Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van DefensieStaatscourant 2003, 250 pagina 17Interne regelingen

Instellingsbesluit Marechausseemedaille

Besluit van de Minister van Defensie, houdende instelling van de Marechausseemedaille (Instellingsbesluit Marechausseemedaille)

22 november 2003

DO 038/2003 003587

De Minister van Defensie,

Besluit:

Artikel 1

Ingesteld wordt de Marechausseemedaille.

Artikel 2

1. De medaille is cirkelvormig met een middellijn van 35 millimeter en vervaardigd van bronskleurig metaal. De voorzijde van de medaille vertoont het westelijk halfrond met een gekroonde granaat met een gesloten vlam oprijzend uit de Atlantische Oceaan. De achterzijde vertoont het Rijkswapen.

2. De medaille is door middel van een ring verbonden aan een moiré lint. Dit lint is 27 millimeter breed. Het lint heeft 7 banen in de kleuren Nassau-blauw, lichtblauw, wit, groen, wit, lichtblauw, en Nassau-blauw in breedtes van respectievelijk 6, 3, 1, 7, 1, 3 en 6 millimeter.

Artikel 3

1. De Marechausseemedaille wordt toegekend aan de militair in werkelijke dienst die:

a. tenminste 48 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee in het buitenland;

b. tenminste 48 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee in Nederland, en bovendien

1°. tenminste 24 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen dienst heeft verricht in het buitenland bij een operationele eenheid of bij een in het buitenland gestationeerde internationale operationele eenheid of staf, of

2°. tenminste 6 maanden dienst heeft verricht bij een eenheid in de Nederlandse Antillen, het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea of het voormalig Koninkrijksdeel Suriname, dan wel ten minste 6 maanden dienst heeft verricht bij een onderdeel van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Marine of van de Koninklijke Luchtmacht, dat in één van de hiervoor genoemde gebieden was ingezet;

c. tenminste 84 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee in Nederland; of

d. na afloop van een BSB-functieopleiding gedurende 24 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten.

2. Ten aanzien van de militair van de Koninklijke Marechaussee die vanuit een ander krijgsmachtdeel is ingestroomd, wordt de bij dat krijgsmachtdeel verrichte operationele dienst gelijkgesteld met dienst verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

Bij de berekening van de tijdsduur, bedoeld in artikel 3, worden buiten beschouwing gelaten:

a. diensttijd op grond waarvan een met de Marechausseemedaille vergelijkbare onderscheiding is toegekend;

b. diensttijd verricht in een Koninkrijksdeel of een voormalig Koninkrijksdeel voorzover op grond van die diensttijd reeds een onderscheiding is toegekend.

Artikel 5

In bijzondere gevallen kan de Minister van Defensie afwijken van artikel 3.

Artikel 6

Aan de militair wordt de medaille slechts éénmaal toegekend.

Artikel 7

Het is de militair toegestaan de medaille, een verkleind model of alleen het lint te dragen.

Artikel 8

Bij de medaille behoort een op naam gestelde oorkonde.

Artikel 9

De kosten van vervaardiging van de medaille met toebehoren komen ten laste van het Rijk.

Artikel 10

De medaille wordt namens de Minister van Defensie toegekend door de Bevelhebber der Marechaussee.

Artikel 11

De Minister van Defensie kan de medaille tijdelijk of blijvend ontnemen aan de militair, die zich de medaille naar zijn oordeel niet langer waardig toont.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Marechausseemedaille.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 22 november 2003.
De Minister van Defensie, H.G.J. Kamp.

Toelichting

Algemeen

Een van de aanbevelingen van de commissie ‘toekomst decoraties van de Minister van defensie’ (adviescommissie, ingesteld bij besluit van de Minister van Defensie van 14 maart 2000) is om de marinemedaille te handhaven en desgewenst – analoog aan de marinemedaille – een operationele medaille voor landmacht, luchtmacht en marechaussee in te stellen. Deze aanbeveling heeft geleid tot de instelling van de Landmachtmedaille voor de Koninklijke Landmacht.

Het onderhavige besluit strekt er toe om een met de Marinemedaille en de Landmachtmedaille vergelijkbare operationele medaille voor de Koninklijke Marechaussee (de Marechausseemedaille) in te stellen.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Bij de vormgeving van de Marechausseemedaille is, evenals dat bij de Landmachtmedaille het geval is, de Marinemedaille als uitgangspunt genomen.

Artikel 3

Artikel 3 bevat de criteria op grond waarvan de Marechausseemedaille wordt toegekend.

