Wijziging Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

17 oktober 2003

Nr. TRCJZ/2003/9133

Directie Juridische Zaken

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de Verordening nr. 1257/99 van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Unie inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen;

Gelet op artikel 29, eerste lid, van de Wet agrarisch grondverkeer;

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel I

De Subsidieregeling natuurbeheer 20001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a.minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;.

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt `het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij' vervangen door: het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

3. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

d. beheerder: eigenaar van een terrein of erfpachter van een terrein met een erfpachtovereenkomst waarop de Pachtwet ingevolge artikel 59 van die wet niet van toepassing is;.

4. Het eerste lid, onderdeel e, vervalt.

5. Het eerste lid, onderdeel f, wordt geletterd tot e.

6. Het eerste lid, onderdeel g, wordt geletterd tot f en de zinsnede `de bijlagen 12 tot en met 20' wordt vervangen door: de bijlagen 12 tot en met 21.

7. Het eerste lid, onderdeel h, wordt geletterd tot g en `de bijlagen 21 tot en met 41' wordt vervangen door: de bijlagen 22 tot en met 41.

8. Het eerste lid, onderdeel i, wordt geletterd tot h en `in één van de bijlagen 58 en 59' wordt vervangen door: het in bijlage 58.

9. Het eerste lid, onderdeel j, wordt geletterd tot i.

10. Het eerste lid, onderdeel k, wordt geletterd tot j en de zinsnede `aaneengesloten oppervlakte' wordt vervangen door: oppervlakte-eenheid.

11. In het eerste lid worden de onderdelen l tot en met q geletterd k tot en met p.

12. Het eerste lid, onderdeel r, vervalt.

13. In het eerste lid worden de onderdelen s, t en u geletterd q, r en s.

14. Het eerste lid, onderdeel v, wordt geletterd tot t en komt te luiden:

t. terrein: een gebied, dat niet wordt doorsneden door:

i. wegen breder dan 5 meter,

ii. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,

iii. een dubbelsporige spoorlijn, of

iv. een geëlektrificeerde spoorlijn,

en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing..

15. Het eerste lid, onderdeel w, vervalt.

16. Het eerste lid, onderdeel x, wordt geletterd tot u en het woord `aaneengesloten' wordt vervangen door: ononderbroken.

17. Het eerste lid, onderdeel y, wordt geletterd tot v en de zinsnede `, 58 en 59' vervalt.

18. Na het eerste lid, onderdeel w wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

w. recreatiebijdrage: bedrag als bedoeld in bijlage 58.

19. In het eerste lid vervallen de onderdelen z en aa.

20. Het eerste lid, onderdeel ab, wordt geletterd tot x.

21. Het eerste lid, onderdeel ac, vervalt.

22. Het eerste lid, onderdelen ad en ae worden geletterd tot y en z.

23. Het derde lid komt te luiden:

3 De verdunningsfactor is gelijk aan het quotiënt van de oppervlakte van de grond verkregen door hemelsbreed een lijn te trekken om de buitenste hoeken van de buitenste terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de totale oppervlakte van de in dat gebied gelegen terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd..

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel e komt te luiden:

e. de instandhouding van het recreatiepakket, opgenomen in bijlage 58;.

2. In onderdeel g wordt de zinsnede `een bijzonder basis- of pluspakket' vervangen door: een bijzonder basis-, plus-, of landschapspakket.

C

Artikel 6, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel iii, vervalt onder vernummering van subonderdeel iv tot iii.

D

Artikel 7, achtste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede `, landschapsgebiedsplannen' vervalt.

2. De zinsnede `en plannen waarin de begrenzing is vastgelegd van gebieden als bedoeld in artikel 94 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer' vervalt.

E

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. de zinsnede `De beheers- en basisbijdragen' wordt vervangen door: De beheersbijdragen en de recreatiebijdrage.

b. de zinsnede `recreatiepakketten en landschapspakketten' wordt vervangen door: landschapspakketten en het recreatiepakket.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede `beheers- en basisbijdragen' vervangen door: beheersbijdragen en recreatiebijdrage.

F

In artikel 10 wordt het woord `basisbijdrage' vervangen door `recreatiebijdrage' en de zinsnede `een bijzonder basis- of pluspakket' wordt vervangen door: een bijzonder basis-, plus-, of landschapspakket.

G

In artikel 11, tweede lid, wordt de zinsnede `minder dan € 45,38' vervangen door: minder dan € 50,-.

H

In artikel 13, eerste lid, onderdeel e, wordt het woord `overgangsbeheerssubsidie' vervangen door: beheerssubsidie.

I

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel f vervalt.

b. Onderdeel g wordt geletterd tot f en `, en' wordt vervangen door een punt.

c. Onderdeel h vervalt.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Tegelijkertijd met de aanvraag kan een verzoek tot ontheffing van de verplichting als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel c, worden ingediend op grond van zwaarwegende natuurwetenschappelijke belangen, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en de aard van het terrein..

J

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt `, alsmede waar de borden bedoeld in artikel 30, zijn geplaatst'.

2. In het derde lid wordt de zinsnede `door een aanvrager als bedoeld in artikel 19, derde lid' vervangen door: op grond van artikel 5.

3. Het vijfde en zesde lid vervallen.

K

In artikel 22 wordt `omvormingspakket' vervangen door: pluspakket.

L

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt de zinsnede `, onderscheidenlijk, tweede lid, onderdeel c, sub 1'.

2. Het eerste lid, onderdeel b, wordt geletterd tot onderdeel c en er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. indien in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag voor subsidieverlening een op grond van deze regeling verleende beheerssubsidie voor de desbetreffende beheerseenheid is ingetrokken op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht;.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een subsidie worden verstrekt indien in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag een subsidieverlening voor de desbetreffende beheerseenheid ten gevolge van de aanvangscontrole is ingetrokken, mits deze niet is ingetrokken op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht..

M

Artikel 30 vervalt.

O

Artikel 33, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:

c. het terrein ten minste 358 dagen per jaar kosteloos van zonsopgang tot zonsondergang open te stellen, toegankelijk te houden en de openstelling kenbaar te maken door middel van borden;.

2. In onderdeel d wordt na het woord `bemesten' een zinsnede ingevoegd, luidende: tenzij voor het beheer als bedoeld in de bijlagen 15, 19, 28 of 29 toepassing van ruige mest of kalk noodzakelijk is.

3. Onderdeel k komt te luiden:

k. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van LASER..

P

In artikel 34, derde lid, vervalt de zinsnede `, alsmede, voorzover van toepassing, de toeslag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a'.

Q

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

1. `ondernemers' wordt telkens vervangen door: leden of aangeslotenen.

2. In het tweede lid, onderdeel c, wordt `ondernemer' vervangen door: lid of aangeslotene.

R

In artikel 37, tweede lid, wordt de zinsnede `gecorrigeerd voor inflatie op basis van het consumentenprijsindexcijfer alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek' vervangen door: zoals dat op grond van artikel 8, eerste lid, door de minister is gecorrigeerd in verband met de werkelijke loon- en prijsontwikkeling.

S

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt het woord `basispakket' vervangen door: basis- of pluspakket.

b. In onderdeel b wordt de zinsnede `onderdelen d tot en met i' vervangen door: onderdelen c tot en met i.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Na de aanduiding met nummer `2.' wordt een zinsnede ingevoegd, luidende:

In afwijking van het eerste lid wordt de subsidie vastgesteld op:.

b. Onderdeel a wordt als volgt gewijzigd:

i. De zinsnede beginnend met `De subsidie per pluspakket' en eindigend met `het desbetreffende terrein voortvloeit' wordt vervangen door: de beheersbijdrage.

ii. De puntkomma wordt vervangen door `, of;'.

c. Onderdeel b komt te luiden:

b. de beheersbijdrage van het corresponderende basispakket, verminderd met 10%, indien een beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van een pluspakket gedurende het tijdvak is gewijzigd in een beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van een corresponderend basispakket, tenzij wegens afwezigheid of niet uitvoering van dat basispakket een verdere vermindering op grond van het eerste lid is aangewezen..

d. Onderdeel c vervalt.

3. Het derde lid vervalt.

4. Het vierde en vijfde lid worden vernummerd tot derde en vierde lid.

T

Artikel 40, eerste lid, komt te luiden:

1. Subsidie functieverandering wordt verstrekt gedurende vijf aaneengesloten tijdvakken ten behoeve van de omvorming van landbouwgronden in bos en natuurterrein..

U

Artikel 41 vervalt.

V

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die zijn gelegen in natuurgebieden voor de ontwikkeling van één of meerdere basis- of pluspakketten die zijn opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen..

2. In het tweede lid vervalt de zinsnede `en ten aanzien waarvan inrichtingssubsidie is verleend'.

W

Artikel 43, onderdeel c, vervalt en onderdeel d wordt geletterd c.

X

In artikel 46, eerste lid, wordt `12 weken' vervangen door: 8 maanden.

Y

Artikel 51, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede `niet zijnde landbouwgronden,' vervalt.

2. Met ingang van 1 oktober 2004 luidt het derde lid:

3. Inrichtingssubsidie wordt verstrekt voor aanleg of herstel van landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 42 tot en met 56, voorzover ten behoeve van die terreinen op grond van artikel 74, eerste lid, landschapssubsidie is verstrekt..

Z

Artikel 53 vervalt.

AA

Artikel 60 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede `het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij' vervangen door: het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt de zinsnede `ten hoogste € 6.806,70' vervangen door:

ten hoogste € 7000,-.

b. In onderdeel b wordt de zinsnede `ten hoogste € 9.075,60' vervangen door:

ten hoogste € 10.000,-.

AB

In artikel 63, tweede lid, wordt `binnen een jaar' vervangen door: binnen vier jaar.

AC

In artikel 64, eerste lid, wordt de zinsnede `een minimum van € 2.268,90' vervangen door: een minimum van € 2.500,- .

AD

In artikel 65, tweede lid, onderdeel b, wordt de zinsnede `een minimum van € 22.689,01' vervangen door: een minimum van € 25.000,- .

AE

Artikel 67 komt te luiden:

Artikel 67

Recreatiesubsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de instandhouding van een recreatiepakket ten aanzien van terreinen waarvoor tevens beheerssubsidie wordt verstrekt.

AF

Artikel 68, eerste lid, alsmede de aanduiding `2.' voor het tweede lid vervallen.

AG

In de artikelen 69 en 71 wordt `beheersbijdrage' vervangen door: recreatiebijdrage.

AH

Artikel 74, eerste lid, komt te luiden:

1. Landschapssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor de instandhouding van een landschapspakket dat is opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen..

AI

Artikel 78, onderdeel c, komt te luiden:

c. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van LASER..

AJ

In artikel 79 vervalt na `27,': onderdeel a, b, en d,.

AK

In artikel 88, vierde lid, wordt `aaneengesloten is met' vervangen door: een beheerseenheid vormt met.

AL

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. `twee weken' wordt vervangen door: drie maanden.

2. Onder vervanging van de dubbele punt aan het slot van de aanhef door een komma en `, en' aan het slot van onderdeel a door een punt vervallen onderdeel b alsmede de aanduiding `a.' voor onderdeel a.

AM

In artikel 94, eerste lid, vervalt de zinsnede `reservaats- of natuurontwikkelingsgebied als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling,'.

AN

In artikel artikel 98 wordt de zinsnede `het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij' vervangen door: het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

AO

In artikel 99, eerste en tweede lid, vervalt `en ten aanzien waarvan inrichtingssubsidie is verleend'.

AP

De artikelen 99 en 100 vervallen.

AQ

In artikel 107, tweede lid, wordt de zinsnede `met ingang van 1 januari 2004' vervangen door: met ingang van 1 januari 2005.

AR

Artikel 111, derde lid, vervalt.

AS

Bijlage 11c wordt als volgt gewijzigd:

1. Na `Bergen (NH),' wordt ingevoegd: Beverwijk, Bloemendaal,.

2. Na `Castricum,' wordt ingevoegd: Den Helder,.

3. Na `Egmond-binnen,' wordt ingevoegd: Haarlem,.

4. Na `Heemskerk,' wordt ingevoegd: Heemstede, Heiloo,.

5. Na `Hillegom,' wordt ingevoegd: Limmen,.

6. Na `Schoorl,' wordt ingevoegd: Texel, Uitgeest, Velsen,.

7. `150 mm' wordt vervangen door: 0,15 mm.

AT

Bijlage 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt de zinsnede `Natuurresultaat basis:'.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `geen' vervangen door: Regulier onderhoud ten behoeve van de instandhouding van de plas.

AU

In de bijlagen 13 tot en met 16 vervalt in het eerste onderdeel telkens `Natuurresultaat basis:'.

AV

Bijlage 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat basis:'.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `geen' vervangen door: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van het bos, waaronder het onderhouden van wegen en waterlopen.

3. De volzin beginnend met `Minimum oppervlakte beheerseenheid' en eindigend met `ten minste 5 hectare aaneengesloten gebied vormt' wordt vervangen door: Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Struweel: 0,5 hectare.

AW

Bijlage 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat basis:'.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `geen' vervangen door: Regulier onderhoud ten behoeve van de instandhouding van hoogveen.

3. De zinsnede `2,0 hectare' wordt vervangen door: 0,5 hectare.

AX

In bijlage 19 vervalt de zinsnede `Natuurresultaat basis:'.

AY

Bijlage 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat basis:' en wordt `bos waarop de Boswet van kracht is' vervangen door: houtopstand waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `geen' vervangen door: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van het bos, het onderhouden van wegen en waterlopen en het beheer zoals beschreven onder 1.

3. De volzin beginnend met `Minimum oppervlakte beheerseenheid' en eindigend met `ten minste 5 hectare aaneengesloten gebied vormt' wordt vervangen door: Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Bos: 0,5 hectare.

AZ

Bijlage 21 komt als volgt te luiden:

Bijlage 21

Basispakket: Natuurlijke Eenheid:

A: zonder begrazing

B: met begrazing

1. De beheerseenheid bestaat uit aaneengesloten natuurgebied (land en/of water).

2. Beheersvoorschriften:

Variant A: Op ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid vindt ongecompartimenteerd waterbeheer plaats.

Variant B: Op ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid vindt begrazingsbeheer plaats.

Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Natuurlijke Eenheid: 0,5 hectare

Beheersbijdrage:

Variant A: € 10,19 per hectare per jaar

Variant B: € 34,65 per hectare per jaar.

BA

Bijlage 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt na de zinsnede `Meetsoorten monitoren' een zinsnede toegevoegd, luidende: Beheer ten behoeve van instandhouding van een soortenrijke plas.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven..

4. De zin `Basisbijdrage: € 16,30 per hectare per jaar' vervalt.

BB

Bijlage 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt na de zinsnede `Meetsoorten monitoren' een zinsnede toegevoegd, luidende: Beheer ten behoeve van instandhouding van een soortenrijke ven.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven..

4. De zin `Basisbijdrage: € 16,30 per hectare per jaar' vervalt.

BC

Bijlage 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt na de zinsnede `Meetsoorten monitoren.' een zinsnede toegevoegd, luidende: Beheer ten behoeve van instandhouding van een beek en duinrel.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven..

4. De zin `Basisbijdrage: geen.' vervalt.

BD

Bijlage 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `Jaarlijks maaien en het maaisel afvoeren' vervangen door: Jaarlijks wordt in de periode van 15 juni tot en met 15 september gemaaid; Het maaisel wordt in dezelfde periode afgevoerd.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras..

4. `Basisbijdrage: € 31,59 per hectare per jaar' vervalt.

BE

Bijlage 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras..

3. De zin `Basisbijdrage: € 31,59 per hectare per jaar' vervalt.

BF

Bijlage 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras..

3. De zin `Basisbijdrage: € 31,59 per hectare per jaar' vervalt.

BG

Bijlage 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 15 Basispakket: (Half) natuurlijk grasland..

3. De zin `Basisbijdrage: € 125,34 per hectare per jaar' vervalt.

BH

Bijlage 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 15 Basispakket: (Half) natuurlijk grasland..

3. De zin `Basisbijdrage: € 125,34 per hectare per jaar' vervalt.

BI

Bijlage 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing..

3. De zin `Basisbijdrage: geen' vervalt.

BJ

Bijlage 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Heide..

3. De zin `Basisbijdrage: € 40,76 per hectare per jaar' vervalt.

BK

Bijlage 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Heide..

3. De zin `Basisbijdrage: € 40,76 per hectare per jaar' vervalt.

BL

Bijlage 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt na de zinsnede `Meetsoorten monitoren.' een zinsnede toegevoegd, luidende: Beheer ten behoeve van instandhouding van levend hoogveen.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Hoogveen..

4. `Basisbijdrage: € 78,46 per hectare per jaar' vervalt.

BM

Bijlage 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt de zinsnede `Natuurresultaat plus:'.

2. Er wordt een derde onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing of Variant B met begrazing..

3. De zinsnede `Minimum-oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijk weidevogelgrasland: 5 hectare, tenzij de beheerseenheid deel uitmaakt van een terrein met een grootte van ten minste 5 hectare, als bedoeld in artikel 1, derde lid' wordt vervangen door: De beheerseenheden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 5 hectare binnen een gebied dat met een verdunningsfactor van ten hoogste 3 bij de beschikking tot subsidieverlening in aanmerking wordt genomen.

BN

Bijlage 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt de zinsnede `Natuurresultaat plus:'.

2. Er wordt een derde onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing of Variant B met begrazing..

3. De zinsnede `Minimum-oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Zeer soortenrijk weidevogelgrasland: 5 hectare, tenzij de beheerseenheid deel uitmaakt van een terrein met een grootte van ten minste 5 hectare, als bedoeld in artikel 1, derde lid' wordt vervangen door: De beheerseenheden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 5 hectare binnen een gebied dat met een verdunningsfactor van ten hoogste 3 bij de beschikking tot subsidieverlening in aanmerking wordt genomen.

BO

Bijlage 36 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt de zinsnede `Natuurresultaat plus:'.

2. Er wordt een derde onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing of Variant B met begrazing..

BP

Bijlage 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede `Natuurresultaat plus:' vervalt.

b. De zinsnede `bos waarop de Boswet van kracht is' wordt vervangen door: houtopstand waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt.

c. Het woord `aaneengesloten' vervalt telkens.

2. In het tweede onderdeel wordt het woord `Geen' vervangen door een zinsnede luidende: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding en omvorming van bos zoals omschreven onder 1.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos..

4. De zin `Basisbijdrage: € 48,91 per hectare per jaar' vervalt.

BQ

Bijlage 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede `Natuurresultaat plus:' vervalt.

b. De zinsnede `bos waarop de Boswet van kracht is' wordt vervangen door: houtopstand waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt.

c. Het woord `aaneengesloten' vervalt.

2. In het tweede onderdeel wordt het woord `Geen' vervangen door een zinsnede luidende: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van bos zoals omschreven onder 1.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos..

4. De zin `Basisbijdrage: € 48,91 per hectare per jaar' vervalt.

5. De alinea beginnend met `Voor begrensde waardevolle bosgemeenschappen' en eindigend met `bestaat uit gemengd bos.' vervalt.

BR

Bijlage 39 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervallen de zinsneden `Natuurresultaat plus:' en `En de beheersvoorschriften vermeld onder 2 worden nageleefd'.

2. In het tweede onderdeel wordt na de zinsnede `te verwijderen.' een zinsnede toegevoegd, luidende: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van bos zoals omschreven onder 1.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos..

4. De zinsnede `40 hectare op kalkloze zandgronden; 10 hectare op overige grondsoorten' wordt vervangen door: 5 hectare.

5. De zin `Basisbijdrage: € 48,91 per hectare per jaar' vervalt.

BS

Bijlage 40 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `jonge staken' vervangen door: staken als bedoeld in onderdeel 1.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos..

4. De zin `Basisbijdrage: € 48,91 per hectare per jaar' vervalt.

BT

Bijlage 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt `Natuurresultaat plus:'.

2. In het tweede onderdeel wordt de zinsnede `jonge staken' vervangen door: staken als bedoeld in onderdeel 1.

3. Het derde onderdeel komt te luiden: 3. Corresponderend Basispakket: Bijlage 20 Basispakket: Bos..

4. De zin `Basisbijdrage: € 48,91 per hectare per jaar' vervalt.

BU

Bijlage 42 komt te luiden:

Bijlage 42

Landschapspakket: Houtkade, houtwal, haag en singel

1. Het is een lijnvormig landschapselement met minimaal 90% bedekking van opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken (zie bijlage 57);

2. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 20 meter breed;

3. Het element bestaat uit hakhout maar mag overstaanders bevatten;

4. Het instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 605,74 per hectare per jaar

BV

De bijlagen 43, 44, en 45 vervallen.

