettodoorbelasting van de apparaatskosten worden de diverse functies voor het geëgaliseerde tarief belast.

Voldoen werken die aan derden worden geleverd niet aan het karakter van deze functieomschrijving dan behoren deze tot de desbetreffende functie.

In principe worden de apparaatskosten bij de begroting en de realisatie restloos verdeeld. Bezettings-, efficiency- en prijsverschillen kunnen in de begroting achterwege blijven. Toerekening van de apparaatskosten aan de desbetreffende functies op basis van voorcalculatorische tarieven is toegestaan mits de lasten zoveel als mogelijk worden toegerekend en de voorcalculatorische tarieven in de loop van het begrotingsjaar zoveel mogelijk worden aangepast aan het gewijzigde loon- en prijspeil. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de op algemene gronden doorgevoerde wijziging van het aantal toe te rekenen uren. Verschillen die in de loop van het jaar ontstaan op grond van veranderde bezetting kunnen wel op deze functie worden verantwoord. Uiteraard zal dit verschil helder moeten worden toegelicht.

Verder behoren tot deze functie de baten en lasten van interprovinciale activiteiten voorzover declarabel bij andere provincies en voorzover deze niet behoren tot de overige functies.

Hoofdfunctie 2, OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID

Onder hoofdfunctie 2, Openbare orde en veiligheid, vallen taken van zowel gedeputeerde staten als de commissaris van de Koningin.

De taken bestaan in het algemeen uit:

- toezicht ingevolge de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo), de Brandweerwet en de Politiewet. Het financieel toezicht op de ter uitvoering van deze wetten gesloten gemeenschappelijke regelingen wordt echter verantwoord op hoofdfunctie 1 Algemeen bestuur;

- goedkeuring van verordeningen ingevolge de Brandweerwet en de Drank- en horecawet;

- beroepszaken ingevolge de Drank- en horecawet;

- ontheffingsaanvragen ingevolge de Drank- en horecawet.

Activiteiten betreffende de verkeersveiligheid, zoals verkeersonderzoek en -tellingen, worden verantwoord op functie 3.1 Landwegen.

Functie 2.0 Openbare orde en veiligheid, algemeen

Baten en lasten van adviesverzoeken aan de provinciale besturen over openbare orde en veiligheid behoren in het algemeen tot deze functie.

Baten en lasten van specifieke adviesverzoeken worden op de desbetreffende functie verantwoord, zoals:

Drank- en horecawet, de Wet gevaarlijke stoffen, het Reglement gevaarlijke stoffen, de Wet openbare manifestaties, de Wet op de strandvonderij, de Wet wapens en munitie, de Wapenwet, de Jachtwet, de Zondagswet, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (in verband met handhaving orde), de Belemmeringenwet privaatrecht, de gemeentelijke strafverordeningen, politionele zaken en militaire zaken.

Tot deze functie behoren niet lasten op het gebied van de Wet Milieubeheer (functie 5.0) en de Vogelwet 1936 (functie 5.0).

Functie 2.1 Openbare orde en veiligheid

Baten en lasten van civiele verdediging en rampenbestrijding.

Baten en lasten van bedrijfszelfbescherming behoren niet tot deze functie, maar worden als onderdeel van de apparaatskosten over alle functies verdeeld.

Functie 2.2 Overige beschermende maatregelen

Kernwoorden zijn:

- apparaatskosten (uitvoering Brandweerwet);

- brandweer (bijvoorbeeld Stichting / Vereniging Bosbrandbestrijding);

- politie;

- geneeskundige functie;

- reddingswezen;

- overige lasten (bijvoorbeeld dierenbeschermingsorganisaties).

Tot deze functie behoren niet de uitgaven en subsidies van:

- kinderbescherming (functie 8.5);

- reclassering (functie 8.5);

- inzamelingswezen (functie 8.5);

- EHB0 (functie 8.6).

Hoofdfunctie 3, Verkeer en vervoer

Hoofdfunctie 3 bestaat uit de volgende functies:

- 3.0 Verkeer en vervoer, algemeen;

- 3.1 Landwegen;

- 3.2 Boot- en veerdiensten;

- 3.3 Waterwegen;

- 3.4 Vervoer.

Functie 3.0 Verkeer en vervoer, algemeen

Baten en lasten betreffende de overlegorganen verkeersveiligheid en de verkeers- en vervoersplanning, de apparaatskosten, algemeen onderzoek, bijdragen aan derden, vergoedingen voor werkzaamheden, bijdragen van derden en overige baten die betrekking hebben op verkeer en vervoer in het algemeen.

Functie 3.1 Landwegen

Baten en lasten van het beheer en onderhoud van landwegen en verkeersonderzoek.

Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar wegen opengesteld voor verkeer met motorrijtuigen en wegen niet opengesteld voor verkeer met motorrijtuigen.

Kernwoorden bij beheer en onderhoud zijn onder andere:

- bruggen, kruispunten, tunnels, viaducten, parkeerplaatsen, parkeerstroken, bermen, middenbermen, wegsloten, vangrails, drainagewerken, stut- en schoorwerken, fietspaden, trottoirs, vluchtheuvels, dienstwoningen van kantonniers;

- wegmarkering, weg-, straatverlichting, verkeersborden, verkeerslichten, bijdragen voor wegmeubilair, beplantingen, maatregelen ter bestrijding geluidhinder, sneeuwruimen, herstel van schade.

Niet tot deze functie behoren baten en lasten van:

- picknickplaatsen (functie 6.1);

- recreatieve rijwielpaden (functie 6.1).

Functie 3.2 Boot- en veerdiensten

Baten en lasten van de boot- en veerdiensten van de provincies Zeeland en Zuid-Holland, de bijdragen aan derden voor boot- en veerdiensten voorzover die derden niet in aanmerking komen voor een vergoeding uit de Wet herverdeling wegenbeheer.

Functie 3.3 Waterwegen

Baten en de lasten die niet aan de geïntroduceerde vaarwegen zijn toe te rekenen. In de subfuncties kunnen de provincies naar eigen behoeften een onderscheid maken naar de mate van bevaarbaarheid tot 250 ton en van 250 ton of meer.

Niet tot deze functie behoren apparaatskosten inzake Waterschapswet (functie 4.1), Keurenwet (functie 4.1), Ontgrondingenwet (functie 5.6) en de bijdragen aan havenschappen (functie 7.1).

Functie 3.4 Vervoer

Baten en lasten van streekvervoer (trein-, tram-, metro- en autobusdiensten en luchtvaart. Tot de baten behoren ook de opbrengsten (dividend) uit kapitaalverstrekkingen aan een vervoersmaatschappij.

Niet tot deze functie behoren baten en lasten van sportvliegvelden (functie 6.1).

Hoofdfunctie 4, Waterhuishouding

Hoofdfunctie 4 bestaat uit de volgende functies:

- 4.0 Waterhuishouding, algemeen:

- 4.1 Waterschapsaangelegenheden;

- 4.2 Waterkeringen;

- 4.3 Kwantitatief beheer oppervlaktewater;

- 4.4 Kwantitatief beheer grondwater;

- 4.5 Landaanwinning.

Raakvlakken bestaan tussen de functies Waterkeringen, Kwantitatief beheer oppervlaktewater en Kwantitatief beheer grondwater met de functies 3.3 Waterwegen4, 5.1 Kwalitatief beheer oppervlaktewater en 5.2 Kwalitatief beheer grondwater en bodem.

Baten en lasten van het toezicht op de waterschappen en op door de waterschappen onderling gesloten gemeenschappelijke regelingen komen op functie 4.1 Waterschapsaangelegenheden.

Functie 4.0 Waterhuishouding, algemeen

Baten en lasten van de waterhuishouding in het algemeen, met uitzondering van de baten en lasten op grond van de Ontgrondingenwet (functie 5.6).

Functie 4.1 Waterschapsaangelegenheden

De baten en lasten van het toezicht op het waterbeheer behoren, met uitzondering van het toezicht op het kwalitatieve waterbeheer, tot functie 5.1 Kwalitatief beheer oppervlaktewater. Als het toezicht verdergaat dan de wettelijk opgedragen taken, kan de desbetreffende provincie de daarmede samenhangende baten en lasten op de onderscheidene functies van deze hoofdfunctie verantwoorden.

Kernwoorden van deze functie zijn:

- apparaatskosten voortvloeiend uit de Waterschapswet, de Keurenwet, de Belemmeringenwet privaatrecht, provinciale reglementen en verordeningen terzake en de Waterstaatswet 1900;

- structuur en organisatie waterschappen:

- oprichting, opheffing, samenvoeging van waterschappen;

- samenwerking tussen waterschappen;

- toezicht waterschappen:

- algemeen toezicht, waaronder financieel toezicht;

- vaststelling van jaarwedden van waterschapsbestuurders;

- vaststelling van afkoopsommen terzake;

- toezicht op samen te stellen leggers.

Functie 4.2 Waterkeringen

Baten en lasten van de uitvoering van waterkeringswerken, zoals:

- apparaatskosten voortvloeiend uit de Waterstaatswet 1900, provinciale verordeningen en de Deltawet;

- exploitatielasten van zee-, rivier- en boezemwaterkeringen c.a.;

- muskusrattenbestrijding.

Tot deze functie behoren ook de eventuele baten en lasten uit de voormalige Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd.

Functie 4.3 Kwantitatief beheer oppervlaktewater

Baten en lasten van het beheer en onderhoud van oppervlaktewater, zoals:

- apparaatskosten voortvloeiend uit provinciale verordeningen daarover;

- exploitatie installaties c.a. voor kwantitatief beheer en van de daarop betrekking hebbende exploitatie van dienstwoningen;

- heffingen voor boezemwateren en (huur)opbrengsten dienstwoningen;

- pachtopbrengsten.

Functie 4.4 Kwantitatief beheer grondwater

Baten en lasten van het beheer en onderhoud van grondwater.

De baten en lasten van de algemene drinkwatervoorzieningen behoren tot functie 7.2 Nutsvoorzieningen. De algemene baten en lasten en die van het kwalitatieve waterbeheer behoren tot hoofdfunctie 5 Milieubeheer.

Functie 4.5 Landaanwinning

Baten en lasten van de landaanwinning, inclusief de apparaatskosten uit de Wet Droogmakerijen en Indijkingen.

Hoofdfunctie 5, Milieubeheer

Hoofdfunctie 5 bestaat uit de volgende functies:

- 5.0 Milieubeheer, algemeen;

- 5.1 Kwalitatief beheer oppervlaktewater;

- 5.2 Kwalitatief beheer grondwater en bodem;

- 5.3 Bestrijding luchtverontreiniging;

- 5.4 Bestrijding geluidhinder;

- 5.5 Vergunningverlening en handhaving; en

- 5.6 Ontgrondingen.

De baten en lasten van de kwantitatieve waterbeheersing (afwatering) zijn in hoofdfunctie 4 opgenomen en die van coördinatie, veroorzaakt door het optreden van rampen en calamiteiten, in functie 2.0 Openbare orde en veiligheid, algemeen.

Functie 5.0 Milieubeheer, algemeen

Baten en lasten van de sectoroverschrijdende plannings- en coördinatietaken.

Functie 5.1 Kwalitatief beheer oppervlaktewater

Baten en lasten van het kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater, zoals beheer en onderhoud van zuiveringswerken.

De kwantitatieve oppervlaktewaterbeheersing is in functie 4.3 opgenomen.

Functie 5.2 Kwalitatief beheer grondwater en bodem

Baten en lasten van het kwalitatieve beheer van grondwater en bodem zoals onderzoek, vuilafvoer en -verwerking, verwerking industriële en chemische afvalstoffen, overige vormen van afvalverwerking, bodembeschermende maatregelen en bodemsanering.

De bij de provincie blijvende baten en lasten van bodemsanering, waarvan de verontreiniging of aantasting van de bodem betrekking heeft op gronden van de provincie, worden tot die functie gerekend, waar de baten en lasten voor beheer en onderhoud van die gronden tot uitdrukking worden gebracht.

Functie 5.3 Bestrijding luchtverontreiniging

Baten en lasten van de metingen van de luchtverontreiniging, van de aanschaf, controle en onderhoud van meetapparatuur.

Functie 5.4 Bestrijding geluidhinder

Baten en lasten van de sanering geluidhinder zoals de metingen van geluidhinder met behulp van meetwagens, aanschaf / onderhoud en controle meetapparatuur.

Functie 5.5 Vergunningverlening en handhaving

Baten en lasten van vergunningverlening en handhaving, mede in verband met het Nationaal Milieubeleidsplan.

Functie 5.6 Ontgrondingen

Baten en lasten betreffende ontgrondingen (Ontgrondingenwet).

Hoofdfunctie 6, Recreatie en natuur

Hoofdfunctie 6 bestaat uit de volgende functies:

- 6.0 Recreatie en natuur, algemeen;

- 6.1 Recreatie;

- 6.2 Natuur.

Het criterium of bepaalde baten en lasten tot deze hoofdfunctie of tot functie 8.2 Lichamelijke vorming en sport behoren, is het prestatie-element. Is er sprake van een prestatie dan behoren de baten en lasten tot functie 8.2. Bijvoorbeeld: een subsidie voor een wandeltocht waar het uitlopen van de tocht als een sportieve prestatie beloond wordt met een medaille. Denksporten behoren tot functie 6.1 Recreatie.

Als er raakvlakken bestaan tussen recreatie en natuurbescherming of waterwinning - bijvoorbeeld een natuurterrein dat tevens waterwingebied is en opengesteld is voor recreatie - dan dienen de baten en lasten te worden gesplitst naar de verschillende (sub)functies.

Baten en lasten van provinciale statencommissies voor de recreatie dienen te worden opgenomen op hoofdfunctie 1 Algemeen Bestuur.

Functie 6.0 Recreatie en natuur, algemeen

Functie 6.0 bestaat uit meerdere onderwerpen, zoals openbare parken, strandvoorzieningen, jachthavens, vrijetijdsbesteding voor volwassenen enzovoorts. Baten en lasten van adviesverzoeken aan de provinciale besturen over recreatie in het algemeen behoren tot deze functie. Die van specifieke adviesverzoeken behoren tot de desbetreffende functies.

Functie 6.1 Recreatie

Baten en lasten van toeristische rijwiel-, voet- en ruiterpaden.

Baten en lasten tot bevordering van overige recreatieve activiteiten, zoals recreatie voor zieken, bejaarden (sociëteit), nationale feesten, picknickplaatsen en sportvliegvelden. Daarnaast behoort ook het subsidie aan de Nederlandse Kampeerraad tot deze functie.

Niet tot deze functie behoren zwembaden, trimbanen en sportvelden en -terreinen (functie 8.2) en de subsidie aan de V.V.V. (bevordering toerisme, functie 7.0) en evenmin de volgende onderwerpen:

- jeugd- en jongerenwerk, jeugdhuizen (functie 8.4);

- amateuristische kunstbeoefening, creatieve vorming (functie 8.4);

- dorps- en wijkhuizen, militaire tehuizen (functie 8.5).

Functie 6.2 Natuur

Baten en lasten van beheer en onderhoud van natuurterreinen en de beschermende maatregelen van natuur en landschappen.

Niet tot deze functie behoren baten en lasten van de Wet gevaarlijke stoffen (functie 2.0), Reglement gevaarlijke stoffen (functie 2.0) en Stichting/Vereniging Bosbrandbestrijding (hoofdfunctie 2). N.B. baten en lasten voor brandweer, brandweerbond en degelijke worden verantwoord onder functie 2.2 Overige beschermende maatregelen.

Hoofdfunctie 7, Economische en agrarische zaken

Hoofdfunctie 7 bestaat uit de volgende functies:

- 7.0 Algemene economische aangelegenheden;

- 7.1 Bevordering economische activiteiten;

- 7.2 Nutsvoorzieningen;

- 7.3 Agrarische aangelegenheden.

Functie 7.0 Algemene economische aangelegenheden

Baten en lasten voor specifieke onderzoeken op het gebied van economische en agrarische zaken behoren in principe tot de desbetreffende functies. Als een directe relatie met een dergelijke functie ontbreekt, vindt verantwoording plaats op functie 7.0 Algemene economische aangelegenheden. Baten en lasten van bevordering van het toerisme behoren wel tot deze functie.

Niet tot deze functie behoort de subsidie aan de Nederlandse Kampeerraad (functie 6.1). Bevordering van toerisme behoort wel tot deze functie.

Functie 7.1 Bevordering economische activiteiten

Baten en lasten van onder andere Europese structuurfondsen, stimulering werkgelegenheid, regionale ontwikkeling en haven- en industrieschappen.

Niet tot deze functie behoort de bijdrage aan provinciale federatie sociale werkvoorziening (functie 8.5).

Functie 7.2 Nutsvoorzieningen

Baten en lasten (exploitatiebijdragen en deelnemingen) van elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorzieningen en waterwinningsgebieden (indien de provincies deze gebieden beheren ten behoeve van de waterwinning. In het andere geval gaat het om toezicht en bewaking; dat wil zeggen de milieubeheerfunctie), inclusief die voor onrendabele aansluitingen, warmtevoorzieningen (verwarmingsbedrijven) en centrale antennebedrijven. De baten uit deelnemingen komen ook ten gunste van deze functie.

Functie 7.3 Agrarische aangelegenheden

Baten en lasten voor verbetering van de agrarische structuur, land-, tuin- en bosbouw en veeteelt. In dit verband moet ook worden gedacht aan de kosten die samenhangen met de provinciale activiteiten rondom de reconstructie van varkenshouderijen en dergelijke.

Hoofdfunctie 8, Welzijn

Hoofdfunctie 8 bestaat uit de volgende functies:

- 8.0 Welzijn, algemeen;

- 8.1 Educatie;

- 8.2 Lichamelijke vorming en sport;

- 8.3 Kunst en oudheidkunde;

- 8.4 Sociaal-cultureel werk en ontwikkeling;

- 8.5 Maatschappelijke voorzieningen;

- 8.6 Volksgezondheid;

- 8.7 Ouderenzorg;

- 8.8 Jeugdhulpverlening.

Welzijn beslaat een breed, nauwelijks exact en eenduidig af te bakenen terrein.

Tot deze hoofdfunctie behoren de baten en lasten van coördinatie, stimulering en planning van de totstandkoming van voorzieningen en bevordering van de samenwerking tussen de vele welzijnsinstanties (veelal bestaande uit provinciale subsidies). Andere taken van de provincie op dit terrein karakteriseren zich als administratief-juridisch, plannend en toezichthoudend.

Baten en lasten van recreatie behoren in respectievelijk de hoofdfunctie 6 te worden opgenomen.

Functie 8.0 Welzijn algemeen

Deze functie is bedoeld voor baten en lasten die betrekking hebben op meerdere functies binnen hoofdfunctie 8. Bijvoorbeeld de baten en lasten voor de realisering van multifunctionele accommodaties, die vanwege het multidisciplinaire karakter niet over de functies verdeeld kunnen worden.

Functie 8.1 Educatie

De provincie heeft volgens de huidige onderwijswetten hoofdzakelijk administratief-juridische taken. Daarnaast stimuleert zij het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Baten en lasten van adviserende organen en studieorganen behoren ook tot deze functie.

Baten en lasten van vormings- en ontwikkelingscursussen of opleidingen behoren niet tot deze functie, maar tot functie 8.4.

Functie 8.2 Lichamelijke vorming en sport

Baten en lasten van de provinciale sportraad en de subsidies betaald voetbal behoren tot deze functie.

Functie 8.3 Kunst en oudheidkunde

Baten en lasten van het verzamelen, conserveren, systematisch rangschikken en voor eenieder toegankelijk maken van uitingsvormen van cultuur of culturen (in de meest brede zin van het woord) of dood materiaal door de natuur gevormd, waarbij de bewuste objecten in het algemeen niet worden overgedragen (uitgeleend, verhuurd, verkocht) aan het publiek, maar in bezit of bruikleen blijven bij de bedoelde instellingen.

Kernwoorden zijn:

- kunsten:

beeldende kunsten/muziek, zang, opera, operette/toneel en ballet/taal- en letterkunde/harmonie en fanfare;

- monumenten:

adviserende organen/instandhouding monumenten, subsidies en bijdragen voor de instandhouding;

- musea en oudheidkunde:

provinciaal museum/musea/historische archieven/archeologie/geschiedenis en heemkunde;

- overig cultuur en oudheidkunde (algemeen):

adviserende organen/accessoires voor kunstuitvoeringen/culturele manifestaties.

Functie 8.4 Sociaal-cultureel werk en ontwikkeling

Kernwoorden zijn:

- Bibliotheek: hiertoe behoren niet de kosten van de eigen bibliotheek (onderdeel van de apparaatskosten);

- Samenlevingsopbouw (samenwerkingsorganen, welzijnsstichtingen, voorlichting woon- en leefmilieu);

- Jeugd- en jongerenwerk (adviserende organen, jeugdadvieswerk, jeugdfestivals en overige vorming en ontwikkeling);

- Overig bibliotheekwerk, waaronder bevordering, spreiding en coördinatie;

- Amateuristische kunstbeoefening, creatieve vorming.

Functie 8.5 Maatschappelijke voorzieningen

Kernwoorden zijn:

- maatschappelijke dienstverlening:

- gemeenschappelijk instituut voor sociale dienstverlening;

- bureaus voor levens- en gezinsvragen;

- kinderdagverblijven, kindercentra, peuterspeelzalen;

- maatschappelijke advies- en inlichtingenbureaus, instellingen werkzaam voor ongehuwde moeders, thuislozen, woonwagenbewoners, buitenlandse arbeiders, mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap, kinderbescherming, reclassering, inzamelingswezen, dorps- en wijkhuizen, militaire tehuizen;

- minderheden:

- juridische hulpverlening en telefonische hulpdiensten;

- sociale werkvoorzieningen:

- ondersteuning minderheidsgroepen;

- anti-discriminatie;

- sociale werkplaatsen;

- federatie voor sociale werkvoorzieningen.

Functie 8.6 Volksgezondheid

Kernwoorden zijn:

- adviserende organen:

- provinciale raad voor de volksgezondheid;

- sociaal-medische aangelegenheden:

- kruisverenigingen;

- samenwerkingsorganen;

- wijkgezondheidscentra, wijkgebouwen;

- wijkverpleging;

- consultatiebureaus voor zuigelingen, kleuters;

- revalidatie;

- voor- en nazorg;

- onderzoek naar en bestrijding, verlichting en preventie van ziekten, alcoholisme, druggebruik en EHBO;

- patiëntenorganisaties;

- ziekenhuizen en andere inrichtingen:

- provinciale ziekenhuizen, klinieken, sanatoria;

- psychiatrische inrichtingen;

- overige lasten:

- ongediertebestrijding met uitzondering van muskusrattenbestrijding (functie 4.2).

Functie 8.7 Ouderenzorg

Baten en lasten activiteiten ouderenbeleid.

Functie 8.8 Jeugdhulpverlening

Baten en lasten van jeugdhulpverlening zoals onderzoek, adviserende organen, pleegzorg, residentiële hulpverlening, semi-residentiële hulpverlening, ambulante jeugdhulpverlening, vernieuwingsprojecten.

Hoofdfunctie 9, Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Hoofdfunctie 9 bestaat uit de volgende functies:

- 9.0 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, algemeen;

- 9.1 Ruimtelijke ordening;

- 9.2 Volkshuisvesting;

- 9.3 Stedelijke vernieuwing.

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn nauw verbonden. Andere met ruimtelijke ordening samenhangende zaken, zoals verkeer en vervoer en recreatie, behoren respectievelijk tot de hoofdfuncties 3 en 6.

Binnen de ruimtelijke ordening speelt de provincie een centrale rol. Enerzijds geeft zij de hoofdlijnen van het planologisch beleid aan in streekplannen, anderzijds heeft zij het toezicht op het planologisch beleid van de gemeenten. Dit toezicht bestaat niet alleen uit het goedkeuringsrecht van bestemmingsplannen maar bevat tevens de aanwijzingsbevoegdheid. Met de goedkeuring van bestemmingsplannen heeft de provincie invloed op de plaats waar woningen gebouwd worden. Andere taken van de provincie op het terrein van de volkshuisvesting zijn toezicht, advisering en beslissen op geschillen.

Functie 9.0 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, algemeen

Tot deze functie behoren de baten en lasten, die zowel op ruimtelijke ordening als op volkshuisvesting betrekking hebben.

Functie 9.1 Ruimtelijke ordening

Kernwoorden zijn:

a. Onderzoek:

- opstellen algemene plannen, demografische en ruimtelijke modellen;

- onderzoek kleine kernen, groeikernen, urbanisatie, suburbanisatie;

b. adviserende organen:

- provinciale raad van advies voor de ruimtelijke ordening;

c. streekplannen:

- op- en bijstellen van plannen;

- streekplancommissie, inspraak;

- uitwerkingsplannen die niet functioneel zijn toe te rekenen, zoals dorpenplan, plan militaire terreinen. De plannen van recreatie (functie 6.1), afvalwaterverwerking (functie 5.1) en waterwinningsgebieden (functie 7.2) behoren niet tot deze functie;

d gemeentelijke plannen:

- toetsing (inter)gemeentelijke structuur-, bestemmings-, reconstructie- en saneringsplannen;

- exploitatieverordening;

- schadevergoedingen ingevolge artikel 50 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Functie 9.2 Volkshuisvesting

Kernwoorden zijn:

a. onderzoek:

- woningmarktonderzoek;

- woningbouwprogrammering;

b. welstandstoezicht:

- provinciale schoonheidscommissie;

- stichting welstandstoezicht;

c. overige lasten en baten:

- organisatie van de overloop uit de randstad;

- subsidie provinciale vrouwenadviescommissie voor de woningbouw;

toekomstgericht bouwen: ondersteuning projecten voor flexibel en toekomstgericht bouwen.

Functie 9.3 Stedelijke vernieuwing

Baten en de lasten van:

a. adviserende organen:

- provinciale stedelijke vernieuwingscommissie;

b. budget stedelijke vernieuwing:

- uitkering van het Rijk;

bijdragen ineens aan gemeenten;

- toevoeging aan en beschikking over budget voor stedelijke vernieuwing;

c. stimulering en ondersteuning eigen beleid van de provincie met betrekking tot stedelijke vernieuwing;

Hoofdfunctie 0, Financiering en algemene dekkingsmiddelen

Hoofdfunctie 10 bestaat uit de volgende functies:

- 0.0 Geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar;

- 0.1 Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar;

- 0.2 Algemene uitkering provinciefonds;

- 0.3 Eigen middelen;

- 0.4 Overige financiële middelen;

- 0.5 Algemene baten en lasten / onvoorzien;

- 0.6 Saldo van kostenplaatsen;

- 0.7 Saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming;

- 0.8 Mutaties reserves die verband houden met de hoofdfuncties;

- 0.9 Saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming;

Functie 0.0 Geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar

Tot deze functie behoren met name die activiteiten die verband houden met de treasuryfunctie. Het betreft dan met name de baten gerelateerd aan de uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar die verband houden met de kortlopende financiering van de begroting.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- ontvangen rente uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar;

- kosten derivaten waarvan de onderliggende schuldtitel een looptijd heeft korter dan één jaar.

Functie 0.1 Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar

Tot deze functie behoren met name die activiteiten die verband houden de treasuryfunctie, c.q. met de baten gerelateerd aan de activiteiten verbonden aan de uitzettingen met een looptijd vanaf één jaar. De betaalde rente van langlopende leningen bij derden wordt niet onder deze functie geboekt, maar worden aan de desbetreffende functies toegerekend via de omslagrente.

Tot deze functie behoren ook de baten die verband houden met de bespaarde rente door interne financiering via de reserves en voorzieningen, ook - uit pragmatische overwegingen - indien de reserves en voorzieningen gebruikt worden voor financiering korter dan een jaar.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- ontvangen rente van uitzettingen met een looptijd van of langer dan één jaar;

- (dis)agio leningen met een looptijd langer van of langer dan één jaar;

- baten bespaarde rente (interne financiering);

- kosten van bewaargeving;

- kosten derivaten met onderliggende schuldtitels met een looptijd van of langer dan één jaar.

Leningen/garanties met een looptijd langer dan één jaar uit hoofde van de publieke functie aan derden zoals woningbouwcorporaties of sportinstellingen hebben geen relatie met deze functie. De baten en lasten die daaraan verbonden zijn, worden geboekt onder de desbetreffende functie waar die publieke taak onder valt. Dit geldt ook voor - uit hoofde van de publieke taak - aandelen, daaraan verbonden dividenden en baten en lasten voor het aanhouden van die aandelen in bijvoorbeeld nutsbedrijven en de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze vallen respectievelijk onder de functie Nutsvoorzieningen (functie 7.2) en onder de functie 10.5, daar hiervoor geen geschikte functie is.

Functie 0.2 Algemene uitkering provinciefonds

Onder deze functie wordt de algemene uitkering uit het provinciefonds verstaan, dus inclusief de daartoe behorende integratie-uitkeringen.

Uitkeringen die niet tot de bovengenoemde behoren, zoals de specifieke uitkeringen, worden geboekt op de desbetreffende functies. Dergelijke uitkeringen die op meer dan één functie betrekking hebben, worden uitgesplitst naar de desbetreffende functies.

Bijdragen aan en beschikkingen over reserves en voorzieningen behoren ook niet tot functie 0.2. De mutaties van de reserves worden op functie 0.8 geboekt. De mutaties in voorzieningen worden op de functie geboekt waarop de voorziening is / wordt getroffen.

Functie 0.3 Eigen middelen

Onder deze functie vallen de baten en lasten die met name verband houden met artikel 222, 222c en 223 van de Provinciewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- motorrijtuigenbelasting;

- precario;

- rechten, waaronder leges;

- invordering, bezwaar en beroep.

Functie 0.4 Overige financiële middelen

Tot deze functie behoren de baten en lasten die niet onder een andere functie ondergebracht kunnen worden en / of toegerekend kunnen worden.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- aandelen en daaraan verbonden dividenden;

- opbrengsten provinciale eigendommen, bijvoorbeeld niet voor de openbare dienst;

- schenkingen en legaten.

Functie 0.5 Algemene baten en lasten / onvoorzien

Kernbegrippen bij deze functie zijn onder meer:

- stelpost voor de geraamde bedragen voor de in het begrotingsjaar te verwachten loon- en prijsstijgingen voorzover deze niet functioneel zijn toegerekend;

- een geraamd bedrag ter dekking van niet voorziene uitgaven in het begrotingsjaar. Het gaat hier onder meer om het bedrag dat door de gemeenten wordt geraamd ter dekking van incidentele, niet voorziene, lasten;

- geraamde baten en lasten voortvloeiende uit beleidsveranderingen. Hieronder worden onder meer gerekend de stelposten nieuw beleid, intensivering bestaand beleid, ombuigingen dan wel nog te nemen bezuinigingsmaatregelen;

- overige baten en lasten waaronder verbeurd verklaarde waarborgsommen en gewetensgelden en opbrengsten.

Budgettair voordelige effecten van structurele aard, verband houdende met het verwachte achterblijven van de feitelijke lasten bij de in de begroting beschikbaar gestelde bedragen (de zogenaamde onderuitputting) worden zoveel mogelijk, niet als inkomsten op functie 922, maar als lager geraamde uitgaven, functioneel verwerkt en toegelicht.

De onder de kernbegrippen genoemde geraamde algemene uitgaven en inkomsten worden in de jaarrekening functioneel verantwoord.

Functie 0.6 Saldo van kostenplaatsen

Tot deze functie behoren de eventuele saldi van kostenplaatsen. Bij gebruik van voorcalculatorische tarieven kunnen namelijk aan het eind van het begrotingsjaar overschotten en tekorten blijken.

Functie 0.7 Saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming

Tot deze functie behoort het saldo van de rekening van baten en lasten. Dit is het saldo van de baten en de lasten op alle overige functies (het saldo van de functies binnen de hoofdfunctie 0 tot en met 9.

In geval van een tekort wordt bij de begroting op functie 0.7 en / of 0.8 uitsluitend het tekort gepresenteerd in dekking waarvan de gemeente in de begroting niet op enigerlei wijze heeft voorzien.

Functie 0.8 Mutaties reserves die verband houden met de hoofdfuncties

Op deze functie worden alle onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves geboekt die verband houden met alle hoofdfuncties 1 tot en met 0.6.

Functie 0.9 Saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming

Tot deze functie behoort het saldo van de rekening van baten en lasten nadat het saldo van baten en lasten van functie 0.7 is gemuteerd op basis van de mutaties uit hoofde van functie 0.8.

Het saldo op deze functie dient via een aparte balanspost zichtbaar te zijn (zie artikel 42 van het Besluit begroting en verantwoording).

Toelichting op bijlage 1b Functionele indeling gemeenten

Hoofdfunctie 0, Algemeen bestuur

Functie 001, Bestuursorganen

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- raad en raadscommissies (vacatiegelden, vergoedingen, verzekeringen, excursies e.d.);

- college van burgemeester en wethouders (loonkosten, reis- en verblijfkosten, ambtswoning, huistelefoon e.d.);

- functionele en territoriale commissies (commissies ex artikel 96 Gemeentewet).

Kosten voor personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, algemene zaken en huisvesting (piofah) worden niet aan deze functie toegerekend. Het gaat hier om de feitelijke kosten voor het democratisch functioneren.

Functie 002, Bestuursondersteuning college van burgemeester en wethouders

Tot deze functie behoren met name de baten en lasten van het ambtelijk apparaat, dat het college van burgemeester en wethouders bij de uitoefening van hun algemeen bestuurlijke taken direct ter zijde staat.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- gemeentesecretaris;

- wijziging gemeentegrenzen;

- ondersteunende activiteiten (secretariaat, voorlichting, e.d.);

- representatie (ontvangsten, aanbieden van geschenken e.d.);

- opstellen (uitvoeren) productenramingen en productenrealisatie.

Functie 003, Burgerzaken

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- burgerlijke stand;

- bevolkingsregister;

- afgifte en verlening van rijbewijzen, paspoorten en andere reisdocumenten;

- verkiezingen;

- referenda;

- huisnummering;

- straatnaamgeving kadastrale informatie.

Functie 004, Baten secretarieleges burgerzaken

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- leges paspoorten;

- leges vergunningen;

- leges verklaringen goed gedrag.

Functie 005, Bestuurlijke samenwerking

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- kaderwetgebieden;

- onderzoek bestuursorganisatie;

- internationale samenwerking.

Functie 006, Bestuursondersteuning raad en rekenkamer(functie)

Tot deze functie behoren met name de feitelijke baten en lasten van het ambtelijk apparaat, dat de gemeenteraadsleden bij de uitoefening van hun algemeen bestuurlijke taken direct ter zijde staat.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- raadsgriffier;

- ambtelijke (fractie) ondersteuning;

- ondersteunende activiteiten ( uitbesteding onderzoek, voorlichting e.d.);

- kosten accountant;

- college/directeur rekenkamer;

- externe leden rekenkamerfunctie;

- opstellen (uitvoeren) programbegroting en jaarverslag.

Hoofdfunctie 1, Openbare orde en veiligheid

Vervallen: functie 110, Politie

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 140, Openbare orde en veiligheid.

Functie 120, Brandweer en rampenbestrijding

Tot deze functie behoren de baten en lasten die samenhangen met de reguliere uitoefening van de taken van de brandweer en de baten en lasten verband houdende met het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- gemeentelijke brandweer;

- regionale brandweer (intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en dergelijke);

- voorlichting publiek, brandkranen en brandputten, bosbrandweervereniging;

- rampenbestrijding;

- rampenplan (verbinding, alarmering, verplaatsing bevolking en distributie);

- handhaving brandveiligheid.

Functie 140, Openbare orde en veiligheid

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- politie;

- stadswachten;

- criminaliteitspreventie;

- explosieven (ruiming of opsporing);

- reddingwezen;

- MKZ en BSE;

- dierenbescherming;

- rijtijdenbesluit en Toezicht vervoer gevaarlijke stoffen;

- wet wapen en munitie;

- bureau Halt;

- gevonden voorwerpen, strandvonderij;

- veiligheid op het ijs;

- toezicht op collecten;

- doodsschouw.

Hoofdfunctie 2, Verkeer, vervoer en waterstaat

Functie 210, Wegen, straten en pleinen

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op de aanleg en onderhoud van wegen, straten en pleinen.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- wegen, straten en pleinen (bruggen, duikers, spoorwegovergangen, voorzieningen openbaar vervoer en dergelijke);

- openbare verlichting, straatreiniging, sneeuwruimen, gladheidbestrijding;

- bloembakken (voorzover ten behoeve van verkeersregulering), openbare tijdaanwijzing, openbare telefoons, carillons, wachtgelegenheden voor openbaar vervoer zoals abri's, standplaatsen voor taxi's en bodediensten;

- wegenleggers, wegenschouw;

- inkomensoverdrachten aan waterschappen (inzake beheer en onderhoud wegen).

Functie 211, Verkeersmaatregelen te land

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- verkeersplannen, verkeerscirculatieplan;

- verkeersregelingen (verkeerslichten, verkeerszuilen, verkeersborden, wegwijzers, plaatsnaamborden en dergelijke);

- verkeersmaatregelen (o.a. verkeersvoorlichting, verkeersonderricht en -examens buiten scholen, verkeersonderzoek in verband met werken die tot de functies 210 of 211 behoren, burgerverkeersbrigade, schoolbrigade, verwijdering autowrakken en andere verkeersobstakels, propaganda veilig verkeer, lidmaatschap ANWB).

Functie 212, Openbaar vervoer

Tot deze functie behoren de baten en lasten van metro-, tram- en busondernemingen, alsook de baten en lasten van taxivervoer voor zover behorende tot deze functie.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- bus, tram en metro;

- spoorwegaansluitingen in haven- en industriegebieden;

- taxivervoer.

Vervallen: functie 213, Overig vervoer te land

Deze functie is in de huidige conceptregeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 212, Openbaar vervoer.

Functie 214, Parkeren

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op parkeervoorzieningen, exclusief de opbrengst van de parkeerbelasting (zie hiervoor functie 215).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- open en besloten parkeervoorzieningen;

- parkeerpolitie;

- parkeermeters.

Functie 215, Baten parkeerbelasting

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met de artikelen 225, 234 en 235 van de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- heffing ter regulering van het parkeren;

- belastingen ter zake van het `feitelijke parkeren' en verleende parkeervergunningen;

- wielklem en wegsleepregeling.

Functie 220, Zeehavens

Tot deze functie behoren de baten en lasten met betrekking tot zeehavens.

Tot de zeehavens worden uitsluitend gerekend de havens van Amsterdam, Bergen op Zoom, Delfzijl, Dordrecht, Eemshaven, Harlingen, Den Helder, Maassluis, Rotterdam, Scheveningen, Schiedam, Terneuzen, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen en Zaanstad.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- vaarwegen;

- bebakening;

- loodsdiensten;

- weerkundige diensten;

- radarinstallaties, radardiensten;

- ijsbestrijding.

Tot deze functie behoren niet:

- de straten en wegen in het havengebied (zie hiervoor functie 210);

- veerponten (zie hiervoor functie 223);

- havenloodsen, pakhuizen, entrepots (zie hiervoor functie 310).

Functie 221, Binnenhavens en waterwegen

Tot deze functie behoren de baten en lasten betreffende de binnenhavens en waterwegen, met uitzondering van binnenhavens die hoofdzakelijk het karakter hebben van jachthavens (zie hiervoor functie 560).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- vaarwegen (rivieren, vaarten en kanalen);

- bebakening;

- loodsdiensten;

- weerkundige diensten;

- radarinstallaties, radardiensten;

- ijsbestrijding;

- exploitatiebijdragen aan kanaalmaatschappijen;

- inkomensoverdrachten aan instellingen in het belang van de scheepvaart.

Tot deze functie behoren niet:

- de straten en wegen in het havengebied (zie hiervoor functie 210);

- veerponten (zie hiervoor functie 223);

- havenloodsen, pakhuizen, entrepots (zie hiervoor functie 310);

- onderwijs aan schipperskinderen (zie hiervoor functies 430 en 431);

- lectuurvoorzieningen voor schipperskinderen (zie hiervoor functie 510);

- maatschappelijk werk voor binnenschippers (zie hiervoor functie 620).

Vervallen: functie 222, Verkeersmaatregelen te water

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 220 (voor zover betrekking hebbende op Zeehavens) of op functie 221 (voor zover betrekking hebbende op Binnenhavens en waterwegen).

Functie 223, Veerdiensten

Tot deze functie behoren de gemeentelijke veerdiensten en de verleende subsidies aan particuliere overzetveren, evenals de ontvangen vergoedingen voor het verlenen van concessies.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- veerdiensten;

- overzetveren;

- vergoedingen voor verlenen van concessies.

Vervallen: functie 224, Overig vervoer te water

Deze functie is in deze regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 220 (voor zover betrekking hebbende op Zeehavens) of op functie 221 (voor zover betrekking hebbende op Binnenhavens en waterwegen).

Functie 230, Luchtvaart

Tot deze functie worden gerekend de baten en lasten die verband houden met de luchtvaart, voorzover het niet een vliegveld betreft dat uitsluitend bestemd is voor sportvliegen (zie hiervoor functie 560).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- luchtvaartterreinen;

- subsidies aan instellingen werkzaam in het belang van de luchtvaart.

Functie 240, Waterkering, afwatering en landaanwinning

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- waterkering (zeedijken, waterkerende werken, dijkwachten en dergelijke);

- afwatering (watergemalen, waterlozingen, afwateringssluizen en dergelijke);

- landaanwinning (landaanwinningwerken/inkomensoverdrachten aan verenigingen voor landaanwinning).

Hoofdfunctie 3, Economische zaken

Functie 310, Handel en ambacht

Tot deze functie behoren de baten en lasten met betrekking tot straatmarkten, accommodaties voor handel en ambacht, financiële instellingen en overige aangelegenheden ter zake van handel en ambacht.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- straatmarkten (markten op straten en pleinen, inclusief marktmeester en verhuur van kramen);

- veilingen, veemarkthallen, visafslag, eiermijn;

- bedrijfspanden voor handel en ambacht zoals: kiosken, winkelpanden, hotels en andere horecabedrijven, havenloodsen, pakhuizen, entrepots, grossiercentrum;

- multifunctionele accommodaties die voornamelijk voor handel en ambacht bedoeld zijn (zie voor de tegenhanger van deze functie ook functie 580), congresgebouwen;

- koopmansbeurzen, jaarbeurzen, middenstandsbeurzen, winkelweken en dergelijke;

- ijken van maten en gewichten, openbare weeginrichting, normalisatie;

- subsidies aan economisch-technologische instituten;

- subsidies aan de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel;

- steun aan bedrijven;

- financiële instellingen (borgstellingfondsen voor de middenstand, spaarbanken, hypotheekbanken, volkskredietbank).

Functie 320, Industrie

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op industrieterreinen en -gebouwen, industriële activiteiten en overige industriële aangelegenheden.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- industrieterreinen en -gebouwen;

- winning van zand en grind door de gemeente;

- concessieverlening voor zand- en grindwinning;

- industriebanken;

- deelnemingen in industriële bedrijven en bouwondernemingen.

Functie 330, Nutsbedrijven

Tot deze functie behoren de baten en lasten, dan wel de deelnemingen, met betrekking tot nutsbedrijven.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- elektriciteitsvoorziening;

- gasvoorziening;

- drinkwatervoorziening, inclusief onrendabele aansluitingen;

- warmtevoorzieningen, verwarmingsbedrijven;

- centrale antennebedrijven.

Functie 340, Agrarische productie en ontginning

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op gemeentelijke agrarische bedrijven of op de door gemeente gesubsidieerde agrarische bedrijven.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- gemeentelijk landbouwbedrijf;

- gemeentelijk tuinbouwcentrum;

- gemeentelijk bosbedrijf;

- proeftuinen, (pluimvee)proefbedrijven;

- bijenteelt;

- gemeentelijke ontginningswerken.

Functie 341, Overige agrarische zaken, jacht en visserij

Tot deze functie behoren de baten en lasten met betrekking tot jacht, visserij en agrarische zaken die niet onder functie 340 zijn genoemd.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- borgstellingfondsen voor de tuinbouw;

- bestrijding van plantenziekten, insecten en schadelijke vogels;

- land- en tuinbouwvoorlichting;

- veterinair toezicht;

- slachthuizen en destructiebedrijven;

- tentoonstellingen en andere manifestaties op het gebied van landbouw, tuinbouw, veeteelt en visserij;

- landarbeiderwet;

- financiering vissersvloot;

- verbetering van de visstand.

Tot deze functie behoren niet de jachtrechten die de gemeenten ontvangen voor jachtactiviteiten op gemeentelijk terrein; deze worden geboekt op de functie als die waarop de desbetreffende gemeentegronden zijn geadministreerd. Dit geldt ook voor de ontvangen visrechten in gemeentelijke wateren: deze worden geboekt op de functie waartoe het desbetreffende viswater behoort.

Hoofdfunctie 4, Onderwijs

Anders dan bij de overige hoofdfuncties zal niet meteen worden overgegaan tot het weergeven van de functies.

Onderstaand zijn een aantal kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen, die betrekking hebben op meerdere onderwijsfuncties, opgenomen. Bij de diverse functies van het onderwijs dienen deze kernwoorden als nadere omschrijving te worden gehanteerd.

Eerst zullen echter kort de verschillende soorten onderwijs, die in de onderwijsfuncties worden onderscheiden, worden toegelicht.

Basisonderwijs:

Binnen het basisonderwijs wordt tussen de functies een onderscheid gemaakt tussen het openbaar basisonderwijs en het bijzonder basisonderwijs. Onder openbaar onderwijs wordt ook op afstand gezet openbaar onderwijs verstaan.

Indien er sprake is van een gemengde school voor openbaar basisonderwijs en bijzonder onderwijs, de zogenoemde samenwerkingsscholen, dan dient toerekening van de desbetreffende kosten aan de functies voor het openbaar basisonderwijs respectievelijk het bijzonder basisonderwijs plaats te vinden. Indien dit niet mogelijk is, dan dient verantwoording plaats te vinden op de functie waarop het grootste gedeelte van het basisonderwijs betrekking heeft.

Speciaal (voortgezet) onderwijs:

Tot het speciaal onderwijs behoort het onderwijs op grond van de Wet op de Expertisecentra, het speciaal basisonderwijs op grond van de Wet op het primair onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Kernwoorden bij deze vorm van onderwijs zijn:

- dove en slechthorende kinderen;

- kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;

- visueel gehandicapte kinderen;

- lichamelijk gehandicapte kinderen;

- langdurig zieke kinderen;

- zeer moeilijk lerende kinderen;

- kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten;

- meervoudig gehandicapte kinderen;

- zeer moeilijk opvoedbare kinderen.

Voortgezet onderwijs:

Tot het voortgezet onderwijs behoren de volgende vormen van onderwijs (artikel 5 Wet op het voortgezet onderwijs):

- voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;

- hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;

- voorbereidend beroepsonderwijs;

- praktijkonderwijs;

- andere vormen van voortgezet onderwijs.

Indien er sprake is van een gemengde school voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, dan dient toerekening van de desbetreffende kosten aan de functies voor basisonderwijs respectievelijk voortgezet onderwijs plaats te vinden. Indien er sprake is van speciaal voortgezet onderwijs, dan dienen de baten en lasten verantwoord te worden op de functies 430 t/m 433. Is er sprake van een gemengde school voor (speciaal) voortgezet onderwijs, dan dienen de baten en lasten of naar rato te worden verdeeld, of indien dit niet mogelijk is, verantwoord te worden op de functie waarop het grootste gedeelte van het onderwijs betrekking heeft.

Volwasseneneducatie:

Tot de volwasseneneducatie behoren die onderwijsvormen die worden aangeboden aan diegenen die het volgen van onderwijs niet als hoofdtaak hebben.

Kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Onderstaand zijn per groep voorzieningen die betrekking hebben op meerdere onderwijsfuncties een aantal kernwoorden opgenomen. Deze kernwoorden dienen als verduidelijking van datgene er onder deze voorzieningen wordt verstaan.

1) Kernwoorden bij de personele voorzieningen (van zowel onderwijzend als ondersteunend personeel) bij de diverse onderwijsfuncties zijn:

- salarissen, sociale lasten;

- verplaatsingskosten;

- geneeskundig onderzoek;

- controle;

- bijscholing;

- sollicitanten;

- voormalig personeel.

2) Kernwoorden bij de groepsafhankelijke voorzieningen bij de diverse onderwijsfuncties zijn:

- onderhoud: regulier gebouwenonderhoud, tuinonderhoud en schoonmaakonderhoud;

- energie, verwarming, waterverbruik;

- publiekrechtelijke heffingen (zuiveringslasten, waterschapslasten, rioolrecht, reinigingsrecht);

- financiële gelijkstelling tussen openbare en bijzondere scholen (overschrijdingsregeling);

- exploitatie.

3) Kernwoorden bij de leerlingafhankelijke voorzieningen bij de diverse onderwijsfuncties zijn:

- middelen: medezeggenschap, ouderbijdrage in het kader van medezeggenschap, WA-verzekering, culturele vorming, overige uitgaven, dienstreizen, onderwijsleerpakket (onderhoud, vervanging en vernieuwing) en meubilair (onderhoud, vervanging en aanpassing);

- administratie, beheer en bestuur: administratie, onderhoudsbeheer (voorzover betrekking hebbend op het onderhoud vallend binnen de kaders van deze functie), beheer en bestuur.

4) Kernwoorden bij de voorzieningen ten behoeve van het gymnastiekonderwijs zijn:

- A-lokalen; gebouwafhankelijke voorzieningen, overige voorzieningen;

- C-lokalen: medegebruiksituatie, integrale vergoedingen.

5) Kernwoorden bij de overige voorzieningen bij de diverse onderwijsfuncties zijn:

- oudercommissies;

- ouderraden;

- schoolraden;

- godsdienst- en vormingsonderwijs;

- spraakonderwijs;

- onderwijs in allochtone levende talen (OALT);

- bijzondere leermiddelen;

- schoolmelkvoorziening;

- schoolzwemmen (alleen bij speciaal onderwijs);

- verkeersonderwijs;

- leerlingenvervoer.

6) Omschrijving van de baten en lasten betreffende de onderwijshuisvesting bij de diverse onderwijsfuncties:

- lasten voortvloeiende uit investeringen voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit:

- 1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, alsmede eerste aanschaf van onderwijsleerpakketten en meubilair;

- 2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en

- 3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs (specifiek voor speciaal onderwijs: een bad voor watergewenning of bewegingstherapie).

- voorzieningen, bestaande uit:

- 1°. aanpassingen, met uitzondering van het aanbrengen van een invalidentoilet en het toegankelijk maken van het gebouw voor gehandicapten; en

- 2°. vervanging binnenkozijnen en binnendeuren inclusief hang- en sluitwerk, algehele vervanging radiatoren, convectoren en leidingen voor de centrale verwarming, alsmede onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw, met uitzondering van het buitenschilderwerk.

- herstel van constructiefouten aan het gebouw, evenals herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakketten en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden;

- exploitatielasten voortvloeiend uit de economische eigendom van de schoolgebouwen en dergelijke, zoals opstalverzekering, brandverzekering en onroerende zaakbelasting.

Functie 420, Openbaar basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- personele voorzieningen;

- groepsafhankelijke voorzieningen;

- leerlingafhankelijke voorzieningen;

- gymnastiekonderwijs;

- overige voorzieningen.

Zie hiervoor de punten 1 t/m 5 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 421, Openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- onderwijshuisvesting.

Zie hiervoor punt 6 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 422, Bijzonder basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- personele voorzieningen;

- groepsafhankelijke voorzieningen;

- leerlingafhankelijke voorzieningen;

- gymnastiekonderwijs;

- overige voorzieningen.

Zie hiervoor de punten 1 t/m 5 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 423, Bijzonder basisonderwijs, onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- onderwijshuisvesting.

Zie hiervoor punt 6 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 430, Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- personele voorzieningen;

- groepsafhankelijke voorzieningen;

- leerlingafhankelijke voorzieningen;

- gymnastiekonderwijs;

- overige voorzieningen.

Zie hiervoor de punten 1 t/m 5 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 431, Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs, onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- onderwijshuisvesting.

Zie hiervoor punt 6 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 432, Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- personele voorzieningen;

- groepsafhankelijke voorzieningen;

- leerlingafhankelijke voorzieningen;

- gymnastiekonderwijs;

- overige voorzieningen.

Zie hiervoor de punten 1 t/m 5 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 433, Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs, onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- onderwijshuisvesting.

Zie hiervoor punt 6 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 440, Openbaar voortgezet onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- personele voorzieningen;

- groepsafhankelijke voorzieningen;

- leerlingafhankelijke voorzieningen;

- gymnastiekonderwijs;

- overige voorzieningen.

Zie hiervoor de punten 1 t/m 5 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 441, Openbaar voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- onderwijshuisvesting.

Zie hiervoor punt 6 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 442, Bijzonder voortgezet onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- personele voorzieningen;

- groepsafhankelijke voorzieningen;

- leerlingafhankelijke voorzieningen;

- gymnastiekonderwijs;

- overige voorzieningen.

Zie hiervoor de punten 1 t/m 5 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Functie 443, Bijzonder voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting

Kernwoorden hierbij zijn:

- onderwijshuisvesting.

Zie hiervoor punt 6 bij de toelichting kernwoorden/omschrijving per groep voorzieningen.

Vervallen, functies 450 tot en met 461

De functies 450 tot en met 461 zijn in deze regeling komen te vervallen. Het gaat hier om de functies 450 (openbaar lager of middelbaar beroepsonderwijs), 451 (bijzonder lager of middelbaar beroepsonderwijs), 460 (openbare scholengemeenschappen voor meer dan één van voorgaande functies) en 461 (bijzondere scholengemeenschappen voor meer dan één van voorgaande functies). De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op de functies 440 t/m 443 voorzover deze betrekking hebben op het voortgezet onderwijs. Betreft het basisonderwijs dan dienen de baten en lasten verantwoord te worden op de functies 420 t/m 423. In de overige gevallen dienen de baten en lasten verantwoord te worden op functie 480 Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs.

Vervallen, functie 470, Openbaar hoger onderwijs

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 480 Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs.

Vervallen, functie 471, Bijzonder hoger onderwijs

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 480 Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs.

Functie 480, Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs

Kernwoorden bij deze functies zijn:

- accommodaties niet behorend tot één der voorgaande functies: leegstaande lokalen van wisselscholen, leegstand van gymnastieklokalen, C-lokalen die uitsluitend voor meer dan één onderwijsfunctie in gebruik zijn;

- onderwijsbegeleiding: schooladviesdiensten, schoolbegeleiding, pedologische instituten;

- adviesbureaus voor school- en beroepskeuze;

- onderwijsinspecties, gemeentelijk schooltoezicht;

- uitvoering leerplichtwet;

- schoolmuseum;

- schooltuinen;

- schoolbiologenwerk;

- tentoonstellingen;

- internaten voor leerlingen;

- onderwijs aan zieke leerlingen;

- gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid;

- voor- en vroegschoolse educatie;

- studiefondsen- en beurzen;

- centraal orgaan gemeentelijk voorgezet onderwijs;

- voorlichting;

- vervoerskosten, voorzover niet toerekenbaar aan specifieke functies.

Functie 482, Volwasseneneducatie

Deze functie bevat de baten en lasten die betrekking hebben op vormen van onderwijs bestemd voor personen die het volgen van onderwijs niet als hoofdactiviteit hebben.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- educatie en alfabetiseringsonderwijs;

- wet educatie beroepsonderwijs;

- deeltijd voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;

- deeltijd voorbereidend beroepsonderwijs en beroepsbegeleidend onderwijs (leerlingwezen);

- vormingsonderwijs aan vormingsinstituten; (jeugdigen en jong volwassenen).

De huur van lokalen voor volwasseneneducatie in gebouwen die formeel bestemd zijn voor het regulier primair of voortgezet onderwijs worden als lasten geboekt op functie 482 en als baten bij de desbetreffende onderwijshuisvestingsfuncties primair of voortgezet onderwijs.

Hoofdfunctie 5, Cultuur en recreatie

Functie 510, Openbaar bibliotheekwerk

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- openbare bibliotheken: bibliotheken, leeszalen, braillebibliotheek, diatheek, discotheek, filmotheek, fonotheek, artotheek, lectuurvoorziening aan binnenschippers;

- overig bibliotheekwerk, waaronder overkoepelende organen.

Functie 511, Vormings- en ontwikkelingswerk

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- kunstzinnige vorming: creatieve en culturele vorming, waaronder muziekscholen en dansonderwijs,

- mits geen beroepsopleiding;

- overig vormings- en ontwikkelingswerk, zoals gesprekscentra, emancipatie,

- bewustwordingsprojecten derde wereld;

- dodenherdenking.

Functie 530, Sport

De baten en lasten van sportvelden- en terreinen bij scholen behoren niet tot deze functie. Deze dienen onder de betreffende onderwijsfunctie geboekt te worden, tenzij dit bedrag gesplitst moet worden, maar dit niet kan. In dat geval worden de baten en laste onder 480 geboekt. Dit geldt ook voor de baten en lasten van groene sportvelden, niet bij scholen (zie hiervoor functie 531).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- sportbeoefening en sportbevordering;

- sportverenigingen (waaronder beroepsvoetbal, paardensport, motorsport, luchtsport, denksport, kracht- en vechtsport, hengelsport, zaalsporten, precisiesporten, ijsverenigingen, sportmanifestaties, schoolsportdagen, medische sportkeuring);

- accommodaties voor sportbeoefening, waaronder:

- overdekte en onoverdekte zweminrichtingen, instructiebaden;

- sporthallen en sportlokalen;

- sportvelden- en terreinen (uitgezonderd die bij scholen (zie de desbetreffende onderwijsfuncties) en uitgezonderd de (overige) groene sportvelden- en terreinen (zie functie 531);

- ijsbanen, crossbanen, renbanen, wielerbanen;

- overige gebouwen.

- opstal;

- overkoepelende organen, supportersverenigingen, breedtesport;

- recreatieve sportbeoefening.

Indien er sprake is van een combinatie van sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen, dienen de lasten en baten zoveel mogelijk te worden toegerekend aan de desbetreffende functies (zie hiervoor 530 en 560). Indien de uitsplitsing niet mogelijk is dient het overwegende doel van de betreffende voorziening als uitgangspunt te worden gehanteerd.

Functie 531, Groene sportvelden en terreinen

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- groene sportvelden en terreinen.

De baten en lasten van groene sportvelden- en terreinen bij scholen behoren niet tot deze functie (zie de desbetreffende onderwijsfuncties).

Functie 540, Kunst

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- kunstbeoefening en kunstbevordering;

- beroepsgezelschappen;

- podiumkunsten (muziek, zang, opera, toneel, ballet en dans);

- filmkunst (exclusief films voor speciale doeleinden);

- beeldende kunsten;

- scheppende kunsten (onder andere taal- en letterkunde);

- geldprijzen en toelagen voor kunstenaars;

- tentoonstellingen en cursussen op het gebied van de kunst;

- cultuuruitingen;

- schouwburgen, concertgebouwen, toneel- en concertzalen, openluchttheaters, openluchtpodia (muziektenten), culturele centra (voorzover in gebruik voor kunstbeoefening);

- overkoepelende organen op het gebied van de kunstbeoefening (voorzover geen commissie ex artikel 87 van de Gemeentewet).

Functie 541, Oudheidkunde / musea

Onder deze functie vallen gemeentelijke baten en lasten verband houdend met het verzamelen, conserveren, systematisch rangschikken en voor eenieder toegankelijk maken van uitingsvormen van cultuur of culturen (in de meest brede zin van het woord) of dood materiaal door de natuur gevormd, waarbij de bewuste objecten in het algemeen niet worden overgedragen (uitgeleend, verhuurd, verkocht) aan het publiek, maar in bezit of bruikleen blijven bij de bedoelde instellingen.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- musea, verzamelingen, expositieruimten;

- historische gebouwen, beschermde stads- en dorpsgezichten, molens, carillons, kerkorgels, luidklokken, stadsbeiaardier;

- archiefbewaarplaatsen, archeologie, geschiedenis, heemkunde, folklore, genealogie, heraldiek, oudheidkundige kringen en verenigingen.

Functie 550, Natuurbescherming

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op natuur- en landschapsbescherming.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- natuurreservaten;

- bossen;

- landschapsbescherming;

- boomplantdagen;

- natuurwachten;

- keuring van particuliere tuinen.

Indien deze voorzieningen een duidelijk recreatief doel dienen, dan worden de hiermee samenhangende baten en lasten verantwoord op functie 560, Openbaar groen en openluchtrecreatie.

Zijn deze voorzieningen uit milieuoverwegingen aangelegd, dan worden de hiermee samenhangende baten en lasten verantwoord op functie 723, Milieubeheer.

Functie 560, Openbaar groen en openluchtrecreatie

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op openbaar groen en openluchtrecreatie, uitgezonderd de groene sportvelden- en terreinen (zie hiervoor functie 531).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- openbaar groen, plantsoenen, parken, graslanden zonder bestemming, uitgezonderd de groene sportvelden- en terreinen, gemeentekwekerij, gemeentekas, gemeentetuin;

- openluchtrecreatie, gemeentelijke recreatievoorzieningen, hertenkampen, kinderboerderijen, jachthavens, vliegvelden uitsluitend bestemd voor sportvliegen, visvijvers, kampeerterreinen, dierentuinen, plantentuinen, volkstuinen, toeristische fietspaden, recreatiestranden, vrijetijdsbesteding in de openlucht;

- bevordering toerisme, volksfeesten (Oranjefeesten, eeuwfeesten, bevrijdingsfeesten, kermis, carnavalsviering), feestverlichting (anders dan bijvoorbeeld voor winkelweken).

Functie 580, Overige recreatieve voorzieningen

Tot deze functie behoren niet voorzieningen die betrekking hebben op het jeugd- en jongerenwerk, dan wel het sociaal-cultureel werk in buurten, wijken en dergelijke (zie functie 630).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- speeltuinen, speelplaatsen, trapveldjes, speelwerktuigen;

- plaatselijke en regionale radio- en televisie-uitzendingen, pers, omroeporganisaties, culturele evenementen, kerkgenootschappen, devotiekapellen, retraitehuizen;

- hobbyclubs, gezelligheidsverenigingen (zoals postduivenverenigingen, huisvlijtclubs, kookclubs, computerhobbyclubs, modelbouwclubs, vereniging van zendamateurs, volkstuinderverenigingen);

- multifunctionele accommodaties en congresgebouwen (voorzover het zwaartepunt ligt bij cultuur en recreatie, zie voor de tegenhanger functie 310).

Hoofdfunctie 6, Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Functie 610, Bijstandsverlening

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op bijstandsverlening volgens de Algemene bijstandswet (Abw).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- Algemene Bijstandswet (Abw);

- college voor de verlening van bijstand;

- commissie van advies voor uitvoering van de rijksgroepsregelingen;

- geneeskundige en andere adviezen in verband met de bijstandsverlening;

- rijksgroepsregeling werkloze werknemers;

- bijstandsbesluit zelfstandigen.

Functie 611, Werkgelegenheid

Tot deze functie behoren werkgelegenheidsbevorderende voorzieningen en maatregelen, zoals de sociale werkvoorziening, werkgelegenheidsinitiatieven en werkgelegenheidsprojecten.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- sociale werkvoorziening (industriële werkverbanden, cultuur- en civieltechnische werkverbanden, administratieve werkverbanden);

- werkgelegenheidsinitiatieven ten behoeve van bepaalde doelgroepen;

- werkgelegenheidsprojecten: Wet Inschakeling Werkzoekenden, Fonds Werk en inkomen (werkdeel), ID-banen, Inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie;

- overige werkgelegenheidsbevorderende maatregelen.

Functie 612, Inkomensvoorzieningen vanuit het Rijk

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- inkomensvoorziening werkloze werknemers: uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

- inkomensvoorzieningen gewezen zelfstandigen: uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

- inkomensvoorzieningen kunstenaars: uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorzieningen kunstenaars (Wik).

Functie 613, Overige sociale zekerheidsregelingen vanuit het Rijk

Tot deze functie behoren de overige sociale zekerheidsregelingen, die niet onder de functies 610 en 612 zijn genoemd. Het gaat hier voornamelijk om eenmalige uitkeringen krachtens sociale zekerheidsregelingen, zoals de wetten eenmalige uitkeringen echte minima en de rijksbijdrage daarin.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- sociale zekerheidsregelingen;

- eenmalige uitkeringen echte minima.

Functie 614, Gemeentelijk minimabeleid

Tot deze functie behoren de baten en lasten in verband met de bijzondere bijstand en met het gemeentelijk minimabeleid, de kwijtscheldingen lokale belastingen en dergelijke.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- bijzondere bijstand;

- kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen;

- kwijtscheldingen reinigingsrechten, afvalstoffenheffing en rioolrechten;

- korting op musea, sportclubs, bibliotheek e.d. in het kader van het minimabeleid .

Tot deze functie behoren niet:

- de voor minima bedoelde eenmalige uitkeringen vanuit sociale zekerheidsregelingen (zie functie 613);

- de baten en lasten die betrekking hebben op de Wet voorzieningen gehandicapten (zie functie 652).

Functie 620, Maatschappelijke begeleiding en advies

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- het algemeen maatschappelijk werk;

- het maatschappelijk werk gericht op specifieke groepen, zoals bejaarden, geestelijk en lichamelijk gehandicapten, etnische minderheden, buitenlandse werknemers, oorlogsslachtoffers, ongehuwde moeders, zeelieden, binnenschippers, woonwagenbewoners, thuislozen;

- gezinsverzorging;

- maatschappelijke opvang: blijf-van-mijn-lijf-huizen, crisisinterventie, vrouwenopvang, innovatieve tieneropvangprojecten;

- maatschappelijk advies en informatie: bureaus voor levens- en gezinsmoeilijkheden, bureaus voor rechtshulp, budgetvoorlichting instellingen op het gebied van maatschappelijk advies en informatie;

- overkoepelende organen op het gebied van maatschappelijke begeleiding en advies, indicatiecommissies.

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten die betrekking hebben op de Wet voorzieningen gehandicapten (zie functie 652).

Functie 621, Vreemdelingen

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- integratie van etnische minderheden;

- vreemdelingenwet;

- wet Inburgering Nieuwkomers (voorzover geen betrekking hebbend op educatie);

- inburgering oudkomers;

- VVTV en ROA (voorzover nog van toepassing).

Functie 630, Sociaal-cultureel werk

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- het sociaal-cultureel werk;

- het buurt- en clubhuiswerk;

- samenlevingsopbouwwerk;

- exploitatie van gemeenschapshuizen, dorpshuizen, wijkcentra, jeugdgebouwen e.d.;

- jeugd- en jongerenwerk;

- scoutingverenigingen;

- studentenverenigingen.

Vervallen: functie 640, Bejaardenoorden

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 641, Tehuizen.

Functie 641, Tehuizen

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op de volgende vormen van huisvesting voor specifieke doelgroepen:

- tehuizen voor lichamelijk en / of zintuiglijk gehandicapten (geen medische behandeling);

- tehuizen, anders dan voor gehandicapten;

- sociale kindertehuizen;

- internaten;

- tehuizen voor daklozen;

- militaire tehuizen;

- zeemanshuizen;

- bejaardenoorden.

Functie 650, Kinderdagopvang

Kernwoorden hierbij zijn:

- kinderdagverblijven;

- peuterspeelzalen;

- buitenschoolse opvang (waaronder de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders).

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten voor de kinderopvang voor het eigen gemeentelijk personeel.

Functie 651, Dagopvang gehandicapten

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- dagverblijven verstandelijk gehandicapten;

- dagverblijven lichamelijk gehandicapten.

Functie 652, Voorzieningen gehandicapten

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op de uitvoering van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).

Kernwoorden:

- collectief vervoer;

- aanpassingen aan de woning;

- individuele vervoersvoorzieningen;

- sociaal vervoer awbz voorzieningen.

Hoofdfunctie 7, Volksgezondheid en milieu

Vervallen: functie 710, Basisgezondheidszorg

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op de functies 714 t/m 716.

Functie 711, Ambulancevervoer

Kernwoorden hierbij zijn:

- exploitatie van de gemeentelijke ambulancedienst/ziekenvervoer;

- bijdragen aan derden voor deze voorziening.

Functie 712, Verpleeginrichtingen

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op:

- ziekenhuizen (exploitatiebijdragen);

- psychiatrische ziekenhuizen;

- sanatoria;

- kraaminrichtingen;

- erkende verpleegtehuizen;

- revalidatiecentra;

- inrichtingen voor zwakzinnigen;

- verpleegafdeling van openlucht- en buitenscholen.

Tot deze functie worden niet gerekend de betalingen aan ziekenhuizen voor het beschikbaar houden van verpleegruimte ten behoeve van de isolering wegens epidemische en besmettelijke ziekten (zie functie 714).

Vervallen: functie 713, Overige volksgezondheid

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op de functies 714 t/m 716.

Functie 714, Openbare gezondheidszorg

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op de openbare gezondheidszorg volgens de Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv), exclusief het binnen de Wcpv onderscheiden onderdeel Jeugdgezondheidszorg (zie functies 715 en 716)

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- epidemiologie;

- bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen;

- preventieprogramma's;

- medisch-milieukundige zorg;

- technische hygiënezorg;

- openbare geestelijke gezondheidszorg;

- infectieziektebestrijding;

- gemeentelijke gezondheidsdiensten.

Functie 715, Jeugdgezondheidszorg, uniform deel

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op het uniform deel van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, zoals onderscheiden binnen de Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv) en het Besluit jeugdgezondheidszorg.

Kernbegrippen (productgroepen en producten van het basistakenpakket uniform deel JGZ) bij deze functie zijn:

- monitoring en signalering ontwikkeling gezondheid jeugdigen;

- plannen en organiseren zorgbehoefte;

- screeningen en vaccinaties;

- voorlichting, advies, instructie en begeleiding.

Functie 716, Jeugdgezondheidszorg, maatwerkdeel

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op het maatwerkdeel van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, zoals onderscheiden binnen de Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv) en het Besluit jeugdgezondheidszorg.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- plannen en organiseren zorgbehoefte;

- voorlichting, advies, instructie en begeleiding;

- zorgmaatregelen voor jeugdigen, gezinnen, school en buurt.

Vervallen: functie 720, Slachthuizen

Deze functie is in deze concept regeling vervallen. De baten en lasten kunnen thans verantwoord worden op functie 341 Overige agrarische zaken, jacht en visserij

Functie 721, Afvalverwijdering en verwerking

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op afvalverwijdering- en verwerking, exclusief de baten vanuit de reinigingsrechten en de afvalstoffenheffing (zie functie 725).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- vuilophaal en afvoer;

- reinigingsdienst;

- vuilverwerking;

- compostbedrijf;

- vuilverbranding;

- gecontroleerd storten;

- recycling chemische stoffen;

- scheidingsinstallaties.

Functie 722, Riolering en waterzuivering

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op de riolering en waterzuivering, exclusief de baten vanuit de rioolrechten.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- riolen en rioolgemalen;

- afvalwaterleidingen;

- bestrijding verontreiniging oppervlaktewateren;

- rioolwaterzuivering;

- bestrijding oppervlaktewaterverontreiniging.

Functie 723, Milieubeheer

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- de bescherming en de sanering van de kwaliteit van de bodem en de atmosfeer;

- de beheersing van geluidshinder;

- bescherming tegen straling en dergelijke;

- verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven;

- ongediertebestrijding.

Functie 724, Lijkbezorging

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- begraafplaatsen;

- begrafenisrechten;

- crematoria;

- rouwkamers;

- de zorg voor graven van gesneuvelde militairen;

- vergoedingen aan kerkgenootschappen wegens het gemis van het recht om in een kerk begraven te worden;

- legaten voor het onderhoud van graven;

- grafrechten.

Functie 725, Baten reinigingsrechten en afvalstoffenheffing

Tot deze functie behoren de baten vanuit de reinigingsrechten en de afvalstoffenheffing die respectievelijk verband houden met artikel 229 van de Gemeentewet en artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Kernwoorden bij deze functie wat betreft de reinigingsrechten zijn:

- heffing op grond van feitelijk gebruik dan wel genot;

- maximale kostendekkendheid;

- individueel bewezen diensten;

- kostenverhaal (publiek of privaatrechtelijk).

Kernwoorden voor deze functie wat betreft afvalstoffenheffing zijn:

- verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval;

- voor heffing geen vereiste van feitelijk gebruik.

Indien de zogenoemde f 100-maatregel (Zalmsnip) (mede) via de reinigingsrechten of de afvalstoffenheffing wordt verrekend, dan dienen de baten desondanks bruto geboekt te worden. Dat wil zeggen dat de f 100-maatregel niet in mindering wordt gebracht op de baten reinigingsrechten/afvalstoffenheffing. De lasten in verband met de f 100-maatregel worden onder functie 941 gebracht (en niet aan de lastenkant onder functie 721 wordt geboekt). De verrekeningen van de lasten van de kwijtscheldingen van de reinigingsrechten of de afvalstoffenheffing worden eveneens niet onder deze functie geboekt, maar onder functie 614.

Functie 726, Baten rioolrechten

Tot deze functie behoren de baten vanuit de rioolrechten.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- artikel 229, eerste lid, onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

- heffing ter zake van het gebruik en/of het genot van - een aansluiting op - de gemeentelijke riolering.

Indien de zogenoemde f 100-maatregel (Zalmsnip) (mede) via de rioolrechten wordt verrekend, dan dienen de baten desondanks bruto geboekt te worden. Dat wil zeggen dat de f 100-maatregel niet in mindering wordt gebracht op de baten rioolrechten. De lasten in verband met de f 100-maatregel worden onder functie 941 gebracht. De verrekeningen van de lasten van de kwijtscheldingen van de rioolrechten worden eveneens niet onder deze functie geboekt, maar onder functie 614.

Hoofdfunctie 8, Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Functie 810, Ruimtelijke ordening

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op structuur- en bestemmingsplannen, voor zover niet behorend tot de bouwgrondexploitatie (zie functie 830).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- structuurplannen;

- bestemmingsplannen.

Functie 820, Woningexploitatie / woningbouw

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten die betrekking hebben op woningverbetering in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg, zie functie 652).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- woningexploitatie;

- studentenflats;

- woningbouw;

- woningverbetering, niet in het kader van de Wvg;

- besluit geldelijke steun volkshuisvesting.

Functie 821, Stads- en dorpsvernieuwing

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten die betrekking hebben op vernieuwingsactiviteiten in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg, zie functie 652).

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- stads- en dorpsvernieuwing;

- wet Stedelijke vernieuwing;

- opstellen van plannen, algemene voorbereiding en bijdragen in bouwgrondexploitatie van stads- en dorpsvernieuwingcomplexen.

Functie 822, Overige volkshuisvesting

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- bouw-, woning- en welstandstoezicht;

- gemeentelijke diensten voor bouw-, woning- en welstandstoezicht (schoonheidscommissies);

- uitvoering van de Woningwet;

- brandpreventie van woningen;

- verdeling van woonruimte;

- woningvordering;

- doorstroming;

- uitvoering Huisvestingswet;

- woningruilcentrale;

- woonschepen en woonhavens;

- woonwagens en woonwagencentra;

- woningtelling;

- bouwspaarkassen en -fondsen;

- vangnetregeling huursubsidie.

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten die betrekking hebben op volkshuisvestingsactiviteiten in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg, zie hiervoor functie 652).

Tot deze functie behoren ook niet de baten vanuit leges voor bouwvergunningen (zie hiervoor functie 823).

Functie 823, Bouwvergunningen

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- leges bouwvergunningen.

Functie 830, Bouwgrondexploitatie

Tot deze functie behoren activiteiten waarbij ruwe onbebouwde gronden dan wel voor sanering en reconstructie bestemde gronden onder aanwending van arbeid, materialen en kapitaalgoederen omgevormd worden tot een gevarieerde hoeveelheid aan derden te verkopen dan wel in erfpacht uit te geven bouwterreinen, terwijl daarbij straten, pleinen, plantsoenen en rioleringen in de regel om niet in beheer en onderhoud worden genomen.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- grondverwerving;

- bouwrijp maken;

- woonrijp maken;

- financieringskosten en administratiekosten voor bouwgrondexploitaties;

- bovenwijkse voorzieningen;

- structuur- en bestemmingsplannen (voorzover betrekking hebbend op bouwgrondexploitatie);

- acquisitiekosten (met het oog op te verkopen percelen);

- erfpacht.

Hoofdfunctie 9, Financiering en algemene dekkingsmiddelen

Functie 911, Geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar

Tot deze functie behoren met name die activiteiten die verband houden de treasuryfunctie. Het betreft dan met name de baten gerelateerd aan de uitzettingen en leningen met een looptijd korter dan één jaar die verband houden met de kortlopende financiering van de begroting.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- ontvangen rente uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar;

- kosten derivaten waarvan de onderliggende schuldtitel een looptijd heeft korter dan één jaar.

Functie 913, Overige financiële middelen

Tot deze functie behoren de baten en lasten die niet onder een andere functie ondergebracht kunnen worden en / of toegerekend kunnen worden.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- aandelen en daaraan verbonden dividenden;

- opbrengsten gemeentelijke eigendommen, bijvoorbeeld niet voor de openbare dienst;

- schenkingen en legaten.

Functie 914, Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar

Tot deze functie behoren met name die activiteiten die verband houden met de treasuryfunctie, c.q. met de baten en lasten gerelateerd aan de activiteiten verbonden aan de uitzettingen en leningen met een looptijd vanaf één jaar. De betaalde rente van langlopende leningen bij derden wordt niet onder deze functie geboekt, maar worden aan de desbetreffende functies toegerekend (via de omslagrente).

Tot deze functie behoren ook de baten die verband houden met de bespaarde rente door interne financiering via de reserves en voorzieningen, ook - uit pragmatische overwegingen - indien de reserves en voorzieningen gebruikt worden voor financiering korter dan een jaar.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- ontvangen rente van uitzettingen met een looptijd van of langer dan één jaar;

- (dis)agio leningen met een looptijd langer van of langer dan één jaar;

- baten bespaarde rente (interne financiering);

- kosten van bewaargeving;

- kosten derivaten met onderliggende schuldtitels met een looptijd van of langer dan één jaar.

Leningen/garanties met een looptijd langer dan één jaar uit hoofde van de publieke functie aan derden zoals woningbouwcorporaties of sportinstellingen hebben geen relatie met deze functie. De baten en lasten die daaraan verbonden zijn, worden geboekt onder de desbetreffende functie waar die publieke taak onder valt. Dit geldt ook voor - uit hoofde van de publieke taak - aandelen, daaraan verbonden dividenden en baten en lasten voor het aanhouden van die aandelen in bijvoorbeeld nutsbedrijven en de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze vallen respectievelijk onder de functie Nutsbedrijven (functie 330) en onder de functie 913, daar hiervoor geen geschikte functie is.

Vervallen Functie 920, Belastingen

Deze functie is in deze regeling vervallen. De onderdelen uit deze functie worden thans geboekt onder de functies 931 t/m 939.

Functie 921, Algemene uitkering gemeentefonds

Onder deze functie wordt de algemene uitkering uit het gemeentefonds verstaan, dus inclusief de daartoe behorende integratie-uitkeringen en de uitkering uit hoofde van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet.

Uitkeringen die niet tot de bovengenoemde behoren, zoals de specifieke uitkeringen, worden geboekt op de desbetreffende functies. Dergelijke uitkeringen die op meer dan één functie betrekking hebben, worden uitgesplitst naar de desbetreffende functies.

Bijdragen aan en beschikkingen over reserves en voorzieningen behoren ook niet tot functie 921. De mutaties van de reserves worden op functie 980 geboekt. De mutaties in voorzieningen worden op de functie geboekt waarop de voorziening is / wordt getroffen.

Functie 922, Algemene baten en lasten

Kernbegrippen bij deze functie zijn onder meer:

- stelpost voor de geraamde bedragen voor de in het begrotingsjaar te verwachten loon- en prijsstijgingen voorzover deze niet functioneel zijn toegerekend;

- een geraamd bedrag ter dekking van niet voorziene uitgaven in het begrotingsjaar. Het gaat hier onder meer om het bedrag dat door de gemeenten wordt geraamd ter dekking van incidentele, niet voorziene, lasten;

- geraamde baten en lasten voortvloeiende uit beleidsveranderingen. Hieronder worden onder meer gerekend de stelposten nieuw beleid, intensivering bestaand beleid, ombuigingen dan wel nog te nemen bezuinigingsmaatregelen;

- overige baten en lasten waaronder verbeurd verklaarde waarborgsommen en gewetensgelden en opbrengsten.

Budgettair voordelige effecten van structurele aard, verband houdende met het verwachte achterblijven van de feitelijke lasten bij de in de begroting beschikbaar gestelde bedragen (de zogenaamde onderuitputting) worden zoveel mogelijk, niet als inkomsten op functie 922, maar als lager geraamde uitgaven, functioneel verwerkt en toegelicht.

De onder de kernbegrippen genoemde geraamde algemene uitgaven en inkomsten worden in de jaarrekening functioneel verantwoord.

Functie 930, Uitvoering Wet WOZ

Tot deze functie behoren de baten en lasten die betrekking hebben op de waardering van onroerende zaken in het kader van de Wet WOZ.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- Wet waardering onroerende zaken;

- bijdragen Rijk en Waterschappen inzake de gemeentelijke uitvoering van de Wet WOZ.

Tot deze functie behoren niet de baten onroerende-zaakbelasting gebruikers (zie functie 931) of de baten onroerende-zaakbelasting eigenaren (zie functie 932). Ook niet tot deze functie behoren de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelasting (zie functie 940).

Functie 931, Baten onroerende-zaakbelasting gebruikers

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met artikel 220, onderdeel a, van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- gebruikersbelasting;

- onroerende zaken (woningen en niet-woningen);

- waarde in het economische verkeer van onroerende zaken;

- verplichte en facultatieve vrijstellingen.

Indien de zogenoemde f 100-maatregel (Zalmsnip) (mede) via de onroerende-zaakbelasting gebruikers wordt verrekend, dan dienen de baten desondanks bruto geboekt te worden. Dit wil zeggen dat de f 100-maatregel niet in mindering wordt gebracht op de baten onroerende-zaakbelasting gebruikers. De lasten in verband met de f 100-maatregel worden onder functie 941 gebracht. De verrekening van kwijtscheldingen onroerende-zaakbelasting gebruikers worden eveneens niet onder deze functie geboekt, maar onder functie 614.

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten die betrekking hebben op de waardering van onroerende zaken in het kader van de Wet WOZ (zie functie 930). Tot deze functie behoren ook niet de lasten de betrekking hebben op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelasting gebruikers (zie functie 940).

Functie 932, Baten onroerende-zaakbelasting eigenaren

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met artikel 220, onderdeel 2, van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- onroerende zaken (woningen en niet-woningen);

- eigenarenbelasting;

- waarde in het economische verkeer van onroerende zaken;

- verplichte en facultatieve vrijstellingen.

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten die betrekking hebben op de waardering van onroerende zaken in het kader van de Wet WOZ (zie functie 930). Tot deze functie behoren ook niet de lasten de betrekking hebben op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelasting eigenaren (zie functie 940).

Functie 933, Baten roerende woon- en bedrijfsruimtenbelastingen

Onder deze functie vallen de baten die verband houden met artikel 221 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- roerende zaken (woningen en niet-woningen);

- gebruikers- en eigenaarsdeel;

- verplichte en facultatieve vrijstellingen.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de roerende-zaakbelasting (zie functie 940).

Functie 934, Baten baatbelasting

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met artikel 222 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- genot van gebate onroerende zaken;

- kostenverhaal van maximaal 100%;

- tariefdifferentiatie;

- bekostigingsbesluit.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de baatbelasting (zie functie 940).

Functie 935, Baten forensenbelasting

Onder deze functie vallen de baten in relatie tot artikel 223 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- slaapforensenbelasting en woonforensenbelasting;

- compensatie voor het gemis aan uitkering uit het gemeentefonds voor de forensen.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de forensenbelasting (zie functie 940).

Functie 936, Baten toeristenbelasting

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met artikel 224 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- toerisme;

- `gewone' toeristenbelasting en watertoeristenbelasting.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de toeristenbelasting (zie functie 940).

Functie 937, Baten hondenbelasting

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met artikel 226 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- belastingheffing naar het aantal honden dat wordt gehouden;

- heffing ter zake van het houden van een hond.

Kwijtscheldingen op de hondenbelasting dienen niet op deze functie verrekend te worden. De baten dienen bruto geboekt te worden. De lasten die verband houden met de kwijtschelding hondenbelasting worden onder functie 614 gebracht.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de hondenbelasting (zie functie 940).

Functie 938, Baten reclamebelasting

Onder deze functie vallen de baten in relatie tot artikel 227 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- heffing ter zake van openbare aankondigingen vanaf de openbare weg.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de belasting op openbare aankondigingen (zie functie 940).

Functie 939, Baten precariobelasting

Tot deze functie behoren de baten die verband houden met artikel 228 van de Gemeentewet.

Kernwoorden bij deze functie zijn:

- heffing ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor openbare dienst bestemde grond.

Tot deze functie behoren niet de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de precariobelasting (zie functie 940).

Functie 940, Lasten heffing en invordering gemeentelijke belastingen

Tot deze functie behoren de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de onder de functies 931 tot en met 939 genoemde belastingen. Ook behoren tot deze functie de kosten die betrekking hebben op de afhandeling van bezwaar/beroepschriften en de kosten die gemaakt worden wanneer er in hoger beroep wordt gegaan.

