Wijziging Brancherichtlijn optische en geluidssignalen brandweer

10 december 2003

DGOOV/DR&B/BJZ

EB2003/82882

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel I

De Brancherichtlijn optische en geluidssignalen brandweer wordt als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Punt d komt te luiden:

d. de bedrijfsbrandweerorganisaties.

2. Punt e komt te vervallen.

B

Onderdeel 9 komt als volgt te luiden:

9. Gedrag als voorrangsvoertuig

Op een rijbaan met twee rijstroken zonder vluchtstrook, wordt bij file tussen de twee rijen voertuigen door gereden.

Op een rijbaan met drie rijstroken zonder vluchtstrook, wordt bij file tussen de voertuigen van rijstrook 1 en rijstrook 2 gereden. Op een rijbaan (met twee of drie rijstroken) met een vluchtstrook, wordt bij file gebruik gemaakt van deze vluchtstrook. De hier gehanteerde nummering is gebaseerd op de ‘Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek’ (BPS) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

C

De Bijlage komt te vervallen.

Artikel II

Deze wijziging treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W. Remkes.

Toelichting

In de toelichting worden de volgende wijzigingen aangebracht:

Onderdeel 2 van de toelichting wordt als volgt gewijzigd:

1. De derde alinea komt te luiden:

Het ministerie van Defensie stelt normen op ten aanzien van brandweren op militaire terreinen.

2. De vierde en vijfde alinea komen te luiden:

Een bedrijfsbrandweerkorps is een organisatie binnen een bedrijf of inrichting met het oogmerk het brandrisico te beperken door repressief op te treden bij brand en calamiteiten (binnen dit bedrijf of deze inrichting). Het is qua opleiding en training zodanig georganiseerd dat naadloos kan worden samengewerkt met de overheidsbrandweer. Om dit te waarborgen zijn afspraken gemaakt met de overheidsbrandweer omtrent melding en alarmering, bevelvoering, werkwijze en procedures, gezamenlijk oefenen en optreden alsmede het opstellen van bestrijdingsplannen. Deze bedrijfsbrandweer wordt ‘op maat’ georganiseerd voor de specifieke risico’s van het bedrijf of inrichting en wel zodanig dat binnen de bedrijfsuren adequaat een eerste inzet kan worden gepleegd binnen het verzorgingsgebied van het bedrijf. Buiten de bedrijfsuren is een regeling getroffen om een effectieve piketdienst te garanderen. Burgemeester en wethouders kunnen op basis van artikel 13 van de Brandweerwet 1985 bedrijven aanwijzen die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken. Bij hun aanwijzing stellen burgemeester en wethouders eisen inzake het personeel en materieel. Maar ook de voertuigen van bedrijfsbrandweren van bedrijven die niet zijn aangewezen vallen onder de reikwijdte van de richtlijn. Van deze bedrijfsbrandweren moeten de organisaties voor bedrijfshulpverlening als bedoeld in het Arbeidsomstandighedenbesluit worden onderscheiden. Voertuigen van de laatstbedoelde organisaties vallen niet onder de reikwijdte van de richtlijn.

Het verzorgingsgebied van een bedrijfsbrandweer omvat soms meerdere bedrijfsterreinen en dan kan het noodzakelijk zijn dat bij een uitruk de voertuigen van de bedrijfsbrandweer zich over de openbare weg verplaatsen. De besturen van de regionale brandweren wordt geadviseerd om met de werkgevers van de bedrijfsbrandweren en van de brandweren op burgerluchtvaart- en militaire terreinen afspraken te maken over het uitvoeren van een dringende brandweertaak (een voorwaarde voor het mogen voeren van de bijzondere optische en geluidssignalen).

Onderdeel 9 van de Toelichting komt als volgt te luiden:

Gedrag als voorrangsvoertuig

Wanneer alle voorrangsvoertuigen zich in principe op dezelfde wijze door het verkeer begeven is dit veiliger voor de voorrangsvoertuigen en voor het overige verkeer. Bovendien kunnen de overige verkeersdeelnemers voorgelicht worden hoe de voorrangsvoertuigen zich in principe zullen gedragen.

