Overdracht winningsvergunningen

17 september 2003

ME/EP/UM/3052416

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

- De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM), gevestigd te Assen, CLAM Petroleum B.V. (Clam), gevestigd te Aberdeen (UK), Oranje-Nassau Energie B.V. (Oranje-Nassau), gevestigd te Amsterdam en Clyde Petroleum Exploratie B.V., (Clyde) gevestigd te 's-Gravenhage, zijn de houders van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 4 oktober 1977, kenmerk 377/III/1469/EM (Stcrt.1977, 197), verleende winningsvergunning, voor de blokken K8 en K11 van het continentaal plat;

- Clyde en Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te 's-Gravenhage (Wintershall), zijn voornemens te fuseren, waarbij Clyde zal opgaan in Wintershall;

- De vergunninghouders hebben bij brief van 27 mei 2003 verzocht om toestemming op grond van artikel 20 van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) voor overdracht van bovenbedoelde vergunning aan NAM, Clam, Oranje-Nassau en Wintershall.

Overwegingen:

- De winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, tweede lid onder c, van de Mijnbouwwet beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet;

- Voor het gebied waarvoor de winningsvergunning geldt, geldt niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning voor opslag in aardgas- of aardolievoorkomens;

- Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouders, noch de wijze waarop zij voornemens zijn de winningactiviteiten te verrichten, noch hun efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporings- en winningsactiviteiten, geven aanleiding de gevraagde toestemming te weigeren.

Gelet op:

- Artikel 20 van de Mijnbouwwet en artikel 1.3.7, derde lid, van de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245).

Besluit:

1. De houders van de winningsvergunning, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 4 oktober 1977, kenmerk 377/III/1469/EM (Stcrt.1977, 197), voor de blokken K8 en K11, toestemming te verlenen tot overdracht van deze vergunning aan de NAM, Clam, Oranje-Nassau en Wintershall.

2. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
J.C. De Groot,
directeur Energieproductie.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven