Instellings-, mandaat- en machtigingsbesluit LAKLu

Besluit van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten tot het instellen van een Luchtvaartautoriteit Koninklijke Luchtmacht (LAKLu) en het doormandateren van bevoegdheden aan deze autoriteit

5 november 2003

nr. B2003037353/2710

Koninklijke Luchtmacht

De Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,

Overwegende:

dat er als gevolg van het voor de militaire luchtvaart naar analogie toepassen van de Joint Aviations Requirements (JAR's), zoals vastgesteld door de Joint Aviation Authorities (JAA), bij de krijgsmachtdelen behoefte bestaat aan de instelling van een krijgsmachtbrede Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA);

dat in het kader van de projectgroep Luchtvaarteisen en Luchtwaardigheid (pg LuLu) is besloten te komen tot een interim luchtvaartautoriteit binnen de Koninklijke Luchtmacht, de zogenoemde LAKLu, zodat vooruitlopend op de instelling van de MLA al zoveel mogelijk wordt gewerkt volgens de JAA-filosofie;

dat de Koninklijke Luchtmacht thans al luchtvaart autoriteitstaken verricht ten behoeve van de luchtvaartuigen in beheer bij de Koninklijke Landmacht;

Gelet op:

het besluit van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 31 maart 2003, onder nummer B/2003007046/Stcrt. 2003, 126;

Besluit:

Artikel 1

Ingesteld wordt de Luchtvaart Autoriteit Koninklijke Luchtmacht (LAKLu), als een interimvoorziening totdat de Militaire Luchtvaartautoriteit zal zijn ingesteld.

Artikel 2

De LAKLu heeft de volgende taken:

a. Uitvoering en handhaving van wettelijk vastgestelde taken en het uitvoeren van toezicht op de militaire luchtvaart door het uitvoeren van audits en inspecties;

b. Uitvoering en handhaving van vastgesteld defensieluchtvaartbeleid, n.a.v. het werken naar analogie van de civiele luchtvaartregelgeving en ICAO-, NAVO- en andere internationale afspraken waaraan de krijgsmacht zich confirmeert;

c. Bijdragen aan nationaal en internationaal (bondgenootschappelijk) beleid en regelgeving gericht op de militaire luchtvaart, bijdragen aan kamervragen, advisering aan de ambtelijke en politieke leiding van het Ministerie van Defensie, oriëntatie op en samenwerking met andere militaire luchtvaartautoriteiten.

Artikel 3

Als LAKLu treedt op de Directeur Materieel Koninklijke Luchtmacht.

Artikel 4

1. Aan de LAKLu wordt ten behoeve van de Koninklijke Luchtmacht mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de Luchtvaartwet en Wet luchtvaart.

2. Het mandaat onderscheidenlijk de machtiging bedoeld in het eerste lid, omvat niet de bevoegdheid:

a. tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften;

b. tot het beslissen op een bezwaarschrift indien degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, het besluit krachtens mandaat heeft genomen.

3. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens besluiten en andere handelingen ten aanzien van luchtvaartuigen in beheer bij de Koninklijke Landmacht.

Artikel 5

1. De LAKLu kan schriftelijk functionarissen binnen het dienstonderdeel Koninklijke Luchtmacht, op het niveau van directeur, plaatsvervangend directeur of overeenkomstig niveau, aanwijzen die het mandaat onderscheidenlijk de machtiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid gedeeltelijk mogen uitoefenen.

2. Van het mandaat, onderscheidenlijk de machtiging maakt de LAKLu geen gebruik in gevallen waarin hij een persoonlijk belang bij het besluit of de handeling heeft.

3. Van het aan hem verleende mandaat of machtiging maakt de LAKLu geen gebruik in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandaatgever een beslissing dient te nemen of een document dient te ondertekenen.

4. De mandaatgever blijft te allen tijde bevoegd de gemandateerde of gemachtigde bevoegdheid zelf uit te oefenen.

5. De gemandateerde onderscheidenlijk gemachtigde dient in de ondertekening van besluiten het mandaat onderscheidenlijk de machtiging tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:

DE MINISTER / STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Voor deze

Luchtvaartautoriteit Koninklijke Luchtmacht

Handtekening van betrokkene

Naam van betrokkene

Rang van betrokkene

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt gepubliceerd.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellings-, mandaat- en machtigingsbesluit LAKLu.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Defensie.

`s-Gravenhage, 5 november 2003.
Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
D.L. Berlijn, luitenant-generaal.

Algemene toelichting

Bij de vliegende krijgsmachtdelen is meer nadruk ontstaan op verbetering van de systematiek van luchtwaardigheidsborging. Deze verbetering achten de vliegende krijgsmachtdelen noodzakelijk om ook blijvend invulling te kunnen geven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheden als integraal deel van de luchtvaart. Hiertoe is besloten om de filosofie van de Joint Aviation Authorities (JAA) te omarmen. Dit past voorts binnen de reikwijdte van de ICAO-veiligheidsketen die beoogt minimum eisen te stellen aan luchtvaartuigen, personeel, luchthavens, luchtverkeersleiding, (lucht)vracht, beveiliging. Hierin staat de Nederlandse krijgsmacht niet alleen: internationaal zijn binnen de militaire luchtvaart - met name bij EU-lidstaten - vergelijkbare ontwikkelingen waar te nemen.

