Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2003, 172 pagina 12Overig

Vaststelling selectielijst beleidsterrein Constitutionele Zaken over de periode 1945-1997

Defensie

12 juni 2003

C/S/03/1444

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Defensie,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 4 september 2001, nr. arc-2001.2445/2);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde `selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Defensie en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Constitutionele Zaken over de periode 1945-1997' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 12 juni 2003.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,namens deze,
De Algemene Rijksarchivaris,
M.W. van Boven.
De Minister van Defensie,namens deze,
De plv. Secretaris-Generaal,
M.W. Gout.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit beroep instellen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft. Voordat hij beroep instelt, moet hij binnen zes weken na de inwerkingtreding van dit besluit bij de Staatssecretaris een bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet worden gestuurd naar CFI/FJZ, ter attentie van het secretariaat van de Commissie voor de bezwaarschriften, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.

Lijst van afkortingen

AMvB: algemene maatregel van bestuur (groot KB)

ARA: Algemeen Rijksarchief

AROB: Administratieve Rechtspraak Overheidsbeschikkingen

art.: artikel

BiZa: Binnenlandse Zaken (ministerie van)

BSD: basisselectiedocument

BW: Burgerlijk Wetboek

BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (ministerie van)

b&w: burgemeester en wethouders

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

CZW: Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving

CZWI: Stafafdeling Constitutionele Zaken, Wetgeving en Internationale Zaken

DGOB: Directoraat-generaal Openbaar Bestuur

EK: Eerste Kamer (kamerstuk-aanduiding, gevolgd door het vergaderjaar, het kamerstuknummer en het volgnummer binnen het kamerstuk)

EG: Europese Gemeenschap

ESH: Europees Sociaal Handvest

EU: Europese Unie

EVRM: Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

GBA: Gemeentelijke Basisadministratie

GS: gedeputeerde staten

GW: Grondwet

IVBPR: Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten

IVESCR: Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

iwtr.: inwerkingtreding

KB: koninklijk besluit

MvT: Memorie van Toelichting

NBW: Nieuw Burgerlijk Wetboek

OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (ministerie van)

O&W: Onderwijs en Wetenschappen (ministerie van)

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RAD: Rijksarchiefdienst

RBB: Raad voor het Binnenlands Bestuur

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

ROB: Raad voor het Openbaar Bestuur

SIBA: Stichting Interkerkelijke Belangenbehartiging Afkoop

Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Stcrt.: Nederlandse Staatscourant

SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ministerie van)

TK: Tweede Kamer (kamerstuk-aanduiding, gevolgd door het vergaderjaar, het kamerstuknummer en het volgnummer binnen het kamerstuk)

Trb.: Traktatenblad

VN: Verenigde Naties

VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ministerie van)

Wgr: Wet gemeenschappelijke regeling

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (ministerie van)

Algemene inleiding

1.1 Ten geleide

Archiefbescheiden kunnen verschillende functies vervullen. Overheidsorganen kunnen archiefbescheiden opmaken of gebruiken voor de bedrijfsvoering, om zichzelf te verantwoorden of een ander ter verantwoording te roepen en als bewijsmiddel.

Voor burgers is het belang van archiefbescheiden gelegen in het streven naar democratische controle (de burger moet de overheid ter verantwoording kunnen roepen), in de mogelijke functie van archiefbescheiden als bewijsmiddel en in het feit dat archiefbescheiden deel uitmaken van het cultureel erfgoed en voor historisch onderzoek van belang zijn.

Vanuit het bedrijfsvoerings- en verantwoordingsbelang van archiefbescheiden geredeneerd, kan elk archiefstuk vernietigd worden op het moment dat het voor het archiefvormend orgaan niet meer nuttig is. Het historisch belang van bepaalde bescheiden kan echter van blijvende aard zijn. Om dat belang te beschermen schrijft de Archiefwet 1995 aan de Nederlandse overheidsorganen voor dat zij archiefbescheiden slechts mogen vernietigen op grond van een officieel vastgestelde selectielijst. Het Archiefbesluit 1995 geeft uitvoerige regels om de zorgvuldigheid bij de totstandkoming van de lijsten te waarborgen.

Dit basisselectiedocument (BSD) is zo'n officiële selectielijst. Het heeft tot doel voor de zorgdrager aan te geven of neerslag voortvloeiend uit handelingen zoals beschreven in het 'rapport institutioneel onderzoek' (RIO) Constitutionele Zaken voor blijvende bewaring in aanmerking komt of vernietigd kan worden.

Onder neerslag wordt verstaan: alle gegevens voortvloeiend uit een handeling, onafhankelijk van de drager van die gegevens zoals papier, films, tapes of floppy's

Dit BSD Basisselectiedocument Constitutionele Zaken behandelt de periode 1945-1996. In die jaren was de minister van Binnenlandse Zaken de eerste verantwoordelijke minister voor het beleidsterrein en is daardoor verantwoordelijk ook voor het laten opstellen en vaststellen van een BSD.

1.2. Het institutioneel onderzoek

Een basisselectiedocument kan niet los gezien worden van het daaraan ten grondslag liggende rapport institutioneel onderzoek (RIO). In een RIO wordt van een bepaald beleidsterrein de context beschreven samen met de handelingen van de actoren die binnen het beleidsterrein actief zijn. Een actor is een (overheids)orgaan dat verantwoordelijk is voor bepaalde handelingen. Alle handelingen van een bepaalde actor worden in het RIO beschreven in een logische samenhang met de handelingen van de andere actoren binnen het beleidsterrein.

De context en de logische samenhang bieden de mogelijkheid om tot een zo verantwoord mogelijke selectie van handelingen te komen.

1.3. Het basisselectiedocument

In een BSD zijn de handelingen primair geordend op actor. Hierdoor staan alle handelingen van een actor op een bepaald beleidsterrein bij elkaar. Voor deze herordening is gekozen om voor organen bruikbare selectiedocumenten te kunnen maken.

Het BSD geldt als de selectielijst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276). De procedure tot vaststelling van een BSD is als volgt:

a. Het concept-BSD wordt per zorgdrager besproken in het zogenaamde driehoeksoverleg. Deelnemers hieraan zijn vertegenwoordigers (deskundigen) van de actoren op het beleidsterrein, een vertegenwoordiger namens de zorgdrager in verband met het archiefbeheer en een vertegenwoordiger namens de Rijksarchiefdienst. Tijdens dit overleg wordt rekening gehouden met het administratieve belang, het belang van de recht- en bewijszoekende burger en het historisch belang van de archiefbescheiden met betrekking tot het beleidsterrein.

b. Het concept-BSD wordt, tezamen met het verslag van het driehoeksoverleg, door de zorgdrager ter vaststelling ingediend bij de minister waaronder Cultuur ressorteert.

c. Het concept-BSD ligt gedurende een periode van 8 weken ter inzage.

d. De minister waaronder Cultuur ressorteert hoort de Raad voor Cultuur.

e. De minister waaronder Cultuur ressorteert en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen het BSD vast.

f. De beschikking tot vaststelling van het BSD wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

1.4. Zorgdrager

De zorgdrager is volgens de Archiefwet 1995 `degene die bij of krachtens de wet belast is met de zorg voor de archiefbescheiden'. Enkele actoren treden niet alleen op als zorgdrager voor hun eigen archief, maar ook voor dat van andere actoren die niet over een een eigen ambtelijk apparaat beschikken, zoals (staats)commissies.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties treedt in het kader van dit basisselectiedocument op als zorgdrager voor de volgende actoren:

- de Binnenlandse Zaken;

- de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken;

- het Centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van de Staten-Generaal en het Europese Parlement;

- de Rijksinspectie van de bevolkingsregisters;

- de Kiesraad;

- de Raad voor het Binnenlands Bestuur;

- de Raad voor het Openbaar Bestuur;

- de Staatscommissie voor onderzoek naar de wenselijkheid van een wijziging van de Grondwet (commissie Beel);

- de Staatscommissie voor onderzoek of en in hoeverre ter voorbereiding van de hervorming van de staatkundige structuur van het Koninkrijk, verandering van de Grondwet gewenst is (commissie Beel);

- de Staatscommissie tot herziening van de Grondwet (Commissie van Schaik);

- de Staatscommissie van Advies inzake het Kiesstelsel en Wettelijke Regeling der Politieke Partijen (Commissie Teulings);

- de Staatscommissie inzake de Grondwet en de Kieswet (Commissie Cals Donner);

- de Staatscommissie van advies inzake de relatie kiezers-beleidsvorming (Commissie Biesheuvel);

- de Commissie van advies inzake de criteria voor steunverlening aan kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag;

- de Ministeriële commissie staatsrechtelijke vernieuwing (Commissie Dijkstal);

De minister van Financiën treedt in het kader van dit basisselectiedocument op als zorgdrager voor de volgende actoren:

- de minister van Financiën;

- de Staatscommissie voor de Erediensten (Commissie van Walsum);

- de Commissie belastingvrijdom Koninklijk Huis (Commissie Simons);

- de Adviescommissie Afkoopregeling Aanspraken ex artikel 185 Grondwet (Commissie Verdam);

- de Ontvanger der directe belastingen;

- de Rijksinspectie der registratie en successie;

- Vakminister;

De minister van Defensie treedt in het kader van dit basisselectiedocument op als zorgdrager voor de volgend actoren:

- Minister van Defensie;

- Vakminister;

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit treedt in het kader van dit basisselectiedocument op als zorgdrager voor de volgend actor:

- Vakminister.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid treedt in het kader van dit basisselectiedocument op als zorgdrager voor de volgend actoren:

- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

- Vakminister;

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport treedt in het kader van dit basisselectiedocument op als zorgdrager voor de volgend actoren:

- Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

- Vakminister.

1.5. Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op de administratieve neerslag van het handelen van overheidsorganen die vallen onder de werking van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276). De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen archiefbescheiden die in aanmerking komen voor overbrenging (door het orgaan dat deze gegevens beheert) naar het Algemeen Rijksarchief en archiefbescheiden die op den duur door de zorgdrager kunnen worden vernietigd. Dit basisselectiedocument is opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT: het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen. Deze doelstelling is verwoord door de toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) bij de behandeling van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.

1.6. Criteria voor de selectie

Selecteren is het aanmerken van de neerslag van een handeling voor bewaren of vernietigen. Als de neerslag aangewezen wordt ter bewaring, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waarin zij bestaat, voor eeuwig bewaard moet worden. De bewaarplaats waar deze neerslag na het verlopen van de wettelijke overbrengingstermijn van twintig jaar moet worden overgebracht, is het Algemeen Rijksarchief. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een B (van bewaren).

Als de neerslag van een handeling wordt aangewezen ter vernietiging, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waarin zij bestaat, na verloop van de in het BSD vastgestelde termijn kan worden vernietigd. De vernietigingstermijn is een minimumeis: stukken mogen niet eerder dan na het verstrijken van die termijn worden vernietigd door de voor het beheer verantwoordelijke dienst. De duur van de vernietigingstermijn wordt bepaald door de administratieve belangen en de belangen van de burgers, enerzijds ten behoeve van het adequaat uitvoeren van de overheidsadministratie en de verantwoordingsplicht van de overheid en anderzijds voor de recht- en bewijszoekende burger. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een V (van vernietigen).

Het aanwijzen van handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven gebeurt op grond van criteria die tot stand zijn gekomen in overleg tussen zorgdrager en Rijksarchiefdienst. Deze (algemene) selectiecriteria volgen op de volgende pagina.

De gehanteerde algemene selectiecriteria zijn:

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B (Bewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

1.7. Verslag vaststellingsprocedure

Op 14 november 2001 is het ontwerp-BSD door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Het ontwerp-BSD werd ingediend voor de volgende zorgdragers en daaronder ressorterende actoren:

Minister van Binnenlandse Zaken:

- De minister van Binnenlandse Zaken;

- de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken;

- het Centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van de Staten-Generaal en het Europese Parlement;

- de Rijksinspectie van de bevolkingsregisters;

- de Kiesraad;

- de Raad voor het Binnenlands Bestuur;

- de Raad voor het Openbaar Bestuur;

- de Staatscommissie voor onderzoek naar de wenselijkheid van een wijziging van de Grondwet (commissie Beel);

- de Staatscommissie voor onderzoek of en in hoeverre ter voorbereiding van de hervorming van de staatkundige structuur van het Koninkrijk, verandering van de Grondwet gewenst is (commissie Beel);

- de Staatscommissie tot herziening van de Grondwet (Commissie van Schaik);

- de Staatscommissie van Advies inzake het Kiesstelsel en Wettelijke Regeling der Politieke Partijen (Commissie Teulings);

- de Staatscommissie inzake de Grondwet en de Kieswet (Commissie Cals Donner);

- de Staatscommissie van advies inzake de relatie kiezers-beleidsvorming (Commissie Biesheuvel);

- de Commissie van advies inzake de criteria voor steunverlening aan kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag;

- de Ministeriële commissie staatsrechtelijke vernieuwing (Commissie Dijkstal);

Minister van Financiën:

- Vakminister;

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

- Vakminister.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

- Vakminister;

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

- Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

- Vakminister.

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 december 2001 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Defensie, het ministerie van Financiën, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 2 mei 2001 bracht de RvC advies uit (arc-2002.3797/2), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Op 5 november 2001 is een ontwerp-selectielijst door de minister van Financiën aangeboden aan de Staatssecretaris van OC&W. Hierin waren de handelingen van de actoren opgenomen die in het het november 2000 ingediende ontwerp-BSD Constitutionele Zaken ontbraken voor de zorgdrager minister van Financiën. Het betrof hier de volgende actoren:

- Minister van Financiën;

- Staatscommissie voor de Erediensten (Commissie van Walsum);

- Commissie belastingvrijdom Koninklijk Huis (Commissie Simons);

- Adviescommissie Afkoopregeling Aanspraken ex artikel 185 Grondwet (Commissie Verdam);

- Ontvanger der directe belastingen;

- Rijksinspectie der registratie en successie.

De Staatssecretaris van OC&W heeft deze ontwerp-selectielijst ter advisering ingediend bij de RvC. Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 december 2001 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het ministerie van Financiën, het ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 2 mei 2002 bracht de RvC advies uit (arc-2002.3797/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

- de handelingen 194, 195 en 196 zijn vervallen omdat zij deel uit maken van handeling 164 van het BSD Rijksbegroting;

- handeling 197 is vervallen omdat deze zowel deel uitmaakt van handeling 1 van het BSD Geldwezen als van handeling 1 van het BSD Geregeld toezicht.

Omwille van de consistentie is deze selectielijst in het nog vast te stellen BSD Constitutionele Zaken geïncorporeerd.

Daarop werd het BSD op 12 juni 2003 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S/03/1445), de minister van Financiën (C/S/03/...), de minister van Defensie (C/S/03/1444), de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S/03/1447), de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S/03/1446) en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S/03/1448)

1.8. Leeswijzer

Handelingenblokken

De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:

Handeling: een complex van activiteiten, dat verricht wordt door één of meer actoren en dat veelal een product naar de omgeving oplevert.

Periode: dit geeft de jaren weer waarin de handeling werd verricht.

Grondslag/Bron: dit is de (wettelijke) basis van de handeling. De aanduiding bron wordt gebruikt indien een handeling geen duidelijke wettelijke basis heeft, maar de handeling is geformuleerd op basis van interviews, literatuur of andere bronnen.

Product: dit is de weergave van het juridisch-bestuurlijk niveau van het eindproduct van de handeling. Indien niet duidelijk is in welke soort documentaire neerslag een handeling heeft geresulteerd of als uit de beschrijving van de handeling al duidelijk is welk product de handeling oplevert, ontbreekt dit item.

Opmerkingen: dit geeft eventuele bijzonderheden over bovengenoemde items weer.

Waardering: dit geeft aan of de neerslag van een handeling bewaard moet worden (B) of dat het op termijn vernietigd kan worden (V).

De toepassing van de bewaartermijnen is als volgt:

a. een dossier wordt afgesloten (bijv. op 30 januari 1999),

b. de bijbehorende bewaartermijn wordt hierbij opgeteld (bijv. 10 jaar),

c. het dossier wordt bewaard tot en met 31 december 2009 (1999 + 10),

d. de betrokken directeur wordt in de loop van dat jaar (in dit voorbeeld 2009) op de hoogte gesteld van de voorgenomen vernietiging van dit dossier,

e. het dossier wordt vernietigd per 2 januari 2010, tenzij de betrokken directeur zwaarwichtige redenen heeft voor uitstel van vernietiging (administratief of juridisch belang).

Actoren

Een uitgangspunt van PIVOT ten aanzien van een institutioneel onderzoek is dat dit zich niet beperkt tot een beschrijving van het handelen van een afzonderlijke instelling, maar dat de beschrijving zich uitstrekt over het handelen van de verschillende actoren van de rijksoverheid die op een bepaald beleidsterrein een rol spelen. Dit betekent dus dat niet alleen de actoren die onder de minister van Binnenlandse Zaken vallen worden meegenomen in dit onderzoek, maar ook die actoren die daarbuiten vallen en wel tot de rijksoverheid behoren.

Actoren die geen overheidsorgaan zijn in de zin van de Archiefwet 1995, dan wel (in het geval van gemeentelijke actoren) het desbetreffende overheidsorgaan buiten het werkterrein van PIVOT is gelegen en actoren waarvan de handelingen al in andere institutionele onderzoeken zijn meegenomen zijn in dit BSD niet meegenomen. Zie voor een overzicht van alle actoren het RIO Constitutionele Zaken.

Bij de actoren zijn voor de overzichtelijkheid tussen de handelingenblokken kopjes geplaatst die overeenkomen met de titels van de hoofdstukken uit het Rapport institutioneel onderzoek.

Inleiding Constitutionele Zaken

2.1. Hoofdlijnen van het overheidshandelen op het beleidsterrein

PIVOT definieert hoofdlijnen van het handelen als: `de doelstellingen van de overheid binnen de kaders van een (deel)beleidsterrein.' De taken binnen het deelbeleidsterrein van Constitutionele Zaken liggen vooral op de behandeling van constitutionele vraagstukken (zoals staatkundige vernieuwing), het waarborgen van de democratische rechtstaat, de voorbereiding van grondwetsherzieningen en het bewaken van de Grondwet.

Hierbij valt te denken aan het regelen van het kiesrecht, het ontwikkelen van de grondrechten, het regelen van de totstandkoming van wet- en regelgeving, het regelen van de bevoegdheden van de koning, de ministers, de staatsecretarissen, maar ook van de provincies, de gemeenten, de waterschappen en andere openbare lichamen.

De Grondwet speelt hierbij een grote rol, maar ook het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale verdragen zoals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) hebben hun invloed op het overheidshandelen van Nederland. Daarnaast zijn er een aantal ongeschreven regels die een rol spelen bij het handhaven van de democratie, zoals de vertrouwensregel, de regel dat het kabinet opstapt als de kamer voor de tweede keer wordt ontbonden en de regel dat de staatssecretaris opstapt als de minister opstapt.

Aangezien de Grondwet en het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden voor een groot deel het raamwerk vormen voor andere wet- en regelgeving zijn veel relaties met andere beleidsterreinen te leggen. Bij het afbakenen van het beleidsterrein bleek dat de scheiding tussen bepaalde beleidsterreinen moeilijk te trekken was. Hierbij valt onder meer te denken aan de beleidsterreinen Wetgeving, Ruimtelijke Ordening, Vreemdelingenbeleid en Sociale verzekeringen.

In het RIO is ervoor gekozen om die handelingen die hun directe grondslag hebben in het Statuut of de Grondwet in het rapport op te nemen. Deze lijn is doorgetrokken in het BSD. De uitwerking van deze wet- en regelgeving zijn veelal in de onderzoeken naar andere beleidsterreinen verwerkt. De meeste grondrechten bijvoorbeeld zijn in specifieke wetgeving nader uitgewerkt en hebben betrekking op specifieke beleidsterreinen. In het institutioneel onderzoek Constitutionele Zaken en in dit BSD zult u van deze uitwerking geen handelingen aantreffen. Hiervoor dient u het institutioneel onderzoek en BSD op het desbetreffende beleidsterrein te raadplegen.

De uit de Kieswet voortvloeiende handelingen hebben zo specifiek te maken met het bewaren en bewaken van de democratie en dus met de staatsrechterlijke organisatie van het land, dat besloten is om de Kieswet en daaruit voortvloeiende wet- en regelgeving wel in het RIO en het BSD Constitutionele Zaken op te nemen. De invloed van de burgers op de democratie komt immers voornamelijk tot uiting via het kiesrecht. Op deze manier kan de burger laten weten of hij het wel of niet eens is met de politieke keuzes die gemaakt worden.

2.2. Actoren

PIVOT definieert een actor als een orgaan dat een rol speelt op een beleidsterrein en de bevoegdheid heeft tot het zelfstandig verrichten van handelingen op grond van attributie of delegatie.

Een uitgebreide beschrijving van de actoren die op het deelbeleidsterrein een rol spelen, is opgenomen in het institutionele onderzoek Constitutionele Zaken.

De actoren op het beleidsterrein Constitutionele Zaken zijn:

- de minister-president / minister van Algemene Zaken;

- de minister van Binnenlandse Zaken;

- de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken;

- de minister van Buitenlandse Zaken;

- de minister van Justitie;

- de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

- de minister van Financiën;

- de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

- de minister van Verkeer en Water-staat;

- de minister van Economische Zaken;

- de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu;

- de minister van Defensie;

- de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

- de vakminister;

- de Raad van State;

- de Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State;

- het Centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van de Staten Generaal en het Europese Parlement;

- de Rijksinspectie van de bevolkingsregisters;

- de Kiesraad;

- de Afdeling rechtspraak van de Raad van State;

- de Raad voor het Binnenlandse Bestuur;

- de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State;

- de Raad voor het Openbaar Bestuur;

- de Staatscommissie voor onderzoek naar de wenselijkheid van een wijziging van de Grondwet

- de Staatscommissie voor de Erediensten (Commissie van Walsum);

- de Staatscommissie voor onderzoek of en in hoeverre ter voorbereiding van de hervorming van de staatkundige structuur van het Koninkrijk, verandering van de Grondwet gewenst is;

- de Staatscommissie tot herziening van de Grondwet (Commissie van Schaik);

- de Staatscommissie van Advies inzake het Kiesstelsel en Wettelijke Regeling der Politieke Partijen (Commissie Teulings);

- de Staatscommissie inzake de Grondwet en de Kieswet (Commissie Cals Donner);

- de Bijzondere commissie tot voorbereiding van de Grondwetsherziening;

- de Commissie belastingvrijdom Koninklijk Huis (Commissie Simons);

- de Commissie heroriëntatie overheidsvoorlichting (Commissie Biesheuvel);

- de Adviescommissie Afkoopregeling Aanspraken ex artikel 185 Grondwet (Commissie Verdam);

- de Voorlopige Adviescommissie Mensenrechten Buitenlands Beleid;

- de Staatscommissie van advies inzake de relatie kiezers-beleidsvorming (Commissie Biesheuvel);

- de Commissie wetgeving algemene regels van bestuursrecht (Commissie Scheltema);

- de Adviescommissie Mensenrechten Buitenlands Beleid;

- de Geschillencommissie van de Stichting Interkerkelijke Belangenbehartiging Afkoop (SIBA);

- de commissie van advies inzake de criteria voor steunverlening aan kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag;

- de Bijzondere (kamer)commissie vraagpunten over de staatkundige, bestuurlijke en staatsrechterlijke vernieuwing (Commissie Deetman);

- de Ministeriële commissie staatsrechterlijke vernieuwing (Commissie Dijkstal);

- de Voorlopige commissie van advies inzake de rechten van de mens;

- het Centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten;

- de Commissaris van de Koningin;

- de Eerste Kamer der Staten-Generaal;

- de Gedeputeerde staten;

- de Hoge Raad;

- de Ontvanger der directe belastingen;

- de Provinciale griffie;

- de Provinciale staten;

- de Rechtbank;

- de Rijksinspectie der registratie en successie;

- de Stichting Interkerkelijke Belangenbehartiging afkoop (SIBA);

- de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Selectielijst Constitutionele zaken

Ministers

Minister van Binnenlandse Zaken

Handelingen van algemene aard

1.

handeling: het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende constitutionele zaken

product: beleidsnota's, beleidsnotities, rapporten, adviezen en evaluaties

periode: 1945 -

opmerkingen: dit omvat mede overleg met de vaste commissies van de Tweede Kamer

waardering: B (1, 2)

2.

handeling: het adviseren van overheidsorganen en -instellingen en (leden van) de ministerraad over de interpretatie en uitvoering van de Grondwet en zaken die aan de Grondwet raken

product: adviezen

bron: Van Poelgeest, 5 juli 2000

periode: 1945 -

waardering: B (5)

3.

handeling: het opstellen van periodieke verslagen met betrekking tot constitutionele zaken

product: series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

periode: 1945 -

waardering: B (3)

4.

handeling: het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over de vergaderingen van nationale en internationale commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen op het beleidsterrein constitutionele zaken, waarvan het voorzitterschap en/of het secretariaat bij Binnenlandse Zaken berust

periode: 1945 -

waardering: B (1)

5.

handeling: het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over de vergaderingen van nationale en internationale commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen op het beleidsterrein constitutionele zaken, waarvan het voorzitterschap en/of het secretariaat niet bij Binnenlandse Zaken berust

periode: 1945 -

waardering: V 5 jaar

6.

handeling: het mede-voorbereiden van internationale regelingen, internationale overeenkomsten en bilaterale verdragen betreffende constitutionele zaken en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

product: onder andere:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), Trb. 1951/154

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), Trb. 1978/177

periode: 1945 -

waardering: B (1, 2)

7.

handeling: het instellen, wijzigen en opheffen van een organisatie-eenheid op het terrein van constitutionele zaken

product: onder andere:

instellingsbeschikking Grondwetszaken, 25 november 1963, nr. 1917

instellingsbeschikking minister van Binnenlandse Zaken, 31 januari 1980, nr. CF80/U1

beschikking minister van Binnenlandse Zaken, 17 maart 1988, nr. CW88/N38, Stcrt. 1988/63

beschikking minister van Binnenlandse Zaken, 23 mei 1996, Stcrt. 1996/102

periode: 1945 -

waardering: B (4)

8.

handeling: het ontwikkelen en handhaven van het adviesstelsel zoals vastgelegd in de Kaderwet adviescolleges en het bewaken van de samenhang tussen adviestaken van de afzonderlijke adviescolleges

product: Aanwijzingen inzake externe adviesorganen en inzake interdepartementale commissies, 11 maart 1987, Stcrt. 1987/67

bron: memorie van toelichting Kaderwet adviescolleges, TK 1995-1996, 24 503

periode: 1985-1987

waardering: B (1)

9.

handeling: het voordragen van een wet tot het instellen van een adviescollege t.a.v. de inrichting en het functioneren van de overheid met bijzondere aandacht voor de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 4

product: Wet op de Raad voor het openbaar bestuur, Stb. 1996/623

periode: 1996 -

waardering: B (1)

13.

handeling: het adviseren van de regering en de Eerste en Tweede Kamer over de interpretatie van de grondwettelijke verplichting van de regering om de Staten-Generaal te informeren

bron: L. van Poelgeest

product: nota's

periode: 1945 -

opmerkingen: Deze verplichting is vervat in artikel 68 van de Grondwet.

waardering: B (1)

14.

handeling: het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende constitutionele zaken

grondslag: Grondwet 1938/46/48, art. 97;

Grondwet 1953/56/63/72, art. 104;

Grondwet 1983/87/95, art. 68

periode: 1945 -

waardering: B (2,3)

15.

handeling: het mede-instellen of mede-voordragen tot instelling bij KB van een (staats-)commissie inzake constitutionele zaken

product: onder andere:

KB 22 februari 1946, nr. 36, Stcrt. 1946/42 (Commissie Beel)

KB 29 september 1947, Stcrt. 1947/192 (Commissie Beel)

KB 17 april 1950, nr. 25, Stcrt. 1950/79 (Commissie Van Schaik)

KB 23 januari 1953, nr. 20 (Commissie Teulings)

KB 26 augustus 1967, nr. 1, Stcrt. 1967/170 (Commissie Cals-Donner)

KB 17 mei 1982, nr. 85, Stcrt. 1982/104 (Commissie Biesheuvel)

KB 23 augustus 1983, Stcrt. 1983/417 (Commissie Scheltema)

KB 16 september 1994, Stcrt. 1994/189 (Commissie Dijkstal)

periode: 1945 -

waardering: B (5)

16.

handeling: het samenstellen of voordragen tot samenstelling bij KB van een (staats-)commissie inzake constitutionele zaken

periode: 1945 -

waardering: V 10 jaar

17.

handeling: het mede-voorbereiden van, deelnemen aan, en rapporteren over (inter)nationale congressen, symposia, workshops etc. over de constitutie en constitutionele aangelegenheden

periode: 1945 -

waardering: V 5 jaar

18.

handeling: het verstrekken van informatie aan individuele burgers, bedrijven en instellingen en overheidsorganen betreffende constitutionele zaken

periode: 1945 -

waardering: V 5 jaar

19.

handeling: het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende constitutionele zaken

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie voor specifieke handelingen van de Ombudsman het RIO Behoorlijk behandeld (PIVOT-rapport nr. 56).

waardering: B (3)

20.

handeling: het behandelen van bezwaarschriften en voeren van verweer in beroepsprocedures

bron: Wet AROB, art. 11 en verder

periode: 1945 -

waardering: B (3)

21.

handeling: het vaststellen van de opdracht voor en het eindproduct

van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende constitutionele zaken

product: nota's, notities, onderzoeksrapporten

periode: 1945 -

waardering: B (5)

22.

handeling: het begeleiden en uitvoeren van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende constitutionele zaken

periode: 1945 -

waardering: V 10 jaar

23.

handeling: het voorbereiden en vaststellen van regelingen voor het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn ten aanzien van constitutionele zaken

product: onder andere:

Subsidieregeling voor politiek-wetenschappelijke instituten, Stcrt. 1994/252

Tijdelijke subsidieregeling voor politieke jongerenorganisaties, Stcrt. 1996/53

Tijdelijke aanvullende subsidieregeling voor politieke vormings- en scholingsactiviteiten en politiek-wetenschappelijke instituten, Stcrt. 1997/8

Subsidieregeling Algemene Vorming en Scholing Politiek Kader in Midden- en Oost-Europa 1993-1996, Stcrt. 1993/34

periode: 1945 -

waardering: B (1)

24.

handeling: het verstrekken van de maximale subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn ten aanzien van constitutionele zaken

grondslag: onder andere:

Subsidieregeling voor politiek-wetenschappelijke instituten, Stcrt. 1994/252

Tijdelijke subsidieregeling voor politieke jongerenorganisaties, Stcrt. 1996/53

Tijdelijke aanvullende subsidieregeling voor politieke vormings- en scholingsactiviteiten en politiek-wetenschappelijke instituten, Stcrt. 1997/8

Subsidieregeling Algemene Vorming en Scholing Politiek Kader in Midden- en Oost-Europa 1993-1996, Stcrt. 1993/34

periode: 1945 -

waardering: V 10 jaar

25.

handeling: het verstrekken van subsidies lager dan het wettelijk vastgestelde maximum aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn ten aanzien van constitutionele zaken

grondslag: onder andere:

Subsidieregeling voor politiek-wetenschappelijke instituten, Stcrt. 1994/252

Tijdelijke subsidieregeling voor politieke jongerenorganisaties, Stcrt. 1996/53

Tijdelijke aanvullende subsidieregeling voor politieke vormings- en scholingsactiviteiten en politiek-wetenschappelijke instituten, Stcrt. 1997/8

Subsidieregeling Algemene Vorming en Scholing Politiek Kader in Midden- en Oost-Europa 1993-1996, Stcrt. 1993/34

periode: 1945 -

waardering: B (5)

26.

handeling: het toetsen van bestuur en wet- en regelgeving aan de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele aspecten

bron: Aanwijzing voor de regelgeving nr. 254, lid 2, Stcrt. 1992/230

periode: 1945 -

waardering: B (1)

27.

handeling: het mede-voorbereiden van wet- en regelgeving op het beleidsterrein constitutionele zaken

bron: L. van Poelgeest

periode: 1945 -

waardering: B (1)

Gelijke behandeling

32.

handeling: het voordragen van een wet over non-discriminatie naar ras en geslacht

bron: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 4;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 1

producten: onder andere:

Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, Stb.1980/384

Wet aanpassing overheidspensioenregelingen aan de invoering van gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de AOW (vervallen), Stb. 1985/228

Algemene wet gelijke behandeling, Stb. 1994/230

periode: 1945 -

opmerkingen: Internationale verdragen en EG-richtlijnen (bijvoorbeeld 10 februari 1975 en 9 februari 1976) vormen feitelijk de grondslagen van dit grondrecht.

waardering: B (1)

Nederlanderschap en vreemdelingschap

40.

handeling: het voordragen van een wet die het recht het land te verlaten beperkt

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 2.4

product: Interim-wet paspoorten, Stb. 1988/35

Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, Stb. 1988/635

Paspoortwet, Stb.1991/498

periode: 1983 -

opmerkingen: Zie ook het RIO De toelating van vreemdelingen (PIVOT-rapport nr. 23).

waardering: B (1)

Benoembaarheid in openbare dienst

42.

handeling: het voordragen van een wet tot intrekken van de wet over het benoemen van vreemdelingen in openbare dienst

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 5

product: Intrekkingwet van 20 april 1988, Stb. 1988/231

periode: 1945-1988

waardering: B (1)

Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

43.

handeling: het voordragen van een wet over de uitoefening van het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

grondslag: IVBPR art. 18; 19 december 1966, Trb. 1969/99, Iwtr. 28 maart 1979;

EVRM art. 9, 4 november 1950, Trb. 1951/154;

Grondwet 1938/1946/1948, art. 177;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 184;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 6.2

product: onder andere:

Wet tot regeling van het toezigt op de onderscheidene kerkgenootschappen, Stb. 1853/102

Wet tot regeling en beperking der uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering, Stb. 1855/32

Wet openbare manifestaties, Stb. 1988/157

periode: 1945 -

waardering: B (1)

Vrijheid van meningsuiting

80.

handeling: het voordragen en/of vaststellen van regelgeving over regulering van toegang tot vertoningen

product: Bioscoopwet, Stb. 1926/118

periode: 1945-1977

opmerkingen: Zie ook het nog te verschijnen RIO op het beleidsterrein kunsten.

waardering: B (1)

Recht tot betoging en vergadering

84.

handeling: het voordragen en/of vaststellen van regelgeving over regulering van het recht tot vergadering en betoging

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972/1983/1987/1995, art. 9

product: Wet openbare manifestaties, Stb. 1988/157

periode: 1945 -

waardering: B (1)

86.

handeling: het, samen met de minister van Buitenlandse Zaken, bekendmaken welke gebouwen van welke volkenrechtelijke organisaties onder bescherming van de Staat der Nederlanden vallen

grondslag: Wet openbare manifestaties, 20 april 1988, Stb. 1988/157, art. 9

periode: 1988 -

opmerkingen: Op basis van de Wet openbare manifestaties kunnen dergelijke gebouwen tijdens openbare manifestaties door ingrijpen van de burgemeester beschermd worden tegen gedragingen die het functioneren van de instelling kunnen aantasten.

waardering: B (5)

De Koning

108.

handeling: het mede-voordragen van een wet waarin aan de Koning of zijn mogelijke erfopvolgers toestemming voor diens huwelijk wordt verleend

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 17;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 28.1

periode: 1945 -

opmerkingen: De Staten-Generaal beraadslagen in verenigde vergadering over een dergelijke wet.

Zie ook handeling 107 van de minister van Algemene Zaken.

waardering: B (1)

110.

handeling: het mede-voordragen van een wet over de uitsluiting van één of meer personen van de erfopvolging van de Kroon

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 29.1

periode: 1983 -

opmerkingen: Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 104.

waardering: B (1)

112.

handeling: het mede-voordragen van een wet over de benoeming van een opvolger voor de Koning

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 18;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 30.1

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 111.

waardering: B (1)

113.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over de beëdiging en inhuldiging van de Koning

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 32, add. art. XI

product: Rijkswet Beëdiging en Inhuldiging, Stb. 1992/21

periode: 1983 -

opmerkingen: De voorzitter van de verenigde vergadering de Staten-Generaal beëdigt het staatshoofd en huldigt deze in.

Add. art. XI bepaalt dat de eedsformulieren uit de Grondwet van 1972 tot nader order van kracht blijven. Ook deze zijn daarom min of meer als product van deze handeling te beschouwen.

Beëdiging en inhuldiging vinden pas plaats nadat de Koning `de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen'. Een minderjarige Koning, die zelf nog niet over het koninklijk gezag kan beschikken, zal dus niet voor zijn achttiende worden beëdigd en ingehuldigd.

waardering: B (1)

115.

handeling: het mede-voorbereiden van een wet over de voogdij over de minderjarige Koning

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 32-34;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 34

product: Wet houdende benoeming van een voogd en regeling van de voogdij over de minderjarige Koning, Stb. 1981/381

periode: 1945 -

opmerkingen: Het product van deze handeling wordt verder uitgewerkt in RIO Driemaal `s Raads Recht (PIVOT-rapport nr. 17).

waardering: B (1)

118.

handeling: het mede-voorbereiden van regelgeving over het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 35;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 35.4

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 117.

waardering: B (1)

120.

handeling: het voordragen van een wet of KB waarbij wordt verklaard dat de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 35.3

periode: 1983 -

opmerkingen: Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 119.

waardering: B (1)

122.

handeling: het mede-voorbereiden van een wet of KB over het tijdelijk neerleggen en hervatten door de Koning van de uitoefening van het koninklijk gezag

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 43;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 36

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 121.

waardering: B (1)

124.

handeling: het voordragen van een wet over het regentschap

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1995, art. 37

product: Rijkswet houdende benoeming van een Regent voor het geval van erfopvolging door de troonopvolger die niet de leeftijd heeft bereikt waarop hij ingevolge de Grondwet kan aanvangen het Koninklijk gezag uit te oefenen, Stb. 1881/382

periode: 1972 -

opmerkingen: Zie ook het RIO Driemaal's Raads Recht (PIVOT-rapport nr.17) pag. 76.

De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

waardering: B (1)

126.

handeling: het mede-voorbereiden van een wet over het lidmaatschap van het Koninklijk Huis

grondslag: Grondwet 1972, art. 21 a;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 39

product: Wet lidmaatschap Koninklijk Huis, Stb. 1985/578

periode: 1972 -

waardering: B (1)

128.

handeling: het mede-voorbereiden van een wet over uitkeringen ten laste van het Rijk aan de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963, art. 30;

Grondwet 1972, art 22, add. art. VIII;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 40.1

product: Wet houdende regeling van het financieel statuut van het Koninklijk Huis, Stb. 1985/701

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 127 en de minister van Financiën, handeling 129.

waardering: B (1)

134.

handeling: het, samen met de minister van Algemene Zaken, adviseren van de Kroon over de (rechtspositionele aspecten van de) hofhouding

bron: L. van Poelgeest

periode: 1945 -

opmerkingen: Het gaat hier om interpretatie van artikel 41 van de Grondwet.

waardering: B (1)

136.

handeling: het, samen met de ministers van Algemene Zaken en Justitie, voordragen voor verlening bij KB van namen en titels aan leden van het koninklijk huis

bron: L. van Poelgeest

periode: 1945 -

waardering: B (5)

Ministers

141.

handeling: het, samen met de minister van Algemene Zaken, voorbereiden van en adviseren over het beleid ten aanzien van de aanstelling van een minister zonder portefeuille en een staatssecretaris

bron: Grondwet 1938/1946/1948, art. 79;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 86.2;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 44.2, 46.1

product: Wet houdende nadere voorzieningen in verband met de invoering van de ambten van minister zonder portefeuille en van staatssecretaris, Stb. 1951/24, gewijzigd bij wetten van 14 januari 1954, Stb. 1954/4 en van 1 augustus 1956, Stb. 1956/455

periode: 1945 -

waardering: B (1)

142.

handeling: het voordragen van een wet over de eed danwel belofte die ministers en staatssecretarissen bij de aanvaarding van hun ambt af moeten leggen

grondslag: Grondwet 1983/1987, art. 49 en add. art. XII;

Grondwet 1995, art. 49

product: Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal, Stb. 1992/120

periode: 1983 -

opmerkingen: Tot 1983 is de eed weergegeven in de Grondwet (Grondwet 1972 art. 86 vijfde en zesde lid). Bij wijziging van de Grondwet in 1983 werd in additioneel artikel XII naar dat artikel verwezen. Zolang er geen wet inzake eedsaflegging tot stand was gekomen bleven deze artikelen gelden. Additioneel artikel XII is per 10 juli 1995, Stb. 1995/404, ingetrokken.

De Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal is tevens het product van handeling 353.

waardering: B (1, 5)

143.

handeling: het voorbereiden van voorstellen tot wijzigingen in de procedure van kabinetsformatie

bron: L. van Poelgeest

periode: 1945 -

waardering: B (1)

Staten-Generaal

144.

handeling: het voordragen tot een wet over wijziging van de zittingsduur van de Eerste Kamer

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 52.2

periode: 1983 -

opmerkingen: Als de zittingsduur van provinciale staten bij wet gewijzigd wordt, dient daarbij ook die van de Eerste Kamer dienovereenkomstig te worden aangepast (bij dezelfde wet).

waardering: B (1)

145.

handeling: het voordragen van een wet over de te hanteren regels bij geschillen ten aanzien van verkiezingen of geloofsbrievenonderzoek

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 101;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 108;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 58

product: Kieswet 1951, art. U 5

Kieswet 1989, art. V 4

periode: 1945 -

opmerkingen: De artikelen van de Kieswet verwijzen weer naar nadere regeling van e.e.a. in de Reglementen van Orde van beide kamers

waardering: B (1)

147.

handeling: het, samen met de minister van Algemene Zaken, voordragen van een KB over ontbinding van de Eerste Kamer (tot 1996) en de Tweede Kamer

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 64

periode: 1983 -

waardering: B (1, 5)

149.

handeling: het, samen met de minister van Algemene Zaken, adviseren van de beide kamers over het Reglement van Orde van de Eerste en Tweede Kamer

bron: L. van Poelgeest

periode: 1945 -

waardering: B (1, 5)

150.

handeling: het voordragen van een wet over de financiële voorzieningen voor leden en ex-leden van de Staten-Generaal en hun nabestaanden

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 92 en 94;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 99 en 101.4;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 63

product: Wet inzake schadeloosstelling leden Tweede Kamer der Staten-Generaal, Stb. 1968/584

Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers, Stb. 1969/594

Regeling vergoeding kosten welke uit de vervulling van het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voortvloeien, Stb. 1969/300

Nadere vaststelling toelage voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, Stb. 1975/657

Beperking schadeloosstelling en toelagen voorzitter en overige leden Tweede Kamer en voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, Stb. 1987/61

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie voor producten van deze handeling het RIO Buiten- en bovensectorale arbeidsvoorwaarden en de institutionele onderzoeken over de Eerste en Tweede Kamer.

waardering: B (1, 5)

151.

handeling: het voordragen van een wet over het recht van enquête voor de Kamers van de Staten-Generaal

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 98;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 105;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 70

product: Wet op de Parlementaire Enquête, Stb. 1850/45

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie voor de producten van deze handeling de institutionele onderzoeken van de Eerste en Tweede Kamer.

waardering: B (1)

Raad van State, Algemene Rekenkamer en vaste colleges van advies

152.

handeling: het voordragen van regelgeving over de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 76-78;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 83-85;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 73-75

product: Wet op de Raad van State, Stb. 1861/129

Wet op de Raad van State, Stb. 1962/88

periode: 1945 -

waardering: B (1)

153.

handeling: het voordragen voor benoeming en ontslag bij KB van leden van de Raad van State

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 76;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 83;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 74.2;

Wet op de Raad van State, 9 maart 1962, Stb. 1962/88, art. 3 en 4

periode: 1945 -

waardering: V 10 jaar

156.

handeling: het voordragen voor benoeming en ontslag bij KB van leden van de Algemene Rekenkamer

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 186;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 193;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 77

periode: 1945 -

waardering: V 10 jaar

158.

handeling: het voordragen van een algemene wet of AMvB over de instelling, inrichting, samenstelling en bevoegdheid van vaste colleges van advies

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 80;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 87;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 79

product: Kaderwet adviescollege, Stb. 1996/378

periode: 1945 -

waardering: B (1)

159.

handeling: het voordragen van een algemene wet of AMVB over de wijze van openbaarmaking van adviezen van vaste colleges van advies

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 80.1

product: Wet openbaarheid van bestuur, Stb. 1978/581, art. 8-11

Kaderwet adviescolleges, Stb. 1996/378

periode: 1983 -

waardering: B (1)

160.

handeling: het voordragen van een wet over de gevallen waarin adviezen van vaste colleges van advies niet aan de Staten-Generaal worden overlegd

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 80.2

product: Wet openbaarheid van bestuur, Stb. 1978/581, art. 8-11

periode: 1983 -

waardering: B (1)

Hoofdlijnen totstandkomen van wet- en regelgeving

164.

handeling: het, samen met de minister van Buitenlandse Zaken, voordragen van een wet over (de wijze van) verlening van goedkeuring door de Staten-Generaal voor het sluiten of ontbinden van verdragen

grondslag: Grondwet 1983/1987, art. 91.1, 91.2;

Grondwet 1972, art. 61, 62 en 64;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 91

product: Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, Stb. 1994/542

periode: 1983 -

opmerkingen: Zie ook minister van Buitenlandse Zaken, handeling 163.

waardering: B (1)

167.

handeling: het, samen met de minister van Buitenlandse Zaken, voordragen van een wet over de bekendmaking van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties

grondslag: Grondwet 1953, art. 66;

Grondwet 1956/1963/1972, art. 65;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 95

product: Rijkswet houdende regeling inzake de bekendmaking van internationale overeenkomsten en besluiten van volkenrechtelijke organisaties, Stb. 1961/207, (inwerkingtreding KB 29 mei 1968, Stb. 1968/253, per 1 juli 1969)

Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, Stb. 1994/542

periode: 1953 -

waardering: B (1)

176.

handeling: het, samen met de minister van Defensie, voordragen van een wet over de verplichte krijgsdienst

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 188;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 195;

Grondwet 1983/1987, art. 98.3

product: Dienstplichtwet, Stb. 1922/43

Kaderwet dienstplicht, Stb. 1997/139

periode: 1945-1996

opmerkingen: Zie ook het concept-RIO Ieder zijn nummer.

waardering: B (1)

178.

handeling: het, samen met de minister van Defensie, voordragen van een wet tot het opschorten van de dienstplicht

grondslag: Grondwet 1995, art. 98.3

product: Kaderwet dienstplicht, Stb. 1997/139

periode: 1997 -

opmerkingen: Zie ook het concept-RIO Ieder zijn nummer.

waardering: B (1)

Rechtsbescherming

200.

handeling: het, samen met de minister van Justitie, voordragen van een wetboek over het strafrecht

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 157;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 164;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 107.1

product: Wetboek van Strafrecht, Stb. 1881/35, Iwtr. 15 april 1886, Stb. 1886/64

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook minister van Justitie, handeling 199.

waardering: B (1)

203.

handeling: het, samen met de minister van Justitie, voordragen van een wetboek over het strafprocesrecht

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 157;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 164;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 107.1

product: Wetboek van strafvordering, Stb. 1921/14

periode: 1945 -

waardering: B (1)

205.

handeling: het, samen met de minister van Justitie, voordragen van een wet over algemene regels van bestuursrecht

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 107.2

product: Algemene wet bestuursrecht, Stb. 1994, 1

periode: 1983 -

opmerkingen: Zie ook het RIO `So many laws argue so many sins' (PIVOT rapport nr. 12).

waardering: B (1)

208.

handeling: het, samen met de minister van Justitie, voordragen van een wet of AMvB over de manier waarop geschillen ten aanzien van competentie worden beslist tussen administratief en rechterlijk apparaat

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 163;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 170.2

product Wet Administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, Stb. 1975/284

Tijdelijke Wet Kroongeschillen, Stb. 1987/317

periode: 1945-1983

waardering: B (1)

209.

handeling: het voordragen van een wet over de instelling, de bevoegdheid en werkwijze van een onafhankelijk orgaan voor het onderzoek van klachten over overheidsgedragingen

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 108.1

product: Wet Nationale Ombudsman, Stb. 1981/35

periode: 1983 -

opmerkingen: De Grondwet laat de mogelijkheid open meerdere van dit soort organen in het leven te roepen.