BW

Bijlage 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel wordt als volgt gewijzigd:

a. Het woord `aaneengesloten' vervalt.

b. Na de zinsnede `inheemse bomen of struiken' wordt een zinsnede ingevoegd luidende: met een bedekking van ten minste 90%.

c. Het percentage `80%' wordt vervangen door: 50%.

2. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot het tweede onderdeel.

3. Ingevoegd wordt een nieuw derde onderdeel, luidende:

3. Het element bestaat uit hakhout en mag overstaanders bevatten;.

4. Het vierde onderdeel vervalt.

5. Het vijfde onderdeel wordt vernummerd tot vierde onderdeel en na `instandhouden van het element:' wordt ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

6. Het zevende onderdeel vervalt onder vernummering van het zesde onderdeel tot vijfde onderdeel.

7. De zinsnede `voor een singel bij een bedekking van 90% of meer:' en de zinsnede `€ 20,81 per 100 meter per jaar voor een singel bij een bedekking van 75% tot 90%' alsmede de zinsnede `€ 13,87 per 100 meter per jaar voor een singel bij een bedekking van 50% tot 75%' vervallen.

BX

Bijlage 47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel wordt na `Het is een' ingevoegd: vrijliggend.

2. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot het tweede onderdeel.

3. Ingevoegd wordt een nieuw derde onderdeel, luidende:

3. Het element bestaat uit hakhout en mag overstaanders bevatten;.

4. Het vierde onderdeel komt te luiden:

4. Het element is begroeid met inheemse bomen en struiken (zie bijlage 57);.

5. Het vijfde onderdeel vervalt.

6. Het zesde onderdeel wordt vernummerd tot vijfde onderdeel en na `instandhouden van het element:' wordt ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

7. Het zevende onderdeel wordt vernummerd tot zesde onderdeel.

8. Ingevoegd wordt een nieuw zevende onderdeel, luidende:

7. Het element dient permanent te worden gevrijwaard van vraat door vee..

9. Het achtste onderdeel vervalt.

BY

Bijlage 48 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt het woord `aaneengesloten,'.

2. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot tweede onderdeel.

3. Het vierde onderdeel vervalt.

4. In het vijfde onderdeel wordt na `instandhouden van het element:' ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

5. In het zesde onderdeel wordt de zinsnede `1 september' vervangen door: 1 juli.

6. Het vijfde tot en met zevende onderdeel worden vernummerd tot derde tot en met vijfde onderdeel.

BZ

Bijlage 49 vervalt.

CA

Bijlage 50 komt te luiden:

Bijlage 50

Landschapspakket: Knotbomen

1. Het is een rij of groep van ten minste 10 bomen, waarvan de stam is afgezet op een hoogte van ten minste 1 meter;

2. De onderlinge afstand van de bomen is ten hoogste 20 meter;

3. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

4. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 3,70 per boom per jaar

CB

Bijlage 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt de zinsnede `, gemiddeld ten minste 2 meter diep'.

2. Het tweede en vierde onderdeel vervallen onder vernummering van het derde en vijfde onderdeel tot tweede onderdeel en derde onderdeel.

3. In het zesde onderdeel wordt na `instandhouden van het element:' ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

4. Het zesde en zevende onderdeel worden vernummerd tot vierde en vijfde onderdeel.

5. In het achtste onderdeel vervalt na `opgaande begroeiing' de zinsnede beginnend met `, waarbij ten hoogste' en eindigend met `0,15 meter bedraagt'.

6. Het achtste onderdeel wordt vernummerd tot zesde onderdeel.

CC

Bijlage 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot tweede onderdeel.

2. In het vierde onderdeel wordt onder vernummering van dit onderdeel tot derde onderdeel `De' vervangen door: Volgroeide.

3. In het vijfde onderdeel wordt onder vernummering van dit onderdeel tot vierde onderdeel na `instandhouden van het element:' ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

4. Er wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

5. Boomgaard jaarlijks maaien of begrazen..

CD

Bijlage 54, tweede onderdeel, vervalt onder vernummering van het derde tot en met zevende onderdeel tot tweede tot en met zesde onderdeel.

CE

Bijlage 55 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede en derde onderdeel vervallen.

2. Onder vernummering van het vierde tot en met zevende onderdeel tot derde tot en met zesde onderdeel wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;.

CF

Bijlage 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel wordt na `Het is een' ingevoegd: permanent.

2. In het tweede onderdeel wordt `bijlagen 42-55' vervangen door: 42 tot en met 51 en 53 tot en met 55.

CG

Bijlage 58 komt als volgt te luiden:

Bijlage 58

Recreatiepakket

1. Voor openstelling van het terrein is geen ontheffing verkregen als bedoeld in artikel 19, derde lid.

2. Het terrein is voldoende toegankelijk en bevat voldoende wegen, vaarwegen en paden, die recreatief gebruik mogelijk maken.

3. Voor de in het tweede lid genoemde wegen, vaarwegen en paden heeft de beheerder een onderhoudsplicht.

4. De beheerder dient - indien van toepassing - medewerking te verlenen aan de aanleg, markering en het beheer van doorgaande routes voor wandelen en fietsen in het kader van de landelijke afstandswandelpaden (LAW's) en lange fietsroutes (LF).

Recreatiebijdrage: € 29,44 per hectare per jaar

CH

Bijlage 59 en 60 vervallen.

CI

In bijlage 62 wordt de zinsnede `(Tijdschrift voor de Floristiek), 16 (1990), nr.1,' vervangen door: (Tijdschrift voor de wilde flora), 26 (2000), nr. 4,.

CJ

In bijlage 63 wordt `de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij' telkens vervangen door: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel II

De Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a.minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt `het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij' vervangen door: het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

3. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:

g.terrein: een gebied, dat niet wordt doorsneden door:

v. wegen breder dan 5 meter,

vi. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,

vii. een dubbelsporige spoorlijn, of

viii. een geëlektrificeerde spoorlijn,

en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing..

4. Het eerste lid, onderdeel l, subonderdeel 1, vervalt alsmede de aanduiding `2.' voor het tweede subonderdeel.

5. In het eerste lid vervallen de onderdelen o en p.

6. In het eerste lid wordt onderdeel q geletterd o.

7. In het eerste lid wordt onderdeel r geletterd p en wordt het woord `aaneengesloten' vervangen door: ononderbroken.

8. In het eerste lid worden de onderdelen s tot en met x geletterd q tot en met v.

9. Het eerste lid, onderdeel y, wordt geletterd tot w en in dit onderdeel vervallen de zinsneden `of landschapsgebiedsplannen' en `onderscheidenlijk landschapsgebied,'.

10. Het eerste lid, onderdeel z, wordt geletterd tot x en in dit onderdeel wordt de zinsnede `aaneengesloten oppervlakte' vervangen door: oppervlakte-eenheid.

11. In het eerste lid worden de onderdelen aa en ab geletterd y en z.

12. Het eerste lid, onderdelen ac en ad, vervallen.

13. Het onderdeel ae wordt geletterd aa.

14. Het derde lid komt te luiden:

De verdunningsfactor is gelijk aan het quotiënt van de oppervlakte van de grond verkregen door hemelsbreed een lijn te trekken om de buitenste hoeken van de buitenste terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de totale oppervlakte van de in dat gebied gelegen terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd..

B

Artikel 6, zevende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. `, landschapsgebiedsplannen' vervalt.

2. De zinsnede `en plannen waarin de begrenzing is vastgelegd van gebieden als bedoeld in artikel 94, eerste lid' vervalt.

C

In artikel 9, tweede lid, wordt de zinsnede `€ 45,38' vervangen door: € 50,-.

D

Het opschrift van Hoofdstuk 2. komt te luiden:

Hoofdstuk 2. Begrenzing van beheersgebieden

E

Aan artikel 11 wordt na de zinsnede `onderdeel d' toegevoegd:, tenzij en voor zover in voornoemd beheersgebied subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen binnen een probleemgebied als bedoeld in artikel 17b, eerste lid.

F

Artikel 12 vervalt.

G

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt `Beheers- en landschapsgebiedsplannen' vervangen door `Beheersgebiedsplannen'.

2. In het tweede lid wordt `beheers- en landschapsgebied' vervangen door `beheersgebied'.

H

In artikel 14, eerste lid, vervalt `onderscheidenlijk landschapsgebiedsplan'.

I

In artikel 15 vervalt `onderscheidenlijk landschapsgebiedsplannen'.

J

In artikel 16 wordt wordt `beheers- en landschapsgebiedsplannen' vervangen door `beheersgebiedsplannen'.

K

In artikel 17 wordt `beheers- of landschapsgebiedsplan' vervangen door `beheersgebiedsplan'.

L

In artikel 17a vervalt `en landschapsgebieden'.

M

Artikel 19, zesde en zevende lid, vervallen.

N

Na het opschrift: `Hoofdstuk 4. Beheerssubsidie §1. Algemene bepalingen' worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 20a

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder beheersgebied eveneens verstaan: natuurgebied als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, indien en voorzover de instandhouding van een beheerspakket volgens de in bijlage 3 van deze regeling opgenomen tabel, in overeenstemming is met de doelstellingen en basis- of pluspakketten van het desbetreffende natuurgebiedsplan als bedoeld in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.

Artikel 20b

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt ten aanzien van terreinen, gelegen in een natuurgebiedsplan als bedoeld in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, die Staatsbosbeheer, een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie als bedoeld in artikel 3 van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, een ontvanger van subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 40 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 danwel een rechtsopvolger daarvan of een ontvanger van beheerssubsidie als bedoeld in artikel 9 van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer danwel een rechtsopvolger daarvan in de hoedanigheid van eigenaar, dan wel zakelijk gerechtigde, na 1 december 1977 in gebruik heeft afgestaan aan een ondernemer, tenzij dit afstaan in gebruik heeft geleid tot de ononderbroken voortzetting van het op 1 december 1977 bestaand gebruik door:

- de ondernemer;

- zijn echtgenoot;

- een pleegkind of

- één of meer bloed- en aanverwanten in de rechte lijn.

O

In artikel 21, tweede lid, wordt `tot en met' vervangen door een komma na `38'.

P

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 29, onderdeel d, subonderdeel 9, door een komma wordt aan dit onderdeel een zinsnede toegevoegd, luidende: één en ander tenzij de beheerssubsidie betrekking heeft op een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21 en 22, gelegen in een probleemgebied als bedoeld in artikel 17b, eerste lid, en voor de betrokken beheerseenheid slechts een met bijlage 31 beheerspakket: Landbouw met natuurlijke handicaps vergelijkbare subsidie wordt verstrekt.

Q

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding `1.' geplaatst.

2. Onderdeel b wordt geletterd tot c en er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. indien in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag voor subsidieverlening een op grond van deze regeling verleende beheerssubsidie voor de desbetreffende beheerseenheid is ingetrokken op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht;.

3. Er wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:

2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een subsidie worden verstrekt indien in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag een subsidieverlening voor de desbetreffende beheerseenheid ten gevolge van de aanvangscontrole is ingetrokken, mits deze niet is ingetrokken op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht..

R

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede `in de bijlagen 16 tot en met 22' vervangen door: in de bijlagen 16, 17 en 18, of een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19 tot en met 22.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede `subsidieontvanger' vervangen door: beheerder.

S

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:

g. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van LASER..

2. In het derde lid, wordt de zinsnede `de onderdelen 3 en 4' vervangen door: onderdeel 3 en onderdeel 5, subonderdeel a,.

T

Artikel 47 vervalt.

U

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede `het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij' vervangen door: het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel a wordt als volgt gewijzigd:

i. De zinsnede `€ 6.806,70 ' wordt vervangen door: € 7.000,-.

ii. Na de zinsnede `in de bijlagen 12, 13' wordt een zinsnede ingevoegd, luidende:, 14.

b. In onderdeel b wordt de zinsnede `€ 9.075,60' vervangen door: € 10.000,-.

c. In onderdeel c wordt de zinsnede `€ 1.361,34' vervangen door: € 1.500,-.

V

In artikel 55, lid 1, wordt de zinsnede `€ 2.268,90' vervangen door: € 2.500,-.

W

In artikel 58, lid 2, onderdeel b, wordt de zinsnede `€ 22.689,01' vervangen door: € 25.000,-.

X

In artikel 60, eerste lid, vervallen de zinsneden `en landschapsgebieden' en `onderscheidenlijk landschapsgebiedsplan'.

Y

Artikel 64, onderdeel c, en artikel 73, onderdeel c, komen te luiden:

c. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van LASER..

Z

De artikelen 77 tot en met 81 alsmede het opschrift van hoofdstuk 8 vervallen.

AA

In artikel 86 wordt `vier weken' vervangen door: drie maanden.

AB

In artikel 88, eerste lid, wordt `10 dagen' vervangen door: 30 dagen.

AC

De artikelen 94 tot en met 98 vervallen.

AD

Bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Vergelijkingstabel agrarisch natuurbeheer..

2. De zinsnede `voor het overgangsbeheer' komt te vervallen.

AE

Bijlage 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde en vijfde onderdeel worden geletterd tot vijfde en zesde onderdeel.

2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd..

AF

Bijlagen 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde tot en met zesde onderdeel worden geletterd tot vijfde tot en met zevende onderdeel.

2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd..

AG

Bijlage 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde en vijfde onderdeel worden geletterd tot vijfde en zesde onderdeel.

2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd..

AH

Bijlage 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde tot en met zesde onderdeel worden geletterd tot vijfde tot en met zevende onderdeel.

2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd..

AI

In bijlage 12, tweede lid, wordt na `aanwezig' toegevoegd: of zijn van de navolgende lijst van plantensoorten tenminste 3 soorten aanwezig in een strook van 100 m lengte:

Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Brunel, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Boterbloem (alle soorten behalve de kruipende boterbloem), Ereprijs (veldereprijs, gewone ereprijs, mannetjesereprijs, blauwe waterereprijs, beekpunge, rode waterereprijs, schildereprijs, draadereprijs, liggend ereprijs, brede ereprijs, lange ereprijs), Ganzerik(viltganzerik, voorjaarsganzerik, tormentil, wateraardbei), Gele lis, Gele morgenster, Havikskruid (alle soorten), Hazepootje, Heelblaadjes, Kale jonker, Kamgras, Kattenstaart, Klokje (alle soorten), Knoopkruid, Lathyrus (alle soorten), Margriet, Moerasspirea, Munt (alle soorten), Ratelaar (kleine ratelaar, grote ratelaar, harige ratelaar), Reukgras, Rolklaver (gewone rolklaver, smalle rolklaver, moerasrolklaver), Sint-Janskruid, Streepzaad (alle soorten), Tijm (wilde tijm, grote wilde tijm), Vergeet-mij-nietje (moerasvergeet-mij-nietje, zompvergeet-mij-nietje, ruw vergeet-mij-nietje, stijf vergeet-mij-nietje), Vogelpootje, Walstro (ruw walstro, moeraswalstro, echt walstro, glad walstro, blauw walstro, kalkwalstro), Waternavel, Wederik (moeraswederik, gewone wederik), Wikke (alle soorten), Wilde bertram, Wilde peen, Wolfspoot, Wondklaver, Zandblauwtje en alle soorten die voorkomen op de Rode Lijst van hogere planten in de categorieën Verdwenen, Zeer sterk bedreigd en Bedreigd, zoals vermeld in Gorteria (Tijdschrift voor de wilde flora), 26 (2000), nr. 4, uitgegeven door het Rijksherbarium te Leiden.

AJ

Bijlage 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt na `aanwezig' toegevoegd: of zijn van de navolgende lijst van plantensoorten tenminste 3 soorten aanwezig in een strook van 100 m lengte:

Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Brunel, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Boterbloem (alle soorten behalve de kruipende boterbloem), Ereprijs (veldereprijs, gewone ereprijs, mannetjesereprijs, blauwe waterereprijs, beekpunge, rode waterereprijs, schildereprijs, draadereprijs, liggend ereprijs, brede ereprijs, lange ereprijs), Ganzerik(viltganzerik, voorjaarsganzerik, tormentil, wateraardbei), Gele lis, Gele morgenster, Havikskruid (alle soorten), Hazepootje, Heelblaadjes, Kale jonker, Kamgras, Kattenstaart, Klokje (alle soorten), Knoopkruid, Lathyrus (alle soorten), Margriet, Moerasspirea, Munt (alle soorten), Ratelaar (kleine ratelaar, grote ratelaar, harige ratelaar), Reukgras, Rolklaver (gewone rolklaver, smalle rolklaver, moerasrolklaver), Sint-Janskruid, Streepzaad (alle soorten), Tijm (wilde tijm, grote wilde tijm), Vergeet-mij-nietje (moerasvergeet-mij-nietje, zompvergeet-mij-nietje, ruw vergeet-mij-nietje, stijf vergeet-mij-nietje), Vogelpootje, Walstro (ruw walstro, moeraswalstro, echt walstro, glad walstro, blauw walstro, kalkwalstro), Waternavel, Wederik (moeraswederik, gewone wederik), Wikke (alle soorten), Wilde bertram, Wilde peen, Wolfspoot, Wondklaver, Zandblauwtje en alle soorten die voorkomen op de Rode Lijst van hogere planten in de categorieën Verdwenen, Zeer sterk bedreigd en Bedreigd, zoals vermeld in Gorteria (Tijdschrift voor de wilde flora), 26 (2000), nr. 4, uitgegeven door het Rijksherbarium te Leiden.

2. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde onderdeel tot vierde tot en met zesde onderdeel wordt een nieuw derde onderdeel ingevoegd, luidende:

3. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd..

AK

In bijlage 14, onderdeel 2, wordt de zinsnede `aan opgaande begroeiing of een rietkraag' vervangen door: aan opgaande begroeiing, een rietkraag of waterloop.

AL

Bijlage 15, tweede onderdeel komt te luiden:

2. Variant A: Niet maaien en niet weiden tussen 1 januari en 1 juni.

Variant B: Niet maaien tussen 1 januari en 1 juni en gedurende het gehele jaar niet bemesten..

AM

Bijlage 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel komt te luiden:

1. De beheerseenheid is gelegen binnen de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21 en 22..

2. Het derde onderdeel wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede `van 2 tot 5 meter' wordt vervangen door: ten minste 2 meter.

b. De zinsnede `een gezamenlijke aaneengesloten oppervlakte van ten minste 1000 vierkante meter' wordt vervangen door: een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 1000 vierkante meter.

3. Er wordt een vierde onderdeel toegevoegd, luidende:

4. Ieder jaar kan de beheerder de periode genoemd in onderdeel 2 voor dezelfde oppervlakte op een ander deel van de beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21, en 22 in acht nemen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de stroken of blokken..

AN

In bijlage 18 vervalt het derde onderdeel onder vernummering van het vierde onderdeel tot derde onderdeel.

AO

Bijlage 19 komt te luiden:

Bijlage 19

Beheerspakket: Algemeen weidevogelgebied

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de verzameling beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 25 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, graspieper, krakeend, kuifeend, wintertaling, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

- de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

- de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

- werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

- bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 52,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,-.

AP

Bijlage 20 komt te luiden:

Bijlage 20

Beheerspakket: Belangrijk algemeen weidevogelgebied

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 50 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik,wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 20 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

- de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

- de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

- werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

- bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 72,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,-.

AQ

Bijlage 21 komt te luiden:

Bijlage 21

Beheerspakket: Soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 75 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 35 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

- de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

- de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

- werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

- bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 92,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,-.

AR

Bijlage 22 komt te luiden:

Bijlage 22

Bijlage 22 Beheerspakket: Zeer soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 100 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 50 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

- de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

- de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

- werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

- bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 112,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,-.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,-.

AS

Bijlage 23 komt als volgt te luiden:

Bijlage 23

Beheerspakket: Faunarand

1. De beheerseenheid grenst aan bouwland.

2. In de beheerseenheid komt in elk jaar van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend in ieder geval gedurende de periode van 1 mei tot 1 maart daarop volgend de volgende begroeiing voor: grasachtige vegetaties, kruiden, granen (geen maïs), of mengsels van deze drie. De begroeiing mag ontstaan door inzaai dan wel spontane ontwikkeling. Graanstoppels worden niet als begroeiing aangemerkt.