De gehanteerde nummering van de rijstroken is gebaseerd op de ‘Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek’ (BPS) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze systematiek is sinds 1990 in gebruik bij Rijkswaterstaat. Deze systematiek is inmiddels ook voor alle verkeersdeelnemers zichtbaar op de hectometerbordjes langs de kant van de weg. Voor de veiligheid van de hulpverleners en slachtoffers is het van groot belang dat dezelfde nummering gebruikt wordt. In de eerste druk van de brancherichtlijn optische en geluidssignalen was dat niet het geval.

Hieronder volgen de hoofdpunten van de BPS.

BPS voor meerbaanswegen

1. Bepaal de uitgangspositie – sta met het gezicht naar de oplopende kilometrering.

2. Beschouw de middenberm als de as van de weg.

3. De rijbaan aan de linkerhand is de linkerrijbaan (Li) en de rijbaan aan de rechterhand is de rechterrijbaan (Re) (zie figuur 1).

4. De rijbaan is verdeeld in een aantal rijstroken en een vluchtstrook.

5. De rijstrook die het dichtste bij de middenberm ligt is de eerste rijstrook, de rijstrook daarnaast is de tweede rijstrook (zie figuur 1).

6. De vluchtstrook wordt niet apart benoemd.

7. De buitenberm aan de linkerhand is de linkerbuitenberm en de buitenberm aan de rechterhand is de rechterbuitenberm.

stcrt-2003-249-p6-SC62867-1.gif

BPS voor enkelbaanswegen

1. Bepaal de uitgangspositie: sta met het gezicht naar de oplopende kilometrering.

2. Beschouw de as-streep als de as van de weg.

3. De rijstrook aan de linkerhand is de linkerrijstrook en de rijstrook aan de rechterhand is de rechterrijstrook (zie figuur 2).

4. De bermen zijn als volgt benoemd:

De buitenberm aan de linkerhand is de linkerbuitenberm en de buitenberm aan de rechterhand is de rechterbuitenberm.

stcrt-2003-249-p6-SC62867-2.gif

BPS voor verbindingswegen

Een verbindingsweg zorgt voor de verbinding tussen ongelijkvloers samenkomende of niet samenkomende wegen. Langs deze weg staan hectometerborden met rijkswegaanduiding, hectometeraanduiding en een letter.

Op de hectometerborden kunnen de volgende gegevens staan:

1. Rijkswegaanduiding: geeft het wegnummer weer door een A of N (Autosnelweg of Niet- autosnelweg) gevolgd door een volgnummer (bv. A16 of N148).

2. Hectometeraanduiding: geeft de hectometerwaarde van de betreffende locatie (bv. 156,3).

3. Rijbaanaanduiding:

a. Voor hoofdrijbanen: Li (Links) of Re (Rechts) afhankelijk van de oriëntatierichting (zie uitleg BPS);

b. Voor nevenbanen (op- en afritten, parallelbanen, verbindingsbogen, enz.): een hectometerletter in zwart op geel.

4. Snelheidslimiet: op autosnelwegen met wegvakken met een maximum snelheid van 100 km/uur wordt de snelheidslimiet op het hectometerbord vermeld.

stcrt-2003-249-p6-SC62867-3.gifstcrt-2003-249-p6-SC62867-4.gif

Aan onderdeel 10 van de Toelichting wordt de volgende alinea toegevoegd:

De chauffeurs dienen schriftelijk en per voertuig aangewezen te zijn. Door deze schriftelijke aanwijzingen ligt vast welke chauffeur op welk voertuig mag rijden. In één aanwijzing kunnen meerdere voertuigen of namen van chauffeurs opgesomd zijn. De vorm van de schriftelijke aanwijzing is niet voorgeschreven. Wel dient vast te staan dat de aangewezen persoon kennis genomen heeft van de inhoud van de aanwijzing.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes

Naar boven