Zie ook het RIO nr. 56, `Behoorlijk behandeld'. Rapport van een institutioneel onderzoek naar actoren en handelingen op het terrein van de Nationale ombudsman in de periode (1964) 1982-1997 (Den Haag 1997).

waardering: B (1)

210.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over de rechtspositie van ambtenaren, hun bescherming bij de arbeid en hun medezeggenschap

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 65;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 72;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 109, add. art. XXIV

product: onder andere:

Ambtenarenwet 1929, Stb. 1929/530

Algemene burgerlijke pensioenwet, Stb. 1966/6

Wet tot wijziging van de Ambtenarenwet 1929 ter zake van de uitoefening van grondrechten, Stb. 1988/229

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie nog te verschijnen RIO's op het beleidsterrein 'overheidspersoneelsbeleid' met betrekking tot arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen en arbeidsomstandigheden van overheidpersoneel.

waardering: B (1)

211.

handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van ministeriële regels over de rechtspositie van ambtenaren, hun bescherming bij de arbeid en hun medezeggenschap

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 65;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 72;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 109, add. art. XXIV

product: onder andere:

Ministeriële regeling houdende wijziging van het uitvoeringsbesluit Z.v.o. regeling artikel 3a en 6, 19 januari 1994

Ministeriële regeling m.b.t. de uitzondering van de toepassingstermijn van artikel J 20 van de Abp-wet, 30 juni 1994

Ministeriële regeling houdende regeling uitbreiding bezoldigingsbegrip berekeningsgrondslag vut-uitkering, 30 mei 1995

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie handeling 210.

waardering: B (1)

213.

handeling: het, samen met de minister van Algemene Zaken, voordragen van een wet of een AMvB over openbaarheid van bestuur

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 110

product: Wet openbaarheid van bestuur, Stb. 1978/581

Wet openbaarheid van bestuur, Stb. 1991/703

periode: 1983 -

opmerkingen: Het eerste product vindt zijn grondslag strikt genomen niet in de Grondwet: vóór 1983 was dit artikel niet opgenomen.

Zie ook het RIO In den strijd tegen onwetendheid, valsche voorstelling en leugen (PIVOT-rapport nr. 46).

waardering: B (1)

Adeldom en koninklijke onderscheidingen

214.

handeling: het voordragen van een wet over de instelling van ridderorden

grondslag: Grondwet 1938/1945, art. 68;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 75;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 111

product: Wet, Stb. 1940/100 (Militaire Willemsorde)

Wet, Stb. 1815/47 (Orde van de Nederlandse Leeuw)

Wet, Stb. 1892/55 (Orde van Oranje Nassau)

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook het nog te verschijnen RIO over adeldom en onderscheidingen.

waardering: B (1)

215.

handeling: het voordragen van een wet over adeldom

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, add. art. XXV

periode: 1983 -

opmerkingen: Zie ook het nog te verschijnen RIO over adeldom en onderscheidingen.

waardering: B (1)

217.

handeling: het voordragen voor verlening bij KB van adeldom

grondslag: Grondwet 1938/1945, art. 67;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 74;

Grondwet 1983/1987/1995, add. art. XXV

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook het nog te verschijnen RIO over adeldom en onderscheidingen.

waardering: B (5)

Provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen

Handelingen

230.

handeling: het voordragen van een wet over het instellen of opheffen van provincies en gemeenten

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 3;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 123.1

product: onder andere:

Wet tot instelling van de gemeente Dronten, Stb. 1971/342

Wet tot instelling van een gemeente Lelystad, Stb. 1979/378

Wet tot instelling van een gemeente Almere en Zeewolde, Stb. 1983/328

Wet tot instelling van de provincie Flevoland, Stb. 1985/360

periode: 1945 -

waardering: B (1)

231.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over wijziging van provinciale en gemeentelijke grenzen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 3;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 123.2

product: onder andere:

Wet gemeentelijke herindeling Noordwest-Overijssel, Stb. 1972/449

Wet gemeentelijke herindeling samenwerkingsgebied 's-Hertogenbosch, Stb. 1995/428

Wet tot gemeentelijke herindeling noordoostelijke deel van de provincie Noord-Brabant, Stb. 1993/476

Wet tot wijziging van de provinciale en gemeentelijke indeling door wijziging van grenzen tussen de provincies Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland, Stb. 1985/649

Besluit vaststelling algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 24 wet gemeentelijke herindeling Noordwest-Overijssel, Stb. 1972/672

Besluit vaststelling algemene maatregel van bestuur ex artikel 23 Wet gemeentelijke herindeling Noordwest-Overijssel, Stb. 1972/671

periode: 1945 -

opmerkingen: Delegatie van de bevoegdheid inzake grenscorrecties is mogelijk aan provinciaal- en gemeentebestuur.

waardering: B (1)

232.

handeling: het voordragen van een wet over de inrichting van provincies, over de samenstelling en bevoegdheid van en het (preventief) toezicht op de provinciebesturen, over de voorzieningen die getroffen moeten worden voor het geval een provinciebestuur tekortschiet in de taakuitoefening en over de belastingheffing door de provinciebesturen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 135 en 138;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 142 en 145;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 132.1, 132.2, 132.3, 132.5

product: Provinciewet 1962, Stb. 1962/17

Provinciewet, Stb. 1992/550

periode: 1945 -

waardering: B (1)

233.

handeling: het voordragen van een wet over de inrichting van gemeenten, de samenstelling en bevoegdheid van en het (preventief) toezicht op de gemeentebesturen, over de voorzieningen die getroffen moeten worden voor het geval een gemeentebestuur tekortschiet in de taakuitoefening en over de belastingheffing door de gemeentebesturen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 144 en 146;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 151 en 153;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 132.1, 132.2, 132.3 en 132.5

product: gemeentewet, Stb. 1851/85, zoals gewijzigd Stb. 1931/89

Gemeentewet, Stb. 1992/96

periode: 1945 -

waardering: B (1)

234.

handeling: het voordragen van een wet over het toezicht op gemeenten in door inpoldering ontstane gebieden die nog geen deel uitmaken van een provincie

grondslag: Grondwet 1956/1963/1972, add. art. VII

periode: 1956-1983

waardering: B (1)

235.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over de financiële verhouding tussen provincies en gemeenten enerzijds en het rijk anderzijds

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 138 en 149;

Grondwet 1956/1963/1972, art. 145.3 en 156.2;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 132.6

product: onder andere:

Financiële-Verhoudingsbesluit 1935, Stb. 1935/192

Financiële-Verhoudingswet 1960, Stb. 1961/217

Financiële-Verhoudingswet 1984, Stb. 1983/650

Financiële-Verhoudingswet 1996, Stb. 1996/577

Besluit financiële verhouding Rijk-Gemeenten, Stb. 1996/578

Besluit financiële verhouding, Stb.1996/605

periode: 1945 -

waardering: B (1)

236.

handeling: het voordragen van een wet over voorzieningen in zaken waarbij twee of meer openbare lichamen zijn betrokken

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 151;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 158;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 135

product: Wet gemeenschappelijke regelingen, Stb. 1984/667

periode: 1945 -

opmerkingen: Vóór 1983 was deze handeling beperkt tot geschillen tussen gemeenten.

waardering: B (1)

237.

handeling: het voordragen van een wet over de gevallen waarin vergaderingen van provinciale staten en gemeenteraad niet openbaar zijn

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 125.1

product: Provinciewet, Stb. 1992/550, art. 23-25

Gemeentewet, Stb. 1992/96, art. 49 en 72

periode: 1983 -

opmerkingen: Vóór 1983 regelde de Grondwet de openbaarheidbeperkingen zelf volgens hetzelfde stramien dat voor de Staten-Generaal gold: de vergadering beslist daarover in wezen zelf in voorkomende gevallen.

waardering: B (1)

238.

handeling: het voordragen van een wet over de uitvoering door de commissaris van de Koningin van een van regeringswege gegeven ambtsinstructie

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 126;

Provinciewet, 10 september 1992, Stb. 1992/550, art. 182

periode: 1983 -

waardering: B (1)

239.

handeling: het voorbereiden en vaststellen van een ambtsinstructie voor de commissaris van de Koningin

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 143;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 150, lid 1;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 126

product: Besluit houdende vaststelling ener instructie voor de commissaris des Konings in elke provincie, Stb. 1850/62

Besluit tot vaststelling van een nieuwe instructie voor de commissarissen des Konings in de provinciën, Stb. 1966/25

Ambtsinstructie commissaris van de Koningin, Stb. 1994/445

periode: 1945 -

opmerkingen: In de Grondwet van 1983 wordt expliciet vermeld dat de instructie door de regering wordt uitgegeven. In die van 1972 en eerder staat dat de Koning een commissaris van de provincies aanstelt die met de uitvoering van zijn bevelen is belast.

waardering: B (1)

241.

handeling: het bepalen in welke gevallen een ander orgaan dan provinciale staten een provinciale verordening vaststelt

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 127

periode: 1983 -

waardering: B (5)

243.

handeling: het voordragen tot goedkeuring bij KB van een provinciale ordening of een besluit van provinciale staten

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 136;

Grondwet 1953, art. 143

Grondwet 1956/1963/1972, art. 145

periode: 1945-1983

opmerking: Goedkeuring kan slechts worden geweigerd met opgaaf van redenen, de Raad van State gehoord.

De Grondwet verwees vanaf 1956 naar de Provinciewet om de gevallen uit te werken waarin de goedkeuring van de regering vereist was; het was zeker niet standaard voorgeschreven.

De invoering, wijziging of afschaffing van een provinciale belasting moest wel standaard aan de koninklijke goedkeuring worden onderworpen. Zie voor een uitwerking het beleidsterrein specifieke RIO en BSD Openbaar Bestuur, Decentrale overheden.

waardering: B (1)

245.

handeling: het voordragen tot goedkeuring bij KB van de begroting van een provincie

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 139;

Grondwet 1953, art. 146

Provinciewet 1962, art. 127

periode: 1945-1983

opmerkingen: Goedkeuring kan slechts worden geweigerd met opgaaf van redenen, de Raad van State gehoord.

waardering: B (5)

247.

handeling: het voordragen tot benoeming bij KB van een commissaris van de Koningin

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 143;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 150.1;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 131

periode: 1945 -

waardering: B (5)

249.

handeling: het voordragen tot benoeming bij KB van een burgemeester

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 145;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 152.5;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 131

periode: 1945 -

waardering: B (5)

250.

handeling: het voordragen tot vernietiging bij KB van een besluit van een provincie-, gemeente- of waterschapsbestuur of van het bestuur van een ander openbaar lichaam

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 142, 147 en 154;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 149, 154 en 161;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 132.4 en 133.3

periode: 1945 -

opmerkingen: Vóór 1983 spreekt de Grondwet van schorsen en vernietigen. Vanaf 1983 is de enige geldige vernietigingsgrond: strijdigheid met het recht of het algemeen belang.

waardering: B (5)

Waterschappen en andere openbare lichamen

254.

handeling: het voordragen van een wet over de inrichting van waterschappen, de samenstelling en bevoegdheid van en het (preventief) toezicht op de waterschapsbesturen

grondslag: Grondwet 1938 196, 198 en 199;

Grondwet 1948, art. 197, 199 en 200;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 204, 206 en 207;

Grondwet 1983/1987, art. 133

product: Keurenwet, Stb. 1895/139

Bevoegdhedenwet waterschappen, Stb.1978/258

periode: 1945 -

waardering: B (1)

Grondwetsherziening

260.

handeling: het voordragen van wetten tot wijziging van de Grondwet

grondslag: Grondwet 1938, art. 202;

Grondwet 1948, art. 203;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art 210, 213 en add. art. IX;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 137.1, 138 en 142

product: zie bijlage wet- en regelgeving

periode: 1945 -

waardering: B (1)

Het kiesstelsel

272.

handeling: het voordragen van een wet over het kiesrecht en het kiezen van de leden van

algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 84;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 91;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 4, 53-59, 64.4, 129, 130

producten: onder andere:

Wet van houdende aanvulling en wijziging van de Kieswet, alsmede bijzondere voorzieningen met het oog op de mogelijkheid dat in 1948 een verkiezing voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal plaatsvindt, Stb. 1948/I 110,

Kieswet, Stb. 1951/290

Kieswet, Stb. 1989/423

Wet Europese Verkiezingen, Stb. 1978/652

Wet Europese Verkiezingen, Stb. 1989/480

periode: 1945 -

opmerkingen: Wat betreft de Europese verkiezingen ligt er ook een grondslag voor wetgeving in de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europese parlement, art. 7.2. Zie verder § 11.3.

waardering: B (1)

273.

handeling: het voordragen van een AMvB over het kiesrecht en het kiezen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: a. Wet van 18 maart 1948, Stb. 1948/I 110, houdende aanvulling en wijziging van de: Kieswet, alsmede bijzondere voorzieningen met het oog op de mogelijkheid, dat in: 1948 een verkiezing voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal plaatsvindt;

b.: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290;

c.: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/480;

d.: Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652;

e.: Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480;

producten: a.: Besluit tot uitvoering van de artikelen 8 a, 57 l en 57 p van de Kieswet, Stb. 1948/I 153;

b.: Kiesbesluit, Stb. 1951/441;

c.: Kiesbesluit, Stb. 1989/471;

d.: Besluit Europese Verkiezingen, Stb. 1979/286

periode: 1951 -

opmerkingen: Het Besluit Europese Verkiezingen regelt de afwijkingen van krachtens afdeling II van de Kieswet gestelde bepalingen van het Kiesbesluit. Zie § 11.3.

waardering: B (5)

Het kiezen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

274.

handeling: het vaststellen van modellen van formulieren ten behoeve van de verkiezing van leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/480;

Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480;

Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art 31

producten: onder andere:

Kiesbesluit, met bijbehorende modellen

Besluit Europese Verkiezingen, Stb. 1979/9, met bijbehorende modellen

ministeriële regeling, Stcrt. 1989/supp. 210

periode: 1951 -

waardering: V 10 jaar na hernieuwde vaststelling

Het registreren van de kiesgerechtigheid

275.

handeling: het voordragen van een wet over de toekenning van actief en passief kiesrecht voor de gemeenteraad aan niet-Nederlandse ingezetenen

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 130 (inwerkingtreding 1 april 1985, na wijziging Statuut voor het Koninkrijk)

product: Wet tot wijziging van de Kieswet en de gemeentewet betreffende de verlening van het actief en passief kiesrecht voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad aan niet-Nederlandse ingezetenen alsmede wijziging van enige andere wetten in verband daarmee, Stb. 1985/478

Wet van 3 juli 1996, Stb. 1996/392

Wet van 6 november 1997, Stb. 1997/527

periode: 1983 -

waardering: B (1)

280.

handeling: het geven van toestemming voor en stellen van voorwaarden aan afwijking van in de Kieswet opgenomen regels voor de registratie van de kiesgerechtigdheid van gehuwde vrouwen en weduwen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. D 4.5

product: beschikking

periode: 1951-1989

opmerkingen: Regels voor de registratie zijn te vinden in art. D 4.2 van de Kieswet, Stb. 1951/290.