3. De beheerseenheid is ten minste 6 meter en ten hoogste 12 meter breed en ten minste 50 meter lang.

4. Er is één maaibeurt toegestaan. Deze moet vallen in de periode van 15 juli tot 15 augustus. Ten hoogste de helft van de beheerseenheid mag gemaaid worden.

5. Mechanische en chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid. De faunarand mag niet bemest worden, niet bereden worden en er mag geen bagger opgebracht worden.

Beheersbijdrage: € 1292,- per hectare per jaar

AT

Bijlage 32 komt te luiden:

Bijlage 32

Landschapspakket: Houtkade, houtwal, haag en singel

1. Het is een lijnvormig landschapselement met minimaal 90 % bedekking van opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken (zie bijlage 48);

2. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 20 meter breed;

3. Het element bestaat uit hakhout maar mag overstaanders bevatten;

4. Het instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 605,74 per hectare per jaar voor de begroeide oppervlakte

AU

De bijlagen 33, 34 en 35 vervallen.

AV

Bijlage 36 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel wordt als volgt gewijzigd:

a. Het woord `aaneengesloten' vervalt.

b. Na de zinsnede `inheemse bomen of struiken' wordt een zinsnede ingevoegd luidende: met een bedekking van ten minste 90%.

c. Het percentage `80%' wordt vervangen door: 50%.

2. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot het tweede onderdeel.

3. Ingevoegd wordt een nieuw derde onderdeel, luidende:

3. Het element bestaat uit hakhout en mag overstaanders bevatten;.

4. Het vierde onderdeel vervalt.

5. Het vijfde onderdeel wordt vernummerd tot vierde onderdeel en na `instandhouden van het element:' wordt ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

6. Onder vervanging van de puntkomma door een punt aan het slot van het zesde onderdeel wordt het zesde onderdeel vernummerd tot vijfde onderdeel.

7. Het zevende onderdeel vervalt.

8. De zinnen `€ 20,81 per 100 meter per jaar voor een singel bij een bedekking van 75% tot 90%' en `€ 13,87 per 100 meter per jaar voor een singel bij een bedekking van 50% tot 75%' vervallen.

AW

Bijlage 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel wordt na `Het is een' ingevoegd: vrijliggend.

2. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot het tweede onderdeel.

3. Ingevoegd wordt een nieuw derde onderdeel, luidende:

3. Het element bestaat uit hakhout en mag overstaanders bevatten;.

4. Het vierde onderdeel komt te luiden:

4. Het element is begroeid met inheemse bomen en struiken (zie bijlage 57);.

5. Het vijfde onderdeel vervalt.

6. Het zesde onderdeel wordt vernummerd tot vijfde onderdeel en na `instandhouden van het element:' wordt ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

7. Het zevende onderdeel wordt vernummerd tot zesde onderdeel.

8. Ingevoegd wordt een nieuw zevende onderdeel, luidende:

7. Het element dient permanent te worden gevrijwaard van vraat door vee;.

AX

Bijlage 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt het woord `aaneengesloten,'.

2. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot tweede onderdeel.

3. Het vierde onderdeel vervalt.

4. Het vijfde onderdeel wordt vernummerd tot derde onderdeel en na de zinsnede `instandhouden van het element:' wordt een zinsnede ingevoegd, luidende: periodiek onderhoud uitvoeren;.

5. Het zesde onderdeel wordt vernummerd tot vierde onderdeel en de zinsnede `1 september' wordt vervangen door: 1 juli.

6. Het zevende onderdeel wordt vernummerd tot vijfde onderdeel.

AY

Bijlage 39 vervalt.

AZ

Bijlage 40 komt te luiden:

Bijlage 40

Landschapspakket: Knotbomen

1. Het is een rij of groep van ten minste 10 bomen, waarvan de stam is afgezet op een hoogte van ten minste 1 meter;

2. De onderlinge afstand van de bomen is ten hoogste 20 meter;

3. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

4. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 3,70 per boom per jaar

BA

Bijlage 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste onderdeel vervalt de zinsnede `, gemiddeld ten minste 2 meter diep'.

2. Het tweede en vierde onderdeel vervallen onder vernummering van het derde en vijfde onderdeel tot tweede onderdeel en derde onderdeel.

3. In het zesde onderdeel wordt vernummerd tot vierde onderdeel en na `instandhouden van het element:' ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

4. Het zevende onderdeel wordt vernummerd tot vijfde onderdeel.

5. Het achtste onderdeel wordt vernummerd tot zesde onderdeel en na `opgaande begroeiing' vervalt de zinsnede beginnend met `, waarbij ten hoogste' en eindigend met `0,15 meter bedraagt'.

BB

Bijlage 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede onderdeel vervalt onder vernummering van het derde tot tweede onderdeel.

2. In het vierde onderdeel wordt onder vernummering van dit onderdeel tot derde onderdeel `De' vervangen door: Volgroeide.

3. In het vijfde onderdeel wordt onder vernummering van dit onderdeel tot vierde onderdeel na `instandhouden van het element:' ingevoegd: periodiek onderhoud uitvoeren;.

4. Er wordt een nieuw vijfde onderdeel ingevoegd, luidende:

5. Boomgaard jaarlijks maaien of begrazen;.

BC

Bijlage 44, onderdeel 2, vervalt onder vernummering van het derde tot en met zevende onderdeel tot tweede tot en met zesde onderdeel.

BD

Bijlage 45 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede onderdeel vervalt.

2. Het derde onderdeel wordt vernummerd tot het tweede onderdeel en komt te luiden:

2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;.

3. Het vierde tot en met zevende onderdeel worden vernummerd tot derde tot en met zesde onderdeel.

BE

In bijlage 46, tweede lid, wordt `bijlagen 32-45' vervangen door: 32 tot en met 41 en 43 tot en met 45.

Artikel III

Het bepaalde in Artikel I, onderdeel A, derde lid, is niet van toepassing op een aanvraag voor subsidie die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel IV

1. Beheerders, die voor de inwerkingtreding van deze regeling een beschikking tot subsidieverlening hebben ontvangen met betrekking tot een bedrag als bedoeld in artikel 30 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, behouden het recht op dit bedrag.

2. In afwijking van het eerste lid ontvangen beheerders geen bedrag als bedoeld in het eerste lid indien zij met betrekking tot hetzelfde terrein tevens een bijdrage ontvangen voor een recreatiepakket als bedoeld in bijlage 58 of 59, zoals die bijlage luidde voor inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel V

Beheerders, die voor de inwerkingtreding van deze regeling een beschikking tot subsidieverlening hebben ontvangen met betrekking tot de bijdrage voor begrensde waardevolle bosgemeenschappen als bedoeld in bijlage 38, laatste alinea, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals deze alinea luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, behouden het recht op deze bijdrage tot het eind van het tijdvak.

Artikel VI

Beheerders, die voor de inwerkingtreding van deze regeling een beschikking tot subsidieverlening hebben ontvangen met betrekking tot een landschapspakket als bedoeld in de bijlagen 42 tot en met 46 of 49 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of de bijlagen 32 tot en met 36 of 39 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer zoals die luidden voor de inwerkingtreding van deze regeling voorzover daarin een bedekking van minder dan 90% was opgenomen, zijn in afwijking van het in deze regeling bepaalde, slechts verplicht tot het instandhouden van het landschapspakket genoemd in bijlage 42 van de subsidieregeling natuurbeheer 2000 respectievelijk bijlage 32 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer met een in de subsidieverlening vastgestelde lagere bedekkingsgraad tegen de daarbij behorende lagere vergoeding.

Artikel VII

Beheerders, die voor de inwerkingtreding van deze regeling een beschikking tot subsidieverlening hebben ontvangen met betrekking tot de recreatiebijdrage voor een recreatiepakket als bedoeld in de bijlagen 58 of 59, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van deze regeling, ontvangen deze bijdrage voortaan op grond van bijlage 58.

Artikel VIII

De begrenzing van een landschapsgebiedsplan als bedoeld in artikel 12 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer zoals dat op 1 oktober 2004 luidt, blijft van kracht zolang en voorzover dit plan niet is vervangen door een beheersgebiedsplan als bedoeld in artikel 10 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer of een natuurgebiedsplan als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.

Artikel IX

In afwijking van artikel 20a van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer kunnen beheerders, die bij inwerkingtreding van deze regeling een subsidie ontvangen op grond van een van de regelingen genoemd in artikel 29, onderdeel d, subonderdeel 1 tot en met 4, van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer tot 1 januari 2007 voor een terrein gelegen in een natuurgebied subsidie aanvragen voor de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 28a.

Artikel X

Bijlage 23 beheerspakket: Faunarand, van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling blijft voor subsidies die zijn aangevraagd voor de inwerkingtreding van deze regeling onverminderd van kracht tot het eind van het tijdvak waarvoor de desbetreffende subsidie is verleend.

Artikel XI

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdelen D, Y, tweede lid, AH, AP, en artikel II, onderdelen B, D, onderdelen F tot en met L, X, en AC in werking op 1 oktober 2004.

3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel IV, tweede lid, in werking op 1 januari 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.P. Veerman.

1 Stcrt. 1999, 252; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 10 maart 2003 (Stcrt. 52).

2 Stcrt. 1999, 252; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 10 maart 2003 (Stcrt. 52).

Toelichting

Met deze regeling wordt een aantal wijzigingen aangebracht in de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) en de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 (SN). Deze regelingen maken deel uit van Programma Beheer dat onlangs is geëvalueerd. Uit deze evaluatie bleek de noodzaak om het Programma Beheer gebruiksvriendelijker en eenvoudiger te maken alsmede in verband hiermee de communicatie-, informatie-, en organisatiestructuur verder te verbeteren. De wijzigingen die met de onderhavige regeling in de SAN en SN worden doorgevoerd zijn daarom met name gericht op vereenvoudiging van de regelingen, het realiseren van een versnelling van de afhandeling van subsidieaanvragen, verlaging van de uitvoeringskosten en vermindering van de administratieve lasten. Verder zijn de wijzigingen gericht op het in overeenstemming brengen van de uitvoeringspraktijk met de Europese regelgeving en het wegnemen van een aantal technische onvolkomenheden.

SN voor eigenaren en erfpachters

Artikel I, onderdeel A, derde lid en vierde lid, onderdeel C, onderdeel I, eerste lid, subonderdeel a, onderdeel J, tweede en derde lid, onderdeel Q, onderdeel AL, tweede lid, en Artikel III.