Functie 941, Lastenverlichting rijk

Tot deze functie behoren de lasten die verband houden met artikel 229d van de Gemeentewet, de zogenoemde f 100-maatregel (Zalmsnip).

Kernwoordenbij deze functie zijn:

- f 100-maatregel;

- Zalmsnip.

Functie 960, Saldo van kostenplaatsen

Tot deze functie behoren de eventuele saldi van kostenplaatsen. Bij gebruik van voorcalculatorische tarieven kunnen namelijk aan het eind van het begrotingsjaar overschotten en tekorten blijken.

Functie 970, Saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming

Tot deze functie behoort het saldo van de rekening van baten en lasten. Dit is het saldo van de baten en de lasten op alle overige functies (het saldo van de functies binnen de hoofdfunctie 0 tot en met 9, exclusief de functies 970, 980 en 990).

In geval van een tekort wordt bij de begroting op functie 970 en / of 990 uitsluitend het tekort gepresenteerd in de dekking waarvan de gemeente in de begroting niet op enigerlei wijze heeft voorzien

Functie 980, Mutaties reserves die verband houden met de hoofdfuncties 0 tot en met 9

Op deze functie worden alle onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves geboekt die verband houden met functies 0 tot en met 960.

Functie 990, Saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming

Tot deze functie behoort het saldo van de rekening van baten en lasten nadat het saldo van baten en lasten van functie 970 is gemuteerd op basis van de mutaties uit hoofde van functie 980.

Het saldo op deze functie dient via een aparte balanspost zichtbaar te zijn, zie artikel 42 van het Besluit begroting en verantwoording.

Toelichting op bijlage 2a verdelingsmatrix provincies; onderdeel categoriale indeling

Overzicht categoriale indeling provincies

Lastencategorieën

1 Salarissen en sociale lasten

1.1 Loonbetalingen en sociale premies

1.2 Sociale uitkeringen personeel

2 Goederen en diensten

2.0

2.0.1 Aankoop grond

2.0.2 Overige aankopen onroerende zaken

2.1 Uitbestede investeringen

2.2 Aankoop van duurzame roerende zaken

2.3

2.3.1 Aankopen niet duurzame goederen en diensten

2.3.2 Betaalde pachten en erfpachten

3 Belastingen

4 Overdrachten

4.0

4.0.1 Subsidies aan producenten

4.0.2 Inkomensoverdrachten aan overheden

4.0.3 Overige inkomensoverdrachten

4.1

4.1.1 Vermogensoverdrachten aan overheden

4.1.2 Overige vermogensoverdrachten

5 Rente

6 Administratieve boekingen

7 Financiële transacties

7.1 Chartaal geld en deposito's

7.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

7.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

7.4 Financiële derivaten

7.5 Kortlopende leningen

7.6 Langlopende leningen

7.7 Aandelen en overige deelnemingen

7.8 Handelskredieten en transitorische posten

8 Toegerekende apparaatskosten

8.1 Verrekening voor investeringsprojecten

8.2 Overige verrekeningen

Batencategorieën

1 Heffingen

1.0

1.0.1 Belastingen op producenten

1.0.2 Belasting op inkomen van gezinnen

1.1 Leges en andere rechten

2 Goederen en diensten

2.0

2.0.1 Verkoop grond

2.0.2 Overige verkopen onroerende zaken

2.1 Verkoop van duurzame roerende zaken

2.2

2.2.1 Huren

2.2.2 Pachten en erfpachten

2.3 Overige goederen en diensten

3 Dividenden en winsten

4.0 Overdrachten

4.0.1 Inkomensoverdrachten van overheden

4.0.2 Overige inkomensoverdrachten

4.1

4.1.1. Vermogensoverdrachten van overheden

4.1.2. Overige vermogensoverdrachten

5 Rente

6 Administratieve boekingen

7 Financiële transacties

7.1 Chartaal geld en deposito's

7.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

7.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

7.4 Financiële derivaten

7.5 Kortlopende leningen

7.6 Langlopende leningen

7.7 Aandelen en overige deelnemingen

7.8 Handelskredieten en transitorische posten

8 Toegerekende apparaatskosten

8.1 Verrekening voor investeringsprojecten

8.2 Overige verrekeningen

Toelichting op bijlage 2b verdelingsmatrix gemeenten; onderdeel categoriale indeling

Overzicht categoriale indeling gemeenten

Lastencategorieën

0.0 Niet in te delen lasten

1 Salarissen en sociale lasten

1.1 Loonbetalingen en sociale premies

1.2 Sociale uitkeringen personeel

2 Rente en afschrijvingen

2.1 Werkelijk betaalde rente

2.2 Toegerekende rente

2.3 Afschrijvingen

3 Goederen en diensten

3.0 Personeel van derden

3.1 Energie

3.3

3.3.1 Kosten algemene plannen

3.3.2 Aankoop gronden

3.3.3 Overige aankopen en uitbesteding duurzame goederen

3.4

3.4.1 Betaalde belastingen

3.4.2 Betaalde pachten en erfpachten

3.4.3 Aankopen niet duurzame goederen en diensten

4 Overdrachten

4.1

4.1.1 Inkomensoverdrachten aan het Rijk

4.1.2 Vermogensoverdrachten aan het Rijk

4.2

4.2.1 Subsidies aan marktproducenten

4.2.2 Sociale uitkeringen in geld

4.2.3 Sociale verstrekkingen in natura aan personen

4.2.4 Inkomensoverdrachten aan overheid (niet-Rijk)

4.2.5 Overige inkomensoverdrachten

4.3

4.3.1 Investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten aan overheid (niet-Rijk)

4.3.2 Overige investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten

5 Financiële transacties

5.1 Chartaal geld en deposito's

5.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

5.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

5.4 Financiële derivaten

5.5 Kortlopende leningen

5.6 Langlopende leningen

5.7 Aandelen en overige deelnemingen

5.8 Handelskredieten en transitorische

6 Verrekeningen

6.0 Reserveringen

6.1 Kapitaallasten

6.2

6.2.1 Verrekening kostenplaatsen voor investeringsprojecten

6.2.2 Overige verrekeningen van kostenplaatsen

6.3 Overige verrekeningen

Batencategorieën

0.0 Niet in te delen baten

2 Rente en afschrijvingen

2.1 Werkelijk ontvangen rente en winstuitkeringen

2.2 Toegerekende rente

2.3 Afschrijvingen

3 Goederen en diensten

3.0 Vergoeding voor personeel

3.2

3.2.1 Huren

3.2.2 Pachten

3.3

3.3.1 Opbrengst van grondverkopen

3.3.2 Overige verkopen duurzame goederen

3.4 Overige goederen en diensten

4 Overdrachten

4.0

4.0.1 Belasting op producenten

4.0.2 Belasting op inkomen van gezinnen

4.0.3 Vermogensheffing

4.1

4.1.1 Inkomensoverdrachten van het Rijk

4.1.2 Vermogensoverdrachten van het Rijk

4.2

4.2.1 Baten met betrekking tot vergoeding en verhaal sociale uitkeringen

4.2.2 Overige inkomensoverdrachten van overheid (niet-Rijk)

4.2.3 Overige inkomensoverdrachten

4.3

4.3.1 Investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten van overheid (niet-Rijk)

4.3.2 Overige investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten

5 Financiële transacties

5.1 Chartaal geld en deposito's

5.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

5.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

5.4 Financiële derivaten

5.5 Kortlopende leningen

5.6 Langlopende leningen

5.7 Aandelen en overige deelnemingen

5.8 Handelskredieten en transitorische posten

6 Verrekeningen

6.0 Reserveringen

6.1 Kapitaallasten

6.2

6.2.1 Verrekening kostenplaatsen voor investeringsprojecten

6.2.2 Overige verrekeningen van kostenplaatsen

6.3 Overige verrekeningen

Toelichting op categoriale indeling provincies

Lastencategorieën

1. Salarissen en sociale lasten

Salarissen en sociale lasten hebben betrekking op vergoeding van geleverde arbeid. In het algemeen is hiervan sprake wanneer er een dienstverband met de provincie bestaat. Een dergelijk verband wordt ook gezien als het gaat om vervulling van politieke ambten, zoals de leden van gedeputeerde staten der provincies.

Het dienstverband kan ook tijdelijk zijn. Naast de arbeidscontractanten dienen te worden vermeld de werknemers die tewerk zijn gesteld ingevolge sociale regelingen en voorts vakantiewerkers, stagiaires en dergelijke. Hiertoe worden echter niet gerekend het personeel van uitzendbureaus en personen met een vrij beroep zoals artsen, accountants en architecten voorzover deze geen dienstverband met de provincie hebben. De kosten van deze diensten worden gerekend tot de lastencategorie L 2.3.1.j.

De categorie salarissen en sociale lasten wordt ingedeeld in twee subcategorieën te weten: loonbetalingen en sociale premies en sociale uitkeringen personeel.

1.1 Loonbetalingen en sociale premies

Tot de loonbetalingen en sociale premies behoren:

a. Loonbetalingen

Tot de loonbetalingen worden gerekend de lonen en salarissen. Naast de lonen en salarissen worden tot de loonbetalingen ook gerekend de wedden en toelagen.

Tot de wedden worden gerekend de overwerkvergoedingen en vakantie-uitkeringen van het provinciale personeel. De wedden en vergoedingen die worden verstrekt aan de leden van provinciale staten en gedeputeerde staten.

Tot de wedden en toelagen worden niet gerekend de in L 2.3.1.f, h en j genoemde vergoedingen.

De inhouding van het spaarbedrag en de doorbetaling aan een spaarbank van de premie in het kader van de premiespaarregeling, die wordt uitgekeerd aan het provinciaal personeel dat aan een vrijwillige spaarregeling deelneemt, behoort niet tot deze categorie, maar blijven als kasposten buiten de begroting en rekening.

b. Sociale premies

De sociale lasten en de baten die met deze lasten in verband staan (o.a. verhaal van premies), dienen bruto te worden verantwoord. Tot de sociale lasten worden gerekend de door de provincie betaalde premies c.q. verhaalde premies aan / van pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen ten behoeve van haar huidig of voormalig personeel.

Kosten wegens verrichtingen door derden zoals administratie (mechanische loonadministratie) van geneeskundige behandeling, keuring en controle van personeel behoren in dit verband niet tot de sociale lasten (zie L 2.3.1j). Evenmin behoren daartoe de bijdragen aan personeelsfondsen of aan personeelsverenigingen (zie L 2.3.1j).

Tot de premie sociale verzekeringen behoren niet de premies voor verzekeringen die zijn opgenomen onder L 2.3.1.c.

1.2 Sociale uitkeringen personeel

Tot de sociale uitkeringen personeel worden gerekend alle rechtstreeks (dus niet via premies aan sociale verzekeringsfondsen) door de provincie aan (voormalige) werknemers en rechthebbenden van voormalig personeel uitbetaalde uitkeringen. Tot deze uitkeringen worden ook gerekend de wachtgelden, pensioenen en sociale uitkeringen die in natura worden verstrekt.

2. Goederen en diensten

2.0 Aankoop van onroerende zaken

Deze categorie wordt onderverdeeld in twee subcategorieën: aankoop grond en overige aankopen onroerende zaken.

Indien de aankoop van onroerende zaken uit zowel grond als overige onroerende zaken bestaat, is de behandeling afhankelijk van de omstandigheden. Alleen als de omvang van elk van de twee componenten substantieel is en grond en opstallen afzonderlijk van belang zijn, dient de aankoop gesplitst te worden in deze twee subcategorieën. In de andere gevallen wordt de categorie gebruikt die slaat op het hoofddoel van de transactie.

2.0.1 Aankoop grond

Tot deze subcategorie worden gerekend de aankoopsommen van gronden. Indien schadevergoedingen geen onderdeel vormen van de koopsom, worden zij tot de vermogensoverdrachten gerekend (zie L 4.1 b). Bijkomende kosten (incl. de kosten in verband met eigendomsoverdracht) worden toegerekend aan de subcategorie overige aankopen onroerende zaken (L 2.0.2).

2.0.2 Overige aankopen onroerende zaken

Voorzover niet tot categorie 2.1 behorend worden tot deze subcategorie gerekend:

- de aankoopsommen van bestaande gebouwen;

- de aankoopsommen van bestaande water- en wegenbouwkundige werken;

- de aankoopsommen van bestaande andere onroerende zaken en vaartuigen.

In gevallen waarbij ruiling plaatsvindt dienen de aankoop- en verkoopsommen bruto te worden verantwoord. Tot deze subcategorie behoren ook aankopen die zijn gedaan op basis van financiële lease.

Verder worden tot deze subcategorie gerekend de bijkomende kosten, zoals:

- overdrachtsbelasting;

- de kosten van diensten van taxateurs, notarissen, makelaars in onroerende goederen en overige tussenpersonen;

- proces- en gerechtskosten bij onteigeningsprocedure.

Indien schadevergoedingen geen onderdeel vormen van de koopsom, worden zij tot de vermogensoverdrachten gerekend (zie L 4.1 b).

2.1 Uitbestede investeringen

Tot deze categorie behoren de kosten van uitbesteding van investeringswerken of van onderdelen daarvan, al dan niet in termijnen betaald. Tot investeringswerken worden gerekend:

- nieuwbouw van gebouwen, met inbegrip van de daartoe behorende instanties, parkeerterreinen, aan- en afritten en groenvoorzieningen;

- her- en verbouw en restauratie van bestaande gebouwen;

- aanleg of vervanging van verwarmings- en airconditioninginstallaties, liften, machines en andere installaties, welke aard- of nagelvast verbonden worden of zijn met bestaande gebouwen;

- aanleg van water- en wegenbouwkundige werken, zoals: (water)wegen en paden, dijken, havens, vaarten, kanalen, bruggen, sluizen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken, riolen, persleidingen, rioolgemalen en zuiveringsinstallaties, met inbegrip van de daarbijbehorende machines en andere installaties, aan- en afritten en groenvoorzieningen;

- uitbreiding of verbetering van bestaande water- en wegenbouwkundige werken;

- aanleg of vervanging van verkeerslichtinstallaties, remmings- en andere rivier- en kanaalwerken, bewegingswerken, machines en andere installaties welke aard- en nagelvast worden of zijn verbonden met bestaande water- en wegenbouwkundige werken;

- aanleg en inrichting van terreinen voor opslag en berging;

- aanleg en inrichting van sport- en andere terreinen ten behoeve van de recreatie;

- werken in verband met de uitvoering van de Ontgrondingenwet;

- werken waarvan de provincie `bouwheer' is en die na de totstandkoming aan derden worden overgedragen ook al worden de kosten geheel of gedeeltelijk door bijdragen vergoed of die objecten, die samen met andere overheden tot stand worden gebracht en al dan niet in beheer en onderhoud aan de provincie worden overgedragen (de ontvangen bijdragen of aandelen van andere overheden in de onderhavige werken behoren tot de batencategorie B 4.1 a);

- werken uitgevoerd door rijksdiensten en ander overheden ten behoeve van de provincie;

- slopen van opstallen, egaliseren van terreinen, dempen van kanalen en sloten en dergelijke werken.

Investeringswerken omvatten niet alleen de werkzaamheden van aannemers, maar ook de voorbereiding, het ontwerp, de begeleiding tijdens de bouw, alsmede de kosten van de eigendomsoverdracht.

Hoewel vaartuigen gerekend worden tot de duurzame roerende zaken behoort de bouw en verbouw van grotere vaartuigen, zoals een veerboot en een statenjacht, en de uitbreiding en vervanging van machines en andere installaties, welke aard- en nagelvast verbonden zijn, tot deze categorie. Hiertoe wordt niet gerekend de aankoop van kleinere vaartuigen (zie L 2.2a).

2.2 Aankoop van duurzame roerende zaken

Deze categorie wordt onderscheiden in twee rubrieken:

a. Duurzame roerende zaken:

- meubilair, stoffering, kantoormachines, vervoermiddelen, met inbegrip van kleinere vaartuigen, machines, rollend materieel, instrumenten, apparatuur, gereedschappen.

Tot deze rubriek behoren ook aankopen die zijn gedaan op basis van financial lease.

Hiertoe wordt niet gerekend:

- vervanging van onderdelen, levering van kleine hulpstukken en andere benodigdheden van genoemde duurzame roerende zaken (zie L 2.3.1h);

- duurzame roerende zaken die aard- of nagelvast met onroerende zaken zijn verbonden

(Zie L 2.1);

- grotere vaartuigen zoals veerboten en statenjachten (zie L 2.1).

b. Eerste aanschaf gebruiksgoederen.

Tot deze rubriek behoort de eerste aanschaf van gebruiksgoederen van geringe waarde.

Hiertoe wordt niet gerekend aanvulling of vervanging van deze gebruiksgoederen (zie L 2.3.1e en h).

2.3 Overige goederen en diensten

Tot deze categorie worden gerekend de geleverde goederen en diensten voorzover deze niet tot de categorie Aankoop van onroerende zaken (zie L 2.0), Uitbestede investeringswerken (zie L 2.1) of Aankoop van duurzame roerende zaken (zie L 2.2) worden gerekend.

De overige goederen en diensten worden onderscheiden in twee subcategorieën: aankopen niet duurzame goederen en diensten en betaalde pachten en erfpachten.

2.3.1 Aankopen niet duurzame goederen en diensten

Deze subcategorie is onderverdeeld in 10 rubrieken:

a. Onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verricht door derden, al dan niet uit op basis van een contract of een abonnement en waarbij de betaling ineens of in termijnen plaatsvindt.

Genoemde werkzaamheden kunnen voorkomen bij:

- onroerende zaken, zoals: terreinen, gebouwen en water- en wegenbouwkundige werken met de daarbijbehorende installaties, zoals: verwarmings-, elektrische, telefoon-, intercom- en andere telecommunicatie-installaties, bewegingswerken en liften;

- roerende zaken, zoals: kantoormachines, meubilair, stoffering, vervoermiddelen, machines, materiaal, instrumenten, apparatuur, gereedschappen en dienstkleding;

- overige werkzaamheden, zoals: het reviseren van machines en motoren, het afvoeren van vuil, het wassen van gordijnen, linnengoed en dienstkleding, het ontsmetten van onroerende en roerende zaken, de aan de gemeente betaalde reinigingsrechten, rioolretributies en / of rechten.

b. Energie en water

Onder deze rubriek vallen:

- (vaste) brandstoffen, smeermiddelen en vetten, elektriciteitsverbruik, gasverbruik, waterverbruik, persgas, stoom;

- de aankoop van dieselolie e.d. voor opslag in het kader van de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd.

c. Verzekeringen

Tot deze rubriek worden gerekend de premies van verzekeringen tegen:

- brand-, inbraak- en stormschade, glasschade, wettelijke aansprakelijkheid, fraude,

- reconstructieverzekering;

- vrijwillige verzekeringen tegen ongevallen;

- schadeverzekeringen van duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;

- transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen, collectieve ongevallenverzekeringen.

d. Huren

De betaalde huren kunnen betrekking hebben op:

- onroerende zaken, zoals: gebouwen en opstallen;

- roerende zaken, zoals: vervoermiddelen, rollend en varend materieel;

- machines, werktuigen, gereedschappen, apparatuur, instrumenten, kantoormachines;

- betaalde recognities en precariorechten aan gemeenten, octrooi- en licentierechten en vergoeding gebruik eigen gereedschap.

Betaalde pachten en erfpachten behoren niet tot deze subcategorie maar tot L 2.3.2.

e. Kantoorkosten

Tot deze rubriek behoren:

- bureau-, schrijf- en tekenbehoeften, materialen voor post- en archiefzaken, druk- en bindwerk, lichtdrukken en fotokopieën geleverd door derden:

- boeken, staatsbladen, traktaten, kamerstukken, provinciale almanakken, kaarten, periodieken, tijdschriften en kranten, statistieken, losbladige uitgaven;

- schilderijen, wandtapijten en andere zaken ter verfraaiing van dienstgebouwen.

f. Presentiegelden en reis- en verblijfkosten

Onder deze rubriek vallen:

- reis- en verblijfkosten van de leden van de Staten;

- presentiegelden en reis- en verblijfkosten van de leden van de commissies en provinciale raden, voor zover geen lid van de staten zijnde;

- vergoeding van reis- en verblijfkosten aan adviseurs;

- vergoeding van reis- en verblijfkosten aan het provinciaal personeel voor de uitoefening van werkzaamheden (vergoedingen voor het woon-werkverkeer worden als loon beschouwd, zie L 1.1A);

- vergoedingen ingevolge het Verplaatsingskostenbesluit;

- vergoeding van reis- en verblijfkosten aan sollicitanten;

- opkomstvergoedingen aan noodwachters;

- stallinggelden / parkeergelden / veer- en tolgelden / taxikosten.

g. Representatiekosten

Tot deze rubriek worden gerekend:

- bloemen en planten, levensmiddelen, dranken, tabaksartikelen, consumpties in hotels, restaurants en cafés, voorzover niet vallende onder rubriek f;

- geschenken, prijzen, medailles, overige aankopen ten behoeve van ontvangsten;

- vergoedingen of terugbetalingen van representatiekosten aan ambtenaren voor de uitoefening van hun werkzaamheden.

h. Specifieke gebruiksgoederen

Tot deze rubriek behoren de aankopen van gebruiksgoederen van meer specifieke aard, voorzover deze niet tot de categorie Aankoop van duurzame roerende zaken (zie L 2.2) of rubriek e Kantoorkosten worden gerekend.

Hiertoe behoren onder meer:

- aankoop van gereedschappen, apparatuur en instrumenten van geringe waarde;

- aanvulling of vervanging van: serviesgoed van kantines, glaswerk van laboratoria, dienstkleding, noodvoorraden in het kader van de Wet bescherming bevolking;

- aanvulling of vervanging van wegmeubilair, zoals: verkeersborden, wegwijzers, afstandspalen, wegmarkering;

- aankoop of vervanging van onderdelen, hulpstukken en andere benodigdheden voor vervoermiddelen, rollend en varend materieel, machines, werktuigen, gereedschappen, apparatuur;

- aankoop of vervanging van instrumenten en hulpmiddelen, zoals films, dia's en geluidsbanden voor audiovisuele hulpmiddelen;

- aankoop van objecten voor verzamelingen van musea.

i. Specifieke verbruiksgoederen

Hiertoe worden gerekend materialen die in het productieproces opgaan voorzover dit geen brandstoffen en smeermiddelen (zie b) zijn. Voorbeelden hiervan zijn:

- koffie- en theeverstrekking en het verstrekken van maaltijden bij overwerk;

- papier en inkt voor offset-, lichtdruk- en fotokopieerwerk;

- ponskaarten voor mechanische en / of automatische verwerking van informatie;

- chemicaliën voor laboratoriumwerkzaamheden;

- zand en zout voor gladheidbestrijding;

- reinigings- en ontsmettingsmiddelen;

- kwekerijproducten, zoals planten, zaden en pootgoed, meststoffen;

- bouwmaterialen, zoals stenen, zand, cement, hout en betonijzer ten behoeve van investerings- en onderhoudswerken, ook al worden deze dadelijk ter beschikking van een aannemer gesteld;

- materialen met oudheidkundige waarde voor restauratie van monumenten.

Eventueel afzonderlijk in rekening gebrachte kosten van transport, invoerrechten bij aankoop in het buitenland en andere bijkomende kosten bij aankoop van deze specifieke verbruiksgoederen behoren tot deze rubriek.

j. Overige diensten van derden

Tot deze rubriek behoren:

- de kosten in verband met de inhuur van personeel van uitzendbureaus en honoraria van artsen, advocaten, notarissen, architecten (voorzover niet voor investeringswerken, zie L 2.1), accountants en andere personen met een vrij beroep;

- advertentiekosten, reclamekosten;

- telefoonkosten en vergoedingen van kosten huisaansluiting, abonnement en gesprekken;

- porti- en telegramkosten, vrachtkosten;

- incassokosten, kosten van bewaargeving;

- kosten van uitbetaling van aflosbare obligaties en vervallen rentecoupons, kosten in verband met de aan- en verkoop van waardepapieren;

- taxatiekosten, gerechtskosten;

- controle geldelijk beheer en boekhouding;

- kosten van tolken en vertaalwerk;

- cursus- en lesgelden ten behoeve van het provinciaal personeel, geldelijke beloningen aan inzenders voor de ideeënbus, vergoeding van schaden aan persoonlijke eigendommen van provinciaal personeel wegens een dienstongeval, bijdragen aan personeelsfondsen en -verenigingen, aan sociale fondsen en aan vakantiecentra voor provinciaal personeel, huur autobussen voor excursies;

- mechanische en automatische verwerking van gegevens;

- bewaking en beveiliging;

- opdrachten aan onderzoeksbureaus;

- keuren van materialen;

- luchtkartering;

- vervangende brug- en sluiswachters, de kosten van het in exploitatie geven van veerdiensten;

- aandeel in de kosten van: de Centrale commissie van de interprovinciale ziektekostenregeling, het Algemeen Interprovinciaal Documentatiecentrum, I.P.O.-secretariaat en andere soortgelijke interprovinciale activiteiten;

- vergoeding aan het Rijk van invorderingskosten provinciale belastingen;

- andere door derden geleverde diensten niet elders genoemd.

Tot deze rubriek behoren niet:

- provisie van geldleningen, daar deze gelijk wordt gesteld met rente (zie L 5.0);

- de kosten van diensten van derden bij verwerving van onroerende zaken, deze worden als tot de koopsom te rekenen kosten beschouwd (zie L 2.0.2).

2.3.2 Betaalde pachten en erfpachten

Deze subcategorie heeft betrekking op de inkomens die eigenaren van grond, binnenwateren en rivieren ontvangen. In het Europese stelsel is in dit geval geen sprake van een dienst. Door deze subcategorie wordt het mogelijk om dit bestanddeel van inkomen uit vermogen in de juiste Europese categorie in te delen. De categorie omvat pachten, erfpachtcanons, precariorechten en recognities.

De huur van woningen en gebouwen behoort niet tot deze categorie. Hier is immers wel sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder. Deze huurbetalingen zijn onderdeel van L 2.3.1 d.

3.0 Belastingen

Tot deze categorie worden uitsluitend gerekend:

- motorrijtuigenbelasting;

- heffingen in verband met lozingen op rijkswateren;

- onroerende-zaakbelasting;

- dijk- en polderlasten, zuiveringslasten, heffingen van het Bosschap.

De bij leveringen en diensten verschuldigde omzetbelasting, invoerrechten, accijnzen en assurantiebelasting worden verantwoord op die categorie waartoe de desbetreffende leveringen en diensten behoren, ook al worden die belastingen afzonderlijk betaald. Ook de verschuldigde overdrachtsbelasting bij aankoop van onroerende zaken wordt tot de koopsom gerekend (zie L 2.0.2).

4. Overdrachten

4.0 Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten worden onderscheiden in drie subcategorieën: subsidies aan producenten, inkomensoverdrachten aan overheden en overige inkomensoverdrachten.

4.0.1 Subsidies aan producenten

Tot de subsidies aan producenten worden gerekend de bijdragen die worden verstrekt met het doel de productie in stand te houden of tegen aanvaardbare prijzen te kunnen aanbieden.

Hiertoe behoren onder meer:

- bijdragen in de kosten van publicatie van een statistisch zakboek, provincia(a)l(e) almanak, jaarboek of atlas, werken op het gebied van taal- en letterkunde, wetenschappelijke onderzoekingen, brochures en folders;

- bijdragen aan studiefondsen en verstrekking van studiebeurzen en studietoelagen;

- bijdragen in kosten van uitvoeringen door beroepsgezelschappen van muziek, opera, zang, toneel en ballet;

- bijdragen in kosten van toegangsbewijzen, abonnementen en vervoer voor deze uitvoeringen ten behoeve van inwoners der provincie.

4.0.2 Inkomensoverdrachten aan overheden

Tot deze subcategorie worden gerekend de bijdragen (contributies, dotaties) aan andere overheden. Tot de hier bedoelde overheden behoren Rijk, gemeenten, andere provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, maar ook de stichtingen waarvan de exploitatiebaten in hoofdzaak bestaan uit overheidssubsidies.

Tot deze subcategorie behoren onder meer:

- afdrachten aan het Rijk van exploitatieontvangsten ter zake van veren en scheepvaartkanalen;

- aandelen van andere onderhoudsplichtigen van wegen in de uitkering van het Rijk ingevolge de Wet Herverdeling Wegenbeheer;

- bijdragen aan waterschappen in de kosten van waterhuishouding en waterkering.