De JAA-filosofie beschrijft een samenhangende set van minimum luchtvaarteisen voor deelname aan de luchtvaart. Binnen deze filosofie is een 'luchtvaartautoriteit' een belangrijke schakel in de veiligheidsketen. Met deze keuze wordt tevens ingespeeld op de laatste ontwikkelingen binnen de Europese Unie. Hiermee wordt gedoeld op de oprichting van een European Aviation Safety Agency (EASA) in 2003 die de JAA-filosofie overneemt. Hoewel de EASA zich net als de JAA richt op de civiele luchtvaart wordt in de desbetreffende EU-verordening ook gesteld dat de EU-lidstaten bij de inrichting van hun militaire luchtvaart rekening dienen te houden met de doelstellingen van de EASA.

In de JAA-filosofie dient een luchtvaartautoriteit een grote mate van onafhankelijkheid te hebben ten opzichte van luchtvaartorganisaties. Derhalve ligt het in de rede dat ook een toekomstige militaire luchtvaartautoriteit (MLA) een onafhankelijkere positie inneemt. De oprichting van de MLA wordt in de nabije toekomst voorzien. Teneinde nu al zoveel mogelijk te voldoen aan de overeenkomstig de JAA-filosofie vereiste scheiding tussen uitvoering enerzijds en normering en autoriteitstoezicht anderzijds wordt de (interim) Luchtvaartautoriteit Koninklijke Luchtmacht (LAKLu) ingesteld.

Doelstelling van de LAKLu is het tot stand brengen van een scheiding tussen aan de uitvoering, de normering en het toezicht gerelateerde taken en het daarmee zeker stellen dat zodanige 'checks and balances' in de organisatie van de KLu worden aangebracht dat de verschillende militaire (operationele) belangen en de veiligheid in de besluitvorming adequaat zijn zeker gesteld. Hierbij is het oogmerk te streven naar analogie met de geldende civiele regelgeving gebaseerd op de ICAO-veiligheidsketen. Daarnaast is het doel mee te werken aan de ontwikkeling van nationaal en internationaal (bondgenootschappelijk) militair luchtvaartbeleid en militaire luchtvaartregelgeving waarbij civiele luchtvaartautoriteiten een belangrijke gesprekspartner vormen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Ingevolge de Luchtvaartwet en de Wet luchtvaart wordt een groot aantal besluiten genomen en wordt een groot aantal feitelijke handelingen verricht met betrekking tot het gebruik van luchtvaartuigen van en door de krijgsmacht. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het afgeven van militaire brevetten voor militaire vliegers dan wel luchtverkeersleiders. Daarnaast betreft het onder meer het afgeven, wijzigen en intrekken van bewijzen van luchtwaardigheid en (aanvullende) typecertificaten, alsmede inschrijving van gegevens in het register van Nederlandse militaire luchtvaartuigen. Ten slotte kan het noodzakelijk zijn specifieke ontheffingen te verlenen van bepalingen in de Wet luchtvaart dan wel de Luchtvaartwet ten behoeve van of die van invloed zijn op het uitvoeren van militaire taken. Bijvoorbeeld gaat het dan om ontheffingen van minimumvlieghoogten (op grond van de Wet luchtvaart) of ontheffingen ten behoeve van burgermedegebruik (Luchtvaartwet).

Artikel 3

Het taakveld van de LAKLu sluit aan bij het merendeel van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden die reeds zijn belegd bij de Directeur Materieel Koninklijke Luchtmacht (DMKLu). Gezien de in de organisatie van de Luchtmacht reeds aangebrachte functiescheidingen van beleid, beheer en uitvoering, is het verantwoord de toezichthoudende- en inspectietaken bij de DMKLu onder te brengen, nu bij deze functionaris het merendeel van de beleidstaken op het terrein van de militaire luchtvaart bij de KLu zijn ondergebracht. Beheers- en uitvoerende taken behoren tot het werkterrein van de Commandant Tactische Luchtmacht en de commandanten van de operationele onderdelen van de KLu.

Bij afwezigheid van de LAKLu worden eventuele besluiten of handelingen door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL) of de Plaatsvervangend Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (PBDL) genomen.

Artikel 4

Door de Staatssecretaris van Defensie is aan mij mandaat respectievelijk machtiging verleend om, voor zover het de Koninklijke Luchtmacht betreft, deze handelingen namens de Minister van Defensie te verrichten. Daarbij is eveneens mandaat en machtiging verleend om handelingen te verrichten ten aanzien van luchtvaartuigen in het beheer van de Koninklijke Landmacht, voor zover deze zijn of worden ingeschreven in het luchtvaartregister van de Koninklijke Luchtmacht.

Met het instellen van de interim LAKLu wordt deze autoriteit onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van wettelijk vastgestelde taken. Daarbij past het dat hij de daarbij behorende bevoegdheden verkrijgt. Door middel van onderhavig besluit verkrijgt de LAKLu mandaat en machtiging.

Artikel 5

Uit doelmatigheidsoverwegingen is de mogelijkheid opgenomen om ondermandaat onderscheidenlijk machtiging te verlenen voor bepaalde deelaspecten. Te denken valt aan vliegmedische zaken, vliegoperationele zaken, personeelsaangelegenheden, luchtwaardigheidsaspecten, etc. Op deze wijze kunnen deze specifieke bevoegdheden op lagere niveaus in de organisatie van de Koninklijke Luchtmacht worden gelegd. Een besluit tot het verlenen van ondermandaat of machtiging zal schriftelijk worden genomen door de mandaatgever.

Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,

D.L. Berlijn, luitenant-generaal.

Naar boven