waardering: V 5 jaar

Het indelen en organiseren van stemdistricten, kieskringen en (brief)stembureaus

285.

handeling: het benoemen of ontslaan van de plaatsvervangend voorzitter, een ander lid of een plaatsvervangend lid van een hoofdstembureau voor de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer

grondslag: Kieswet, 13 juli1951, Stb. 1951/290, art. E 6.3;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. E 5.3

product: beschikking

periode: 1951 -

waardering: V 10 jaar na beëindiging lidmaatschap

287.

handeling: het overeenstemmen met de minister van Buitenlandse Zaken over de aanwijzing van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland waar een briefstembureau wordt ingesteld

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. M 13.1

periode: 1993 -

waardering: V 10 jaar

Het registreren van aanduidingen van politieke groeperingen

297.

handeling: het ontvangen of terugbetalen van een waarborgsom voor de registratie van een politieke groepering voor Tweede Kamer- en Europese verkiezingen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. 14.1;

Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, 1951, zoals gewijzigd bij KB van 10 maart 1981, Stb. 1981/126, art. 9;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423 art. G 1.2;

Wet Europese Verkiezingen 1989, Stb. 19989/480, art. 2;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. Y 2;

Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/471, art. G1.1

periode: 1981 -

waardering: V 10 jaar

De kandidaatstelling

302.

handeling: het voordragen bij KB van een andere dag van kandidaatstelling voor de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer respectievelijk de provinciale staten of gemeenteraden

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd 2 juli 1997, Stb. 1997/299 art. F 1 lid 3

periode: 1997 -

opmerkingen: Bovenstaande handeling vindt alleen plaats indien zwaarwichtige redenen verband houdend met de dag van stemming daartoe nopen. Hieronder vallen bijvoorbeeld 4 mei en Aswoensdag.

waardering: B (5)

303.

handeling: het bepalen van een dag van kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Eerste respectievelijk de Tweede Kamer in geval van kamerontbinding

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. P 5 respectievelijk F 2

periode: 1951-1989

opmerkingen: Kan worden opgevat als activiteit onder handeling 147.

waardering: B (5)

305.

handeling: het voordragen bij KB van een dag van kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Eerste respectievelijk de Tweede Kamer in geval van kamerontbinding

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. Q 5 respectievelijk F 2

periode: 1989 -

opmerkingen: Kan worden opgevat als activiteit onder handeling 147.

waardering: B (5)

308.

handeling het ontvangen of terugbetalen van een waarborgsom voor een ingeleverde kandidatenlijst voor Tweede Kamerverkiezingen en Europese verkiezingen

grondslag: Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. H 3

periode: 1989 -

waardering: V 10 jaar

Het stemmen (en vaststellen van de verkiezingsuitslag)

313.

handeling: het voordragen tot bepaling bij KB van de dag van de verkiezingen voor de Eerste Kamer

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij wet van 27 januari 1982, Stb. 1982/19, art. S 1.2

product: koninklijk besluit

periode: 1951-1982

opmerkingen: In geval van kamerontbinding of andere bijzondere omstandigheden moest de dag gekozen worden waarop de verkiezingen zouden plaatsvinden. De Kieswet van 1989 bedoelde met art. J 1 deze handeling overbodig te maken door de verkiezingsdag te bepalen op een bepaalde dag na kandidaatstelling.

Kan worden opgevat als activiteit onder handeling 147.

waardering: B (5)

314.

handeling: het voordragen tot bepaling bij KB van de dag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. I 1.2

periode: 1951-1982

opmerkingen: In geval van kamerontbinding of andere bijzondere omstandigheden moest de dag gekozen worden waarop de verkiezingen zouden plaatsvinden. De Kieswet van 1989 bedoelde met art. J 1 deze handeling overbodig te maken door de verkiezingsdag te bepalen op een bepaalde dag na kandidaatstelling.

Kan worden opgevat als activiteit onder handeling 147.

waardering: B (5)

315.

handeling: het vaststellen van een nieuwe dag voor de verkiezingen wegens ongeldigheid van de stemming in één of meer stemdistricten bij verkiezingen voor Eerste en Tweede Kamer en Europese Parlement

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. U 7.2;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. V 6.2, Y 25.2

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 25.2

periode: 1951 -

opmerkingen: Kan worden opgevat als activiteit onder handeling 147.

waardering: B (5)

319.

handeling: het aanwijzen van gemeenten waarin het hoofdstembureau onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden van de stembureaus zitting moet houden ter vaststelling van de verkiezingsuitslag in de kieskring

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. M 1.3

periode: 1951-1989

waardering: V 5 jaar

Het stemmen, anders dan door middel van stembiljetten

324.

handeling: het voordragen van een AMvB met nadere regels betreffende het stemmen anders dan door middel van stembiljetten

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij de wet van 25 november 1965, Stb. 1965/547, art. I.30;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. J 34.1

periode: 1965 -

opmerkingen: Vanaf 1997 is het mogelijk om ook krachtens een AMvB nadere regels vast te stellen.

waardering: B (1)

325.

handeling: het goedkeuren van een techniek om anders te stemmen dan door middel van stembiljetten

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij de wet van 25 november 1965, Stb. 1965/547, art. I.30;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. J 33

product: Beschikking minister van Binnenlandse Zaken van 21 mei 1979, no. b 79/1210,

Stcrt. 1979/104

periode: 1965 -

waardering: B (5)

326.

handeling: het vaststellen van een procedure voor de goedkeuring van stemmachines

grondslag: Kiesbesluit, 15 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 18 april 1967, art. I 14;

Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. J 14.2

product: Ministeriële beschikking van 26 juli 1967, nr. B67/U1729, Stcrt. 1967/153

Regeling goedkeuring stemmachines, Stcrt. 1989/210

Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997, Stcrt. 1997/134

periode: 1967 -

waardering: B (5)

327.

handeling: het aanwijzen van een of meer instellingen voor het verrichten van (her)keuringen aan stemmachines

grondslag: Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997, 17 juli 1997, Stcrt. 1997/134, art. 2

periode: 1997 -

waardering: V 5 jaar na intrekking of anderszins vervallen van de aanwijzing

328.

handeling: het vaststellen van een model voor een rijkskeurmerk voor goedgekeurde stemmachines

grondslag: Kiesbesluit, 15 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 21 december 1965, Stb. 1965/581, art. I 14.2;

Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. J 14.3

periode: 1965-1997

waardering: V 5 jaar

329.

handeling: het goedkeuren van een stemmachine

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij de wet van 25 november 1965, Stb.1965/547, art. I 30;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. J 33;

Regeling goedkeuring stemmachines, 23 oktober 1989, Stcrt. 1989/210, art. 3, 6 en 8, ingetrokken Stcrt. 1997/134;

Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997, 17 juli 1997, Stcrt. 1997/134, art. 2, 3, 4 en 7

product: onder andere:

Beschikking goedkeuring stemmachines, Stcrt. 1967/153, art 2, 4 en 8

Beschikking minister van Binnenlandse Zaken van 13 januari 1978, nr. B78/2

Beschikking minister van Binnenlandse Zaken, Stcrt. 1979/104

periode: 1965 -

opmerkingen: De procedure liep tot 1997 altijd via de Kiesraad. Daar kwam het verzoek tot goedkeuring binnen, waarop de Kiesraad vervolgens, vanuit haar reguliere taakstelling, advies uitbracht aan de minister (zie ook minister van Binnenlandse Zaken, handeling 404) die zelf over de goedkeuring besliste. Vanaf 1997 is de verplichte advisering door de Kiesraad tot goedkeuring van stemmachines vervallen.

Het betreft zowel goedkeuringen van prototypes als van machines die daadwerkelijk bij verkiezingen worden ingezet.

waardering: V 5 jaar na vervallen goedkeuring

330.

handeling: het goedkeuren van een gebruiksaanwijzing voor een stemmachine

grondslag: Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 21 december 1965, Stb. 1965/581, art. I 19;

Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. J 18.2

product: Beschikking minister van Binnenlandse Zaken no. b 79/1210, Stcrt. 1979/104

periode: 1965-1997

opmerkingen: Vanaf 1997 vormt de goedkeuring van de gebruiksaanwijzing een onderdeel van de goedkeuring van de stemmachines.

waardering: V 5 jaar na vervallen goedkeuring

331.

handeling: het vaststellen van een model voor de wijze van vermelding van de kandidatenlijsten op de stemmachines

grondslag: Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, zoals gewijzigd 9 april 1997, Stb. 1997/164, art. J 15

periode: 1989 -

waardering: V 10 jaar na hernieuwde vaststelling

De verkiezingen van de leden van het Europese Parlement

337.

handeling: het voorbereiden van beleid ter bevordering van de deelneming van elders in de Gemeenschap wonende Nederlanders aan de verkiezing in Nederland van de leden van het Europese Parlement

bron: Memorie van Antwoord II bij Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652

periode: 1978 -

opmerkingen: In de praktijk ligt deze verantwoordelijkheid bij de minister van Buitenlandse Zaken (bron; interview mw. E.B. Pronk). Zie ook handeling 335 bij de minister van Buitenlandse Zaken.

waardering: B (5)

339.

handeling: het bekendmaken welke lidstaten aan hun onderdanen, die ingezetenen van Nederland zijn, kiesrecht voor het Europese Parlement hebben verleend

grondslag: Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 8.2;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 7.2;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 28 januari 1993, Stb. 1993/75, art. Y 7.2

periode: 1978-1994

product: Circulaire van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken nr. CW88/57/U20, Stcrt. 1989/8

Circulaire van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken nr. CW89/29/U3, Stcrt. 1989/52

opmerkingen: Elke Europese burger die in Nederland verblijft wordt in de gelegenheid gesteld voor het Europese Parlement te stemmen. Daartoe biedt de Nederlandse wetgeving de mogelijkheid aan Europeanen die in Nederland verblijven en in eigen land geen stemrecht voor de Europese verkiezingen hebben, bij de Europese verkiezingen in Nederland mee te stemmen. Is de mogelijkheid om in eigen land te stemmen wél aanwezig, dan wordt men geacht in eigen land mee te doen. De gemeenten, die de kiesregisters bijhouden, moeten daarom van de minister van Binnenlandse Zaken horen welke Europeanen zij mogen inschrijven in het register en welke niet.

Met ingang van 1994 kan elke EU-onderdaan die in een andere lidstaat verblijft dan waarvan hij onderdaan is kiezen of hij in zijn eigen lidstaat dan wel in de lidstaat van verblijf aan de verkiezingen deelneemt.

waardering: V 25 jaar na verval circulaire

340.

handeling: het bekendmaken welke lidstaten aan Nederlanders, die in een andere lidstaat dan Nederland verblijven, kiesrecht voor het Europese Parlement hebben verleend

grondslag: Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 6.1;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 28 januari 1993, Stb. 1993/75, art. Y 6.1

periode: 1989-1994

product: onder andere:

Circulaire van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, 28 december 1988, nr. CW88/57/U20, Stcrt. 1989/8

Circulaire van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, 6 maart 1989, no. CW89/29/U3, Stcrt. 1989/52

opmerkingen: Met ingang van 1994 kan elke EU-onderdaan die in een andere lidstaat verblijft dan waarvan hij onderdaan is kiezen of hij in zijn eigen lidstaat dan wel in de lidstaat van verblijf aan de verkiezingen deelneemt.

waardering: V 25 jaar na verval circulaire

344.

handeling: het opstellen van een procedure om tussentijds openvallende zetels in het Europese Parlement op te vullen

grondslag: Akte betreffende de rechtstreekse verkiezingen van de leden van het Europees Parlement, art. 12.1

periode: 1976-1978

opmerkingen: De betreffende procedures waren bedoeld om, waar en zolang er nog geen andere wetgeving voor de Europese verkiezingen was, te voorzien in dit soort situaties.

Met de Wet Europese Verkiezingen van 1978 kwam in Nederland aan die situatie een einde.

waardering: B (5)

Het lidmaatschap van algemeen vertegenwoordigende organen

352.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over de met het lidmaatschap van algemeen vertegenwoordigende lichamen onverenigbare betrekkingen

grondslag Grondwet 1938/1948, art. 99;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 106.3;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 57.4;

Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europese Parlement, art. 6.2, 20 september 1976, Trb. 1976/175

product: onder andere:

Wet tot uitvoering van artikel 97 der Grondwet, Stb. 1923/364

Besluit tot vaststelling van een AMvB als bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 juli 1923, Stb. 1925/175

Wet incompatibiliteiten Europees Parlement 1978, Stb. 1978/653

Wet incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, Stb. 1994/295

periode: 1945 -

opmerkingen: De handelingen die uit de producten van deze handeling voortvloeien, liggen op rechtspositioneel vlak en zullen als zodanig in enigerlei vorm terug te vinden zijn het institutioneel onderzoek op het beleidsterrein buiten- en bovensectorale arbeidsvoorwaarden.

waardering: B (1, 5)

353.

handeling: het voordragen van een wet over de eed danwel belofte die leden van de Staten-: Generaal bij de aanvaarding van hun ambt moeten afleggen

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 60;

Grondwet 1987, add. art. XVIII

product: Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal, Stb. 1992/120

periode: 1983 -

opmerkingen: Tot 1983 is de eed weergegeven in de Grondwet. Bij wijziging van de Grondwet in 1983 werd in additioneel artikel XVIII naar die artikelen verwezen. Zolang er nog geen wet inzake eedsaflegging tot stand was gekomen bleven deze artikelen gelden. Het additioneel artikel XVIII is per 10 juli 1995, Stb. 1995/404, ingetrokken.

De Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal is tevens het product van handeling 142.

waardering: B (1, 5)

De Kiesraad

392.

handeling: het voordragen tot benoeming of ontslag bij KB van een (plaatsvervangend) lid van de Kiesraad

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. A 1.2;

Kieswet, 28 september 1989, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. A 3-5;

Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 11

product: onder andere: KB van 29 december 1989, Stcrt. 1990/18

periode: 1951 -

opmerkingen: Het plaatsvervangend lidmaatschap wordt bij de Kieswet van 1989 afgeschaft. Tegelijk wordt het aantal leden uitgebreid van vijf naar zeven.