4.0.3 Overige inkomensoverdrachten

Tot de overige inkomensoverdrachten worden onder meer gerekend de bijdragen (contributies, dotaties of geldelijke beloningen) aan derden (niet-overheden) in:

- exploitatielasten;

- rentelasten (inclusief rentebestanddelen van bijdragen in de vorm van een annuïteit);

- kapitaallasten, andere lasten of gedeelten daarvan;

- exploitatietekorten;

- geldelijke beloningen aan personen voor verrichte menslievende daden;

- vergoeding van niet voldane rente van de door de provincie gewaarborgde geldleningen;

- geldprijzen, toelagen of bijdragen aan personen wegens bijzondere prestaties op allerlei gebied;

- de vergoedingen ingevolge wettelijke aansprakelijkheid, ongeacht of de schade personen of zaken betreft en voorzover deze geen betrekking hebben op het provinciaal personeel (zie L 2.3.1j).

4.1 Vermogensoverdrachten

Tot deze categorie behoren alle overdrachten aan derden in de vermogenssfeer. Deze overdrachten worden onderscheiden in de navolgende vijf rubrieken.

a. Investeringsbijdragen

Hiertoe worden gerekend alle betalingen aan derden voor gehele of gedeeltelijke financiering van investeringen in onroerende en duurzame roerende zaken. In het algemeen hebben deze betalingen betrekking op investeringen in dezelfde periode als waarin de bouw plaatsvindt.

De in de tijd gespreide betalingen die verband houden met investeringen tijdens een vorige periode, worden ook hiertoe gerekend. Deze betalingen hebben dan doorgaans het karakter van een bijdrage in aflossingslasten van schulden aangegaan voor de uitvoering van investeringsprojecten. De bijdragen in rentelasten van genoemde schulden behoren tot de categorie Inkomensoverdrachten (zie L 4.0.2 / L 4.0.3).

Tot de investeringsbijdragen worden tevens gerekend de bijdragen in investeringswerken van derden, die worden uitgevoerd in het kader van provinciale werken, zoals de bijdragen aan de Nederlandse Spoorwegen in de aanleg van spoorwegovergangen en spoorwegviaducten, bij de aanleg of verbetering van provinciale wegen en voor wegwijzers bij nieuw aangelegde provinciale wegen.

b. Vergoeding van schade bij verwerving van onroerende zaken

Daartoe worden onder meer gerekend:

- vergoeding van belastingschade;

- pachtersvergoedingen;

- vergoeding van andere inkomensderving;

- vergoeding van verhuiskosten en kosten van wederinrichting;

- vergoeding van kosten van verplaatsing van een bedrijf, sportterrein en dergelijke;

- vergoeding van afbraakkosten.

c. Vergoeding van schade in verband met werken

Tot deze rubriek behoren onder meer:

- vergoeding van omrijschade;

- vergoeding van kosten van verleggen van buizen, leidingen en objecten;

- vergoeding van aanpassingskosten van onroerende eigendommen van derden.

d. Vergoeding van schade ingevolge wettelijke regelingen

Onder deze rubriek worden gerangschikt de vergoedingen van schade ingevolge wettelijke regelingen, zoals: Wet verontreiniging oppervlaktewateren, Ontgrondingenwet, Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd (BSO) en Wet op de Ruimtelijke Ordening (RO), alsmede ingevolge provinciale verordeningen.

e. Overige vermogensoverdrachten

Deze overdrachten omvatten onder meer:

- bijdragen aan derden wegens geleden schade door overstromingen of andere natuurrampen;

- bijdragen ter dekking van geaccumuleerde verliezen over verschillende jaren;

- afkoopsommen van onderhoudsplicht in verband met overdracht in beheer en onderhoud van water- en wegenbouwkundige werken, van tolrecht of andere rechten;

- bijdragen in door derden betaalde bedragen voor afkoop van tolrecht of andere rechten of bijdragen in door derden betaalde schadevergoedingen;

- vergoeding van niet voldane aflossingen van de door de provincie gewaarborgde geldleningen;

- kwijtschelding van schulden.

De categorie vermogensoverdrachten wordt onderverdeeld in twee subcategorieën: vermogensoverdrachten aan overheden en de overige vermogensoverdrachten.

4.1.1 Vermogensoverdrachten aan overheden

Tot deze subcategorie worden gerekend de investeringsbijdragen en overige vermogensoverdrachten aan andere overheden. Tot de hier bedoelde overheden behoren Rijk, gemeenten, andere provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, maar ook de stichtingen waarvan de exploitatiebaten in hoofdzaak bestaan uit overheidssubsidies.

4.1.2 Overige vermogensoverdrachten

Hiertoe worden gerekend de investeringsbijdragen en andere vermogensoverdrachten aan derden (niet-overheden).

5.0 Rente

Tot deze categorie behoren uitsluitend:

- rente van aangegane langlopende geldleningen door middel van obligaties, schuldbekentenissen of overeenkomsten, met inbegrip van rentebestanddelen van betaalde premies van premieleningen en rente van rijksleningen (voorschotten), annuïteitleningen;

- rente van opgenomen kasgeldleningen, call-gelden en in rekening-courant opgenomen gelden;

- provisie van geldleningen;

- rente van in de provinciale kas gestorte waarborgsommen.

Tot deze categorie worden niet gerekend:

- overige kosten met betrekking tot opgenomen geldleningen (zie L 2.3.1j);

- bijdragen in rentelasten van derden (zie L 4.0.2 / L 4.0.3);

- bespaarde rente van de eigen financieringsmiddelen, met inbegrip van reserves en fondsen (zie L 6.0b);

- reserveringen voor premies van premieleningen (zie L 6.0c);

- vergoeding van vervallen rente uit hoofde van garantieverplichtingen (zie L 4.0.2 / L 4.0.3).

6.0 Administratieve boekingen

De voorgaande categorieën hebben betrekking op (financiële) transacties met derden. Onder de categorie 6 worden de boekingen verantwoord die betrekking hebben op interne verrekeningen om kosten te verdelen en toe te rekenen en om te komen tot de bepaling van het resultaat. De verrekeningen zijn per definitie tweezijdig. Dit betekent dat de bedragen die verrekend worden, zowel aan de baten- als aan de lastenzijde moeten voorkomen. Deze voorwaarde geldt voor het totaal van de rekening (lasten-, batenrekening + kostenplaatsen en balansmutaties).

De doorberekening van de lasten naar (sub)functies en andere kostendragers dient dus op een dusdanige wijze te geschieden dat lasten niet dubbel voorkomen op de betreffende kostencategorie.

Voorbeeld is de doorbelasting van de huur. Deze wordt als lasten geboekt op categorie 2.3.1 d. De doorbelasting van deze categorie naar de (sub)functie en andere kostendragers door te boeken:

(sub)functie / kostendrager doorbelaste huur xxxx

aan categorie 2.3.1 d sluitrekening/

doorbelastingsrekening doorbelasting huur xxxx

De administratieve boekingen worden onderscheiden in de navolgende vijf rubrieken.

a. Afschrijvingen

De afschrijvingen op kapitaallasten worden in eerste instantie ten laste van deze rubriek gebracht en daarna doorberekend aan de functies. Genoemde afschrijvingen komen ten gunste van de desbetreffende functie; zie batenrubriek 6.0a.

b. Bespaarde rente

De berekende bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen wordt ten laste van deze rubriek gebracht en via de renteomslag verdeeld naar de functies (wegens toegerekende bouwrente) en eventueel naar de reserves; zie ook batenrubriek 6.0b.

c. Vorming van of beschikking over reserves en voorzieningen

Tot deze rubriek worden gerekend de op de onderscheidene functies geraamde en / of verantwoorde bijdragen aan reserves en fondsen en de beschikkingen over reserves en fondsen op hoofdfunctie 0. Voorts vallen hieronder de toevoegingen aan reserves, die via de renteomslag aan de desbetreffende functies worden toegerekend. Zie ook batenrubriek 6.0c.

d. Verbruik voorraden

Op deze rubriek wordt het gebruik verantwoord van gevormde voorraden, zoals: bureaubehoeften, reproductiematerialen en wegmeubilair. De aanwending van die voorraden wordt in eerste instantie ten laste gebracht van deze rubriek en daarna doorberekend via de apparaatskosten of afzonderlijk aan de functies. Zie in dit verband ook de batenrubriek 6.0d.

e. Overige administratieve boekingen

Tot deze categorie behoort het opnemen en aflossen van langlopende geldleningen uit eigen middelen en bij eigen reserves en fondsen.

7. Financiële transacties

Aan deze categorie worden alle transacties toegerekend die een mutatie in provinciale schulden en vorderingen tot gevolg hebben. Mutaties in vorderingen en schulden worden uiteindelijk in de rapportages aan de Europese Commissie netto verantwoord. Om op eenvoudige wijze aan te sluiten op de financiële administratie wordt in de verdelingsmatrix de bruto registratie door de provincies gevolgd. Dit houdt in dat de aflossing op schulden en het aangaan van vorderingen als uitgaande kasstroom aan de uitgavenzijde worden verantwoord. De inkomende kasstromen door vergroting van schulden en de aflossing van vorderingen wordt aan de batenzijde verantwoord. Voor de Europese rapportages is het van wezenlijk belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen transacties in vorderingen en transacties in schulden. De verdelingsmatrix geeft dit onderscheid door de informatie over de CV-categorieën te combineren met de balanspost waarop de categorieën betrekking hebben.

Tot deze categorie worden gerekend de mutaties in chartaal geld en deposito's, kort- en langlopende effecten anders dan aandelen, financiële derivaten, kortlopende leningen, langlopende leningen, aandelen en overige deelnemingen en handelskredieten en transitorische posten. De daarmede verband houdende opnemingen en aflossingen dienen tegen de transactiewaarde in de rekening tot uitdrukking te worden gebracht. Indien nominale waarden worden geboekt dienen tegenboekingen voor agio en disagio te worden opgenomen. Deze boekingen hebben ook het karakter van financiële transacties.

Agio en disagio

Bij boeking van schuldopneming en schuldaflossing tegen nominale waarden moet een disagio (verschil tussen de emissiekoers of aflossingskoers en nominale waarde) derhalve door het opnemen van een tegenboeking tot uitdrukking worden gebracht. Deze tegenboekingen en een agio bij opneming of bij aflossing worden tot dezelfde categorie gerekend als de schuldtitel waarop ze betrekking hebben.

7.1 Chartaal geld en deposito's

Tot deze categorie behoren de mutaties in kas- en bank- / girosaldi en (spaar)tegoeden die zonder beperking of boete omgezet kunnen worden in kasgeld.

7.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

Deze categorie heeft betrekking op verhandelbare vorderingen aan toonder met een oorspronkelijke looptijd van minder dan één jaar. De houder van deze schuldtitel heeft geen eigendomsrechten op de emittent. Kort gezegd gaat het om risicomijdend verhandelbaar papier met een korte looptijd. Voorbeelden zijn commercial papers en deposito-certificaten.

7.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

Deze categorie heeft betrekking op verhandelbare vorderingen aan toonder met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. De houder van deze schuldtitel heeft geen eigendomsrechten op de emittent. Kort gezegd gaat het om risicomijdend verhandelbaar papier met een lange looptijd. Voorbeelden zijn obligaties.

7.4 Financiële derivaten

Tot deze categorie behoren de mutaties in vorderingen die zijn gebaseerd op of afgeleid zijn van een andere onderliggende waarde.

Tot derivaten behoren onder andere opties, warrants, futures en swaps.

7.5 Kortlopende leningen

Tot deze categorie behoren de mutaties in vorderingen die een looptijd hebben van maximaal één jaar of die op verzoek van de verstrekker direct moeten worden afgelost.

7.6 Langlopende leningen

Deze categorie kan worden onderverdeeld in twee rubrieken:

a. Uitgegeven langlopende geldleningen en deelnemingen

Tot deze rubriek worden uitsluitend gerekend de verstrekking van langlopende geldleningen aan derden met inbegrip van renteloze voorschotten zoals studievoorschotten.

b. Opgenomen langlopende geldleningen

Tot deze rubriek behoren uitsluitend:

- gewone aflossingen en buitengewone aflossingen - al dan niet wegens conversie - van aangegane langlopende geldleningen door middel van obligaties, schuldbekentenissen of overeenkomsten met inbegrip van premieleningen, rijksleningen (voorschotten) en van aflossingsbestanddelen van annuïteitleningen en van agio bij aflossingen (verschil tussen de aflossingskoers en de nominale waarde), maar exclusief uitlotingpremies (zie L 5.0);

- disagio bij het aangaan van langlopende leningen;

- agio bij verstrekte geldlening en bij aankoop van obligaties (in het geval van disagio dient de geldlening nominaal te worden verantwoord met daartegenover een batenpost onder rubriek 7.6a).

7.7 Aandelen en overige deelnemingen

Tot deze categorie worden uitsluitend gerekend:

- deelnemingen wegens inbreng van kapitaal, kapitaalgoederen of zelfs zonder enige tegenprestatie (tegenboeking vindt dan plaats op batenrubriek 4.1b) al dan niet in de vorm van aandelen;

- aankoop van effecten wegens beleggingen op lange termijn.

En voorts de navolgende bijzondere gevallen:

- verhoging van een deelneming wegens verstrekking van een bonusaandeel (tegenboeking vindt plaats op batencategorie 3.0);

- verkrijging van effecten ten gevolge van een schenking / legaat (tegenboeking vindt plaats op de batenrubriek 4.1b).

7.8 Handelskredieten en transitorische posten

Bij deze categorie wordt onder handelskredieten verstaan alle mutaties in vorderingen die zijn ontstaan als gevolg van het verkopen van goederen / verlenen van diensten waarvan de betaling op een later tijdstip plaatsvindt.

Onder transitorische posten worden bij deze categorie verstaan alle mutaties waarvan de daadwerkelijke ontvangst of betaling buiten de verslagperiode valt.

Tot transitorische posten behoren onder andere belastingen, sociale premies, dividenden en rente.

8. Toegerekende apparaatskosten

Hiertoe behoren de aan de functies toe te rekenen apparaatskosten, zoals omschreven onder paragraaf 2.3. Apparaatskosten.

Bij de toerekening aan de functies worden de apparaatskosten onderscheiden in twee subcategorieën: verrekening voor investeringsprojecten en overige.

8.1 Verrekening voor investeringsprojecten

Tot deze categorie behoort de verrekening van de kosten voor prestaties van eigen diensten die de waarde vermeerderen van investeringen.

Hieronder vallen onder andere:

- architectenwerk;

- voorbereiding en toezicht bij de bouw.

8.2 Overige verrekeningen

Tot deze categorie behoren lasten die niet zijn toe te rekenen aan de vorige categorie.

Hieronder vallen onder andere:

- Niet functioneel in te delen accommodaties

De lasten van een niet functioneel in te delen accommodatie dienen via een kostenplaats over de desbetreffende (sub)functies en andere kostendragers te worden verdeeld. Desgewenst kunnen de lasten van de multifunctionele accommodaties op dezelfde wijze worden toegerekend.

- Voorraden

Bij een direct aanwijsbaar verband tussen de aankoop van goederen en het verbruik daarvan op de (sub)functies behoren de goederen rechtstreeks op de desbetreffende (sub)functies te worden geraamd en / of verantwoord. Voorzover aanschaf en verbruik van goederen niet in hetzelfde dienstjaar plaatsvinden, bestaat in een stelsel van baten en lasten de mogelijkheid het verbruik van die goederen door activering over de verschillende dienstjaren te verdelen. Daartoe worden de aanwezige voorraden via de balans naar het volgende dienstjaar overgeboekt. Voor de toevoeging en later de onttrekking aan de voorraden wordt gebruik gemaakt van de categorie L 2.0.2 en B 2.0.2.

Batencategorieën

1. Heffingen

1.0 Belastingopbrengsten

De belastingopbrengsten worden onderscheiden in twee subcategorieën: belasting op producenten en belasting op inkomen van gezinnen.

1.0.1 Belasting op producenten

De belastingopbrengsten blijven beperkt tot de door de provincies Groningen, Friesland en Utrecht te innen verontreinigingsheffing oppervlaktewateren voor de bestrijding van de kosten voortvloeiende uit het waterkwaliteitsbeheer.

Onder deze subcategorie valt ook de rente bij te late betaling en de eventueel bijkomende kosten van inning en wordt verminderd met restitutie van belastingen bij onrechtmatige inning.

Ingevolge artikel 222 van de Provinciewet hebben de provincies de bevoegdheid om opcenten te heffen op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting die is geheven van in de provincie wonende of gevestigde houders van motorrijtuigen bedoeld voor bedrijfsuitvoering.

Hiertoe worden niet gerekend:

- de rijksuitkering, bedoeld in artikel VII van de wet van 24 december 1970, Stb. 608, tot wijziging van de bepalingen inzake de gemeentelijke en provinciale belastingen (zie B 4.0.1);

- de leges en andere rechten bedoeld in artikel 223, eerste lid, van de Provinciewet (zie B 1.1).

Tot deze subcategorie worden ook gerekend de belastingen geheven op grondwater, heffing nazorg stortplaatsen.

Parkeergelden, inclusief de gefiscaliseerde parkeerboetes worden onder B 2.3 verantwoord.

1.0.2 Belasting op inkomen van gezinnen

Ingevolge artikel 222 van de Provinciewet hebben de provincies de bevoegdheid om opcenten te heffen op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting die is geheven van in de provincie wonende of gevestigde houders van motorrijtuigen bedoeld voor niet-zakelijk gebruik.

1.1 Leges en andere rechten

Onder deze categorie vallen de door de provincie op grond van artikel 223 van de Provinciewet geheven leges en andere rechten geregeld bij provinciale verordeningen, alsmede rechten geheven ingevolge andere wetten zoals rechten krachtens de Wet wapens en munitie.

2. Goederen en diensten

2.0 Verkoop van onroerende zaken

De verkoop van onroerende zaken wordt onderscheiden in twee subcategorieën: verkoop grond en overige verkopen onroerende zaken.

Indien de verkoop van onroerende zaken uit zowel grond als overige duurzame goederen bestaat, is de behandeling afhankelijk van de omstandigheden. Alleen als de omvang van elk van de twee componenten substantieel is en grond en opstallen afzonderlijk van belang zijn, dient de verkoop gesplitst te worden in deze twee subcategorieën. In de andere gevallen wordt de categorie gebruikt die slaat op het hoofddoel van de transactie.

Bijkomende kosten worden toegerekend aan de subcategorie overige onroerende zaken.

2.0.1 Verkoop grond

Tot deze subcategorie worden uitsluitend gerekend de verkoopsommen van gronden.

In gevallen waarbij de bijkomende kosten ten laste van de provincie komen, dienen deze te worden verantwoord bij de subcategorie overige onroerende zaken.

2.0.2 Overige verkopen onroerende zaken

Tot deze subcategorie worden uitsluitend gerekend de verkoopsommen van gebouwen, water- en wegenbouwkundige werken, andere onroerende zaken met inbegrip van werken die na de totstandkoming aan derden worden overgedragen en voorts buiten gebruik gestelde vaartuigen.

In gevallen waarbij ruiling plaatsvindt, dienen de verkoopsommen steeds bruto te worden verantwoord. Bijkomende kosten ten laste van de provincie moeten onder deze subcategorie worden geboekt.

2.1 Verkoop van duurzame roerende zaken

Tot deze categorie behoren de opbrengsten wegens verkoop van:

- (buiten gebruik gestelde) duurzame roerende zaken genoemd onder lastenrubriek 2.2a;

- buiten gebruik gestelde duurzame roerende zaken welke aard- en nagelvast verbonden waren aan onroerende zaken en vaartuigen (zie lastencategorie 2.1).

2.2 Huren en pachten

De huren en pachten worden onderscheiden in twee subcategorieën: huren en pachten en erfpachten.

2.2.1 Huren

Bij de huur van woningen en gebouwen is sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder.

Tot deze subcategorie worden gerekend de ontvangen huren, voorzover zij niet tot de categorie Leges en andere rechten (zie B 1.1 ) worden gerekend, betrekking hebbend op:

- onroerende zaken, zoals gebouwen en opstallen;

- roerende zaken, zoals vervoermiddelen, rollend en varend materieel, machines, werktuigen, gereedschappen, apparatuur, instrumenten, kantoormachines, computerprogramma's, ontvangen huren van gebouwde eigendommen of gedeelten daarvan ingeval daarin een vergoeding voor geleverde elektriciteit, gas en water is begrepen.

2.2.2 Pachten en erfpachten

Deze categorie heeft betrekking op de inkomens die de provincie als eigenaar van grond, binnenwateren en rivieren ontvangen in ruil voor het ter beschikking stellen van die grond, binnenwateren en rivieren. In het Europese stelsel is in dit geval geen sprake van een dienst. Door het invoeren van deze subcategorie wordt het mogelijk om inkomen uit vermogen in de juiste Europese categorie in te delen.

Tot deze subcategorie worden gerekend de ontvangen pachten en erfpachten voorzover zij niet tot de categorie Leges en andere rechten (zie B 1.1 ) worden gerekend.

2.3 Overige goederen en diensten

Tot deze categorie behoren de opbrengsten wegens verkoop van goederen en diensten voorzover deze niet tot de categorie Leges en andere rechten (zie B 1.1), Huren en pachten (zie B 2.2), Verkoop van onroerende zaken (zie B 2.0) en Verkoop van duurzame roerende zaken (zie B 2.1 ) worden gerekend.

De hieronder te rangschikken baten hebben betrekking op:

- vergoeding wegens voor derden verrichte werkzaamheden, zoals: onderhoud van gebouwen, terreinen en water- en wegenbouwkundige werken, bediening van kunstwerken, onderhoud van grenspalen, gebruik van provinciale dienstauto, verlening van bijstand in archiefwerkzaamheden en verkeersinstellingen, bemiddeling bij verkoop van objecten tijdens tentoonstellingen;

- terugontvangst van zegel-, porti-, telefoon- en incassokosten;

- levering van drukwerken, waarvan de verkoop niet bij legesverordening is geregeld, zoals catalogi van tentoonstellingen, vergoedingen voor koffie- en theeverstrekkingen en voor consumpties geleverd door kantines;

- verkoop van hakhout, gras-, riet- en andere gewassen, overtollige of buiten gebruik gestelde dienstkleding, materialen, onderdelen en hulpstukken van gereedschappen, apparatuur, instrumenten en machines, oud papier, objecten die uit de verzamelingen van provinciale musea worden afgestoten;

- parkeergelden, inclusief gefiscaliseerde boetes.

3.0 Dividenden en winsten

Onder deze categorie worden gebracht de door bedrijven uitgekeerde opbrengsten uit bedrijfsvoeringen wegens kapitaaldeelneming in de vorm van aandelen, al dan niet uit een oogpunt van belegging.

Deze opbrengsten bestaan uit dividenden en de ten gunste van de functies komende exploitatieoverschotten van bedrijven. De uitkering van bonusaandelen behoort niet tot deze categorie; deze worden niet geregistreerd omdat de marktwaarde van de deelneming niet verandert.

Tot deze categorie worden verder gerekend de ontvangsten uit hoofde van verleende concessies voorzover geen sprake is van verhuur van grond, zoals het recht van exploitatie van de buffetten op de veerboten en van een restaurant of een kantine.

4. Overdrachten

4.0 Inkomensoverdrachten

4.0.1 Inkomensoverdrachten van overheden

Onder deze subcategorie vallen inkomensoverdrachten van andere overheden. Tot de hier bedoelde overheden behoren Rijk, gemeenten, andere provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, maar ook de stichtingen waarvan de exploitatiebaten in hoofdzaak bestaan uit overheidssubsidies.

Tot deze subcategorie behoren vooral de bijdragen van overheden in de kosten van provinciale taken en de bijdragen in kosten van exploitatie en onderhoud.

Hiertoe worden onder meer gerekend:

- de uitkering uit het provinciefonds;

- de door de provincies te verdelen rijksbijdragen aan waterschappen in de kosten van waterhuishouding en waterkering;

- de rijksbijdragen ter zake van: de ingevolge de Wet op de geneesmiddelenvoorziening ingestelde commissie voor gebiedsaanwijzing, bescherming bevolking, civiele verdediging, bestrijding luchtverontreiniging, urbanisatiebeleid, bescherming waterstaatswerken in oorlogstijd, muskusrattenbestrijding, boot- en veerdiensten, de Wet Herverdeling Wegenbeheer, keuringsdiensten van waren, exploitatie van kanalen, de Wet op het openbare bibliotheekwerk, bevordering van de Friese taal en cultuur, restauratie wandtapijten, sociale regelingen en andere incidenteel voorkomende bijdragen van het Rijk;

- bijdragen van andere overheden en particulieren in de kosten van onderhoud van provinciale water- en wegenbouwkundige werken en bediening van provinciale kunstwerken.

4.0.2 Overige inkomensoverdrachten

Onder deze subcategorie vallen inkomensoverdrachten van derden (niet-overheden) voorzover deze geen belastingen zijn (zie B 1.0). Hiertoe worden onder meer gerekend:

- schadevergoedingen van verzekeringsmaatschappijen en anderen ingevolge wettelijke aansprakelijkheid, ongeacht of de schade personen of zaken betreft.

4.1 Vermogensoverdrachten

Onder deze categorie worden gerangschikt alle overdrachten van derden in de vermogenssfeer.

Deze worden onderscheiden in de navolgende twee rubrieken.

a. Investeringsbijdragen

Onder deze rubriek vallen de bijdragen van derden in provinciale investeringswerken en in werken die na de totstandkoming aan derden worden overgedragen.

b. Overige vermogensoverdrachten

Als overige vermogensoverdrachten zijn te beschouwen:

- de afkoopsommen van derden in verband met overdracht in beheer en onderhoud van water- en wegenbouwkundige werken;

- de bijdragen van derden in de kosten van afkoop van tolrechten en andere rechten of van bijdragen daarin;

- legaten, erfstellingen en schenkingen;

- ontvangsten voortvloeiende uit overneming van garantieverplichtingen door het Rijk en andere overheden op de door de provincie gewaarborgde geldleningen;

- ontvangsten van zand- en grindproducenten wegens afkoop van de verplichting tot afwerking van zand- en grindgaten en van andere verplichtingen.

4.1.1 Vermogensoverdrachten van overheden

Tot deze subcategorie worden gerekend de investeringsbijdragen en overige vermogensoverdrachten van andere overheden. Tot de hier bedoelde overheden behoren Rijk, gemeenten, andere provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, maar ook de stichtingen waarvan de exploitatiebaten in hoofdzaak bestaan uit overheidssubsidies.

4.1.2 Overige vermogensoverdrachten

Hiertoe worden gerekend de investeringsbijdragen en andere vermogensoverdrachten van derden (niet-overheden).

5.0 Rente

Tot deze categorie behoren uitsluitend:

- rente van verstrekte kortlopende geldleningen;

- rente van verstrekte kasgeldleningen wegens beleggingen van overtollige kasmiddelen en van in rekening-courant gestorte gelden;

- rente van gestorte waarborgsommen;

- rente van verstrekte langlopende geldleningen.

De rente-uitkeringen van langlopende geldleningen, die eenzelfde rentepercentage en aflossingsschema hebben als de ter financiering daarvan aangegane langlopende geldleningen (doorgegeven geldleningen), worden onder deze categorie aan de creditzijde geraamd of verantwoord.

6.0 Administratieve boekingen

De voorgaande categorieën hebben betrekking op (financiële) transacties met derden. Onder deze categorie 6 worden de boekingen verantwoord die betrekking hebben op interne verrekeningen om kosten te verdelen en toe te rekenen en om te komen tot de bepaling van het resultaat. De verrekeningen zijn per definitie tweezijdig. Dit betekent dat de bedragen die verrekend worden zowel aan de baten- als aan de lastenzijde moeten voorkomen. Deze voorwaarde geldt voor het totaal van de rekening (lasten-, batenrekening + kostenplaatsen en balansmutaties).

De administratieve boekingen worden onderscheiden in de navolgende vijf rubrieken.

a. Bijdragen van de functies wegens afschrijving

Op de desbetreffende functie worden onder deze rubriek de bijdragen van functies wegens afschrijving geraamd of verantwoord. Deze kapitaalbaten komen in eerste instantie ten laste van de lastenrubriek 6.0a.

b. Toevoegingen wegens bespaarde rente

Het betreft hier de bespaarde rente die ten laste van de lastenrubriek 6.0b wordt gebracht en ten goede komt aan hoofdfunctie O. Zie lastenrubriek 6.0b.

c. Vorming van of beschikking over reserves en voorzieningen

Tot deze rubriek worden gerekend de ontvangsten die in eerste instantie tot uitdrukking komen op de lastenrubriek 6.0c en betreffen:

- de toevoegingen aan reserves en voorzieningen;

- de beschikkingen op de functies over de middelen van die reserves en voorzieningen.