Uitgangspunt van het Programma Beheer is dat de beheerder een subsidie ontvangt voor de uitvoering van activiteiten gericht op de ontwikkeling en instandhouding van natuur. De subsidiëring in het kader van de SAN is vrijwel uitsluitend bedoeld voor natuurbeheer op landbouwgrond. De aanvragers zijn daardoor vrijwel uitsluitend agrarische bedrijven.

De subsidiëring in het kader van de SN is bedoeld voor natuur. Hierbij staat niet de landbouwkundige waarde van het terrein voorop, maar de ecologische waarde. De subsidie-ontvangers zijn voornamelijk particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, gemeenten, provincies, waterschappen en een aantal particuliere eigenaren. Een aantal van deze subsidie-ontvangers is geen eigenaar, maar erfpachter met een langjarig erfpachtscontract.

Van de resterende groep aanvragers is slechts met veel uitvoeringslasten vast te stellen of zij op basis van haar gebruiksrecht voor subsidie in aanmerking kan komen. Aangezien deze groep (1) weinig gebruik maakt van de SN en (2) aanleiding is tot onduidelijkheid tussen aanvragers onderling over de vraag wie met betrekking tot hetzelfde terrein een aanvraag in gaat dienen, is besloten deze groep aanvragers niet meer voor SN-subsidie in aanmerking te laten komen. Dit betekent een grotere duidelijkheid bij de aanvragers en een daling van de uitvoeringlast, doordat de eigendoms- dan wel gebruiksrechten bij eigenaren respectievelijk erfpachters makkelijk te toetsen zijn.

De verhouding tussen het pluspakket en het basispakket

Artikel I, onderdeel A, zesde en zevende lid, onderdeel E, onderdeel F, onderdelen AT t/m BT.

Door de Commissie van de Europese Gemeenschappen is een aantal vragen gesteld met betrekking tot de vergoedingensystematiek in de SN. In het bijzonder bleek de relatie tussen de basis- en pluspakketten in de regeling onvolkomen en bij de Commissie op bezwaren te stuiten. Ten gevolge hiervan is het noodzakelijk om de systematiek van de pakketten in de SN te verhelderen. Voor ieder pluspakket wordt met de onderhavige wijzigingsregeling een corresponderend basispakket aangewezen.

Indien de aanvrager een pluspakket heeft aangevraagd en bij controle blijkt dat het doel (instandhouding) niet kan worden gehaald, kan de beschikking tot subsidieverlening voor een pluspakket worden gewijzigd in een subsidieverlening voor een corresponderend basispakket indien aan het doel en de beheersvoorschriften van het desbetreffende basispakket is voldaan gedurende het hele tijdvak waarvoor subsidie is verleend. De wijziging van de beschikking leidt ertoe dat de beheersbijdrage voor het corresponderende basispakket met 10% wordt verminderd. Hiermee kan worden bevorderd dat een aanvrager niet lichtvaardig een hoge subsidie voor een pluspakket aanvraagt. Indien bij de eindcontrole blijkt dat niet aan het doel of beheersvoorschriften van het pluspakket is voldaan en de beschikking tot subsidieverlening niet is gewijzigd in een beschikking tot subsidieverlening voor een corresponderend basispakket kan de beheersbijdrage worden verminderd met een percentage tot aan 100%.

Vereenvoudiging openstelling en recreatiepakketten

Artikel I, onderdeel A, achtste en zeventiende lid, onderdeel B, eerste lid, onderdelen E en F, onderdeel I, eerste lid, subonderdeel c, alsmede het tweede lid, onderdeel J, eerste lid, onderdeel M, onderdeel S, derde lid, onderdeel AE, onderdeel AF, onderdeel AG, onderdeel CG, onderdeel CH, Artikel IV en VII.

Met deze wijzigingen wordt een vereenvoudiging in de regeling aangebracht ter zake van openstelling van terreinen en de verhouding hiervan tot de recreatiesubsidie. Voorheen werd het niet openstellen achteraf gesanctioneerd met een lagere subsidievaststelling. Voortaan komen aanvragers op voorhand al slechts voor subsidie in aanmerking indien het terrein is opengesteld, tenzij bij de aanvraag een ontheffing is verleend van de verplichting tot openstelling. De ontheffing wordt slechts verleend indien (1) het niet wenselijk is het terrein open te stellen in verband met het grote natuurwetenschappelijk belang van het terrein, (2) openstelling van het terrein strijd oplevert met het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals bij kasteeltuinen en historische buitenplaatsen danwel (3) de aard van het terrein met zich mee brengt dat openstelling onmogelijk is zoals in het geval van moeras.

In samenhang met de vereenvoudiging van de bepalingen inzake openstelling zijn de twee bestaande recreatiepakketten samengevoegd tot één nieuw vereenvoudigd recreatiepakket. De eisen die in dit pakket gesteld worden, zijn makkelijker te toetsen waardoor de uitvoeringslasten dalen en de behandeling van de aanvraag sneller verloopt. Een aanvrager zal in ieder geval voldoende onderhouden fiets-, vaar- en/of wandelroutes moeten realiseren om voor een recreatiesubsidie in aanmerking te komen. Verder zal de aanvrager aan het publiek duidelijk moeten maken dat het desbetreffende gebied toegankelijk is.

Het begrip aaneengesloten

Artikel I, onderdeel A, tiende, veertiende en zestiende, lid, onderdeel AK, onderdeel AV, derde lid, AY, derde lid, onderdeel AZ, onderdeel BP, eerste lid, subonderdeel c, onderdeel BQ, eerste lid, subonderdeel c, onderdeel BW, eerste lid, subonderdeel a, onderdeel BY, eerste lid, en Artikel II, onderdeel A, derde, zevende en tiende lid, onderdeel AV, eerste lid, subonderdeel a, onderdeel AX, eerste lid.

Bij de evaluatie is gebleken dat definiëring van begrippen in de SAN en SN verbetering behoeft. Met deze regelingswijziging is de definitie van het begrip terrein verbeterd door het begrip direct in verband te brengen met een aantal eenduidige infrastructurele kenmerken die de fysieke begrenzing van het terrein vormen zoals wegen, waterlopen, spoorlijnen en bebouwing. In verband hiermee is het element aaneengesloten uit alle SN- en SAN-bepalingen waar dit element in voorkwam, geschrapt en de definitie van het begrip tijdvak hierop aangepast.

Landschapspakketten

Uit de evaluatie van Programma Beheer is gebleken dat de uiterst gedetailleerde landschapspakketten niet aantrekkelijk zijn voor potentiële aanvragers. Elke aanvraag voor landschapssubsidie wordt getoetst aan gedetailleerde vereisten die in het aangevraagde landschapspakket voorkomen en vervolgens moeten deze details gecontroleerd worden. De landschapspakketten in de SN en SAN leidden daardoor tot hoge uitvoeringslasten en niet tot de beoogde ondersteuning van activiteiten voor de instandhouding van waardevolle landschappen. Met onderhavige wijziging van de landschapspakketten wordt beoogd deze aantrekkelijker te maken en de uitvoeringslasten te laten dalen.

Artikel I, onderdeel A, eenentwintigste lid, onderdeel BU, het tweede lid van de onderdelen BW tot en met BY, CA, het tweede lid van de onderdelen CB tot en met CE, alsmede Artikel II, onderdeel A, twaalfde lid, onderdeel AT, AU en het tweede lid van de onderdelen AV tot en met AX, AZ, en het tweede lid van de onderdelen BA tot en met BD.

In natuurgebieds- en beheersgebiedsplannen leggen de provincies vast welke landschapspakketten in het desbetreffende gebied gestimuleerd dienen te worden. Hierbij houden zij rekening met de landschapstypen die in het desbetreffende gebied voorkomen. Een aantal elementen in de huidige landschapspakketten duiden een gebied aan en vormen een extra toets door het rijk ten opzichte van de afweging van de provincies in natuurgebieds- en beheersgebiedsplannen. Door deze elementen uit de bijlagen te schrappen is er voor aanvragers meer duidelijkheid of zij voor een specifieke activiteit een aanvraag kunnen indienen en wordt de tijd die benodigd is voor het beoordelen van de aanvraag bekort.

Artikel I, onderdeel D, onderdeel Y, tweede lid, onderdeel AH, Artikel II, onderdeel A, vijfde lid, en negende lid, onderdeel D, onderdelen F tot en met L, alsmede onderdeel X, alsmede Artikel VIII.

Het Programma Beheer kent drie planvormen: het natuurgebiedsplan, het beheersgebiedsplan en het landschapsgebiedsplan. Het landschapsgebiedsplan biedt een aanvrager geen extra of andere subsidiemogelijkheden dan de eerder genoemde planvormen en is derhalve als zelfstandige planvorm overbodig. Samenvoeging met een natuur- of beheersgebiedsplan is goed mogelijk, hetgeen in de praktijk vaak al gebeurt. Deze planvorm kan derhalve worden afgeschaft mits een overgangsrechtelijke voorziening voor de reeds bestaande gevallen is getroffen. Er is voor gekozen dat het vanaf 1 oktober 2004 niet meer mogelijk is om landschapsgebiedsplannen te begrenzen. De alsdan bestaande landschapsgebiedsplannen behouden hun rechtskracht als basis voor subsidieverlening. Vanaf genoemde datum zullen wijzigingen in het landschapsgebiedsplan moeten worden gerealiseerd door deze in beheers- en natuurgebiedsplannen te incorporeren.

Artikel I, onderdelen BU tot en met CF, Artikel II, onderdeel AT tot en met BE en artikel VI.

De landschapspakketten zijn vereenvoudigd door samenvoeging van pakketten en het schrappen van details. Verschillende thans bestaande varianten zijn teruggebracht tot één variant onder versoepeling van de voorschriften. De subsidie-ontvangers worden daarmee in staat gesteld om hun beheer meer naar de plaatselijke en bedrijfsomstandigheden te richten. De samengevoegde pakketten zijn Houtwal (bijlage 42 SN en bijlage 32 SAN), Houtkade en landscheiding (bijlage 43 SN en bijlage 33 SAN), Landweer (bijlage 44 SN en bijlage 34 SAN), Singel (bijlage 45 SN en bijlage 35 SAN) en Struweelhaag (bijlage 49 SN en bijlage 39 SAN). Deze pakketten zijn samengevoegd tot één pakket genaamd: Houtkade, houtwal, haag en singel. Subsidies die zijn verleend voor de voornoemde pakketten worden beschouwd als subsidies verleend voor het nieuwe landschapspakket tenzij het een subsidie betreft die is verstrekt voor een landschapspakket met een bedekkingsgraad van minder dan 90%. In dat geval is de subsidie-ontvanger niet verplicht zich aan de hogere eis ten aanzien van de bedekkingsgraad te houden. De subsidie-ontvanger verkrijgt daarvoor een bijbehorend lagere vergoeding.