Ontslag bij KB komt sinds 1997 uitsluitend voor bij ongeschiktheid, onbekwaamheid of andere zwaarwegende redenen.

waardering: V 10 jaar na einde lidmaatschap

393.

handeling: het op eigen verzoek ontslaan van een lid van de Kiesraad

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 13

periode: 1997 -

waardering: V 10 jaar na einde lidmaatschap

394.

handeling: het voordragen tot benoeming of ontslag bij KB van een secretaris of adjunct-: secretaris van de Kiesraad

grondslag: Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, art. A 5.1;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. A 3-5

periode: 1951-1996

waardering: V 10 jaar na einde lidmaatschap

395.

handeling: het aanwijzen van ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken als adviserend lid van de Kiesraad

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. A 6.1

product: onder andere:

ministeriële beschikking van 15 januari 1990, aanwijzing van mr. C. Borman als adviserend lid

periode: 1989-1996

waardering: V 10 jaar na einde lidmaatschap

396.

handeling: het voordragen van een ministeriële regeling over de rechtspositie van leden van de Kiesraad en over de aan hen verstrekte vergoedingen

grondslag: Reisbesluit binnenland, 1 maart 1993, Stb. 1993/144, art. 16;

Vergoedingenbesluit adviescolleges, 27 november 1996, Stb. 1996/583, art. 3

product: Vergoedingenregeling reiskosten Kiesraad, Stcrt. 1994/205

Regeling houdende vaststelling van de hoogte van de vergoedingen per vergadering van de voorzitter en overige leden van de Kiesraad, Stcrt. 1996/245

periode: 1951 -

waardering: V 10 jaar na vervallen regeling

397.

handeling: het aan de Kiesraad ter beschikking stellen van personeel

grondslag: Kiesbesluit, 13 juli 1951, Stb. 1951/290 art. A 5.3;

Kiesbesluit, 1989, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb.1996/623, art. A 3

periode: 1951-1996

waardering: V 5 jaar na einde terbeschikkingstelling

398.

handeling: het benoemen, schorsen of ontslaan van een secretaris of een andere medewerker van de Kiesraad

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 15

periode: 1997 -

waardering: V 10 jaar na einde benoeming

401.

handeling: het wijzigen of vaststellen van een jaarlijks werkprogramma van de Kiesraad

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 26.2 en 26.3

periode: 1997 -

waardering: B (5)

402.

handeling: het verzoeken aan de Kiesraad om een advies over het kiesrecht of de verkiezingen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. A 1.1;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. A 2.1;

Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb.1996/378, art. 17

periode: 1951 -

waardering: B (1)

403.

handeling: het vorderen van inzage van gegevens van de Kiesraad

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 29

periode: 1997

waardering: V 5 jaar

409.

handeling: het informeren van de Eerste en de Tweede Kamer over een standpunt van de minister ten aanzien van een gevraagd of ongevraagd advies of een evaluatieverslag van de Kiesraad

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 24

periode: 1997 -

opmerkingen: Zie voor evaluatieverslag handeling 411 van de Kiesraad.

waardering: B (2,3)

Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken

Hoofdlijnen totstandkomen van wet- en regelgeving

168.

handeling: het voordragen van een wet over de staatsinrichting en het bestuur van Nederlands-Indië (Indonesië), Suriname, en de Nederlandse Antillen (en Aruba)

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 62-63;

Grondwet 1953, art. 69-70

product: Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, Stb. 1954/503

periode: 1945-1954

opmerkingen: In 1954 treedt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking. Zie ook het RIO Eenheid in verscheidenheid (PIVOT-rapport nr. 29).

waardering: B (1)

169.

handeling: het voordragen tot vernietiging of schorsing bij KB van verordeningen van Indonesische, Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse bestuursorganen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 64;

Grondwet 1953, art. 71

periode: 1945-1954

opmerkingen: In 1954 treedt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking. Zie ook het RIO Eenheid in verscheidenheid (PIVOT-rapport nr. 29).

waardering: B (5)

Het indelen en organiseren van stemdistricten, kieskringen en (brief)stembureaus

289.

handeling: het instellen van een briefstembureau bij het kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of van de Gouverneur van Aruba

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. M 13.3

periode: 1993 -

waardering: V 10 jaar

291.

handeling: het benoemen van een lid of een plaatsvervangend lid van een briefstembureau bij het kabinet van de gouverneur op de Nederlandse Antillen of Aruba

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. M 13.4

periode: 1993 -

waardering: V 10 jaar

293.

handeling: het bepalen van het aanvangstijdstip van een zitting van een briefstembureau bij het kabinet van de gouverneur op de Nederlandse Antillen of Aruba

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. M 17

product: beschikking

periode: 1993 -

waardering: V 10 jaar

Minister van Financiën

Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

50.

handeling: het instellen of voordragen tot instelling bij KB van een (staats-)commissie op het terrein van de financiële verhouding tussen staat en kerk

product: KB van 21 mei 1946, nr. 46 (Staatscommissie van de Erediensten)

Beschikking van 7 juli 1970 (Adviescommissie Afkoopregeling Aanspraken ex artikel 185 Grondwet)

periode: 1945 -

waardering: B (4)

55.

handeling: het voorbereiden van de wet van 10 februari 1972, houdende wijziging van de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van artikel 185 van de Grondwet onder opneming van het additioneel artikel X

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1967-1972

waardering: B (1)

56.

handeling: het verstrekken van financiële steun aan een kerkgenootschap

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 178;

Grondwet 1953/1956/1963, art. 185;

Grondwet 1972, add. art. X;

Grondwet 1983/1987, add. art. IV, ingetrokken bij wet van 10 juli 1995, Stb. 1995/404

periode: 1945-1984

opmerkingen: De Wet beëindiging van de financiële verhouding tussen Staat en Kerk trad in werking per 1984. Add. art. IV werd echter pas per 10/07/95 ingetrokken.

waardering: B (5)

57.

handeling: het voordragen van een wet of AMvB over de financiële verhouding tussen staat en kerk

grondslag: Grondwet 1972, add. art. X;

Grondwet 1987, add. art. IV

product: Wet van 7 december 1983 tot beëindiging van de financiële verhouding tussen Staat en Kerk, Stb. 1983/638

periode: ca. 1972-1984

opmerkingen: De Wet beëindiging van de financiële verhouding tussen Staat en Kerk trad in werking per 1984. Add. art. IV werd echter pas per 10/07/95 ingetrokken.

waardering: B (1)

58.

handeling: het sluiten van een overeenkomst met kerkgenootschappen over de beëindiging van de in artikel 185 (later add. Art. X resp. IV) van de Grondwet vastgelegde financiële verhouding tussen staat en kerk

product: overeenkomst van 18 mei 1981

periode: ca. 1972-1981

opmerkingen: De overeenkomst werd aangegaan onder voorbehoud van goedkeuring bij de wet (zie vorige handeling). De kerkgenootschappen lieten zich vertegenwoordigen door het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken.

waardering: B (5)

59.

handeling: het behandelen van verzoeken om vaststelling, wijziging en intrekking van kerkelijke reglementen en rijksvoorschriften

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

60.

handeling: het interpreteren en toepassen in algemene zin van kerkelijke en rijksvoorschriften

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

61.

handeling: het behandelen van overtredingen, het niet of niet juist toepassen van kerkelijke reglementen en rijksvoorschriften

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

62.

handeling: het behandelen van adressen en verzoekschriften van andere kerkgenootschappen om financiële gelijkberechtiging

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

63.

handeling: het behandelen van verzoeken om algehele herziening en verhoging van rijkstraktementen en rijkspensioenen van predikanten, geestelijken, opperrabbijnen en weduwen van predikanten

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

64.

handeling: het bemiddelen in en kennis nemen van geschillen tussen kerkgenootschappen en tussen kerkelijke organen binnen één kerkgenootschap

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

65.

handeling: het optreden in rechte in geschillen met kerkgenootschappen over de toekenning en uitbetaling van rijkstraktementen, vacatuurgelden, kinder-, school- en academiegelden en rijkspensioenen

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

66.

handeling: het toekennen van rijkstraktementen aan predikanten, geestelijken, opperrabbijnen en weduwen van predikanten

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: V 10

67.

handeling: het toekennen van rijkspensioenen aan predikanten, geestelijken, opperrabbijnen en weduwen van predikanten

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: V 10

68.

handeling: het toekennen van kinder-, school- en academiegelden aan predikanten, geestelijken, opperrabbijnen en weduwen van predikanten

grondslag: KB 21 augustus 1881, Stb. 1881/19

periode: 1945 -

waardering: V 10

69.

handeling: het toekennen van toelagen en subsidies aan kerkbesturen, kerkelijke bedienden en geestelijken

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

70.

handeling: het registreren van traktementen, pensioenen en andere emolumenten aan predikanten, geestelijken, opperrabbijnen en weduwen van predikanten

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

71.

handeling: het goedkeuren van bepalingen omtrent de inrichting en het bestuur van kerkgenootschappen, welke de medewerking van het staatsgezag vereist

grondslag: Wet 10 september 1853, Stb. 1853/102, art. 1

periode: 1945 -

waardering: B (5)

72.

handeling: het registreren van benoemingen van (hulp)predikanten, priesters en opperrabbijnen, alsmede rapporteren over kerkelijke gemeenten en kerkgenootschappen aan andere ministers rechtstreeks of zijdelings belast met kerkelijke aangelegenheden

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1945 -

waardering: B (5)

73.

handeling het ter beschikking stellen van een bedrag van 250 miljoen ineens aan de gezamenlijke kerkgenootschappen op een bankrekening ten name van de Stichting Interkerkelijke Belangenbehartiging Afkoop (SIBA)

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1984

waardering: B (5)

74.

handeling: het goedkeuren van de statuten van de Stichting Interkerkelijke Belangenbehartiging Afkoop (SIBA)

bron: Memorie van Toelichting, TK 1982-1983, 17 642, nr. 3

periode: 1982

waardering: B (5)

75.

handeling: het goedkeuren van de bedragen die door de Stichting Interkerkelijke Belangenbehartiging Afkoop (SIBA) kunnen worden aangewend voor administratiekosten en voor andere uitgaven

bron: H.A.J. van Schie

periode: 1984 -

waardering: B (5)

129.

handeling: het mede-voorbereiden van een wet over uitkeringen ten laste van het Rijk aan de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963, art. 30;

Grondwet 1972, art 22, add. art. VIII;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 40.1

product: Wet houdende regeling van het financieel statuut van het Koninklijk Huis, Stb. 1985/701

periode: 1945 -

opmerkingen Zie ook minister van Algemene Zaken, handeling 127 en de minister van Binnenlandse Zaken, handeling 128.

waardering: B (1)

131.

handeling: het mede-voorbereiden van een wet over belastingvrijdom voor de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis

grondslag: Grondwet 1972, art. 22;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 40.2

periode: 1972 -

waardering: B (1)

Raad van State, Algemene Rekenkamer en vaste colleges van advies

155.

handeling: het voordragen van regelgeving over de inrichting, samenstelling en bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 186;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 193;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 76-78

product: Comptabiliteitswet, Stb. 1927/259

Comptabiliteitswet, Stb. 1976/671

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie het BSD Beheer van de Rijksbegroting.

waardering: B (1)

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Gelijke behandeling

34.

handeling: het voordragen van een wet over non-discriminatie naar ras en geslacht

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 4;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 1

product: onder andere:

Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, Stb. 1975/129

Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet, Stb. 1991/445

Algemene wet gelijke behandeling, Stb. 1994/230

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie voor de handelingen en producten van de wet gelijk loon voor vrouwen en mannen het nog te verschijnen RIO op het beleidsterrein Emancipatiezaken. De handelingen en producten van de Pensioen- en spaarfondsenwet zijn meegenomen in Verstrekkende zekerheid. Een institutioneel onderzoek op het beleidsterrein sociale zekerheid ten aanzien van de sociale verzekeringen, 1940-1997 (Concept februari 1999).

waardering: B (1)

Bescherming van de arbeid

99.

handeling: het voordragen van een wet over de rechtspositie en bescherming van hen die arbeid verrichten

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 19.2

product: onder andere:

Wijzingen van het Burgerlijk Wetboek (Boek 7)

Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, Stb. 1945/F214

Wet op de Loonvorming, Stb. 1970/69

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Stb. 1968/657

Arbeidsomstandigheden wet (Arbo-wet), Stb. 1980/664

periode: 1945 -

opmerkingen: De context en producten van deze handelingen zijn voor wat betreft de rechtspositie uitgewerkt in het RIO op het beleidsterrein arbeidsvoorwaarden in het RIO nr. 47, Het verdiende loon. Een institutioneel onderzoek op het terrein van inkomens- en arbeidsvoorwaardenbeleid over de periode 1940-1994 (Den Haag, 1997) en voor wat betreft bescherming (arbeidsomstandigheden) in het RIO nr. 24, Ter bevordering van menswaardige arbeid. Rapport institutioneel onderzoek op het beleidsterrein arbeidsomstandigheden 1940-1993 (Den Haag 1994).

waardering: B (1)

100.

handeling: het voordragen van een wet of AMvB over beperking van het recht op vrije keuze van arbeid

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 19.3

product: Arbeidsvoorzieningswet, Stb. 1990/402

periode: 1983-

opmerkingen: Internationale verdragen en EG-richtlijnen vormen feitelijk weer grondslag van dit grondrecht: art. 6 en 7 Ecosul-verdrag en art. 1-3 Europees Sociaal Handvest.

waardering B (1)

101.

handeling: het voordragen en/of vaststellen van regelgeving over medezeggenschap van hen die arbeid verrichten

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 19.2

product: Wet op de Ondernemingsraden, Stb. 1971/54

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook het RIO Werkende arbeidsverhoudingen. Een institutioneel onderzoek in het kader van PIVOT op het terrein van rijksoverheid en arbeidsverhoudingen (1940) 1945-1994 (concept 1998).

waardering: B (1)

Bescherming van bestaanszekerheid

102.

handeling: het voordragen van een wet over de aanspraken op de sociale zekerheid

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 20.2

product: onder andere:

Ziektewet, Stb. 1913/204

Werkloosheidwet, Stb. 1949/J423

Algemene Ouderdomswet, Stb. 1956/281

Algemene Weduwen- en wezenwet, Stb. 1959/139

Algemene Kinderbijslagwet, Stb. 1962/160

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, Stb. 1966/84

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, Stb. 1967/655

Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, Stb. 1975/674

Algemene Nabestaandenwet, Stb. 1995/690

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook het RIO

Verstrekkende zekerheid.

waardering: B (1)

103.

handeling: het voordragen van een wet over het verlenen van bijstand van overheidswege aan Nederlanders hier te lande

grondslag: Grondwet 1938 art. 210;

Grondwet 1948, art. 202;

Grondwet 1956/1963/1972, art. 209;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 20.3

product: onder andere:

Algemene Bijstandswet, Stb. 1963/284

Algemene bijstandswet, Stb. 1995/199

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook het RIO Sociale Voorzieningen. Een institutioneel onderzoek op het beleid van de sociale zekerheid ten aanzien van de sociale voorzieningen, 1940-1996 (concept februari 1998).

waardering: B (1)

Minister van Defensie

Defensie

172.

handeling: het voordragen van een wet over benoeming, ontslag, bevordering of pensionering van militaire officieren

grondslag: Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 68

periode: 1953-1983

opmerkingen: Zie ook handeling nummer 24 in het RIO nr. 25 Geef acht (militair personeel; beroeps- en reserve-personeel). Een institutioneel onderzoek naar bedrijfsprocessen en handelingen op het beleidsterrein militair personeel: beroeps- en reserve-personeel in dienst van het ministerie van Defensie en voorgangers, 1945-1993 (Den Haag 1994).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 24 uit het RIO Geef acht indient voor waardering.

173.

handeling: het voordragen van een wet over pensioenen voor militaire officieren

grondslag: Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 68

periode: 1953-1983

opmerkingen: Zie ook handeling 161 in het RIO Geef acht (militair personeel; beroeps- en reserve-personeel (PIVOT-rapport nr. 25).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 161 uit het RIO Geef acht indient voor waardering.

174.

handeling: het voordragen tot benoeming, ontslag, bevordering of pensionering bij KB van militaire officieren

grondslag: Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 68

periode: 1953-1983

opmerkingen: Zie ook de handelingen 22, 52, 40 en 163 in het RIO Geef acht (militair personeel; beroeps- en reserve-personeel) (PIVOT-rapport nr. 25).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 22, 52, 40 en 163 uit het RIO Geef acht indienen voor waardering.

175.

handeling: het, samen met de minister van Binnenlandse Zaken, voordragen van een wet over de verplichte krijgsdienst

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 188;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 195;

Grondwet 1983/1987, art. 98.3

product: Dienstplichtwet, Stb. 1922/43

Kaderwet dienstplicht, Stb. 1997/139

periode: 1945-1996

opmerkingen: Zie ook handeling 2 in het concept-RIO Ieder zijn nummer.

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 2 uit het RIO Ieder zijn nummer indient voor waardering.

177.

handeling: het, samen met de minister van Binnenlandse Zaken, voordragen van een wet tot het opschorten van de dienstplicht

grondslag: Grondwet 1995, art. 98.3

product: Kaderwet dienstplicht, Stb. 1997/139

periode: 1997 -

opmerkingen: Zie ook het concept-RIO Ieder zijn nummer.

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd, omdat deze handeling door het ministerie van Defensie wordt meegenomen in de actualisatie van het RIO Ieder zijn nummer.

