Aan:
- de Korpschefs Politieregio's
- de Korpsbeheerders Politieregio's
- de Bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee
i.a.a:
- de Procureurs-Generaal
Onderdeel: Stafdirectie Uitvoeringsbeleid
Datum: 31 juli 2003
Ons kenmerk: HKUIT03-3395 (AUB)
Code: TBV 2003/21
Juridische achtergrond: B1/1.1.1 Vreemdelingencirculaire 2000
Geldigheidsduur: Een jaar, ingaand twee dagen na publicatie in de
Staatscourant
Onderwerp: MVV en bestendig verblijf
Inleiding
De uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
van 28 april 2003 (nummer 200301025/1) en 2 juli 2003 (nummer 200302530/1)
vormen aanleiding voor het aanpassen en verduidelijken van de definitie van
het begrip bestendig verblijf zoals dat wordt gehanteerd in het kader van
aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf, zoals neergelegd in paragraaf
B1/1.1.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Achtergrond
De machtiging tot voorlopig verblijf is in artikel 1, onder h, Vreemdelingenwet
2000 als volgt omschreven: het door een Nederlandse diplomatieke of consulaire
vertegenwoordiging in het land van herkomst of in het land van bestendig verblijf,
dan wel het door het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen
of door het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, na voorafgaande machtiging
van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, afgegeven visum voor een verblijf
van langer dan drie maanden.
Een vreemdeling die zich naar Nederland wil begeven voor een verblijf
van langer dan drie maanden moet in beginsel in het bezit zijn van een geldig
document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige machtiging tot
voorlopig verblijf, welke hij heeft aangevraagd en welke hem is verstrekt
door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land
van zijn herkomst of het land van zijn bestendig verblijf. Een land van bestendig
verblijf is een land waar de vreemdeling gerechtigd is om langer dan drie
maanden te verblijven op grond van een verblijfstitel. Indien in het land
van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire
vertegenwoordiging aanwezig is, zal de machtiging tot voorlopig verblijf worden
verstrekt door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
die het dichtst in de buurt van het land van herkomst of bestendig verblijf
gevestigd is.
De Afdeling oordeelt in haar uitspraak dat uit de geschiedenis van de
totstandkoming van de desbetreffende bepaling valt af te leiden dat met deze
term bedoeld is aan te duiden een land waar langer dan drie maanden kan worden
verbleven op basis van enige verblijfstitel die het verblijf rechtmatig maakt.
Dit gegeven noopt tot het aanpassen en verduidelijken van de definitie van
het begrip bestendig verblijf.
Ter uitvoering van deze beleidswijziging wordt de Vreemdelingencirculaire
2000 als volgt gewijzigd.
Wijziging van B1/1.1.1.
In B1/1.1.1 wordt na de tweede alinea de volgende tekst opgenomen:
`In algemene termen geldt dat het moet gaan om een land waar de vreemdeling
gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven op grond van enige
verblijfstitel die het verblijf rechtmatig maakt. Hierbij is niet vereist
dat de vreemdeling al gedurende drie maanden feitelijk in dat land verbleven
heeft op het moment dat de aanvraag om een mvv wordt ingediend. Wel zal op
het moment van indienen van de aanvraag, dan wel op het toetsmoment, sprake
moeten zijn van nog ten minste drie maanden rechtmatig verblijf om te kunnen
spreken van bestendig verblijf.
Van bestendig verblijf kan sprake zijn in de volgende gevallen:
1. De vreemdeling verblijft in een land op basis van een verblijfsvergunning
met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden.
2. De vreemdeling is in het land waar hij of zij verblijft, gerechtigd
de uitkomst van een aanvraag om verblijf (aldaar) af te wachten.
3. De vreemdeling heeft in het land waar hij of zij verblijft een verblijfsprocedure
doorlopen, waarvan de uitkomst in rechte onaantastbaar is geworden, en er
bestaat een juridisch beletsel tegen uitzetting.
De algemene uitgangspunten dat het verblijf rechtmatig moet zijn (naar
maatstaven van het betreffende land) en voor een periode langer dan drie maanden,
zijn hierop steeds van toepassing.
In ieder geval zal geen bestendig verblijf worden aangenomen indien de
vreemdeling in het bezit is van een toeristen- of zakenvisum.
Het aantonen van bestendig verblijf zal steeds dienen te geschieden aan
de hand van officiële documenten, afgegeven door de autoriteiten van
het land waar de vreemdeling verblijft. Uit deze documenten zal telkens moeten
blijken dat de vreemdeling aldaar rechtmatig verblijft, en voor welke periode.
De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de vreemdeling.
Indien daartoe voldoende concrete aanleiding bestaat, kan nader onderzoek
worden ingesteld naar de redenen om vanuit dit derde land, niet zijnde het
land van herkomst, verblijf in Nederland te vragen. Dit zou zich bijvoorbeeld
kunnen voordoen wanneer binnen zeer korte tijd nadat in dit derde land om
verblijf aldaar is gevraagd, de vreemdeling een aanvraag voor verblijf hier
te lande indient, via de mvv-procedure. Niet is het de bedoeling dat zo op
oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de mvv-procedure. Hierbij kan
met name gedacht worden aan mvv-aanvragen ingediend in de Nederland in ruime
zin omringende landen, zoals de lidstaten van de Europese Unie. Van geval
tot geval zal worden bezien of de uitkomst van het onderzoek aanleiding biedt
dit tegen te werpen in de procedure en de afgifte van de mvv te weigeren.'
Tot slot
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Voorzover van toepassing zullen de bovenstaande wijzigingen zo spoedig
mogelijk in een aanvulling op de Vreemdelingencirculaire 2000 worden verwerkt.