Beheer door samenwerkingsverbanden ten behoeve van weidevogels

Artikel I, onderdeel A, drieëntwintigste lid, onderdeel BM, derde lid, onderdeel BN, derde lid, Artikel II, onderdeel A, veertiende lid, onderdeel R, onderdeel S, tweede lid, onderdeel AM, eerste en derde lid, onderdelen AO tot en met AR.

Artikel 38 van Verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 februari 2002 (PbEG L74) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1275/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) bepaalt dat betalingen op grond van maatregelen voor de plattelandsontwikkeling in hun geheel geschieden aan de begunstigden. Dit betekent dat niet-beheerders die op grond van de artikelen 4 of 5 van de SN danwel de artikelen 5 of 6 van de SAN een subsidie kunnen ontvangen voor een collectieve uitvoering van beheer, indien de bedragen uit het EOGFL direct aan de beheerder worden uitbetaald. Ten einde deze systematiek uit te kunnen voeren bleek het wenselijk de beheerspakketten, genoemd in de bijlagen 19, 20, 21 en 22 van de SAN (hierna: SAN-beheerspakketten weidevogelgebied), die uitsluitend door samenwerkingsverbanden en verenigingen aangevraagd kunnen worden, zodanig vorm te geven dat de beheersactiviteiten naar deelnemer/begunstigde te individualiseren zijn.

De SAN-beheerspakketten weidevogelgebied en de basispakketten opgenomen in de bijlagen 34 en 35 van de SN (hierna: SN-basispakketten weidevogelgebied) kenmerken zich door een groot aantal soms kleine percelen die elk op zich te klein zijn voor de instandhouding van weidevogelsoorten. Om voldoende ecologische omstandigheden te creëren is het nodig dat er een zekere ruimtelijke samenhang is tussen de percelen die als weidevogelgebied worden beheerd. Dit betekent dat het beheer in een zekere omvang in een gebied plaats moet vinden ten einde aan de vogels optimale rust en foerageermogelijkheden te bieden. Ter bepaling van die ruimtelijke samenhang gaan de regelingen uit van de zogenoemde verdunningsfactor, een getal dat bepaalt of er sprake is van een bepaalde mate van ruimtelijke samenhang. Dit begrip is in artikel I, onderdeel A, drieëntwintigste lid, en artikel II, onderdeel A, veertiende lid, opnieuw geformuleerd, zodat duidelijker is welke percelen voor een SAN-beheerspakket weidevogelgebied of een SN-basispakket weidevogelgebied in aanmerking komen.

Bij de uitvoering van de SAN-beheerspakketten weidevogelgebied is gebleken dat de verdunningsfactor in specifieke gebieden tot ongewenste resultaten kan leiden (bijvoorbeeld bij grote delen wateroppervlakte in een gebied). De aanvrager kan de minister verzoeken in een dergelijk geval om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang van de verdunningsfactor af te mogen wijken.

Om voor SAN-subsidiëring in aanmerking te komen geldt in het algemeen een instandhoudingsverplichting. Deze verplichting is in de SAN-beheerspakketten vogelweidegebied vervallen. Wel geldt een aanvangseis van een minimumaantal broedparen per hectare voor een specifiek aantal vogelsoorten. Dit betekent dat wanneer het aantal vogels daalt er geen directe sanctie volgt, maar in een volgend tijdvak van zes jaar geen subsidie gevraagd kan worden voor hetzelfde beheerspakket vogelweide.

Zoals hierboven aangegeven, zijn de activiteiten in het kader van een collectieve uitvoering van beheer naar deelnemer/begunstigde individualiseerbaar geworden. Het betreft de volgende vormen van beheer (onderdelen 3 en 5 van de SAN-beheerspakketten vogelweide):

1. de ook door individuele aanvragers te verkrijgen subsidies opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 16 van de SAN (bonte weiderand, bonte hooirand, kruidenrijke zoom, landschappelijk waardevol grasland, weidevogelgrasland met een rustperiode),

2. de voortaan alleen voor samenwerkingsverbanden beschikbare subsidie opgenomen in bijlage 17 van de SAN (vluchtheuvels voor weidevogels) en

3. de slechts voor samenwerkingsverbanden bedoelde subsidie opgenomen in de onderdelen 4 (nestbeschermingsmaatregelen) en 5 (het zogenoemde 23 meipakket en zogenoemde voorbeweidingspakketten) van de beheerspakketten vogelweidegebied.

Om het voor agrariërs makkelijker te maken om aan de eisen van de SAN-beheerspakketten vogelweidegebied te voldoen zijn er in de beheerspakketten roulatiemogelijkheden opgenomen. Het nieuwe vierde lid van bijlage 17 (Artikel II, onderdeel AM, leden 1 en 3) biedt een beheerder de mogelijkheid om de locatie van stroken of blokken niet gemaaid gras ieder jaar op een andere plek binnen een nestbeschermingsgebied te situeren. Verder krijgt de beheerder met een gemengd bedrijf de mogelijkheid om eenmaal binnen een tijdvak van 6 jaar binnen zijn bedrijf van perceel te wisselen (onderdeel 6 van de SAN-beheerspakketten vogelweide). Deze roulatiemogelijkheden gelden om controletechnische redenen echter slechts voorzover dit bij de aanvraag is aangegeven.

Afschaffen verklaring van geen bezwaar

Artikel I, onderdeel J, derde lid, onderdeel U, tweede lid, onderdeel Z, Artikel II, onderdeel M, onderdeel T.

Voor de SAN en de SN geldt dat de (erf)pachter bij een aanvraag een verklaring van geen bezwaar overlegt van de eigenaar dat deze geen bezwaar heeft tegen de aanvraag door de pachter van een SAN- of SN-subsidie. Sommige eigenaren vragen voor de verklaring van geen bezwaar een bijdrage, omdat zij van mening zijn dat een pachter reeds voordeel geniet van een lage(re) pachtprijs. De pachtkamer van de arrondissementsrechtbank te Zwolle heeft in een uitspraak van 28 januari 2002 geoordeeld dat de Pachtwet met zich meebrengt dat een verklaring van geen bezwaar niet mag worden geweigerd indien de pachter weigert een deel van de subsidie af te staan. In het licht van de uitspraak van de pachtkamer Zwolle heeft de verklaring van geen bezwaar bij pachtrelaties geen functie meer voor de beheerssubsidies SAN en SN. Voor de andere in de SAN en SN geregelde gevallen (zoals die betreffende beperkt gerechtigden en erfpachters) is de verklaring van geen bezwaar eveneens overbodig. Uit de systematiek van het Burgerlijk Wetboek en het bepaalde in 5:89 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat beperkt gerechtigden bij handelen in strijd met de bestemming van de zaak verplicht zijn toestemming te vragen aan de eigenaar. De verklaring van geen bezwaar kan derhalve vervallen voor alle thans in de SAN en SN geregelde gevallen. Dit geeft naar verwachting een daling van administratieve lasten door een vermindering van het aantal uren dat eigenaren en pachters besteden aan overleg in verband met het aanvragen van een SAN- of SN-subsidie.

Sancties

Artikel I, onderdeel L, en Artikel II, onderdeel Q.

Indien een beheerder niet aan zijn beheersverplichtingen voldoet of het onmogelijk is om nog aan het doel te voldoen is het niet efficiënt te wachten tot aan het eind van het tijdvak om vervolgens de subsidie te korten met 100%. Omdat steeds vaker gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid de subsidie op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht tussentijds in te trekken worden ook de artikelen 23 van de SN en 30 van de SAN aangepast. Deze bepalingen regelen dat twee jaar lang geen subsidieverlening kan worden verkregen indien op verzoek van de aanvrager de subsidieverlening is ingetrokken of indien bij de subsidievaststelling een vermindering is opgelegd omdat niet aan het doel of de beheersverplichtingen is voldaan. Hieraan is toegevoegd dat indien subsidie op grond van 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht wordt ingetrokken twee jaar geen subsidie kan worden verleend ten behoeve van het desbetreffende terrein.

Voor een onregelmatigheid die wordt ontdekt bij de aanvangscontrole (bijvoorbeeld een terrein voldoet niet aan het aantal meetsoorten) is het niet gewenst de mogelijkheid tot een nieuwe subsidieaanvraag voor twee jaar uit te sluiten. Het is namelijk niet altijd aan de aanvrager te wijten dat het terrein niet in aanmerking komt voor het aangevraagde beheerspakket. Een uitsluiting voor twee jaar zou in die gevallen een te zware sanctie zijn. Voor bij de aanvangscontrole blijkende onregelmatigheden wordt een uitzondering gemaakt, tenzij de intrekking voortvloeit uit het niet juist invullen van gegevens en bescheiden.

Termijnen bij overdracht en overlijden

Artikel I, onderdeel O, derde lid, onderdeel AI, onderdeel AL, eerste lid, en Artikel II, onderdeel S, eerste lid, onderdeel Y, en de onderdelen AA en AB.

Indien een terrein wordt overgedragen als gevolg van verkoop of overlijden aan een andere beheerder, kan de nieuwe beheerder de beheersverplichtingen van de oude beheerder overnemen. Voor het melden van een dergelijke overdracht stonden in de SAN en SN diverse termijnen, die voor rechtsopvolgers van de subsidieontvanger onvoldoende bleken te zijn om te kunnen beslissen of met de grond ook de daarop betrekking hebbende beheerssubsidies en de daaraan verbonden verplichtingen overgenomen konden worden. Voor zowel de SAN als SN gelden nu soepeler termijnen van 3 maanden (artikelen 89 en 90, eerste lid, SN) en 30 dagen (artikel 88 SAN).

Loskoppeling inrichtingssubsidie en subsidie functieverandering

Artikel I, onderdelen T tot en met W alsmede onderdeel AO.

Om voor subsidie functieverandering in aanmerking te komen moest de aanvrager een inrichtingssubsidie zijn verleend. Deze koppeling van inrichtingssubsidie en subsidie functieverandering laat de aanvrager weinig ruimte om op andere wijze in financiering van inrichting te voorzien. Door de subsidie functieverandering te ontkoppelen van de inrichtingssubsidie ontstaat de mogelijkheid om inrichting door andere subsidieverstrekkers of geldschieters te laten financieren.