179.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over het naar Indonesië, Suriname of de Nederlandse Antillen sturen van dienstplichtige militairen

grondslag: Grondwet 1946/1948, art. 192;

Grondwet 1953, art. 199

periode: 1945-1956

opmerkingen:

waardering: B (1)

180.

handeling: het voordragen van een wet over extra voordelen voor dienstplichtigen die dienen in Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 191;

Grondwet 1953, art. 198

periode: 1945-1956

opmerkingen:

waardering: B (1)

181.

handeling: het voordragen van een wet over de voorwaarden voor vrijstelling van de krijgsdienst voor gewetensbezwaarden

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 189;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 196;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 99

product: Wet gewetensbezwaren militaire dienst, Stb. 1962, 370

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook handeling 2 in het concept-RIO Ieder zijn nummer.

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 2 uit het RIO Ieder zijn nummer indient voor waardering.

182.

handeling: het voordragen van een wet over het in dienst nemen van vreemde troepen

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 190;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 197;

Grondwet 1983/1987/1995, art 100

periode: 1945 -

waardering: B (1)

183.

handeling: het voordragen tot het oproepen bij KB van dienstplichtigen die niet in werkelijke dienst zijn, in geval van oorlog, oorlogsdreiging of andere buitengewone omstandigheden

grondslag: o.m. Grondwet 1938/1946/1948, art. 193;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 200;

Grondwet 1983/1987, art. 101

periode: 1945-1996

opmerkingen: Zie ook handeling 61 in het RIO nr. 50, Te land, ter zee en in de lucht. Een institutioneel onderzoek naar de taken en handelingen op het beleidsterrein militaire operatiën van het ministerie van Defensie en voorgangers, 1945-1993 (Den Haag 1998).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 61 uit het RIO Te land, ter zee en in de lucht indient voor waardering.

184.

handeling: het voordragen van een wet over het onder de wapenen roepen en houden van dienstplichtigen die niet in werkelijke dienst zijn, in geval van oorlog, oorlogsdreiging of andere buitengewone omstandigheden

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 193;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 200;

Grondwet 1983/1987, art. 101

periode: 1945-1996

opmerkingen: Zie ook handeling 58 in het RIO Te land, ter zee en in de lucht (PIVOT-rapport

nr. 50).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 58 uit het RIO Te land, ter zee en in de lucht indient voor waardering.

185.

handeling: het voordragen van een wet over de (gevorderde) inkwartieringen en het onderhoud van de manschappen, het transport en leveranties voor de legers of verdedigingswerken van het Koninkrijk

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 194;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 201;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 102.2

product: Inkwartieringswet, Stb. 1953/305

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook de handelingen 61 en 62 in het RIO Te land, ter zee en in de lucht (PIVOT-rapport nr. 50).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 61 en 62 uit het RIO Te land, ter zee en in de lucht indient voor waardering.

187.

handeling: het schadeloosstellen van burgers en gemeenten voor de (gevorderde) inkwartieringen en het onderhoud van de manschappen, het transport en leveranties voor de legers of verdedigingswerken van het Koninkrijk

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 194;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 201;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 102.3

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook handeling 72 in het RIO Te land, ter zee en in de lucht (PIVOT-rapport nr. 50).

waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat het ministerie van Defensie handeling 72 uit het RIO Te land, ter zee en in de lucht indient voor waardering.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gelijke behandeling

35.

handeling: het voordragen van een wet over non-discriminatie naar ras en geslacht

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 4;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 1

product: onder andere:

Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen in de voormalige bejaardenziekenfonds-verzekering, Stb. 1988/250

Wijzigingswet Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, Stb. 1991/620

Algemene wet gelijke behandeling, Stb. 1994/230

periode: 1945 -

opmerkingen: De Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen in de voormalige bejaardenziekenfondsverzekering wordt meegenomen in een institutioneel onderzoek bij het ministerie van VWS. De Wijzigingswet Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 zal worden beschreven in de aanvulling op het RIO nr. 3 Oorlog duurt een leven lang. Een onderzoek naar instituties en wet- en regelgeving inzake de oorlogsgetroffenen, 1945-1990 (Den Haag 1993).

waardering: B (1)

Vakminister

Recht op eerbiediging van de persoonlijke levensfeer

88.

handeling: het voordragen van een wet of AMvB over het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

grondslag: EVRM 4 november 1950, Trb. 1951/154, art. 8;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 10.1

product: onder andere:

Wetboek van Strafrecht art. 139 a en volgende, zoals gewijzigd 1971, Stb. 1971/180

Postwet, Stb. 1988/520

Wet op de Telecommunicatie, Stb. 1988/520

periode: 1950 -

opmerkingen: Add. art. VI van Grondwet 1987 bepaalt de inwerkingtreding van dit artikel op 5 jaar na de Grondwet of op een bij of krachtens de wet eerder te bepalen tijdstip. Dit tijdstip kan voor de verschillende toepassingsgebieden verschillend worden geïnterpreteerd. Art. 10 Wet van 11 februari 1988, Stb. 1988, 34 geeft aan dat voor wat betreft het verzamelen van persoonsgegevens door de overheid de inwerkingtreding geschiedt per 17 februari 1990. Add. art. VI is per 10/07/95, Stb. 1995/404, ingetrokken.

waardering: B (1)

Recht op de onaantastbaarheid van het lichaam

90.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB ter beperking van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 11

product: onder andere:

voorschriften over medische keuringen in rechtspositieregelingen etc.

voorschriften in de Politiewet inzake geweldgebruik en veiligheidsfouillering

periode: 1983 -

opmerkingen: Internationale verdragen en EG-richtlijnen vormen feitelijk weer de grondslagen van dit grondrecht: art. 2 en 3 EVRM en art. 6 en 7 en add. art. VII IVBPR.

waardering: B (1)

Habeas Corpus

97.

handeling: het voordragen van een wet of een AMvB over vrijheidsontneming

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 164;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 171;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 15.1

product: onder andere:

Wetboek van Strafrecht, Stb. 1881/35

Krankzinnigenwet, Stb. 1884/96

Quarantainewet, Stb. 1960/335

Wet Bijzondere Opneming in Psychiatrische Ziekenhuizen, Stb. 1992/669

Wet op de krijgstucht, Stb. 1903/112

Wet militair tuchtrecht, Stb. 1990/367

Wet op de noodwachten, Stb. 1952/405

Beginselenwet kinderbescherming, Stb. 1901/64

Wet Bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken, voor 1 januari 1976 Besmettelijke Ziektenwet, Stb. 1928/265

periode: 1945 -

opmerkingen: Internationale verdragen en EG-richtlijnen vormen feitelijk weer de grondslagen van dit grondrecht: art. 5 EVRM, art. 1 4e Protocol EVRM, art. 9-11 IVBPR.

Met ingang van 1983 is delegatie mogelijk; daarvoor was regeling van deze kwestie voorbehouden aan de formele wetgever.

waardering: B (1)

Hoofdlijnen totstandkomen van wet- en regelgeving

162.

handeling: het voordragen bij KB tot verlening van dispensatie van wetsbepalingen of bepalingen van AMvB's

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 71;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 78

periode: 1945-1983

waardering: B (1, 5)

165.

handeling: het voordragen van een wet waardoor de Staten-Generaal uitdrukkelijk goedkeuring verlenen aan het sluiten of ontbinden van een verdrag

grondslag: Grondwet 1938/1948, art. 60;

Grondwet 1956/1963/1972, art. 61;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 91

product: onder andere:

Goedkeuringswet van het Verdrag tot oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap, Stb. 1954/25

Rijkswet tot goedkeuring van het op 15 augustus te New York gesloten verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw Guinea, Stb. 1962/363

periode: 1956 -

waardering: B (1)

186.

handeling: het voordragen van een wet over de uitzonderingen op de algemene regels van inkwartiering in het geval van oorlog, oorlogsdreiging of andere buitengewone omstandigheden

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 194;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 201;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 102.3

periode: 1945 -

opmerkingen: Zie ook handeling 61 in het RIO Te land, ter zee en in de lucht (PIVOT-rapport nr. 50).

waardering: B (1)

Noodwetgeving

188.

handeling: het voordragen van een wet over de gevallen waarin een uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd en het regelen van de daaruit ontstane gevolgen

grondslag: Grondwet 1948, art. 196;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 203;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 103.1

product: Oorlogswet voor Nederland, Stb. 1964/337

Oorlogswet voor Nederland, Stb. 1996/368

Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Stb. 1952/361

Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Stb. 1996/367

Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Stb. 1996/365

periode: 1948 -

waardering: B (1)

Rijksfinanciering

192.

handeling: het voordragen van een wet of AMvB over de heffing van een rijksbelasting of een rijksheffing

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 181;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 188;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 104

product: onder andere:

Wet op de loonbelasting 1964, Stb. 1964/514

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, Stb. 1965/202

periode: 1945 -

opmerkingen: Tot en met 1983 ook van toepassing als het ging om heffingen voor het gebruik van Rijkswerken en -inrichtingen, voor zover de regeling van die heffing niet aan de Koning was voorbehouden. Zie de afzonderlijke RIO's (en bijbehorende BSD's) over belastingheffing van rijkswege: de PIVOT-rapporten nr. 19, nr. 37, nr. 38 en nr. 65.

waardering: B (1)

193.

handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van ministeriële regels over een rijksbelasting of een rijksheffing

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 181;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 188;

Grondwet 1983/1987/1995. 104

periode: 1945 -

opmerkingen: Delegatie t.a.v. rijksbelastingen is slechts in zeer beperkte mate toegestaan. Zaken als de basis van het tarief, de kring van belastingplichtigen, het belastbare feit en de belastinggrondslag moeten bij wet worden vastgesteld.

waardering: B (1)

Toetsing van wetten en verdragen

221.

handeling: het voordragen van een wet over tuchtrechtspraak

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 113.2

product: onder andere:

Advocatenwet

(artikelen uit de) Medische Tuchtwet

periode: 1983 -

opmerkingen: Omwille van de bescherming van de positie van de burger dienen tuchtrechtelijke straffen een formeel-wettelijke basis te hebben. Dat gaat alleen op voor het tuchtrecht dat door de overheid wordt geregeld. De Advocatenwet en de Medische Tuchtwet bestonden al zonder grondwettelijke basis. Het is wel de formele wetgever geweest die besloten heeft tot het instellen van deze wetten. Pas in 1983 is deze handeling voor het eerst in de Grondwet te vinden.

waardering: B (1)

Waterschappen en andere openbare lichamen

258.

handeling: het voordragen van een wet, een AMvB of een gemeenschappelijke regeling over de instelling of opheffing van een openbaar lichaam voor beroep, bedrijf of anderszins

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 152, 153 en 154;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 159, 160 en 161;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 134

product: onder andere:

Wet op de Bedrijfsorganisatie, Stb. 1950/K 22

Advocatenwet, Stb. 1984/418

periode: 1945 -

opmerkingen: Deze handeling bevat tevens de regeling van taken, bevoegdheden, inrichting, bestuurssamenstelling en toezicht.

waardering: B (1)

259.

handeling: het voordragen van een beslissing bij KB inzake geschillen tussen openbare lichamen, tenzij de geschilbeslechting behoort tot de competentie van de rechterlijk macht of bij de wet aangewezen gerechten

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948, art. 72;

Grondwet 1953/1956/1963/1972, art. 79;

Grondwet 1983/1987/1995, art 136

product: onder andere:

KB 20 augustus 1987, AB 1988, no. 70

periode: 1945 -

waardering: B (5)

Adviesraden

Centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van de Staten Generaal en het Europese Parlement

Het registreren van aanduidingen van politieke groeperingen

294.

handeling: het registreren of schrappen van de aanduiding waarmee een politieke groepering op de kandidatenlijsten wenst te worden vermeld voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, provinciale staten en het Europese Parlement

grondslag Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij wet van 9 februari 1956, Stb. 1956/68,

art. G 1, G 2;

Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 11;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. G1, G 2 en G3;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb.1989/480, art. 10

product: register

periode: 1956 -

opmerkingen: Het beschikken op een verzoekschrift tot registratie leidt bij positieve beschikking tot registratie en wordt niet als afzonderlijke handeling beschouwd.

Voor de verkiezingen van het Europese Parlement treedt de Kiesraad als centraal stembureau op.

waardering: B (5)

301.

handeling: het meedelen dat een waarborgsom voor de registratie van de aanduiding van een politieke groepering, moet worden terugbetaald

grondslag: Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. G 1.2

periode: 1989 -

opmerkingen: Dit geldt zowel voor de Tweede-Kamerverkiezingen als voor de Europese, provinciale en gemeentelijke verkiezingen.

waardering: V 10 jaar

De kandidaatstelling

305.

handeling: het meedelen dat een waarborgsom die betaald is voor een ingeleverde kandidatenlijst, moet worden terugbetaald

grondslag: Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 21 december 1965, Stb. 1965/581, art. G 10;

Kiesbesluit, 19 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. H 3.2

periode: 1965 -

opmerkingen: Impliciet behelst deze handeling ook het opgeven (aan de minister of aan gedeputeerde staten) van de aan de staat of de provincie vervallen waarborgsommen.

waardering: V 10 jaar

311.

handeling: het beslissen over de geldigheid van een lijstencombinatie

grondslag: Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 13 december 1973, Stb. 1973/662 en bij KB van 16 maart 1974, Stb. 1974/113, art. H 4, H 6, R 3;

Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 23;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. I 11, S 9, Y 19.1;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 19.1

periode: 1973 -

waardering: B (5)

312.

handeling: het nummeren van de kandidatenlijsten

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. H 15 ( na 1974 H 16 en H 21), R 5;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. I 12; S 10

periode: 1951 -

opmerkingen: Zittende leden van de Tweede Kamer of provinciale staten kunnen middels een verklaring die mee ondertekend moet worden door respectievelijk de griffier van de Tweede Kamer en de commissaris van de Koningin, toekenning van een voorkeurnummer aan een bepaalde lijst of lijstencombinatie verzoeken.

Waardering: B (5)

Het stemmen (en het vaststellen van de verkiezingsuitslag)

320.

handeling: het vaststellen van de verkiezingsuitslag

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. N 1-N 24, T 1-14;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. P 1-19, U 1-15, Y 25.2;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 2

periode: 1951 -

waardering: B (5)

321.

handeling: het vernietigen van de verzegelde pakken stembiljetten die aan het centraal stembureau zijn overgedragen

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. P 25, U 18.2

product: proces-verbaal van vernietiging

periode: 1993 -

opmerkingen: De niet aan het centraal stembureau overgedragen stembiljetten worden door de burgemeester vernietigd (art. N12, lid 2).

Voor 1993 bestond niet de mogelijkheid dat stembiljetten werden overgedragen aan het centraal stembureau tot heropneming van de stemmen. De stembiljetten werden toen door de burgemeester vernietigd.

Kan worden beschouwd als activiteit onder handeling 320.