Ingevolge het eerste lid wordt de Marechausseemedaille toegekend aan de militair in werkelijke dienst (al dan niet aangesteld bij de Koninklijke Marechaussee) die:

– tenminste 48 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee in het buitenland (eerste lid, onderdeel a); of

– tenminste 48 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee in Nederland, en bovendien (1°.) tenminste 24 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen dienst heeft verricht in het buitenland bij een operationele eenheid of bij een in het buitenland gestationeerde internationale operationele eenheid of staf, of (2°.) tenminste 6 maanden dienst heeft verricht bij een eenheid in de Nederlandse Antillen, het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea of het voormalig Koninkrijksdeel Suriname, dan wel ten minste 6 maanden dienst heeft verricht bij een onderdeel van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Marine of van de Koninklijke Luchtmacht, dat in één van de hiervoor genoemde gebieden was ingezet (eerste lid, onderdeel b); of

– tenminste 84 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee in Nederland (eerste lid, onderdeel c); of

– na afloop van een BSB-functieopleiding gedurende 24 maanden, opgebouwd uit perioden van minimaal 30 aaneengesloten dagen, dienst heeft verricht bij de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (eerste lid, onderdeel d).

Aangezien de aard van de inzet van de krijgsmachtdelen steeds aan veranderingen onderhevig is, is het niet mogelijk een limitatieve opsomming te geven van wat precies onder ‘dienst heeft verricht bij een operationele eenheid van de Koninklijke Marechaussee’ moet worden verstaan. In elk geval wordt hieronder begrepen het dienen bij de volgende operationele eenheden:

– (binnenlands) de Staf van een District KMar; een Brigade; 103 EskKMar; de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten; de Centrale Justitiële Dienst; de Sectie Controle Vervoer Gevaarlijke Stoffen; de Justitiële Dienst van een District KMar; de Dienst Grensbewaking District KMar Schiphol; de Dienst Politie District KMar Schiphol; de Dienst Centrale Ondersteuning District KMar Schiphol; de Motorpool van een District KMar; de Meldkamer van een District KMar / Staf KMar; de KMar-eenheden van het voormalig 1LK/KL; het voormalig District KMar/KLu in Duitsland; Provost Marshal Branch AFNORTH;

– (buitenlands) de Brigade Seedorf; de Brigade Neustadt; de Brigade Caraïbisch Gebied; het Det KMar AIRCENT; het Det KMar LANDCENT; het Det KMar SHAPE; het Det KMar NAEW; het Det KMar Sint Maarten; het Det KMar bij de PV NAVO, het Hq ARRC.

Het tweede lid bevat een voorziening ten behoeve van KMar-militairen die horizontaal zijn ingestroomd vanuit een ander krijgsmachtdeel. Ten aanzien van deze militairen geldt dat de tijd die men voorafgaande aan de aanstelling bij de Koninklijke Marechaussee bij de KL, de KM of de KLu in een operationele functie heeft gediend meetelt voor het voldoen aan de criteria voor de Marechausseemedaille. Uiteraard moet de operationele dienst, qua zwaarte, wel vergelijkbaar zijn met de operationele dienst, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

Het kan zich voordoen dat op grond van die operationele diensttijd reeds een krijgsmachtdeelmedaille van een ander krijgsmachtdeel is toegekend. In verband hiermee is in artikel 4, onder a, vastgelegd dat bij de berekening van de tijdsduur, nodig voor het verkrijgen van de Marechausseemedaille, diensttijd op grond waarvan een met de Marechausseemedaille vergelijkbare onderscheiding is toegekend, buiten beschouwing wordt gelaten. Met deze bepaling wordt beoogd ‘dubbel decoreren’ voor dezelfde operationele diensttijd tegen te gaan.

De zinsnede ‘een met de Marechausseemedaille vergelijkbare onderscheiding’ ziet in de eerste plaats op de Marinemedaille en de Landmachtmedaille. Daarnaast is niet uit te sluiten dat in de toekomst ook ten aanzien van de Koninklijke Luchtmacht een met de Marechausseemedaille vergelijkbare operationele onderscheiding wordt ingesteld.

Artikel 5

Dit artikel bevat een hardheidsclausule waarmee de Minister van Defensie in een bijzonder geval kan afwijken van de toekenningscriteria, die zijn opgenomen in artikel 3.

Artikel 10

In dit artikel wordt aan de Bevelhebber der Marechaussee mandaat verleend voor het toekennen van de Marechausseemedaille. Het mandaat strekt zich niet uit tot het ontnemen van de medaille als bedoeld in artikel 11, in gevallen waarin de militair zich de medaille niet langer waardig toont.

De Minister van Defensie,

H.G.J. Kamp