Aan:
- de Korpschefs Politieregio's
- de Korpsbeheerders Politieregio's
- de Bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee
i.a.a:
- de voorzitter van de college van Procureurs-Generaal
Onderdeel: Stafdirectie Uitvoeringsbeleid
Datum: 6 augustus 2003
Ons kenmerk: HKUIT03-3443 (AUB)
Code: TBV 2003/25
Juridische achtergrond: B7/4 Vreemdelingencirculaire 2000
Geldigheidsduur: Een jaar, ingaand twee dagen na publicatie in de
Staatscourant
Bijlage: Model M41
Onderwerp: Ongehuwdverklaring uitwisselingsjongeren
Inleiding
In het beleid voor uitwisselingsjongeren (B7/4.3 Vreemdelingencirculaire
2000) wordt als voorwaarde gesteld dat een vreemdeling voor deelname aan een
cultureel uitwisselingsprogramma een gelegaliseerde ongehuwdverklaring dient
te overleggen. De gelegaliseerde ongehuwdverklaring wordt met de inwerkingtreding
van dit TBV niet meer vereist.
Wijziging van B7/4.3
In de tweede alinea van paragraaf B7/4.3 Vc 2000, wordt aan het eind van
de tekst bij het derde opsommingsteken de punt vervangen door een puntkomma.
Tevens wordt er een vierde opsommingsteken toegevoegd:
`- geen verklaring inzake burgerlijke staat (model M41) ondertekent.'
Na het vierde opsommingsteken wordt de volgende zin toegevoegd:
`Het bepaalde in de paragrafen B1/4.1.1.9 en B2/12 is niet van toepassing
voor wat betreft de ongehuwdverklaring.'
Wijziging van model M-41
Het vierde aankruishokje van het model M41 wordt als volgt gewijzigd:
`verklaar niet de zorg te hebben voor (buitenechtelijke) kinderen'.
Toelichting
In artikel 3.44 van het Vb 2000 is onder meer bepaald, dat een verblijfsvergunning
voor bepaalde tijd kan worden verleend onder een beperking verband houdend
met verblijf in het kader van uitwisseling aan de vreemdeling die ongehuwd
is en niet de zorg heeft voor kinderen.
Op grond van artikel 3.102, eerste lid van het Vb 2000 en de paragrafen
B1/4.1.1.9 jo B2/12 Vc 2000 wordt `het ongehuwd zijn' aangetoond door het
overleggen van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring.
Echter, in een aantal landen is een dergelijke verklaring moeilijk te
verkrijgen. De nadelige gevolgen van de eis van het overleggen van een gelegaliseerde
ongehuwdverklaring zijn echter onevenredig in verhouding tot het doel, de
duur en de aard van het verblijf in het kader van uitwisseling.
De uitwisselingsorganisatie garandeert door middel van het ondertekenen
van een garantverklaring (model M48) dat door de uitwisselingsjongere aan
alle voorwaarden wordt voldaan. Gelet hierop draagt de eis van het overleggen
van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring slechts in geringe mate bij aan
de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling.
Voorts is met de aanwezigheid van deze jongeren een wezenlijk Nederlands
belang gediend, in die zin dat buitenlandse jongeren als deelnemer aan een
uitwisselingsprogramma kennis kunnen maken met de Nederlandse samenleving
en cultuur. Bovendien kenmerkt een uitwisselingsprogramma zich door wederkerigheid,
ofwel bestaat ook voor de Nederlandse jongeren de mogelijkheid om een vreemde
samenleving en cultuur te leren kennen in het land van herkomst van de buitenlandse
deelnemende jongeren. De Nederlandse jongeren die in het buitenland aan hetzelfde
uitwisselingsprogramma deelnemen, hoeven echter geen gelegaliseerde ongehuwdverklaring
te overleggen.
Daarnaast is het verblijfsrecht tijdelijk van aard. De verblijfsvergunning
onder een beperking verband houdend met uitwisseling wordt slechts éénmalig
voor ten hoogste één jaar verleend. Voortgezet verblijf op grond
van uitwisseling wordt niet toegestaan. Verder is in B7/1.2 Vc 2000 bepaald
dat aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor (verruimde)
gezinshereniging of -vorming met een in het kader van uitwisseling in Nederland
verblijvende vreemdeling worden afgewezen. De verblijfsvergunning wordt ingetrokken
indien de in het kader van uitwisseling in Nederland verblijvende vreemdeling
overgaat tot gezinshereniging of gezinsvorming met een al dan niet rechtmatig
in Nederland verblijvende persoon.
Daarom is besloten om het beleid in paragraaf B7/4.3 Vc 2000 te versoepelen.
Het vereiste van `het ongehuwd zijn en niet de zorg voor kinderen hebben',
blijft gehandhaafd. Echter, de vreemdeling hoeft het ongehuwd zijn niet door
middel van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring aan te tonen. Met het ondertekenen
van een verklaring van burgerlijke staat (model M41) wordt `het ongehuwd zijn
en niet de zorg voor kinderen te hebben' in beginsel voldoende aangetoond.
De ondertekening van het model M41 vormt geen onweerlegbaar bewijs. Indien
de verklaring is ondertekend, maar er een redelijk vermoeden bestaat dat de
verklaring ten onrechte is getekend, kan van de vreemdeling worden geëist
alsnog een gelegaliseerde verklaring van ongehuwd zijn te overleggen. Indien
naderhand blijkt dat de verklaring ten onrechte is ondertekend, worden daaraan
verblijfsrechtelijke gevolgen verbonden.
Tot slot
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Bovenstaande wijzigingen zullen zo spoedig mogelijk in een aanvulling
op de Vreemdelingencirculaire 2000 worden verwerkt.