Waardering: B (5)

De verkiezingen van de leden van het Europese Parlement

332.

handeling: het innemen en onderzoeken van een kandidatenlijst en het rapporteren van gebleken gebreken

grondslag: Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 12, 18 (verwijst naar Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. G 1, H 1 en H 2);

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 9.2, 16;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. I 1.1, Y 9

periode: 1978 -

opmerkingen: Bij andere dan Europese verkiezingen verricht het hoofdstembureau deze handeling.

waardering: V 5 jaar na vaststelling lijst

333.

handeling: het beslissen over de geldigheid van een kandidatenlijst en het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en aanduidingen van politieke partijen

grondslag: Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 20 en 21 (verwijst naar Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. H 4, H 5 en H 6);

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 9.2, 12-17;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. I 4, Y 9, Y 17

product: beschikking

periode: 1978 -

opmerkingen: Bij andere dan Europese verkiezingen verricht het hoofdstembureau deze handeling.

waardering: B (5)

334.

handeling: het in kennis stellen van andere lidstaten, door tussenkomst van de minister van Buitenlandse Zaken, van de namen van hun onderdanen die op de kandidatenlijst voorkomen

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 26 januari 1994, Stb. 1994/58, art. Y 36

periode: 1994 -

waardering: V 5 jaar na vaststelling lijst

350.

handeling: het beslissen over de geldigheid van kandidatenlijsten en over het handhaven van op de lijst voorkomende kandidaten en de boven de kandidatenlijst geplaatste naam van een politieke groepering

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij KB van 21 december 1951, Stb. 1951/581, art. R 1-4;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. S 1-2, S 9

product: beschikking

periode: 1951 -

waardering: B (5)

Het lidmaatschap van algemeen vertegenwoordigende organen

354.

handeling: het aan een lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan kennisgeven van zijn benoeming

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. U 1.1;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. V 1.1

periode: 1951-

opmerkingen: De voorzitter van het centraal stembureau geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming. De benoemde bevestigt de benoeming per brief of telegrafisch aan het centraal stembureau.

waardering: V 10 jaar

356.

handeling: het aan het betreffende vertegenwoordigende orgaan kennisgeven van de benoeming van een lid van dat betreffende vertegenwoordigende orgaan

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. U 2.3 en U 3;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. V 1.3

product: geloofsbrief

periode: 1951 -

opmerkingen: Deze kennisgeving is tevens de geloofsbrief voor het benoemde lid.

waardering: V 10 jaar

360.

handeling: het beslissen over benoeming van een kandidaat voor een vertegenwoordigend orgaan buiten de verkiezingen om, om te voorzien in een opengevallen plaats

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. V 2-8;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. W 1-7;

Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 34;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/480, art. 27

periode: 1951 -

waardering: V 10 jaar

Rijksinspectie van de bevolkingsregisters

Het registreren van de kiesgerechtigheid

279.

handeling: het verstrekken van gegevens uit het centrale persoonsregister aan burgemeester en wethouders van `s-Gravenhage ten behoeve van de registratie van de kiesgerechtigdheid van de in dit register opgenomen personen

grondslag: Wet houdende aanvulling en wijziging van de Kieswet, alsmede bijzondere voorzieningen met het oog op de mogelijkheid, dat in 1948 een verkiezing voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal plaatsvindt, 18 maart 1948, Stb. 1948/I 110, art 8a.;

Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij wet van 30 juli 1953, Stb. 953/363, art. IV;

Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij wet van 5 maart 1977, Stb. 1977/113, art. D 2;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. D 2

periode: 1948-1994

waardering: V 5 jaar

281.

handeling: het verifiëren van gegevens, verstrekt door personen die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, in het kader van hun verzoek tot registratie van hun kiesgerechtigdheid

grondslag: Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, gewijzigd bij KB van 25 maart 1977, Stb. 1977/168 en bij KB van 30 september 1985, Stb. 1985/529, art. D 4;

Kiesbesluit, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. D 3.2

periode: 1977-1994

opmerkingen: Vanaf oktober 1994 wordt dit gedaan bij de Gemeentelijke Basisadministratie van Den Haag.

waardering: V 5 jaar

282.

handeling: het verstrekken van verklaringen dat een kiezer gebruik maakt van zijn bevoegdheid om in een andere gemeente te stemmen dan waar hij als kiezer staat geregistreerd

grondslag: Besluit tot uitvoering van de artikelen 8 a., 57 l. en 57 p. der Kieswet, 13 april 1948, Stb. 1948/I 153;

Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, art. J 6

periode: 1948-1989

opmerkingen: Onder `verstrekken' wordt ook verstaan het aanmaken, opslaan en beheren.

waardering: V 5 jaar

Kiesraad

Beroep in kiesrechtaangelegenheden

377.

handeling: het beslissen in beroep tegen een beschikking van het centraal stembureau inzake de registratie van een aanduiding waaronder een politieke groepering op een kandidatenlijst wenst te worden vermeld voor de provinciale staten en gemeenteraad

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, zoals gewijzigd bij wet van 9 februari 1956, Stb. 1956/68, art G 2; gewijzigd bij wet van 27 januari 1982, Stb. 1982/19

periode: 1956-1982

waardering: B (5)

De Kiesraad

399.

handeling: het vaststellen van de werkwijze van de Kiesraad in een reglement van orde

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb.1996/378, art. 21

periode: 1997 -

waardering: B (5)

400.

handeling: het voordragen van een jaarlijks ontwerp-werkprogramma van de Kiesraad

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 26.1

periode: 1997 -

opmerkingen: Zie handeling 401 van de minister van Binnenlandse Zaken

waardering: V 5 jaar

404.

handeling: het adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken over het kiesrecht of de verkiezingen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. A1.1;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. A2.1

periode: 1951-1996

waardering: B (5)

406.

handeling: het adviseren van de Tweede Kamer over initiatiefvoorstellen van wet die het kiesrecht of de verkiezingen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen betreffen

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. A 2.1

periode: 1989-1996

waardering: B (5)

407.

handeling: het adviseren van de regering en de Eerste en Tweede Kamer over uitvoeringstechnische kwesties met betrekking tot het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Wet op de Raad voor het openbaar bestuur, 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. 3;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. A 2.1

periode: 1997 -

waardering: B (5)

408.

handeling: het verstrekken van inlichtingen aan de minister van Binnenlandse Zaken ten aanzien van het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 29

periode: 1997 -

waardering: V 10 jaar

410.

handeling: het opstellen van een jaarverslag over de werkzaamheden van de Kiesraad als adviesorgaan

grondslag: Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 28.1

periode: 1997 -

waardering: B (3)

411.

handeling: het opstellen van een evaluatieverslag over de taakvervulling van de Kiesraad als adviesorgaan

grondslag: Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, zoals gewijzigd bij wet van 12 december 1996, Stb. 1996/623, art. A 8

Kaderwet adviescolleges, 3 juli 1996, Stb. 1996/378, art. 28.2

periode: 1989 -

opmerkingen: Vanaf 1997: op verzoek van de minister, maar tenminste eens in de 4 jaar.

waardering: B (2)

412.

handeling: het optreden als centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van de Eerste en Tweede Kamer en het Europese Parlement

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. E 10.2 en R 1;

Kieswet, 28 september 1989, Stb. 1989/423, art. A 2.2;

Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 10;

Wet Europese Verkiezingen, 25 oktober 1989, Stb. 1989/490 art. 9.1

periode: 1951 -

opmerkingen: Dit is strikt genomen geen handeling maar een taak, die uitgewerkt is in de handelingen van de actor centraal stembureau en daar in detail zijn gewaardeerd

waardering: Zie de handelingen van de actor centraal stembureau.

Raad voor het Binnenlands Bestuur

Handelingen van algemene aard

10.

handeling: het adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken omtrent de hoofdpunten van de inrichting en werking van het binnenlands bestuur

grondslag: Wet Raad voor het binnenlands bestuur, 12 maart 1986, Stb. 1986/104

periode: 1986-1996

waardering: B (1)

11.

handeling: het adviseren van de Tweede Kamer over de in de Tweede Kamer aanhangig gemaakte initiatiefwetsvoorstellen inzake het binnenlands bestuur

grondslag: Wet Raad voor het binnenlands bestuur, 12 maart 1986, Stb. 1986/104

periode: 1986-1996

waardering: B (1)

Raad voor het Openbaar Bestuur

Handelingen van algemene aard

12.

handeling: het adviseren van de regering en de Eerste en de Tweede Kamer over de inrichting en het functioneren van de overheid met bijzondere aandacht voor de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat

grondslag: Wet op de Raad voor het openbaar bestuur, 19 december 1996, Stb. 1996/623

periode: 1997 -

opmerkingen: De Raad voor het openbaar bestuur neemt bovendien deels de rol over van de Kiesraad. Zie § 11.7.

Taak en handelingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur zullen verder worden uitgewerkt in RIO's op te stellen door het ministerie van Binnenlandse Zaken over de organisatie van de rijksoverheid en over de decentrale overheden.

waardering: B (1)

De kiesraad

405.

handeling: het adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken over het kiesrecht of de verkiezingen van de leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen

grondslag: Wet op de Raad voor het openbaar bestuur, 19 december 1996, Stb. 1996/623

periode: 1997 -

opmerkingen: Zie voor de Raad voor het openbaar bestuur ook hoofdstuk 2.

waardering: B (5)

Commissies en werkgroepen

Staatscommissie voor onderzoek naar de wenselijkheid van een wijziging van de Grondwet (Commissie Beel)

Grondwetsherzieningen

261.

handeling: het onderzoeken van en het adviseren over de wenselijkheid en de mogelijkheid de Grondwet te veranderen

grondslagen: KB 22 februari 1946, nr. 36 , Stcrt. 1946/42

product: rapport april 1946

periode: 1946

waardering: B (1)

Staatscommissie voor onderzoek of en in hoeverre ter voorbereiding van de hervorming van de staatkundige structuur van het Koninkrijk, verandering van de Grondwet gewenst is (Commissie Beel)

Grondwetsherziening

262.

handeling: het onderzoeken in hoeverre verandering van de Grondwet gewenst is ter voorbereiding op een hervorming van de staatkundige structuur van het Koninkrijk

grondslag: KB 29 september 1947, Stcrt. 1947/192

product: rapport maart 1948

periode: 1947-1948

waardering: B (1)

Staatscommissie tot herziening van de Grondwet (Commissie van Schaik)

Grondwetsherziening

263.

handeling: het voorbereiden van een algehele grondwetsherziening

grondslag: KB 17 april 1950, nr. 25, Stcrt. 1950/79

product: onder andere:

interim-rapport 11 juli 1951

eindrapport 6 januari 1954

periode: 1950-1954

waardering: B (1)

Staatscommissie van Advies inzake het Kiesstelsel en Wettelijke Regeling der Politieke Partijen (Commissie Teulings)

Het kiesstelsel

268.

handeling: het onderzoeken van en adviseren van de regering over mogelijke wijzigingen in het kiesstelsel

grondslag: KB van 23 januari 1953, nr. 20, Stcrt. 1953/22

periode: 1953-ca. 1957

opmerkingen: Vanaf 1956 was de heer Donner voorzitter van de commissie en heette de commissie de Commissie Donner.

waardering: B (1)

Staatscommissie inzake de Grondwet en de Kieswet (Commissie Cals Donner)

Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

52.

handeling: het adviseren van de minister van Financiën over een (grond-)wettelijke regeling van de financiële verhouding tussen het Rijk en de kerkgenootschappen

grondslag: KB van 26 augustus 1967, nr. 1

product: rapport van 19 september 1969

periode: 1967-1969

opmerkingen: Resulterend in de wet van 10 februari 1972, Stb. 1972/108, houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van artikel 185 van de Grondwet onder opneming van het additioneel artikel X.

waardering: B (1)

Grondwetsherziening

264.

handeling: het adviseren over wenselijke herzieningen van de Grondwet

grondslag: KB 26 augustus 1967, nr. 1, Stcrt. 1967/170

product: onder andere:

rapport 8 juli 1968

rapport 19 september 1969

interim-rapport inzake lidmaatschap van het koninklijk Huis 18 juni 1970

eindrapport 29 maart 1971

periode: 1968-1971

waardering: B (1)

Het kiesstelsel

269.

handeling: het onderzoeken van en adviseren van de regering over herziening van de Kieswet

grondslag: KB van 26 augustus 1967, nr. 1, Stcrt. 1967/170

product: onder andere:

rapport 8 juli 1968

rapport 19 september 1969

eindrapport 29 maart 1971

periode: 1968-1971

waardering: B (1)

Staatscommissie van advies inzake de relatie kiezers-beleidsvorming (Commissie Biesheuvel)

Grondwetsherziening

266.

handeling: het adviseren van de regering over wijzigingen van de Grondwet inzake de benoeming van burgemeesters en commissarissen van de Koningin

grondslag: KB 17 mei 1982, Stcrt. 1982/104

periode: 1982-1984

waardering: B (1)

Het kiesstelsel

270.

handeling: het onderzoeken van en adviseren van de regering over het vergroten van de invloed van de kiezers op de beleidsvorming

grondslag: KB van 17 mei 1982, Stcrt. 1982/104

product: rapport 1984

periode: 1982-1984

waardering: B (1)

Commissie van advies inzake de criteria voor steunverlening aan kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag

Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

54.

handeling: het adviseren van de ministers van Algemene Zaken en Binnenlandse Zaken over de criteria voor verlening van overheidssteun en -faciliteiten aan kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag en het onderhouden van gebouwen van die genootschappen

grondslag: instellingsbesluit 17 februari 1986

periode: 1986 -

waardering: B (1)

Ministeriële commissie staatsrechterlijke vernieuwing (Commissie Dijkstal)

Grondwetsherziening

267.

handeling: het adviseren over de vergroting van de directe invloed van de burgers op de politieke machtsvorming en politieke besluitvorming

grondslag: Instellingsregeling ministeriële commissie Staatkundige Vernieuwing, 16 september 1994, Stcrt. 1994/189, art. 2b

periode: 1994-1996

waardering: B (1)

Commissies en werkgroepen

Staatscommissie voor de Erediensten (Commissie van Walsum)

Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

51.

handeling: het adviseren van de minister van Financiën over een (grond-)wettelijke regeling van de financiële verhouding tussen het Rijk en de kerkgenootschappen

grondslag: KB van 21 mei 1946, nr. 46

product: rapport van 19 januari 1967 (TK 1968-1969, 10 030, nr. 2)

periode: 1946-1967

opmerkingen: Resulterend in de wet van 10 februari 1972, Stb. 1972/108, houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van artikel 185 van de Grondwet onder opneming van het additioneel artikel X.

waardering: B (1)

Commissie belastingvrijdom Koninklijk Huis (Commissie Simons)

De Koning

132.

handeling: het adviseren over de belastingplicht voor leden van het Koninklijk Huis

bron: brief van 11 juni 1968 aan de Tweede Kamer, TK 1986-69, 8 683, nr. 5

product: rapport 22 april 1969, TK 1968-1969, 10 173

periode: 1968-1972

waardering: B (1)

Adviescommissie Afkoopregeling Aanspraken ex artikel 185 Grondwet (Commissie Verdam)

Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging

53.

handeling: het adviseren van de minister van Financiën over een wettelijke regeling tot afkoop van het recht van kerkgenootschappen op financiële ondersteuning door het Rijk

bron: documentatiereeks `Naar een nieuwe Grondwet?' deel 7, p. 4, 75

product: interim-rapport augustus 1971 (TK 1971-1972, 11 608 nr. 1 en 2)

periode: 1970-1971

waardering: B (1)

Overige actoren

Ontvanger der directe belastingen

Het registreren van aanduidingen van politieke groeperingen

296.

handeling: het ontvangen of terugbetalen van een waarborgsom voor de registratie van een politieke groepering voor Tweede-Kamerverkiezingen en Europese Verkiezingen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951, Stb. 1951/290, art. G 10.1;

Wet Europese Verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 2 en 15;

Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 12 maart 1963, Stb. 1963/73, art. G 10.1

periode: 1963-1981

waardering: V 10 jaar na terugbe-taling of vervallen van de waarborg

De kandidaatstelling

307.

handeling: het ontvangen of terugbetalen van een waarborgsom voor een ingeleverde kandidatenlijst voor Tweede-Kamerverkiezingen en Europese verkiezingen

grondslag: Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, zoals gewijzigd bij KB van 12 maart 1963, Stb. 1963/73, art. G 6; zoals gewijzigd bij KB van 21 december 1965, Stb. 1965/581, art. G 12;

Wet Europese verkiezingen, 13 december 1978, Stb. 1978/652, art. 2 en 15

periode: 1963-1989

waardering: V 10 jaar na terugbe-taling of vervallen van de waarborg

Rijksinspectie der registratie en successie

Het registreren en aanduiden van politieke groeperingen

295.

handeling: het ontvangen of terugbetalen van een waarborgsom voor de registratie van een politieke groepering voor Tweede-Kamerverkiezingen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951,

Stb. 1951/290, art. G 10.1;

Kiesbesluit, 5 oktober 1951, Stb. 1951/441, art. G 6.1

periode: 1951-1963

waardering: V 10 jaar na terugbe-taling of vervallen van de waarborg

De kandidaatstelling

306.

handeling: het ontvangen of terugbetalen van een waarborgsom voor een ingeleverde kandidatenlijst voor Tweede-Kamerverkiezingen

grondslag: Kieswet, 13 juli 1951,

Stb. 1951/290, art. G 10.2 en G 10.3

periode: 1951-1963

waardering