Voorts zijn er beschikkingen over reserves en voorzieningen die tot uitdrukking komen in de renteomslag (premieleningen). Deze beschikkingen worden onder deze rubriek aan de creditzijde gebracht.

d. Verbruik van voorraden

Op de desbetreffende functie van hoofdfunctie 0 wordt onder deze rubriek het verbruik van voorraden geraamd of verantwoord. Deze baten worden in eerste instantie verantwoord onder lastenrubriek 6.0d (zie aldaar).

e. Overige administratieve boekingen

Dividenden en winsten dienen in deze categorie tot uitdrukking te worden gebracht. De ontvangen bijdrage van hoofdfunctie 0 wegens belegging van overtollige langlopende financieringsmiddelen wordt onder deze rubriek aan de creditzijde tot uitdrukking gebracht.

7. Financiële transacties

De baten hebben betrekking op de aflossing van vorderingen en de opneming van schulden. De financiële transacties zijn onderverdeeld in 8 categorieën.

7.1 Chartaal geld en deposito's

Tot deze categorie behoren de mutaties in kas- en bank- / girosaldi en (spaar)tegoeden die zonder beperking of boete omgezet kunnen worden in kasgeld.

7.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

Deze categorie heeft betrekking op verhandelbare vorderingen aan toonder met een oorspronkelijke looptijd van minder dan één jaar. De houder van deze schuldtitel heeft geen eigendomsrechten op de emittent. Kort gezegd gaat het om risicomijdend verhandelbaar papier met een korte looptijd. Voorbeelden zijn commercial papers en depositocertificaten.

7.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

Deze categorie heeft betrekking op verhandelbare vorderingen aan toonder met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. De houder van deze schuldtitel heeft geen eigendomsrechten op de emittent. Kort gezegd gaat het om risicomijdend verhandelbaar papier met een lange looptijd. Voorbeelden zijn obligaties.

7.4 Financiële derivaten

Tot deze categorie behoren de mutaties in schulden die zijn gebaseerd op of afgeleid zijn van een andere onderliggende waarde.

Tot derivaten behoren onder andere opties, warrants, futures en swaps.

7.5 Kortlopende leningen

Tot deze categorie behoren de mutaties in schulden die een looptijd hebben van maximaal één jaar of die op verzoek van de verstrekker direct moeten worden afgelost.

7.6 Langlopende leningen

Deze categorie kan worden onderverdeeld in twee rubrieken:

a. Uitgegeven langlopende geldleningen

Tot deze rubriek worden uitsluitend gerekend:

- aflossing van verstrekte langlopende geldleningen;

- aflosbaar gestelde obligaties, die aangekocht zijn wegens belegging op lange termijn.

en voorts de volgende bijzondere gevallen:

- agio bij aflossing van verstrekte geldleningen of van aflosbaar gestelde obligaties;

- disagio bij verstrekking van geldleningen, bij aankoop van obligaties of bij inschrijving op een obligatielening.

b. Opgenomen langlopende geldleningen

Tot deze rubriek behoren uitsluitend:

- de nominale opbrengsten van bij derden aangegane langlopende geldleningen door middel van obligaties, schuldbekentenissen of overeenkomsten met inbegrip van premieleningen, rijksleningen (voorschotten) en annuïteitleningen;

- agio bij het aangaan van die langlopende geldleningen.

Het disagio bij het aangaan van langlopende geldleningen wordt ten laste gebracht van de lastenrubriek.

7.7 Aandelen en overige deelnemingen

Tot deze categorie worden uitsluitend gerekend:

- liquidatie van deelnemingen (zie ook lastenrubriek 7.7.a);

- opbrengst van verkochte effecten, die aangekocht zijn wegens belegging op lange termijn.

7.8 Handelskredieten en transitorische posten

Bij deze categorie worden onder handelskredieten verstaan alle mutaties in vorderingen en schulden die zijn ontstaan als gevolg van het verkopen van goederen / verlenen van diensten c.q. de aankoop van goederen / gebruikmaken van diensten, waarvan de betaling op een later tijdstip plaatsvindt.

Onder transitorische posten worden bij deze categorie verstaan alle mutaties in te ontvangen of te betalen bedragen waarvan de daadwerkelijke ontvangst of betaling buiten de verslagperiode valt.

Tot transitorische posten behoren onder andere:

- belastingen;

- sociale premies;

- dividenden;

- rente.

8. Toegerekende apparaatskosten

Hiertoe behoren de aan de functies toe te rekenen apparaatskosten, zoals omschreven onder paragraaf 2.3. Apparaatskosten.

Bij de toerekening aan de functies worden de apparaatskosten onderscheiden in twee subcategorieën: verrekening voor investeringsprojecten en overige.

8.1 Verrekening voor investeringsprojecten

Tot deze categorie behoort de verrekening van de opbrengsten voor prestaties van eigen diensten die de waarde vermeerderen van investeringen.

Hieronder vallen onder andere:

- architectenwerk;

- voorbereiding en toezicht bij de bouw.

8.2 Overige verrekeningen

Tot deze categorie behoren baten die niet zijn toe te rekenen aan de vorige categorie.

Hieronder vallen onder andere:

- Niet functioneel in te delen accommodaties

De baten van een niet functioneel in te delen accommodatie dienen via een kostenplaats over de desbetreffende (sub)functies en andere kostendragers te worden verdeeld. Desgewenst kunnen de baten van de multifunctionele accommodaties op dezelfde wijze worden toegerekend.

- Voorraden

Bij een direct aanwijsbaar verband tussen de verkoop van goederen en de opbrengsten daarvan op de (sub)functies, behoren de verkopen rechtstreeks op de desbetreffende (sub)functies te worden geraamd en / of verantwoord. Voorzover verkoop van goederen en de opbrengst niet in hetzelfde dienstjaar plaatsvinden, bestaat in een stelsel van baten en lasten de mogelijkheid de verkoop van die goederen door een negatieve activering over de verschillende dienstjaren te verdelen. Daartoe worden de aanwezige voorraden via de balans naar het volgende dienstjaar overgeboekt.

- Apparaatskosten

De apparaatskosten worden via de kostenverdeelstaat over de functies verdeeld. Bij de presentatie van de kostenverdeelstaat dient de categoriale indeling te worden gehanteerd.

De apparaatskosten hebben betrekking op de kosten van het inzetten van personeel en het gebruik van niet direct toerekenbare geïnvesteerde productiemiddelen en goederen en diensten van derden voor de uitvoering van provinciale taken. Deze kosten kunnen in de navolgende rubrieken worden onderscheiden:

a. Salarissen en sociale lasten

Het betreft hier alle lasten en baten die tot lastencategorie 1.1 behoren. De daarop betrekking hebbende baten worden aan de creditzijde gebracht.

b. Materiële lasten en overdrachten

Dit onderdeel bestaat uit de navolgende lastencategorieën of rubrieken:

- L 2.2a: aankoop van duurzame roerende zaken;

- L 2.3: overige goederen en diensten;

- L 3.0: belastingen, voorzover deze lasten motorrijtuigenbelasting, onroerende-zaakbelasting en dijk- en polderlasten betreffen;

- L 4.0.3: dotaties en contributies van lidmaatschappen ten behoeve van het ambtelijk apparaat.

c. Administratieve boekingen

Hiertoe worden uitsluitend de navolgende boekingen gerekend:

- L 6.0a: afschrijvingen op geïnvesteerde productiemiddelen, zoals gebouwen, vaartuigen en duurzame roerende zaken;

- L 6.0c: toevoegingen aan reserves en fondsen;

- L 6.0d: verbruik van voorraden.

d. Rentekosten

Het gaat hier om de aan de apparaatskosten toe te rekenen rentekosten.

Bij de beschrijving van de inhoud van de apparaatskosten kan niet worden volstaan met het aangeven van de categorieën of rubrieken waaruit deze kosten bestaan. Voor een juiste afbakening van die kosten dienen daarbij ook de activiteiten van het ambtelijk apparaat in beschouwing te worden genomen.

Het ambtelijk apparaat kan namelijk in twee delen worden onderscheiden. Het ene deel betreft het personeel, dat uiteindelijk met de uitvoering van de provinciale taken belast is. De kosten van dit personeel kunnen daarom direct op de desbetreffende functies worden gebracht. Voor de uitoefening van die taken wordt dit personeel ondersteund door het andere deel van het ambtelijk apparaat. De kosten van deze ondersteunende activiteiten kunnen niet rechtstreeks ten laste van genoemde posten worden gebracht, maar worden door middel van verdeelsleutels aan die posten toegerekend. Ondanks dit onderscheid dienen de totale salarissen en sociale lasten (L 1.0) van het gehele ambtelijk apparaat te worden opgenomen.

De ondersteunende activiteiten kunnen in de navolgende aanbevolen kostengroepen worden gerubriceerd, waarbij tevens een omschrijving wordt gegeven van de direct daaraan ten laste te brengen kosten.

Activiteiten en / of kostengroepen Omschrijving van de kosten

0.0 Huisvesting - personeelskosten

- onderhoud en schoonhouden van

gebouwen c.a

- verwarming, licht en water

- aankoop en onderhoud van meubilair

en stoffering

- kapitaallasten

1.0 Kantine - personeelskosten

- overige exploitatiekosten

Onder kantine wordt mede - personeelskosten

verstaan de verstrekking van koffie,

thee en andere consumpties

1.1 Verstrekking van kantoorbenodigd- - schrijf en bureaubehoeften

heden - aankoop en onderhoud van

kantoormachines

- kapitaallasten

1.2 Telefoon en andere communicatie- - personeelskosten

middelen - installatie telefoonbedrijven

- abonnements- en onderhoudskosten

2.0 Interne expeditie - personeelskosten

- hulpmateriaal

2.1 Externe expeditie - personeelskosten

- porti, incasso, vracht en dergelijke

kosten

- hulpmateriaal

- exploitatie bestelauto's

3.0 Registratuur en archief - personeelskosten

- hulpmateriaal

- kapitaallasten

3.1 Bibliotheek en documentatie - personeelskosten

- aankoop documentatiemateriaal

- kosten IDC

- kapitaallasten

3.2 Reproductie, - personeelskosten

eventueel te splitsen in tekst- - druk- en bindkosten

verwerking, reproductie, drukwerk - fotokopieën

en bindwerk - machines en materiaal

- onderhoudskosten

- dienstverlening door derden

- kapitaallasten

4.0 Automatisering, hieronder vallen - personeelskosten

ook de de kosten die worden - machines en materiaal

gemaakt voor de taken die de - onderhoudskosten

eigen provincie betreffen. - dienstverlening door derden

- kapitaallasten

5.0.0 Financieel beleid en administratie - personeelskosten

- fraude- en diefstalverzekeringen

- machines en materiaal

- onderhoudskosten

- kapitaallasten

5.0.1 Accountantscontrole - personeelskosten of dienstverlening

door derden

Indien de provincie niet beschikt

over een eigen accountantsdienst

kan deze subkostengroep

achterwege worden gelaten.

De te betalen vergoedingen

wegens accountantswerkzaam-

heden kunnen dan onder 5.0

Financieel beleid en administratie

worden opgenomen.

5.1 Personeel en organisatie - personeelskosten

- reis- en verblijfkosten van sollicitanten

- werving en selectie

- vorming en opleiding

- personeelsfonds en

personeelsverenigingen en

personeelsstichtingen

- dotaties en contributies van

lidmaatschappen ten behoeve van eigen personeel

- personeelsblad

- ideeënbus

- uitkeringen en pensioenen voor oud-

leden, van gedeputeerde staten en

gewezen personeel en voor hun

weduwen en wezen

- kosten IZR voor gepensioneerden,

bedrijfsgeneeskundige zorg

- bedrijfszelfbescherming

6.0 IZR-administratie - personeelskosten

- machines en materiaal

- onderhoudskosten

- kapitaallasten

7.0 Dienstauto's van algemeen bestuur - personeelskosten

- kapitaallasten

- overige exploitatielasten

7.1 Overige dienstauto's - personeelskosten

- kapitaallasten

- overige exploitatielasten

Zo nodig kunnen de kostengroepen

7.0 en 7.1 samengevoegd worden

tot 7.0 Dienstauto's

8.0 Directie personeelskosten

Onder directie moeten mede

worden verstaan de kosten van

diensthoofden en de desbetref-

fende secretariaten, voorzover

moeilijk direct toe te rekenen.

In het kader van de verdeling van de kosten van de ondersteunende activiteiten zijn de aan elkaar gelijk te stellen kostengroepen aangegeven met hetzelfde eerste cijfer en deze vormen samen een hoofdkostengroep. De indeling van die kostengroepen is zodanig, dat de doorberekening van de kosten in de aangegeven volgorde per hoofdkostengroep kan plaatsvinden.

In dit verband dient nog te worden vermeld dat naast salarissen en sociale lasten (L 1) de navolgende kosten tot de personeelskosten dienen te worden gerekend.

- personeel van uitzendbureaus en dergelijke, en voorts personen, zoals vervangende brug- en sluiswachters (L 2.3.1j);

- reis- en verblijfkosten voor de uitoefening van werkzaamheden en de vergoedingen ingevolge het Verplaatsingskostenbesluit (L 2.3.1f);

- aankoop, onderhoud en reiniging van dienstkleding (L 2.3.1a en h);

- aankoop of vervanging van gereedschap dat onder persoonlijk beheer blijft (L 2.3.1h) of vergoeding voor gebruik van eigen gereedschap (L 2.3.1d);

- vergoeding van schade aan persoonlijke eigendommen van provinciaal personeel wegens een dienstongeval (L 2.3.1j).

Tot de personeelskosten worden niet gerekend de exploitatielasten van dienstwoningen en de vergoedingen of terugbetalingen van representatiekosten aan het provinciaal personeel voor de uitoefening van hun werkzaamheden. Deze kosten worden aan de desbetreffende functies toegerekend.

Toelichting op categoriale indeling gemeenten

Lastencategorieën

0.0. Niet in te delen lasten

De bij de begroting niet onder de andere categorieën te rangschikken gemeentelijke lasten behoren tot de categorieën van groep 0.

Onvoorziene lasten

Tot de lastencategorie 0.0 behoren de op de begroting te ramen onvoorziene lasten. Daartoe worden ook gerekend de bedragen waarvan de aanwending afhankelijk is van nog nader te concretiseren beleidsvoornemens, alsmede de voorzieningen voor de in het dienstjaar te verwachten loon- en prijsstijgingen.

1. Salarissen en sociale lasten

Gemeentelijk dienstverband

De salarissen en sociale lasten zijn vergoedingen voor geleverde arbeid. In het algemeen is daarvan sprake wanneer er een dienstverband met de gemeente bestaat of heeft bestaan, zoals dit ook het geval is bij vrijwilligers van de gemeentelijke brandweer en reservepolitie, de noodwachters van een gemeentelijke organisatie bescherming bevolking en de in gemeentelijke werkverbanden geplaatste personen ingevolge de Wet sociale werkvoorziening. Een dergelijk verband wordt ook verondersteld als het gaat om vervulling van politieke ambten, zoals de wethouders en de overige leden van de gemeenteraad. Een dienstverband kan ook tijdelijk van aard zijn en / of een gedeelte van de normale werktijd opeisen (deeltijdarbeid). Dit kan het geval zijn bij arbeidscontractanten en bij werknemers die tewerk zijn gesteld ingevolge bijzondere regelingen en voorts vakantiewerkers, stagiairs en dergelijke. Een gemeentelijk dienstverband bestaat echter niet met het personeel van derden die voor de gemeenten diensten verrichten, zoals werknemers van ingenieurs- en adviesbureaus, het personeel van uitzendbureaus en zelfstandige gemeenschappelijke regelingen. Zij bestaat evenmin met personen met een vrij beroep, zoals artsen, accountants en architecten, voorzover zij niet in dienst van de gemeente zijn. De vergoedingen van door hen geleverde diensten behoren tot de lastencategorieën die tot de goederen- en dienstentransacties worden gerekend.

De categorie Salarissen en sociale lasten wordt ingedeeld in twee subcategorieën: loonbetalingen en sociale premies en sociale uitkeringen personeel

1.1 Loonbetalingen en sociale premies

a. Loonbetalingen

Tot de loonbetalingen worden gerekend de betalingen en vergoedingen die het karakter hebben van het verstrekken van een inkomen voor de geleverde arbeid (voor alle categorieën met een `gemeentelijk dienstverband', zie hierboven). Deze betalingen en vergoedingen bestaan vooral uit de reguliere maandelijkse lonen volgens de salarisschalen, vakantie-uitkeringen, eindejaarsuitkering, maar ook toelagen als overwerkvergoedingen, ambtstoelagen en diplomatoelagen. Ook kosten van de gemeente voor faciliteiten die gratis of tegen sterk gereduceerde prijs aan de werknemers beschikbaar worden gesteld en het karakter hebben van een aanvullend inkomen behoren hiertoe. Voorbeelden hiervan zijn: sportfaciliteiten, kinderopvang, nettobijdrage in de catering.

Vergoeding van kosten die in het belang van de gemeente zijn gemaakt, behoren niet tot de categorie loonbetalingen (zie lastencategorie 3.4.3 B d) Voorbelden zijn: dienstreizen, kledingtoelage, gereedschapstoelage, verplaatsingskosten).

b. Sociale premies

Tot de sociale lasten worden gerekend de door de gemeente betaalde premies aan pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen ten behoeve van haar huidig of voormalig personeel.

Tot de premies sociale verzekering behoren niet de premies voor verzekeringen die zijn opgenomen onder lastencategorie 3.4.3 B c .

c. Verhaalde salarissen en sociale premies

Hieronder vallen de verhaalde salarissen, verhaalde premies pensioenfondsen en sociale verzekeringen en ontvangen vergoedingen voor vervoegd uitgetreden personeel en baten in verband met lonen en sociale premies van in gemeentelijke werkverbanden geplaatste personen ingevolge de Wet sociale werkvoorziening.

1.2 Sociale uitkeringen personeel

Tot de sociale uitkeringen personeel worden gerekend alle rechtstreeks (dus niet via premies aan sociale verzekeringsfondsen) door de gemeente aan (voormalige) werknemers en rechthebbenden van voormalig personeel uitbetaalde uitkeringen. Tot deze uitkeringen worden ook gerekend de wachtgelden, pensioenen en sociale uitkeringen die in natura worden verstrekt.

2. Rente en afschrijvingen

Naast de afschrijvingen omvat deze categorie de vergoeding die verschuldigd is in ruil voor de financieringsmiddelen die derden aan de gemeente beschikbaar gesteld hebben.

Deze categorie is te onderscheiden in de subcategorieën werkelijk betaalde rente, toegerekende rente en afschrijvingen.

2.1 Werkelijk betaalde rente

Tot deze subcategorie wordt gerekend de rente die verschuldigd is aan derden als gevolg van het aangaan van een financiële verplichting met die derde.

Tot deze financiële verplichtingen worden onder andere gerekend:

- lang en kortlopende leningen en daarmee vergelijkbare financieringen;

- deposito's;

- handelskredieten;

- financial lease.

In het geval in de gemeenterekening een bedrijf is geconsolideerd dat aan derden een winstuitkering verstrekt, wordt deze winstuitkering ook in de categorie opgenomen.

Tot deze subcategorie worden niet gerekend de onder de lastencategorieën 2.2, 3.4.3B e, 4.2.1, 5.6 en 6.0. genoemde lasten.

2.2 Toegerekende rente

Tot deze subcategorie worden gerekend de berekende bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen en de toegerekende rente over investeringen.

2.3 Afschrijvingen

Tot deze subcategorie behoren de normale of extra afschrijvingen op geactiveerde kapitaallasten.

3. Goederen en diensten

De categorieën van groep 3 geven de goederen- en dienstentransacties weer. Deze houden rechtstreeks verband met de aan- en verkoop van goederen en diensten. Hierbij moet sprake zijn van een directe relatie tussen de betaling en de geleverde prestaties. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen prestaties die worden geleverd door een particulier bedrijf, een stichting, een vereniging, een gemeenschappelijke regeling of een andere overheid. Is er echter geen direct verband tussen de betaling en de geleverde prestaties dan worden de betalingen als bijdragen beschouwd en gerekend tot de overdrachten; zie aldaar. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de gemeente een bijdrage verstrekt in de kosten van instellingen die aan de samenleving diensten verstrekken (de meeste gemeenschappelijke regelingen, bibliotheken, musea etc).

a. Aankoop van goederen en diensten

De met de aankoop en verkoop van goederen en diensten verband houdende bedragen dienen bruto te worden geraamd in het geval dat ruiling plaatsvindt. De bij aankoop verschuldigde, niet te verrekenen, omzetbelasting, invoerrechten en accijnzen worden tot die categorie gerekend waartoe de desbetreffende goederen en diensten behoren, ook al worden die kostprijsverhogende belastingen afzonderlijk betaald. Als de BTW kan worden verrekend met het BTW Compensatiefonds, wordt de aankoop exclusief BTW geregistreerd.

b. Contributies en donaties

In geval van contributies en donaties is er sprake van leveringen van diensten als de desbetreffende stichtingen en verenigingen prestaties leveren ten behoeve van het functioneren van het ambtelijk apparaat van de gemeente.

Daartoe worden gerekend:

- instellingen die de belangen van gemeenten behartigen, zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

- beroepsverenigingen, al dan niet specifiek voor gemeentelijke ambtenaren, zoals: College van brandweercommandanten van de grotere steden en het Nederlandse Instituut van Registeraccountants;

- stichtingen en verenigingen, die op hun gebied relevante informatie verstrekken en waarop eventueel een beroep gedaan kan worden voor de door hen verleende diensten, zoals de K.N.A.C. / Wegenwacht, het Nederlands Normalisatie Instituut en de Stichting Bouwcentrum;

- stichtingen en verenigingen ten behoeve van het (gewezen) personeel, inclusief die ten behoeve van de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer en de gemeentelijke reservepolitie en de noodwachters van een gemeentelijke organisatie bescherming bevolking.

In het algemeen kan gesteld worden dat daarentegen stichtingen en verenigingen zoals de Vereniging 'De Hollandse molen' en de Nederlandse Hartstichting geen directe prestaties aan de gemeente leveren. De contributies en donaties aan dergelijke stichtingen en verenigingen worden dan ook gerekend tot de inkomensoverdrachten.

c. Onderhoud

Bij rubricering van de lasten ten behoeve van de exploitatie van en de investeringen in gemeentelijke objecten dient men onderscheid te maken tussen onderhoud en investeringen. Onderhoud heeft in het algemeen ten doel de waarde van een object in stand te houden. Het betreft het herstel van hetgeen een gevolg is van het normale slijtageproces. Wordt een object echter verwaarloosd, dan is groot onderhoud nodig om het weer in goede staat te brengen. De hieraan verbonden kosten worden als onderhoudskosten aangemerkt als min of meer de oude staat wordt hersteld. Indien sprake is van een duidelijke verbetering ten opzichte van de uitgangssituatie, worden de volledige kosten als investeringen meegeteld (zie hierna onder d).

d. Investeringen

Van investeringen is slechts sprake wanneer er een geheel nieuw vermogensobject totstandkomt of wanneer door toevoegingen, wijzigingen of verbeteringen de gebruiksduur en / of levensduur van een bestaand object belangrijk toeneemt.

e. Verbruik van voorraden

Het verbruik van geactiveerde voorraden wordt gerubriceerd met de desbetreffende lastencategorie waartoe de verbruikte goederen behoren (categorie 3.1, 3.3.3 of 3.4.3 A). De vermeerderingen van die voorraden door aankoop en de verminderingen door verbruik worden buiten de exploitatie gehouden en direct op de balanspost voorraden gemuteerd (alle met de categorie U 3.3.3 dan wel I 3.3.2.

3.0 Personeel van derden

Onder deze categorie worden uitsluitend gerangschikt de kosten van personeel van derden, die op basis van een tarief in rekening worden gebracht. Tot dit personeel worden onder andere gerekend degenen die beschikbaar worden gesteld door andere gemeenten, uitzendbureaus, advies- / ingenieursbureaus, sociale werkverbanden en voorts schoonmaak- en onderhoudspersoneel.

Als niet uitsluitend de arbeidskosten in rekening gebracht worden, maar een totaalbedrag voor arbeidskosten en materialen, wordt dit totaalbedrag tot de categorie 3.4.3 Aankopen niet duurzame goederen en diensten gerekend (onderdeel B.b).

3.1 Energie

Onder deze categorie vallen de kosten van het gemeentelijke energieverbruik en de aankoop van energie voor distributie aan verbruikers. De onderscheidene energiedragers worden als volgt gespecificeerd:

- aardgas / elektriciteit;

- huisbrandolie;

- benzine / autogasolie (diesel) / LPG motorbrandstof;

- vliegtuigbenzine (o.a. kerosine);

- steenkool / propaan, butaan en overige LPG / petroleum / overige huisbrandolie / lichte en zware stookolie.

3.3 Duurzame zaken

Onder duurzame goederen vallen alle goederen die de gemeente duurzaam ten dienste staan. Dit wil zeggen dat de gebruiksduur ten minste een jaar moet zijn. Het criterium is dus de economische levensduur. Geen rol speelt de wijze waarop de gemeente de kosten dekt. Het maakt dus niet uit of de aanschaf in één keer wordt afgeschreven (ten laste van de exploitatie of ten laste van een reserve), of de aanschaf wordt geactiveerd en in een aantal termijnen wordt afgeschreven.

Hieronder vallen: kosten algemene plannen, aankoop grond en overige aankopen en uitbesteding duurzame goederen.

3.3.1 Kosten algemene plannen

Deze categorie is afgesplitst van het totaal van de duurzame goederen omdat dergelijke kosten volgens de Europese richtlijnen geen investeringen zijn, maar tot de verbruikte diensten worden gerekend. Het Europese investeringsbegrip omvat wel de kosten van voorbereiding en ontwerp die direct samenhangen met de investeringsprojecten die onder 3.3.3 worden meegeteld (wegen, gebouwen etc).

Tot deze subcategorie behoren de kosten van derden voor het ontwerpen, vaststellen en herzien van algemene plannen zoals: structuurplannen, bestemmingsplannen en verkeerscirculatieplannen.

3.3.2 Aankoop gronden

Tot deze subcategorie behoren de koopsommen van gronden. Tot de koopsommen worden niet gerekend de kosten in verband met eigendomsoverdracht. Deze worden gerekend tot lastencategorie 3.3.3 (onderdeel b). Indien schadevergoedingen geen onderdeel vormen van de koopsom, worden zij tot de andere kapitaaloverdrachten gerekend (zie L 4.3).

Indien de aankoop van onroerende zaken uit zowel grond als overige duurzame goederen bestaat, is de behandeling afhankelijk van de omstandigheden. Alleen als de omvang van elk van de twee componenten substantieel is en grond en opstallen afzonderlijk van belang zijn, dient de aankoop gesplitst te worden in deze twee subcategorieën. In de andere gevallen wordt de categorie gebruikt die slaat op het hoofddoel van de transactie. Bijkomende kosten worden toegerekend aan de subcategorie overige aankopen en uitbesteding duurzame goederen.

3.3.3 Overige aankopen en uitbesteding duurzame goederen

Deze subcategorie is onder te verdelen in de volgende rubrieken:

a. Onroerende zaken

Tot deze rubriek worden gerekend de koopsommen van bestaande gebouwen, water- en wegenbouwkundige werken en andere onroerende zaken. Tot deze rubriek worden ook gerekend onroerende zaken die zijn verkregen op basis van financial lease.

In gevallen waarbij ruiling plaatsvindt, dienen de aankoop- en verkoopsommen bruto te worden verantwoord.

Voorzover vergoedingen voor bedrijfs- en inkomensschade geen onderdeel vormen van de koopsommen worden deze tot de andere kapitaaloverdrachten gerekend (zie L 4.3).

b. Uitbestede investeringen

Hiertoe behoren de kosten van uitbesteding van investeringswerken of van onderdelen daarvan, al dan niet in termijnen betaald. Daartoe worden ook gerekend de werken uitgevoerd door rijksdiensten en andere overheden en de werken waarvoor de gemeente `bouwheer' is en die na de totstandkoming om niet aan derden worden overgedragen of tegen een vergoeding van slechts een gedeelte van de bouwkosten.

Tot deze rubriek behoren echter niet de investeringswerken van derden die voor rekening van die derden worden uitgevoerd.

Investeringswerken omvatten niet alleen de werkzaamheden van aannemers, maar ook de voorbereiding, het ontwerp, de begeleiding tijdens de bouw, alsmede de kosten van de eigendomsoverdracht.

Tot de gemeentelijke investeringswerken worden onder meer gerekend:

- nieuwbouw van gebouwen, met inbegrip van de daartoe behorende installaties, parkeerterreinen, aan- en afritten en groenvoorzieningen;

- her- en verbouw en restauratie van bestaande gebouwen;

- aanleg of vervanging van verwarmings- en airconditioninginstallaties, liften, machines en andere installaties, welke aard- of nagelvast verbonden worden of zijn met bestaande gebouwen;

- aanleg van water- en wegenbouwkundige werken, zoals (water)wegen en paden, dijken, havens, vaarten, kanalen, bruggen, duikers, sluizen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken, afvoerputten, riolen, persleidingen, rioolgemalen en zuiveringsinstallaties, met inbegrip van de daartoe behorende machines en andere installaties, aan- en afritten en groenvoorzieningen;

- uitbreiding of verbetering van bestaande water- en wegenbouwkundige werken;

- aanleg of vervanging van verkeerslichtinstallaties, remmings- en andere rivier- en kanaalwerken, bewegingswerken, machines en andere installaties welke aard- of nagelvast worden of zijn verbonden met water- en wegenbouwkundige werken;

- aanleg en inrichting van terreinen voor opslag en berging, sportterreinen, vliegvelden, terreinen voor openluchtrecreatie, zoals plantsoenen, parken, hertenkampen, kinderboerderijen, kampeerterreinen en volkstuinen;

- werken in verband met de uitvoering van de Ontgrondingenwet;

- slopen van opstallen en kunstwerken, egaliseren van terreinen, dempen van kanalen en sloten en dergelijke werken, krotopruiming;

- de gekochte en in eigen beheer geproduceerde computerprogrammatuur;

- de aanschaf van inventaris bij ingebruikneming van accommodaties en van (reserve)onderdelen en hulpstukken bij aankoop van duurzame roerende zaken;

- onderzoekingen in eigen beheer of door derden.

c. Duurzame roerende zaken

Tot deze rubriek worden de duurzame roerende zaken die al dan niet zijn verkregen op basis van financial lease gerekend. Hier onder vallen onder andere:

- auto's, vaartuigen, rollend en varend materieel, fietsen en bromfietsen;

- meubilair, kantoormachines en andere inventarisstukken, stoffering;

- muziekinstrumenten, gymnastiektoestellen, materialen voor sportbeoefening, bewapening;

- verkeerslichtinstallaties, tijdaanwijzers, parkeermeters;

- installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen;

- dieren;

- aankoop van objecten voor verzamelingen in musea.

3.4 Overige goederen en diensten

Samen met L 3.0 en L 3.1 slaat deze categorie op de goederen en diensten die worden verbruikt bij de voortbrenging van de gemeentelijke producten. Goederen die meer dan één jaar ten dienste staan van het productieproces vallen hierbuiten (zie L 3.3).

Deze categorie is onderverdeeld in de subcategorieën betaalde belastingen, betaalde pachten en erfpachten en aankopen niet duurzame goederen en diensten.

3.4.1 Betaalde belastingen

Deze subcategorie is ingevoerd, omdat in het Europese stelsel voor dergelijke betalingen geen sprake is van een directe relatie tussen de betaling en de levering van een dienst. Door het invoeren van deze subcategorie wordt het mogelijk om deze belastingen in de juiste Europese categorie in te delen.

In het algemeen betreft het hier de door overheden opgelegde aanslagen. Hiertoe worden uitsluitend gerekend:

- motorrijtuigenbelasting;

- heffing in verband met lozingen op rijkswateren;

- dijk- en polderlasten of waterschapslasten, zuiveringslasten, heffingen van het Bosschap;

- belastingen die door de gemeente worden geheven van haar eigen objecten, zoals de belasting op onroerende zaken en de rioolrechten.

3.4.2 Betaalde pachten en erfpachten

Deze subcategorie heeft betrekking op de inkomens die eigenaren van grond, binnenwateren en rivieren ontvangen. In het Europese stelsel is in dit geval geen sprake van een dienst. Door het invoeren van deze subcategorie wordt het mogelijk om dit bestanddeel van inkomen uit vermogen in de juiste Europese categorie in te delen. De categorie omvat pachten, erfpachtcanons, precariorechten en recognities.

De huur van woningen en gebouwen behoort niet tot deze categorie. Hier is immers wel sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder. Deze huurbetalingen zijn onderdeel van L 3.4.3.B.b.

3.4.3 Aankopen niet duurzame goederen en diensten

Deze subcategorie is in te delen in twee rubrieken: goederen en diensten

A. Goederen

De tot deze rubriek behorende goederen kunnen worden ingedeeld in algemene benodigdheden, specifieke gebruiksgoederen en specifieke verbruiksgoederen.

a. Algemene benodigdheden

Kernwoorden zijn:

- bureau-, schrijf- en tekenbehoeften, materialen voor post- en archiefzaken, druk- en bindwerk, lichtdrukken en fotokopieën geleverd door derden;

- boeken, staatsbladen, traktatenbladen en kamerstukken, periodieken, tijdschriften en kranten, losbladige uitgaven, kaarten, statistieken, bloemen en planten, schilderijen en andere zaken ter verfraaiing van dienstvertrekken.

b. Specifieke kleine gebruiksgoederen

Tot de specifieke gebruiksgoederen worden gerekend de goederen die aangewend worden voor de uitvoering van specifieke taken. Hieronder vallen onder meer de navolgende voor meermalig gebruik bestemde goederen:

- kleine gereedschappen;

- dienst- en werkkleding, en uitrusting;

- servies- en glaswerk en andere gebruiksgoederen behorende tot de inventaris van kantines en laboratoria, linnengoed en andere benodigdheden voor nachtverblijf, verplegingsartikelen, leermiddelen;

- boeken, platen en kunstwerken voor uitleen, objecten voor verzamelingen van musea;

- noodvoorraden, brandkluis- en reddingsmiddelen;

- meubilair voor wegen, straten en pleinen, zoals: gemeente-, verkeers- en straatnaamborden, wegwijzers, openbare publicatieborden;

- onderdelen, hulpstukken en andere benodigdheden voor vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen, zoals films, dia's en geluidsbanden voor audiovisuele apparatuur;

- de aankoop van geschenken, prijzen en medailles.

c. Specifieke verbruiksgoederen

De specifieke verbruiksgoederen betreffen materialen van meer specifieke aard, die in het productieproces opgaan en geen brandstoffen zijn (zie L 3.1). Hiertoe worden gerekend:

- voedingsmiddelen, dranken en tabaksartikelen;

- waterverbruik;

- genees- en verbandmiddelen, toiletbenodigdheden, reinigings- en ontsmettingsmiddelen;

- ammunitie, veevoeder en stro, chemicaliën, strooizand en zout, smeermiddelen en vetten;

- materialen voor: offset-, lichtdruk- en fotokopieerwerk, mechanische en automatische verwerking van gegevens, fotografische en dactyloscopische werkzaamheden, laboratoriumwerkzaamheden;

- kwekerijproducten, zoals planten, zaden en pootgoed, onkruidbestrijdingsmiddelen, meststoffen;

- bouwmaterialen, zoals asfalt, stenen, zand, cement, hout en betonijzer ten behoeve van werken, ook al worden deze dadelijk ter beschikking van een aannemer gesteld.

B. Diensten

De tot deze rubriek behorende diensten kunnen worden ingedeeld in uitbestede werkzaamheden, huren, verzekeringen, vergoedingen en overige diensten.

a. Uitbestede werkzaamheden

Tot de uitbestede werkzaamheden behoren onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verricht door derden, waarin naast een vergoeding voor arbeidsloon ook verbruikt materiaal begrepen kan zijn. Genoemde werkzaamheden kunnen voorkomen bij:

- onroerende zaken, zoals: terreinen, gebouwen en water- en wegenbouwkundige werken met de daarbijbehorende installaties, te weten: verwarmings-, airconditioning-, elektrische, telefoon-, intercom- en andere telecommunicatie-installaties, bewegingswerken en liften;

- roerende zaken, zoals: kantoormachines, meubilair, stoffering, vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen en dienstkleding.

- overige werkzaamheden, zoals: het reviseren van machines en motoren, het afvoeren van vuil van de secretarie en gemeentelijke diensten, het wassen van gordijnen, linnengoed en dienstkleding, het ontsmetten van onroerende en roerende zaken, voor rekening van derden uitbestede onderhouds- en investeringswerken.

De kosten van uitzendkrachten vallen hier niet onder (zie L 3.0).

b. Huren

Onder huren worden ook verstaan de betaalde auteurs-, octrooi- en licentierechten, alsmede leasetermijnen voor operationele lease.

De betaalde huren hebben betrekking op:

- onroerende zaken, zoals: gebouwen en opstallen;

- roerende zaken, zoals: vervoermiddelen / rollend en varend materieel / machines / werktuigen / gereedschappen / apparatuur / instrumenten / schaft- en gereedschapswagens / zuurstof- en koolzuurcilinders / kantoormachines / vergoeding voor gebruik van eigen vervoermiddel, kleding of gereedschap.

Betaalde pachten en erfpachten behoren niet tot deze subcategorie maar tot L 3.4.2

c. Verzekeringen

Tot de door het verzekeringswezen verleende diensten behoren onder meer:

- verzekeringen tegen brand-, inbraak- en stormschade, glasschade, wettelijke aansprakelijkheid, fraude, reconstructieverzekering;

- vrijwillige (collectieve) verzekeringen tegen ongevallen;

- schadeverzekeringen van duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;

- transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen.

De betaalde premies aan pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen voor het huidige of voormalige personeel tot de sociale lasten worden gerekend (zie L 1.1).

d. Vergoedingen

Tot de vergoedingen behoren:

- vergoedingen aan leden van het dagelijks bestuur van een commissie, die geen raadslid zijn;

- presentiegeld en vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente voor leden van commissies, die geen raadslid zijn;

- vergoeding van reis- en verblijfkosten aan raadsleden en aan leden van commissies, die geen raadslid zijn, voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente;

- vergoeding van reis- en verblijfkosten aan het college van burgemeester en wethouders en aan het gemeentepersoneel voor de uitoefening van hun werkzaamheden (vergoeding voor het woon- werkverkeer wordt als loon beschouwd);

- vergoeding van reis- en verblijfkosten van sollicitanten, externe adviseurs en dergelijke;

- overige vergoedingen ingevolge het Verplaatsingskostenbesluit;

- vergoeding van studiekosten, van kosten huisaansluiting voor telefoon, abonnement en gesprekken, van schade aan persoonlijke eigendommen van het gemeentepersoneel.

e. Overige diensten

Tot de kosten van de overige diensten worden onder meer gerekend:

- de contributies en donaties aan stichtingen en verenigingen, die prestaties leveren ten behoeve van het functioneren van het ambtelijk apparaat van de gemeente;

- de kosten van diensten van taxateurs, notarissen, makelaars in onroerende zaken en overige tussenpersonen;

- proces- en gerechtskosten bij onteigeningsprocedures en rechtsgeschillen;

- andere honoraria van artsen, accountants, architecten (voorzover niet voor investeringswerken, zie L 3.3.3.b) en andere personen met een vrij beroep;

- de kosten van diensten van het bankwezen, zoals de provisie van geldleningen en de kosten van uitbetaling van aflosbare obligaties en vervallen rentecoupons;

- vergoeding voor het geven van onderwijs aan zieke kinderen, godsdienstonderwijs, spraakonderwijs, bijzondere schoolgymnastiek en het verzorgen van de centrale schoolbibliotheek;

- advertentie- en reclamekosten / telefoonkosten / porti-, telegram- en telexkosten / vrachtkosten / incassokosten;

- kosten van geneeskundige behandeling, keuring en controle van (gewezen) personeel;

- kosten van vorming en ontspanning van het personeel;

- bijdragen aan verenigingen en stichtingen ten behoeve van het personeel van de verenigingen en stichtingen;

- kosten van selectie van sollicitanten;

- geldelijke beloningen aan inzenders van de ideeënbus;

- kosten van inning van reinigingsrechten en andere rechten door een gemeentebedrijf;

- kosten van aan- en verkoop en van open dan wel gesloten bewaargeving van waardepapieren.

4. Overdrachten

Deze categorie heeft betrekking op een herverdeling van het inkomen en vermogen. Deze overdrachten zijn betalingen / ontvangsten waartegenover geen direct aanwijsbare prestaties staan en worden ingedeeld in inkomensoverdrachten, investeringsbijdragen en overige vermogensoverdrachten. Bepalend daarbij is welke lasten van de ontvangende partij vergoed worden.

A. Inkomensoverdrachten

Van inkomensoverdrachten is sprake als sprake is van een bijdrage in de exploitatiekosten van bedrijven en instellingen en van bijdragen in de kosten van levensonderhoud van personen. Een inkomensoverdracht vergroot derhalve het beschikbare inkomen van de ontvangende partij.

B. Investeringsbijdragen

De investeringsbijdragen, alsmede de bijdragen in door derden gedane investeringen hebben betrekking op:

- aankoop van gronden en van andere bestaande onroerende zaken;

- nieuwbouw, verbouw of restauratie van onroerende zaken;

- aankoop van duurzame roerende zaken.

C. Overige vermogensoverdrachten

Deze bijdragen zijn bedoeld om het vermogen van de ontvangende partij te versterken. Zij bestaan voornamelijk uit betaalde en ontvangen bijdragen in vermogensverliezen, zoals de vergoeding van niet voldane aflossingen van door de gemeente gewaarborgde geldleningen, legaten en kwijtschelding van schulden.

4.1 Overdrachten aan het Rijk

Overdrachten aan het Rijk zullen niet veelvuldig voorkomen. Deze overdrachten kunnen worden ingedeeld in inkomens- en vermogensoverdrachten.

4.1.1 Inkomensoverdrachten aan het Rijk

In het algemeen is het zo, dat een bijdrage in de lopende uitgaven van het Rijk het belang van de gemeente weergeeft in de uitvoering van een rijkstaak. Een dergelijke bijdrage houdt dus geen verband met aan de gemeente geleverde prestaties.

Voorbeelden hiervan zijn:

- een bijdrage in de kosten van onderhoud van een rijksweg;

- bijdragen in de kosten van door het Rijk geleverde goederen en diensten;

- verstrekte inkomensoverdrachten aan derden.

Tot de inkomensoverdrachten aan het Rijk behoort ook de afdracht van de rijksleges die door de gemeenten zijn geïnd.

4.1.2 Vermogensoverdrachten aan het Rijk

Tot de vermogensoverdrachten aan het Rijk behoren de bijdragen in de kosten van investeringswerken van het Rijk, waarvan de totstandkoming mede in het belang van de gemeente is. Voorbeelden hiervan zijn:

- bijdrage in de kosten van aanleg van een rijksweg;

- bijdragen in de door het Rijk verstrekte investeringsbijdragen;

- overige vermogensoverdrachten.

4.2 Overige inkomensoverdrachten

Deze categorie wordt ingedeeld in vier subcategorieën: subsidies aan marktproducenten, sociale uitkeringen in geld, sociale uitkeringen in natura aan personen en overige inkomensoverdrachten.

Tot deze categorie worden niet gerekend de uitkeringen aan huidig en voormalig personeel en de bijdragen aan verenigingen, stichtingen en fondsen ten behoeve van het personeel. Deze lasten dienen als salarissen en sociale lasten of als aankoop van overige goederen en diensten te worden aangemerkt.

4.2.1 Subsidies aan marktproducenten

Tot de subsidies aan marktproducenten worden gerekend de bijdragen aan professionele marktgerichte organisaties die worden verstrekt met het doel de productie in stand te houden (onrendabele lijnen), dan wel tegen aanvaardbare prijzen te kunnen aanbieden (treinprijs, loonkosten). Bijdragen aan overheidsinstellingen, instellingen zonder winstoogmerk en huishoudens behoren hier niet toe.

Tot de subsidies aan producenten behoren onder meer:

- bijdragen aan bedrijven, en voorts aan de Nederlandse Spoorwegen voor beveiliging van spoorwegovergangen en aan telefoonbedrijven voor openstelling van publieke telefoongelegenheden;

- bijdragen aan exploitanten van accommodaties voor handel en nijverheid, cultuur, sport en recreatie of multifunctionele accommodaties;

- subsidies aan beroepsgezelschappen voor muziek, opera, toneel en dans, alsmede voor de beroepssport;

- subsidies aan instellingen zonder winstoogmerk werkzaam voor bedrijven, die zich voornamelijk bezighouden met voorlichting, ontwikkeling en onderzoek, of met het organiseren van manifestaties en evenementen, zoals winkelweken, beurzen en tentoonstellingen;

- vergoeding van niet voldane rente van door de gemeente gewaarborgde geldleningen.

4.2.2 Sociale uitkeringen in geld

Deze categorie is bedoeld voor inkomensoverdrachten in geld om de financiële lasten te verlichten die voor huishoudens voortvloeien uit een aantal sociale risico's en behoeften.

Tot deze subcategorie behoren onder meer:

- uitkeringen (inclusief sociale lasten) aan personen krachtens de Algemene Bijstandswet /IOAW/IOAZ, WIK en gemeentelijke bijstandsregelingen, met inbegrip van de verstrekte leenbijstand en de Wet werkloosheidsvoorziening;

- kwijtschelding van (belasting)heffingen.

4.2.3 Sociale verstrekkingen in natura aan personen

Deze categorie is bedoeld voor bijdragen aan huishoudens om de financiële lasten te verlichten die voortvloeien uit een aantal sociale risico's en behoeften. De besteding van de bijdragen is in dit geval niet ter vrije keuze maar gebonden, door bijvoorbeeld goederen ter beschikking te stellen of de aanschaf van bepaalde goederen en diensten te vergoeden.

Tot deze subcategorie behoren onder meer:

- kosten van vervoer tussen huis en school van (gehandicapte) leerlingen;

- kosten van door derden geleverde faciliteiten aan asielzoekers;

- verhuis- en herinrichtingskosten en de kosten van opslag van meubilair van bewoners van woningen, zoals bij woningverbetering en krotopruiming;

- individuele huursubsidie;

- vergoedingen krachtens de Wet Voorzieningen Gehandicapten (vervoer, rolstoelen, woningaanpassing).

4.2.4 Overige inkomensoverdrachten aan de overheid (excl. Rijk)

Door samentelling van L 4.1.1 en L 4.2.4 wordt het totaal verkregen van de inkomensoverdrachten die verstrekt worden aan de overheidssector van Nederland. Tot de hier bedoelde overheid behoren vanzelfsprekend de provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, maar ook de stichtingen waarvan de exploitatiebaten in hoofdzaak bestaan uit overheidssubsidies.

Tot deze subcategorie behoren onder meer:

- bijdragen en vergoedingen aan schoolbesturen van bijzondere scholen;

- bijdragen aan musea, bibliotheken, zwembaden;

- bijdragen aan centra voor inkomen en werk

- bijdragen voor activiteiten van provincies, waterschappen, andere gemeenten en particulieren, waarbij de gemeente belang heeft, zoals het onderhoud van een weg en de exploitatie van verkeerslichteninstallaties, kunstwerken en werkende molens;

- bijdragen in de kosten van door provincies, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en andere gemeenten geleverde goederen en diensten aan derden, alsmede door die organen verstrekte inkomensoverdrachten.

- afdracht aan de provincies van de provinciale leges die door de gemeenten zijn geïnd.

4.2.5 Overige inkomensoverdrachten

Tot deze subcategorie behoren onder meer:

- toelagen aan zelfstandig gevestigde artsen en verloskundigen;

- tegemoetkomingen aan raadsfracties in de kosten van die fracties;

- vergoedingen en schadeloosstellingen ingevolge wettelijke regelingen en ingevolge wettelijke aansprakelijkheid;

- bijdragen aan amateur-gezelschappen voor muziek, opera, toneel en dans en voor amateursportbeoefening;

- subsidies aan instellingen zonder winstoogmerk werkzaam voor gezinnen, zoals verenigingen, stichtingen en commissies, die zich bezighouden met activiteiten van allerlei aard;

- geldprijzen, toelagen of andere bijdragen aan personen voor bijzondere prestaties, zoals op het gebied van cultuur en wetenschap of voor daden van menslievende aard;

- bijdragen aan studiefondsen en verstrekking van studiebeurzen en toelagen.

4.3 Investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten

Deze categorie is onder te verdelen in de volgende rubrieken:

a. Investeringsbijdragen

Tot deze rubriek behoren alle investeringsbijdragen aan anderen dan het Rijk. Daartoe worden ook gerekend de bijdragen in werken, die worden uitgevoerd in het kader van gemeentelijke investeringen, zoals de bijdragen aan de Nederlandse Spoorwegen in de kosten van aanleg van spoorwegovergangen en spoorwegviaducten, in de bouw of verbetering van gemeentewegen en voor wegwijzers bij nieuw aangelegde gemeentewegen.

Hieronder worden niet gebracht de kapitaalverstrekkingen voor investeringen aan gemeentebedrijven met een eigen rechtspersoonlijkheid en gemeenschappelijke regelingen op publiekrechtelijke grondslag. Deze verstrekkingen worden als inbreng van kapitaal beschouwd en worden derhalve onder de financiële transacties gerangschikt (zie L 5.7).

b. Vergoedingen

Tot deze rubriek worden gerekend de vergoedingen bij verwerving van onroerende zaken en de vergoedingen van schade verband houdende met gemeentelijke investeringswerken. Voorbeelden van vergoedingen bij verwerving van onroerende zaken zijn:

- bedrijfsschadevergoedingen;

- inkomensschadevergoedingen aan pachters en huurders;

- vergoeding van verplaatsing van een bedrijf, sportaccommodatie en dergelijke;

- vergoeding van afbraakkosten.

Vergoedingen van schade verband houdende met gemeentelijke investeringswerken zijn onder meer:

- bedrijfsschadevergoedingen, zoals vergoeding van omrijdschade;

- vergoeding van kosten van verleggen van kabels, leidingen, sloten en andere objecten onder, op of boven de grond;

- vergoeding van aanpassingskosten van onroerende eigendommen van derden.

c. Andere kapitaaloverdrachten

Tot deze rubriek worden gerekend vermogensoverdrachten aan derden, met uitzondering van die aan het Rijk. Voorbeelden zijn:

- bijdragen wegens geleden schade aan onroerende zaken door overstromingen of ander natuurrampen;

- bijdragen ter dekking van geaccumuleerde verliezen over verschillende jaren;

- afkoopsommen van onderhoudsplicht in verband met overdracht in beheer en onderhoud van water- en wegenbouwkundige werken;

- vergoeding van schade, ontstaan ten gevolge van vaststelling of herziening van gemeentelijke bestemmingsplannen, met inbegrip van die aan eigenaars van onroerende zaken aangewezen als behorende tot een beschermd dorps- of stadsgezicht;

- afkoop van tolrecht of andere rechten;

- bijdragen in door derden betaalde schadevergoedingen en afkoopsommen;

- vergoeding van niet voldane aflossingen van door de gemeente gewaarborgde geldleningen;

- schadevergoedingen aan ondernemingen na hevige regenval of na langdurige droogte of andere natuurrampen;

- uitkeringen aan rechthebbenden of aan de consignatiekas van de (netto)opbrengst wegens verkoop van gevonden voorwerpen dan wel op het strand aangespoelde goederen.

Bijdragen uit reserves ter dekking van tekorten van gerealiseerde bouwexploitatieplannen behoren in categorie 6.0 te worden verwerkt.

De categorie 4.3 wordt nader onderverdeeld in twee subcategorieën: 4.3.1 en 4.3.2

De indeling is geheel bepaald door de aard van de instellingen die de overdrachten ontvangen. Subcategorie 4.3.1 is van toepassing indien de investeringsbijdragen of overige kapitaaloverdrachten verstrekt worden aan een overheidsinstelling. Subcategorie 4.3.2 slaat op de investeringsbijdragen of overige kapitaaloverdrachten die aan niet-overheidsinstellingen verstrekt worden. Het onderscheid is hetzelfde als dat tussen L 4.2.4 en L 4.2.5.

5. Financiële transacties

Aan deze categorie worden alle transacties toegerekend die een mutatie in gemeentelijke schulden en vorderingen tot gevolg hebben. Mutaties in vorderingen en schulden worden uiteindelijk in de rapportages aan de Europese Commissie netto verantwoord. Om op eenvoudige wijze aan te sluiten op de financiële administratie wordt in de verdelingsmatrix de bruto registratie door de gemeenten gevolgd. Dit houdt in dat de aflossing op schulden en het aangaan van vorderingen als uitgaande kasstroom aan de uitgavenzijde worden verantwoord. De inkomende kasstromen door vergroting van schulden en de aflossing van vorderingen wordt aan de batenzijde verantwoord. Voor de Europese rapportages is het van wezenlijk belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen transacties in vorderingen en transacties in schulden. De verdelingsmatrix geeft dit onderscheid door de informatie over de CV-categorieën te combineren met de balanspost waarop de categorieën betrekking hebben.

Tot deze categorie worden gerekend de mutaties in chartaal geld en deposito's, kort- en langlopende effecten anders dan aandelen, financiële derivaten, kortlopende leningen, langlopende leningen, aandelen en overige deelnemingen en handelskredieten en transitorische posten. De daarmede verband houdende opnemingen en aflossingen dienen tegen de transactiewaarde in de rekening tot uitdrukking te worden gebracht. Indien nominale waarden worden geboekt dienen tegenboekingen voor agio en disagio te worden opgenomen. Deze boekingen hebben ook het karakter van financiële transacties.

Agio en disagio

Bij boeking van schuldopneming en schuldaflossing tegen nominale waarden moet een disagio (verschil tussen de emissiekoers of aflossingskoers en nominale waarde) derhalve door het opnemen van een tegenboeking tot uitdrukking worden gebracht. Deze tegenboekingen en een agio bij opneming of bij aflossing worden tot dezelfde categorie gerekend als de schuldtitel waarop ze betrekking hebben.

5.1 Chartaal geld en deposito's

Tot deze subcategorie behoren alle mutaties in kas- en bank- / girosaldi en (spaar)tegoeden die zonder beperking of boete omgezet kunnen worden in kasgeld.

5.2 Kortlopende effecten m.u.v. aandelen

Deze categorie heeft betrekking op verhandelbare vorderingen aan toonder met een oorspronkelijke looptijd van minder dan één jaar. De houder van deze schuldtitel heeft geen eigendomsrechten op de emittent. Kort gezegd gaat het om risicomijdend verhandelbaar papier met een korte looptijd. Voorbeelden zijn commercial papers en depositocertificaten.

5.3 Langlopende effecten m.u.v. aandelen

Deze categorie heeft betrekking op verhandelbare vorderingen aan toonder met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. De houder van deze schuldtitel heeft geen eigendomsrechten op de emittent. Kort gezegd gaat het om risicomijdend verhandelbaar papier met een lange looptijd. Voorbeelden zijn obligaties en medium term notes.

5.4 Financiële derivaten

Tot deze subcategorie behoren alle mutaties in vorderingen en schulden die zijn gebaseerd op of afgeleid zijn van een andere onderliggende waarde.

Tot derivaten behoren onder andere:

- opties;

- warrants;

- futures;

- swaps.

5.5 Kortlopende leningen

Deze categorie heeft betrekking op onderhandse leningen (zoals kasgeldleningen, en rekening-courantverhoudingen met niet-banken), blijkend uit niet-verhandelbare documenten tussen leningnemer en leninggever. Kenmerken zijn: een onvoorwaardelijke schuld met aflossing op vaste vervaldata volgens een afgesproken aflossingsschema en een afgesproken rentevergoeding.

Tot deze subcategorie behoren alle mutaties in vorderingen en schulden die een oorspronkelijke looptijd hebben van maximaal één jaar of die op verzoek van de verstrekker direct moeten worden afgelost.

5.6 Langlopende leningen

Deze categorie heeft betrekking op onderhandse leningen, blijkend uit niet-verhandelbare documenten tussen leningnemer en leninggever. Kenmerken zijn: een onvoorwaardelijke schuld met aflossing op vaste vervaldata volgens een afgesproken aflossingsschema en een afgesproken rentevergoeding.

Tot deze subcategorie behoren alle mutaties in vorderingen en schulden die een oorspronkelijke looptijd hebben van meer dan één jaar.

Tot langlopende leningen behoren onder andere:

- financial lease en huurkoopovereenkomsten;

- leningen ter financiering van handelskredieten;

- hypothecaire geldleningen;

- waarborgsommen.