Start inrichtingsplan

Artikel I, onderdeel AB.

Bij de aanvraag van inrichtingssubsidie wordt een door de Dienst Landelijk Gebied beoordeeld inrichtingsplan overgelegd. Dit plan geeft een overzicht en een planning van alle activiteiten die uitgevoerd moeten worden. In de praktijk bleek dat een subsidie-ontvanger meer tijd nodig heeft dan de tot nu toe in de SN voorgeschreven termijn van een jaar om tot inrichting van een terrein te kunnen komen. Bovendien is een termijn van een jaar voor de subsidie-ontvanger tekort om tijdens de uitvoering van het plan correcties uit te voeren op basis van controlerapporten van de Dienst Landelijk Gebied. In verband hiermee is in de onderhavige regeling de uitvoeringstermijn verlengd tot vier jaar.

Schrappen mogelijkheden subsidiëring op grond van plannen, gebaseerd op de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling (Rbon) en voorgangers.

Artikel I, onderdeel AP, Artikel II, onderdeel AC.

De SAN en SN bevatten een aantal overgangsbepalingen om in de Rbon gebruikte begrenzing van gebieden te hanteren voor de uitvoering van de SAN of SN. Deze plannen zijn hier echter niet voor opgesteld en de desbetreffende overgangsvoorzieningen brengen daardoor veel extra uitvoeringslasten met zich mee. Met de voorgestelde wijzigingen is het per 1 oktober 2004 niet meer mogelijk dat oude gebiedsplannen op basis van de Rbon of daaraan voorafgaande regelingen genoemd in artikelen 27 van de SN en 29 van de SAN als grondslag dienen voor subsidiëring.

Om te bevorderen dat beheerders SAN-subsidie aanvragen in plaats van de lopende subsidiëring op grond van voornoemde regelingen wordt het beheerspakket `landschappelijk waardevol grasland' aangepast voor zogenoemde jaarrondbegrazing. Hierdoor kunnen beheerders met behoud van subsidie vee gedurende het gehele jaar in een dergelijke beheerseenheid laten weiden.

Waardevolle bosgemeenschappen

Artikel I, onderdeel AR, onderdeel BQ, vijfde lid, en Artikel V.

De bijdrage voor waardevolle bosgemeenschappen vergt een uitvoeringslast die niet in verhouding staat tot de hoogte van deze geringe bijdrage. Derhalve is besloten nieuwe aanvragers geen bijdrage meer te verstrekken.

Bollengronden

Artikel I, onderdeel AS.

Voor bollengronden kan subsidie functieverandering worden aangevraagd mits deze gronden zijn gelegen in en voldoen aan bodemkundige criteria genoemd in bijlage 11c van de SN.

Bij de evaluatie van Programma Beheer is gebleken dat een aantal gronden in de gemeenten Texel, Den Helder, Heiloo, Limmen, Uitgeest, Beverwijk, Velsen, Haarlem, Bloemendaal en Heemstede in de categorie bollengrond thuis horen. Met de onderhavige wijziging worden gronden gelegen in deze gemeenten alsnog toegevoegd aan de categorie bollengronden.

Aanpassen minimum-oppervlakte-eis / Pluspakket Grootschalige Natuur wordt basispakket Kleine Natuurlijke eenheid

Artikel I, onderdeel AV, derde lid, onderdeel AW, derde lid, onderdeel AY, derde lid en onderdeel AZ.

Een deel van de bestaande natuur is tot op heden in het kader van de SN niet voor subsidie in aanmerking gekomen omdat de minimum-oppervlakte-eis in de basis- en pluspakketten van de SN te hoog is. Om deze waardevolle natuur niet buiten het subsidiekader van de SN te laten vallen, wordt de oppervlakte-eis van de pakketten bijlage 17 Struweel, bijlage 18 Hoogveen, en bijlage 20 Bos verlaagd naar 0,5 hectare en wordt de oppervlakte-eis van pakket bijlage 39 Natuurbos verlaagd naar 5 hectare.

Ook kleine terreinen hebben als natuurgebied een functie. Deze terreinen herbergen soms zelf veel natuurwaarden herbergen en soms vormen ze een natuureiland in een cultuurgebied. Om deze kleine, maar toch waardevolle terreinen onder de SN te laten vallen wordt de minimum-oppervlakte-eis van het pakket 21, Grootschalige natuur, naar 0,5 hectare gebracht en heet dit pakket voortaan: Natuurlijke eenheid. Subsidie, verleend voor het pluspakket Grootschalige Natuur wordt beschouwd als zijnde verleend voor dit het nieuwe pakket. De beheersvoorschriften zijn zodanig versoepeld dat beheerders van grootschalige natuur hiervan geen nadeel ondervinden. De vergoedingen blijven hetzelfde.

Cumulatie van vergoeding voor nestbescherming en landbouw met natuurlijke handicaps

Artikel II, onderdelen E en P

De beheersbijdragen van alle beheerspakketten opgenomen in de bijlagen van de SAN voorzien eveneens in een vergoeding voor natuurlijke handicaps zoals deze is opgenomen in bijlage 31 van de SAN. Dit geldt echter niet voor het onderdeel nestbeschermingsmaatregelen (zie Artikel II, onderdelen AO, AQ, AR en AR inhoudende vaststelling van de bijlagen 19 tot en met 22, onderdeel 4, van de SAN). De wijziging van de artikelen 11 en 29, onderdeel d, van de SAN bewerkstelligt dat subsidie-ontvangers die reeds een vergoeding voor natuurlijke handicaps ontvangen tevens subsidie voor nestbeschermingsmaatregelen kunnen aanvragen.

Afschaffen overgangsbeheer

Artikel II, onderdeel N, onderdeel Z, en onderdeel AD, alsmede Artikel IX.

De subsidie voor overgangsbeheer is een ingewikkelde regeling om SAN-subsidie te kunnen verstrekken in een natuurgebied. De subsidie eindigt na verwerving van het terrein door een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie, na verstrekking van een subsidie functieverandering, of op 31 december 2009 voor pakketten die een minder hoge kwaliteit natuur als doel hebben (het betreft alle SAN-pakketten die niet in bijlage 3 van de SAN zijn genoemd). Ter vereenvoudiging van de SAN worden alle bepalingen met betrekking tot overgangsbeheer geschrapt en krijgen alle beheerders de mogelijkheid om voor gronden gelegen in natuurgebieden beheerssubsidie aan te vragen met betrekking tot de beheerspakketten genoemd in bijlage 3 van de SAN voorzover dit in een natuurgebiedsplan is aangegeven. Dit geldt echter niet voorzover de terreinen in eigendom zijn van een particuliere natuurbeschermingsorganisatie of indien voor het terrein een subsidie functieverandering is verstrekt. Beheerders die een subsidie ontvingen op grond van een oude regeling voor beheersovereenkomsten als bedoeld in artikel 29, onderdeel d, van de SAN, behouden tot 1 januari 2007 de gelegenheid om voor een geheel tijdvak (looptijd tot 1 januari 2013 in tegenstelling tot eerder genoemde datum van 31 december 2009) een aanvraag in te dienen voor alle beheerspakketten die in het betrokken natuurgebiedsplan zijn opgenomen. Verder kunnen beheerders die tevens eigenaar zijn, opteren voor een subsidie functieverandering op grond van de SN.

Indicatorsoorten in graslanden

Artikel II, onderdeel AI en AJ

Eerder in deze toelichting is beschreven op welke wijze de SAN-beheerspakketten weidevogelgebied zijn aangepast. Bij de voorbereiding van deze wijziging is gebleken dat de afspraken die samenwerkingsverbanden zoals agrarische natuurverenigingen in het verleden met individuele beheerders hebben gemaakt voor de controle op in de randenpakketten bijlage 12, Bonte weiderand, en 13, Bonte hooirand, afwijken van de gebruikelijke norm. De samenwerkingsverbanden maken gebruik van de zogenoemde meetsoortensystematiek waarbij tenminste 3 kenmerkende soorten aanwezig moeten zijn in een strook van 100 meter lengte. Deze methode wordt met de onderhavige wijziging toegevoegd aan de al bestaande dichtheidssystematiek waarbij 20 meetsoorten per 25 m2aanwezig moeten zijn. De beheerspakketten bijlage 12, Bonte weiderand, en bijlage 13, Bonte hooirand, bevatten nu naast de verwijzing naar de Rode Lijst van hogere planten ook een lijst van andere indicatorsoorten die zijn gebaseerd op een studierapport van de Dienst Landelijk Gebied. Indien bij controle blijkt dat meetsoorten uit deze lijst aanwezig zijn, is eveneens aan de subsidieverplichtingen voldaan.

Versoepeling beheerspakketten kruidenrijke zomen en vluchtheuvels voor weidevogels

Artikel I, onderdeel AK en onderdeel AM, tweede lid.

Bij de evaluatie van de SAN en SN is gebleken dat bijlage 14, onderdeel 2, van de SAN (kruidenrijke zomen) en bijlage 17, onderdeel 3, van de SAN (vluchtheuvels voor weidevogels) onnodig beperkend zijn ten aanzien van de te subsidiëren activiteiten. Voornoemde wijziging leidt ertoe dat voortaan eveneens subsidie verstrekt kan worden voor kruidenrijke zomen gelegen langs waterlopen en vluchtheuvels voor weidevogels met een breedte van meer dan 5 meter.

Aanpassen beheerspakket faunarand

Artikel II, onderdeel AS en Artikel X.

Het oude pakket faunaranden is een tijd niet opengesteld geweest omdat er op een voldoende aantal hectaren beheer voor faunaranden werd gerealiseerd. Voorts bestond er onvoldoende zekerheid ten aanzien van de ecologische waarde van het in het beheerspakket beschreven beheer. Desalniettemin kunnen faunaranden van grote betekenis zijn als corridor in een ecologisch netwerk. Daarom is het pakket faunarand opnieuw bezien en op een zodanige manier aangescherpt dat het ecologisch nut beter gewaarborgd is. Beheerders die reeds een subsidie voor dit beheerspakket ontvangen, behouden de bestaande vergoeding met handhaving van de verplichtingen, die zij bij inwerkingtreding van de onderhavige regeling hebben.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman.

Naar boven