5.7 Aandelen en overige deelnemingen

Deze categorie heeft betrekking op vorderingen die eigendomsrechten op vennootschappen vertegenwoordigen. Dergelijke vorderingen geven de houder recht op een aandeel in de winst alsmede in het netto vermogen in geval van liquidatie. Hier is sprake van risicodragende vorderingen. De waarde van de vordering en de vergoeding voor het beschikbaar gestelde vermogen staan niet contractueel vast, maar is afhankelijk van marktontwikkelingen.

Aandelen en deelnemingen zijn mogelijk in beurs- en niet-beursgenoteerde bedrijven. Aandelen in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere publiekrechtelijke organisaties zijn per definitie niet mogelijk. Voorbeelden zijn aandelen in BNG en energiebedrijven.

5.8 Handelskredieten en transitorische posten

Bij deze subcategorie worden onder handelskredieten verstaan alle mutaties in vorderingen en schulden die zijn ontstaan als gevolg van het verkopen van goederen / verlenen van diensten c.q. de aankoop van goederen / gebruikmaken van diensten, waarvan de betaling op een later tijdstip plaatsvindt.

Onder transitorische posten worden bij deze subcategorie verstaan alle mutaties in te ontvangen of te betalen bedragen waarvan de daadwerkelijke ontvangst of betaling buiten de verslagperiode valt.

Tot transitorische posten behoren onder andere:

- belastingen;

- sociale premies;

- dividenden;

- rente.

6. Verrekeningen

De voorgaande categorieën hebben betrekking op (financiële) transacties met derden. Onder de categorie 6 worden de boekingen verantwoord die betrekking hebben op interne verrekeningen om kosten te verdelen en toe te rekenen en om te komen tot de bepaling van het resultaat. De verrekeningen zijn per definitie tweezijdig. Dit betekent dat de bedragen die verrekend worden zowel aan de baten- als aan de lastenzijde moeten voorkomen. Deze voorwaarde geldt voor het totaal van de rekening (lasten-, batenrekening + kostenplaatsen en balansmutaties).

De doorberekening van de lasten naar (sub)functies en andere kostendragers dient dus op een dusdanige wijze te geschieden dat lasten niet dubbel voorkomen op de betreffende kostencategorie.

Voorbeeld is de doorbelasting van de huur. Deze wordt als lasten geboekt op categorie 3.4.3. De doorbelasting van deze categorie naar de (sub)functie en andere kostendragers door te boeken:

(sub)functie / kostendrager doorbelaste huur xxxx

aan categorie 3.4.3 sluitrekening/

doorbelastingsrekening doorbelasting huur xxxx

6.0 Reserveringen

Tot deze categorie behoren de lasten verband houdende met verrekeningen van (sub)functies van de begroting of rekening van baten en lasten met de reserves en voorzieningen op de balans. Verrekeningen tussen reserves en voorzieningen onderling gaan ofwel via begroting(swijziging) ofwel via bestemming van het resultaat. Dit geldt ook voor de overboekingen tussen de balansposten reserves en (im)materiële vaste activa.

6.1 Kapitaallasten

De netto kapitaallasten worden door middel van categorie 6.1 toegerekend aan de desbetreffende functies, kostenplaatsen en vaste activa (L 6.1). De toegerekende bedragen dienen aan te sluiten op de desbetreffende bedragen vermeld in de investerings- en financieringsstaat, voorzover deze nog een boekwaarde bezitten.

De componenten bespaarde rente en afschrijvingen zijn in wezen administratieve boekingen. De bespaarde rente die als last in het overzicht kapitaallasten voorkomt, kan onder categorie 2.2 ten gunste komen van:

- de desbetreffende (sub)functies;

- de desbetreffende reserves en voorzieningen.

De afschrijvingen worden onder categorie 2.3 gebracht.

De kapitaallasten bestaan uit een aantal componenten. Hierna volgt een limitatieve opsomming van die componenten:

- rente van aangegane langlopende geldleningen, met inbegrip van rentebestanddelen van annuïteitenleningen, betaalde premies van premieleningen en rente van rijksleningen (voorschotten) (L 2.1) en van in de gemeentekas gestorte langlopende waarborgsommen (L 2.1);

- rente van opgenomen kasgeldleningen, call-gelden en in rekening-courant opgenomen gelden (L 2.1) en de aftrekpost daarop aan de batenzijde voorzover die geldleningen zijn aangewend voor de financiering van de lasten (B 6.2);

- berekende bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen (L 2.2);

- afschrijvingen op geactiveerde lasten, inclusief die ter zake van sluiting vervroegde aflossing, conversie en disagio (minus agio) van aangegane langlopende geldleningen (L 2.1);

- provisie van geldleningen (L 3.4.3Be);

- kosten van uitbetaling van aflosbare obligaties en vervallen rentecoupons (L 3.4.3Be);

- toevoegingen aan fondsen wegens reserveringen voor te betalen premies van premieleningen (L 60).

a. Verstrekte langlopende geldleningen

Voorts wordt gewezen op de omstandigheid dat in dit comptabele systeem geen afschrijvingen worden gepleegd op door de gemeente verstrekte langlopende geldleningen. Op de investerings- en financieringsstaat worden die geldleningen verminderd met de aflossingen.

b. Ontvangen langlopende waarborgsommen

De in de gemeentekas gestorte langlopende waarborgsommen worden beschouwd als aangegane langlopende geldleningen. De daarover verschuldigde rente dient derhalve in de renteomslag betrokken te worden.

De netto kapitaallasten zijn het saldo van de rentekosten minus de tot functie 914 (geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar) behorende rentelasten en / of rentebaten en de afschrijvingen.

Het totaal van deze categorie wordt, eventueel via kostenplaatsen, verdeeld over de kostendragers.

6.2 Kostenplaatsen

Instelling kostenplaatsen

De door de gemeente ingestelde kostenplaatsen en de daarin begrepen lasten van taken worden via een tarief aan de onderscheidene in de begroting en / of rekening opgenomen (sub)functies en andere kostendragers doorberekend. Het gaat om organisatie-eenheden die taken verrichten voor meer dan één (sub)functie, zoals: centrale inkoop, centrale salarisadministratie, centraal wagenpark, openbare werken, plantsoenendienst.

Categorie 6.2 slaat op verrekeningen over en weer tussen de (sub)functies enerzijds en de kostenplaatsen anderzijds, alsmede tussen die kostenplaatsen onderling. Tevens worden hiertoe gerekend de doorberekeningen van de kostenplaatsen aan de (im)materiële vaste activa.

De categorie kostenplaatsen kan worden onderscheiden in twee subcategorieën: verrekening voor investeringsprojecten en overige.

6.2.1 Verrekening voor investeringsprojecten

Tot deze subcategorie behoort de verrekening van de kosten voor prestaties van eigen diensten die de waarde vermeerderen van investeringen.

Hieronder vallen onder andere:

- architectenwerk;

- softwareontwikkeling in eigen beheer;

- voorbereiding en toezicht bij de bouw.

6.2.2 Overige

Tot deze subcategorie behoren lasten die niet zijn toe te rekenen aan de vorige subcategorie.

Hieronder vallen onder andere:

- Niet functioneel in te delen accommodaties.

De lasten van een niet functioneel in te delen accommodatie, waarvan een politiebureau annex brandweerkazerne een voorbeeld is, dienen via een kostenplaats over de desbetreffende (sub)functies en andere kostendragers te worden verdeeld. Desgewenst kunnen de lasten van de multifunctionele accommodaties op dezelfde wijze worden toegerekend.

- Functionele en territoriale commissies

Ook kunnen in kostenplaatsen deelbudgetten worden ondergebracht voor functionele en territoriale commissies ex artikel 96 van de Gemeentewet.

- Centrumfunctie bij gemeenschappelijke regelingen

Indien de gemeente als centrumgemeente de exploitatie verzorgt van een in een gemeenschappelijke regeling ondergebrachte overheidstaak, dient deze exploitatie uit een kostenplaats te blijken, zodat alleen het gemeentelijk aandeel naar de desbetreffende (sub)functie(s) wordt overgebracht.

- Voorraden

Bij een direct aanwijsbaar verband tussen de aankoop van goederen en het verbruik daarvan op de (sub)functies behoren de goederen rechtstreeks op de desbetreffende (sub)functies te worden geraamd en / of verantwoord. Voorzover aanschaf en verbruik van goederen niet in hetzelfde dienstjaar plaatsvinden, bestaat in een stelsel van baten en lasten de mogelijkheid het verbruik van die goederen door activering over de verschillende dienstjaren te verdelen. Daartoe worden de aanwezige voorraden via de balans naar het volgende dienstjaar overgeboekt. Voor de toevoeging en later de onttrekking aan de voorraden wordt gebruik gemaakt van de categorie L 3.3.3 en B 3.3.2 (zie de toelichting op deze categorieën).

6.3 Overige verrekeningen

Lastencategorie 6.3 is niet meer nodig voor overboekingen binnen de gemeente met takken van dienst en / of bedrijven omdat er voor de totale organisatie één geïntegreerde begroting en rekening moet worden gepresenteerd. Wel komen binnen een gemeente nog diverse interne verrekeningen voor die niet het karakter hebben van de verrekeningen bedoeld onder 6.0, 6.1 of 6.2. Voorbeelden hiervan zijn activering van lasten (zoals van de bouwgrondexploitatie), overboeking binnen de materiële vaste activa. Voor al deze bijzondere interne verrekeningen is categorie 6.3 bedoeld.

Batencategorieën

0.0. Niet in te delen baten

De bij de begroting niet onder andere categorieën te rangschikken gemeentelijke baten behoren tot de categorieën van groep 0.

Tot deze categorie behoren de te ramen bedragen vanwege het verwachte achterblijven van de feitelijke lasten bij de in de begroting beschikbaar gestelde bedragen; de zogenaamde onderuitputting.

2. Rente, winstuitkeringen en afschrijvingen

Naast de afschrijvingen omvat deze categorie de inkomenselementen die worden ontvangen in ruil voor het verstrekken van financiële middelen als leningen en risicodragend kapitaal.

Deze categorie is te onderscheiden in werkelijk ontvangen rente, toegerekende rente en afschrijvingen.

2.1 Werkelijk ontvangen rente en winstuitkeringen

Tot deze subcategorie worden gerekend de rente die verschuldigd is door derden als gevolg van het aangaan van een financiële verplichting met die derde in de vorm van lang- en kortlopende leningen en daarmee vergelijkbare financieringen, deposito's en handelskredieten.

Tot deze categorie behoren ook de winstuitkeringen die de gemeente ontvangt over de aandelen en andere deelnemingen.;

• dividenduitkering (contant, stock); de uitkering van bonusaandelen behoort hier niet toe; deze worden niet geregistreerd omdat de marktwaarde van de deelneming niet verandert;

• winstuitkering van ondernemingen met rechtspersoonlijkheid die geen vennootschap zijn.

2.2 Toegerekende rente

Tot deze subcategorie worden gerekend de tegenboeking van de berekende bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen en de toegerekende rente over investeringen.

2.3 Afschrijvingen

Tot deze subcategorie behoren de tegenboekingen van de normale of extra afschrijvingen op geactiveerde kapitaallasten.

3. Goederen en diensten

De categorieën van groep 3 geven de goederen- en dienstentransacties weer. Deze houden rechtstreeks verband met de aan- en verkoop van goederen en diensten. Hierbij moet sprake zijn van een directe relatie tussen de betaling en de geleverde prestaties. Het mag voor de typering van de baten behorende tot de goederen- en dienstentransacties geen verschil maken of die prestaties worden geleverd aan een particulier bedrijf, een stichting, een vereniging, een gemeenschappelijke regeling of een andere overheid. Is er echter geen direct verband tussen de betaling en de geleverde prestaties, dan worden de betalingen als bijdragen beschouwd en gerekend tot de overdrachten; zie aldaar. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de gemeente een bijdrage ontvangt van het Rijk of de provincie voor de uitvoering van gemeentelijke taken. (bibliotheken, musea etc).

3.0 Vergoeding voor personeel

Het betreft hier de vergoeding van het beschikbaar stellen van eigen personeel aan derden, die op basis van een tarief als zodanig worden afgerekend.

3.2 Huren en pachten

De huren en pachten worden onderscheiden in twee subcategorieën: huren en pachten.

3.2.1 Huren

Bij de huur van woningen en gebouwen is sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder.

De huren hebben betrekking op onroerende of duurzame roerende zaken (zie ook L 3.4.3 B b).

Verder omvat deze categorie onder meer ook de ontvangen vergoedingen voor gebruik van schoollokalen, gymnastieklokalen en sportaccommodaties.

3.2.2 Pachten

Deze categorie heeft betrekking op de inkomens die de gemeente als eigenaar van grond, binnenwateren en rivieren ontvangt in ruil voor het ter beschikking stellen van die grond, binnenwateren en rivieren. In het Europese stelsel is in dit geval geen sprake van een dienst. Door het afzonderen van deze post uit het totaal van L 3.4 wordt het mogelijk om dit bestanddeel van inkomen uit vermogen in de juiste Europese categorie in te delen.

Tot de categorie pachten behoren vooral:

- erfpachtcanons;

- pacht;

- rechten voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond of -water, voor de openbare dienst bestemd (precariorechten);

- staan- en liggelden van woonwagens en -schepen;

- vergoedingen voor het vissen in gemeentewater en het jagen op gemeentegrond en het hebben van uitlozingen op gemeentewater;

- concessiegelden wegens het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten binnen de gemeente, zoals: distributie van gas, water en elektriciteit en zand- en grindwinning.

Bij afkoop van erfpacht is geen sprake van verkoop van grond. De eenmaligheid van de afkoopsom maakt deze ook niet vergelijkbaar met en optelbaar bij de jaarlijkse erfpachtcanons. Vanwege het eenmalige karakter (of eens in de dertig a vijftig jaar) zijn de afkoopsommen van erfpacht in de Europese rapportages behandeld als grondverkoop (zie batencategorie 3.3.2).

3.3 Duurzame goederen

Onder deze categorie valt de vervreemding van gemeentelijke investeringsgoederen.

In deze categorie worden twee subcategorieën onderscheiden: opbrengst van grondverkopen en overige verkopen duurzame goederen.

Indien de verkoop van onroerende zaken uit zowel grond als overige duurzame goederen bestaat, is de behandeling afhankelijk van de omstandigheden. Alleen als de omvang van elk van de twee componenten substantieel is en grond en opstallen afzonderlijk van belang zijn, dient de verkoop gesplitst te worden in deze twee subcategorieën. In de andere gevallen wordt de categorie gebruikt die slaat op het hoofddoel van de transactie.

Bijkomende kosten worden toegerekend aan de subcategorie overige duurzame goederen.

3.3.1 Opbrengst van grondverkopen

Tot deze subcategorie worden gerekend verkoopsommen van gronden. Tot de koopsommen worden niet gerekend de kosten in verband met eigendomsoverdracht. Deze worden gerekend tot batencategorie 3.3.2.

Een bijzonder geval vormt de afkoop van erfpacht. Formeel is hier geen sprake van verkoop van grond. De eenmaligheid van de afkoopsom maakt deze ook niet vergelijkbaar met en optelbaar bij de jaarlijkse erfpachtcanons (batencategorie 3.2.2). Vanwege het eenmalige karakter (of eens in de dertig a vijftig jaar) zijn de afkoopsommen van erfpacht in de Europese rapportages behandeld als grondverkoop.

3.3.2 Overige verkopen duurzame goederen

Deze subcategorie kan worden ingedeeld in twee rubrieken: onroerende zaken en duurzame roerende zaken.

a. Onroerende zaken

Tot onroerende zaken worden gerekend verkoopsommen van gebouwen, water- en wegenbouwkundige werken en andere onroerende zaken met inbegrip van werken die na de totstandkoming aan derden worden overgedragen.

In gevallen waarbij ruiling plaatsvindt of de bijkomende kosten ten laste van de gemeente komen, dienen de verkoopsommen steeds bruto te worden verantwoord. Verder behoren hiertoe de ontvangsten wegens verkoop van de bij afbraak vrijgekomen materialen.

Voor overige verkopen duurzame goederen in erfpacht geldt hetzelfde als voor erfpacht van gronden (zie batencategorie 3.3.1).

b. Duurzame roerende zaken

Tot deze rubriek behoren de opbrengsten wegens verkoop van:

- (buiten gebruik gestelde) duurzame zaken genoemd onder lastencategorie 3.3.3;

- buiten gebruik gestelde duurzame roerende zaken welke aard- en nagelvast verbonden waren aan onroerende zaken;

- verkoop van objecten voor verzamelingen in musea.

3.4 Overige goederen en diensten

De opbrengsten wegens verkoop van overige goederen en diensten hebben onder meer betrekking op:

- vergoeding van kosten van administratie en toezicht, die als leges, consenten of andere rechten worden geheven, zoals secretarieleges, rechten burgerlijke stand en de rechten ingevolge de Wet wapens en munitie;

- begraafrechten, reinigingsrechten, vermakelijkheidsretributies;

- scheepvaartrechten, brug- en sluisgelden;

- staangelden voor markten en kermissen;

- parkeergelden inclusief de gefiscaliseerde parkeerboetes;

- andere vergoedingen wegens aan derden geleverde goederen en diensten met inbegrip van de rijksvergoedingen, zoals:

- de tegemoetkoming in de uitvoeringskosten van rijksgroeps- en rijksbijdrageregelingen en van de Wet werkloosheidsvoorziening;

- de inningskosten van de heffingen ingevolge de Warenwet en de Vleeskeuringwet;

- administratiekosten verband houdende met uitbetaling van de kostwinners- en batenvergoedingen aan militairen;

- opbrengst van de verkoop van vuilniszakken, die verplicht zijn gesteld voor het aanbieden van huisvuil aan de gemeentelijke reinigingsdienst;

- terugontvangsten van zegel-, porti-, telefoon- en incassokosten;

- vergoedingen voor koffie- en theeverstrekkingen en voor geleverde consumpties;

- aandelen in de kosten van excursies, cursussen en lezingen, dienstkleding;

- bijdragen van ouders of verzorgers van leerlingen in de kosten van spraakonderwijs, bijzondere schoolgymnastiek en voor in bruikleen verstrekte schoolboeken en leermiddelen, voor voeding en voor verpleging in openlucht- en buitenscholen;

- toegangsgelden, uitleengelden met inbegrip van boeten en dergelijke;

- opbrengsten wegens verkoop van:

- drukwerk, oud papier;

- afgestoten objecten van gemeentelijke musea;

- overtollige of buiten gebruik gestelde goederen en materialen;

- hakhout, gras-, riet- andere gewassen;

- gevonden voorwerpen en op het strand aangespoelde goederen;

- ontvangsten wegens voor rekening van derden uitgevoerde onderhouds- en investeringswerken;

- opbrengsten wegens verkoop van goederen en diensten door gemeentelijke bedrijven - zoals nutsbedrijven, openbaarvervoerbedrijven en zeehavens - voorzover deze opbrengsten niet tot de andere batencategorieën van groep 3 behoren.

4. Overdrachten

4.0 Belastingopbrengsten

Deze categorie kan worden onderscheiden in drie subcategorieën: belasting op producenten, belasting op inkomen van gezinnen en vermogensheffing.

4.0.1 Belasting op producenten

Hiertoe behoren uitsluitend de opbrengsten van belastingen geheven ingevolge de Gemeentewet, de Drank- en Horecawet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet Milieubeheer. De subcategorie omvat mede de rente bij te late betaling.

Tot deze subcategorie behoren de volgende belastingen die ingevolge artikel 219 van de Gemeentewet geheven worden:

- onroerende zaakbelasting voor woningen en niet-woningen voor eigenaren alsmede de gebruikersbelasting onroerende zaken voor niet-woningen;

- bouwgrondbelasting, bedoeld in artikel 220;

- belasting op openbare aankondigingen, voorzover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan;

- toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224;

- rioolrechten op niet-woningen.

Tot deze subcategorie behoren niet de parkeergelden (zie B3.4)

4.0.2 Belasting op inkomen van gezinnen

Tot de subcategorie behoren niet de parkeergelden.

De ingevolge artikel 219 van de Gemeentewet geheven belastingen zijn:

- belasting op honden, bedoeld in artikel 226;

- belasting ter zake van het houden van nachtverblijf of het hebben van een gemeubileerde woning, bedoeld in artikel 223;

- rioolrechten op woningen;

- gebruikersbelasting onroerende zaken voor woningen.

4.0.3 Vermogensheffing

De ingevolge artikel 219 van de Gemeentewet geheven belastingen zijn baatbelastingen, zoals bedoeld in artikel 222.

4.1 Overdrachten van het Rijk

Deze categorie kan worden onderscheiden in twee subcategorieën: inkomensoverdrachten van het Rijk en vermogensoverdrachten van het Rijk.

4.1.1 Inkomensoverdrachten van het Rijk

Van inkomensoverdrachten is sprake, als sprake is van een bijdrage in de exploitatiekosten van de gemeente. Een inkomensoverdracht vergroot derhalve het beschikbare inkomen van de gemeente.

Tot de inkomensoverdrachten van het Rijk worden gerekend:

- de uitkeringen uit het Gemeentefonds;

- de doeluitkeringen in de exploitatiekosten, die al dan niet een integrale vergoeding van een gemeentelijke overheidstaak beogen;

- alle andere uitkeringen voorzover deze geen vergoeding van voor het Rijk verrichte werkzaamheden zijn, zoals de tegemoetkomingen in de loonkosten van tewerkgestelden ingevolge bijzondere regelingen en de bijzondere rentetoeslag in verband met de Woningwetbouw 1957.

4.1.2 Vermogensoverdrachten van het Rijk

Tot de vermogensoverdrachten van het Rijk worden gerekend de ontvangen investeringsbijdragen van het Rijk en de van het Rijk ontvangen overige vermogensoverdrachten.

4.2 Overige inkomensoverdrachten

Deze categorie kan worden onderscheiden in twee subcategorieën: baten met betrekking tot vergoeding en verhaal sociale uitkeringen en overige inkomensoverdrachten.

4.2.1 Baten met betrekking tot vergoeding en verhaal sociale uitkeringen

Deze subcategorie is bedoeld om het mogelijk te maken het lastenbedrag van de categorieën L 4.2.2 en L 4.2.3 zuiver te maken. Hiertoe is nodig dat uitkeringen aan personen worden gecorrigeerd voor terugbetalingen van deze personen wegens van hen gevraagde bijdragen en terugbetaling van ten onrechte verstrekte uitkeringen.

Tot deze subcategorie worden gerekend:

- rente en aflossing van verleende leenbijstand en verhaal van bijstand, waaronder begrepen de minnelijke schikkingen ingevolge de Algemene Bijstandswet en de ontvangsten op grond van afgegeven machtigingen op lopende uitkeringen door bijstandsgerechtigden, de zogenaamde gecedeerde baten, zoals: A.O.W. / A.W.W.-uitkeringen, uitkeringen uit sociale verzekeringen en alimentatiebijdragen;

- de eigen bijdragen krachtens de Wet Voorzieningen Gehandicapten;

- de eigen bijdragen voor het leerlingenvervoer tussen school en huis.

4.2.2 Overige inkomensoverdrachten van de overheid (excl. het Rijk)

Door samentelling van B 4.1.1 en B 4.2.2 wordt het totaal verkregen van de inkomensoverdrachten die van de overheidssector in Nederland ontvangen worden. Tot de hier bedoelde overheid behoren vanzelfsprekend de provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, maar ook de stichtingen waarvan de exploitatiebaten in hoofdzaak bestaan uit overheidssubsidies.

4.2.3 Overige inkomensoverdrachten

Tot deze subcategorie worden gerekend:

- de bijdragen in de kosten van gemeentetaken voorzover daartegenover geen leveringen van goederen en diensten staan;

- schadevergoedingen van verzekeringsmaatschappijen en andere uitkeringen ingevolge wettelijke aansprakelijkheid, ongeacht of de schade personen of zaken betreft;

- ontvangen gewetensgelden.

4.3 Investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten

Tot deze categorie behoren de investeringsbijdragen en overige vermogensoverdrachten van andere dan het Rijk.

Voorbeelden van ontvangen overige vermogensoverdrachten zijn:

- de bijdragen in de aansluitingskosten op de rioleringen of op de leidingen voor elektriciteit, gas en water;

- legaten en nalatenschappen, anders dan ten gevolge van verhaal van leenbijstand (zie B 4.2.1) en schenkingen;

- uitkeringen voortvloeiende uit verkoop van onroerende zaken van derden, waarvan de gemeente in de totstandkoming heeft bijgedragen, waaronder begrepen de bedongen boete bij verkoop van premiewoningen;

- ontvangsten wegens het vervallen van in de gemeentekas gestorte waarborgsommen.

De categorie 4.3 wordt nader onderverdeeld in twee subcategorieën: 4.3.1 en 4.3.2

De indeling is geheel bepaald door de aard van de instellingen die de overdrachten ontvangen. Subcategorie 4.3.1 is van toepassing indien de investeringsbijdragen of overige kapitaaloverdrachten verstrekt worden aan een overheidsinstelling. Subcategorie 4.3.2 slaat op de investeringsbijdragen of overige kapitaaloverdrachten die aan niet-overheidsinstellingen verstrekt worden. Het onderscheid is hetzelfde als dat tussen L 4.2.4 en L 4.2.5.

5.0 Financiële transacties

Voor een toelichting op de batencategorie 5. wordt verwezen naar de toelichting die is gegeven bij de lastencategorie 5. Voor de batencategorieën 5 geldt dezelfde specificatie als voor de lastencategorieën 5. De baten hebben betrekking op de aflossing van vorderingen en de opneming van schulden.

6. Verrekeningen

Voor de doorbelasting van baten naar andere (sub)functies en kostendragers zie toelichting bij 6. Verrekeningen lastencategorieën.

6.0 Reserveringen

Tot deze categorie behoren de baten verband houdende met verrekeningen van de (sub)functies van de begroting of rekening van baten en lasten met de reserves en voorzieningen op de balans. Verrekeningen tussen reserves en voorzieningen onderling gaan ofwel via begroting(swijziging) ofwel via bestemming van het resultaat. Dit geldt ook voor de overboekingen tussen de balansposten reserves en (im)materiële vaste activa.

6.1. Kapitaallasten

Hier wordt een toelichting gegeven op de berekening van de door te berekenen kapitaallasten. De categorie is alleen van toepassing aan de batenzijde van de kostenplaats `kapitaallasten'

Aan de batenzijde worden de volgende aftrekbare baten gebracht:

- rente van verstrekte kasgeldleningen wegens belegging van overtollige kasmiddelen en van in rekening-courant gestorte gelden (B 2.1) en de aftrekpost daarop aan de lastenzijde, voorzover die rente verkregen is uit belegging van overtollige financieringsmiddelen van de functies (L 6.2);

- beschikkingen over fondsen wegens reserveringen voor te betalen premieleningen (B 6.2).

Zie ook de toelichting bij de lastencategorie 6.1.

6.2 Kostenplaatsen

Deze categorie omvat de verrekeningen over en weer tussen de (sub)functies enerzijds en de kostenplaatsen anderzijds, alsmede tussen die kostenplaatsen onderling. Tevens worden hiertoe gerekend de doorberekeningen van de kostenplaatsen aan de (im)materiële vaste activa. Zie voor een toelichting op de instelling van kostenplaatsen de toelichting onder de lastencategorie 6.2.

6.3 Overige verrekeningen

Bastencategorie 6.3 is niet meer nodig voor overboekingen binnen de gemeente met takken van dienst en / of bedrijven omdat er voor de totale organisatie één geïntegreerde begroting en rekening moet worden gepresenteerd. Wel komen binnen een gemeente nog diverse interne verrekeningen voor die niet het karakter hebben van de verrekeningen bedoeld onder 6.0, 6.1 of 6.2. Voorbeelden hiervan zijn activering van lasten (zoals van de bouwgrondexploitatie), overboeking binnen de materiële vaste activa. Voor al deze bijzondere interne verrekeningen is categorie 6.3 bedoeld.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes.

1 Betreft activiteiten, die zich uitstrekken tot alle terreinen van het overheidsbeleid en niet te splitsen zijn naar beleidsterreinen.

2 Dit zijn functies waarvan de baten en lasten aan de desbetreffende functionele posten moeten worden toegerekend. De toerekening blijft echter achterwege, omdat de verdeelsleutels te willekeurig zijn bevonden.

3 Bevat functioneel niet te verdelen baten en lasten.

4 Als de baten en lasten bedoeld zijn de vervoersmogelijkheden te water te verbeteren (bijvoorbeeld verdieping en verbreding van een bepaald water), dan behoren deze tot functie 3.3 Waterwegen. Als een verbetering wordt beoogd van de afwatering, dan behoren de baten en lasten tot functie 4.3 Kwantitatief beheer oppervlaktewater.

Naar boven